terugroeping van Cicero;--2) om de cura annonae aan Pompeius op te
dragen. Geen van beide wetten kwam echter in behandeling. De eerste
werd noodeloos door de lex Cornelia de restituendo Cicerone (z. a.),
de andere werd voorkomen door de lex Cornelia Caecilia (z. a.);
zie verder Messii no. 1.
Messii, plebejisch geslacht. 1) C. Messius volkstribuun in 57,
bevorderde de terugroeping van Cicero uit diens ballingschap en
deed eene mislukte poging om Pompeius als praefectus annonae met
bijna onbeperkte macht over leger, vloot, schatkist en provinciën te
bekleeden. Later sloot hij zich aan bij Caesar.--2) Messius Maximus,
vriend van den jongen Plinius.
Messogis, Messogis, grensgebergte tusschen Lydia en Caria.
Mestra, Mestra, dochter van Erysichthon no. 2. Door honger gekweld,
verkocht haar vader haar als slavin, zij had echter van Poseidon
het vermogen gekregen, zich in allerlei gedaanten te veranderen, en
hiervan maakte zij gebruik om telkens tot haar vader terug te keeren
en zich opnieuw te laten verkoopen.
Meta, eindpaal in den circus (z. a.).
Metabus, vader van Camilla (z. a.).
Metagenes, Metagenes, 1) dichter der oude comoedie, tijdgenoot van
Aristophanes.--2) van Cnosus, uitvinder van den ionischen bouwstijl
en medewerker bij den bouw van den tempel van Artemis te Ephesus,
waarvan het plan door zijn vader Chersiphron gemaakt was.--3) Athener,
onder Pericles bouwmeester van den tempel te Eleusis.
Metagitnion, Metageitnion, 2de maand van het Attische jaar
(Aug.-Sept.), z. Annus.
Metanira, Metaneira, gemalin van Celeüs, moeder van Demophoön (z. a.).
Metapa, ta Metapa, stad in Aetolia aan het meer Trichonis.
Metapontum of -tium, Metapontion, meest oostelijke stad in Lucania
aan de golf van Tarentum, volgens sommigen door Nestor, volgens
anderen door Epeus gesticht. In werkelijkheid is de stad in de 7de
eeuw door Achaeërs gesticht. Hier is Pythagoras gestorven; Cicero
heeft zijn graf nog gezien. De Lucaniërs verwoestten de stad, die
echter herbouwd werd. Door den tarentijnschen oorlog viel zij in
handen der Rom., in 212 in die van Hannibal. Toen deze naar het land
der Bruttii moest terugtrekken, nam hij de inwoners mede. Sedert kwam
de stad in vergetelheid.
Metapontus, Metapontos, koning van Icaria, pleegvader van Aeolus
(z. a.) en Boeotus.
Metaurus, Metauros, 1) rivier van Umbria, waarbij Hannibal's broeder
Hasdrubal in 207 verslagen werd en sneuvelde.--2) rivier op de W.-kust
van het land der Bruttii.
Metellus, familienaam in de gens Caecilia.
Methana, Methana, landtong en stad in Argolis, tusschen Troezen en
Epidaurus, tegenover het eiland Aegina.
Methone, Methone, 1) stad op de Z.W.-spits van Messenia, thans
Modon.--2) stad in Macedonia, in het landschap Pieria, aan de golf
van Therma, bij welker beleg aan Philippus het rechteroog werd
uitgeschoten.--3) in ouden tijd eene stad in het thessalische gewest
Magnesia, aan de Pagasaeische golf.--4) = Methana.
Methydrium, Methydrion, stad in het hart van Arcadia, op een steile
rots.
Methymna, Methymna, tweede stad van Lesbus, op de N.-kust gelegen,
om haar wijn beroemd, geboorteplaats van den zanger Arion en den
logograaf Hellanicus. Om hare trouw aan Athene werd zij in 406 door
de Spartanen voor een gedeelte verwoest.
Metii = Mettii.
