Postumus (M. Cassianius Latinius), één van de zoogenaamde dertig

tyrannen (zie triginta tyranni II). Toen keizer Gallienus uit

Gallië tegen Ingenuus (z. a.) optrok, vielen de Franken in Gallië

en Spanje, en plunderden o.a. Tarraco, maar werden daarop door

Postumus verslagen, die vervolgens (winter van 258/59 n. C.) zich

tot keizer liet uitroepen, en den jongen Valerianus, den zoon van

Gallienus, te Keulen liet vermoorden. Vijf jaar lang (259-264) heeft

hij Gallië tegen de Franken verdedigd, maar het rechtsrijnsche gebied

is waarschijnlijk in dien tijd aan de Alamannen verloren gegaan. Toen

Postumus door de generaals van Gallienus in het nauw werd gebracht,

nam hij tot mede-keizer Victorinus aan (waarschijnlijk begin van

268). Hij heerschte als keizer, evenals zijne opvolgers Victorinus

(268-269) en Tetricus (270-273), over Gallië, Britannië en Spanje,

en wilde een afzonderlijk westersch rijk stichten. Zijne regeering

was voor Gallië een tijdperk van vrede en bloei. Postumus werd,

nadat hij een anderen pretendent, Lollianus, had overwonnen, door

zijn soldaten te Mainz vermoord (268/9).

Postvorta, z. Carmenta.

Potamides, Potamides, rivier- en stroomnimfen.

Potentia, 1) stad in Picenum, sedert 184 rom. kolonie.--2) stad in

het Noorden van Lucania, aan de grens van Apulia.

Potidaea, Potidaia, Poteidaia, corinthische volkplanting op de

landengte, die Pallene met Chalcidice verbindt, sterke vesting. In den

perzischen oorlog sloeg P. de aanvallen der Perzen af en trad tot het

atheensch verbond toe. In den peloponnesischen oorlog viel het af,

doch moest zich weder aan de Atheners overgeven, die tot straf de

inwoners dwongen de stad te verlaten (430/29) en van Potidaea eene

cleruchie maakten. In 356 werd Pot. door Philippus van Macedonia

veroverd en verwoest, doch om de gunstige ligging liet Cassander het

onder den naam Cassandrea herbouwen.

Potidania, Potidania, vesting in Aetolia op de locrische grenzen.

Potitii, zie Pinarii.

Potniades, Potniades, bijnaam van de Eumeniden en de Bacchanten;

ook de paarden van Glaucus no. 2 worden zoo genoemd.

Potniae, Potniai, eerwaardigen, bijnaam van Demeter, Persephone en

de Erinyes.

Potniae, Potniai, stadje in Boeotia aan den weg van Thebae naar

Plataeae, aan den Asopus. Men vertelde, dat het gras van de weiden

in den omtrek de paarden razend maakte. Z. Glaucus no. 2.

Practius, Praktios, riviertje in Troas, dat langs Percote in den

Hellespont uitstroomt.

Praecones bij de Rom. moeten niet op ééne lijn gesteld worden met de

kerykes bij de Grieken. Een praeco was niets meer dan een openbaar

omroeper, die ook gebruikt werd om iets af te kondigen of in de

volksvergadering met luider stem voor te lezen. Zij riepen de comitia

en soms ook den senaat te zamen. Zie apparitores.

Praefecti zijn in het algemeen allen, die ergens over gesteld zijn; zoo

heet b.v. de scheepskapitein praefectus navis, de admiraal praefectus

classis, het hoofd der roeiers, pr. remigum enz. Eenige praefecti

echter zijn er, die hieronder eene afzonderlijke vermelding behoeven.

Praefecti aerario, twee ambtenaren, die door sommige keizers, als

Augustus, Tiberius, Caligula, Nero, met het administratief beheer

van het aerarium belast waren, in plaats der quaestores urbani,

totdat het aerarium met de keizerlijke schatkist (fiscus) samensmolt.

