diens broeder Julius Constantius, geboren in 332 n. C., om zijn afval
van het Christendom gewoonlijk Apostata genoemd, was te Constantinopel,
te Nicomedea en te Athene in de letteren en wijsbegeerte onderwezen en
gevoelde reeds vroeg een afkeer van het Christendom, waarin hij was
opgevoed. Toen na den dood van Constantijn den Gr. diens drie zoons,
Constantinus, Constantius en Constans de heerschappij verdeelden,
lieten zij hunne bloedverwanten ombrengen; slechts twee neven, Gallus
en Iulianus bleven gespaard (338). Een tijdlang werd Iulianus met
zijn broeder Gallus naar een eenzaam landgoed, Macellum bij Caesarea
in Cappadocië, verbannen. In 351 werd Gallus door keizer Constantius
tot Caesar benoemd, en sedert dien tijd genoot Iulianus meer vrijheid;
in 352 is hij onder den invloed zijner neoplatonische leermeesters
heimelijk tot het Heidendom overgegaan. Constantius liet in 354 Gallus
ombrengen en zond in 355 Iulianus met den titel van Caesar naar Gallia
om de invallen der Germanen tegen te gaan. Daar voerde Iul. gelukkig
oorlog, o.a. versloeg hij in 357 de Alemannen bij Argentoratum
(Straatsburg), doch moest alle voorzichtigheid in acht blijven nemen
om niet Constantius' argwaan op te wekken. In 360 echter wierp hij
het masker af, zijn leger riep hem tot keizer uit, Constantius rukte
wel tegen hem op, doch stierf op marsch (Nov. 361), en Iulianus werd
algemeen als keizer erkend. Hij kwam er nu openlijk voor uit, dat hij
een aanhanger was van den ouden godsdienst, begunstigde de heidenen,
en zette de Christenen achteraf. Vooral zijn edikt, waarbij hij de
christelijke rhetoren en sophisten verbood, de heidensche boeken
bij hun onderwijs te gebruiken, zette kwaad bloed. Zijn plan was,
een heidensche kerk te stichten, naar het model van de Christelijke,
maar zijn theologie ontleende hij aan de leer der Neo-platonici,
terwijl zijn moraal die der Neo-cynici was. Zijne plannen vonden
zeer weinig instemming. In 363 trok hij uit op een veldtocht tegen
de Perzen, en drong door tot onder de muren van Ctesiphon, maar
moest toen langs een anderen weg terugkeeren. Bij een plotselingen
overval snelde hij, uithoofde der hitte ongeharnast ten strijde en
werd door een lanssteek doodelijk gewond. Zoo stierf hij (Juni 363)
slechts 31 jaar oud, volgens zijne vijanden met de woorden: tandem
vicisti Galilaee! Met zijn dood viel ook deze laatste poging om het
Heidendom te herstellen. Er zijn nog een aantal brieven en vele zeer
belangrijke geschriften van Iulianus overig. Hij schreef Grieksch,
en beschouwde Griekenland als zijn tweede vaderland.
Iulii, een oud patricisch geslacht, dat onder Tullus Hostilius van
Alba Longa naar Rome verhuisde en waarvan twee familiën naam verworven
hebben, eerst de Iuli en later de Caesares. Zij leidden, althans in
lateren tijd, hun oorsprong af van Aeneas' zoon Ascanius of Iulus. 1)
C. Iulius Iulus, consul in 489.--2) C. Iulius Iulus, consul in 447,
legde met veel takt de geschillen bij tusschen de beide standen.--3)
Onder de krijgstribunen met consulaire macht komen nog eenige Iulii
Iuli voor; in 352 is een C. Iulius Iulus dictator, in 473 komt een
consul voor met den ongewonen voornaam Vopiscus, wiens kleinzoon in
393 censor was. Verder komen een enkele maal de familienamen Libo
en Mento voor.--4) L. Iulius Caesar, consul in 90 bij het uitbreken
van den bondgenootenoorlog, bezorgde door zijn lex de civitate het
rom. burgerrecht aan de trouw gebleven socii in Italia. In den oorlog
was hij niet gelukkig, zie Egnatii no. 2. In 89 was hij censor. In 87
werd hij als aristocraat door de mariaansche partij omgebracht.--5)
C. Iulius Caesar Strabo Vopiscus, broeder van no. 4, wordt als
redenaar en dichter geprezen. Hij heeft o.a. tragedies geschreven,
maar niets van zijn werken is bewaard gebleven. Ook hij kwam in 87
om, daar een vriend zijn schuilplaats verried.--6) L. Iulius Caesar,