Metilia (lex) van den volkstribuun Metilius in 217, waarbij de
magister equitum M. Minucius Rufus in macht gelijk werd gesteld met
den (pro)dictator Q. Fabius Maximus Verrucosus, over wiens wijze van
oorlogvoeren tegen Hannibal men ontevreden was.
Metilii, plebejisch geslacht. M. Metilius, volkstribuun in 217,
z. Metilia (lex).
Metioche, Metioche, dochter van Orion, zuster van Menippe (z. a.).
Metionidae, Metionidai, Daedalus, Eupalamus en v. s. ook Sicyon,
zonen van Metion, een zoon van Erechtheus, beroofden Pandion van de
regeering, doch werden later door diens zonen verdreven.
Metiosedum = Melodunum.
Metis, Metis, dochter van Oceanus en Tethys. Zij bezorgde het
braakmiddel, waardoor Cronus gedwongen werd zijne kinderen, die hij
verslonden had, uit te braken. Zeus nam haar tot gemalin, maar daar
hij door een orakel vernam, dat haar kind hem in wijsheid en macht
zoude overtreffen, verslond hij haar, waarna uit zijn hoofd Pallas
Athena geboren werd.
Metoikos, iemand, die metterwoon in een vreemden staat gevestigd
is. Te Athene was hun aantal te allen tijde groot, in 309 bedroeg
het 10000 volwassen mannen. Zij waren verplicht een burger tot
patroon (prostates) te nemen, die hen in hunne betrekkingen tot den
staat of de burgers, bijv. bij processen, vertegenwoordigde, en een
jaarlijksche belasting (metoikion) van 12 drachmen te betalen. Wie deze
verplichtingen niet nakwam, stond bloot aan eene graphe aprostasiou
of eene apagoge metoikiou. Zij waren verder dienstplichtig, hoewel zij
slechts bij uitzondering voor den dienst te velde schijnen opgeroepen
te zijn, werden met liturgieën belast, en moesten bij sommige feesten
bepaalde diensten doen. Grondeigendom konden zij niet verkrijgen,
de handel was echter bijna geheel in hunne handen.--Een metoikos en
iedere vreemdeling, die zich de rechten van een burger aanmatigde,
konde deswege met de graphe xenias aangeklaagd en na veroordeeling
als slaaf verkocht worden. Daarentegen werd dikwijls een met., die
zich jegens den staat verdienstelijk had gemaakt, van alle of sommige
van bovengenoemde verplichtingen vrijgesteld; z. isoteleis.
Meton, Meton, bouwmeester en sterrenkundige te Athene. Door een
cyclus van 19 jaren, waarin 235 maanden of 6940 dagen zouden zijn,
trachtte hij de verschillen tusschen het zonnejaar en het maanjaar te
vereffenen. Deze tijdrekening zoude beginnen met den 13den Scirophorion
432, het schijnt echter, dat zij nooit algemeen in gebruik geweest is.
Metreta, metretes, amphoreus metretes, grootste grieksche maat voor
natte waren, ongeveer = 39,4 L.
Metrodorus, Metrodoros, 1) beroemd rhapsode.--2) van Lampsacus,
leerling of aanhanger van Anaxagoras.--3) van Chius, aanhanger van de
leer van Democritus en leermeester van Anaxarchus.--4) van Lampsacus,
de voornaamste leerling van Epicurus, schrijver van vele wijsgeerige
werken, die verloren gegaan zijn. Hij stierf nog vóór Epicurus
(277).--5) van Stratonicea, leerling van Carneades, behoorde eerst
tot de epicureïsche, later tot de academische school.--6) van Scepsis,
academisch wijsgeer, staatsman in dienst van Mithradates Eupator, wiens
levensgeschiedenis hij beschreef. Hij had den bijnaam Misoromaios en
was beroemd om zijn buitengewoon sterk geheugen.--7) vrijgelatene van
Cicero, verdienstelijk geneesheer.--8) grieksch epigrammendichter,
schrijver van aardrijks- en sterrenkundige werken, waarschijnlijk
onder Constantijn den Gr.