Praefecti Capuam Cumas, ook IV viri in Campaniam of IV viri iuri

dicundo geheeten, werden sedert 318 naar de campaansche steden Capua,

Cumae, Casilinum, Volturnum, Liternum, Puteoli, Acerrae, Suessula,

Atella en Calatia gezonden om recht te spreken. Ook voor andere deelen

van het romeinsch gebied werden door den praetor, niet door het volk,

praefecti iuri dicundo benoemd, die in zijn naam recht spraken. Zie

Praefectura.

Praefecti iuri dicundo, zie Praefectura.

Praefecti sociorum. Evenals over een rom. legioen zes tribuni militum

stonden, stonden over elk legioen italische socii, ala geheeten,

zes praefecten, die door de rom. legeraanvoerders werden aangesteld.

Praefectura. Het geheele Romeinsche burgergebied, met uitzondering van

de coloniae Romanae, wier overheden zelf mochten rechtspreken, en van

Latium, was in districten (praefecturae) verdeeld, en de rechtspraak

was daar opgedragen aan een voor elke praefectura jaarlijks door

den praetor urbanus te benoemen praefectus iuri dicundo. Alleen de

praefecti voor N.W. Campania, de Praefecti Capuam Cumas (z. a.) werden

in de comitia tributa gekozen.--Onder Constantijn den Gr. kregen de

4 groote deelen, waarin het rom. keizerrijk gesplitst werd, ook den

naam praefecturae.

Praefectus Augustalis of praef. Aegypti, de keizerlijke stadhouder

van Aegypte.

Praefectus praetorio, bevelhebber der door Augustus ingestelde cohortes

praetorianae of keizerlijke garde. Onder Augustus waren er twee,

later afwisselend één, twee of eene enkele maal drie.

Praefectus Urbi(s). Toen de consuls nog de eenige hooge overheden te

Rome waren, stelden zij, wanneer beiden de stad moesten verlaten,

onder den titel praef. Urbis of Urbi een stadhouder aan. Met de

instelling der praetuur in 366 werd deze maatregel overbodig, daar de

praetor urbanus nu in zoodanig geval als plaatsvervanger der consuls

optrad. Eénmaal 's jaars echter, tijdens de feriae Latinae, die op den

albaanschen berg gevierd en door alle overheden bijgewoond werden, werd

in de alsdan bijna verlaten stad een jongeling van aanzienlijken huize

met het politietoezicht belast onder den titel praef. Urbi feriarum

Latinarum causa.--Augustus stelde onder den naam van praef. Urbi een

vasten gouverneur van Rome aan, wiens politietoezicht en rechtsmacht

zich later tot op 100 mijlen buiten Rome uitstrekte.

Praefectus vigilum, kommandant der nacht- en brandwacht te Rome.

Praeficae, gehuurde vrouwen, die bij de begrafenissen van aanzienlijke

lieden jammerden en klaagzangen aanhieven.

Praeneste, Prainestos, thans Palestrina, oude stad van Latium, op

eene rots gelegen en door zijne hooge ligging koel en een aangenaam

zomerverblijf (frigidum Praeneste). Er was een beroemde Fortuna-tempel

met een orakel. De weg, die van Pr. over Gabii naar Rome liep,

heette via Praenestina. Praeneste was na 338 een civitas foederata,

en bekleedde onder het nomen Latinum een bevoorrechte plaats. In

216 weigerde de stad het romeinsche burgerrecht, dat de senaat haar

aanbod wegens de dappere verdediging van Casilinum. In 82 werd de

stad door Sulla belegerd, en door den jongen Marius verdedigd. Kort

na den slag bij de Porta Collina (1 Nov. 82) gaf het zich over,

en werd toen uitgeplunderd en zwaar gestraft. Later bracht Sulla er

eene kolonie heen.

Praerogativa, een woord, dat bij de comitia centuriata te huis

behoort. In het eerst stemden de 18 riddercenturiën het eerst en

werden hierom praerogativae genoemd; na de hervorming dezer comitia

werd door het lot eene centurie der eerste klasse aangewezen om voor

te stemmen, die dan centuria praerogativa was. Z. ook principium.

