bijgenaamd, in 23 na C. te Novum Comum (Como) geboren, bekleedde
verschillende ambten in Germania, Hispania en Italia en was bij
keizer Vespasianus zeer gezien. Bij de uitbarsting van den Vesuvius
in 79 was hij admiraal van de te Misenum gestationneerde vloot der
Tyrrheensche zee. Bij zijne pogingen om menschenlevens te redden en
de uitbarstingsverschijnselen te bestudeeren, kwam hij zelf om, in de
nabijheid van Stabiae. Hij had den naam, suae aetatis doctissimus te
zijn, en heeft dan ook veel geschreven, waarvan echter nog slechts
één groot werk over is: Naturalis historiae of Naturae historiarum
l. XXXVII, eene encyclopedie, die van zijn rustelooze werkzaamheid en
veelzijdigheid getuigt, doch tevens bewijst, dat hij meer verzamelaar
was dan streng wetenschappelijk onderzoeker.--2) C. Plinius Caecilius
Secundus, bijgenaamd minor, geb. te Novum Comum in 62 na C., neef en
aangenomen zoon van no. 1 en onder diens oogen opgevoed, leerling van
Quintilianus, was een der beminnelijkste en rechtschapenste mannen
van zijn tijd, een talentvol redenaar, een voorstander der letteren
en een trouw vriend van Traianus. Er bestaat van hem eene belangrijke
en lezenswaarde verzameling brieven, waaronder ook eene ambtelijke
correspondentie, die hij als stadhouder der provincie Bithynia-Pontus
met den keizer voerde (111-113), alsmede eene lofrede (Panegyricus)
op den keizer. Van de briefwisseling van Plinius met keizer Traianus
is vooral beroemd Plinius' brief omtrent de Christenen, en Traianus'
antwoord daarop. Ten onrechte heeft men aan de echtheid dezer brieven
getwijfeld. Waarschijnlijk stierf Plinius omstreeks 114.
Plinthine, Plinthine, westelijke grensstad in Beneden-Aegypte aan de
naar de stad genoemde golf.
Plistarchus, Pleistarchos, zoon van Leonidas, neef en pupil van
Pausanias no. 1.
Plisthenes, Pleisthenes, vader, zoon of broeder van Atreus, v. s. vader
van Agamemnon en Menelaus, z. Atreus.
Plisthenidas, Pleisthenides, Agamemnon of Menelaus, als zonen van
Plisthenes.
Plistia, vlek in Samnium, aan de Campaansche grens, in een dal tusschen
de bergen Tifata en Taburnus.
Plistoanax, Pleistoanax, -tonax, zoon van Pausanias no. 1, volgde
nog als kind Plistarchus als koning van Sparta op. Hij was nog zeer
jong, toen hij met Cleandridas een inval in Attica deed (446), en
daar Pericles hen bewoog terug te trekken, werd Cleandridas ter dood
veroordeeld, P. echter beboet en verbannen. Eerst 19 jaar later werd
hij op bevel van het delphisch orakel teruggeroepen; hij deed zijn
best een einde aan den peloponnesischen oorlog te maken en sloot in
421 met Nicias den vrede. Hij stierf in 408.
Plistus, Pleistos, riviertje in Phocis, waarin het water der bron
Castalia vloeide en dat zich in de golf van Crisa stortte.
Plotae, Plotai = Strophades.
Plotiae (leges), zie Plautiae (leges).
Plotii, ook wel Plautii geschreven, rom. geslacht, waarvan het
meest bekend is 1) Plotius Tucca, dichter en vriend van Vergilius,
die met L. Varius de uitgaaf der Aeneis bezorgde.--2) Marius Plotius
Sacerdos, een latijnsch grammaticus uit den tijd van Diocletianus,
van wien een weinig belangrijke ars grammatica in 3 boeken over is;
het derde boek handelt over de metriek.
Plotina (Pompeia), de geprezene echtgenoote van keizer Traianus, wien
zij met raad en daad ter zijde stond om hem den last der regeering
te helpen torschen. Aan haar vooral had Hadrianus zijne adoptie
door Tr. te danken; hij eerde haar dan ook na haar dood (122) door
een tempel.