Metronomoi, te Athene 10 door het lot aangewezen beambten, die toezicht
hadden op maten en gewichten.
Metroon, te Athene de tempel van Rhea Cybele, waarin het archief
(ta demosia grammata) bewaard werd.
Metropolis, Metropolis, naam van verschillende steden. 1) in Acarnania,
ten O. der Ambracische golf.--2) in Thessalia, tusschen de rivieren
Peneus en Europus.--3) in Lydia, tusschen Smyrna en Ephesus.--4)
in Phrygia Maior, tusschen Apamea Cibotus en Synnada.
Mettii of Metii, oud latijnsch geslacht. 1) Mettius (Mettus) Fuffetius,
dictator van Alba Longa, nam den voorslag van Tullus Hostilius aan,
om den strijd tusschen Alba en Rome te doen beslissen door het bekende
gevecht tusschen de Curiatiussen en Horatiussen. Ten gevolge hiervan
moest Alba zich onderwerpen. In den strijd tusschen Rome en Veii hield
Mettius zich echter op trouwelooze wijze buiten den strijd, waarop
Tullus Hostilius hem door paarden vaneen liet scheuren.--2) Mettius
Curtius, z. Curtius.--3) M. Mettius werd door Caesar tot Ariovistus
gezonden, doch door dezen verraderlijk gevangen gehouden, en kreeg
eerst na Ariovistus nederlaag zijne vrijheid terug (58).--4) Mettius
Pompusianus, onder keizer Domitianus, had hij zich door waarzeggers
laten diets maken, dat hij tot groote dingen was bestemd. Op den
wand zijner kamer had hij een wereldkaart laten schilderen en hij
bestudeerde ijverig Livius. Uit argwaan hierover liet de keizer hem
ter dood brengen.
Metragyrtes, bedelpriester van de Meter ton theon, vgl. agyrtes.
Mettus Fuffetius, z. Mettii.
Metulum, Metoulon, hoofdstad der Iapydes in Liburnia.
Mevania, oude sterke stad in Umbria aan den weg van Rome naar Ancona,
beroemd om het schoone rundvee, dat daar werd aangefokt.
Mezentius, koning van Caere. Turnus kwam tot hem om hulp, toen hij
door Aeneas overwonnen was, of Mez. vluchtte naar Turnus, toen zijn
volk hem om zijn wreedheid verdreven had. Te zamen zetten zij den
oorlog voort, en in een gevecht werd Mez. door Aeneas of Ascanius
gedood. Hij had van Turnus den wijnoogst van een jaar tot loon voor
zijne hulp gevorderd, Aeneas wijdde echter dien oogst aan Jupiter en
overwint door de hulp van dezen. Zie ook Vinalia no. 1.
Mezetulus of -tolus, of Mazaetullus, voornaam Numidiër, die zich
van de regeering meester maakte, doch door Masinissa weder verdreven
werd. Op bevel van dezen keerde hij later weder naar zijne woonsteden
terug. Zie ook Masinissa.
Micare, een spel, nog in Italië bekend onder den naam van Morra. Het
wordt door twee personen gespeeld. Beide spelers houden de rechterhand
gesloten, openen ze plotseling tegelijk onder het opsteken van een of
meer vingers en noemen tevens elk een cijfer. Heeft b.v. de een twee,
de andere drie vingers omhoog gestoken en een der spelers het getal 5
genoemd, zoo heeft hij gewonnen. Heeft geen van beiden het juiste getal
geraden, dan sluit men de hand weder en beproeft het opnieuw. Een man,
in wien geen bedrog is, wordt spreekwoordelijk gekarakteriseerd met
de woorden: dignus est, quicum in tenebris mices.
