zoon van Ardasches of Artaxias, breidde het rijk naar verschillende
kanten uit, en veroverde o. a. in 83 het syrische rijk, na den dood
van Antiochus XII. Hij stichtte eene reusachtige nieuwe hoofdstad
Tigranocerta (z. a.). De eisch, hem door de rom. gedaan, dat hij hun
zijn schoonvader Mithradates VI van Pontus zou uitleveren, prikkelde
hem om diens partij te kiezen. Zoo wikkelde hij zich in een oorlog
met Rome en zag zich door Lucullus bijna uit zijn rijk verdreven
(68). Wel schonk de muiterij in diens leger hem eenige verademing,
doch Pompeius noodzaakte hem in 66 den vrede te koopen tegen afstand
van de meeste veroverde gewesten, zoodat T. slechts Armenië en het
op de Parthen vermeesterde Gordyene behield. Hiermede was de macht
van het armenische rijk gebroken, het werd beurtelings een speelbal
van Rome en van Parthië.--2) derde zoon van no. 1, kwam tegen zijn
vader in verzet en zocht hulp bij Pompeius, die hem echter met vrouw
en dochter gevangen naar Rome voerde en daar zijn zegetocht liet
opluisteren. Met hulp van den tribuun P. Clodius (Claudii no. 17)
ontsnapte hij in 58 uit de hechtenis.--3) T. III, zoon van Artavasdes
I, werd in 20 door Augustus op den troon van Armenia geplaatst, na
den dood van zijn anderen broeder Ardasches of Artaxias, die door de
Parthen tot koning van Armenië verheven was. Na den dood van dezen
Tigranes plaatsten de Armeniërs op eigen gezag zijn zoon T. IV en zijne
dochter Erato op den troon, doch Augustus nam hiermede geen genoegen
en wilde hem door Tiberius laten afzetten (6), maar doordat Tiberius
zich in dien tijd naar Rhodus terug trok, bleef de zaak slepen,
en eerst in 1 liet Augustus door middel van C. Caesar zijn invloed
gelden. Armenië wierp zich in de armen van Parthië, doch Arsaces XVI
Phraataces waagde geen ernstigen strijd met Rome. Inmiddels kwam
Tigranes IV in een veete om.--4) er regeerden vervolgens nog vier
koningen van dezen naam over Armenia, afgewisseld door andere. T. V,
door Nero op den troon gezet (60 na C.), werd verdrongen door den
Parth Tiridates (z. a.) in 63. Hiermede kwam Armenië aan de Arsaciden,
en deze overleefden hier de parthische.
Tigranocerta, ta Tigranokerta = Tigranes-stad, door Tigranes
(96-56) van Armenia als nieuwe, reusachtige residentie gesticht en
met de inwoners van veroverde cappadocische en cilicische steden
bevolkt. Zij lag in het distrikt Arzanene of in Zabdicene nabij
de rivier Nicephorius ten Z. van den mons Masius. Nog was zij niet
voltooid, toen Lucullus er een gedeelte van verwoestte (69). Later
diende zij den Rom. als grensvesting tegen de Parthen, doch sedert
de 3de eeuw na C. komt de naam niet meer voor.
Tigris, Tigres of Tigris = pijl, aldus genoemd om zijne stroomsnelheid,
thans nog onder denzelfden naam bekend, ontspringt in Armenia uit
verschillende bronnen. De beide hoofdarmen, waarvan de oostelijke een
gedeeltelijk onderaardschen loop heeft, vereenigen zich eenige uren
boven de grens van Mesopotamia. Vervolgens loopt hij als oostelijke
grensrivier van Mesopotamia en Babylonia naar de perzische golf. Zijne
monden vereenigen zich met die van den Euphraat. Hunne delta schijnt
echter aan wisselingen onderhevig te zijn geweest, want over hunne
samenvloeiing en over de vraag, wat eigenlijk de hoofdstroom is,
waren de ouden het niet eens. De Tigris neemt door zijrivieren tot
aan zijn mond in breedte toe; de Euphraat mist zulk een toevoer en
verliest door verdamping en aftapping zooveel water, dat hij van den
Chaboras tot aan Babylon 1/4 van zijn breedte verliest.
Tigurini, zie Helvetii. Hun hoofdstad heette Aventicum.
