Thebaansche oorlog, 1) de oorlog, door Adrastus (z. a.) en zijne

bondgenooten tegen Thebe gevoerd om Polynices in diens rechten te

herstellen.--2) de oorlog tusschen Thebe en Sparta, die volgde op

de verdrijving der Spartanen uit de Cadmea en de omverwerping der

oligarchische regeering te Thebe (378). In dezen oorlog, waarvan het

doel was de oppermacht van Sparta te fnuiken, werden de Thebanen in het

begin bijgestaan door de Atheners, later door de meeste peloponnesische

staten; toen het echter bleek, dat de Thebanen naar de hegemonie

streefden, koos Athene de zijde der Spartanen, en de verdeeldheden

onder de Peloponnesiërs maakten, dat het bondgenootschap met hen

weinig waarde had. Wel behaalden de Thebanen in de groote slagen

bij Leuctra (371) en Mantinea (362) schitterende overwinningen, deed

Epaminondas tweemaal (369 en 362) een tocht naar Sparta, werden de

Messeniërs in hun land teruggebracht en eene nieuwe hoofdstad Messene

gebouwd, vereenigden de Arcadiërs zich tot één staat en stichtten

zij de bondsstad Megalopolis, maar hoezeer de Spartanen door dit

alles vernederd werden, het gelukte Thebe niet zich tot den eersten

staat van Griekenland te verheffen. Na den dood van Epaminondas en

Pelopidas was er niemand om hen op te volgen, en bij den vrede (362)

werden alle grieksche staten autonoom verklaard.

Thebae, Thebai, 1) oudtijds Thebe, hoofdstad van Boeotia, aan de

rivier Ismenus en de bron Dirce, met den burcht Cadmea, volgens

de sage door Cadmus gesticht. De stad lag in eene heuvelachtige,

bronrijke en vruchtbare streek, zeer geschikt voor paardenfokkerij;