Micipsa, Mikipsas, zoon van Masinissa, volgde dezen in 148 als koning
van Numidia op, en nam overeenkomstig zijns vaders wil zijne jongere
broeders Gulussa en Mastanabal als mederegenten aan. De drie broeders
regeerden samen eendrachtig en getrouw aan het bondgenootschap met
Rome, hoewel zij in den derden punischen oorlog met het zenden van
hulptroepen aan de Rom. eenigszins omzichtig te werk gingen. Toen
echter Gulussa en Mastanabal overleden waren, sloot Micipsa zich enger
bij Rome aan en zond hun bij herhaling hulpbenden naar Hispania. Hij
overleed in 118 en liet de regeering na aan zijne twee zoons Adherbal
en Hiëmpsal en zijn neef Jugurtha.
Micon, Mikon, 1) van Aegina, beeldgieter en schilder, tijdgenoot van
Polygnotus.--2) van Syracuse, beeldgieter onder Hiero II.
Micythus, Mikythos, 1) z. Anaxilaus.--2) Thebaan, die zich liet
omkoopen om te beproeven Epaminondas voor de belangen van Perzië
te winnen.
Midas, Midas, zoon van Gordius en Cybele, koning van Phrygië. Toen
Dionysus op zijn tochten ook in dat land kwam, verdwaalde Silenus in
de tuinen van M. of werd hij gevangen, doordat hij uit een bron dronk,
waarvan het water met wijn gemengd was, totdat hij bedwelmd in slaap
viel. M. onderhield zich 10 dagen lang met hem en bracht hem daarna
bij Dionysus terug. De god, verheugd dat hij zijn getrouwen makker
terugzag, stond M. toe een gunst te vragen, en deze wenschte, dat
alles in goud zoude veranderen, wat hij aanraakte. Zijn verlangen werd
bevredigd, maar daar ook de spijzen, die hij wilde nuttigen, zoodra hij
ze aanraakte in goud veranderden, zou hij van honger gestorven zijn,
indien Dionysus hem niet op zijn verzoek het middel had gegeven om
zich van die noodlottige eigenschap te bevrijden; daartoe baadde hij
zich in de rivier Pactolus, die sedert rijk aan goudzand werd. M. was
ook scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en
Pan, en daar hij het fluitspel van Pan boven de tonen van Apollo's
lier verkoos, kreeg hij tot straf van Apollo ezelsooren. Om deze
te verbergen, vond hij de groote phrygische muts uit, alleen zijn
barbier kende het geheim, maar deze had zich onder eede verbonden
het aan niemand mede te deelen. Toch konde hij er niet geheel van
zwijgen, daarom groef hij een gat in de aarde en fluisterde daarin:
koning Midas heeft ezelsooren! Later groeide op die plaats een riet,
dat dezelfde woorden fluisterde, telkens wanneer het door den wind
bewogen werd. Uit wanhoop hierover bracht M. zich om het leven.
Midea, Midea, stad in het binnenland van Argos, ten O. van Mycenae.
Milanion, Meilanion, z. Atalanta.
Miletis, Byblis, dochter van Miletus. Miletis urbs, Tomi, volkplanting
van de stad Miletus.
Miletus, Miletos, Cretenser, zoon van Apollo en Area of Deïone. Om
aan den achterdochtigen Minos te ontsnappen, vluchtte hij met Sarpedon
naar Caria, waar hij de stad Miletus stichtte.
Miletus, Miletos, eene der aanzienlijkste en schoonste steden
van aziatisch Ionia, geboorteplaats van de wijsgeeren Thales,
Anaximander en Anaximenes, van de logografen Cadmus en Hecataeus,
van Aspasia. Miletus bestond uit een buiten- en een binnenstad,
het had vier havens, door eilanden gedekt, van welke laatste Lade
het voornaamste was. Het was oorspronkelijk een carische stad,
die door de Ioniërs gekoloniseerd werd. Reeds vroeg heeft het door
zeehandel gebloeid. Van hier uit zijn in de 7de eeuw 90 koloniën of
handelsneerzettingen gesticht, vooral in de Propontis en den Pontus
Euxinus; de voornaamste zijn: Abydus, Cyzicus, Sinope, Istrus en
Olbia. Miletus was de ziel van den ionischen opstand in 500 en werd tot
straf in 494 door de Perzen verwoest. Dit lot trof de stad ten tweede
male, toen Alexander d. Gr. het op de Perzen veroverde (334). Beroemd
was de milesische wol (vellera Milesia bij Vergilius).--Ook op de
N-kust van Creta lag in ouden tijd eene stad van den zelfden naam.
