Psammetichus, Psammetichos, 1) een van de vorsten, die onder assyrische

opperheerschappij over Aegypte regeerden, wist zich door middel van

ionische en carische troepen, hem uit Lydië te hulp gezonden, van

Assyrië onafhankelijk te maken (663) en bemachtigde daarna het geheele

rijk. Een inval der Scythen kocht hij door groote geschenken af,

overigens breidde hij zijne macht ook buiten Aegypte uit en ondernam

hij zelfs veldtochten naar Azië, waar hij Azotus na een oorlog van 29

jaar (640-611) innam. Gelijk hij zijne verheffing aan vreemde hulp

verschuldigd was, zoo bleef hij gedurende zijne geheele regeering

een beslist voorstander van het vrije verkeer van vreemdelingen in

zijn rijk, vooral begunstigde hij den handel en bevorderde hij de

vestiging van Grieken en Phoeniciërs in Aegypte, ook bleef hij steeds

grieksche en carische troepen in dienst houden. Deze nieuwigheden,

waarmede samenhangt de verplaatsing der residentie van Memphis naar

Sais, veroorzaakten groote verbittering, en velen uit de soldatenkaste,

men spreekt van 240,000, verhuisden naar Aethiopië, maar Ps. liet zich

niet van den eenmaal ingeslagen weg afbrengen en had de voldoening,

gedurende zijne lange regeering den bloei en de welvaart van zijn rijk

steeds te zien toenemen. Hij stierf in 609.--2) Ps. II of Psammis,

kleinzoon van den vorigen, koning van Aegypte 594-588.--3) Ps. III

= Psammenitus.

Psammis, Psammis = Psammetichus II.

Psarus, Psaros, rivier in Cilicië, ten O. van Tarsus.

Psephizesthai, stemmen door middel van steentjes (psephoi), die in

een urn (hydria) geworpen werden, doch dikwijls in het algemeen voor

besluiten, ook wanneer dit door het opsteken der handen (cheirotonia)

geschiedt. Ieder volksbesluit heet psephisma.

Pseudomartyrion dike, aanklacht tegen iemand, door wiens valsch

getuigenis men een proces verloren heeft. De veroordeeling van

den aangeklaagde had niet noodzakelijk de vernietiging van het

oorspronkelijk vonnis ten gevolge, maar konde aanleiding geven tot

een palindikia.

Psiloi, algemeene naam voor lichtgewapende troepen: boogschutters,

slingeraars, enz., te onderscheiden van de peltastai of lichtgewapende

infanterie. Verder verstaat men onder psiloi de oppassers of

bedienden der hoplitai. Ieder hopliet had een oppasser, om wanneer

hij door zijn zware wapenrusting vermoeid was, op marsch zijn schild

en speer te dragen, verder voor het dragen, requireeren en koken

van de levensmiddelen. In Sparta gebruikte men daarvoor heloten,

in Attica moest ieder hopliet zelf voor zijn oppasser zorgen, dien

hij dus meestal uit zijn familie of buren koos. Daar ze ook nu en

dan krijgsdiensten moeten verrichten en tot hun taak ook behoort het

wegvoeren van gewonden en van gevangenen, plundering en verwoesting

van het vijandelijk land, zijn ze licht gewapend, met een dolk of

bijl of korte speer.

Psophis, Psophis, sterke stad in het N.W. van Arcadia. Het had eene

acropolis met cyclopische muren. Vroeger heette het Phegea, Phegeia.

Psychagogos, Psychopompos, bijnaam van Hermes, die de zielen der

afgestorvenen naar de onderwereld geleidt.

Psychomanteion, Psychopompeion, plaats, waar men de geesten van

afgestorvenen door een psychomantis kon laten oproepen om hen over

de toekomst te ondervragen, de antwoorden ontving men gewoonlijk in

den droom.