Plotinus, Plotinos, van Lycopolis, geb. 205 na C., werd in 232 leerling
van Ammonius Saccas, volgde 10 jaar later het leger van Gordianus
naar Perzië om met de oostersche wijsbegeerte bekend te worden, welk
doel hij echter door den ongelukkigen afloop van dien krijgstocht niet
bereikte. In 244 trad hij als leeraar der neo-platonische wijsbegeerte
te Rome op, waar hij door zijn geestdrift en zijne strenge zeden vele
leerlingen vond. Zelfs wist hij bijna van Gallienus de vergunning
te verkrijgen, om in Campania eene nieuwe stad, Platonopolis, te
stichten, waar men geheel naar de wetten van Plato zoude leven,
doch dit plan mislukte door velerlei tegenwerking. Hij stierf in
270. Zijne 54 verhandelingen, het beste dat over de neo-platonische
leer geschreven is, door zijn leerling en biograaf Porphyrius in 6
Enneaden uitgegeven, bevatten vele gedachten die door latere, ook
christelijke, schrijvers zijn opgenomen en uitgewerkt.
Plynteria, eene plechtigheid, die te Athene den 25en Thargelion plaats
had; een zeer oud beeld van Athena Polias werd dan gesluierd naar het
strand gebracht en in zee afgewasschen. De dag werd als een treurdag
beschouwd, waarop men geen zaak van belang begon.
Plutarchus, Ploutarchos, 1) tyran van Eretria, die de hulp der Atheners
inriep tegen Clitarchus, die door Philippus van Macedonië gesteund
werd. Een atheensch leger onder Phocion herstelde hem in de regeering
(350), maar om zijn verraderlijk gedrag liet men hem verder aan zijn
lot over en weldra werd hij weder verdreven.--2) van Chaeronea,
studeerde te Athene en kwam, na Griekenland en Italië bereisd te
hebben, te Rome, waar hij de gunst van Traianus en Hadrianus genoot;
hij werd consul en kreeg een soort oppertoezicht over alle magistraten
van Griekenland, tegen het einde van zijn leven werd hij procurator
van Griekenland. Hij stierf in zijne geboortestad als priester van
Apollo, ongeveer 70 jaar oud, omstreeks 120 na C. Van zijne werken
zijn vooral bekend de biografieën, Bioi paralleloi, waarin telkens
op de levensbeschrijving van een Griek die van een Romein, en daarna
meestal eene vergelijking (synkrisis) tusschen beiden volgt; wij
bezitten daarvan nog 23 paren en 4 alleenstaande. De onpartijdigheid
van den schrijver en de liefde, waarmede hij zijn onderwerp behandelt,
maken de levensbeschrijvingen tot eene aantrekkelijke lectuur, ofschoon
hij zonder eenige kritiek alle mogelijke bizonderheden betreffende
de beschreven personen mededeelt, en allerlei anekdoten opneemt,
die dikwijls meer zedekundige strekking dan geschiedkundige waarde
hebben. Bovendien zijn nog van hem bewaard gebleven een zeventigtal
verhandelingen op het gebied van zedekunde, wijsbegeerte, letterkunde,
antiquiteiten, enz., die in weerwil van hun verschillenden inhoud den
gemeenschappelijken titel van Ethika, Moralia, dragen. In al zijne
werken toont hij zich een beschaafd en buitengewoon belezen man,
die met recht een van de beste schrijvers van zijn tijd genoemd is.
Pluteus, houten scherm op raderen, bij belegeringen gebruikt om
soldaten of werklieden tegen pijlen enz. te dekken.
Pluto, Plouton, z. Hades.
Pluvius, regengever, bijnaam, waaronder Jupiter bij langdurige droogte
te Rome werd aangeroepen.
Pnyx, Pnyx, heuvel binnen Athene, ten W. van de Acropolis, plaats
der volksvergaderingen.
Podalirius, Podaleirios, z. Machaon. Op de terugreis van Troje door
een storm naar de kust van Carië gedreven, vestigde hij zich daar
metterwoon.
