in een onweder ten hemel was gevaren.--2) Sempronius Proculus, beroemd
rom. jurist uit de school van Q. Antistius Labeo, naar wien diens
volgelingen Proculiani worden geheeten. In de Pandecten vindt men
nog uittreksels uit zijne werken. Hij leefde ten tijde van Nero.--3)
Proculus beproefde in 280 na C. een opstand tegen keizer Probus,
hij moest echter de wijk nemen naar de Franken, die hem uitleverden,
waarna Probus hem ter dood liet brengen.
Proculiani, zie Proculi no. 2.
Procuratio, 1) de werkzaamheid van een procurator.--2) het nemen van
maatregelen om ongelukken en rampen af te weren, die door prodigia
en portenta werden aangekondigd.
Procurator, degene die voor een ander eene zaak bezorgt, de
zaakwaarnemer, in het huiselijk leven de huishouder, de slaaf die de
geheele huishouding bestuurde. Onder de keizers werd in de keizerlijke
provinciën het geldelijk beheer opgedragen aan procuratores Caesaris,
die dus de vroegere quaestoren vervingen en ook wel belast werden met
het stadhouderschap over kleine provinciën, die als onderdeelen eener
grootere werden beschouwd. Zoo was b.v. Pontius Pilatus procurator
van Judaea, dat als een aanhangsel van Syria werd gerekend. Ook de
bestuurders van verschillende takken van het financiewezen droegen wel
dezen naam, b.v. procurator rei privatae, bestuurder van 's keizers
vermogen, procurator metallorum, enz. Voor deze betrekkingen werden
gewoonlijk equites genomen.
Procyon, Prokyon, z. Canis minor.
Prodictator of pro dictatore. Het eenige bekende geval van iemand,
die, zonder eigenlijk den titel van dictator te hebben, toch met deze
waardigheid werd bekleed, is dat van Q. Fabius Maximus in 217. Zie
dictator.
Prodicus, Prodikos, 1) uit Phocaea, episch dichter uit zeer ouden
tijd, aan wien eene Minyas werd toegeschreven.--2) van Iulis op
het eiland Ceos, beroemd sophist, kwam als gezant naar Athene,
en vond er zooveel bijval, dat hij er zich vestigde. Hij stond
in vriendschappelijke betrekking met Socrates, Xenophon, Plato,
Euripides, Isocrates en vele andere mannen van naam, waaronder
sommige zijne leerlingen genoemd worden. Hij besteedde vooral veel
studie aan de verschillende beteekenissen van synonieme woorden,
met een spitsvondigheid, waarmede Plato dikwijls den spot drijft;
overigens spreekt deze van hem altijd met groote achting, sophoteros
Prodikou was een soort van spreekwoordelijke uitdrukking. Bekend
is zijne allegorie van Heracles op den tweesprong (z. Xenophon's
Memorabilia II 1. 21 sq.); overigens is niets van hem bewaard gebleven.
Prodigium, zie auguria.
Prodikos, de voogd van een minderjarig koning te Sparta, die in naam
van zijn pupil de regeering uitoefende.
Prodomus, prodomos, zie templum.
Proedria, 1) het recht vooraan te zitten, in het bizonder in den
schouwburg, een recht dat te Athene als eerbewijs verleend werd aan
aanzienlijke of verdienstelijke personen, ook vreemdelingen.--2)
voorzitterschap, in het bizonder het voorzitterschap van den raad
en de volksvergadering te Athene. Dit werd vroeger bekleed door den
epistates (z. Prytaneis), maar sedert omstreeks 378 door een van de
proedroi, waarvan bij het begin van iedere prytanie 9 door het lot
werden aangewezen, nl. een uit iedere phyle behalve die, welke de
prytanie had.
Proeisphora, het voorschieten van de eisphora. In iedere symmorie
waren 15 van de rijkste leden verplicht om, wanneer eene eisphora
uitgeschreven werd, in spoedeischende gevallen het geheele aandeel
der symmorie voor te schieten, waarbij zij natuurlijk het recht hadden
het voorgeschotene van hunne medeleden terug te vorderen.