Tillii. 1) L. Tillius Cimber was een der moordenaars van Caesar
en gaf het sein tot den aanval door Caesar de toga open te rukken,
toen hij een weigerend antwoord op een verzoek om genade voor zijn
broeder ontving. Later bestuurde hij Bithynia en streed vervolgens
als admiraal onder Brutus en Cassius.--2) Tillius, tribuun en senator,
door Horatius gehekeld wegens gemis aan beschaving.
Tilphossium, Tilphusium, Tilphossion, Tilphousion, berg en stad in
Boeotia, met de aan Apollo geheiligde bron Tilphossa (Tilphusa) en
een grafteeken van Tiresias. Zij lag ten Z. van het Copaïsche meer
tusschen Coronea en Haliartus.
Timaeus, Timaios, 1) van Locri, pythagoreïsch wijsgeer. Plato genoot
eenigen tijd van hem onderwijs en noemde een zijner dialogen naar
hem. Een nog bestaand werkje peri psychas kosmo werd vroeger ten
onrechte aan hem toegeschreven.--2) van Tauromenium, geb. 352, werd
door Agathocles uit Sicilië verdreven (317), leefde 50 jaar te Athene
en kwam toen naar Sicilië terug, waar hij in 256 stierf. Gedurende
zijne ballingschap hield hij zich met de studie der geschiedenis bezig
en schreef hij o. a. een groot werk over de geschiedenis van Sicilië
van de vroegste tijden tot 264. Dit werk, dat thans nog slechts uit
enkele fragmenten bekend is, was met veel zorg naar de beste bronnen
bewerkt, maar de overmatig scherpe kritiek, waaraan de schrijver
zoowel oudere schrijvers als historische personen onderwerpt, was de
oorzaak dat het door de ouden, vooral door Polybius, zeer ongunstig
beoordeeld werd, en den schrijver de bijnaam van epitimaios (vitter)
werd gegeven.--3) platonisch wijsgeer uit de 3de eeuw na C., schrijver
van een woordenboek op de werken van Plato, waarvan een gedeelte
bewaard gebleven is.
Timagenes, Timagenes, van Alexandrië, slaaf van Faustus Sulla, gaf
later te Rome met grooten bijval onderwijs in rhetorica. Door zijne
kwaadsprekendheid zag hij zich ten slotte genoodzaakt de stad te
verlaten en trok zich terug naar Tusculum. Zijne talrijke geschriften
waren grootendeels van geschiedkundigen inhoud.
Timagoras, Timagoras, Athener, werd als gezant naar Artaxerxes
gezonden, bij wien hij ook Pelopidas ontmoette. Daar hij meer in het
belang van dezen dan van Athene werkte, werd hij bij zijne terugkomst
aangeklaagd en ter dood veroordeeld.
Timandra, Timandra, dochter van Tyndareüs, gemalin van Echemus. Bij
Phyleus werd zij moeder van Euander. V. s. waren door hare bemoeiingen
de Heracliden uit de Peloponnesus verdreven en had zij Hyllus gedood.
Timanthes, Timanthes, van Sicyon, beroemd schilder, tijdgenoot
van Zeuxis en Parrhasius. Vooral zijn offerdood van Iphigenia werd
geprezen.
Timarchus, Timarchos, Athener, die met Demosthenes eene graphe
parapresbeias tegen Aeschines (z. a.) indiende. Voordat de zaak echter
in behandeling kwam, klaagde Aeschines hem aan wegens zijn onzedelijk
leven, ten gevolge waarvan Tim. van zijn burgerrecht beroofd werd
en niet meer als aanklager konde optreden. V. a. hing hij zich op,
voordat het proces tegen hem afgeloopen was.
Timavus, korte doch onstuimige bergstroom van Istria, die na een
onderaardschen loop dicht bij de kust weder te voorschijn komt en
zich met kracht in de golf van Tergeste (Triëste) werpt. Oudtijds
hield men deze rivier voor de bron der Adriatische zee.
