koning van Thebe op. Hij verzette zich tegen het invoeren van den
dienst van Dionysus, en toen hij zich naar den Cithaeron begaf om
een feest der Bacchanten te verbieden, werd hij door zijn moeder en
de overige vrouwen, die hem in razernij voor een wild dier hielden,
gedood en verscheurd.
Penthilus, Penthilos, zoon van Orestes en Erigone no. 2, stichter
eener volkplanting op Lesbus. Hij wordt de stamvader genoemd van de
Penthiliden, eene familie, die tot het midden der zevende eeuw op
Lesbus de koninklijke waardigheid bezat.
Pentri, de eenige samnietische volksstam, die na den slag bij Cannae
aan Rome trouw bleef. Hoofdstad: Bovianum.
Peparethus, Peparethos, eil. in de Aegaeische zee ten Z.O. van
Thessalia, door de Chalcidiërs gekoloniseerd, beroemd om zijn wijn.
Pephredo, Pe(m)phredo, eene van de Graeae.
Peplum, -plus, peplos, -plon, een kleedingstuk bij de Grieken, dat in
vorm overeenkwam met de romeinsche palla en ongeveer op dezelfde wijze
gedragen werd. In de oudste tijden schijnt het alleen door vrouwen,
later ook door mannen gedragen te zijn. Bijzonder beroemd is de peplos
van Athena, z. Panathenaea.
Peraea, Peraia, 1) het overjordaansche gedeelte van Palaestina.--2)
he peraia ton Rhodion, het carische kustland tegenover Rhodus.--3)
he peraia Tenedion, mysische kuststreek tegenover Tenedus.--4)
kolonie van Mitylene op de kust van Mysia.
Percote, Perkote, oude stad in Mysia aan den Hellespont.
Perdiccas, Perdikkas, 1) een afstammeling van den Heraclide Temenus
uit Argos, vluchtte met zijne broeders naar Illyrië, en stichtte
van daar uitgaande het macedonische rijk, waarvan hij de eerste
koning werd, omstreeks 700. V. a. was hij de opvolger van Caranus
(z. a.).--2) P. II, zoon van Alexander no. 5, regeerde na den dood
van zijn vader (454) met zijne broeders Alcetas en Philippus, sedert
436 alleen. De uitbreiding van de atheensche macht op de kusten van
zijn rijk maakte hem tot een natuurlijk vijand der Atheners, toch
durfde hij slechts zelden openlijk tegen hen optreden, en in den
peloponnesischen oorlog stond hij bij afwisseling aan hunne zijde
of aan die van hunne vijanden. Hij regeerde tot 413.--3) P. III,
zoon van Amyntas II, deelde na den dood van zijn broeder Alexander
no. 6 het rijk met Ptolemaeus Alorites, zijn zwager (369); nadat
deze vermoord was (365) regeerde hij tot 360, hij sneuvelde in een
slag tegen de Illyriërs.--4) dapper veldheer en vertrouwd vriend
van Alexander d. G. Hij onderscheidde zich bij het beleg van Thebe,
bij de slagen aan den Granicus, bij Issus en bij Gaugamela en op den
tocht naar Indië. Alexander overhandigde hem op zijn sterfbed zijn
zegelring. Na den dood van Alexander werd besloten dat P. in naam van
Alexanders nog ongeboren zoon en van Philippus Arrhidaeus het rijk
zou besturen. Hij liet Meleager (z. a.) en diens aanhangers dooden,
huwde met Nicaea, de dochter van Antipater, en trachtte op alle wijzen
zijne macht te bevestigen. Maar de andere veldheeren toonden zich
weinig geneigd zijn gezag te erkennen, en weldra was alleen Eumenes
aan P. en het koninklijke huis trouw gebleven, terwijl daarentegen
Antigonus, wegens ongehoorzaamheid voor het gerecht gedaagd, naar
Europa vluchtte en zich met Antipater, Craterus en Ptolemaeus tegen
P. verbond. Deze verstiet nu Nicaea en trad in het huwelijk met
Cleopatra, de dochter van Philippus, vooreerst wendde hij zich tegen
Ptolemaeus, en toen hij bij eene poging om den Nijl over te trekken
zich met groot verlies moest terugtrekken, brak een opstand uit onder
de door zijne strengheid verbitterde soldaten, vele officieren vielen
van hem af en eenige drongen in zijne tent en doodden hem (321).
