Telephus, Telephos, zoon van Heracles en Auge, werd na zijne geboorte

te vondeling gelegd en door herders opgevoed. Toen hij volwassen

was, ging hij op raad van het delphische orakel naar Mysië, waar

hij zijne moeder vond, met de dochter van koning Teuthras trouwde

en zijn schoonvader in de regeering opvolgde. Toen de Grieken op hun

tocht naar Troje bij vergissing een inval in Mysië deden, werden zij

door T. teruggeslagen, maar hijzelf struikelde over een wijnstok en

werd door Achilles gewond. Bij deze gelegenheid vernamen de Grieken

wie hij was, maar aan hun verzoek om mede tegen Troje op te trekken

weigerde hij te voldoen, daar hij met een dochter van Priamus,

Astyoche of Laodice, gehuwd was. De Grieken vertrokken daarop, maar

werden door een storm naar hun vaderland teruggedreven. Daar de wond

van T. niet genezen wilde, raadpleegde hij een orakel en ontving

hij tot antwoord, dat alleen degene, die de wond had toegebracht,

haar ook konde genezen. Hij begaf zich nu als bedelaar verkleed naar

Griekenland en bad Agamemnon, terwijl hij met den kleinen Orestes

in de armen als smeekeling aan den haard zat, hem te helpen. Daar

Agamemnon intusschen een orakel had gekregen, dat alleen met de

hulp van T. Troje konde genomen worden, bewerkte hij bij Achilles

dat deze aan zijne bede zoude voldoen; door een weinig roest van de

lans, waarmede de wond was toegebracht, genas zij terstond, waarop

T. den Grieken de noodige inlichtingen gaf, zonder echter zelf aan den

tocht deel te nemen.--Hij werd te Pergamus en op den berg Parthenius,

waar hij te vondeling gelegd was, als heros vereerd.

Teles, Teles, Cynicus uit het midden van de 3de eeuw.

Telesia, Telesia, stad in Samnium, ten N. W. van Beneventum. Hier

was Pontius Telesinus, de beroemde veldheer in den marsischen oorlog,

geboren.

Telesilla, Telesilla, van Argos, beroemde lierdichteres. Toen de

spartaansche koning Cleomenes een inval in Argos deed, omstreeks 510,

trok zij hem aan het hoofd der argivische vrouwen te gemoet en vuurde

zij door hare liederen de mannen tot dapperheid aan. Van hare gedichten

is zeer weinig bewaard gebleven.

Telesphorus, Telesphoros, zoon van Asclepius, een genezing aanbrengend

god, soms ook bijnaam van Asclepius.

Telestes, Telestes, 1) laatste koning van Corinthe, 758-747.--2) van

Selinus, beroemd dithyrambendichter omstreeks het midden der 4de eeuw.

Telete, ieder zoenoffer of godsdienstige handeling, die van zonde

bevrijdt, in het bizonder wordt de inwijding in mysteriën zoo genoemd

met het oog op hun van schuld reinigende kracht.

Teleutas, Teleutas, z. Teuthras.

Teleutias, Teleutias, broeder van Agesilaus, voerde met roem het bevel

over de spartaansche vloot in den corinthischen oorlog. In 382 werd

hem het opperbevel in den oorlog tegen Olynthus opgedragen, waar hij

het volgende jaar door onbezonnenheid een slag verloor en sneuvelde.

Tellenae, Tellenai, oude stad in Latium, vermoedelijk een paar uren

gaans van Rome naar den kant van Antium of van Ardea gelegen, door

Ancus Marcius verwoest.

Telliadae, Telliadai, oud beroemd geslacht van waarzeggers in Elis.

Tellias, Tellias, z. Gellias.

Tellumo, z. Tellus.

Tellus mater, bij de Rom. de godin van het bouwland, later

gelijkgesteld met de grieksche Gaea. Aan haar zijn de Fordicidia

(z. a.) gewijd. Als voortbrengster van alle voedsel is zij nauw

verwant met Ceres. Ter eere van beide godinnen te samen worden de

feriae sementivae (z. a.) gevierd. Tellus behoort oorspronkelijk ook

tot de goden van de onderwereld; onder den invloed van de grieksche

Demeter komt hiervoor later Ceres in de plaats. Nevens Tellus stond

een mannelijk wezen van geheel gelijken aard, Tellumo.