Psyche, Psyche, personificatie van de ziel des menschen; zij was de

jongste van drie koningsdochters, en zoo schoon, dat de menschen haar

de hulde brachten, die zij aan Aphrodite verschuldigd waren. Hierover

vertoornd, liet de godin door een orakel aan hare ouders het bevel

geven, haar op eene eenzame rots te brengen, daarna zond zij Eros

om haar met een van zijne pijlen liefde voor den leelijksten en

gemeensten man te doen opvatten. Maar op het oogenblik dat Eros zijn

pijl zou afschieten, wondde hij zichzelven er mede, en bekoord door

hare schoonheid, verplaatste hij haar naar een lusthof, waar hij

haar iederen nacht bezocht. Echter verbood hij haar ooit pogingen

te doen om hem te zien of te leeren kennen, en aanvankelijk bedwong

Ps. haar nieuwsgierigheid, maar na eenigen tijd wisten hare afgunstige

zusters twijfel bij haar op te wekken, en zij besloot zich zekerheid

omtrent den persoon van haar minnaar te verschaffen. Zoodra hij in

slaap gevallen was, ontstak zij een lamp, maar door zijne schoonheid

getroffen, liet zij, terwijl zij zich te ver over hem heen boog om hem

goed te beschouwen, een druppel heete olie daaruit op zijn schouder

vallen, de god ontwaakte, verweet haar haar gebrek aan vertrouwen

en verliet haar. Ontroostbaar over dit verlies, dwaalde Ps. over de

geheele aarde rond om haar minnaar te zoeken, ten slotte wendde zij

zich tot Aphrodite zelve, die haar wel vergiffenis beloofde, maar haar

eerst een aantal zware beproevingen oplegde, waaronder zij bezweken

zoude zijn, indien niet Eros zelf, bij wien de oude liefde herleefd

was, haar geholpen en gesterkt had. Ten slotte werd Aphrodite verzoend,

de beide minnenden hereenigd, Ps. werd op den Olympus opgenomen en

door Zeus met de onsterfelijkheid beloond.--Ps. wordt dikwijls in

vereeniging met Eros afgebeeld als een vlinder of als een jonkvrouw

met vlindervleugels.

Psylli, Psylloi, oud-libysch volk in het binnenland van Cyrenaica;

ze stonden bekend als slangenbezweerders.

Psyra, Psyria, Psyra (ta), Psyria (he), eilandje ten W. van Chios. Daar

het eilandje geen wijn voortbracht, zei men van geheelonthouders:

Psyra ton Dionyson agontes.

Psyttalia, Psyttaleia, rotseilandje in de zeeëngte tusschen Salamis

en de kust van Attica, v.s. Hagios Georgios, v.a. Lipsokutali.

Pteleum, Pteleon, naam van onderscheiden steden; in het thessalische

gewest Phthiotis tegenover de invaart van de Pagasaeische golf,

in Elis Triphyliaca, in aziatisch Ionia bij Erythrae, en ook elders.

Pterelaus, Pterelaos, koning der Taphiërs, z. Comaetho.

Pteria, Pteria, district en stad in Cappadocia, vroeger hoofdstad

van het rijk der Hethiten.

Pteron, pteroma, noemt men de zuilen van de voor- en achterzijde van

grieksche tempels.

Ptolemaeus, Ptolom., Ptolemaios, 1) Alorites, zie Alexander no. 6 en

Perdiccas no. 3.--2) neef van Antigonus, wiens plannen hij eenigen

tijd krachtig ondersteunde (315-312), later knoopte hij echter

betrekkingen aan met Pt. van Aegypte, die hem vergiftigde (309).--3)