zij was ommuurd door een hoogen, zwaren muur, waarvan de steenen op de

tonen van Amphions gouden lier zichzelven hadden opeengestapeld. Zij

had zeven poorten en wordt hiernaar heptapylos genoemd. Buiten de

Electrische poort lagen de zeer heilige tempel van den ismenischen

Apollo en de tempel van Amphiaraus (z. a.). Aan den laatsten was een

droomorakel verbonden, waartoe echter den Thebanen de toegang was

ontzegd, omdat zij op de vraag, of zij den heros als waarzegger of

als strijdmakker hebben wilden, het laatste hadden verkozen. Thebae

was de geboorteplaats van Heracles, van Amphion, van Tiresias, van

Oedipus, ook Semele, de moeder van Dionysus, behoorde er te huis. Tot

den mythischen tijd behooren de oorlog der zeven vorsten tegen Thebe

(zie Adrastus) en die der Epigonen. In den perzischen oorlog gaf

Thebe zich gewillig aan Xerxes over. In den peloponnesischen krijg

koos het als bittere vijandin van Athene de partij van Sparta. De

overrompeling der Cadmea door den Spartaan Phoebidas in 383 en de

daarop gevolgde instelling eener oligarchische regeering bracht een

ommekeer te weeg, en na de bevrijding der stad in 379 was het Thebe,

dat onder de leiding van Epaminondas en Pelopidas Sparta's overmacht

gevoelig fnuikte (slagen bij Leuctra, 371, en bij Mantinea, 362). Later

liet het zich eerst door Philippus van Macedonia om den tuin leiden,

doch sloot zich op het laatste oogenblik nog bij Athene aan, hoewel

vergeefs (nederlaag bij Chaeronea, 338). Bij de troonsbeklimming

van Alexander den Gr. viel Thebe af (334); tot straf werd het door

Alex. verwoest, op de tempels en het gewezen huis van den dichter

Pindarus na. Van de 40000 inwoners werden 6000 gedood en 20000 als

slaven verkocht. Cassander liet wel in 316 de stad herbouwen, doch

zij had in 290 weder veel te lijden van Demetrius Poliorcetes en in

86 van L. Cornelius Sulla. Thans Thiva.--2) groote stad van Aegypte,

volgens Diodorus Siculus de oudste stad ter wereld, aan den Nijl,

hoofdstad van Opper-Aegypte, later Diospolis magna, Diospolis he

megale, geheeten. Het was de residentie van de aegyptische koningen

van verschillende dynastieën. Het was rijk aan grootsche en prachtige

tempels, paleizen en andere gebouwen. Boven alles muntte de tempel

van Ammon uit, van waar een weg tusschen twee rijen sphinxen, elk

van 100 stuks, naar het paleis van Amenhotep of Amenophis III (zie

Memnon no. 1) voerde. Thebae had, volgens het verhaal, 100 poorten,

en werd hekatompylos genoemd, en was 140 stadiën = 4 2/3 uur gaans in

den omtrek. Het had een drukken handel. Aan den tegenoverliggenden

rechter Nijloever lag de necropolis, waar men ook nog tempels en

paleizen aantrof. Na de plundering door Cambyses was het met Thebe's

grootsten bloei gedaan. Tusschen de puinhoopen liggen thans 4 dorpen,

Luxor en Karnak op den rechter-, Goernah en Medinet-Aboe op den

linkeroever van den Nijl.--3) stad in het thessalische landschap

Phthiotis, Thebai Phthiotides, havenstad, aan de golf van Pagasae.

Thebais, Thebaïs, 1) Boven-Aegypte, van de aethiopische grenzen (24°

N.B.) tot omstreeks 27 2/3° N.B. Het omvatte dus in lengte ongeveer

de helft van het aegyptische Nijldal.--2) het gebied der stad Thebae

in Boeotia.

Thebe, Thebe, stad in Mysia, aan den boschrijken berg Placus en daarom

hypoplakie geheeten. Andromache was hier geboren, evenals Chryseis,

die buit gemaakt werd, toen Achilles de stad verwoestte. Thebe lag

landinwaarts achter de golf van Adramyttium, waar men later nog den

Thebanus campus, to Thebes pedion, had. Zie ook Thebae no. 1.

Theches, Theches, een der toppen van den Paryadres op de

pontisch-armenische grenzen, vanwaar de 10000 Grieken onder Xenophon

het eerst de zee in het gezicht kregen.

Thelepte, stad in het binnenland van Africa vetus, in Byzacium,

ten Z. van Thala.

Thelpusa, Thelpousa = Telphusa.

Thelxion, Thelxion, zoon van koning Apis (z. a.).

Themis, Themis, dochter van Uranus en Gaea, bij Zeus moeder der Moerae

en Horae, godin van wet en orde, die zoowel op den Olympus als in

de vergaderingen der menschen recht en orde handhaaft. Zij is de

verstandige raadgeefster van Zeus, zit bij hem, wanneer hij zijne

besluiten neemt, en verkondigt zijn wil als orakelgevende godin,

vóór Apollo was zij in het bezit van het delphische orakel. Hare

beelden gelijken op die van Pallas Athena, gewoonlijk heeft zij een

horen van overvloed en een weegschaal in de handen.

Themiscyra, Themiskyra, water- en grasrijke vlakte, tot het gebied

der stad Amisus in Pontus behoorende, tusschen de rivieren Iris

en Thermodon gelegen, en als het gebied der Amazonen beschouwd. De

stad Themiscyra, aan den mond van den Thermodon, was in Augustus'

tijd reeds verdwenen.

Themiso, Themison, tyran van Eretria, tijdgenoot van Demosthenes,

ontnam den Atheners bij verrassing in vredestijd Oropus; later werd hij

door de Thebanen aangevallen, maar door de Atheners tegen hen geholpen.

Themista, Themista, uit Lampsacus, vriendin en volgelinge van

Epicurus. Leonteus no. 2.

Themistius, Themistios, van Paphlagonië, leeraar van en schrijver

over rhetorica en wijsbegeerte (ongeveer 317-390 n. C.), leefde

meestal te Constantinopel. Hij stond in hoog aanzien bij de keizers

Constantius en Iulianus en bekleedde verscheiden hooge betrekkingen;

onder Theodosius werd hij praef. urbi (384); tot zijne leerlingen

behoorde ook de latere keizer Arcadius. Van zijne werken zijn 34

redevoeringen en 4 paraphrasen op Aristoteles bewaard gebleven.