Timema, 1) het vermogen van een atheensch burger, zooals het ten
behoeve der klassenindeeling van Solon geschat werd; ook de klasse,
waartoe hij ingevolge die schatting behoort.--2) het voor de eisphora
belastbare gedeelte van het vermogen, dat voor de verschillende
klassen verschillend was. Van burgers der eerste klasse was het
geheele vermogen belastbaar, van die der tweede 5/6, van die der
derde 5/9, theten waren vrij van het betalen der eisphora.--3) de
door den aanklager geëischte straf, ook de opgelegde straf zelve,
wanneer deze in geldboete bestaat. Tegen den eisch van den aanklager
kon de aangeklaagde, wanneer hij schuldig bevonden was, voorstellen
dat hem een andere straf zou opgelegd worden (antitimasthai). De
rechters konden geen andere straf opleggen, dan die door eischer of
aangeklaagde voorgesteld was.
Timocles, Timokles, verdienstelijk attisch blijspeldichter uit het
overgangstijdperk, tijdgenoot van Demosthenes.
Timocrates, Timokrates, z. Tithraustes.
Timocreon, Timokreon, van Ialysus, lyrisch dichter en athleet,
vroeger gastvriend van Themistocles, dien hij echter later in zijne
gedichten met bitteren spot vervolgde. Ook met Simonides van Ceos was
hij in vijandschap en beiden uitten hunne gezindheid tegen elkander
in bijtende satiren. Verdacht van heulen met de Perzen, werd hij uit
zijne vaderstad verbannen; v. s. ging hij naar Perzië, waar hij aan
het hof gastvrij ontvangen werd.
Timolaus, Timolaos, hoofd der volkspartij te Corinthe, een der
voornaamste bewerkers van den corinthischen oorlog.
Timoleon, Timoleon, een edel Corinthiër, was uit liefde voor de
vrijheid behulpzaam bij het dooden van zijn broeder Timophanes, die
zich door huurtroepen van de alleenheerschappij had meester gemaakt
(365/364). Daar deze daad door vele zijner medeburgers afgekeurd werd,
en zijn moeder een volkomen afkeer van hem gekregen had, leefde hij
vele jaren in afzondering, totdat de Syracusanen, wier staat door
voortdurende burgeroorlogen met volkomen ondergang bedreigd werd,
te Corinthe om hulp kwamen vragen (345). Met een klein leger niet
zonder gevaar naar Sicilië overgestoken, landde hij bij Tauromenium
en won hij bij Adranum een slag tegen Hicetas; daarna bezette hij
een deel van Syracuse en verjoeg hij achtereenvolgens de Carthagers
uit de haven, Dionysius uit Ortygia en Hicetas uit Achradina. Wel
keerden de Carthagers met een leger van 80000 man terug, maar in den
slag bij de rivier Crimisus leden zij een volkomen nederlaag (339),
zoodat zij gedwongen waren een vrede te sluiten, waarbij de rivier
Halycus als grensscheiding werd aangenomen. Tim. regelde daarna
de inwendige toestanden te Syracuse en vernietigde alle sporen der
tyrannie, duizenden Corinthiërs kwamen op zijne uitnoodiging zich
op Sicilië vestigen en kregen er grondbezit, de wetten werden in
democratischen geest herzien, ook uit vele andere steden werden
de tyrannen verdreven en de vreemde huurtroepen afgedankt, en
allerwege heerschte op het eiland een lang niet gekende rust en
vrede. Rechtvaardig en bescheiden, in weerwil van den overwegenden
invloed, dien hij als bevrijder en weldoener van den staat genoot,
leefde hij, nadat hij zijn ambt had neergelegd (337), nog eenigen tijd
als ambteloos burger, algemeen bemind en geëerd te Syracuse. Daar
werd op zijn graf een gedenkteeken, het Timoleonteum, opgericht en
werden hem jaarlijks lijkoffers gebracht.
Timolus = Tmolus.
Timomachus, Timomachos, 1) atheensch veldheer, die in 367 Epaminondas
moest beletten over den Isthmus te trekken en in 361 de opdracht
kreeg, met een vloot de thracische kusten te verdedigen; beide keeren
kweet hij zich zoo slecht van zijn taak, dat hij ten laatste ter dood
veroordeeld werd.--2) van Byzantium, beroemd schilder in de eerste
eeuw. Twee van zijn beroemdste schilderijen, de Medea en de razende
Ajax, werden door Caesar naar Rome gebracht.