Praes, zie vas.

Praesenteius (P.), onderbevelhebber van Q. Pompaedius Silo in den

marsischen oorlog.

Praesus, Praisos, Prasos, stad in oostelijk Creta, in het gebied der

Eteocretes, in 140 door de Grieken van het eiland vernietigd.

Praetexta, toga met purperen rand omweven, zooals te Rome de curulische

overheden en kinderen droegen.

Praetexta, n.l. fabula, eene tragoedia, die op rom. bodem speelt

en waarin de spelers, die de hoofdrollen vervullen en beroemde of

hooggeplaatste Rom. voorstellen, de toga praetexta dragen. In het

algemeen zag men te Rome niet gaarne Rom. ten tooneele gevoerd.

Praetor, hegemon, strategos. In 367, toen de lex Licinia Sextia den

toegang tot het consulaat voor de plebejers had opengesteld, werd voor

de civiele rechtspraak het praetorsambt in het leven geroepen. In 337

werd ook de praetuur voor plebejers opengesteld; de eerste plebejische

praetor was Q. Publilius Philo. In 241 werd het getal praetoren op

twee gebracht; de een, die nu praetor urbanus genoemd werd, was belast

met de rechtspraak tusschen rom. burgers, de andere, praetor inter

peregrinos, met die tusschen burgers en peregrini. Over den aard dezer

rechtspraak zie iudex. Praetor iudicem dat, ius dicit, rem iudicatam

addicit. De pr. urb. trad tevens bij afwezigheid van beide consuls

als hun plaatsvervanger op. Hij is de collega minor der consuls, en

wordt evenals deze in de comitia centuriata gekozen onder voorzitting

van een consul of dictator; hij heeft het ius cum patribus agendi en

het ius agendi cum populo. Na den eersten punischen oorlog kwamen er

(in 227) 2 praetoren bij als stadhouders van Sicilia en Sardinia en

na de verovering van Hispania (in 197) nog 2. Welk praetorschap aan

ieder ten deel zou vallen, werd door het lot beslist. Door Sulla

en Caesar werd het aantal praetoren achtereenvolgens tot 8, 10,

14 en 16 vermeerderd. Sedert de invoering der quaestiones perpetuae

(zie iudicium publicum en iudex) in 149 werd het gewoonte, dat de

praetoren gedurende hun ambtsjaar te Rome bleven en eerst daarna

een stadhouderschap kregen (zie provincia). Krachtens hun imperium

konden de praetoren ook een leger aanvoeren. Hunne insignia waren de

sella curulis, de toga praetexta en 2 lictoren binnen Rome (zie lex

Plaetoria), daarbuiten 6. Wanneer een praetor op het forum zijn ambt

uitoefende stond zijn zetel op eene verhevenheid, tribunal. Praetor

is ook de oudste en algemeene naam voor stadhouder, zie propraetor.

Praetoriani, zie cohortes praetoriae.

Praetorium, de ruimte in de legerplaats, 200 voet lang en 200

voet breed, waar de tent van den veldheer was opgeslagen, ook de

veldheerstent zelf.

Praetorium Agrippinae, rom. vesting in het land der Bataven, gesticht

ten tijde van keizer Claudius, tgw. Arentsburg bij Voorburg. Hier was

tevens een station van de romeinsche Rijnvloot. De Fossa Corbulonis,

gegraven in 47 n. C. (de tegenwoordige Vliet) loopt hierlangs.

Praetutii of Praetutiani, een stam in het Z. van Picenum.

Praevaricatio (van varus, krom) is het heulen van een aanklager met den

beschuldigde. Daar bij de Rom. in rechten het non bis in idem gold,

zocht een schuldige, die eene ernstige aanklacht vreesde, wel eens

een zijner vrienden te bewegen hem aan te klagen, natuurlijk met het

doel om door scheeve of verdraaide behandeling der zaak de aanklacht

te verliezen en den schuldige te hooren vrijspreken. Het bewijs van

praevaricatio was moeielijk te leveren; werd zij echter bewezen,

dan was eerloosheid er het gevolg van en kon de aanklacht door een

ander worden opgevat.

