Pandion, Pandion, 1) zoon van Phineus en Cleopatra. Ten gevolge van de

valsche beschuldigingen hunner stiefmoeder Idaea, werd hij met zijn

broeder Plexippus door Phineus van het gezicht beroofd en gevangen

gehouden, z. Calais.--2) koning van Athene, vader van Erechtheus,

Butes, Procne en Philomela.--3) zoon van Cecrops, koning van Athene,

van waar hij door de Metioniden verdreven werd. Hij vluchtte naar

Megara, waar hij de dochter van koning Pylas huwde, de regeering kreeg,

en na zijn dood als heros vereerd werd. Zijne zonen waren Aegeus,

Pallas, Nisus e. a.

Pandionis, Pandionis, een van de 10 phylae, waarin de bevolking van

Attica door Clisthenes verdeeld werd.

Pandora, Pandora, de eerste vrouw, door alle goden (vandaar de

naam) met schoonheid, lieftalligheid en kunstvaardigheid begiftigd,

had van Zeus een doos gekregen, waarin alle ongelukken opgesloten

waren. Daarop liet hij haar door Hermes naar Epimetheus brengen,

die haar tegen den raad van Prometheus ontving. Uit nieuwsgierigheid

opende zij het deksel van de doos, waarop alle rampen zich over de

aarde verspreidden; alleen de hoop bleef op den bodem er van liggen,

toen P. het deksel spoedig sloot.

Pandorus, Pandoros, zoon van Erechtheus en Praxithea, stichter eener

atheensche volkplanting op Euboa.

Pandosia, Pandosia, 1) stad in het epirotische landschap Thesprotia

aan den Acheron.--2) stad in Lucania, ten W. van Heraclea.--3) stad

in Bruttii bij Consentia.

Pandotira, Pandoteira, geefster van alles, bijnaam van Demeter.

Pandrosus, Pandrosos, dochter van Cecrops, had te Athene naast den

tempel van Athena Polias een heiligdom, waarin de heilige olijfboom

stond. Athene zelve heeft ook den bijnaam Pand.

Panegyris, panegyris, groote feestvergadering, zooals bijv. bij de

viering van de groote nationale feesten der Grieken gehouden werd. De

feestredenen (panegyrikoi logoi) bij zulke gelegenheden uitgesproken,

waren dikwijls schitterende voorbeelden van welsprekendheid en

stijl. Zij strekten meestal tot verheerlijking van het feest of de

feestvierenden, soms ook van enkele personen; in het laatste geval

waren het lofredenen, en in deze beteekenis komen Panegyrici ook bij

de Rom. voor.

Pangaeus (mons), Pangaion oros, gebergte op de macedonische kust,

ten O. van Amphipolis, tot welks gebied het behoorde. Het leverde

goud en zilver op.

Panhellenius, Panellenios, bijnaam van Zeus als den nationalen god

van alle Grieken. Onder dien naam had hij op Aegina een tempel, het

Panhellenium, en werden voor hem op verscheiden plaatsen feesten,

Panhellenia, gevierd.

Panhormus = Panormus.

Panionia, Panionia, vergadering der 12 steden van Ionië bij den

bondstempel, het Panionium, nabij Mycale gehouden en verbonden met

feesten ter eere van Poseidon.

Panionium, Panionion, tempel van Poseidon bij kaap Mycale, bondstempel

der aziatisch-ionische steden.

Paniscus, Paniskos, z. Pan.

Pannonia, Pannonia, rom. Donauprovincie, door den Donau begrensd, van

omstreeks Vindobona (Weenen) af tot aan de samenvloeiing met de Tisia

(Theiss). De inwoners waren hoofdzakelijk van illyrischen stam. Er

waren echter sedert de 4de eeuw vele keltische stammen ingedrongen,

o. a. de Scordisci. Onder Augustus werd Pann. tot rom. provincie

gemaakt, maar eerst na de demping van den pannonischen opstand (6-9

n. C.) door Tiberias werd de rom. heerschappij er bevestigd. Het

land werd ingedeeld in P. Superior en P. Inferior. In den lateren

keizertijd werd de indeeling herhaaldelijk gewijzigd, en o. a. Valeria

(zie Valeria no. 3) er van afgescheiden.