van Epirus, zoon van Pyrrhus, nam gedurende den tocht van zijn vader

naar Italië de regeering waar. Na eene schitterende overwinning ter

zee nam hij Corcyra, hij versloeg Antigonus Gonatas en sneuvelde bij

den tocht van zijn vader naar de Peloponnesus (272).--4) Pt. Lagi

(Lagides), onder Philippus van het macedonische hof verbannen, werd

door Alexander bij zijne lijfwacht geplaatst. Hij had een eervol

deel aan alle ondernemingen van Alexander, streed bij Issus, nam

Bessus gevangen, onderwierp Sogdiana, en behaalde roem in de indische

oorlogen. Hij had ook bij den koning en bij het geheele leger grooten

invloed en na Alexanders dood was hij het vooral, die de verdeeling

van het rijk doorzette. Voor zijn aandeel kreeg hij Aegypte, door de

verovering van Cyrene breidde hij zijn gebied uit, terwijl hij den

aanval van Perdiccas op zijn rijk met beleid afweerde (321). In de

nu volgende oorlogen tusschen de vroegere veldheeren van Alexander

stond Pt. aanvankelijk met Antigonus, Seleucus e.a. tegenover Eumenes,

nadat deze echter gevallen was, behoorde hij steeds tot de vijanden

van Antigonus. Gedurende deze oorlogen kwam Pt. nu eens in het bezit

van Phoenicië, Palaestina, Coele-Syrië en sommige eilanden, dan weder

verloor hij deze veroveringen geheel of gedeeltelijk; in 312 behaalde

hij een groote overwinning op Demetrius Poliorcetes bij Gaza, in 306

werd hij door Demetrius bij Salamis op Cyprus verslagen. Eindelijk

sneuvelde Antigonus in den slag bij Ipsus (301), en toen Demetrius,

na korten tijd met zijne tegenstanders verzoend te zijn geweest, den

oorlog hernieuwde, werd hij door Seleucus gevangen gemaakt (287). Op

het voorbeeld van Antigonus en Demetrius had ook Pt. den koningstitel

aangenomen (306), en toen hij in het volgende jaar Demetrius gedwongen

had het beleg van Rhodus op te breken, gaven de dankbare Rhodiërs hem

den bijnaam van Soter (Soter), dien hij sedert bleef voeren. Zijne

onderdanen behandelde Pt. met wijze gematigdheid en tegenover hun

godsdienst en eigenaardige gebruiken toonde hij groote toegevendheid,

toch bevorderde hij grieksche taal en beschaving op alle wijzen, alle

voorname betrekkingen waren in handen van Grieken, in het leger en op

de vloot waren slechts weinige Aegyptenaren, en de hoofdstad Alexandrië

was meer een grieksche dan eene aegyptische stad, en wel eene van

de voornaamste steden der grieksche wereld, waarheen de koning niet

alleen door begunstiging van handel en scheepvaart talrijke kooplieden

lokte, maar waar ook reeds toen de voornaamste grieksche kunstenaars en

geleerden werkten. Pt. zelf schreef eene geschiedenis van Alexander,

een werk, dat door Arrianus als voornaamste bron gebruikt werd. Hij

gaf in 285 de regeering aan zijn zoon over en stierf twee jaar later,

84 jaar oud.--5) Pt. Ceraunus (Keraunos), oudste zoon van den vorigen,

geraakte met zijn vader in oneenigheid en vluchtte naar Thracië bij

Lysimachus. Na den dood van Agathocles (no. 2) moest hij vluchten;

hij ging naar Syrië, spoorde Seleucus tot een veldtocht tegen

Lysimachus aan, en wist van hem de belofte te verkrijgen, dat hij

hem op den aegyptischen troon zoude herstellen. Maar toen Seleucus,

nadat hij Lysimachus verslagen had, op weg was naar Macedonië, werd

ook hij door Pt. vermoord. Door zijn krachtig optreden wist Pt. het

leger van Seleucus voor zich te winnen en maakte hij zich van de

regeering over Macedonië meester (280), maar reeds het volgende jaar

sneuvelde hij in een oorlog tegen de Galliërs.--6) Pt. II Philadelphus

(Philadelphos, zusterlievend), zoon en opvolger van Pt. Lagi, was

evenals zijn vader een groot begunstiger van kunst en wetenschap;