Praktores, beambten bij het financiewezen te Athene, die boeten

e. dgl., voor zoover zij ten bate van den staat kwamen, moesten innen.

Prandium, ontbijt, doch niet zooals wij in den ochtend gebruiken,

dat ientaculum heet en niet algemeen in zwang was, maar een soort

van lunch omstreeks den middag (12 uur).

Prasiae, Prasiai, 1) stad op de Oostkust van Laconica.--2) demus aan

de Z.O. kust van Attica.

Prasias lacus, Prasias limne, meer in Thracië, door den

Strymon. gevormd, even ten N. van Amphipolis.

Prasii, Prasioi, machtig indisch volk aan den Ganges, met de hoofdstad

Palibothra. Omstreeks 300 bracht hun koning Sandracottus een leger

van ± 500000 man met 3000 olifanten op de been.

Pratinas, Pratinas, van Phlius, een van de oudste treurspeldichters te

Athene, tijdgenoot van Aeschylus. Hij wordt de eerste dichter genoemd,

die te Athene een satyrdrama liet opvoeren.

Praxagoras, Praxagoras, Athener, schrijver eener geschiedenis van

Constantijn den Groote, van Alexander en van de koningen van Attica,

die bijna geheel verloren zijn. Hij leefde in de 4de eeuw n. C.

Praxilla, Praxilla, van Sicyon, lyrische dichteres omstreeks het

midden der 5de eeuw.

Praxiphanes, Praxiphanes, van Mytilene of van Rhodus, leerling van

Theophrastus, later zelf leeraar der peripatetische wijsbegeerte,

hield zich voornamelijk met grammatische studiën bezig.--Een ander

van denzelfden naam wordt onder de leermeesters van Epicurus genoemd.

Praxiteles, Praxiteles, Athener, een van de grootste beeldhouwers,

wiens beelden uitmuntten door schoonheid van vormen en bevalligheid

van stand (± 350). Een van zijne meesterstukken was de Aphrodite,

die hij voor de Cnidiërs maakte. Een Hermeskop van Pr. is op blz. 311

afgebeeld.

Prelius lacus, moeras op de etruscische kust, ten Z.W. van Rusellae.

Prexaspes, Prexaspes, een gunsteling van Cambyses, op wiens bevel

hij Smerdis doodde. Na den dood van Cambyses (522) maakte hij, om

den valschen Smerdis te ontmaskeren, zijne daad aan het volk bekend,

terwijl hij op een toren stond, daarop wierp hij zich naar beneden.

Priamides, Priamides, Hector, Paris e. a. zonen van Priamus.

Priamus, Priamos, 1), zoon van Laomedon en Strymo. Toen Heracles

Troje had ingenomen, werd hij gevangen genomen, maar door zijne zuster

Hesione vrijgekocht, vandaar werd zijn oorspronkelijke naam Podarces

in Pr. (van priasthai) veranderd. Na het vertrek van Heracles volgde

hij zijn vader op, hij ondernam als bondgenoot der Phrygiërs een

krijgstocht tegen de Amazonen, huwde met Arisbe, later met Hecabe, en

leefde met het talrijk kroost (50 zoons en 50 dochters), dat hij bij

deze en andere vrouwen had, gelukkig en tevreden, totdat de trojaansche

oorlog uitbrak, die hem eerst van bijna al zijne zonen beroofde en hem

eindelijk regeering en leven kostte. Aan den oorlog neemt hij wegens

zijn hoogen leeftijd persoonlijk geen deel, slechts tweemaal komt hij

buiten de stad, eerst om een verdrag te sluiten, waarbij de oorlog

door een tweegevecht tusschen Paris en Menelaus beslist zou worden,

later onder geleide van Hermes, om van Achilles de uitlevering van het

lijk van Hector af te smeeken. Toen de Grieken de stad binnendrongen,

zocht de grijze koning met zijn vrouw en dochters een schuilplaats bij

het altaar van Zeus, maar toen hij zijn zoon Polites door Neoptolemus

zag dooden, slingerde hij zijne lans naar den vijand, die daarop in

woede op hem toeliep en hem met zijn zwaard doorstak.--2) zoon van

Polites no. 1, tochtgenoot van Aeneas.