Panomphaeus, Panomphaios, bijnaam van Zeus als den god, die door

hoorbare teekens de toekomst voorspelt.

Panope, Panopeus, Panope, Panopeus, oude belangrijke stad in Phocis,

dicht bij de grenzen van Boeotia, later vervallen.

Panopeus, Panopeus, zoon van Phocus, vergezelde Amphitryo op zijn

tocht tegen de Taphiërs en nam deel aan de calydonische jacht. Hij

was de vader van Epeus no. 2.

Panoplia, de geheele uitrusting van een zwaargewapende, schild, helm,

borstharnas, scheenplaten, zwaard en lans. Deze moest ieder hopliet

zich zelf aanschaffen. Vandaar dat het aantal zwaargewapenden in de

Grieksche staten steeds tamelijk gering gebleven is, en men gerust

kan aannemen, dat ieder boerengezin, iedere familie van zeugitai,

slechts één hopliet behoefde te leveren. Z. ook hoplitai en psiloi.

Panopolis, Panopolis, oudtijds Chemmis, Chemmis, Chemmo, oude stad

in Aegypte, aan den Nijl, stroomafwaarts van Thebae, grootendeels

door linnenwevers en metselaars bewoond.

Panoptes, Panoptes, bijnaam van Argus naar de vele oogen, waarmede

zijn lichaam bezaaid was.

Panormus, doch beter Panhormus, Panormos (= geheel en al haven). 1)

havenstad op Sicilia, thans Palermo, phoenicische volkplanting,

later carthaagsch, sedert 254 in handen der Rom.--2) in Achaia,

aan de invaart der Corinthische golf.--3) haven van Ephesus.

Pansa, familienaam in de gentes Vibia, Titinia, Appuleia.

Pantagias, Pantakyas, riviertje op de O.-kust van Sicilia, ten N. van

Syracusae, bij Trotilum.

Pantaleon, Pantaleon, wierp zich in 660 tot tyran van Pisa op en

regeerde overmoedig. Hij beoorloogde de Eleërs en ontnam hun het

beheer over de olympische spelen.

Panteus, Panteus, Spartaan, vriend van Cleomenes III, dien hij bij al

zijne ondernemingen getrouw ter zijde stond; hij vergezelde hem ook

na den slag bij Sellasia naar Aegypte en doodde zich te gelijk met hem.

Pantheon, prachtige tempel, in 25 door M. Agrippa te Rome opgericht

op den Campus Martius en in de 2de eeuw n. Chr. door keizer

Hadrianus herbouwd. Het gebouw, dat nog een sieraad is van het

hedendaagsche Rome, is cirkelvormig en heeft eene middellijn van

132 voet binnenwerks. In den 19 voet dikken muur zijn 7 ruime nissen

aangebracht, waarvan het verwulfsel telkens door twee zuilen wordt

gesteund, met uitzondering van de nis over den uitgang. Het gebouw is

gedekt door een ontzaglijk koepeldak, met eene opening van 40 voet

middellijn in het midden. Het dak rust alleen op de muren. Vóór

den ingang is een ruim voorportaal aangebracht, in drie schepen

verdeeld. Het trotsche gebouw was waarschijnlijk in de eerste plaats

aan Mars en Venus gewijd als de godheden der gens Iulia, v. s. in

de eerste plaats aan Jupiter Ultor. Welke goden en heroën verder de

nissen vulden, is onbekend.

Panthoides, Panthoïdes, Euphorbus, zoon van Panthous; ook Pythagoras,

die beweerde dat hij vroeger als Euphorbus op aarde geleefd had.