aan het Museum en de groote boekerij, beide reeds door zijn vader

begonnen, legde hij groote sommen ten koste. Hij verstiet zijne

gemalin Arsinoë, de dochter van Lysimachus, en trouwde met zijne

zuster Arsinoë. Cyrene moest hij aan zijn afvalligen halfbroeder

Magas laten, daarentegen voerde hij tegen Syrië een langdurigen, maar

over het geheel gelukkigen oorlog, die eindigde met het huwelijk van

zijne dochter Berenice met Antiochus II. Het gelukte hem echter niet

in Griekenland en Macedonië vasten voet te krijgen, zijne pogingen

daartoe leidden tot een oorlog, waarin hij ter zee door Antigonus

Gonatas verslagen werd. Ook met Rome knoopte hij betrekkingen aan. In

het belang van handel en wetenschap bevorderde hij tochten naar Indië

en het Zuiden en trachtte hij vooral met Aethiopië betrekkingen aan te

knoopen. Zijne laatste levensjaren werden verbitterd door den dood van

Arsinoë en Berenice (z. Antiochus no. 3) en door ziekte, hij stierf in

247 op den leeftijd van 63 jaar.--7) Pt. III Euergetes (Euergetes), zoo

genoemd omdat hij de godenbeelden, vroeger door de Perzen geroofd, naar

Aegypte terugbracht, zoon en opvolger van den vorigen, en evenals hij

steeds werkzaam in het belang van kunst en wetenschap en niet minder

van den handel, dien hij trachtte te bevorderen door het stichten

van koloniën in Aethiopië en Arabië. Kort na het aanvaarden der

regeering begon hij een oorlog tegen Syrië, waarbij hij het geheele

land tot den Euphraat veroverde en zelfs tot den Indus voortrukte;

wel werd hij door een opstand in Aegypte gedwongen terug te keeren,

maar toch bedong hij bij den vrede (242) de overgave van de kusten van

Klein-Azië en Syrië. Hij heroverde Cyrene en ondersteunde het streven

van het achaeïsch verbond en later van Cleomenes III tegen Macedonië,

waardoor hij in vijandschap met Antigonus Doson kwam, die echter

spoedig door eene verzoening gevolgd werd. Cleomenes vond bij hem een

zeer gunstig onthaal en zelfs maakte hij toebereidselen om hem met een

leger naar Europa terug te zenden, maar zijn dood (221) maakte daaraan

een einde.--8) Pt. IV Philopator (Philopator) of Tryphon (Tryphon),

zoon en opvolger van den vorigen, een gewetenloos dwingeland, die

zijne regeering inwijdde met het vermoorden van verscheiden zijner

naaste bloedverwanten en van Cleomenes III, en haar overigens aan zijne

gunstelingen Agathocles en Sosibius overliet, terwijl hij zich soms

bezig hield met de studie van Homerus en zelf een treurspel dichtte,

maar zich gewoonlijk aan dronkenschap en allerlei uitspattingen

overgaf. Het zwaar onderdrukte volk kwam in opstand en werd met de

grootste gestrengheid gestraft, en ook de Joden, die in groot aantal

te Alexandrië woonden en van den vorigen Pt. vele gunsten genoten

hadden, werden met groote onverdraagzaamheid behandeld. De herhaalde

aanvallen van Antiochus den Gr. werden wel door de groote overwinning

bij Raphia (217) afgeslagen, maar op den duur bleek het noodig tegen

dezen vijand bij Rome steun te zoeken, terwijl men aan den anderen kant

de uitbreiding van Rome door een bondgenootschap met Macedonië zocht

tegen te werken. Pt. stierf in 205.--9) Pt. V Epiphanes (Epiphanes),

zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader

eerst 4 jaar oud. Reeds dadelijk bij het begin zijner regeering brak

in Alexandrië een hevig oproer uit, waarbij de gunstelingen van Pt. IV,

o.a. Sosibius, vermoord werden, ook de eigenlijke Aegyptenaren, vooral

de soldatenkaste, kwamen in opstand en hier en daar verhieven zich

inheemsche vorsten. Gedurende de minderjarigheid des konings maakten

Syrië en Macedonië zich van een aantal buitenlandsche bezittingen van

Aegypte meester, en eerst de tusschenkomst der Rom. behoedde Pt. voor

nog grootere verliezen. Nadat met Antiochus een vrede gesloten was

(198), later bevestigd door het huwelijk van diens dochter Cleopatra

met Pt., werd de aegyptische opstand deels met geweld, deels door

toegevendheid onderdrukt, ofschoon Thebe zich eerst in 186 overgaf. Ook

nadat Pt. in 196 plechtig de regeering aanvaard had, bleef hij een

werktuig in de handen zijner elkander na Aristomenes (z.a.) snel

afwisselende ministers, en langzamerhand gingen alle bezittingen

behalve Cyrene en Cyprus verloren. Terwijl Pt. zich tot een nieuwen

oorlog met Syrië voorbereidde en daarvoor het bondgenootschap der

Aetoliërs zocht, stierf hij, vermoedelijk door vergift (181).--10)