Milichius, Meilichios, vergevingsgezinde, bijnaam van Zeus.
Milo, familienaam in de gens Annia (Annii no. 3).
Milo, Milon, van Croto, beroemd worstelaar, die 32 maal bij de groote
feesten den prijs won. Hij droeg eens te Olympia een vierjarig rund
door de renbaan en at het op één dag geheel op. In den oorlog tegen de
Sybarieten stond hij aan het hoofd van zijne medeburgers. Op hoogen
leeftijd vond hij in een bosch een halverwege gespleten boom, waarin
een wig stak, hij trachtte den boom met zijne handen geheel in tweeën
te trekken, maar de wig ging los, zijn handen raakten vastgeklemd,
en hij werd door wilde dieren verscheurd.
Miltiades, Miltiades, 1) zoon van Cypselus, voornaam Athener,
tegenstander van Pisistratus, ging in 559 op verzoek van de Dolonci
naar de Chersonesus en werd hun vorst. Van uit de Chersonesus veroverde
hij Lemnus en Imbrus.--2) zoon van Cimon, den broeder van den vorigen,
werd in 518 door de Pisistratiden naar de Chersonesus gezonden om de
regeering over het rijk van zijn oom te aanvaarden. Hij huwde met de
dochter van een thracischen vorst, en volgde Darius I bij zijn tocht
tegen de Scythen. Zijn voorstel om, door het afbreken van de brug
over den Ister, Darius den terugtocht af te snijden, stuitte af op den
tegenstand van Histiaeus. Na den ongelukkigen afloop van den ionischen
opstand keerde hij naar Athene terug (494), hij werd aangeklaagd,
omdat hij in de Chersonesus tyran geweest was, maar vrijgesproken,
en in 490 werd hij als een van de strategen gekozen. Bij de landing
der Perzen lieten zijne ambtgenooten het bevel geheel aan hem over, en
door gebruik te maken van de plaatselijke gesteldheid en spoedig aan
te vallen won hij den beroemden slag bij Marathon. Daarna ondernam
hij een tocht om de eilanden te straffen, die zich bij de Perzen
hadden aangesloten; hierin was hij echter niet gelukkig, en bij het
beleg van Parus werd hij gekwetst en moest hij onverrichter zake
terugkeeren. Zijne vijanden, vooral de Alcmaeoniden, klaagden hem
nu aan wegens misbruik van het in hem gestelde vertrouwen, hij werd
tot een boete van 50 talenten veroordeeld, en daar hij deze niet
konde betalen, werd hij in de gevangenis gezet, waar hij na korten
tijd stierf.
Milto, Milto, zie Aspasia no. 2.
Milvius pons, brug over den Tiber, een eind boven Rome, op het punt,
waar de via Flaminia de rivier kruiste en de via Clodia zich van de
via Fl. afscheidde. Ten Noorden van deze brug versloeg Constantijn
de Groote in 312 n. Chr. keizer Maxentius.
Milyas, Milyas, het N. O. bergland van Lycia, oorspronkelijk de naam
van het geheele land. De inwoners heetten Milyae, Milyai.
Mimallones, -lonides, Mimallones = Bacchae.
Mimas, Mimas, berg in Ionia op een schiereiland tegenover het eiland
Chius.
Mimnermus, Mimnermos, van Colophon, elegisch dichter en musicus
(eerste helft van de 6de eeuw), van wiens minnezangen sommige schoone
fragmenten over zijn; hij is echter zwaarmoedig en sentimenteel,
en naar aanleiding van een op rijperen leeftijd opgevatte maar
onbeantwoorde liefde, bejammert hij vooral de kortheid van de jeugd
en de lasten van den ouderdom.