Timon, Timon, 1) Athener, een welgesteld en beschaafd man, die ten
tijde van den peloponnesischen oorlog leefde en zich ten gevolge
van bittere ervaringen uit de maatschappij terugtrok, vanwaar hij
den naam van menschenhater (misanthropos) kreeg.--2) van Phlius,
geb. 320, sceptisch wijsgeer, leerling van Stilpo en Pyrrho, gaf in
verschillende steden onderwijs in de welsprekendheid en stierf te
Athene, 90 jaar oud. Van zijne zeer talrijke werken waren het meest
beroemd zijn spotdichten (silloi) in hexameters, waarin verschillende
wijsgeeren en wijsgeerige stelsels geparodiëerd werden.
Timophanes, Timophanes, z. Timoleon.
Timotheüs, Timotheos, 1) Athener, zoon van Conon. Hij kwam met zijn
vader in 393 naar Athene terug, en onderscheidde zich sedert het
begin van den thebaanschen oorlog als veldheer en staatsman door
dapperheid en bekwaamheid. In 375 veroverde hij Corcyra, waarbij hij
zich door zachtheid en gematigdheid roem verwierf, en behaalde hij
nog verscheiden overwinningen in de Ionische zee, waarna een vrede
tot stand kwam, die echter spoedig weder verbroken werd. Toen in 373
Corcyra door Mnasippus belegerd werd, werd aan T. weder opgedragen
de belegerden te gaan ontzetten; daar hij echter den geschikten tijd
verzuimde, werd het opperbevel hem ontnomen en aan Iphicrates gegeven,
zelfs werd hij deswege gerechtelijk vervolgd, maar vrijgesproken. Nadat
hij eenigen tijd in perzischen dienst tegen Aegypte gestreden
had, keerde hij naar Athene terug, en door een aantal gelukkige
ondernemingen in de Aegaeïsche zee en aan den Hellespont bevestigde
hij de atheensche macht ter zee. Ten slotte in den bondgenootenoorlog
door Chares (z. a.) van verraad beschuldigd, werd hij teruggeroepen
en tot een boete van 100 talenten veroordeeld (354), waarop hij zich
naar Chalcis begaf, waar hij kort daarna stierf. Na zijn dood werd de
boete tot 10 talenten verminderd, en aan zijn zoon Conon toegestaan,
deze som tot verbetering der muren te besteden.--2) van Miletus,
beroemd toonkunstenaar en dithyrambendichter, gestorven in 357,
die het aantal snaren van de citer van 7 tot 11 (v. a. van 8 tot 9)
vermeerderde. Een van zijne dithyramben is eenige jaren geleden in
Egypte gevonden.--3) een van de beeldhouwers, die aan de versiering
van het Mausoleum werkten.--4) Athener uit het geslacht der Eumolpiden,
door Ptolemaeus I naar Alexandrië geroepen om de eleusinische mysteriën
daarheen over te brengen.
Timouchoi, titel der 600 leden van den raad van Massilia.
Tingis, Tingis, thans Tanger, oud-phoenicische stad in Afrika aan
het fretum Gaditanum (straat v. Gibraltar), door Augustus tot een
vrije stad gemaakt, door Claudius tot rom. kolonie en tot hoofdstad
der provincie Mauretania Tingitana verheven.
Tingitana, zie Mauretania.
Tipasa, Tipasa, stad op de grenzen van Africa vetus en Numidia,
in het binnenland ten Z. van Hippo Regius gelegen.
Tipha, Tipha, zie Siphae.
Tiphys, Tiphys, de stuurman der Argonauten.