Pt. VI Philometor (Philometor), zoon en opvolger van den vorigen,

was bij den dood van zijn vader eerst 6 jaar oud, en regeerde onder

voogdij zijner moeder Cleopatra. Na haar dood (173) begonnen de

ministers van Pt. een onberaden oorlog tegen Syrië, dien Antiochus

IV gaarne aannam. Deze won een grooten slag bij den berg Casius,

veroverde Pelusium en drong ver in Aegypte door. Pt. vluchtte en de

Alexandriërs riepen zijn broeder onder den titel Pt. VII Euergetes

II tot koning uit. Wel nam Antiochus nu den schijn aan alsof hij de

rechten van Philometor tegen Euergetes wilde verdedigen, en bracht hij

Philometor naar Memphis terug, maar toen hij door onlusten in zijn

rijk gedwongen was naar Syrië terug te keeren en de broeders zich

gedurende zijne afwezigheid door toedoen van hun zuster Cleopatra

(no. 6) inderdaad verzoenden, hervatte hij den oorlog krachtiger

dan te voren en reeds stond hij voor Alexandrië, toen hij door de

tusschenkomst van Rome gedwongen werd den oorlog te eindigen en

de reeds gemaakte veroveringen terug te geven (168). Doch spoedig

ontstonden twisten tusschen de beide broeders, die eenmaal zelfs zoo

hoog liepen, dat Philometor naar Rome moest vluchten (164); de senaat

liet hem wel terugbrengen en het rijk tusschen de beide broeders

verdeelen, maar daarmede was de vrede niet hersteld, daar Euergetes

voortdurend aanvallen op het aandeel zijns broeders deed. Philometor

toonde in al deze moeilijkheden een waardig en vast karakter, ook

tegenover Rome, dat met opzet de broedertwisten gaande hield. In

146 stierf hij in Syrië aan de gevolgen van een val van zijn paard,

nadat hij Alexander Balas verdreven en Demetrius Nicator op den troon

hersteld had.--11) Pt. VII Euergetes II Physcon (Physkon, dikbuik),

broeder van den vorigen (zie boven), kreeg na diens dood de regeering

over het geheele rijk. Hij dwong de weduwe van Philometor, Cleopatra,

hem te huwen en vermoordde haar zoon Pt. Eupator, daarna liet hij

een aantal burgers van Alexandrië dooden of verbannen, eindelijk nam

hij de dochter van Cleopatra tot tweede vrouw. In 130 werd hij door

een oproer gedwongen met zijn tweede vrouw naar Cyprus te vluchten,

terwijl Cleopatra tot koningin uitgeroepen werd, uit wraak doodde hij

zijn eigen zoon en zond hij diens aan stukken gesneden lijk aan zijne

moeder. Toch gelukte het hem deels door geweld, deels door overleg,

drie jaar later terug te komen, zich met Cleopatra te verzoenen, zich

op zijne tegenstanders te wreken en belangrijken invloed te krijgen

in de syrische aangelegenheden. Overigens stelde ook hij veel belang

in kunst en wetenschap, hij bestudeerde ijverig Homerus en schreef

werken over geschiedenis en aardrijkskunde. Hij stierf in 116.--12)