Proërna, Proherna, Proerna, stad in het W. van het thessalische
landschap Phthiotis.
Proërosia, Proerosia, feest bij het begin van den bloeitijd, den
13en Boëdromion te Eleusis uit naam van alle grieksche staten ter
eere van Demeter gevierd.
Proetides, Proitides, de drie dochters van Proetus: Lysippe, Iphianassa
en Iphinoë; zij werden met waanzin gestraft, omdat zij zich schooner
genoemd hadden dan Hera of omdat zij den dienst van Dionysus veracht
hadden. Terwijl zij, in den waan dat zij koeien waren, door bosschen
en weiden ronddwaalden, sloeg de kwaal ook op andere vrouwen van
Argos over. Zij werden door Melampus (z. a.) genezen.
Proetus, Proitos, z. Acrisius en Bellerophon. V. s. verjoeg hij
Acrisius uit Argos en werd hij door Perseus met het Medusahoofd
versteend.
Profesti (dies), werkdagen, zie Festi (dies).
Progam(e)ia, ook proteleia gamon, een plechtig offer, dat men,
alvorens zich in den echt te begeven, aan de beschermgoden van het
huwelijk bracht.
Proix, bruidschat, werd aan den man in vruchtgebruik, niet in eigendom
gegeven. Daar een huwelijk zonder bruidschat tot de zeldzaamheden
behoorde, vereenigden rijke lieden zich soms om arme meisjes aan een
bruidschat te helpen.
Proklesis, de eisch om zekere documenten over te leggen, die als
bewijsstukken in een proces moesten dienen. Werd die eisch door
een van de partijen aan zijn tegenpartij gedaan, dan behoefde deze
daaraan niet te voldoen, ofschoon hij natuurlijk door eene weigering
zijne zaak in een ongunstig licht stelde; waren echter de bedoelde
stukken in handen van een ander, dan konde deze, naar het schijnt,
gedwongen worden er een afschrift van te laten nemen.
Proletarii, van proles afgeleid. Het zijn de arme burgers, die geen
belasting betalen en dus den staat niet dienden met hun geld, maar
alleen door het verwekken van kinderen. Hun vermogen bedroeg minder
dan 4000 as. Zij, die een hoogeren census hadden, heetten adsidui of
locupletes. De prol. werden slechts bij uitzondering opgeroepen om
te dienen. Eerst Marius nam hen en de capite censi in het leger op,
dat zoodoende een huurleger werd.
Prologus, prologos, in een tooneelstuk het gedeelte, dat bij wijze
van inleiding de toestanden uiteenzet en aan de eigenlijke handeling
voorafgaat; in stukken, waarin koren optreden, het gedeelte, dat aan
de parodos voorafgaat.
Promachus, Promachos, 1) zoon van Parthenopaeus, een van de
Epigonen.--2) zoon van Aeson, werd met zijn vader door Pelias gedood,
terwijl Iason afwezig was.--3) bijnaam van Athena, van Heracles te
Thebae, van Hermes te Tanagra.