Tiresias, Teiresias, zoon van Eueres en Chariclo, uit het geslacht
der Sparti, beroemd waarzegger te Thebe. Hij komt vooral voor in
de sage van Oedipus en zijne zonen, maar was toen reeds zeer oud,
zelfs zeide men dat hij reeds ten tijde van Cadmus geleefd had. Hij
had namelijk eens, als scheidsrechter bij een twist tusschen Zeus en
Hera ingeroepen, Hera in het ongelijk gesteld, waarvoor zij hem met
blindheid strafte, maar Zeus gaf hem ter vergoeding een buitengewoon
lang leven en de gave der voorspelling.--V. a. was zijne blindheid
door Athena veroorzaakt, die hij in het bad bespied zou hebben, op
de beden zijner moeder stelde zij hem echter later schadeloos door
hem de gave te verleenen de stem der vogels te verstaan, en hem een
stok te geven, waarmede hij even zeker kon gaan als een ziende. Ook
werd verteld dat hij op zijn zevende jaar de geheimen der goden aan
de menschen geopenbaard had, en daarvoor met het verlies van zijn
gezicht gestraft was.--T. bracht in de geschiedenis van Oedipus de
waarheid aan den dag, gaf door zijne voorspellingen aanleiding tot
de zelfopoffering van Menoeceus (z. a.), en gaf bij den oorlog der
Epigonen aan de Thebanen den raad de stad te verlaten. Hijzelf werd
met zijne dochter Manto door de overwinnaars gevangen genomen en naar
Delphi gezonden, maar op weg stierf hij bij de bron Tilphusa, waar men
nog laat zijn graf toonde; te Thebe had hij een cenotaphium. T. is
de eenige, die ook na den dood zijn verstand behield en de toekomst
voorspellen konde. Te Orchomenus had hij in oude tijden een beroemd
orakel, dat echter eens na een pest plotseling verstomde.
Tiribazus, Tiribazos, satraap van Artaxerxes II in Armenië, later
opperbevelhebber van het perzische leger in Klein-Azië, in welke
hoedanigheid hij de Spartanen begunstigde en veel bijdroeg tot het
tot stand komen van den vrede van Antalcidas. Daarna voerde hij
het bevel over eene vloot, die tegen Euagoras oorlog voerde (386);
door zijn ambtgenoot verdacht gemaakt, werd hij gevangen genomen,
maar met glans vrijgesproken en weder naar Cyprus gezonden, waar
hij evenwel niets konde uitrichten. Toen Artaxerxes, die beloofd
had hem zijne dochter tot vrouw te geven, die belofte niet hield,
nam T. deel aan de samenzwering van Darius (z. Artaxerxes II), en
toen deze ontdekt was, werd hij ter dood gebracht.
Tiridates, Tiridates, parthische en armenische koningsnaam. 1)
Arsaces II Tiridates (248-211) breidde het door zijn broeder Arsaces I
gestichte staatje uit en werd de grondlegger der parthische macht. Zie
Arsaces.--2) Tiridates, een Parth, trad als mededinger op van den
ontaarden koning Arsaces XV Phraates IV, den moordenaar van zijn eigen
vader Arsaces XIV Orodes I. Tiridates werd tot koning uitgeroepen (±
34), doch met scythische hulp door Phraates weder verdreven, waarop
Tir. hulp zocht bij Augustus (26). Er kwam echter een vergelijk
tot stand, waarbij Phr. de kroon behield.--3) Tiridates, broeder van
Arsaces XXIII (of XXIV) Vologeses I, werd door dezen met het veroverde
Armenië begiftigd, doch de Rom. kwamen tusschenbeide, Vologeses werd
verslagen, en Tir. kreeg Armenië wel, maar als rom. vasal uit de hand
van Nero (66 na C.).--Er zijn nog meer armenische vorsten van dezen
naam geweest, waaronder Tir. III of de Groote, die omstreeks 300 het
christendom in zijn rijk invoerde.
Tiro (M. Tullius), vrijgelaten slaaf van Cicero (de vrijlating
had plaats in 53), een uitstekend en bekwaam man, die dan ook een
vertrouwd vriend van zijn vroegeren meester werd, dien hij altijd
als een vader bleef eeren en liefhebben. Hij bezorgde na Cicero's
dood o. a. de uitgaaf van diens brieven. Zelf schreef hij ook over
verschillende onderwerpen. Hij verbeterde de stenografische teekenen
en afkortingen, die de rom. snelschrijvers gewoon waren te bezigen,
en die naar hem notae Tironianae worden geheeten.
Tirocinium fori, de intrede in de wereld van jongelingen omstreeks
hun 17de jaar op het feest der Liberalia (z. a.).
Tiryns (gen. -this), Tiryns, oude stad met cyclopische muren in Argos,
eens de zetel van Proetus en van Perseus. Kort voor den perzischen
oorlog hadden de Argiven bij Tiryns door de Spartanen eene bloedige
en zware nederlaag geleden, waarvan het gevolg was, dat de Gymnesii of
argivische heloten zich van het bestuur te Argos meester maakten. Toen
echter de zonen der gesneuvelden mannen waren geworden, joegen zij de
Gymnesii uit de stad Argos. Deze vermeesterden nu Tiryns, doch werden
ook hier door de Argiven vervolgd en bestormd, bij welke gelegenheid
T. verwoest werd (± 465). Het lag van Argos Z.O.waarts.
Tisaeus mons, Tisaion oros, hooge berg in het thessalische landschap
Magnesia, die den zuidrand der golf van Pagasae vormt.