Pt. VIII Soter II Lathyrus (Lathyros), zoon van den vorigen en de

jongere Cleopatra, werd op verlangen van het volk door zijne moeder

tot mederegent aangenomen. In 107 werd hij door haar gedwongen te

vluchten, hij ging naar Cyprus en van daar naar Syrië, maar na de

vlucht van zijn jongeren broeder (z. no. 13) werd hij teruggeroepen

(89). Thebe, waar de oud-aegyptische bevolking in opstand gekomen

was, werd na drie jaar ingenomen en verwoest (85). Overigens regeerde

hij rustig tot zijn dood (80).--13) Pt. IX Alexander regeerde na de

verdrijving van zijn broeder Pt. Lathyrus met zijne moeder en liet

zich geheel door haar beheerschen. Toen hij zich evenwel persoonlijk

door haar bedreigd zag, doodde hij haar; hij moest echter voor de

woede van het volk vluchten en sneuvelde kort daarna in vreemden

krijgsdienst.--14) Pt. Apion (Apion), onechte zoon van Pt. Physcon,

kreeg na den dood van zijn vader Cyrene; toen hij stierf, liet hij

zijn land bij testament aan de Rom. na (96).--15) Pt. X Alexander

II, zoon van Pt. Alexander, huwde op bevel van Sulla na den dood

van Pt. Lathyrus met diens eenige dochter Berenice, die vroeger met

Pt. Alexander gehuwd was geweest, en werd zoo koning. Na drie weken

doodde hij Berenice, waarna hij door het volk gedood werd.--16) Pt. XI

of XIII Auletes (Auletes, fluitspeler), onechte zoon van Pt. Lathyrus,

vandaar ook wel Nothus genoemd, maakte zich na den dood van den vorigen

van Aegypte meester. Alleen door den steun der rom. legers in Azië

konde hij zich tegen de herhaalde opstanden van zijn volk staande

houden, terwijl hij weder, om dien steun te koopen, steeds drukkender

belastingen moest opleggen. In 58 werd zijn broeder door de Rom. uit

Cyprus verjaagd, en toen het volk zich daartegen wilde verzetten, maar

Pt. weigerde zich aan hun hoofd te stellen, werd hij verjaagd, en zijne

dochter Berenice tot koningin uitgeroepen (z. Archelaus no. 5). Drie

jaar later werd hij door den proconsul A. Gabinius teruggebracht,

waarna hij bloedige wraak nam en ook Berenice liet dooden. Hij

stierf in 52.--17) Pt. XII Dionysus, oudste zoon en opvolger van den

vorigen. In de twisten met zijne zuster Cleopatra, met wie hij volgens

den wil zijns vaders de regeering moest deelen, werd hij een tijd lang

door Caesar gevangen gehouden. Weder in vrijheid gesteld, hervatte

hij den strijd, maar hij werd verslagen en verdronk, naar men zeide,

in den Nijl (47), ofschoon anderen later beweerden dat hij zich gered

had en te Aradus woonde.--18) Pt. XIII Puer, jongere broeder van den

vorigen, na wiens dood hij door Caesar tot mederegent van Cleopatra

werd aangesteld, die hem in 43 liet dooden.--19) Pt. Philadelphus,

zoon van M. Antonius en Cleopatra, regeerde tot den dood van zijn vader

over Syrië en Voor-Azië.--20) zoon van Juba II en Cleopatra no. 11,

koning van Mauretania, hielp de Rom. in den oorlog tegen Tacfarinas

en ontving tot belooning daarvoor groote eerbewijzen. Door Caligula

werd hij naar Rome genoodigd en kort daarna, omdat het volk hem te

veel oplettendheid bewees, ter dood gebracht (40 na C.). Zijn rijk

werd ingelijfd.--21) Pt. Chennos, waarschijnlijk een tijdgenoot van

Nero, schreef in verschillende werken, in proza en verzen, allerlei

bizonderheden uit geschiedenis en mythologie, die, voor zoover

men kan nagaan, louter verzinsels van hem zijn.--22) Claudius Pt.,

beroemd wis-, aardrijks- en sterrenkundige, tijdgenoot van Antoninus

Pius. Door zijne wetenschappelijke waarnemingen, waarvan hij de

vruchten in een aantal werken nederlegde, vestigde hij de aardrijks-

en sterrenkunde op zuiver wiskundigen grondslag en bracht hij die

wetenschappen tot eene hoogte, die in vele eeuwen niet overtroffen

is. Zijne werken, door Theon (no. 3), Pappus e. a. van commentaren

voorzien en voor een groot deel in het Latijn en Arabisch vertaald,

zijn voor een deel bewaard gebleven, de voornaamste daarvan zijn:

