I.

„De hoog welgeboren heer A. P. Deuceace aan den heer T. S. Dawkins.

„Het Temple, Dingsdag.

„De heer Deuceace zendt vriendelijke groeten aan den heer Dawkins,

en neemt de vrijheid om zijn leedwezen te betuigen, en zijne

excuses te maken, over het ongeluk, dat zoo even gebeurd is.

„De heer Deuceace, gebruik makende van de voorregten van een

buurman, neemt ook de gelegenheid waar, om, zoo goed mogelijk, het

kwaad, dat hij veroorzaakte, te herstellen. Indien de heer Dawkins

hem de eer wil bewijzen, den inhoud aan te nemen van het

bijgevoegde kistje (direkt uit Straatsburg, en de gift van een

vriend, op wiens smaak als gourmand de heer Dawkins vertrouwen

kan), zal hij misschien ondervinden, dat het eenigzins waardig is,

de plat te vervangen, van welke de onhandigheid van den heer

Deuceace den heer Dawkins heeft beroofd.

„Tevens zal het, zonder twijfel, den oorspronkelijken

zender van de paté hoogst aangenaam zijn, te vernemen, dat het in

de handen is gekomen van een zoo bekenden bon vivant, als de heer

Dawkins.

„Aan den wel edelgeboren heer T. S. Dawkins, enz.”

Gedenkschriften van den heer Yellowplush · 第 11 / 42 题