Panthous, -thus, Panthoos, -thous, zoon van Othrys, een van de oudsten

van Troje, priester van Apollo en dapper krijgsman.

Panticapaeum, Pantikapaion, milesische volkplanting in de taurische

Chersonesus (Krim), gewoonlijk Bosporus geheeten, later hoofdstad

van het bosporaansche rijk. Thans Kertsch.

Pantomimus, Pantomimos, een tooneelstuk waarin de geheele handeling

door lichaamsbewegingen en gebarenspel werd uitgedrukt (saltare

fabulam). De pantomimen waren van rom. oorsprong en vielen zeer in

den smaak. De stichter van het genre is waarschijnlijk Bathyllus

(z. a. no. 2.) Keizer Nero trad er gaarne in op.

Panyasis, Panyasis, van Halicarnassus, oom van Herodotus, werd door

den tyran Lygdamis gedood. Als episch dichter vond hij bij zijne

tijdgenooten niet veel bijval, lateren schatten hem echter zeer

hoog en sommigen stelden hem in den canon der epici onmiddellijk na

Homerus. Van zijne werken, Herakleia en Ionika, zijn weinige maar

schoone fragmenten bewaard gebleven.

Paphia, Paphia, bijnaam van Aphrodite, naar Paphus, waar zij zich

het liefst ophield en een beroemden tempel had.

Paphlagonia, Paphlagonia, gewest van Asia minor aan den Pontus Euxinus

(Zwarte zee), tusschen den Parthenius en den Halys, bergachtig en meer

voor veeteelt dan voor landbouw geschikt. Het leverde voortreffelijk

hout voor den scheepsbouw op. De bewoners, Paphlagones, Paphlagones,

worden reeds bij Homerus vermeld. De geschiedenis van dit landje

is van belang ontbloot. Het was achtereenvolgens lydisch, perzisch,

macedonisch, na Alexanders dood onafhankelijk. In 220 veroverden de

paphlagonische vorsten Pontus; van 180 tot 120 was Paphl. weder van

Pontus gescheiden, daarna er mede hereenigd, tot het in handen der

Romeinen viel.

Paphus, Paphos, zoon van Pygmalion (z.a.), stamheros der stad Paphus.

Paphus, Paphos, naam van twee aan Aphrodite geheiligde steden op de

Z.W. kust van Cyprus. Te Oud-Paphus, Palaipaphos, een phoenicische

kolonie, was de godin aan land gestegen. Dáár had zij een prachtigen

tempel, waar op 100 altaren voortdurend wierook werd gebrand. Dáár

en op Cythera was haar meest geliefdkoosd verblijf. Nieuw-Paphos,

nea Paphos, lag landwaarts in.

Papia (lex) de virginibus Vestalibus, misschien van 65. Volgens

deze wet moest de pontifex maximus voor de keuze eener Vestalin 20

meisjes uitkiezen, waaruit dan in een contio door het lot ééne zou

worden aangewezen.

Papia (lex) de peregrinis, plebisciet van 65, waarbij den niet-burgers

het verblijf te Rome werd ontzegd, en straf bedreigd werd tegen hen,

die zich het burgerrecht hadden aangematigd. Zie Junia (lex).

Papia Poppaea (lex), z. Julia et Papia Poppaea (lex).

Papii, geslacht uit Samnium afkomstig. Bekend is vooral C. Papius

Mutilus, een van de aanvoerders der bondgenooten in den Marsischen

oorlog. Later trad hij op als een van de aanvoerders der democratische

partij, en hield hij de verdediging van Nola tegen Sulla vol tot

het jaar 80. Toen hij daarop naar zijn huis te Teanum vluchtte,

weigerde zijn vrouw Bastia hem den toegang, omdat hij op de lijst

der proscripti stond, waarop hij zich van kant maakte.