Geographike Hyphegesis, de hoofdbron voor de kennis der oude geografie,

Megale Syntaxis tes Astronomias (arab. Almagest), zijn astronomisch

hoofdwerk, bevattende de leer van de beweging der sterren, e. a.--23)

Verschillende grammatici, rhetoren en geschiedschrijvers van den

alexandrijnschen tijd en later droegen den naam Pt., hunne werken

zijn alle verloren.

Ptolemais, naam van verschillende steden, door Ptolemaeën gesticht

of herdoopt, waaronder 1) het vroegere Ace of Acco, thans St. Jean

d'Acre, op de kust van Palaestina.--2) Pt. Hermii, aan den linker

Nijloever in Thebaïs.--3) stad aan de arabische golf, Theron (Theron)

bijgenaamd, uitgangspunt voor de jacht op olifanten.--4) havenstad

van Barca in Cyrenaica.

Ptoliporthus, Ptoliporthos, 1) zoon van Telemachus en Nausicaä, ook

Perseptolis genoemd.--2) stedenverwoestend, bijnaam van Ares, Enyo,

Achilles, Odysseus e. a.

Ptoum, Ptoon, gebergte in Boeotia, aan de Oostzijde van het meer

van Copais, met een beroemden tempel van Apollo, waaraan een orakel

verbonden was. Bij de opgravingen is veel archaisch beeldwerk voor

den dag gekomen.

Ptychia, Ptychia, eilandje in de Ionische zee tusschen Corcyra en

de kust.

Publicani, telonai, pachters der indirecte belastingen in de

provinciën. Daar voor de pacht, die terstond voldaan moest worden,

groote kapitalen vereischt werden, ontstonden er vennootschappen,

societates publicanorum (zie equites). De vertegenwoordiger van

zulk eene vennootschap werd manceps geheeten, ook wel auctor. Daar

de ridders de kapitalisten waren en tevens sedert 123 de rechters

uit hun midden werden gekozen, was het voor de stadhouders dikwijls

zeer moeielijk de knevelarijen der publicani te keer te gaan, zonder

zich bij hunne terugkomst eene of andere aanklacht op den hals te

halen. Ook toen sedert Sulla de iudicia niet meer uitsluitend bij de

equites waren, bleven deze toch door hunne geldmacht een lichaam in

den staat, waarmede de stadhouders rekening moesten houden.

Publicia (lex), een plebisciet, onzeker van welk jaar, tot beperking

van het spelen en dobbelen bij de Saturnalia.

Publicii, plebejisch geslacht, uit Latium afkomstig. L. en M. Publicius

Malleolus stichtten in 238 als aedielen den tempel van Flora uit

boeten, die zij opgelegd hadden, en legden van het overschot een weg

naar den mons Aventinus aan (ten N.), clivus Publicius genoemd.

Publicius clivus, zie Publicii.

Publicola = Poplicola.

Publilia (lex) van den volkstribuun Publilius Volero in 471, ut plebeii

magistratus tributis comitiis fierent, d. w. z. dat de plebs tributim

mocht bijeenkomen voor het verkiezen van plebejische ambtenaren,

z. verder Tribuni plebis.

Publiliae (leges) van den dictator Q. Publilius Philo in 339: 1)

dat de plebiscita voor alle burgers verbindend zouden zijn; v. s. is

dit een anticipatie van de lex Hortensia van 287.--2) dat de patres

vóór de stemming over wetsvoorstellen in de centuriaatcomitiën den

uitslag zouden goedkeuren (ut ante initum suffragium patres auctores

fierent); hierdoor werd de patrum auctoritas (zie patres) tot een

bloote formaliteit gemaakt.--3) dat één der censoren voortaan uit de

plebs moest gekozen worden.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 116 / 150 段