Priapus, Priapos, zoon van Dionysus, Hermes, Pan of Adonis en Aphrodite

of Chione, een god van wijn- en tuinbouw, van vee- en bijenteelt,

ook van visscherij, vooral te Lampsacus vereerd, van waar zijn dienst

zich over het overige Griekenland schijnt te hebben uitgebreid. De

Rom. identificeerden hem met Mutinus. Zijne beelden werden veelal

in tuinen en wijnbergen geplaatst om als vogelverschrikker te

dienen. Men offerde hem de eerstelingen der vruchten, melk, honig,

bokken en ezels. Hij wordt soms afgebeeld als een knaap, soms als

een grijsaard, gewoonlijk met vruchten, een snoeimes of een horen

van overvloed in de hand.

Priene, Priene, aziatisch-ionische stad op de zuidelijke helling van

den berg Mycale en aan de Latmische golf. In de 4de eeuw is de stad

zeer regelmatig herbouwd, en, nu ze door de Duitschers opgegraven is,

geeft ze een goed denkbeeld van een hellenistische stad. De wijsgeer

Bias was hier geboren.

Primigenia, bijnaam van Fortuna, waaronder zij vooral te Praeneste

vereerd werd. Zij werd daar als de oudste dochter van Jupiter, maar

later als de moeder van Jupiter en Juno beschouwd en had een beroemd

orakel, dat geraadpleegd werd door het werpen met eikenhouten staafjes,

waarin ouderwetsche letters gesneden waren.

Primipilus, Primus Pilus, zie centurio.

Primus, zie Antonii no. 15.

Princeps, de oorspronkelijke keizerstitel, door Augustus aangenomen

als natuurlijke princeps senatus.

Princeps inventutis. Degenen, die bij het opmaken der ridderlijsten

door de censoren bovenaan geplaatst waren, werden principes

inventutis genoemd. Onder Augustus werden zijne beide kleinzoons C. en

L. Caesar door de ridderschap tot principes inventutis uitgeroepen,

en vervolgens werd het gebruikelijk dat de vermoedelijke troonopvolger

dezen titel voerde.

Princeps senatus. Hij, die bij het opmaken van de lijst der senatoren

door de censoren als de meest waardige bovenaan werd geplaatst, werd

princeps senatus genoemd. Het was een groot eerbewijs, en zoolang het

gebruikelijk bleef, in senaatszittingen den princeps het eerst naar

zijn gevoelen te vragen, was deze waardigheid niet van belang ontbloot.

Principes, zie centuria.

Principium. Bij de comitia curiata en tributa stemden alle afdeelingen

tegelijk. Als nu de stemmen geteld waren, kwamen de rogatores

(stemopnemers) op het templum (de spreekplaats), waar de voorzitter

der vergadering zich bevond, bijeen. Nu werd bij loting vastgesteld, in

welke volgorde elke afdeeling den uitslag zou mededeelen. De naam van

de eerstgevraagde afdeeling, zoowel bij de curiae als bij de tribus,

heette principium, en werd, als het een wet gold, met den naam van

den burger, die daarin het eerst gestemd had (qui primus scivit)

aan het hoofd van de wet vermeld. Z. ook praerogativa.

Priscianus, van Caesarea, rom. taalgeleerde te Constantinopel (±

500 na C.), wiens institutiones grammaticae in de middeleeuwen nog

lang als latijnsche spraakleer werden gebezigd.