Prometheus, Prometheus, zoon van Iapetus en Clymene, waagde het
de wijsheid van Zeus op de proef te stellen. Na de overwinning
der Titanen, tegen wie Pr., ofschoon hij tot hen behoorde, Zeus
had geholpen, zoude vastgesteld worden, welke offers den goden
toekwamen. Pr. doodde nu, als vertegenwoordiger der menschen, een
stier, en wikkelde het vleesch en de ingewanden in de huid, terwijl hij
de beenderen met vet bedekte, daarop verzocht hij Zeus zelf te kiezen,
en hoewel deze zijn list doorzag, koos hij het slechtste deel. Tot
straf voor de bedriegelijke bedoeling van Pr. ontnam hij echter den
menschen het vuur, maar Pr. stal het weder van den Olympus en bracht
het op aarde terug. Nog meer vertoornd, strafte Zeus de menschen
nu door hun Pandora (z. a.) te zenden. Pr. echter werd aan een rots
geklonken, waar een arend hem iederen dag aan de lever knaagt, die
echter 's nachts weder aangroeit.--In andere verhalen heeft Pr. ook
nog door andere weldaden, aan de menschen bewezen, den toorn van
Zeus opgewekt, die juist het plan had opgevat het menschengeslacht te
verdelgen. Niet alleen had hij hun het vuur gebracht, maar ook door
hun vele kunsten te leeren (bouwkunst, sterrenkunde, letters, cijfers,
geneeskunde, waarzeggen) trachtte hij hen tot hoogere beschaving
te leiden. Daarvoor aan een rots vastgeklonken, verklaarde hij,
dat hij alleen door de mededeeling van een geheim Zeus konde redden
van een gevaar, dat eens zijne regeering zoude bedreigen, en daar
hij hardnekkig weigerde dit geheim te openbaren voordat Zeus hem van
zijne boeien bevrijd zou hebben, werd hij met de rots in den Tartarus
geworpen. Daar hij ook nu niet toegaf, werd hij na lange jaren weder
op aarde teruggebracht en nu werd de arend gezonden, die aan zijn
lever knaagde, wat niet zou ophouden voordat een onsterfelijke in zijn
plaats wilde sterven. Na 30 jaar was Chiron (z. a.) hiertoe bereid,
en nu doodde Heracles met toestemming van Zeus den arend en bevrijdde
Pr. Deze openbaarde nu van zijn kant het bedoelde geheim, nl. dat Zeus,
wanneer hij met Thetis huwde, bij haar een zoon zou krijgen, die hem
van de heerschappij zoude berooven.--V. s. had Pr. bij het ontstaan
van de wereld of na den watervloed van Deucalion den mensch uit aarde
en water geschapen. Aan zijn zoon Deucalion had hij den raad gegeven
een schip te bouwen, waarmede hij zich bij de komende overstrooming
zou kunnen redden.--Op vele plaatsen genoot Pr. goddelijke eer,
dikwijls in vereeniging met Athena en Hephaestus; te Athene had hij
een heiligdom in de Academie, waar jaarlijks een feest (Prometheia)
te zijner eer gevierd werd; het voornaamste van dit feest was een
wedloop met fakkels.
Promulgatio (rogationis), het openlijk bekendmaken van een
wetsvoorstel, zie Trinundinum.
Promulsis, zie coena.
Pronaia, bijnaam van Athena te Delphi, waar haar tempel vóór het
groote heiligdom van Apollo stond.
Pronaos, pronaos, zie templum.
Pro(n)ni, Pronnoi, stad aan de O.-zijde van het eiland Cephallenia.
Pronuba, 1) bijnaam van Juno, als huwelijkstichteres.--2) bruidsdame,
wier taak het was, van de zijde der bruid het noodige in orde te
brengen en haar in het huwelijksleven in te leiden. Voor pronubae
koos men liefst jonggehuwde vrouwen van onbesproken gedrag.
Propertius (Sex.), vermoedelijk in of omstreeks 50 te Asisium
(Assisi) in Umbria geboren, was reeds vroeg vaderloos en werd door
eene der landverdeelingen van Octavianus van zijn vaderlijk erfgoed
beroofd. Naar Rome gekomen, ontbrandde hij in liefde voor de schoone
Hostia, die hij in zijne minnedichten onder den naam van Cynthia
bezong. Hoewel zij hem door hare wispelturigheid en ontrouw meermalen
grievend leed aandeed, bleef de liefde voor haar in het hart van
Pr. geworteld. Zijne elegieën, fijn gepenseeld, dragen de sporen
van gloeiende bezieling en vereenigen natuur en kunst in zich. Door
veelvuldige zinspelingen op oude mythen is hij echter dikwerf moeilijk
te begrijpen. Hij stierf jong, waarschijnlijk in of omstreeks het
jaar 15.
