Augusta Trevirorum (Trier) aan de Mosella (Moezel). Zij hadden eene
voortreffelijke ruiterij. Met de Rom. waren zij trouw verbonden,
met de Germanen waren zij meest in oorlog. Het waren Kelten, maar
zij beweerden van de Germanen af te stammen.
Triakas, 1) de dertigste dag na eene begrafenis, waarop de rouw
ophield, werd met een offer en maaltijd gevierd.--2) oude naam voor
een atheensch geslacht, hetzij omdat 30 geslachten eene phratria
vormden, of v. s. omdat een geslacht gemiddeld 30 personen bevatte.--3)
afdeeling der Spartaansche burgerij, waarschijnlijk gevormd uit twee
tafelgezelschappen (z. syssitia).
Triakonta. Toen Athene zich na afloop van den peloponnesischen oorlog
aan Lysander had moeten overgeven, werd in eene volksvergadering door
Theramenes het voorstel gedaan, 30 mannen te kiezen, die de wetten
zouden herzien en in overeenstemming met de tijdsomstandigheden
zouden wijzigen. Het volk, dat in den laatsten tijd de hevigste
voorstanders der democratie, bijv. Cleophon, door allerlei kunstgrepen
had zien uit den weg ruimen, durfde zich, nu Lysander nog met zijn
leger en vloot aanwezig was, niet tegen dit voorstel verklaren,
en verkoos 30 mannen van bekende oligarchische gezindheid. Hoewel
met een bepaalde opdracht gekozen, schijnen de 30 nooit gepoogd te
hebben zich daarvan te kwijten, maar maakten zij van de macht, die
hun gegeven was, zulk een misbruik, dat de acht maanden van hunne
regeering lang als de verschrikkelijkste tijd in de geschiedenis
van Athene genoemd werd. In het eerst hielden zij, naar het heette,
eene zuivering onder de burgerij, en lieten zij erkende sycophanten
en andere dergelijke algemeen gehate personen door den raad, dien
zij evenals de overheidsambten met hunne handlangers bezetten, ter
dood veroordeelen, maar steunende op eene spartaansche bezetting,
op spartaansch geld, en vooral op den invloed van Lysander, gingen
zij weldra op dien weg verder en meenden zij zich alles te kunnen
veroorloven. Slechts aan 3000 burgers (hoi en to katalogo), en aan
deze nog slechts in schijn, werd eenig aandeel aan de staatszaken
gegund, de overige werden ontwapend, onderwijs in welsprekendheid en
wijsbegeerte werd onder streng toezicht gesteld, de kostbare werven
werden voor 3 talenten als afbraak verkocht, enz. Doodvonnissen,
verbanningen, verbeurdverklaring van goederen waren aan de orde van
den dag; in het geheel werden, naar verhaald wordt, 13-1500 personen
ter dood gebracht en meer dan 5000 verbannen. En niet alleen politieke
tegenstanders werden getroffen, maar om zich geld te verschaffen, ten
einde de spartaansche bezetting te kunnen betalen, lieten zij velen
ombrengen alleen om zich hunne bezittingen toe te eigenen; zoo besloten
zij eens, onder voorwendsel dat er onder metoikoi een oproerige geest
heerschte, 30 (v. a. 10) van hen te dooden en hunne goederen verbeurd
te verklaren. Wel verzetten zich sommige meer gematigden onder hen,
vooral Theramenes, tegen deze geweldadigheden, maar de tegenpartij,
onder welke Critias de voornaamste was, behield de overhand; en toen
de oppositie van Theramenes gevaarlijk begon te worden, werd hij op
wederrechtelijke wijze als verrader ter dood veroordeeld. Doch wat hij
voorspeld had gebeurde: de ballingen vereenigden zich en onder leiding
van Thrasybulus bezette een zeventigtal van hen eerst het fort Phyle,
en nadat zij de troepen van de 30, die hen trachtten te verjagen,
teruggeslagen hadden, nam hun aantal met den dag toe, en weldra konden
zij zich van den Piraeus meester maken. Toen zij nu ook in een slag
bij Munychia, waarin o. a. Critias sneuvelde, overwinnaars gebleven
waren, trokken de 30 zich naar Eleusis terug, waarvan zij zich kort
te voren verzekerd hadden door de geheele weerbare bevolking met
list gevangen te nemen en ter dood te laten brengen. Daar wachtten
zij vooreerst den loop der gebeurtenissen af, maar toen kort daarna,
in weerwil van Lysanders tusschenkomst, door toedoen van Pausanias
(no. 2) de democratie hersteld was, en men in de stad vernam dat zij
te Eleusis een leger van huurlingen op de been trachtten te brengen,
trok de geheele bevolking van Athene tegen hen te velde, en nog voor
het tot een gevecht kwam, vielen de meesten van de 30 in handen hunner
vijanden en werden gedood.