Podarces, Podarkes, 1) z. Priamus.--2) zoon van Iphicles, na den
dood van zijn broeder Protesilaus voor Troje aanvoerder der troepen
uit Phylace.
Podarge, Podarge, eene van de Harpyieën.
Podium, balcon in den circus enz. Zie Amphitheatrum.
Poeantiades, Poiantiades, Philoctetes, zoon van Poeas.
Poeas, Poias, een van de Argonauten, vriend van Heracles en vader van
Philoctetes. V. s. had hij met zijn zoon den brandstapel voor Heracles
aangestoken en daarvoor diens boog en pijlen ten geschenke gekregen.
Poecile, Poikile, zuilengalerij te Athene (z. a.).
Poeni, naam waarmede de Carthagers bij de Rom. genoemd werden.
Poeninus mons, zie Alpes.
Poetelia (lex), de ambitu, van den volkstribuun C. Poetelius in 358,
de eerste wet, die ambitus strafbaar stelde.
Poetelia Papiria (lex) van 326, van de consuls C. Poetelius
Libo Visolus en L. Papirius Mugillanus, ut pecuniae creditae bona
debitoris, non corpus obnoxium esset. Tengevolge hiervan kon wel het
vermogen, maar niet langer de persoon des schuldenaars voor schulden
aansprakelijk gesteld worden. Het nexum (z. a.) verviel nu, en de
schuldeischer moest nu den schuldenaar voor den praetor brengen. Liet
nu de praetor de addictio (z. a.) volgen, dan kwam de schuldenaar
als addictus in de macht van den eischer. Ook dan wordt hij wel eens
nexus of vinctus genoemd.
Poetelii, rom. geslacht, bijna alleen bekend door een paar wetten.
Poetovio, sterke vesting aan den Dravus, in Pannonia, dicht bij de
grens van Noricum; in den vroegen keizertijd een der hoofdkwartieren
van de pannonische legers.
Pogon, Pogon, haven van Troezen in Argolis.
Poikilmata, Poikiliai, beeld- of snijwerk ter versiering van muren
en plafonds, v. a. stukadoorwerk.
Pola, Pola, thans nog zoo geheeten, oude, drukke handelsstad aan de
Adriatische zee in Istria. Men vindt er nog aanzienlijke overblijfselen
van rom. bouwwerken.
Polemarchos, 1) te Athene de derde archont (z. archontes).--2) te
Sparta de hoogste officier na den koning, later de bevelhebber eener
mora.--3) in de steden van Boeotië en van het aetolisch verbond de
hoogste burgerlijke overheden.
Polemo, Polemon, 1) zoon van Andromenes, werd met zijne drie broeders
van medeplichtigheid aan de samenzwering van Philotas tegen Alexander
verdacht; hij vluchtte, doch nadat zijn broeder Amyntas (no. 2)
vrijgesproken was, keerde hij terug. Na den dood van Alexander behoorde
hij tot de partij van Perdiccas.--2) zoon van Megacles, onder Alexander
bevelhebber der bezetting van Pelusium.--3) zoon van Theramenes,
onder Alexander bevelhebber der vloot in Aegypte.--4) van Laodicea,
werd door Antonius tot belooning voor bewezen diensten met een deel
van Pontus begiftigd (39), later veroverde hij op bevel van Agrippa
geheel Pontus en werd hij met de regeering daarover beloond, ook had
hij reeds Klein-Armenië gekregen en eindelijk werd hij door Augustus
ook koning van Bosporus gemaakt (14).--5) zoon van den vorigen, werd na
den dood van zijne moeder Pythodoris, die sedert den dood van Pol. I
de regeering in handen gehad had, door Caligula als koning erkend (38
na C.), doch een deel van zijn rijk (Bosporus) werd hem door Claudius
(41), het overige door Nero ontnomen (63).--6) Athener, wijdde zich,
nadat hij een zeer losbandig leven geleid had, met grooten ijver aan
de studie der wijsbegeerte en stond na den dood van zijn leermeester
Xenocrates aan het hoofd der academie (314-270). Hij beval vooral een
leven in overeenstemming met de natuur aan; de dialektiek stond bij hem
op den achtergrond.--7) ho periegetes, geb. in Troas, maar atheensch
burger, beschreef in zijne op grondig onderzoek berustende en door
latere schrijvers dikwijls aangehaalde werken de plaatsen, gebouwen,
kunstwerken en vooral inscripties (vandaar zijn bijnaam stelokopas),
die hij op zijne vele reizen te zien kreeg. Hij leefde ten tijde van
Ptolemaeus V.--8) Antonius P., van Laodicea, geb. omstreeks 86 n. C.,
sophist, gaf onder Traianus en later met grooten bijval te Smyrna
onderwijs, ook kwam hij verscheiden malen als gezant naar Rome. Om aan
de kwellingen van de jicht te ontkomen, liet hij zich in een grafkelder
opsluiten, waar hij den hongerdood stierf. Twee lijkredenen van hem
zijn bewaard. Hij is waarschijnlijk ook de schrijver van een grieksch
werkje over gelaatkunde, dat bewaard gebleven is.