Perdix, Perdix = Talos no. 1.
Perduellio. In het oude fetiaalrecht is perduellis = vijand, terwijl
hostis synoniem met peregrinus was. Onder perduellio verstaat
men vijandige handelingen van den burger tegenover den staat,
b. v. pogingen tot omwenteling, verstandhouding met den vijand,
ook overloopen, desertie enz. Daar de volkstribunen sedert de lex
Hortensia van 287 het recht hebben, politieke misdrijven te vervolgen,
wordt perduellio sedert dien tijd slechts weinig genoemd; zie duumviri
perduellioni iudicandae.
Peregrinus, de buitenlander, de vreemdeling, in tegenstelling met
den rom. burger. Zie omtrent hun rechten ius gentium.
Peregrinus Proteus, Peregrinos Proteus, van Parium, cynisch wijsgeer,
vestigde zich, na een tijd lang een zwervend leven geleid te hebben, te
Athene. Hij wendde alle middelen aan om de aandacht van het publiek te
trekken, en toen hij met dit doel had bekend gemaakt dat hij zich bij
de feesten te Olympia zou laten verbranden, drongen zijne aanhangers
op de vervulling zijner belofte aan, en was hij genoodzaakt zijn woord
te houden (164 n. C.). Hij was ook een tijdlang Christen geweest. Hij
is vooral bekend door de satire van Lucianus: de morte Peregrini.
Peremne auspicari. Auspiciën verloren hunne kracht bij het
overschrijden van een water, tenzij daarbij zekere vormen in acht
werden genomen en een formulier werd uitgesproken. Dit heette peremne
auspicari en moest ook plaats hebben, wanneer men, om op den Campus
Martius comitiën te houden, den amnis Petronia, een beekje aan den
voet van den Capitolinus, moest overgaan.
Perenna, zie Anna Perenna.
Perfectissimi, titel der ambtenaren van den vierden rang, door
Constantijn d. Gr. ingevoerd.
Perga, Perge, stad in het binnenland van Pamphylia, met een beroemden
tempel van Artemis.
Pergama, ta Pergama, de burcht van Troje, ook wel de stad
zelve. Neptunia Pergama, omdat Neptunus met Apollo voor koning Laomedon
de muren der stad had gebouwd.
Pergamum, Pergamon, beroemde stad in het mysische gewest Teuthrania,
ten N. van den Caicus. Na den dood van Alexander d. Gr. behoorde
het tot het gebied van Lysimachus, totdat in 284 diens schatmeester
Philetaerus afvallig werd en te P. een eigen rijkje stichtte, dat
hij in 263 aan zijn neef Eumenes I naliet. In 188, na den syrischen
oorlog, kreeg Eumenes II van Rome het grootste gedeelte van het door
Antiochus afgestane land. Attalus III vermaakte in 133 zijn rijk en
zijne schatten aan het rom. volk. Zijn onechte broeder Aristonicus
weigerde dezen afstand te erkennen, doch werd verslagen, gevangen
naar Rome gevoerd en ter dood gebracht. Het rijk van Pergamus werd de
rom. provincie Asia (129). De vorsten van P. waren groote beminnaars
van kunst en wetenschap geweest. Van de bouw- en beeldhouwwerken,
door de Duitschers daar opgegraven, is vooral beroemd het groote
Zeusaltaar, in de 2de eeuw gesticht, waarvan het beeldhouwwerk naar
Berlijn is overgebracht. In de geschiedenis der beeldhouwkunst neemt
de Pergameensche kunst een afzonderlijke plaats in. De bibliotheek van
P. bevatte 200000 boekrollen. Ook de nijverheid bloeide; fabricatie van
manufacturen en weeldeartikelen werd op groote schaal gedreven. Het
perkament, charta pergamena, ontleende zijn naam aan de stad. De
bibliotheek werd later op last van M. Antonius naar Alexandria
overgebracht.