Triarii of pilani, zie de artikels centuria, cohors, hastati en legio.
Triarius (C.), legaat van L. Licinius Lucullus in den mithradatischen
oorlog, behaalde eerst overwinningen op den koning, maar werd in 67
bij Zela door hem geheel verslagen.
Triballi, Triballoi, machtige thracische stam in Moesia inferior,
naburen van de Treres. Zie Abdera.
Triboc(c)i, -es, germaansch volk op den linker Rijnoever, omstreeks
Argentoratum (Straatsburg).
Tribon, een korte mantel van grove stof, oorspronkelijk door
de Spartanen gedragen, maar ook in andere staten door hen, die
spartaansche zeden en kleederdracht wilden nabootsen; in latere tijden
was tr. als een uiterlijk kenmerk van armoede en eenvoud de gewone
kleeding van stoicijnen en cynici en van hen, die daarvoor wilden
gehouden worden.
Tribunal, eene verhevenheid van hout of steen, desnoods van aarde
of zoden, waarop de praetor zat, wanneer hij zitting hield om zijne
ambtsbezigheden uit te oefenen. Tot het ius dicere was het niet
bepaald noodig, dat hij op zijne sella curulis op het tribunal had
plaats genomen: hij kon, als hij iemand wilde gerieven, dat evengoed
onderweg of van den beganen grond (de plano) doen. Te Rome stonden
vaste tribunalia op het forum, eerst één, later meer, toen er onder
verschillende praetoren verschillende zaken tegelijk konden worden
behandeld. Deze tribunalia stonden in de open lucht, de iudices zaten
op subsellia op den vlakken grond. Toen men echter de rechtszaken
naar de basilicae overbracht, maakte men eene ruimere verhevendheid
aan het einde der zaal, waarop de rechters zaten; misschien echter
zat de praetor dan toch nog iets hooger.
Tribuni aerarii of Curatores tribuum. Aan het hoofd van elke tribus
stonden tien in Rome wonende bestuurders, die door de censoren voor
een lustrum benoemd werden. Zij hadden elk eene lijst van de tot hunne
tribus behoorende burgers, van welke lijst een tweede exemplaar in
het aerarium berustte. Tot ± 250 inden zij het tributum (z. a.),
en betaalden de soldij uit (vandaar hun naam, van aes afgeleid);
na dien tijd kwam die functie aan de quaestoren. Ook indien zij
het aes equestre en het aes hordearium, dat door de orbi et orbae
(z. a.) werd opgebracht. Door de lex Aurelia iudiciaria van 70 kregen
zij met senatoren en ridders aandeel aan de iudicia.