Themisto, Themisto, dochter van Hypseus. Athamas nam haar tot vrouw,

toen hij Ino verstooten had, toen hij echter later vernam, dat Ino nog

leefde, liet hij deze terughalen. Hierover vertoornd, wilde Th. Ino's

kinderen des nachts dooden en liet hen daarom in het zwart kleeden,

terwijl zij haar eigen kinderen witte kleederen aantrok, doch Ino,

die het plan bemerkt had, verwisselde heimelijk de kleederen, zoodat

Th. in het donker haar eigen kinderen om het leven bracht; toen zij

dit ontdekte, doodde zij ook zichzelve.

Themistocles, Themistokles, Athener, zoon van Neocles. In zijn

jeugd weinig geacht om zijn losbandig leven en misschien ook omdat

zijn moeder een vreemdelinge was, trad hij, toen hij begon zich aan

staatszaken te wijden, door zijne buitengemeene begaafdheden spoedig op

den voorgrond. Hij was de eerste die inzag, dat de toekomstige macht

van Athene op de zee berustte, daarom werd reeds in 493 onder zijn

archontaat met den aanleg van den Piraeus begonnen, en overreedde hij

het volk om de opbrengst van de zilvermijnen in Laurium, die vroeger

verdeeld werd, voor het bouwen eener vloot te besteden. Het verzet, dat

deze maatregelen bij de meer behoudende partij vonden, moest opgegeven

worden, toen Aristides in 483 door het ostracisme verbannen was. Bij

de nadering van Xerxes tot strateeg gekozen, deed Th. in de eerste

plaats zijn best om te zorgen, dat de verdediging door alle grieksche

staten eendrachtig volgens een vast plan en vooral op zee zou gevoerd

worden; de houten muur, die volgens het delphische orakel Athene tot

redding zou strekken, was naar zijne verklaring de vloot. Toch werd

hij gezonden om in vereeniging met een spartaansch leger de Tempepassen

te bezetten, toen de Grieken zich echter wegens de ongeschiktheid van

het terrein van hier teruggetrokken hadden, voegde hij zich met de

atheensche schepen bij de vloot, die bij Artemisium lag. In weerwil

van de verliezen, die deze vloot door een hevigen storm leed, werd

hier op aanmoediging van Th. drie dagen lang tegen de Perzen slag

geleverd, maar hoewel deze slag onbeslist bleef, moest men zich na

de nederlaag der Spartanen bij de Thermopylae terugtrekken. Bij den

terugtocht trachtte Th. nog door list de Ioniërs in het perzische leger

onschadelijk te maken. Te Athene teruggekeerd, bewerkte hij nu dat

de Atheners hun stad verlieten, hun vrouwen, kinderen en bezittingen

naar Salamis en Troezen overbrachten, en zich op de vloot bij Salamis

begaven. Toen nu Athene door de Perzen ingenomen en verbrand was,

en men op aandringen der Corinthiërs en andere Peloponnesiërs op

het punt stond de voordeelige positie bij Salamis op te geven om

zich tot de verdediging van de Peloponnesus te beperken, maakte Th.,

nadat hij zich vruchteloos met alle macht tegen dit plan verzet had,

de uitvoering er van door list onmogelijk. Hij liet namelijk Xerxes

in het geheim verwittigen, dat de Grieken op het punt waren zich

te verspreiden en dat hem daardoor de gelegenheid zou ontsnappen,

hen in één slag ten onder te brengen. Hierdoor aangemoedigd, waagde

Xerxes den aanval, de grieksche vloot werd omsingeld en tot tegenweer

genoodzaakt en won den beroemden zeeslag bij Salamis (Sept. 480). Door

nieuwe boodschappen, waarin den Grieken het plan toegedicht werd,

de brug over den Hellespont af te breken, wist Th. daarop Xerxes tot

een overhaasten terugtocht uit Europa te bewegen. Nadat hij nog de