Polemonium, Polemonion, stad op de kust van Pontus, op de plaats van
het oude Side gesticht door koning Polemo I (zie Polemo no. 4). Naar
de stad werd het middelste gedeelte van Pontus Pontus Polemoniacus
genoemd.
Poletai, te Athene 10 beambten, die de verpachtingen en verkoopingen
der eigendommen van den staat bezorgden.
Polias, Polias, bijnaam van Athena als stedenbeschermster, in welke
hoedanigheid zij vooral te Athene vereerd werd.
Polichne, Polichne, 1) stad in het N. O. van Laconica.--2) stad
in het N. van Messenia, ten W. van Andania.--3) stad op het eiland
Chius.--4) stad op Creta bij Cydonia.--5) stad in aziatisch Ionia
nabij Clazomenae.
Poliorcetes, Poliorketes, bijnaam van Demetrius no. 1.
Polis, Polis, sterkte der ozolische Locriërs op de aetolische grenzen,
in het gebied van Hyaea.
Polites, Polites, 1) zoon van Priamus en Hecabe, uitmuntend door
zijne snelheid in het loopen. Bij de verovering der stad werd hij
voor de oogen van zijn vader door Neoptolemus gedood.--2) een van de
tochtgenooten van Odysseus. Zie Lybas.
Politorium, oude latijnsche stad, door Ancus Marcius veroverd en
verwoest.
Poliuchus, Poliouchos = Polias.
Pollentia, 1) stad in het N. van Picenum = Urbs Salvia.--2) stad der
Bagienni (Bagenni) in Liguria.--3) rom. kolonie op het eil. Balearis
maior.
Pollex als rom. maat = 1/12 voet.
Pollicem premere, vertere. Wanneer een gladiator in een tweestrijd
wel gevallen, maar niet doodelijk gewond was, en door het opsteken
van den wijsvinger de toeschouwers om lijfsbehoud smeekte, en deze
zich lieten vermurwen, dan staken zij de vuist omhoog met ingesloten
duim, pollice presso; strekte daarentegen het publiek de vlakke hand
uit met den duim naar omlaag gekeerd, pollice verso, dan moest de
overwinnaar den overwonnene den doodsteek toebrengen.
Pollio, zie Asinii en Vedius.
Pollis, Pollis, Spartaan, werd als gezant naar Dionysius van
Syracuse gezonden, en liet zich door dezen overreden om Plato op
zijne terugreis mede te nemen en op Aegina als slaaf te verkoopen
(388). Als bevelhebber eener spartaansche vloot werd hij door Chabrias
bij Naxus verslagen (376). Hij kwam om bij de verwoesting van Helice
door een aardbeving (373).
Pollux, Polydeukes, 1) z. Dioscuri.--2) Iulius P., van Naucratis,
door Commodus tot leeraar der rhetorica te Athene aangesteld, schreef
o. a. een woordenboek, Onomastikon, dat voor de kennis van grieksche
taal en oudheden van belang is.