Telmessus, Telmessos = Telmissus.

Telmissis, Telmissis, kaap in Lycia, zie Telmissus no. 1.

Telmissus, Telmissos, 1) stad aan de Westkust van Lycia aan de

Telmissische golf en nabij kaap Telmissis, een uitlooper van den

Anticragus. Er zijn o. a. nog overblijfselen van een theater en

van grafkelders, in de rotsen uitgehouwen.--2) stad in Pisidia,

ook Termessus geheeten, sterke vesting, aan een bergpas in den

Taurus gelegen.

Telo Martius, havenstad in Gallia Narbonensis aan de Middellandsche

zee, thans Toulon.

Telonai, te Athene pachters der staatsinkomsten. Voor de behoorlijke

betaling der pachtsom werden borgen gesteld, bleef de betaling

niettemin achterwege, dan verloor de schuldenaar zijne burgerrechten,

ofschoon hem uitstel gegeven werd tot de 9de prytanie; had hij dan

echter nog niet betaald, dan werd de schuld verdubbeld, en indien zij

niet terstond betaald werd, werden zijne goederen verbeurd verklaard,

bovendien kon de nalatige pachter gevangen genomen worden. Deze

straffen troffen, naar het schijnt, zoowel den pachter als zijne

borgen.--Voor zaken, die veel kapitaal vereischten, vereenigden zich

dikwijls verscheiden pachters tot een vennootschap onder het bestuur

van een telonarches of archones.

Telonus, onzekere lezing voor Tolenus.

Telphusa, Telphou(s)sa, Telphou(s)sa, stad in het N.W. van Arcadia

aan den Ladon, die haren naam heeft gekregen naar een stroomnimf,

dochter van den stroomgod Ladon.

Telus, Telos, klein eiland, tot de Sporaden gerekend, halverwege

tusschen de eilanden Rhodus en Cos, met dorische bevolking.

Telys, Telys, tyran van Sybaris, toen de stad door de inwoners van

Croton verwoest werd.

Temenitis of -tes, Temenitis, -ites, bergkruin met een aan Apollo

gewijde plek of temenos, waarnaar de geheele kruin ook Temenos werd

genoemd en Apollo ook wel Temenites wordt bijgenaamd. Deze plaats

werd vervolgens onder den naam Neapolis bij Syracusae getrokken.

Temenus, Temenos, oudste zoon van Aristomachus, een van de Heracliden,

die de Peloponnesus veroverden. Bij de verdeeling van het schiereiland

kreeg hij de regeering over Argos, die zijne nakomelingen, de

Temeniden (Temenidai), bleven behouden. Hij werd door zijn eigen

zoon gedood, omdat hij zijn dochter en haar echtgenoot Deiphontes

boven hem begunstigde. Ook de koningen van Macedonië noemden zich

afstammelingen van T., zie Perdiccas no. 1.

Temesa, Temese, 1) zie Tamassus.--2) ook Tempsa, Tempsa, genoemd,

oude ausonische stad op de Westkust van Brutii, iets ten N. van Terina

en den sinus Terinaeus, sedert 194 rom. kolonie.

Temnus, Temnos, 1) stad in het aeolisch-aziatische kustland, aan

den Hermus, een eind boven de monding gelegen, onder keizer Tiberius

door eene aardbeving verwoest.--2) Temnon oros, gebergte in Mysia,

dicht bij de grenzen van Lydia.

