Door den hemelbol in zijn dagelijksche wenteling meegevoerd, wandelt
de zon regelmatig in een dag (dien wij naar een uit het oude Babylon
overgeleverd gebruik in 24 uren verdeelen, in minuten en sekonden
onderverdeeld) om de aarde heen. Zij verlicht daarbij
achtereenvolgens alle kanten van den aardbol. Waar zij schijnt, is
het dag, terwijl de tegenovergestelde kant nacht heeft.
_De tijd is dus voor de verschillende streken der aarde
verschillend_. Wanneer een plaats op aarde, b.v. Batavia, de zon
juist boven zich in het toppunt heeft, dan staat de zon voor alle
plaatsen, die precies ten Noorden of ten Zuiden van Batavia liggen,
op dit oogenblik in het hoogste punt van haar dagkring, in het
Zuiden of in het Noorden. Al deze plaatsen, die op een zelfde, door
de Noordpool en de Zuidpool gaande lijn (een meridiaan) liggen,
hebben dus op hetzelfde oogenblik middag en hun klokken wijzen
denzelfden tijd aan. In de plaatsen ten Westen van deze lijn (b.v.
in Voor-Indië, Afrika) is het schietlood meer naar het Westen
gericht, en staat de zon dus meer oostelijk aan den hemel; hier is
het nog voormiddag en bereikt de zon eerst later haar hoogsten
stand; het omgekeerde geldt voor de meer oostelijk gelegen plaatsen
(b.v. in Australië, Japan), die dan reeds namiddag hebben.
De plek op aarde, die de zon precies boven zich heeft, wandelt als
het ware met de zon mee, in den loop van den dag regelmatig om de
geheele aarde heen. Wanneer het in Berlijn 's middags 12 uur is,
bevindt zich de zon in Juli juist boven het midden van de Sahara; 2
uren later staat zij boven de kust van Senegambië, na 4 uren boven
den Atlantischen Oceaan, na 6 uren boven het eiland Haïti, na 8 uren
boven de stad Mexico, na 12 uren boven het eiland Hawaï in den
Stillen Oceaan, na 18 uren boven Achter-Indië, na 20 uren boven de
stad Bombay, na 22 uren boven Mekka en na 24 uren weer boven de
eerste plaats. Wanneer het in Berlijn middag is, is het in Mekka
reeds 2 uur 's middags, in Bombay 4 uur, in Achter-Indië 6 uur 's
middags, op Hawaï 12 uur middernacht, in Mexico 4 uur 's morgens, op
Haïti 6 uur 's morgens en in Senegambië 10 uur voormiddags. _De tijd
is dus telkens een uur later, wanneer men op een plaats komt, die
1/24 van den omtrek der aarde verder naar het Oosten ligt_.
Dat geldt natuurlijk niet alleen voor de plaatsen, die de zon
precies boven zich hebben, maar ook voor alle plaatsen, die ten
Noorden of ten Zuiden daarvan op denzelfden meridiaan liggen. Op
hetzelfde oogenblik, dat het in Berlijn, in Zweden, op Spitsbergen
en aan den mond van den Kongo te gelijk 12 uur is, is het niet
slechts in Achter-Indië, maar ook in Irkoetsk en op Sumatra 6 uur 's
avonds, niet slechts op Hawaï, maar ook in Alaska middernacht, niet
slechts op Haïti, maar ook in New-York en in Peru 6 uur 's morgens.
Met deze verschuiving van den tijd hangt een ander eigenaardig
verschijnsel samen. Toen de reisgenooten van Magelhaens, aan het
eind van hun eerste reis om de wereld, op den 9den Juli 1522 bij de
Kaap-Verdische eilanden dicht bij Europa aankwamen, vernamen zij,
dat de menschen daar dien dag Donderdag noemden, terwijl het volgens
hun dagboek eerst Woensdag 8 Juli kon zijn. De zeelieden waren zeer
onthutst, dat zij zich zoo vergist hadden en dus op Goeden Vrijdag
niet gevast en het Paaschfeest eerst op Maandag gevierd hadden. Een
van de deelnemers, Pigafetta, die naderhand een beschrijving van de
reis uitgaf, zeide daarin: "Mijn verbazing was des te grooter, omdat
ik onderweg nooit ziek was geweest en zonder eenige onderbreking
alle dagen opgeteekend had. Wij bemerkten later, dat er toch geen
vergissing geweest was en dat wij, door steeds naar het Westen te
varen en den loop der zon te volgen, bij onze terugkomst op de
plaats van uitvaart 24 uren gewonnen moesten hebben." Zooals uit
deze woorden blijkt, waren de menschen op dit verschijnsel van te
voren niet voorbereid, maar zij hebben toch spoedig de oorzaak
begrepen. Wanneer iemand naar het Westen in 24 uren om de aarde zou
kunnen reizen, zou hij de zon nooit uit het oog verliezen en het
moest hem voorkomen, dat de tijd stilstond. Wie langzamer naar het
Westen om de aarde reist, wordt wel telkens door de zon ingehaald en
telt dan een dag verder, maar toch eenmaal minder dan wanneer hij
thuis gebleven was; zijn dagen zijn langer dan de werkelijke dagen,
_maar hun aantal is één minder_. Omgekeerd, wanneer hij naar het
Oosten tegen de zon in reist; hij ontmoet dan de zon een keer vaker
dan hij thuis zou doen en hij telt _een dag te veel_, omdat zijn
dagen in werkelijkheid te kort zijn. De zeelieden, die om de wereld
varen, moeten daarom ergens onderweg een datum laten uitvallen,
wanneer zij naar het Westen, en een datum twee keer schrijven,
wanneer zij naar het Oosten varen.