Papinianus (Aemilius), zeer beroemd rom. rechtsgeleerde uit den tijd

van keizer Septimius Severus, bij wien hij in hoog aanzien stond en

onder wien hij als praefectus praetorio den veldtocht naar Britannia

mede maakte (208 n. C.). Hij schreef verscheidene rechtsgeleerde

werken. De voornaamste hiervan zijn de Quaestiones (37 boeken)

en de Responsa (17 boeken), die in de wetboeken van Justinianus

vaak aangehaald worden. Na Severus' dood zocht hij als bemiddelaar

tusschen Caracalla en Geta op te treden. Daarom liet Caracalla hem,

na de vermoording van Geta, ombrengen (212 n. C.).

Papinius, zie Statii no. 7.

Papiria (lex), waarschijnlijk van 304, dat niemand een gebouw of altaar

mocht wijden zonder goedkeuring van het volk of, volgens andere lezing,

zonder verlof van den senaat of de meerderheid der volkstribunen.

Papiria (lex) van den volkstribuun L. Papirius, z. Tresviri no. 2.

Papiria (lex) semiunciaria, van den volkstribuun C. Papirius Carbo

Arvina (Papirii no. 13), van 89, waarbij de as tot op een halve uncia

verkleind werd, maar de waarde dezelfde bleef = 1/4 sestertius. Z. As.

Papiria (lex) de libertinorum suffragiis van den zelfden, werd door

Sulla opgeheven.

Papiriae (leges) van den volkstribuun C. Papirius Carbo, 131. De eene

dezer wetten, de tribunis plebis reficiendis, bepalende dat dezen

zonder beperking herkiesbaar zouden zijn, werd verworpen. De andere,

eene lex tabellaria, voerde de geheime stemming ook bij wetgevende

comitiën in, zie Tabellariae (leges).

Papirii, rom. geslacht, waarin de plebejische Carbones en de

patricische Crassi en Cursores de voornaamste familiën zijn. 1)

M'. Papirius Crassus was in 441 de eerste consul uit dit geslacht.--2)

L. Papirius Crassus, consul in 436, oorloogde tegen de Vejenten.--3)

L. Papirius Crassus was in 340 dictator, terwijl L. Papirius Cursor

(no. 6) zijn magister equitum was. Hij voerde echter niet veel

uit. In 336 was hij consul en evenzoo in 330, in welk laatste jaar hij

tegen de stad Privernum streed. Hij was de eerste van zijn geslacht,

die zijn naam met een r schreef, vroeger heetten zij Papisii.--4)