Pergamus, Pergamos, 1) = Pergama.--2) = Pergamum.--3) stad op Creta
bij Cydonia, sterfplaats van Lycurgus.
Periaktoi, twee driehoekige prisma's, waarvan de zijden als coulissen
beschilderd waren; het geheele lichaam draaide om een spil, zoodat
op deze wijze de drie verschillende zijden bij afwisseling voor de
toeschouwers zichtbaar konden gemaakt worden. Z. theatrum.
Periander, Periandros, zoon van Cypselus, geb. 668, volgde zijn
vader in de regeering over Corinthe op (627). Aanvankelijk regeerde
hij gematigd, hij gaf wetten tegen weelde en overdaad, bevorderde
handel en scheepvaart door het aanleggen van kanalen, het stichten van
volkplantingen enz., beschermde kunsten en wetenschappen en liet de
stad met prachtige bouwwerken versieren. Kort voor zijn dood besliste
hij als scheidsrechter een geschil tusschen Athene en Mytilene over het
bezit van Sigeum. Nadat hij echter door zijne mishandelingen den dood
zijner gemalin Melissa veroorzaakt had, waardoor hij zich een oorlog
met zijn schoonvader Procles, tyran van Epidaurus, op den hals haalde,
gaf hij zich, naar men wil, aan dronkenschap over en vertoonden zich
bij hem blijken van gekrenkte geestvermogens. Uit achterdocht bedreef
hij de grootste wreedheden, hij omgaf zich met eene lijfwacht van 200
man, woedde vooral tegen den adel en deed zijn best om de dorische
eigenaardigheden bij zijn volk uit te roeien. Zie ook Lycophron. Door
allen verlaten en door wroeging gefolterd stierf hij, 585. Dat hij
tot de zeven wijzen behoord zou hebben, wordt reeds door de ouden
tegengesproken. Als zijn spreuk wordt aangehaald: melete to pan,
voorzorg is alles.
Periboea, Periboia, 1) Najade, die hare onsterfelijkheid prijs gaf om
met den arcadischen koning Lelas te trouwen.--2) gemalin van Polybus,
die Oedipus als zoon aannam en opvoedde.--3) dochter van Hipponous,
gemalin van Oeneus, moeder van Tydeus.--4) Najade, gemalin van Icarius,
moeder van Penelope.--5) of Eriboea, dochter van Alcathous, gemalin
van Telamon, moeder van Aiax.