Tribuni militum. Aan het hoofd van elk legioen stonden zes
krijgstribunen. A en B kommandeerden het legioen twee maanden lang
afwisselend om den anderen dag; daarna ging het bevel voor twee
maanden op C en D over, dan op E en F, waarna A en B weder aan de
beurt kwamen. In den bloeitijd der republiek bestond een consulair
leger uit twee legioenen rom. burgers, behalve de socii. Wanneer
dus de consuls hunne legers wierven, waren er 24 krijgstribunen
noodig. Tien hunner moesten tien dienstjaren tellen en werden
seniores genoemd; de 14 andere moesten vijf dienstjaren hebben en
werden iuniores geheeten. Het eerste en het derde legioen telden elk
2 seniores en 4 iuniores, het tweede en het vierde elk 3 seniores en
3 iuniores. Eerst kozen de veldheeren zelven hunne tribunen, doch
in 366 vindt men voor het eerst 6 van de 24 door het volk gekozen,
en in 311 bepaalde de lex Atilia Marcia (z. a.), dat er seni deni,
dus 16 van de 24 door het volk moesten gekozen worden. Nog vóór den
2den Punischen oorlog werd dit getal op 24 gebracht. In 171, bij het
uitbreken van den oorlog met Perseus, liet het volk de keus geheel aan
de consuls over, en dit kan wel meer gebeurd zijn. De door de consuls
gekozen heetten rufuli, de andere a populo. De tribunen waren belast
met de werving, waartoe de dienstplichtigen tribusgewijze werden
opgeroepen; het lot bepaalde, welke tribus het eerst aan de beurt
kwam. De dienstplichtigen werden vier aan vier opgeroepen. Uit het
eerste viertal hadden de tribunen van het eerste legioen de eerste
keus, uit het tweede die van het tweede legioen, enz. De hervormingen
van Marius gaven een geheel anderen loop aan de zaken, daar van dien
tijd af uit de proletariërs vrijwilligers in massa toestroomden. De
Grieken vertalen tribunus militum door chiliarchos.
Tribuni militum consulari potestate. Toen in 449 de eene lex Canuleia
(z. a.) doorging, werd het andere wetsvoorstel, dat n.l. één der
consuls uit de plebs zou mogen gekozen worden, terzijde geschoven
door bij wijze van proefneming het consulaat te schorsen. Daar het
krijgstribunaat zoowel voor plebejers als voor patriciërs toegankelijk
was, besloot men zulke tribunen te kiezen, die dan met consulaire
macht zouden worden bekleed. Voor het jaar 444 werden er nu 3 gekozen,
allen patriciërs, die evenwel, als zijnde vitio creati, hun ambt
moesten nederleggen. Toen liet de senaat weder consuls kiezen,
evenals de volgende vijf jaren. Dit geheele verhaal is verzonnen;
vast staat alleen, dat in 438 de eerste 3 consulairtribunen in de
Fasti consulares (z. a.) voorkomen. De vele oorlogen en de uitbreiding
van den staat maakten waarschijnlijk nu en dan een vergrooting van
het aantal ambtenaren noodig. Van 437 tot 435 vindt men consuls,
van 434 tot 432 tribunen en zoo gaat het afwisselend voort, totdat
er van 391 tot 367 (het jaar der lex Licinia Sextia de consulatu,
z. a.) geen consuls meer gekozen werden. Van 426 af vindt men 4
consulairtribunen, van 405 af 6, in 381-379 telkens 8, dan weder 6
en een enkele maal 5. Vóór 400 werd geen enkele plebejer gekozen, en
uit enkel plebejers hebben de consulairtribunen nooit bestaan. Met
de aanneming der licinisch-sextische wet verviel de reden van hun
bestaan. De consulairtribunen hadden den werkkring der consuls, doch
voor het houden van den census werd in 445 een afzonderlijk ambt,
de censuur, ingesteld.