Priscus, 1) zie Helvidius Priscus.--2) een Thraciër, die door

Theodosius II als keizerlijk gezant tot Attila werd gezonden en

eene geschiedenis van het rom. rijk en van de oorlogen met Attila

schreef. Er zijn nog fragmenten van over.--3) Attius Priscus, schilder

onder de regeering van Vespasianus.

Privernum, oude volscische stad in Latium, reeds vroeg door de Rom. tot

kolonie gemaakt. Het lag aan den Amasenus en had belangrijken wijnbouw.

Privilegium (van privus en lex), 1) eene wet, die tegen één enkelen

persoon gericht is, zooals de lex Clodia tegen Cicero.--2) een

wet of besluit ten gunste van één persoon of van enkele personen,

vandaar voorrecht.

Probole, te Athene een aanklacht bij de volksvergadering, waarop echter

alleen eene voorloopige veroordeeling konde volgen; daarna werd de

zaak voor een van de gewone rechtbanken gebracht. De pr. werd alleen

in bizonder ernstige gevallen toegepast, de uitwerking er van bestond,

naar het schijnt, alleen in den invloed, dien zulk een uitspraak van

het volk op de rechters uitoefende.

Probouleuma, praeadvies van den raad, eene voorloopige voordracht,

waarop de goedkeuring der volksvergadering gevraagd werd.

Probouloi, 1) in oligarchisch geregeerde staten eene commissie uit

den raad om de aangelegenheden die voor den raad kwamen, vooraf te

onderzoeken en praeadvies erover uit te brengen.--2) een college van

10 mannen, te Athene na de nederlaag op Sicilië (413) ingesteld, om in

den daardoor veroorzaakten nood te voorzien. Zij werkten in het belang

der oligarchie en waren twee jaar later met alle macht behulpzaam bij

het invoeren van de regeering der 400.--3) de afgevaardigden bij de

bondsvergadering der 12 ionische staten.

Probus. 1) M. Aurelius Probus, rom. keizer (276-282 na C.), geb. te

Sirmium (232), een man van geringe afkomst. Van zijn militaire

loopbaan vóór zijn verheffing tot keizer is niets zekers bekend. Hij

was een uitstekend keizer, die de Alemannen en de met hen verbonden

Longiones, Franken en Burgundiërs terugdrong en aan het van alle

zijden bedreigde rom. rijk aldus verademing schonk. Hij herstelde

de Rijngrens, en beschermde de steden aan den Rijn, door aan de

overzijde castella, observatieposten, op te richten. Hij overwon de

tegenkeizers Proculus en Bonosus, verplaatste 100000 Bastarners naar

het bijna ontvolkte Thracia en had eindelijk rondom vrede. Daar hij

echter ook in vredestijd de soldaten arbeid liet verrichten en hen

gebruikte om langs den Donau moerassen droog te leggen en wijngaarden

aan te leggen, en omdat hij zich had uitgelaten, dat hij eenmaal

geen soldaten meer hoopte noodig te hebben, brak er een oproer uit,

waarin hij werd doodgeslagen.--2) M. Valerius Probus, uit Berytus,

beroemd rom. taalgeleerde tijdens Nero.

Procas (Silvius), koning van Alba Longa, vader van Numitor en Amulius.

Prochyta, eiland op de kust van Campania, bij kaap Misenum, thans

Procida.

Procilii. Cicero vermeldt twee mannen van dezen naam, een

volkstribuun, die in slechten roep stond en veroordeeld werd, en een

geschiedschrijver. Overigens zijn beiden onbekend.

Proclea, Prokleia, dochter van Laomedon, gehuwd met Cycnus no. 2,

moeder van Tenes en Hemithea.

Procles, Prokles, zoon van Aristodemus no. 1, regeerde na den dood

van zijn vader met zijn broeder Eurysthenes over Lacedaemon; hij is

de stamvader van het koninklijk geslacht der Procliden.