Tempe, ta Tempe, eene meestal smalle vallei of bergkloof in het

N.O. van Thessalia, tusschen den Olympus ten N. en den Ossa ten Z.,

thans de bergpas van Lycostomo. Door dit dal stroomt de Peneus naar

zee. Voordat Poseidon door eene aardbeving dezen uitweg voor de

wateren van Thessalië opende, zou dit gewest een groot meer zijn

geweest. Xerxes beweerde dat, zoo de Thessaliërs zich niet hadden

willen onderwerpen, hij het dal Tempe slechts door een dam had

behoeven af te sluiten, om hen allen te doen verdrinken. Wegens hare

stoute en verhevene, doch tevens liefelijke en bekoorlijke natuur is

deze vallei door de ouden veelvuldig geprezen. Dichters hebben den

naam ook op andere liefelijke dalen toegepast, b.v. Heloria Tempe =

het dal van den Helorus op Sicilia, Heliconia Tempe in Boeotia, enz.

Templum, temenos, elke afgebakende en van de omringende ruimte

afgescheiden plaats. Bij de Rom. heet aldus het waarnemingsveld, dat

de augur onder het uitspreken van een zeker formulier aan den hemel met

zijn staf afbakent, zie auguria. Op aarde verstaan de Rom. er eene plek

gronds onder, die onder zekere vormen tot gewijden grond is gemaakt

en van de omliggende ongewijde ruimte zichtbaar is afgescheiden,

onverschillig hoe, hetzij door een muur, een wal, een staketsel, ja

zelfs door een andere ligging van het plaveisel. Zoo was o.a. eene

rom. legerplaats een templum, evenzoo het comitium; een tempel werd

eerst tot templum wanneer hij volgens bepaalde regelen gewijd was

(zie aedes).--Wat de tempelgebouwen betreft, zij stonden altijd op

een vierzijdig voetstuk, waartoe men langs een of meer zijden met

trappen opklom. Was het voorportaal, pronaos, of prodomos geheeten,

aan drie zijden open, dan heette de tempel prostylus, prostylos. Was

het alleen aan de voorzijde open, dan was de tempel een antentempel,

zie antae. Loopt er een zuilengang rondom den tempel (zie blz. 101

en 102), dan heet deze peripterus, peripteros; waren er ter zijde

in plaats van zuilen alleen pilasters tegen den muur aangebracht,

die dus alleen tot versiering dienden en niet om het dak te dragen,

dan noemde men dit pseudoperipterus, pseudoperipteros. Deze laatste

vorm werd door de Rom. boven den anderen verkozen. Soms had men achter

den tempel, die dan naos amphiprostylos heet, nog een achterbouw,

opisthodomos, onder hetzelfde dak, doch met een afzonderlijken ingang,

welk gedeelte wel gebezigd werd tot bewaarplaats van zaken, niet met

den godsdienst in verband staande, als staatsarchieven, schatkist en

dgl. Vroege grieksche tempels hebben in plaats van een opisthodomos

een adyton, zie adytum. Ook had men dubbeltempels, zooals dien van

Roma en Venus te Rome, twee tempels, geheel aan elkander gelijk,

onder één dak, met de achterzijde tegen elkander gebouwd, zoodat

de beelden elkander den rug toekeeren. De gesloten binnenruimte van

den eigenlijken tempel heette de cella, naos, sekos. Bij de Grieken

was deze meestal langwerpig, bij de Rom. in navolging der Etruscers

een kwadraat, dikwijls groot genoeg voor senaatsvergaderingen. Een

voorbeeld van een griekschen dubbeltempel, uit twee niet gelijke

gebouwen bestaande levert het Erechtheum op, waarvan de plattegrond op

blz. 102 te zien is. De Rom. bouwden ook nog ronde tempels met gewelfd

koepeldak, zooals het Pantheon (z. a.), soms peripteri, soms ook als

geheel open koepels, alleen bestaande uit het voetstuk en het door

zuilen gedragen dak, die monopteri heetten. Eene groote, dubbele deur

verleende toegang tot den tempel, gaf deze geen licht genoeg, dan werd

er in het dak eene schuine opening gelaten, die het licht liet vallen