M. Papirius Crassus, broeder van no. 3, was dictator tegen de Galliërs

in 332.--5) L. Papirius Cursor was censor in 393. Toen zijn ambtgenoot

C. Iulius Iulus gestorven was, werd M. Cornelius Maluginensis in

diens plaats gekozen. Daar echter in den loop van dit lustrum Rome

door de Galliërs werd ingenomen, is er na dien tijd nooit meer een

censor suffectus gekozen, maar werd de censor genoodzaakt na den

dood van zijn ambtgenoot af te treden. De opgegeven reden is echter

waarschijnlijk niet de ware.--6) L. Papirius Cursor, reeds genoemd

bij no. 3, was in 325 dictator tegen de Samnieten. Toen zijn magister

equitum (z. Fabii no. 14) in zijne afwezigheid tegen zijn bevel slag

geleverd en eene luisterrijke overwinning behaald had, wilde Papirius,

die woedend was, Fabius met den dood straffen. Het leger kwam in verzet

en Fabius vluchtte naar Rome, waarheen Papirius hem volgde. Senaat,

volksvergadering, tribunen, alles moest er aan te pas komen, eer de

dictator zich liet vermurwen. Hij koos echter een anderen mag. eq.,

L. Pap. Crassus (no. 3). Het leger was hierover zoo verbitterd,

dat het in den volgenden slag met opzet den dictator eene nederlaag

bezorgde. Hierop matigde Papirius zijne strengheid, en met zijne

soldaten verzoend, behaalde hij eene beslissende overwinning. Dit

verhaal is niet geheel betrouwbaar. In 320 was hij consul, en wischte

de schande van de nederlaag bij Caudium (321) uit, door de Samnieten

te verslaan. De berichten hieromtrent zijn tamelijk waardeloos. In

315 en 313 bekleedde P. nogmaals het consulaat; in 310--de Fasti

Capitolini geven ten onrechte het jaar 309--was hij dictator. Hij

was een uitstekend veldheer.--7) L. Papirius Cursor, zoon van no. 6,

bracht samen met zijn ambtgenoot Sp. Carvilius Maximus als consul

in 293 den Samnieten, in 272 den Tarentijnen beslissende nederlagen

toe en maakte een einde aan den oorlog met Tarentum; de berichten

hieromtrent zijn echter niet betrouwbaar. Hij bouwde in 293 een

nieuwen tempel voor Quirinus.--8) C. Papirius Maso, consul in 231,

had de Corsen overwonnen, de senaat echter weigerde hem de eer van

een zegetocht. Toen was Maso de eerste, die een triumftocht op den

albaanschen berg hield.--9) Papiria, dochter van no. 8, was de vrouw

van L. Aemilius Paullus, den overwinnaar bij Pydna, en de moeder van

Scipio Africanus minor.--10) L. Papirius Mugillanus, consul in 444,

censor in 443, maakte zich in 420 als interrex verdienstelijk door een

twist te bezweren tusschen senaat en volkstribunen.--11) C. Papirius

Carbo, volkstribuun in 131, een begaafd redenaar, geraakte over zijn

wetsvoorstel de tribunis plebis reficiendis (zie Cornelii no. 18 en

Papiriae (leges)), in hevigen strijd met Scipio Africanus minor en

werd later van medeplichtigheid aan diens dood verdacht (129). Zie

omtrent hem ook onder Agrariae leges, Lex Sempronia agraria van

den volkstribuun Tib. Gracchus van 133. In 120 sloot hij zich als

consul bij de senaatspartij aan, maar werd toch na den afloop van

zijn consulaat door L. Licinius Crassus (zie Licinii no. 12) wegens

deelneming aan de woelingen der Gracchen aangeklaagd, waarop hij zich

door vergif van kant maakte.--12) Cn. Papirius Carbo, broeder van

no. 11, consul in 113, werd bij Noreia door de Cimbren verslagen.--13)

C. Papirius Carbo Arvina, zoon van no. 11, werd als aanhanger van

Sulla op last van den jongen Marius omgebracht. Z. Papiria (lex)

semiunciaria.--14) Cn. Papirius Carbo, aanhanger van Marius, was in

85 en 84 consul met L. Cornelius Cinna, na wiens dood hij alleen het

consulaat bekleedde. In 82 was hij opnieuw consul, maar, bij herhaling

in 83 en 82 door Sulla verslagen, vluchtte hij naar Sicilia, waar hij

in handen van den jongen Pompeius viel, die hem liet ombrengen.--15)

L. Papirius Paetus was een van Cicero's vrienden, hij had een afkeer

van de politiek.--16) M. Papirius, romeinsch ridder, die bij een

schermutseling op de via Appia door de schuld van Clodius omkwam

(58). De aanleiding tot deze schermutseling was het ontsnappen uit

de hechtenis van Tigranes (zie Tigranes no. 2).

Pappus, Pappos, van Alexandrië, leefde ten tijde van Diocletianus, en

schreef verscheiden werken over aardrijkskunde en Oneirokritika. Een

belangrijk meetkundig werk van hem, Mathematike Synagoge, is bewaard

gebleven.

Papus, familienaam in de gens Aemilia.

Parabasis, parabasis, z. Comoedia.

Parabolon, -bolion, het geld, dat bij de rechtbank gedeponeerd wordt

door iemand, die van een vonnis appelleert.

Parabyston, een gebouw, in een afgelegen wijk van Athene gelegen,

waar de elfmannen geheime zittingen hielden.