Polus, Polos, 1) van Agrigentum, sophist uit de school van Gorgias,
door Plato gegispt om zijn al te gekunstelden stijl.--2) leerling
van Empedocles, schrijver van een werk over de rechtvaardigheid.--3)
tooneelspeler te Athene ten tijde van Demosthenes.
Polyaenus, Polyainos, 1) van Lampsacus, een wiskundige, die deze studie
echter geheel opgaf, toen hij een leerling van Epicurus geworden
was.--2) Macedoniër, schrijver van een werk, getiteld Strategemata,
dat echter niet alleen krijgslisten, maar ook een aantal daden van
list en bedrog op ieder ander gebied beschrijft. Het werk is opgedragen
aan M. Aurelius en L. Verus.
Polyanthes, Polyanthes, Corinthiër, in den peloponnesischen oorlog
(413) bevelhebber eener vloot, later een van de leiders der
anti-spartaansche partij te Corinthe.
Polybiades, Polybiades, opvolger van Agesipolis als bevelhebber van
het spartaansche leger in den oorlog tegen Olynthus; door honger
noodzaakte hij de Olynthiërs om vrede te vragen (380).
Polybius, Polybios, 1) van Megalopolis, zoon van Lycortas,
geb. omstreeks 201, reeds vroeg onder de leiding van zijn vader
en diens vriend Philopoemen tot staatsman en veldheer gevormd. Met
hart en ziel toegewijd aan de belangen van het achaeïsch verbond,
voorzag hij wel de gevaren, die van den kant van Rome dreigden, in
den oorlog tusschen Rome en Macedonië ried hij als hipparch strenge
onzijdigheid aan, maar na den val van Perseus zag hij in dat men
zich niet op dit standpunt konde houden, en daar de romeinschgezinde
partij weldra de overhand kreeg, moest hij zich terugtrekken. Bij
de Rom. om zijne vroegere houding verdacht, behoorde hij tot de 1000
Achaeërs, die in 166 als gijzelaars naar Rome medegenomen werden. In
het huis van Aemilius Paullus opgenomen, in vriendschappelijk
verkeer met de voornaamste Romeinen, voelde hij langzamerhand zijne
vroegere vijandschap plaats maken voor bewondering, en kwam hij
tot de overtuiging, dat, bij de goed geordende staatsregeling en
legerorganisatie der Romeinen, hunne macht, vooral voor zijn door
partijstrijd verdeeld vaderland, onweerstaanbaar moest zijn. In 150
kreeg hij, evenals de andere gijzelaars, door bemiddeling van zijn
vriend Scipio Aemilianus vergunning om naar zijn vaderland terug te
keeren, maar reeds een jaar later volgde hij hem naar Africa, waar
hij hem bij de belegering van Carthago vele diensten bewees. Kort na
de verovering van Corinthe keerde hij naar de Peloponnesus terug, en
door zijn invloed wist hij in vele gevallen het lot der overwonnenen
te verzachten. Van de Romeinen kreeg hij de opdracht de verschillende
steden te bezoeken, den nieuwen regeeringsvorm te helpen invoeren,
en het volk voor de nieuwe toestanden te winnen, een opdracht, die
hij tot groote tevredenheid van alle partijen vervulde. Misschien
was het door deze bemoeiingen dat hij op de gedachte kwam een werk
te schrijven, dat zijne landgenooten tot berusting zou aansporen
door hen te wijzen op de natuurlijke en onvermijdelijke toeneming
van de rom. macht, en hun de oorzaken daarvan aan te toonen. Dit plan
bracht hij, terwijl hij te Rome woonde en meermalen ten dienste er van
reizen deed, ten uitvoer door het beschrijven der rom. geschiedenis
sedert het begin van den tweeden punischen oorlog tot de inneming van
Corinthe. Nadat dit werk voltooid was, keerde hij naar Griekenland
terug, waar hij in 120 aan de gevolgen van een val van zijn paard
overleed.--Zijn werk, dat van veel politieke kennis en zorgvuldige
bronnenstudie getuigt, is het eerste voorbeeld van eene pragmatische
behandeling der geschiedenis--de uitdrukking pragmatike historia is
van hemzelf,--daar hij niet slechts de gebeurtenissen vermeldt, maar
ook oorzaken en gevolgen er van nauwkeurig mededeelt. Zijn dikwijls
ruwe stijl, niet gevormd door rhetorische studiën, is niet zonder
grond door sommigen soldatenstijl genoemd. Van de 40 boeken, waaruit
zijne geschiedenis oorspronkelijk bestond, zijn alleen de eerste 5
volledig bewaard gebleven.--2) geleerd en invloedrijk vrijgelatene
van Claudius, wien hij bij zijne studiën behulpzaam was.