op het godenbeeld; was de hoogte van het dak boven den beganen grond te

hoog voor de lengte van eene zuil, dan plaatste men twee rijen zuilen

boven elkander, zoodat de tweede door den architraaf der benedenrij

gedragen werd, zooals in de bijgevoegde teekening van een tempel

te Paestum is te zien. Een driedubbele tempel was die van Jupiter,

Juno en Minerva op het Capitool, waarvan hiervóór de plattegrond is

weergegeven volgens het vermoeden van den italiaanschen bouwkundige

L. Canina. Het voetstuk vormt een zuiver kwadraat, langs drie zijden

zijn trappen. De aan drie zijden open voorhal gaf toegang tot de drie

cellae, waarvan de middelste voor Jupiter was bestemd. Ten slotte is

hier nog bijgevoegd eene afbeelding van den buitengewoon goed bewaard

gebleven tempel te Nemausus (Nîmes), door Agrippa gebouwd.

Tempsa = Temesa no. 2.

Tempyra, ta Tempyra, vlek in Thracia, dicht bij de kust, ten W. van

Doriscus. Bij T. lag een enge bergpas.

Tenc(h)teri, Tenkteroi, Tenkteroi, germaansch volk, meestal met de

stamverwante Usipetes verbonden. Door de Suebi opgejaagd, trokken zij

over den Rijn naar Gallia, doch werden door Caesar teruggedreven en

vestigden zich toen aan den rechteroever (tusschen Ruhr en Sieg). Zij

waren uitstekende ruiters.

Tenea, Tenea, stad tusschen Corinthus en Mycenae met een Apollo-tempel.

Tenedus, Tenedos (= Tennou hedos, zie Tenes of Tennes), eiland met

een gelijknamige stad en twee havens, tegenover de kust van Troas

gelegen. Er was een beroemde tempel van Apollo Smintheus. In de

perzische oorlogen werd T. eerst perzisch, later een trouwe bondgenoot

van Athene, doch door den vrede van Antalcidas opnieuw aan Perzië

prijsgegeven, door Alex. d. Gr. vrij verklaard, later rom.

Te(n)nes, Te(n)nes, zoon van Cycnus (z. a. no. 2). Hij werd op Tenedus

als heros vereerd en had er een tempel, waar de naam van Achilles niet

mocht worden genoemd en geen fluitspeler mocht binnentreden, omdat

een fluitspeler bij Cycnus valsche getuigenis tegen T. had afgelegd.

Tensa, thensa, een praalwagen, met goud en ivoor versierd en van een

hemel voorzien, waarin bij plechtige optochten, o. a. bij de opening

der ludi Romani en der Megalesia, de beelden van verschillende

godheden, op matrassen en kostbare spreien uitgestrekt, door de

straten en over het forum te Rome werden gevoerd.

Tentyra, ta Tentyra, hoofdstad van den nomus Tentyritis in

Boven-Aegypte, stroomafwaarts van Thebae. De inwoners waren bekend

als voortreffelijke krokodillenjagers. Thans Denderah met belangrijke

overblijfselen, o. a. van de tempels van Isis en Hathor. In dien van

Hathor (1ste eeuw n. C.) heeft men den beroemden dierenriem gevonden,

die thans te Parijs is.

Tenus, Tenos, een der cycladische eilanden, tusschen Delus en Andrus,

met een beroemden tempel van Poseidon, die het eiland bevrijd had

van de talrijke slangen, waarnaar het oudtijds Ophiussa heette. De

hoofdstad heette ook Tenus. Hier zou de dichteres Erinna geboren zijn.

Teos, Teos, ionische stad op de aziatische kust, ten Z. van Clazomenae

en ten N.W. van Ephesus, geboorteplaats van den lierdichter Anacreon,

daarom spreekt Horatius van Teia fides = anacreontische lier. Omstreeks

het midden der 6de eeuw verhuisde een groot gedeelte der inwoners,

de perzische heerschappij moede, deels naar het verwoeste Abdera,

dat zij herbouwden, deels naar Phanagoria. Teos had twee havens.

Tepidarium, zie balneum.

Teredon, Teredon, stad in Babylonia aan den Euphraat nabij de Perzische

golf, belangrijke stapelplaats voor den arabischen handel, vooral

voor wierook.