Mimus, mimos, eene soort van comoedia, doch niet bestemd om op
het tooneel te worden opgevoerd. Sophron van Syracusae, ± 430, was
er de schepper van. Zijne stukjes, die hoog geroemd werden, gaven
maatschappelijke toestanden, zeden en karakters weer, en waren geheel
uit het leven gegrepen. Bij de vroolijke Siciliërs waren zulke losse
opvoeringen bij landelijke feesten zeer in zwang. De mimen van Sophron
geraakten door Plato ook te Athene bekend, en het genre werd hierdoor
meer en meer verbreid. Ook Italia had zijn mimus, die oorspronkelijk
bestond in een dialoog, dikwijls voor de vuist voorgedragen en
met toepasselijke aardigheden gekruid, en die in dezen vorm nog
lang dienst deed bij begrafenissen van rom. grooten, als wanneer
eenige mimen-acteurs (ook mimi genoemd), in den begrafenisstoet
losse voorvallen uit het leven van den overledene opvoerden. Toen
keizer Vespasianus begraven werd, wiens zuinigheid door het volk
voor gierigheid werd uitgekreten, vroeg opeens de archimimus, die
's keizers persoon voorstelde, hardop, hoeveel de begrafenis wel
kostte. "Tien millioen sestertiën", was het antwoord. "Ge hadt er
mij liever honderdduizend moeten geven en mijn lijk in den Tiber
werpen."--In den laatsten tijd der republiek werd het schrijven van
mimen een bepaalde tak van letterkunde en werden zij op het tooneel
als nastukjes, exodia, opgevoerd. Het waren echter in hoofdzaak slechts
schetsen, waarvan de uitwerking aan de vertooners was overgelaten. De
naam is ontleend aan het werkwoord mimeisthai; een mimos is eigenlijk
een nabootser.
Mina, mna, het 60ste deel van een talent = 100 drachmen.
Minatii, een plebejisch geslacht.
Mincii = Minicii.
Mincius, thans Mincio, komt uit Raetia, vormt in zijn loop den lacus
Benacus (Gardameer), stroomt langs Mantua en valt dan in den Padus
(Po).
Mindarus, Mindaros, werd in 411 opperbevelhebber der peloponnesische
vloot. Hij leed eerst eene nederlaag tegen Thrasyllus en Thrasybulus
bij Abydus, en toen Alcibiades weder aan het hoofd van het leger stond,
versloeg deze hem in het begin van het volgende jaar te land en ter
zee in den grooten slag bij Cyzicus, waarin M. zelf sneuvelde.
Mindii, plebejisch geslacht.
Minerva, romeinsche godin van wijsheid en kennis, geïdentificeerd met
de grieksche Athena, en waarschijnlijk daardoor ook als oorlogsgodin
beschouwd, maar in de eerste plaats beschermster van kunsten,
wetenschappen en handwerken. Onder hare tempels was de voornaamste
die op het Capitolium, waarin zij gemeenschappelijk met Jupiter en
Juno vereerd werd. Bovendien had ze een tempel op den Aventinus,
waarvan de stichtingsdag samenviel met haar voornaamste feest, de
Quinquatrus (z. a.). Pingui Minerva of crassa M., op boersche wijze;
sus Minervam, een zwijn, dat M. wil onderrichten, een domme betweter.
Minervae promunturium, Athenas akron, steil en scherp vooruitspringend
voorgebergte op de kust van Campania tegenover het eil. Capreae,
eene van de plaatsen, die de mythe als verblijf der Sirenen aanwees.
Minicii, rom. geslacht, dat eerst in den keizertijd wordt genoemd en
waarvan enkele leden met het cognomen Fundanus voorkomen.
Minio, riviertje van Etruria, dat ten Z. van de stad Graviscae in
zee valt.
Minius, Minios, rivier in het N.W. van Hispania, thans Minho,
aldus genoemd, omdat men beweerde, dat hij minium of menie met zich
voerde. Een andere naam is Baenis.