Tisamenus, Tisamenos, 1) zoon van Orestes en Hermione, koning der
Achaeërs, viel in den strijd tegen de Heracliden.--V. a. had hij na de
overwinning der Doriërs zijn volk naar Aegialea gevoerd en was hij daar
in een strijd tegen de Ioniërs gesneuveld. Zijn gebeente werd later
op bevel van een orakel naar Sparta gebracht.--2) een waarzegger uit
Elis, de eenige vreemdeling die te Sparta het burgerrecht kreeg. Hem
was namelijk voorspeld, dat hij vijf overwinningen zoude behalen,
en daar hij nu bij de wedspelen telkens verslagen werd, begreep
men, dat hier andere overwinningen bedoeld werden. Daarom namen de
Spartanen hem bij den inval van Xerxes als burger op, en inderdaad
was hij in hun leger bij de overwinning van Plataeae en nog bij vier
andere gevechten, waarin zij overwinnaars bleven.
Tisia of Tisianus, de Theiss, zijrivier van de Donau. Bij latere
schrijvers is de naam Parthiscus.
Tisias, Tisias, van Syracuse, leerling van Corax, leeraar der
welsprekendheid en schrijver van een werk daarover, gaf onderwijs
te Syracuse, Thurii en Athene. Gorgias, Lysias en Isocrates worden
zijne leerlingen genoemd.
Tisiphone, Tisiphone, 1) eene van de Erinyes.--2) dochter van Alcmaeon
(z. a.) en Manto.
Tissaphernes, Tissaphernes, satraap van Lydië onder Darius II
en Artaxerxes II. In den peloponnesischen oorlog sloot hij door
bemiddeling van Alcibiades een verbond met de Spartanen, zonder dat
hij echter veel meer voor hen deed dan hulp beloven; zelfs knoopte
hij in 411 onderhandelingen met de Atheners aan, die echter zonder
gevolg bleven. Tegen Cyrus, zijn vijand, bracht hij verscheiden malen
beschuldigingen bij het hof in, waaraan echter door den invloed van
Parysatis weinig of geen gehoor gegeven werd. In den slag bij Cunaxa
was hij een van de veldheeren bij het koninklijke leger, na den dood
van Cyrus bood hij den Grieken zijn geleide aan op den terugtocht,
maar nam vijf van hunne aanvoerders, die hij in zijn tent gelokt had,
verraderlijk gevangen. Voor deze diensten werd de satrapie van Cyrus
bij zijn gebied gevoegd, maar toen hij ook de ionische steden trachtte
te onderwerpen, zonden de Spartanen een leger naar Azië om dit te
beletten (396), z. Agesilaus no. 1. Door list en onderhandelingen hield
T. zich nog eenigen tijd staande, toen echter Agesilaus de overwinning
aan den Pactolus behaald had, werd hij afgezet en onthoofd (395).
Titanes, Titanes, de 6 zonen en 6 dochters van Uranus en Gaea: Oceanus,
Coeus, Crius, Hyperion, Iapetus, Cronus, Thea, Rhea, Themis, Mnemosyne,
Phoebe, Tethys. Onder aanvoering van hun jongsten broeder, Cronus
(z. a.), beroofden zij Uranus van de wereldheerschappij en toen later
Zeus op zijn beurt Cronus van den troon trachtte te stooten, wilden de
Titanen dit beletten, en er ontstond een vreeselijke oorlog, dien zij
van den Othrys, Zeus met de zijnen van den Olympus voerden. De strijd
eindigde met de overwinning van Zeus, doch eerst nadat hij de Centimani
uit den Tartarus verlost en tot zijn hulp opgeroepen had. De Titanen,
die zich niet tegen Zeus verzet hadden, behielden hunne waardigheden,
de andere werden in den Tartarus geworpen, maar na verloop van
tijd, toen de nieuwe wereldorde op vaste grondslagen gebouwd was,
weder verlost, waarop zij zich met Zeus verzoenden.--Men meent in de
Titanen eene personificatie van ruwe natuurkrachten te zien, terwijl
de regeering van Zeus, in tegenstelling met hen, de heerschappij van
recht en wet in de wereld voorstelt.--Ook de afstammelingen der Titanen
dragen soms denzelfden naam, in het bijzonder worden zoo genoemd
Helius, de zoon van Hyperion, en Prometheus, de zoon van Iapetus.