Terentia Cassia (lex) frumentaria van 73, z. Cassia Terentia (lex). Het

koren, dat voor deze uitdeelingen noodig was, moest door Sicilië

geleverd worden tegen een vastgestelden prijs.

Terentianus Maurus, uit Africa, leefde in de 2de helft van de 3de

eeuw na C., en schreef een werk in dichtmaat in 4 boeken: de litteris,

syllabis, pedibus et metris.

Terentii, rom. geslacht, misschien van sabijnsche afkomst, dat

geen andere vermeldenswaardige familie heeft opgeleverd, dan de

Varrones.--1) C. Terentius Varro, de zoon van een slachter, die eerst

in zijns vaders vleeschhal werkzaam was, maar als voorvechter van

de rechten des volks door dit laatste tot verschillende ambten werd

verheven en in 216 consul werd. Door zijne onberadenheid verloor hij

den noodlottigen slag bij Cannae, waaruit hij zelf ter nauwernood met

een gevolg van 70 ruiters ontkwam. Toch betuigde de senaat hem dank,

dat hij niet aan het behoud van den staat wanhoopte, en droeg hem in

215 het bevel in Picenum op.--2) A. Terentius Varro, streed in 184-182

als propraetor zegevierend tegen de Celtiberiërs in Hispania.--3)

A. Terentius Varro werd in 75 aangeklaagd wegens afpersingen,

in Asia gepleegd en had zijne vrijspraak slechts te danken aan

de schaamtelooze wijze, waarop zijn verdediger en bloedverwant, de

redenaar Q. Hortensius Hortalus, de rechters omkocht. Daar Hortensius

echter de rechters niet te best vertrouwde, liet hij de stembordjes

met was van verschillende kleur bestrijken, zoodat hij kon zien,

welke stem ieder in de bus wierp.--4) M. Terentius Varro Reatinus,

uit Reate in het sabijnsche land (116-27), een der geleerdste mannen

van zijn tijd en een vruchtbaar schrijver, was volkstribuun en in

67 legaat van Pompeius in den zeerooversoorlog; in 49 streed hij in

Hispania tegen Caesar, met wien hij zich na den slag bij Pharsalus

verzoende. Vervolgens leefde hij stil en afgezonderd geheel voor de

wetenschap, doch had de grievende smart, bij de vogelvrijverklaringen

van Octavianus zijne kostbare boekerij te zien plunderen en vernielen,

terwijl hij ter nauwernood zijn leven redde. Om zijne buitengewone

werkzaamheid als schrijver wordt hij door Cicero polygraphotatos

genoemd. Het aantal zijner werken beliep meer dan 74. De voornaamste

zijn: de lingua Latina in 24 boeken, waarvan er 6 vrij volledig zijn

bewaard gebleven, antiquitates rerum humanarum (25b.) et divinarum

(16 b.), over Italia en Rome en den ouden godsdienst loopende, waarvan

belangrijke gedeelten bij Augustinus voorkomen, hebdomades of imagines,

700 beeltenissen van beroemde mannen, met schetsen uit hun leven,

waarvan er telkens 7 bijeengevoegd waren, vandaar de titel hebdomades

(het werk was verdeeld in 15 boeken), de ora maritima, waaruit Plinius

voor het geographische gedeelte van zijn encyclopaedie geput heeft, de

re rustica, door hem op zijn 80ste jaar geschreven en dat nog bestaat,

satirae Menippeae, in 150 boeken over allerlei onderwerpen, waarvan

slechts fragmenten bewaard zijn, zie Satira.--5) P. Terentius Varro

Atacinus (zie Atax), in 82 geboren te Narbo, een uitstekend kenner der

grieksche letteren, maakte gedichten, o. a. de bello Sequanico, eene

Argonautica (naar Apollonius Rhodius), en schreef ook een sterrenkundig

werk. Verder moet hij nog satiren en elegieën gedicht hebben.--6)