Propoetides, meisjes van Amathus, die de godheid van Aphrodite
loochenden en tot straf daarvoor in steenen veranderd werden.
Propontis, Propontis, de Voorzee (vóór den Pontus Euxinus), thans
zee van Marmara.
Propraetor of pro praetore. Wat van de consuls is gezegd, die als
stadhouders door den senaat met consulair imperium werden bekleed
(zie proconsul), geldt ook voor de praetoren, die na het verstrijken
van hun ambtsjaar pro praetore naar hunne provinciën gingen. Daar
echter de algemeene naam voor stadhouder praetor is, geldt de titel pro
praetore ook van hem, die een stadhouderschap tijdelijk waarneemt. Kwam
b. v. een stadhouder te overlijden en viel dan zijn quaestor in zijne
plaats in, dan was deze quaestor pro praetore, d. w. z. quaestor met
stadhouderlijke macht. Zoo vindt men ook wel eens een legatus pro
praetore. In den keizertijd is dit de titel van de stadhouders der
groote keizerlijke provincies, die voor den keizer het bewind voerden,
zie legatus.
Propylaea, Propylaia, zie Athenae.
Proquaestor of pro quaestore, hij, die tijdelijk het ambt waarneemt
van een overleden of tusschentijds afgetreden quaestor. Daar hiervoor
door den stadhouder meestal een legatus wordt aangewezen, draagt
deze den titel: legatus pro quaestore. Enkele malen vindt men ook,
dat het ambt van een quaestor door prorogatio verlengd wordt (zie
hierover proconsul), denkelijk wanneer er quaestoren te kort kwamen. In
zoodanig geval was de titularis proquaestor.
Prorogatio, is het verlengen van iemands ambt. Voor de eerste maal
is dit voorgekomen in 326, toen het volk op verzoek van den senaat
besloot, dat de consul Q. Publilius Philo ook na afloop van zijn
ambtstijd het imperium zou behouden met den titel pro consule. Sedert
dien tijd werd door de prorogatio imperii dikwijls in een tekort aan
beschikbare ambtenaren voorzien. In den beginne werd het imperium
verlengd door een volksbesluit, sedert den tweeden Punischen oorlog,
v. a. sedert 250, meest door den senaat. Door Sulla werd de prorogatio
van het consulaat en de praetuur tot regel gemaakt. Zie Proconsul
en Propraetor.
Prorsa, z. Carmenta.
Proscenium, proskenion, het tooneel in engeren zin, d. i. de door
achter- en zijwanden begrensde ruimte.
Proschium, Proschion, vroeger Pylene, Pylene, stad in Aetolia aan
den Zuidkant van den berg Aracynthus.
Proseleni, Proselenoi, z. Arcadia.
Proselytoi, proselyten, Jodengenooten. Van af de 3de eeuw maken de
Joden, evenals de aanhangers van andere Oostersche godsdiensten,
veel propaganda voor hun geloof, en telkens vindt men er melding
van gemaakt, dat velen, ook in Rome, zooals blijkt uit de Romeinsche
dichters, zooal niet geheel tot het Jodendom over gingen, toch zich
nauw daarbij aansloten, en enkele gebruiken, zooals de Sabbathviering,
overnamen. Zij worden in het N. T. proselytoi, die zich aangesloten
hebben, of ook wel sebomenoi, -ai (ton Theon), Godsdienstigen,
genoemd. Zij blijken zeer toegankelijk voor het Christendom, en hebben
de verspreiding daarvan in de Heidenwereld bevorderd.
Proserpina = Persephone. De dienst van Proserpina en Dis werd in
Rome ingevoerd tengevolge van een uitspraak der Sibyllijnsche boeken,
zie Ceres, Terentini ludi en Terentum.