Polybus, Polybos, 1) koning van Corinthe, bij wien Oedipus opgevoed
werd.--2) koning van Thebe in Aegypte, die Menelaus gastvrij
ontving.--3) koning van Sicyon, grootvader van Adrastus.
Polycaste, Polykaste, dochter van Nestor, v. s. gemalin van Telemachus.
Polycletus, Polykleitos, van Sicyon, beroemd beeldhouwer,
jongere tijdgenoot van Phidias, dien hij nog overtrof wat betreft
nauwkeurigheid en getrouwheid aan de natuur, terwijl hij daarentegen
in phantasie zijn mindere was en hem dus in het maken van godenbeelden
niet konde evenaren. De Herakop, op blz. 305 afgebeeld, is misschien
eene copie naar P.'s beroemd Herabeeld. Andere bekende beelden zijn
de Diadumenus, de Doryphorus en zijn Amazone, waarvan copiën over
zijn. Een geschrift van hem, Kanon, handelde over proporties, ter
verklaring van zijn Doryphorus.
Polyclitus, Polykleitos, een van de invloedrijkste vrijgelatenen van
keizer Nero, die een zeer verderfelijken invloed op hem uitoefende. Hij
werd in 61 n. C. met een buitengewone volmacht naar Britannia gezonden,
om een onderzoek in te stellen naar het bestuur van den stadhouder
Suetonius Paulinus en naar den toestand van de provincie. Als gevolg
hiervan werd Suetonius teruggeroepen.
Polycrates, Polykrates, 1) van Samus, wierp zich, na omverwerping
van de bestaande aristocratie, tot alleenheerscher op, waarbij hij
eerst door zijne broeders Syloson en Pantagnotus geholpen werd,
die hij echter spoedig op den achtergrond drong. Hij was bekend
door zijn rijkdom, macht en voortdurend geluk, hij omgaf zich met
aziatische weelde, dichters, o. a. Anacreon, werden gastvrij door hem
ontvangen, verder verschafte hij zich een groote vloot en maakte hij
Samus tot de aanzienlijkste zeemogendheid in de Aegaeïsche zee. Doch
toen zijne vloot, aan Cambyses te hulp gezonden, van hem afviel, was
het met de heerschappij ter zee gedaan, hoewel hij de opstandelingen
onderwierp. In 522 werd hij door den satraap Oroetes, wien hij bij
zijne eerzuchtige plannen in den weg stond, verraderlijk naar Magnesia
gelokt en daar gekruisigd.--2) atheensch sophist, die eenige jaren na
den dood van Socrates diens veroordeeling in een geschrift trachtte
te rechtvaardigen.
Polycritus, Polykritos, van Mende, geneesheer aan het hof van
Artaxerxes Mnemon. Of deze, of een naamgenoot van hem was de schrijver
van een uitvoerige geschiedenis van Sicilië, die verloren gegaan is.
Polydamas, Polydamas, 1) trojaansch held en waarzegger, uitmuntend
door wijsheid en welsprekendheid, vriend en raadsman van Hector.--2)
officier van Alexander d. G., die, hoewel een vertrouwd vriend van
Parmenio, het bevel om hem te dooden naar Medië overbracht. Parmenio
werd verraderlijk overvallen en afgemaakt.
Polydectes, Polydektes, 1) of Polydegmon, die velen opneemt, bijnaam
van Hades.--2) koning van Seriphus, z. Perseus.--3) koning van Sparta,
broeder van den wetgever Lycurgus.
