Mostar is de hoofdstad van Herzegowina en ligt aan de samenvloeiing
van de Hadobolje met de Narenta. Sedert 13 Juli 1878 na het congres van
Berlijn werd de Herzegowina aan Oostenrijk toegewezen onder beperkende
bepalingen, die de Donaumonarchie thans uit den weg heeft geschoven,
nu ze de annexatie heeft afgekondigd.
Het landje is voor een groot deel woest en onherbergzaam als een
echt Karstlandschap, maar in het Zuiden en met name in de buurt
van Mostar is het vruchtbaar. Daar groeien tabak, wijn, olijven en
maïs. De Herzegowina, die onder turksche heerschappij stond, en het
zuidwestelijkste sandsjak was van het vilajet Bosnië, behoort tot
het stroomgebied van de Narenta of Neretva. De Turken veroverden het
land, waar Wojwoden als onafhankelijke vorsten regeerden, in 1465 en
al vrij spoedig werd Mostar zetel der Sandsjak-beys.
Ze bouwden er in 1500 reeds de nu nog gebruikte hooge brug over de
Narenta, van waar men een prachtig gezicht op de stad heeft. De rivier
zelf is in haar bovenloop een woeste bergstroom, bruisend door diepe
kloven. Bij de stad gekomen, heeft ze na haar loop door de vlakte
al haar onstuimigheid verloren. Mostar is naar het Noorden verbonden
aan den spoorweg naar de hoofdstad van Bosnië, Serajewo, en naar het
Zuiden aan de lijn naar Metkovic, beide bosnisch-herzegowina'sche
staatssporen.