Proskephalaion kussen, ook om te zitten en om op de rustbanken,
waarop men bij den maaltijd aanlag, den linkerarm tot steun te dienen.
Prosklesis, z. kleter.
Proskynesis, z. Adoratio en Adulatio, door de Grieken als een teeken
van uiterste slaafschheid beschouwd. De wensch van Alexander d. Gr.,
om de pr. ook bij Grieken en Macedoniërs in te voeren, vond veel
tegenstand.
Prosodia, prosodia, hymnen, onder begeleiding van fluitspel door een
koor gezongen, wanneer het zich op feestdagen in optocht naar een
tempel begaf.
Prosopitis, Prosopitis, eiland en provincie (nomos) in de Zuidspits
der Nijldelta.
Prostates, z. metoikos.
Prostaxis, z. atimia.
Prostimema, z. dike.
Prostoa, de vier overdekte zuilengangen, die de aule van een woonh)is
omgeven, v. a. alleen de galerij, die aan de zijde van den ingang
gelegen is, of deze met de tegenoverliggende.
Prostylus, prostylos, z. templum en vergelijk de teekening bij
Amphiprostylus.
Protagoras, Protagoras, van Abdera, een der beroemdste grieksche
sophisten (485-416). Nadat hij zich met taalstudie en rhetorica
beziggehouden had en de stelsels der oudere wijsgeeren grondig
bestudeerd had, trad hij als leeraar op. Hijzelf was de eerste,
die zich sophist noemde en liet zich voor zijn onderwijs 100 minae
betalen. Hij loochende het bestaan van absolute, objectieve waarheid
en leerde, dat voor den mensch alles was zooals het hem toescheen. Te
Athene, waar hij zich sedert 450 meestal ophield, vond hij grooten
bijval, v. s. werd hij door Pericles naar Thurii gezonden om er de
wetten te herzien. Daar hij in een van zijne werken gezegd had, dat
hij niet wist of er goden waren en dat een menschenleven te kort was om
zulk een duistere zaak te onderzoeken, werd hij als atheïst aangeklaagd
en veroordeeld. Zijn werk werd op de markt verbrand, en v. s. werd
hij verbannen. Hij begaf zich naar Sicilië, maar verdronk op reis.
Prote, Prote, eiland en reede op de W. kust van Messenia.
Protesilaus, Protesilaos, zoon van Iphiclus, koning van Phylace,
nam deel aan den tocht tegen Troje. Hij was de eerste, die bij de
aankomst van de vloot aan land sprong, maar hij werd terstond door
Hector gedood. Te Elaeus was zijn graf met een rijken tempel, ook te
Phylace had hij een heiligdom, z. ook Laodamia.
Proteus, Proteus, een oude zeegod, die op het eiland Pharus de
robben van Amphitrite weidt. Hij bezit de gave der voorspelling,
maar hij geeft zijne voorspellingen niet dan gedwongen, en tracht
door allerlei gedaanteverwisselingen te ontsnappen aan hen, die hem
ondervragen. Zie ook Helena.--V. a. was hij koning van Pharus, zoon
van Poseidon, echtgenoot van Psamathe, of hij was naar Thracië gegaan
om daar met Torone in het huwelijk te treden, maar wegens het slecht
gedrag zijner zonen, Tmolus en Telegonus, had hij Poseidon verzocht
naar Aegypte te mogen terugkeeren.
Prothesis nekrou, tentoonstelling van een lijk. Op den dag vóór de
begrafenis werd het lijk, nadat het gewasschen, gekleed en bekranst
was, in het voorste gedeelte van het huis op een bed gelegd, met de
voeten naar de huisdeur gericht. Bloedverwanten en vrienden kwamen
den afgestorvene dan het laatste bezoek brengen, en zongen te zijner
eere plechtige klaagliederen.
Protis, Protis, van Phocaea, stichter van Massilia en stamvader van
het geslacht der Protiaden aldaar.