Pericles, Perikles, 1) Athener, zoon van Xanthippus, van moederszijde
met de Alcmaeoniden verwant, genoot in zijne jeugd het onderwijs van
Zeno van Elea, den toonkunstenaar Damon en vooral van Anaxagoras,
mannen, met wie hij ook op lateren leeftijd zeer bevriend bleef. Nadat
hij zich in verscheiden veldtochten onderscheiden had, trad hij in
469 als staatsman op, en wel als tegenstander van de aristocratische
en spartaansch gezinde partij, die onder de leiding van Cimon
stond. Sedert deze door het ostracismus verbannen was (460), was
P. de eerste man in den staat en hij bleef dit ook na de terugkomst
van Cimon. Gewoonlijk behoorde hij tot de strategen, soms was hij ook
met het beheer der financiën en der openbare bouwwerken belast, maar
zijn grooten invloed had hij vooral te danken aan zijne persoonlijke
eigenschappen; zijn politiek doorzicht en zijne overredende
welsprekendheid maakten hem tot een volksleider in den goeden zin van
het woord. Zijn doel was in Athene aan de democratische instellingen
de grootst mogelijke uitbreiding en ontwikkeling te geven en het tot
den eersten, zoo mogelijk tot den heerschenden, staat in Griekenland te
maken. Om aan alle burgers niet alleen gelijke rechten te verschaffen,
maar hen ook in staat te stellen die rechten inderdaad uit te oefenen,
werd de macht van den Areopagus beperkt, waarbij P. persoonlijk
echter slechts eene ondergeschikte rol speelde (z. Ephialtes),
de werkkring van de heliaea uitgebreid, aan den eenen kant door
liturgieën de grootste lasten op de schouders der rijken gelegd,
aan den anderen kant door het invoeren van betaling voor rechters
enz. de armeren verlicht en tot het gebruiken hunner burgerrechten
aangemoedigd. Daar de democratie in zijn tijd haar glanspunt bereikte,
worden hem een aantal wetten in democratischen geest toegeschreven,
waarvan echter waarschijnlijk vele reeds voor of eerst na hem zijn
ingevoerd. Kunst en wetenschap moedigde hij ten zeerste aan, de
voornaamste kunstenaars van Griekenland zochten Athene op en vonden
er werk, het Parthenon, het Odeum, de Propylaea, e.a. onsterfelijke
kunstwerken zijn in dezen tijd gebouwd, grootendeels onder leiding
van Phidias, den vriend van P.--Zijn streven om Athene's macht ook te
land uit te breiden veroorzaakte reeds vroeg een oorlog met Sparta
(457), die, hoewel de slag bij Tanagra verloren werd, aanvankelijk
voor Athene gunstig verliep; toen in 451 door tusschenkomst van Cimon
een vijfjarige wapenstilstand gesloten werd, was Aegina onderworpen,
Megara met Athene verbonden, Boeotië, Locris en Phocis gedwongen
geworden zich bij Athene aan te sluiten, zelfs waren eenige gelukkige
tochten naar de Peloponnesus en naar Acarnanië gedaan. Maar weldra
verhief zich de oligarchische partij in Boeotië tegen dezen toestand,
en toen Tolmides tegen den raad van P. den slag bij Coronea waagde
en verloor (447), vielen ook Locris, Phocis, Megara en Euboea af,
en deden de Spartanen een inval in Attica. Wel wist P. hen door
omkooping tot den aftocht te bewegen en veroverde hij Euboea weder,
maar bij den dertigjarigen vrede (445) werd Athene gedwongen al
zijne bezittingen in de Peloponnesus op te geven en Boeotië, Megara,
Locris en Phocis uit den bond te laten treden. Daarentegen veranderde
langzamerhand de betrekking van Athene tot de zeestaten, zoodat deze
van bondgenooten tot onderhoorigen werden; P. uitte onverholen de
meening, dat zij aan Athene gehoorzaamheid en schatting schuldig
waren, terwijl Athene daarentegen verplicht was hen te helpen en te
verdedigen. De meeste staten misten de middelen om zich tegen deze
aanspraken te verzetten, daar zij de gewoonte hadden aangenomen voor
de verdediging van den bond geld in plaats van soldaten te geven;