Tribuni plebis, demarchoi, volgens de overlevering in 494 na de
secessio plebis als auxilium voor de plebs ingesteld, sacrosancti
en alleen uit de plebs verkiesbaar. Waarschijnlijk zijn voor het
eerst 4 tribunen gekozen in het jaar 471 (v. a. 466) volgens de lex
Publilia, door de 4 stedelijke tribus. In 457, toen waarschijnlijk
de landelijke bevolking vrij gemaakt werd, en er 16 (17) landelijke
tribus bij kwamen, werd het getal op 10 gebracht. Liep de verkiezing
niet in één dag af, dan vulden de gekozenen hun getal door coöptatie
verder aan, totdat de lex Trebonia (z. a.) dit verbood. In den beginne
hadden zij geen toegang tot den senaat, totdat de lex Atinia, van ±
102, hen in den senaat opnam. Op hunne onschendbaarheid steunende,
ontzagen de volkstribunen zich dikwijls niet, geweldige maatregelen
te nemen wanneer de aristocratie van geen toegeven wilde weten. Er
zijn voorbeelden, dat zij volksvergaderingen en verkiezingen beletten,
dat zij de lichting van troepen verhinderden, enz., maar ook dat zij na
afloop van hun ambtsjaar door de plebs zelve tot geldboete veroordeeld
werden. De tribuni plebis vervolgden vergrijpen tegen hun persoon
of tegen de plebs. Daar zij aan de provocatie onderworpen waren,
werden, sedert de leges XII tabularum, bij een halszaak voor hen door
tusschenkomst van een magistratus cum imperio de comitia centuriata
bijeengeroepen. Vóór dien tijd brachten zij, volgens de overlevering,
halszaken voor het concilium plebis. Sedert de lex Hortensia (287)
werden de tribunen competent voor politieke misdrijven, waarvoor
vroeger II viri perduellionis benoemd werden. Auspiciën hadden zij in
den beginne niet, later echter kregen zij het ius de caelo servandi,
maar werden daarmede ook onderworpen aan obnuntiatio (zie servare
de caelo). De hulp van een volkstribuun inroepen, heette tribunum
appellare; hunne woningen moesten daarvoor dag en nacht openstaan
en zij zelven mochten geen etmaal buiten Rome doorbrengen, evenwel
vindt men eene enkele keer volkstribunen in een rom. leger. Terwijl
uit het ius auxilii zich de intercessio of ongeroepen tusschenkomst
ontwikkeld had, ontnam Sulla door zijne lex Cornelia tribunicia
(z. a.) hun de bevoegdheid tot intercessie alsmede het recht om wetten
zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat voor te stellen, terwijl
volgens die wet het bekleeden van het volkstribunaat iemand voor goed
van alle verdere ambten uitsloot. Deze laatste bepaling werd reeds in
75 door de lex Aurelia tribunicia opgeheven, terwijl Pompeius, die de
volkstribunen tot bereiking zijner oogmerken noodig had, hun in 70 door
zijne lex Pompeia het ius legum ferendarum teruggaf. De tribuni plebis
aanvaardden hun ambt op den 10den December.--Van de keizers gaf reeds
Augustus het voorbeeld, dat hij zich met de tribunicia potestas liet
bekleeden. Het volkstribunaat overleefde zich zelf en bestond nog na
Constantijn den Gr., natuurlijk zonder macht tegenover den keizer. De
volkstribunen hadden geene insignia; hunne boden heetten viatores.
Tribuni vigilum. Over elke der zeven door Augustus ingestelde cohortes
vigilum (nachtwacht en brandweer) stond een tribunus, over alle zeven
een praefectus.
Tribunus celerum, bevelhebber van het rom. ruiterkorps (zie celeres),
waarvan de instelling op naam van Romulus is geboekt.