Protogenea, Protogeneia, dochter van Deucalion en Pyrrha, gehuwd met
Locrus, bij Zeus moeder van Opus.
Protogenes, Protogenes, van Caunus, uit de 2de helft van de 4de eeuw,
een van de beroemdste grieksche schilders. Tot zijn 50ste jaar moest
hij door handwerk in zijn onderhoud voorzien, eerst toen gelukte
het Apelles de aandacht op hem te doen vestigen. Hij kocht namelijk
eenige schilderijen van Pr., en deed alles om het vermoeden op te
wekken, dat hij ze voor zijn eigen werk wilde laten doorgaan. Zijn
voornaamste werk was de Ialysus als jager voorgesteld, dat later in
den Vredetempel te Rome was en bij den brand van dien tempel verloren
ging. Toen Demetrius Poliorcetes Rhodus belegerde, waar Pr. woonde
en werkte, liet hij de werkplaats van den kunstenaar, die buiten de
stad gelegen was, door eene wacht beschermen, en dikwijls bracht hij
er zelf een bezoek. Zelfs liet hij zich de overwinning ontsnappen,
doordat hij niet er toe konde besluiten de stad van die zijde aan te
vallen, waar de Ialysus van Pr. zich bevond.
Protomachus, Protomachos, 1) atheensch veldheer in den slag bij de
Arginusen, ging vrijwillig in ballingschap, om aan het proces tegen
hem en zijne ambtgenooten te ontkomen.--2) aanvoerder der ruiterij
onder Alexander den Grooten.
Provincia, de door wet, senaatsbesluit of sortitio aan een ambtenaar
cum imperio toebedeelde werkkring of het terrein van werkzaamheid. De
senaat bepaalde gewoonlijk den ambtskring (provincia) der consuls; de
praetoren lootten na hun benoeming, wie van hen als praetor urbanus
de provincia urbana, wie de provincia peregrina (de rechtspraak
onder vreemdelingen) zou hebben, wie als voorzitter van één of meer
quaestiones zou optreden. Later beteekent provincia voornamelijk
ambtskring buiten Italië, en gaat dan in de beteekenis van wingewest
over.
Provocatio, beroep op de volksvergadering als rechter en wel op de
centuriaatcomitiën in lijfstraffelijke zaken en op de tribuutcomitiën
of het concilium plebis bij boeten boven een zeker bedrag. Zie leges
Valeriae, leges Porciae, lex Aternia Tarpeia, lex Iulia Papiria. Het
recht van provocatio was ingesteld als waarborg tegen willekeur en
mishandeling van de zijde der magistraten. De provocatie geldt niet
voor vrouwen en vreemdelingen, en is beperkt tot de banmijl, de grens
van het imperium domi. Na de instelling der quaestiones perpetuae
werden de iudicia populi uitzondering, doch zij bleven toch bestaan,
evenwel niet zóó, dat men van een eenmaal gewezen vonnis op het volk
kon appelleeren. Zie echter Antoniae (leges) no. 6. De rom. republiek
kende geen appèl van gevelde vonnissen; het komen in hooger beroep
dagteekent uit den tijd der keizers.
Proxenos, de gastvriend van een staat, niet zonder grond met onze
tegenwoordige consuls vergeleken, daar hij in zijn staat de belangen
waarnam van den staat, welks pr. hij was. In den staat, dien hij
vertegenwoordigde, genoot hij daarvoor ook zekere voorrechten boven
andere vreemdelingen.--De proxenia van een bepaalden staat wordt soms
door vele geslachten heen in dezelfde familie gevonden.
Proxenus, Proxenos, 1) Boeotiër, leerling van Gorgias, vriend van
Xenophon, een van de aanvoerders der grieksche troepen onder den jongen
Cyrus. Na den slag bij Cunaxa werd hij door Tissaphernes verraderlijk
gevangen genomen en ter dood gebracht.--2) van Tegea, vijand van Sparta
en ijveraar voor den bouw van Megalopolis. Bij de partijtwisten in
zijne vaderstad verloor hij het leven.--3) van Aphidna, atheensch
veldheer tegen het einde van den heiligen oorlog (347).