Minoa, 1) zie Heraclea Minoa.--2) eil. in de Saronische golf bij de
havenstad Nisaea (zie Megara), waarmede het door eene brug verbonden
was.--3) kaap en stad bij Epidaurus Limera in het Z.O. van Laconica.
Minois, Minois, Ariadne, dochter van Minos.
Minoïus, -nous, Minoios, -noos, van Minos afstammend, in het algemeen
cretensisch.
Minos, Minos, 1) zoon van Zeus en Europa, later door Asterion
(z.a.) aangenomen, dien hij als koning van Creta opvolgde. Hij geldt
voor den grondlegger der vroege zeemacht van Creta en van de beroemde,
oude cretensische staatsregeling. Na zijn dood werd hij rechter in
de onderwereld.--2) kleinzoon van den vorigen, eveneens koning en
wetgever van Creta. Hij beweerde dat hij door de goden tot de regeering
geroepen was; om dit te bewijzen, nam hij aan te toonen, dat ieder
gebed van hem verhoord zou worden. Hij bad nu, dat Poseidon een stier
uit de golven zoude doen opkomen, dien hij hem dan offeren zou; de
stier verscheen inderdaad en M. werd koning. Hij offerde echter niet
den beloofden stier, maar een minder schoonen, en hierover vertoornd
boezemde Poseidon aan Pasiphaë, de gemalin van M., eene onnatuurlijke
liefde voor het dier in, waarvan de Minotaurus de vrucht was; daarna
maakte hij het razend, zoodat het groote verwoestingen aanrichtte,
totdat het door Heracles gevangen werd. M. voerde oorlog tegen Athene
(z. Aegeus) en maakte het voor korten tijd schatplichtig. Toen Daedalus
(z.a.), die voor hem het labyrinth gebouwd had, uit Creta gevlucht
was en bij Cocalus op Sicilië een schuilplaats gevonden had, kwam
M. hem daar opeischen; Cocalus deed alsof hij aan zijn eisch wilde
voldoen en ontving hem vriendelijk, maar liet hem in een al te warm
gemaakt bad stikken.--In de oudste mythen schijnt slechts van één
persoon van den naam Minos sprake te zijn. De verhalen omtrent den
grooten bloei en macht van het rijk van M., worden door opgravingen
van den laatsten tijd te Cnosus en Phaestus (z.a.) bevestigd.
Minotaurus, Minotauros, een monster met een stierekop, voortgebracht
door Pasiphaë en een stier (z. Minos), dat in het labyrinth van
Creta opgesloten gehouden en met menschenvleesch gevoed werd. Theseus
doodde het.
Minthe, Menthe, Minthe, eene door Hades beminde nimf, door Demeter
of Persephone in een kruizemunt veranderd. De berg Minthe bij Pylus
was naar haar genoemd.
Minturnae, Mintournai, stad in het Z. van Latium aan den mond van
den Liris, in het oude gebied der Aurunci, in 296 rom. kol. De via
Appia liep er langs. De slechte uitwatering der rivier vormde hier
de beruchte moerassen aan de kust, paludes Minturnenses. Dáár hield
Marius zich eenige dagen schuil, tot hij ontdekt werd, en slechts
door een gelukkig toeval (een Cimbrische slaaf zou tot beul dienen,
en schrikte daarvoor terug) den dood ontkwam. Bij de stad was een
bosch en grot, aan de nimf Marica gewijd.
Minucia (lex) van den volkstribuun M. Minucius, in 216 na den slag
bij Cannae, toen er eene groote geldcrisis te Rome heerschte. De wet
strekte tot tijdelijke instelling eener mensa publica of staatsbank,
onder beheer van triumviri mensarii.
Minucia (lex), van een volkstribuun Minucius Rufus, van 121, tot
opheffing van de colonia Iunonia, in 122 door C. Gracchus op de
plaats van het oude Carthago gesticht. Zie onder Agrariae leges:
Lex Sempronia agraria van C. Gracchus.