die het niettemin beproefden, werden met geweld ten onder gebracht,
zooals Euboea, Aegina, Samus. Sedert 454 werd de bondskas te Athene
bewaard en als Atheensch eigendom beschouwd en behandeld. Een
middel, waardoor P. staten van twijfelachtige trouw aan Athene
verbond en tevens arme burgers verzorgde, was het uitzenden van
cleruchieën; bijna 5000 atheensche burgers kregen op deze wijze in
verschillende deelen van Griekenland grondbezit. Maar P. zag wel
in, dat Athene vroeg of laat zijne heerschappij, hoe hecht zij ook
gevestigd scheen, zou moeten verdedigen, daarom nam hij reeds sedert
het begin van den dertigjarigen vrede alle mogelijke maatregelen
tegen den onvermijdelijken oorlog, en toen deze oorlog eindelijk
uitbrak, had Athene 300 schepen, een leger van 30000 hopliten
en 8000 talenten in kas, terwijl de jaarlijksche inkomsten 1000
talenten bedroegen. Hij ried daarom aan de eischen der Spartanen
(z. Pelop. oorlog) af te wijzen, den oorlog moedig te ondernemen en
voorzichtig te voeren. Wel vond hij verbitterden tegenstand bij de
aristocratische grondeigenaars en bij de boeren, die van een oorlog de
grootste schade zouden ondervinden; wel trachtten zijne tegenstanders,
die hemzelf niet durfden aanvallen, aan hunne verbittering lucht te
geven door aanklachten tegen Anaxagoras, Aspasia en Phidias, maar P.,
steunend op het vertrouwen van het volk, hield vol en, hoe moeilijk de
tijden ook waren, het bleef naar hem luisteren. Eerst toen door oorlog
en pest de nood op het hoogst gestegen was en de ontevredenheid een
offer zocht, waagde men het P. van slecht beheer der staatsgelden
te beschuldigen, inderdaad werd hij tot een geldboete veroordeeld
(430), doch spoedig keerde het vertrouwen van het volk terug en werd
hij opnieuw tot strateeg verkozen. In het volgende jaar stierf hij,
v.s. aan de pest.--2) onechte zoon van den vorigen bij Aspasia. Ter
eere van zijn vader gaf het volk verlof hem onder de burgers op te
nemen; hij was een van de atheensche vlootvoogden, die na den slag
bij de Arginusae ter dood veroordeeld werden.
Periclymenus, Periklymenos, 1) zoon van Neleus en Chloris no. 3,
Argonaut, was zeer sterk en konde verschillende gedaanten aannemen;
bij de verwoesting van Pylus werd hij door Heracles gedood.--2) zoon
van Poseidon en Chloris no. 4, Thebaan, die bij den oorlog der zeven
tegen Thebe Parthenopaeus doodde en Amphiaraus op de vlucht vervolgde.
Perideipnon, een maaltijd, door de bloedverwanten van een gestorvene
na zijne begrafenis in het sterfhuis gehouden.
Perieres, Perieres, zoon van Aeolus, koning van Messenië, vader van
Aphareus en Leucippus.
Perigune, Perigoune, dochter van Sinis, bij Theseus moeder van
Melanippus.
Perilaus, Pirilaos, 1) zoon van Icarius en Periboea, v. s. aanklager
van Orestes bij den Areopagus.--2) of Perillus, kunstenaar van
Agrigentum, maakte een koperen stier, waarin een mensch kon verbrand
worden, en die zoo gemaakt was, dat het geschreeuw van het slachtoffer
op het gebrul van een stier geleek. Hij bood dien stier voor eene
aanzienlijke som aan Phalaris aan, maar deze nam de eerste proef met
den kunstenaar zelf.
Perillus, Perillos, z. Perilaus no. 2.
Perinthus, Perinthos, bloeiende volkplanting (559) van Samus, op
de thracische kust aan de Propontis (zee v. Marmara) gelegen. Zij
verdedigde zich met goed gevolg tegen Philippus van Macedonië. Later
Heraclea Perinthus.
Perioikoi, afstammelingen van de oude bevolking der peloponnesische
staten, wien door de dorische veroveraars de vrijheid en gedeeltelijk
ook hun grondeigendom gelaten was. Zij misten het burgerrecht en
moesten schatting opbrengen. In Lacedaemon is de naam Lacedaemoniërs
soms in het bizonder op hen toepasselijk, terwijl daarentegen de
heerschende Doriërs zich Spartanen noemen.