eilanden, die met de Perzen geheuld hadden, had getuchtigd, hield hij

zich meer met binnenlandsche aangelegenheden bezig. Op zijn raad werd

Athene met muren omgeven, terwijl hij door list en met levensgevaar

den tegenstand der Spartanen tegen dezen maatregel verijdelde; ook

werd de Piraeus vergroot en versterkt. Th. was toen op het toppunt

van zijn roem, maar met het terugkeeren van rustiger tijden stak zijn

tegenpartij het hoofd weder op; vooral wegens de vijandige houding,

die hij tegen Sparta aannam, trachtte men hem onschadelijk te maken,

hij werd beschuldigd van oneerlijkheid, knevelarij en persoonlijke

eerzucht, en eindelijk bracht men het zoo ver, dat hij door het

ostracismus verbannen werd. Hij ging naar Argos, maar na eenige jaren

werd hij van medeplichtigheid aan de plannen van Pausanias beschuldigd,

waarop hij zich te Argos niet meer veilig achtte; hij vluchtte naar

Corcyra, van daar afgewezen naar Admetus, koning der Molossers,

die zorgde dat hij veilig naar Pydna kwam (± 466), van waar hij naar

Ephesus overstak. Hij wendde zich nu tot Artaxerxes, beriep zich op

zijne diensten, aan Xerxes bewezen, en beloofde hem zijne medewerking

bij de onderwerping van Griekenland; de koning overlaadde hem met

gunstbewijzen en gaf hem de steden Magnesia, Lampsacus en Myus

voor zijn levensonderhoud. Maar voordat van perzische zijde weder

iets tegen Griekenland was ondernomen, stierf Th. (omstreeks 459),

v. s. door eigen hand, omdat hij zijne beloften aan Artaxerxes niet

konde of wilde vervullen. Zijn gebeente werd door zijne vrienden

heimelijk naar Attica overgebracht en daar begraven.

Themistogenes, Themistogenes, van Syracuse, wordt door Xenophon

genoemd als de schrijver van een werk over den krijgstocht van den

jongen Cyrus en den terugtocht der 10000 Grieken. Men gelooft, dat

met dit werk de Anabasis van Xenophon zelf bedoeld is, en dat de

schrijver het uit bescheidenheid onder een vreemden naam aanhaalt.

Theoclymenus, Theoklymenos, van Hyperesia in Argolis, een waarzegger,

die wegens een moord naar Lacedaemon vluchtte, waar hij Telemachus

ontmoette. Met dezen ging hij naar Ithaca, waar hij de terugkomst

van Odysseus, enz. voorspelde.

Theocritus, Theokritos, van Syracuse (v. a. van Cos), studeerde

te Alexandrië en genoot wegens zijne geleerdheid en dichterlijk

talent hooge gunst bij Ptolemaeus Philadelphus en bij Hiero

II. Uitgaande van eenvoudige sicilische herdersliedjes, werd hij

de schepper van een nieuwe dichtsoort, de bucolische poëzie of het

herdersdicht, hij dichtte een aantal tafereelen (Eidyllia boukolika),

meest uit het leven van sicilische herders en landlieden, waarvan

ongeveer 30 bewaard gebleven zijn, die door dramatische inkleeding,

natuurlijkheid en eenvoud, door het ongekunstelde van taal en metrum

vol aantrekkelijkheid zijn. Th. stierf omstreeks 245, op den leeftijd

van 60 jaar.

Theodectes, Theodektes, van Phaselis, leerling van Isocrates, Plato en

Aristoteles, beroemd als redenaar, maar vooral als treurspeldichter. In

den tragischen wedstrijd bij de lijkfeesten van Mausolus (352)

behaalde hij den eersten prijs. Van zijne talrijke werken is bijna

niets bewaard gebleven.

Theodericus of Theodoricus, Theoderik, 1) koning der Westgothen

(418-451 na C.), die in den slag op de catalaunische velden tegen

Attila sneuvelde.--2) koning der Westgothen (452-466), zoon van no. 1,

een beschaafd vorst, begunstiger van kunst en wetenschap, door zijn

broeder Eurik omgebracht.