Polydeuces, Polydeukes = Pollux.
Polydora, Polydora, dochter van Meleager, door sommigen de gemalin
van Protesilaus genoemd in plaats van Laodamia no. 2.
Polydorus, Polydoros, 1) zoon van Cadmus en Harmonia, vader van
Labdacus.--2) jongste zoon van Priamus bij Laothoë, door Achilles
gedood. In andere verhalen is zijne moeder Hecabe, en wordt hij
tegen het einde van den trojaanschen oorlog door zijn vader aan den
thracischen koning Polymestor toevertrouwd. Begeerig naar de groote
schatten, die Priamus zijn zoon had medegegeven, doodt Polymestor hem
na den val van Troje en werpt zijn lijk in zee, het wordt echter op
het strand geworpen en toevallig door Hecabe gevonden en herkend,
die nu uit wraak Polymestor de oogen uitsteekt en zijne kinderen
doodt.--V. a. was zijne zuster Ilione de gemalin van Polymestor en had
zij P. buiten weten van haar echtgenoot verwisseld met haar eigen kind,
Deïpylus of Deïphilus. Toen nu de Grieken van Polymestor eischten,
dat hij P. zou dooden, en hem daarvoor een huwelijk met Agamemnon's
dochter Electra en groote geschenken beloofden, doodde hij zijn
eigen zoon, later werd hij door P. met de hulp van Ilione gedood.--De
pijlen waarmede P. gedood was, groeiden boven zijn graf tot een dicht
myrtenbosch op.--3) zoon van Hippomedon, een van de epigonen.--4)
koning van Sparta in den eersten messenischen oorlog.--5) broeder
en opvolger van Iason van Pherae, stierf kort na het aanvaarden der
regeering plotseling, naar men meende door de hand van zijn broeder
Polyphron.--6) een van de drie beeldhouwers van de Laocoongroep,
z. Laocoon.
Polyeuctus, Polyeuktos, atheensch staatsman en redenaar, vriend en
partijgenoot van Demosthenes, was betrokken in het proces betreffende
het geld van Harpalus.
Polygnotus, Polygnotos, van Thasus, zoon van Aglaophon, een der
beroemdste schilders van Griekenland, vriend van Cimon, door de
Atheners wegens zijn talent met het burgerrecht begiftigd. Zijne
werken overtroffen die van zijne voorgangers in natuurlijkheid en
ongedwongenheid. Onder zijne groote schilderijen zijn vooral beroemd
de slag bij Marathon in de Poikile Stoa te Athene en de verovering
van Troje te Delphi.
Polyhymnia, Polymnia, Muze der hymnen-dichtkunst, wordt afgebeeld met
ernstige gelaatstrekken en een nauwsluitend kleed, maar gewoonlijk
zonder bepaalde attributen.
Polyidus, Polyidos, -eidos, 1) achterkleinzoon van Melampus, beroemd
waarzegger, z. Glaucus no. 4.--2) beroemd dithyrambendichter in de
eerste helft der 4de eeuw; ook als treurspeldichter wordt hij genoemd.
Polym(n)estor, Polym(n)estor, z. Polydorus no. 2.
Polymnestus, Polymnestos, 1) vader van Battus, den stichter van
Cyrene.--2) van Colophon, een van de oudste dichters van liederen, die
bij de fluit gezongen werden en van de daarbij behoorende fluitmuziek
(aulodia, z. tibia). Hij leefde in het midden der 7de eeuw. Dat hij
berucht zou zijn geweest om zijne onzedelijke gedichten, en derhalve
zulke gedichten Polymnesteia genoemd werden, berust op een verkeerde
interpretatie van een antieken tekst.
Polymnia = Polyhymnia.
Polymnis, Polymnis, Thebaan, vader van Epaminondas.
Polynices, Polyneikes, zoon van Oedipus en Iocaste, broeder van
Eteocles (z. a.), schoonzoon van Adrastus (z. a.).
Polyperchon = Polysperchon.
Polypemon, Polypemon, de eigenlijke naam van Procrustes.