Peripatetici, Peripatetikoi, wijsgeeren uit de school van Aristoteles
(z.a.).
Periphas, Periphas, 1) attisch autochthoon, die nog vóór Cecrops
over Attica regeerde en wegens zijne wijsheid en goedheid als een
god vereerd werd. Hierover vertoornd, wilde Zeus hem met den bliksem
dooden, maar op de bede van Apollo veranderde hij hem in een arend.--2)
een Aetoliër, die voor Troje door Ares gedood werd.--3) een Griek, die
bij de verovering van Troje den burcht innam.--4) heraut van Aeneas.
Periphetes, Periphetes, zoon van Hephaestus en Anticlea, een berucht
roover, die met een ijzeren knots de reizigers doodde, die in zijne
handen vielen. Theseus doodde hem in de nabijheid van Epidaurus en
ontnam hem de knots.
Peripoloi waren te Athene belast met de bezetting der grensvestingen
en de bewaking van het land. Zij hadden eene lichte wapenrusting en
werden slechts bij uitzondering buitenslands gezonden. De dienst der
per. gold als eene voorbereiding voor den werkelijken krijgsdienst
en was daarom aan de epheben opgedragen.
Peripterus, peripteros, is een tempel, wanneer er eene kolonnade aan al
de vier zijden om heen loopt. Staan de zuilen aan de zijkanten en den
achterkant ter halverwege in den muur dan zegt men pseudoperipterus.
Peristasis noemt men de zuilengangen rondom den dorischen tempel,
zie columna.
Peristylium, peristylion, een ruimte, rondom ingesloten door zuilen,
die binnen de muren staan. Het komt eerst sedert den hellenistischen
tijd voor, z. Domus en Oikia.--2) = Peristasis.
Permessus, Permessos, beekje in Boeotia, ontspringt op de zuidelijke
helling van den Helicon en stroomt langs Thisbe en Leuctra.
Pero, Pero, de schoone dochter van Neleus en Chloris, gemalin van Bias,
z. Melampus.
Pero, laars van ruw of ongelooid leder.
Perone, z. Fibula.
Perperena, Perperena, vlek in Mysia, ten Z. van Adramyttium.
Perpernae, ook Perpennae. 1) M. Perperna werd samen met L. Petillius
door den illyrischen koning Gentius, tot wien zij als gezanten
kwamen, gevangen gehouden, totdat de praetor Anicius hen met een
leger kwam bevrijden (168).--2) M. Perperna, consul in 130, overwon
den pergameenschen kroonpretendent Aristonicus. Hij overleed te
Pergamum.--3) M. Perperna, consul in 92, censor in 86.--4) M. Perperna,
een laatdunkend en onbekwaam man, koos in den burgeroorlog de partij
van Marius en werd praetor. Toen Sulla zegevierde, week hij naar
Sicilië, van waar Pompeius hem verjoeg. In 78 was hij onderbevelhebber
van den oproerigen consul Mam. Aemilius Lepidus, na wiens nederlaag
hij naar Hispania tot Sertorius vluchtte. Door zijne afkomst achtte
hij zich ver boven Sertorius verheven en zoo nam hij deel aan
eene samenzwering, waardoor S. vermoord en P. tot aanvoerder werd
uitgeroepen (72). Hij werd echter spoedig door Pompeius verslagen en
gevangen genomen, trachtte nog door eene laaghartigheid zijn leven
te redden, doch werd ter dood gebracht.
Perrhaebi, Perraiboi, krijgshaftig volk in het Noorden en in het
Oosten van Thessalia, en ook in het N. van Euboea wonend.
Perranthes, berg in Epirus, bij Ambracia, ten O. van den Arachthus.
Persaeus, Persaios, 1) z. Perses.--2) van Citium, slaaf, later leerling
van Zeno, leefde als stoicijnsch wijsgeer aan het hof van Antigonus
Gonatas, die hem veldheer maakte en aanvoerder van het macedonische
garnizoen van Corinthe. Hij sneuvelde in den strijd tegen Aratus
(± 243).