Theodorus, Theodoros, 1) van Samus, zoon, leerling en medewerker

van Rhoecus (z. a.), tevens beroemd goud- en zilversmid, hij

maakte o. a. den ring van Polycrates.--2) van Byzantium, rhetor en

sophist, tijdgenoot van Socrates.--3) van Cyrene, beroemd wiskundige,

leermeester van Plato.--4) ho atheos, cyrenaisch wijsgeer, die wegens

ongeloof uit Athene verbannen, naar Alexandrië bij Ptolemaeus I

ging.--5) van Gadara, een rhetor, wiens lessen Tiberius gedurende

zijn verblijf op Rhodus hoorde. Zijne leerlingen noemden zich naar

hem Theodoreioi.

Theodosia, Theodosia, bloeiende volkplanting van Miletus in de

taurische Chersonesus (Krim), thans Kaffa of Feodosia.

Theodosiopolis, Theodosioupolis, zie Resaïna.

Theodosius (Flavius), 1) Hispaniër van geboorte, werd door

keizer Valentinianus I in 367 na C. naar Britannia gezonden, dat

gedeeltelijk in opstand was. Hij versloeg de Britten, dreef de

Schotten in hun bergland terug en herstelde den wal van Agricola

of van Hadrianus. Later dempte hij nog een opstand in Africa (373),

die echter opnieuw uitbarstte, waarop Theod. hem andermaal, thans met

groote gestrengheid, onderdrukte. In 376 werd hij vermoord, op last

van keizer Gratianus, die hem haatte.--2) Theodosius I of de Groote,

rom. keizer 379-395 na C., in 346 te Cauca in Hispania geboren, zoon

van no. 1. Nog jong vergezelde hij reeds zijn vader op diens tochten

naar Britannia en Africa en leerde onder hem de krijgskunst. In 378

zond Gratianus hem naar Thracië tegen de Gothen en in 379 nam hij

hem tot medekeizer aan. Bij herhaling versloeg Theod. de Gothen. In

380, na eene ziekte, nam Theod. in zijne residentie Thessalonica het

Christendom aan. Hij kon niet verhinderen dat Gratianus in Britannia

vermoord en Maximus (z. a.) tot keizer werd uitgeroepen; hij erkende

dezen zelfs als medekeizer, doch toen Maximus aan Gratianus' zoontje

Valentinianus II Italië wilde ontnemen (387), zond Theod. den Frank

Arbogastes tegen hem af; Maximus werd verslagen en ter dood gebracht

(388). Theod. stelde nu den 17-jarigen Valentinianus II tot keizer

over het geheele Westen aan, begaf zich in 389 als diens voogd naar

Rome, waar hij het heidendom met geweld onderdrukte, en strafte in

390 met gruwzame wreedheid den moord, te Thessalonica in een oproer

op een zijner bevelhebbers gepleegd, eene daad, waarvoor bisschop

Ambrosius van Milaan den keizer den toegang tot de kerk belette en

waarover Theod. zelf groot berouw had. In 392 werd Valentinianus door

Arbogastes vermoord en Eugenius in het W. op den troon geplaatst. Met

zijne voortreffelijke veldheeren Stilicho, een Vandaal, en Gaenas,

een Goth, versloeg Th. Arbogastes en Eugenius bij Aquileia (394),

Eug. werd ter dood gebracht, Arb. sloeg de hand aan zichzelf. In 395

stierf Theod. te Milaan. Het rijk kwam nu aan zijne beide zonen,

Arcadius en Honorius, en door den twist van beider ministers,

Rufinus en Stilicho, kwam nu feitelijk een deeling van het rijk tot

stand, die op den duur den ondergang van het West-Romeinsche rijk

ten gevolge heeft gehad.--3) Theodosius II, zoon van Arcadius en

dus een kleinzoon van no. 2, volgde in 408, slechts acht jaar oud,

zijn vader op, onder regentschap van den veldheer Anthemius, die

de invallen der Hunnen afweerde. De zuster van den jongen keizer,

Pulcheria, eene vrome en geleerde vrouw, nam diens opvoeding ter

hand, zijn zwak karakter was oorzaak, dat hij feitelijk zijn leven

lang onder hare voogdij bleef. Zijne regeering werd gekenmerkt door

voortdurende godsdiensttwisten, ongelukkige oorlogen met de Vandalen