M. Terentius Varro Lucullus of M. Terentius Licinianus Varro, consul in

73, zie Licinii no. 25 en lex Cassia Terentia.--7) A. Terentius Varro

Murena, zie Licinii no. 32.--8) Terentia, echtgenoote van Cicero,

zette haar man tot strengheid tegen de Catilinarii aan. Na Cicero's

terugkeer uit zijne ballingschap waren zijne geldelijke omstandigheden

in de war. Huiselijke oneenigheden waren hiervan het gevolg, die zóó

hoog liepen, dat zij eindigden met eene scheiding (46).--9) Terentia,

echtgenoote van Maecenas, leefde eenigen tijd van haren man gescheiden,

doch verzoende zich weder met hem.--10) P. Terentius Afer, beroemd

blijspeldichter, was in 185 te Carthago geboren en reeds vroeg als

slaaf te Rome in het bezit van den senator P. Terentius Lucanus

gekomen, in wiens huis hij den naam Afer droeg. Om zijne schoone

gestalte en zijn voortreffelijken aanleg liet zijn meester hem

een goede opvoeding geven en liet hem vervolgens vrij. Het eerste

stuk, dat de dichter den aedielen ter opvoering aanbood, de Andria,

opgevoerd in 166, moest hij eerst aan het oordeel van den gevierden

dichter C. Caecilius Statius onderwerpen. Diens onverdeelde goedkeuring

verzekerde het welslagen van Terentius, wiens karakter en beschaving

hem bovendien de achting en vriendschap verwierven van Scipio (later

Africanus minor) en diens vriend Laelius. In 159 stierf Terentius op

een reis door Griekenland. De zes stukken, die wij van hem bezitten,

Andria, Hecyra, Heautontimorumenos, Ennuchus, Phormio, Adelphoe,

behooren tot de fabulae palliatae en zijn naar grieksche modellen

bewerkt, vooral naar Menander, in zooverre echter, dat Ter. niet

grieksche stukken gewoon vertaalde, maar uit verschillende blijspelen

verschillende karakters overnam en daaruit wat hem aanstond tot

één geheel verwerkte. Zijne stukken, op het tooneel vertolkt door

den beroemden acteur Ambivius Turpio, oogstten grooten bijval,

doch het ontbrak hem niet aan benijders, waaronder een overigens

onbekende dichter voorkomt, Luscius Lanuvinus, door Terentius een

malevolus vetus poëta genoemd. O. a. strooide men uit, dat zijne

aanzienlijke vrienden Scipio en Laelius hem bij het maken zijner

stukken hielpen, welk verwijt Ter. zich echter niet tot schande, maar

tot eer rekent. Van zijne stukken bestaan nog de officiëele didascalia

(z. a.), alsmede een commentaar van Aelius Donatus.

Terentilla (lex) of v.s. lex Terentilia tot het bekomen van geschreven

wetten, de legibus scribendis, van den volkstribuun C. Terentillus

(of -lius) Arsa (Harsa). Het wetsvoorstel werd in 462 voor het eerst

in het concilium plebis te berde gebracht, doch eerst in 454 door de

patriciërs aangenomen. Zie tabularum (leges XII).

Terentini ludi, spelen ter eere van Dis en Proserpina, gedurende de

rom. republiek viermaal gevierd op het Terentum of Tarentum, eene

vulkanische plek op den campus Martius te Rome, met wedrennen en

lectisternia. Zij zouden bij gelegenheid eener pest in 509 ingesteld

zijn door den consul P. Valerius Poplicola. Volgens een ander verhaal,

zou een Sabijn, Marius Valesius Tarentinus op de bovengenoemde plek

diep onder den grond een altaar van Dis en Proserpina ontdekt hebben,

ook tijdens het heerschen eener pest. In werkelijkheid zijn deze

spelen voor het eerst gehouden in 249, volgens een uitspraak der

Sibyllijnsche boeken, en moesten zij elke 100 jaar herhaald worden,

hetgeen in 146 en tijdens Augustus gebeurd is. Zie Saeculares ludi.

Terentum, zie Terentini.

Tereus, Tereus, zoon van Ares en Bistonis, koning der Thraciërs in

Daulis (Phocis); z. Procne.

