LIEFDE VERWINNET AL.

[Voetnoot 1: Eigenlijk de tweede naamval van 't Lat. _Junius_ (even als

_Julius_, _Augustus_, enz.), en dus zonder voorafgaand dagcijfer minder

juist gebezigd. De ij staat (gelijk steeds in dezen tijd) voor ii, en

zou thans dus best door een y vervangen worden, sedert de ij als _ei_

uitgesproken wordt, en dus in dezen slechts tot wanspraak (Junei,

Ju-lei, enz.) verleidt.]

[Voetnoot 2: _Verheugt_ u, zonen van den dichtgod.]

[Voetnoot 3: Thans, minder juist, _neem_; daar, sedert het verdringen

van 't tweeden persoons voorn. w. (_du_) door 't meerv. (_gij_),

natuurlijk ook het werkw. in 't meerv. diende te staan. Wij zullen dit

daarom ook in deze uitgave steeds behouden.]

[Voetnoot 4: Thans _om te_, dat eigenlijk tweemaal 'tzelfde uitdrukt.]

[Voetnoot 5: _Minzaam_.]

[Voetnoot 6: _Gunst_.]

[Voetnoot 7: Zinspeling op de namen van bruidegom en bruid, naar den

smaak des tijds, die echter (gelijk meer) tot gedwongenheid aanleiding

geeft. Versta: Laat gunst zich genegen toonen, gelijk een hert naar 't

klare water snakt, en de haas zijn snelheid toont, om de honden te

ontkomen.]

[Voetnoot 8: _Ik kan het niet_;--_en_ (niet met het verbindend _en_,

eig. _ende_, te verwarren) staat met het Fransche _ne_ gelijk, en had

dan (even als dit _pas_) gewoonlijk _niet_ bij zich, maar heeft dit

allengs geheel zijn plaats geruimd. Verg. ook in den volg. regel _en

laat_.]

[Voetnoot 9: De (Grieksche) huwelijksgod.]

[Voetnoot 10: De Gr. bruiloftsgod.]

[Voetnoot 11: Thans _schonk_.]

[Voetnoot 12: Voor _bekend_.]

[Voetnoot 13: _leert_ hij nam. Kristus.]

[Voetnoot 14: _behoeft_.]

[Voetnoot 15: _edelgesteente_.]

[Voetnoot 16: Versta: _begeven zou_.]

[Voetnoot 17: _waardig_, _verheven te worden boven alles_.]

[Voetnoot 18: _echtgenoot_.]

[Voetnoot 19: Thans _ontvangen_; welke verlengde vorm allengs den

oorspronkelijken _ontva-en_ geheel verdrongen heeft.]

[Voetnoot 20: Versta: _wacht zij_.]

[Voetnoot 21: Voor _gewrocht_.]

[Voetnoot 22: Naar den Rederijkerstrant, waarin dit geheele--meer

gekunstelde dan kunstrijke--Referein gerijmd is, wordt in 't slotcouplet

de _Prins_ der Kamer aangesproken.]

[Voetnoot 23: Nam. de Heer.]

[Voetnoot 24: Naar de beteekenis (van den bedoelden bijbeltext).]

[Voetnoot 25: Voor _voorspoed_.]

Nieuwjaarslied,

A°. 1607.

gesteld op den toon van den 2den Psalm.

De Dood, zeer snood, d'[1] Aarde haar pijlen bood,

D' Ondeugd verheugd was met haar Helsche scharen,

Deugd vlood door nood, durfd' haar[2] niet geven bloot,

Haar vreugd, verjeugd, veranderd' in bezwaren,

Omdat, het pad der Waarheid, werd bestreden;

De Trouw, met rouw, zeer deerlijk was verplet;

Liefd's schat, Gods stad, de vrucht in 't lustig Eden--

Een vrouw, (te flaauw, helaas!) elk waas besmet.

Maar 't Licht, 't Gezicht der Blinden, die 't al sticht,

Bekleedt met vreed' een spruit wiens TROUW MOET BLIJKEN[3],

Wiens plicht opricht elks Heil, met Liefdes schicht,

Bestreed het wreed' geslacht, 's vijands praktijken:

D' Ootmoed hem voedt, in Davids stad onrustig:

Een kroon, zeer schoon, hij biedt, van God gewracht:

Doet boet, met spoed, voor deez' Ziel-Rust wellustig:

Gods Zoon, tot loon, 't Leven uit Sion bracht.

Dit Lam, Gods stam, 't welk Satans macht benam,

Zijn' bruid, de spruit, die zijn hart heeft ontstolen,

Waarnam, en kwam tot haar, der Jonsten vlam,

Om uit 't besluit der feest[4] niet meer te dolen.

Haar deel, 't Juweel, 't nieuw Paradijs verheven,

Schonk haar, 't Nieuw-Jaar, Christus d' Opperste pand;

Een eêl prieel, Gods Geest, der Eng'len leven,

Alwaar dit paar[5] des levens Boom herplant.

Het kind bemint[6] de Liefd', die 't kwaad verwint,

Elk noodt, minioot[7]: kiest mijn eenvuldig[8] wezen;

Die blind gezind, u tot 's Doods vruchten bindt,

Ontbloot[9] devoot, uw eigen wil misprezen,

En tracht, bedacht, om[10] zuiveren inwendig

Uw Hart, verward, bevlekt, van 't Aardsch gekwel;

Verwacht d' Eendracht, na dit Leven ellendig;

Gij werdt van smert vrij, door Emanuël.

De complete werken van Joost van Vondel. Eerste deel · 第 12 / 17 题