in Afrika, opstanden in Palaestina en Syrië en een zware brand te

Constantinopel. In 438 had de plechtige afkondiging plaats van den

codex Theodosianus, eene verzameling van wetten en verordeningen sedert

Constantijn den Gr. De keizer huwde in 421 met Athenais, als Christin

gedoopt met den naam Aelia Eudocia, z. Athenais no. 2; 's keizers

dochter Eudocia werd in 437 de bruid van Valentinianus III, keizer van

het W., den zoon van Constantius en Placidia. Theodosius II stierf in

450, na zich eenige jaren van te voren van zijne vrouw te hebben laten

scheiden en na in zijne laatste regeeringsjaren veel last te hebben

gehad van de invallen van Attila, den Hunnenvorst. Na zijn dood werd

Pulcheria tot keizerin uitgeroepen, die tot 454 leefde, kloosters en

kerken stichtte en haar geheele vermogen aan de armen vermaakte. In

453 huwde zij in het belang van het rijk--doch zonder de vroeger door

haar afgelegde gelofte van kuischheid te schenden--met Marcianus,

een Thraciër, die tot 457 regeerde, en een wakker en beleidvol man was.

Theodotus, Theodotos, 1) voerde voor Lysimachus het bevel over Sardes

en gaf die stad aan Seleucus over.--2) bevelhebber eener vloot van

Antigonus, verloor een zeeslag tegen Ptolemaeus I (315).--3) Aetoliër,

veldheer van Ptolemaeus in den oorlog tegen Antiochus III.--4)

leermeester van Ptolemaeus XI, gaf den raad Pompeius te vermoorden,

moest daarom voor Caesar vluchten en viel eindelijk in handen van

Brutus, die hem ter dood liet brengen (43).

Theognis, Theognis, 1) van Megara, leefde omstreeks het einde der

6de eeuw. Hij behoorde tot den rijken adel en was met hart en ziel

aristocraat; bij eene democratische omwenteling verloor hij zijne

goederen en werd hij uit zijn vaderland verdreven, waar hij eerst na

lange jaren als balling te hebben rondgezworven terugkeerde. Hij gaf

aan zijne ontevredenheid over de bestaande toestanden lucht in een

aantal elegieën, waarin hij zich dikwijls met groote bitterheid over

zijne tegenpartij beklaagt; wij bezitten daarvan nog een vrij groot

aantal uittreksels, voor het meerendeel korte staat- en zedekundige

spreuken (gnomen); vele daarvan zijn echter niet van Th., maar zijn of

omgewerkt of bij latere uitgaven toegevoegd.--2) een van de triakonta

te Athene, ook als treurspeldichter genoemd.

Theologeion, z. theatrum.

Theomestor, Theomestor, van Samus, streed in den slag bij Salamis

aan de zijde der Perzen en werd wegens zijne dapperheid door Xerxes

tot tyran over Samus aangesteld.

Theomnestus, Theomnestos, 1) van Naucratis, academisch wijsgeer, wiens

lessen M. Brutus bijwoonde (43).--2) van Sardes, maakte verscheiden

beroemde metalen beelden van athleten, jagers, enz. Hij leefde

waarschijnlijk in den hellenistischen tijd.

Theon, Theon, 1) van Samus, verdienstelijk schilder omstreeks 300.--2)

van Smyrna, wiskundige onder Hadrianus; hij schreef ook commentaren op

Plato.--3) van Alexandrië, wis- en sterrenkundige onder Theodosius I,

schrijver van verscheiden werken over wiskunde en eenige gedichten. Hij

was de vader van Hypatia.--4) Aelius Th., van Alexandrië, platonisch

wijsgeer, schrijver van verscheiden commentaren op oude schrijvers

en van een nog bestaand leerboek der rhetorica, Progymnasmata. Hij

leefde waarschijnlijk in de eerste eeuw n. C.

Theonoë, Theonoe, 1) = Idothea.--2) dochter van Thestor (z. a.).

Theophanes, Theophanes, van Mytilene, volgeling en raadsman van

Pompeius, die hem met het rom. burgerrecht begiftigde en wiens

krijgsdaden hij beschreef.