Hoe rekenen daarbij nu de bewoners van de streken, waar zij onderweg
aanlanden en met wie zij in datum moeten overeenstemmen? Hun datum
wordt onzeker en twijfelachtig. Wanneer het in Berlijn middernacht
van Donderdag op Vrijdag is, is het in Bombay Vrijdagmorgen 4 uur,
in Yokohama Vrijdagmorgen 8 uur, op de Fidsji-eilanden Vrijdag
voormiddag 11 uur, dus op Hawaï Vrijdagmiddag 12 uur; en tegelijk is
het in Londen Donderdagavond 11 uur, in Washington Donderdagnamiddag
6 uur, in San Francisco Donderdagnamiddag 3 uur, op Tahiti kwart
voor een, dus op Hawaï Donderdagnamiddag 12 uur. Dus, al naar men
naar het Westen of naar het Oosten telt, vindt men voor deze
Australische eilanden een verschillenden datum, Donderdag of
Vrijdag. Men kan natuurlijk aannemen, wat men wil; dichter bij
Amerika zal men Donderdag, dichter bij Azië zal men Vrijdag
schrijven, _en op een grenslijn ergens er tusschen in moet de datum
een dag verspringen_. De eilanden Hawaï en Tahiti, die ten Oosten,
en de Fidsji-eilanden en Nieuw-Zeeland, die ten Westen van deze
grens liggen, hebben nagenoeg denzelfden tijd op de klok, maar hun
datum verschilt één dag.
Zoolang de menschen maar zelden buiten hun woonplaats kwamen, en de
reizen naar verre landen zeer lang duurden, konden zij weinig of
niets van een verschil in tijd bemerken. Iedere plaats regelde zich
naar zijn eigen zonnetijd. Toen later door spoorwegen en telegraaf
een snelverkeer ontstond, kwam ook de behoefte aan een algemeen
geldigen eenheidstijd op. Meestal werd daartoe de tijd van de
hoofdstad (Amsterdamsche of Parijsche tijd), of die van een
hoofdsterrewacht (zooals in Engeland en op de Engelsche schepen de
tijd van de marine-sterrewacht in Greenwich, in Rusland van de ten
Zuiden van Petersburg gelegen sterrewacht in Poelkowo) voor het
geheele land of in elk geval voor het spoor- en telegraafverkeer
ingevoerd.
Toen echter het wereldverkeer zich meer en meer ontwikkelde,
ondervond men deze verschillende nationale tijden steeds meer als
een hindernis. Op een internationale konferentie, die in 1884 te
Washington gehouden werd, werd daarom de _Greenwichtijd_, die bij de
zeevaarders van alle volken reeds lang in gebruik was, als grondslag
voor een overal bruikbaren _zonetijd_ aangenomen. De aarde werd door
24 meridianen in 24 van pool tot pool loopende strooken of zonen
verdeeld; binnen elke strook zou de tijd van het midden der strook
gelden, die steeds een vol aantal uren met den Greenwichtijd
verschilt. Wanneer dit systeem eenmaal algemeen aangenomen is,
zullen alle klokken der wereld slechts 24 verschillende tijden
aanwijzen, die telkens een uur met elkaar verschillen, maar in de
minuten precies overeenstemmen. De Vereenigde Staten van
Noord-Amerika hadden dit systeem reeds vroeger ingevoerd; in dat
land kwamen slechts 5 tijden voor, die, van het Oosten naar het
Westen gaande, de Atlantische, de Oostelijke, de Centrale, de
gebergte- en de Zuidzee-tijd genoemd werden, en respectievelijk 4,
5, 6, 7 en 8 uren met Greenwich verschilden. In Duitschland,
Oostenrijk en Italië is de "Middeneuropeesche tijd," die een uur met
Greenwich verschilt, algemeen ingevoerd. De Balkan-Staten, Egypte en
Zuid-Afrika hebben een Oosteuropeeschen tijd, die 2 uren met
Greenwich verschilt. In vele landen verhinderen nationale en andere
vooroordeelen de invoering van den wereldzomertijd, ofschoon onlangs
ook in Frankrijk, dat lang tegengesparteld had, de Greenwichtijd als
algemeen geldige normaaltijd ingevoerd is. In vele minder
ontwikkelde landen, die nog niet sterk aan het wereldverkeer
deelnemen, is de behoefte aan een wereldtijd natuurlijk nog niet
voorhanden.
De voordeelen, ja de noodzakelijkheid van zulk een tijdregeling ligt
bij de steeds voortschrijdende ontwikkeling van het wereldverkeer
voor de hand. Daarentegen ontstaat het nadeel, dat aan de randen der
zonen de tijd op de klok een half uur van den werkelijken tijd
afwijkt. De werkzaamheden in school, fabriek of kantoor, die naar de
klok geregeld worden, vallen daardoor 's winters òf in den morgen òf
in den avond te veel in den tijd, dat het duister is. Dat is b.v. in
Duitschland sterk merkbaar; in Oost-Pruisen gaat de zon op 21
December om 3.37 werkelijken tijd, maar reeds om 3.15 kloktijd
onder, terwijl in Keulen de zon op dien dag in werkelijkheid om 8.2,
naar de klok echter eerst om 8.35 opkomt.