Paracheloitis, Parachaloitis, vruchtbare landstreek aan den mond van

den Achelous, in Aetolia.

Paraebates, Paraibates, van Alexandrië, cyrenaeïsch wijsgeer,

leermeester van Hegesias.

Paraetacene, Paraitakene, perzisch = bergland; 1) op de grenzen van

Persis en Media.--2) in het N.O. van Bactriana.

Paraetonium, Paraitonion, aegyptische havenstad op de kust van

Marmarica, met Pelusium de sleutels van Aegypte, cornua Aegypti,

genoemd.

Paragraphe, exceptie van niet-ontvankelijkheid eener aanklacht,

door den aangeklaagde opgeworpen. De verliezende partij moest aan de

tegenpartij de epobelia betalen, wanneer hij minder dan een vijfde

der stemmen kreeg.

Parakatabole, eene geldsom, die bij sommige processen door den

aanklager als waarborg gestort werd. Won hij het proces, dan werd

hem het geld teruggegeven, anders verviel het aan de staatskas of

aan de tegenpartij.

Paralia, Paralia, eene smalle strook lands op Attica's Westkust,

van kaap Sunium tot nabij de havens van Athene. De Paraliërs vormden

tijdens Solon de middenpartij, de gematigde partij tusschen de

aristocratische Pediaeërs en de democratische Diacriërs.

Paralii, Paralioi, eigenlijk bewoners van de Paralia, die gedurende de

burgertwisten ten tijde van Pisistratus de gematigde partij vormden;

vandaar werd de naam ook aan die partij als zoodanig gegeven.

Paralus, Paralos, 1) = Paralia.--2) kuststreek van Malis.

Paralus, Paralos, een schip dat door den atheenschen staat gebruikt

werd om gezanten bij feesten of godsdienstige plechtigheden naar de

plaats hunner bestemming te brengen, boodschappen over te brengen

naar de vloten, die in zee waren of in vreemde havens lagen, enz. De

bemanning werd Paraloi genoemd.

Paranomon graphe, aanklacht wegens het voorstellen van een wet of

volksbesluit, dat met de bestaande wetten in strijd is. Zoodra men

met een eed (hypomosia) verklaarde, dat men iemand wegens zulk een

wetsvoorstel wilde aanklagen, werd de behandeling van het voorstel

geschorst, totdat over de aanklacht beslist was. De zaak werd voor

de archonten behandeld, de straf was niet bij de wet bepaald, maar in

ieder geval verloor hij, die driemaal op zulk een aanklacht veroordeeld

was, het recht om wetten of besluiten voor te stellen.--Zelfs wanneer

het voorstel reeds tot wet verheven was, kon men nog gedurende een

jaar eene graphe paranomon tegen den voorsteller indienen, na dien tijd

kon hem persoonlijk geen straf meer treffen, en kon het doel van zulk

eene graphe slechts zijn, de wet om genoemde reden te doen intrekken.

Paranymphos, iemand, die een jonggehuwd paar vergezelt, wanneer de

man op den avond van den bruiloftsdag zijne vrouw van haar huis naar

het zijne brengt, gewoonlijk een van de naaste bloedverwanten.--Was

de man reeds vroeger getrouwd geweest, dan kwam hij zijne vrouw

niet zelf halen, maar werd zij hem door een bloedverwant of vriend,

nymphagogos, gebracht.

Parapotamii, Parapotamioi, stad in Phocis op de boeotische grenzen,

aan den linkeroever van den Cephisus.

Parapresbeias graphe, aanklacht tegen iemand, die van zijne betrekking

van gezant ten nadeele van zijne lastgevers misbruik maakt. Zulke

zaken werden voor de euthynen behandeld, het bepalen van de straf

was aan de rechters overgelaten.

Parasange, parasanges, perzische maat, ook door grieksche schrijvers

dikwijls gebruikt om afstanden te bepalen; 1 par. = 30 stadiën,

ongeveer een uur gaans.

