PRINSE.

Verlaat dan 't kwaad, gij Prinsen metter daad

Ontziet verdriet noch kruis om[10] zijn herboren,

Al staat vleesch-raad, en[11] poogt naar 's wer'lds onmaat,

Rust niet, maar vliedt naar Bethlehem verkoren,

Beschreidt uw leid[12], zoo komt u mild te baten,

't Kind klein, 't welk pleyn[13] u heerschen[14] moet vooral;

Want scheidt Goedheid van u (door 's Deugds verlaten)

Deez' rein' Fontein uw Hart niet zuiv'ren zal.

De complete werken van Joost van Vondel. Eerste deel · 第 13 / 17 题