Proclus, Proklos, van Constantinopel, geb. 410 na C., beroemd

neo-platonisch wijsgeer uit de atheensche school, aan welker hoofd

hij geruimen tijd stond. Hij wordt beschreven als een edel en waardig

man, die zeer streng en matig leefde, zijn aanzienlijk vermogen aan

liefdadige werken besteedde, en zijn best deed aan het heidendom

door de wijsbegeerte nieuwen steun te verschaffen. Hij stierf in

485.--Pr. was een zeer vruchtbaar schrijver, behalve commentaren

op Plato bezitten wij van hem taal-, wis- en sterrenkundige werken

en gedichten.

Procne, Prokne, dochter van Pandion, gehuwd met Tereus, bij wien zij

moeder was van Itys. Eens ging Tereus naar Athene om zijn schoonvader

te bezoeken, en Pr. verzocht hem, als hij terugkwam, hare zuster

Philomela mede te brengen. Tereus deed dit, maar onderweg onteerde

hij zijne schoonzuster, en opdat zij deze daad niet aan Procne konde

verraden, hield hij de zusters van elkander gescheiden en sneed hij ten

overvloede aan Philomela de tong uit. Toch vond deze middel, door een

kunstig weefsel hare zuster op de hoogte van het gebeurde te brengen;

om zich te wreken doodden zij gezamenlijk den kleinen Itys, en zetten

zij zijn vleesch aan Tereus als spijs voor. Toen deze bemerkte wat

zij gedaan hadden, vervolgde hij beide zusters met een bijl om ze te

dooden, maar op het oogenblik dat hij haar zoude inhalen, werd hij

in een hoppe of een havik veranderd, Procne werd een nachtegaal en

Philomela een zwaluw of omgekeerd.

Proconnesus, Prokonnesos (reeëneiland), eiland en stad in de

Propontis, door de Milesiërs gesticht, met beroemde marmergroeven,

thans Marmara. Zie Cyzicus.

Proconsul of pro consule. Wanneer de consuls hun ambtsjaar volbracht

hadden en naar hunne provinciën gingen als stadhouders, waren zij

eigenlijk privati, maar de senaat verlengde hun imperium en bekleedde

hen voor het bestuur hunner provincie met consulaire macht. Zie

prorogatio. Er waren enkele belangrijke provincies, die bij voorkeur

aan consuls werden opgedragen en waarvan de stadhouder, ook al was

hij geen consul geweest, toch pro consule werd uitgezonden. Toen

Pompeius den senaat dwong, hem naar Hispania te zenden, om in den

oorlog tegen Sertorius den proconsul Metellus ter zijde te staan,

moest de senaat hem wel met een consulair imperium bekleeden en pro

consule laten uittrekken. Zie ook propraetor.

Procopius, vriend en bloedverwant van keizer Iulianus, bevelhebber

van het leger in Mesopotamia, liet zich onder keizer Valens tot keizer

uitroepen (365 na C.), maar werd reeds spoedig (366) door zijn leger

in den steek gelaten, en door de zijnen aan Valens uitgeleverd.

Procris, Prokris, dochter van Erechtheus, gehuwd met Cephalus.

Procrustes, Prokroustes, uitrekker, bijnaam van Damastes of Polypemon,

een wreed roover, die bij Eleusis woonde. Hij had twee bedden, een

zeer lang en een zeer kort, wanneer nu een vreemdeling in zijne handen

viel, dan legde hij hem op een van die bedden, lange personen bracht

hij op de maat van het korte bed door een stuk van hen af te snijden,

korte rekte hij in het lange zoo lang uit, totdat zij stierven. Theseus

doodde hem.

Proculeius Varro Murena (C.), rom. ridder, wien door Augustus was

opgedragen, Cleopatra als gevangene naar Rome over te brengen. Horatius

prijst hem, omdat hij zijn vermogen gedeeld had met zijne broeders,

die in den burgeroorlog alles verloren hadden. Hij bracht zichzelf,

toen hij ziek werd, door vergif om het leven.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 114 / 150 段