Titania, Titania, dochter of vrouwelijke afstammeling van een Titan,
bijv. Hecate, Leto, Circe e. a.
Titanides, Titanides, de vrouwelijke Titanen, dochters van Uranus en
Gaea (z. Titanes).
Titaresius, Titaresios, later ook Europus genoemd, zijtak van den
thessalischen Peneus, stroomt door Perrhaebia.
Tithonus, Tithonos, zoon van Laomedon. Hij was de echtgenoot van Eos,
die hem zoo innig beminde, dat zij Zeus om onsterfelijkheid voor hem
vroeg. Zeus voldeed aan haar verlangen, doch daar zij vergeten had
ook eeuwige jeugd voor hem te vragen, kromp hij van ouderdom ineen,
totdat Zeus hem uit medelijden in een krekel veranderde.
Tithorea, Tithorea, 1) de N.W. kruin van den tweetoppigen Parnassus
in Phocis. De andere top heette Lycoreus of Hyampea.--2) stad aan
den berg, zie Neon.
Tithraustes, Tithraustes, opvolger van Tissaphernes als satraap in
Klein-Azië (395). Hij sloot met Agesilaus een wapenstilstand en
zond, terwijl deze tegen Pharnabazus oorlog voerde, den Rhodiër
Timocrates met 50 talenten naar Griekenland, die met dit geld de
Thebanen, Corinthiërs en Argiven in staat stelde een oorlog tegen
Sparta te beginnen, waardoor het noodzakelijk werd Agesilaus terug
te roepen. Volgens sommige berichten was Timocrates door Pharnabazus
uitgezonden.
Titia (lex), zie tresviri no. 8 (IIIviri reipublicae constituendae).
Tities of Titienses is de naam van één der drie riddercenturiën,
(de andere heeten Ramnes en Luceres), die volgens de overlevering
door Romulus ingesteld zijn. Later heeft men ten onrechte gemeend,
dat het geheele volk in Ramnes, Tities en Luceres was ingedeeld (dit
zijn dan de 3 stamtribus), en de Tities in verband gebracht met koning
Titus Tatius (zie Tatius).
Titii (sodales), zie Sodales.
Titii. 1) Sex. Titius, volkstribuun in 99, stelde eene akkerwet
voor, die echter niet in behandeling kwam wegens den tegenstand van
den consul M. Antonius. Later werd hij wegens onwettige handelingen
veroordeeld, o. a. omdat hij in zijn huis het beeld van L. Saturninus
had (zie Appuleii no. 1). Hij noemde zichzelf Cassandra, omdat
niemand aan zijne voorspellingen geloof sloeg. Als redenaar was hij
niet onverdienstelijk.--2) C. Titius, ongeveer een tijdgenoot van
no. 1, redenaar en treurspeldichter.--3) P. Titius, volkstribuun in
43, maker van de lex Titia.--4) M. Titius, viel in 40 in handen van
Sex. Pompeius, die hem weder vrijliet. Later diende hij onder Antonius
in Azië tegen de Parthen. Toen Sex. Pompeius nu naar Azië gevlucht was,
werd Titius tegen hem afgezonden, die hem gevangen nam en te Miletus
liet ombrengen (35). Dit laatste maakte Titius algemeen veracht. Later
streed hij onder Octavianus tegen Antonius en in 31 was hij consul,
in 8 legatus van Syria.--5) Titius, een jong, veelbelovend dichter,
een vriend van Horatius, vergezelde in 20 Tiberius naar Azië.--6)
Titius Sabinus, een vriend van Germanicus, een der slachtoffers van
Seianus (28 na C.).--7) Titius Proculus, met zijn vriend C. Silius
(Silii no. 6) onder keizer Claudius ter dood gebracht (48 n. C.).--8)
Titius Iulianus, legaat in Moesia in 69 na C., dapper krijgsman.