Prudentius Clemens (Aurelius), uit Hispania geboortig, de beste
rom. christendichter, leefde in de tweede helft der vierde eeuw na C.
Prusa, Prousa, ook Prusias, Prousias, geheeten, 1) ad Olympum,
aanzienlijke stad van Bithynia, door Prusias I aan den voet van
den mysischen Olympus naar een plan van Hannibal gesticht, thans
Brussa.--2) ad Hyppium, kuststadje in het W. van Bithynia aan de
rivier Hyppius, zie Cius.
Prusias, Prousias, 1) koning van Bithynië, regeerde, nadat hij zich
door gelukkige oorlogen van de Galliërs en andere vijanden bevrijd
had (213), met kracht en beleid en vergrootte zijn rijk door de
verovering van Heraclea en andere steden. In den oorlog tusschen de
Rom. en Antiochus koos hij de partij van eerstgenoemden, doch later
verleende hij een schuilplaats aan Hannibal. Hij werd echter gedwongen
hem aan de Romeinen uit te leveren, zie Hannibal no. 4. Hij stierf
kort daarna.--2) zoon en opvolger van den vorigen, was geheel en al
afhankelijk van de Rom. en sloot op hun bevel vrede met Attalus II,
dien hij met geluk beoorloogd had. In 143 werd hij door zijn zoon
Nicomedes gedood.
Prusias, Prousias = Cius.
Prytaneia, z. Prytanis.
Prytaneia, zekere som, die beide partijen in eene dike voor den aanvang
van het proces moesten storten tot vergoeding van de proceskosten,
vandaar pr. tithenai tini, iemand aanklagen. Voor zaken, beneden 100
drachmen geschat, werden geene pr. betaald, bij hoogere schatting
stonden de pr. in zekere verhouding tot de som in kwestie. De
verliezende partij moest den winner ook zijne pr. vergoeden.
Prytanis, de eerste, voorste, in verscheiden staten naam van
de opperste magistraten. Te Athene noemde men prytaneis de 50
raadsleden, die tijdelijk met het dagelijksch bestuur belast waren
(z. boule). Iedere phyle had de prytanie op haar beurt, zooals
dit bij het begin van het jaar door loting was aangewezen. Deze
betrekking zelve en de tijd, gedurende welken dezelfde prytanen aan
het bestuur zijn (35 of 36, in schrikkeljaren 38 of 39 dagen), heet
prytaneia, de phyle, waartoe zij behoorden, phyle prytaneuousa. De
prytanen zijn den geheelen dag met elkander in den Tholos, in oudere
tijden in het Prytaneum, waar zij ook gemeenschappelijk hunne
maaltijden gebruiken. Voor iederen dag wordt uit hun midden door
het lot een epistates aangewezen, die voorzitter is van de raads-
en volksvergadering (z. echter proedria) en de sleutels van den
burcht en van het archief en het staatszegel in bewaring heeft.--Zie
ook naukraria.
Prytaneum, Prytaneion, een gebouw te Athene, waar aanzienlijke
vreemdelingen en verdienstelijke burgers hunne, van staatswege
verstrekte, maaltijden hielden.--Oorspronkelijk hielden ook de prytanen
hier hunne zittingen en maaltijden.
Psamathe, Psamathe, 1) Nereïde, bij Aeacus moeder van Phocus.--2)
z. Linus.--3) z. Proteus.
Psammenitus, Psammenitos, zoon van Amasis, laatste koning van Aegypte,
werd na eene regeering van 7 maanden door de Perzen bij Pelusium
verslagen en moest zich aan Cambyses overgeven (525). Cambyses maakte
hem stadhouder van Aegypte, maar toen kort daarna een opstand uitbrak,
waaraan Ps. schuldig geacht werd, werd hij ter dood veroordeeld.