Parasitus, parasitos, helpers of ondergeschikten van overheidspersonen

en priesters; in de comedie een klaplooper, iemand die voor een goed

maal zich tot allerlei diensten laat gebruiken en zich de spotternijen

van gastheer en gasten laat welgevallen.

Parastades, zie Antae.

Parastas, z. Oikia.

Parastasis, eene kleine som geld, misschien een drachme, die men bij

het indienen eener graphe deponeerde, als het ware als onderpand dat

de aanklacht ernstig gemeend was.

Parauaea, landstreek in het N. van Epirus, in het binnenland.

Parcae, romeinsche naam der schikgodinnen, geheel geïdentificeerd

met de Moerae.

Paredroi, bijzitters, aan verschillende overheidspersonen toegevoegd

om hen van een deel hunner werkzaamheden te ontlasten, bijv. aan de

archonten, euthynen e. a.

Parengraptoi, wederrechtelijk als burgers ingeschrevenen,

z. Diapsephisis.

Parentalia, zie feralia.

Parilia = Palilia.

Paris, Paris, zoon van Priamus en Hecabe. Na zijne geboorte gaf

zijn vader hem aan een herder om hem op den Ida te vondeling te

leggen (z. Aesacus), hij werd echter door een berin gezoogd, en

toen de herder na vijf dagen het kind nog gezond en wel vond, nam

hij het mede en voedde hij het met zijn eigen zoon op. P. groeide

als een schoon jongeling onder de herders op; wegens de dapperheid,

waarmede hij meermalen de kudden tegen roovers verdedigde, gaf men

hem den naam Alexander. Hij trouwde met Oenone, leefde gelukkig

met haar, en werd na verloop van tijd ook weder door zijne ouders

herkend. Kort daarna kwam Hermes hem uit naam van Zeus de opdracht

brengen om als rechter op te treden in een strijd tusschen Hera,

Athena en Aphrodite. Daar namelijk op de bruiloft van Peleus en

Thetis alle goden en godinnen genoodigd waren behalve Eris, die men

uit vrees voor onaangenaamheden uitgesloten had, wreekte deze zich

door onder de gasten een gouden appel te werpen met het opschrift:

aan de schoonste. Op dezen appel maakten nu de genoemde drie godinnen

aanspraak, en weldra ontbrandde tusschen hen een hevige twist, die

nu op raad van Zeus door P. beslecht zou worden. Hera beloofde hem

indien de beslissing gunstig voor haar was, rijkdom en macht, Athena

wijsheid en krijgsroem, Aphrodite de schoonste vrouw. P. gaf den appel

aan Aphrodite, en van dien tijd vervolgen de beide andere godinnen hem

en alle Trojanen met bittere vijandschap. Hij gaat daarop naar Sparta,

waar hij gastvrij ontvangen wordt, en gedurende eene afwezigheid van

Menelaus schaakt hij de schoone Helena en voert hij haar mede naar zijn

vaderland, in alles geholpen door Aphrodite, die op deze wijze hare

belofte vervulde. De trojaansche oorlog is hiervan het gevolg. In dien

oorlog toonde hij zich over het algemeen onstandvastig en verwijfd,

en hoewel hij soms dapper strijdt en o.a. ook Achilles doodt, haat

het volk hem als de oorzaak van den oorlog. Kort voor de inneming

van Troje werd hij door Philoctetes gedood. Z. Oenone.

Parisii, volksstam aan de Sequana. Hoofdstad: Lutetia Parisiorum,

in den lateren keizertijd residentiestad, thans Parijs.

Parium, Parion, havenstad in Mysia, milesische kolonie aan de Propontis

bij den Hellespont, sedert den tijd van Augustus rom. kolonie. Aan

de stichting hadden ook kolonisten uit Erythrae medegewerkt.

Parma, Parma, stad der Boii in Gallia Cispadana, sedert 183

rom. kolonie, aan de via Aemilia. De parmaansche schapenwol was

beroemd.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 102 / 150 段