Theophrastus, Theophrastos, van Eresus, geb. 372, leerling van Plato

en later van Aristoteles. Deze laatste, die hem de voorkeur gaf

boven al zijne andere leerlingen, benoemde hem tot zijn opvolger,

tot voogd over zijn zoon en tot erfgenaam zijner bibliotheek, ook

zou hij den oorspronkelijken naam Tyrtamus in Th. veranderd hebben

wegens zijn uitmuntende voordracht. Na den dood van den meester (322)

stond Th. 35 jaar, door talrijke leerlingen bemind en bewonderd, aan

het hoofd der peripatetische school, totdat hij in den ouderdom van

85 jaar stierf. Zonder zijne zelfstandigheid op te offeren, liet hij

zijn onderwijs voornamelijk strekken tot verklaring en ontwikkeling

van het stelsel zijns leermeesters. Van zijne talrijke geschriften

bezitten wij nog 30 karakterschetsen (ethikoi charakteres) en eenige

werken over plantkunde, mineralogie, enz. (peri phyton historias,

peri aition phyton, e. a.).

Theopompus, Theopompos, 1) koning van Sparta, onder wiens regeering de

eerste messenische oorlog gevoerd werd; v. s. stelde hij het ephoraat

in.--2) van Chius, geb. omstreeks 380, verliet als knaap met zijn vader

Damasistratus, die verbannen was, zijn vaderland, kwam te Athene,

waar hij het onderwijs van Isocrates genoot, en trad in vele steden

als pleitbezorger en feestredenaar op. Bij de lijkfeesten ter eere

van Mausolus behaalde hij als redenaar den eersten prijs. Later wijdde

hij al zijn tijd en een groot deel van zijn vermogen aan de beoefening

der geschiedenis, en legde hij de vruchten van zijn onderzoek neer in

twee werken (Hellenika, Philippika), die bijna geheel verloren zijn

gegaan, zoodat wij niet in staat zijn te beoordeelen, of men hem met

recht de hardheid van zijn oordeel over personen verwijt; wel meent

men bij hem sporen te vinden van groote partijdigheid voor Alexander

d. G. Door den invloed van Alex. in zijn vaderstad teruggeroepen,

moest hij deze echter later weder verlaten, daar hij door zijn trotsche

houding zijn staatkundige tegenstanders zoozeer verbitterde, dat hij

voor de openbare rust gevaarlijk scheen (306). Hij ging naar Aegypte,

waar hij echter bij Ptolemaeus geen gunstig onthaal vond. Van zijne

verdere lotgevallen is niets bekend. Een onlangs in Egypte gevonden

fragment van een geschiedkundig werk wordt door velen aan Th., door

anderen aan Cratippus toegeschreven.--3) atheensch blijspeldichter,

jonger tijdgenoot van Aristophanes.

Theoria, een gezantschap, dat uitgezonden wordt om den staat bij

godsdienstige feesten te vertegenwoordigen, in zijn naam te offeren,

een orakel te ondervragen, enz.

Theorikon, het entréegeld in den schouwburg te Athene, ten bedrage

van 2 obolen (diobelia) per persoon. Voor de arme burgers betaalde de

staat sedert Pericles dit geld, ten minste bij de Dionysusfeesten,

later maakten ook rijkere aanspraak er op en werd het ook op andere

feesten gegeven, zoodat het theorikon een zeer drukkende last voor

den staat werd; ten slotte werden alle overschotten van den gewonen

dienst in de kas van het theor. gestort. Eerst kort voor den slag

bij Chaeronea, toen door geldgebrek de verdedigingsmiddelen geheel

verwaarloosd waren, gelukte het Demosthenes het volk te bewegen dit

geld liever voor oorlogstoerustingen te bestemmen.

Thera, Thera, vroeger Calliste geheeten, thans Santorin, een der

Sporaden, ten Z. van Naxus gelegen. Met Therasia vormt het als het ware

den wand van een ontzaggelijk kratermeer, dat met de zee in verbinding

staat. In voorhistorischen tijd is de krater tot uitbarsting gekomen,

en daarna ingezakt. In historische tijden zijn er in dit bekken

uitbarstingen geweest in 197/6 v. C. en in 46/47 n. C., misschien

ook in 66 v. C. In 197 of in 66 is het kleine eilandje Hiera, in 46

n. C. is Thia uit zee opgerezen. Cyrene in Afrika was eene kolonie

van Thera (631).

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 136 / 150 段