Tribus. Evenals phyle bij de Atheners, heeft ook tribus bij de
Rom. eene dubbele beteekenis. Vooreerst wordt het woord gebezigd van de
drie stamtribus, waaruit de rom. staat schijnt ontstaan te zijn: Tities
of Titienses (deze worden altijd voorop genoemd), Ramnes of Ramnenses,
Luceres of Lucerenses. Zie echter Tities. Na de indeeling van het
rom. gebied door Servius Tullius in tribus en regiones krijgt het
woord eene plaatselijke beteekenis. De namen der vier tribus urbanae
(binnen Rome's muren) waren: Suburana, Esquilina, Collina, Palatina. De
namen der regiones, bij analogie tribus rusticae geheeten, die volgens
de overlevering in 505 bestonden, zijn: Aemilia, Camilia, Cornelia,
Fabia, Galeria, Horatia, Lemonia, Menenia, Papiria, Pollia, Pupinia,
Romilia, Sergia, Veturia, Voltinia. Het aantal regiones, 26 onder
Servius Tullius, was dus verminderd, men kan aannemen door afstand
van grondgebied aan Porsena. Uit de overeenkomst van verschillende
namen met nomina gentilicia mag men ook tot samenhang besluiten;
zoo zal b.v. in de tribus Aemilia het grondbezit der gens Aemilia
hebben gelegen. Allengs kwamen er weder nieuwe tribus bij: in 504 als
20ste de tribus Claudia, sabijnsch, ten N. van den Anio,--in 495 als
21ste de tr. Crustumina, de eerste die een plaatselijken naam droeg
naar de oude latijnsche stad Crustumerium,--in 387 in Zuid-Etruria
de vier tr. Stellatina om Falerii, Tromentina, Sabatina om Sabate
en Arnensis aan het riviertje Aro, dat uit het meer Sabate stroomt
en bij Fregenae in zee uitmondt (dit zijn de eerste tribus, waarvan
de stichting historisch vaststaat),--in 358 in het volscische land
Pomptina rondom Antium en Publilia (Poplilia),--in 332 in Noord-Latium
Maecia en Scaptia,--in 318 Falerna (in den ager Falernus in Campania)
en Ufentina aan den Ufens in Latium,--in 299 Aniensis, rondom Tibur en
Praeneste, en Terentina, ook in het aequisch gebied, in 241 Velina
in het sabijnsche land om Reate, en als 35ste Quirina om Cures,
v. s. echter zonder afgebakende grens, als algemeene tribus met het
oog op latere inlijvingen. Bij deze 35 is het gebleven. Toen na den
marsischen oorlog Italia het burgerrecht kreeg, werden de nieuwe
burgers oorspronkelijk bij 8 der bestaande tribus ingedeeld. Zoo
behoorden de steden Hadria, Neapolis en Brundisium tot de tribus
Maecia, die haren naam droeg naar het vlek Maecium bij Lanuvium. Reeds
in 87 (z. Corneliae leges van L. Cornelius Cinna) werden echter de
nieuwe burgers over alle tribus verdeeld. De tribus rusticae stonden
meer in eere dan de urbanae; vrijgelatenen werden dan ook gewoonlijk
alleen in de laatste ingeschreven. Om stemrecht te hebben moest men
in eene tribus ingeschreven zijn (zie aerarii), ook om eene tessera
frumentaria te bekomen (zie annona).
Tributum, 1) de belasting, volgens het belastbaar vermogen (ex censu)
door rom. burgers te betalen, wanneer de staat geld noodig had,
b.v. tot het voeren van een oorlog, en die teruggegeven werd, wanneer
de middelen daartoe aanwezig waren, b.v. uit de oorlogsschatting
van overwonnen vijanden. Deze belasting werd oorspronkelijk slechts
geheven van res mancipi (z. a.), totdat Appius Claudius (Claudii
no. 5) als censor het geheele vermogen tot grondslag voor de belasting
aannam. Het tributum simplex was 1 per mille, duplex 2 p. m.; het
hoogst bekende is triplex. Sedert de verovering van Macedonia in
167 werd het tributum tijdens de republiek niet meer uitgeschreven;
slechts éénmaal komt het vóór, tijdens het consulaat van Hirtius en
Pausa, in 43. Een paar malen wordt er, in tijden van grooten nood,
van een tributum temerarium gesproken, waarbij ieder inbrengt, wat
hij te missen heeft.--2) de directe belasting in de provinciën Asia
(van de lex Sempronia tot Caesar) en Sicilia, een soort grondbelasting,
tributum soli of agri. Ook het stipendium der andere provincies wordt
wel eens tributum genoemd.
