Verlaat dan 't kwaad, gij Prinsen metter daad
Ontziet verdriet noch kruis om[10] zijn herboren,
Al staat vleesch-raad, en[11] poogt naar 's wer'lds onmaat,
Rust niet, maar vliedt naar Bethlehem verkoren,
Beschreidt uw leid[12], zoo komt u mild te baten,
't Kind klein, 't welk pleyn[13] u heerschen[14] moet vooral;
Want scheidt Goedheid van u (door 's Deugds verlaten)
Deez' rein' Fontein uw Hart niet zuiv'ren zal.