Perse, Perseis, Perse, Perseis, dochter van Oceanus, gemalin van
Helius, moeder van Aeetes, Circe, Pasiphaë, e. a.
Persephone, Persephone, -phoneia, Persephassa, Pherreph-, Kore,
Proserpina, dochter van Zeus en Demeter, gemalin van Hades, die
in de onderwereld over de schimmen der afgestorvenen regeert. Na
Homerus treedt hare verhouding tot Demeter meer op den voorgrond dan
die tot Hades, zelfs is zij in de mysteriën de bruid van Iacchus
en heeft Hades haar slechts door geweld tot gemalin gekregen en
door list behouden. Toen zij nl. eens op de vlakte van Nysa of bij
Enna bezig was bloemen te plukken, opende zich plotseling de aarde,
en uit de opening verscheen Hades, op zijn gouden met vier zwarte
paarden bespannen wagen gezeten, en ontvoerde haar in weerwil van
haar tegenstreven. Zeus had hem hiertoe zijne toestemming gegeven,
maar Demeter, die niet wist waar hare dochter gebleven was, zocht deze
vruchteloos negen dagen en nachten, totdat zij van Helius vernam, dat
zij toch niet in P.'s tegenwoordig verblijf zou kunnen doordringen;
in toorn trok zij zich van het gezelschap der goden terug, terwijl
alle groei op aarde ophield. Eindelijk was Zeus genoodzaakt P. door
Hermes uit de onderwereld te laten terughalen, maar Hades geeft
haar, voordat hij haar laat gaan, de pit van een granaatappel, het
zinnebeeld van het huwelijk, zoodat zij niet voor goed het sombere
rijk van haar gemaal kan verlaten, maar er een derde van het jaar
moet doorbrengen. Intusschen had Demeter, bewogen door de gastvrije
ontvangst van Celeüs, door Triptolemus de kennis van den landbouw
onder de menschen laten verbreiden en de eleusinische mysteriën
ingesteld. In dezen mythus is P. blijkbaar het zinnebeeld van het
jaarlijks terugkeerende afsterven en herleven der plantenwereld,
waaraan in de mysteriën verder de beteekenis gegeven werd van eene
zinnebeeldige voorstelling van verlossing uit den dood. De nauwe
betrekking, die tusschen P. en hare moeder gedacht wordt te bestaan,
wordt uitgedrukt door den veelal aan beide godinnen gemeenschappelijken
eeredienst, door hare gemeenschappelijke bijnamen (Despoina, Megale
thea), en vooral door den naam Kore (de jonkvrouw, dochter), die P. in
de mysteriën droeg. Onder den invloed van de mystiek der Orphici werd
zij later dikwijls verward met Hecate, Gaea, Rhea e.a.--Zij wordt
afgebeeld als koningin der onderwereld met schepter en kroon, of als
de bruid van Iacchus met klimopkrans en fakkels, of eenvoudig als de
jonge dochter van Demeter; tot hare attributen behooren de narcis,
papaver en korenaren.
Persepolis, Persepolis, heilige hoofdstad van het landschap Persis,
door Darius aangelegd, aan den Medus, dicht bij zijn uitmonding in den
Araxes. De burcht met het koninklijk paleis, de schatkamer en de graven
der perzische koningen, was door een driedubbelen muur omgeven. De
stad werd door Alexander d. Gr. geplunderd en gedeeltelijk verwoest.
Perses, Perses, 1) of Persaeus, zoon van Crius en Eurybia, vader
van Hecate.--2) zoon van Helius en Perseis.--3) zoon van Perseus en
Andromeda, mythisch stamvader der Perzen.--4) broeder van Hesiodus
(z.a.).--5) bij latijnsche schrijvers = Perseus van Macedonië.