Tricaranum, Trikaranon, drietoppige berg met kasteel op de grenzen
van Argolis en Phliasia, een twistappel tusschen beide staten.
Tricasses, volk in Gallia Transalpina aan de Sequana (Seine) en den
Matrona (Marne) met de stad Augustobona (Troyes).
Tricastini, volk in Gallia Narbonensis aan den Isara (Isère). Stad:
Augusta Tricastinorum.
Tricca, Trikka, stadje in het thessalische gewest Hestiaeotis,
met een zeer beroemden tempel van Asclepius, aan den voet van den
Pindus. Thans Trikkala.
Trichonium, Trichonion, vlek in Aetolia ten Z. van het meer Trichonis,
Trichonis limne.
Tricesima, zie Castra.
Tricipitinus, familien. in de gens Lucretia (Lucretii no. 1-3).
medius lectus.
+-------------+-------------+-------------+
| imus locus | medius | summus |
|(consularis).| locus. | locus. |
| | | (Servilius |
| (Maecenas). | (Vibidius). | Balatro). |
| | | |
+-------------+-------------+-------------+-------------+-------------+
|summus. | 1 2 3 | |
|(Nomentanus, | +-----------------------------+ | imus. | s
i |anders | 7 | | 6 | | u
m |de gastheer).| | | | (Varius). | m
u | | | | | | m
s +-------------+ | | +-------------+ u
| medius. | | | | medius. | s
l | | 8 | | 5 | |
e |(Nasidienus).| | Mensa. | | (Viscus | l
c | | | | | Thurinus). | e
t +-------------+ | | +-------------+ c
u | imus. | | | | summus. | t
s | | | | | | u
. | (Porcius). | 9 | | 4 | (Fundanius).| s
| | | | | | .
+-------------+ +-----------------------------+ +-------------+
Triclinium.
Triclinium, eene tafel om te eten, met drie aanligsofa's, ook wel het
eetvertrek zelf. Op elke sofa behoorden, althans wanneer men gasten
had, niet meer dan drie personen aan te liggen. De dischgenooten lagen
met den linkerarm op kussens gesteund. De drie sofa's of lecti werden
summus, medius en imus geheeten, terwijl men ook op iederen lectus
een locus summus, medius en imus onderscheidde. Aan de linkerzijde
(het boveneind) van elken lectus was somtijds eene leuning om dáár het
afschuiven der kussens te voorkomen. De eereplaats was het benedeneinde
(locus imus) van den lectus medius, deze plaats werd ook locus
consularis geheeten. Op de beide andere lecti was de locus summus
de eerste plaats. De plaats van den gastheer was de locus summus op
den lectus imus, in de onmiddellijke nabijheid van den voornaamsten
gast. De cijfers op nevenstaande teekening wijzen de volgorde der
plaatsen aan; tevens is de plaatsing der gasten bij den maaltijd
van Nasidienus aangegeven (Hor. Sat. II 8), waarbij Nomentanus
op verzoek van den gastheer diens plaats heeft ingenomen. Of de
lecti nu evenwel juist zoo geplaatst waren, is eene andere vraag,
daar de dischgenooten in de schuinte aanlagen. Te Pompeii heeft men
afbeeldingen en gemetselde onderstellen gevonden, waardoor de volgende
plaatsing aangewezen wordt. Het in gebruik komen van ronde tafels
voerde tot den doorloopenden lectus, in den vorm van een hoefijzer,
sigma geheeten (z. a.).
+===================+ +=========-+
| | | |
| Medius. | | |
| | | |
+===================+ | |
| Summus. |
+=======+ +========+ | |
| | | | | |
| | | Mensa. | | |
| | | | | |
| Imus. | +========+ +=========-+
| |
| |
| |
+=======+
Triclinium.