Tergeste, Tergeste, stad in Histria, thans Triëst aan den sinus

Tergestinus, reeds onder de Rom. eene belangrijke handelsplaats,

sedert Vespasianus rom. kolonie.

Tergiversatio, intrekking eener aanklacht door den aanklager (van

tergum vertere).

Terias, Terias, riviertje op de Oostkust van Sicilia, dat dicht bij

Leontini langs stroomde.

Terillus, Terillos, tyran van Himera, werd door Theron van Agrigentum

verdreven. Op zijn verzoek zonden de Carthagers een groot leger om

hem in de regeering te herstellen, dat echter door Theron en Gelo

volkomen verslagen werd (480).

Terina, Terina, Tereina, kol. van Croton aan de Westkust van het

land der Bruttii, door Hannibal verwoest en niet weder opgebouwd. De

aanliggende golf heette sinus Terinaeus, Terinaios kolpos, ook sinus

Hipponiates naar de stad Hipponium.

Teriolis, ook Teriola castra, sterkte in Raetia. Hiervan wordt de

naam Tyrol afgeleid.

Termera, ta Termera, dorische stad in Caria, aan den mond van den

sinus Ceramicus, tegenover het eil. Cos.

Termerus, Termeros, een roover in Thessalië, die met zijn

sterk voorhoofd zijn tegenstanders den schedel placht te

verbrijzelen. Heracles doodde hem.

Termes, Termentia, Termesos, stad der Arevaci in Hispania

Tarraconensis, in het brongebied van den Durius (Douro), ten Z.W. van

Numantia. De Rom. stieten bij herhaling het hoofd voor de sterke,

op eene hoogte gelegen stad. In 98 noodzaakten zij de inwoners, hunne

woonplaats te verlaten en in de vlakte eene nieuwe stad te bouwen.

Termessus = Telmissus no. 2.

Termilae, Termilai, Termiles, oude, inheemsche naam voor de Lyciërs,

zie Lycia.

Terminalia, zie Terminus.

Terminus, romeinsch god der grenssteenen. Men offerde hem bij het

plaatsen van een nieuwen grenssteen, en op zijn feestdag, de Terminalia

(23 Februari), kwamen buren bij den gemeenschappelijken grenssteen bij

elkander en brachten er een offer, dat door een gemeenschappelijken

maaltijd besloten werd. Ook van staatswege werden op dien dag aan de

grenzen Terminalia gevierd. Toen bij het bouwen van het Capitolium

het beeld van Terminus in den weg stond, verboden de auspicia het

te verplaatsen, het bleef daarom in den tempel van Jupiter staan,

die vandaar eveneens als een beschermer der grenzen (J. Terminalis of

Terminus) beschouwd werd. In werkelijkheid was Terminus een nevenvorm

van Jupiter, die dus zelf als beschermer der grenssteenen (termini)

optreedt.

Terpander, Terpandros, van Antissa op Lesbus, de eigenlijke schepper

der grieksche muziek en uitvinder der citer met 7 snaren. Op bevel van

het orakel van Delphi werd hij naar Sparta geroepen om er burgertwisten

te beslechten en sedert dien tijd schijnt hij er gebleven te zijn. Hij

behaalde o. a. den prijs bij den eersten muzikalen wedstrijd ter

gelegenheid der Carnea (z. Carneus), 676. Sparta was in de 7de

eeuw, na de verovering van Messene, de plaats waar muziek het meest

beoefend werd.

Terpsichore, Terpsichora, Muze van reidansen en koorzangen; zij wordt

gewoonlijk afgebeeld in dansende houding, met een lier en een plectrum

in de handen.

Terracina = Tarracina.

Tertullianus, 1) beroemd rom. jurist en schrijver van onderscheidene

juridische geschriften, tijdgenoot van Papinianus, ± 200 na

C.; v. s. is deze identisch met no. 2.--2) Q. Septimus Florens

Tertullianus, uit Carthago, (± 150 tot 230 n. Chr.), één der eersten,

die het Christendom in vele latijnsche geschriften verdedigd

heeft. Zijn stijl is vurig en heftig, maar duister.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 134 / 150 段