Tricorii, volksstam in Gallia Narbonensis aan den voet der Alpen.
Tricostus, familienaam in de gens Verginia (Verginii no. 1-4).
Tridentum, tgw. Trente, aan den Athesis (Adige, Etsch), oorspronkelijk
een raetische stad, kwam later aan de keltische Cenomani. De bevolking
is raetisch gebleven. In 24 werd het door de Romeinen bezet. De
bewoners der omstreken heeten Tridentini.
Triens, als munt en als gewicht = 4 unciae = 1/3 as.
Trierarchia, trierarchia, de kostbaarste van alle liturgieën, was
de verplichting om een door den staat aangewezen oorlogsschip van
tuig te voorzien, een jaar lang te onderhouden en de bemanning te
werven. De triërarch voerde gewoonlijk het bevel over het door hem
uitgeruste schip en moest ook zorgen voor de uitbetaling der soldij
en de verdeeling der levensmiddelen, die door den staat verstrekt
werden. De kosten beliepen soms een talent. Zie verder symmoriai.
Trieteris, trieteris, de helft eener pentaëteris, het vierde deel
eener ennaëteris.
Trifanum, vlek in de buurt van Sinuessa, waar in 340 de tegen Rome
verbonden Latijnen door den consul T. Manlius Torquatus Imperiosus
(Manlii no. 10) verslagen werden.
Trifolinus ager, vruchtbare landstreek in Campania, rijk aan wijn.
Triginta tyranni.--1) De 30 tyrannen te Athene, zie triakonta.--2)
Naar het voorbeeld van Trebellius Pollio worden de verschillende
pretendenten naar de rom. keizerskroon, die onder en na het bewind
van den zwakken Gallienus allerwege opdoken, ook met den naam van
30 tyrannen bestempeld. Trebellius Pollio heeft er 32 opgenoemd,
waaronder twee vrouwen, Zenobia en Victoria. Verschillende echter
kunnen niet eens keizers genoemd worden.
Trilogia, trilogia, z. tetralogia.
Trimerus, Trimetus, het grootste der Diomedeae insulae, z. a.
Trinacria, Trinacris, Trinakria, Trinakris = Sicilia.
Trinobantes, volksstam in Britannia, ten N. van den Theemsmond,
die zich vrijwillig aan Caesar onderwierp. Hoofdstad: Camalodunum
(Colchester).
Trinundinum of Trinum nundinum, een termijn van drie nundina
of weken van 8 dagen, dus 24 dagen (v. a. een tijd, waarin drie
nundinae (marktdagen) vallen, dus van 17-23 dagen), die voor het
samenroepen der comitia moest in acht genomen worden. Werd de
vergadering bijeengeroepen om te stemmen over een wetsvoorstel,
dan werd dit wetsvoorstel tegelijkertijd bekend gemaakt (promulgatio
rogationis). Zie Caecilia Didia (lex).
Triobolon, z. dikastikon.
Triocala, Triokala, sterke bergvesting in W. Sicilia aan de rivier
de Triocala, die ten W. van Heraclea Minoa in zee valt.
Triones (Septem), ook Septentrio, eig. de zeven ploegossen, z. Arctus.
Triopas, Triopas, Triops, koning van Thessalië, die naar Carië
verhuisde en daar Cnidus stichtte. Hij liet een heilig woud van
Demeter omhakken om op de plaats een paleis te bouwen. Tot straf werd
hij door een slang gedood en met de slang als Ophiuchus (z. a.) onder
de sterren geplaatst. Hij was de vader van Erysichthon no. 2.
Triopium, Triopion, kaap in Caria op de Chersonesus Cnidia; hier
werden wedstrijden gehouden ter eere van Apollo Triopius. Zie Cnidus.
Triphylia, Triphylia, Z. gedeelte van Elis (z. a.).