consul in 64, stemde in 63 voor den dood van P. Cornelius Lentulis
Sura, zijn zwager, omdat deze tot de samenzwering van Catilina
behoorde. In 52 diende hij onder C. Iulius Caesar in Gallia. Na
diens dood behoorde hij tot de hevige tegenstanders van zijn neef
M. Antonius, die hem daarop vogelvrij verklaarde, doch later ongemoeid
liet, op voorbede van Iulia (no. 7).--7) Iulia, zuster van no. 6 en
moeder van M. Antonius, den drieman.--8) L. Iulius Caesar, zoon van
no. 6, behoorde tot de aanhangers van Pompeius, en streed ook nog in
Africa tegen Caesar, die hem echter, toen hij na Cato's dood Utica aan
Caesar had overgegeven, genade schonk. Kort hierna overleed hij.--9)
C. Iulius Caesar, grootvader van no. 11. Hij stierf plotseling, terwijl
hij bezig was zich te kleeden.--10) C. Iulius Caesar, zoon van no. 9 en
vader van no. 11, stierf ook plotseling, in 85.--11) C. Iulius Caesar,
zoon van no. 10, geb. 13 Juli 100, de bekende veldheer en dictator,
de grootste man zijner eeuw. Zijne moeder was eene Aurelia. Zijne
verwantschap met C. Marius, die met Iulia, Caesars tante, gehuwd was,
en met Cinna, wiens dochter Cornelia hij zelf had gehuwd, maakten hem
bij Sulla verdacht, vooral toen hij weigerde, zijne vrouw te verstooten
(82). Caesar achtte het derhalve geraden, zich uit Rome te verwijderen
en zich in het sabijnsche land eenigen tijd schuil te houden. Toen
Sulla's toorn eenigszins bedaard was, stak Caesar naar Asia over,
waar hij onder den praetor M. Minucius Thermus zijn eersten veldtocht
medemaakte (80). In 78 keerde Caesar naar Rome terug, op het bericht
van Sulla's dood. In 77 klaagde hij den gewetenloozen Cn. Cornelius
Dolabella (Cornelii no. 36) van afpersingen aan, en hoewel de
rechters (weder uit den senaat gekozen) Dolabella vrijspraken,
bereikte Caesar toch in zooverre zijn doel dat hij de opmerkzaamheid
op zich vestigde en de hoop der volkspartij deed herleven. Doch de
aristocratie was nog te machtig, en voorzichtigheidshalve verliet
C. andermaal Rome en ging naar Rhodus, waar hij de lessen van den
rhetor Molo in de welsprekendheid bijwoonde. Na zijn terugkeer
wendde hij alle krachten aan, om de gunst van het volk deelachtig
te worden door minzaamheid, dienstvaardigheid en mildheid. Nog
als knaap was hij door toedoen van Marius reeds tot flamen Dialis
gekozen, welke verkiezing Sulla echter in 82 ongeldig verklaarde;
achtereenvolgens werd hij nu in 73 pontifex, in 68 quaestor, in 65
aedilis curulis, in 63 pontifex maximus, in 62 praetor urbanus. Men
verdacht er Caesar, evenals Crassus van, deel te hebben gehad aan de
Catilinarische samenzwering. Als aediel had hij schitterende spelen
gegeven en prachtige bouwwerken laten oprichten, maar ook de door
Sulla omvergeworpen zegeteekenen van Marius en Cinna hersteld; als
voorzitter van de quaestio de sicariis veroordeelde hij in 64 twee
vroegere aanhangers van Sulla, die een aantal vogelvrijverklaarden
hadden omgebracht. In 61 was hij propraetor in Lusitania en Baetica,
van waar hij met roem en rijken buit terugkeerde. In 60 sloot
hij het geheim verbond, het zoogenaamde eerste driemanschap, met
Pompeius en Crassus, en bekleedde in 59 het consulaat (zie Iuliae
(leges)). Om den band hechter te maken, gaf hij zijne dochter Iulia
aan Pompeius tot vrouw. Door de lex Vatinia van den volkstribuun
P. Vatinius werden aan Caesar Gallia Cisalpina en Illyricum als
provinciën toegewezen, waarbij de senaat nog Gallia Transalpina
voegde. Tevens werden hem 4 legioenen toegewezen. Negen jaar bracht
Caesar in Gallia door (58-49). Wel was hem het stadhouderschap slechts
voor 5 jaar opgedragen, maar de lex Trebonia van den volkstribuun
C. Trebonius in 55 had het met 5 jaar verlengd (het triumviraat was
reeds in April 56 te Luca hernieuwd). In die negen jaar onderwierp
hij geheel Gallia en Belgica en breidde in overeenstemming daarmede
zijn leger uit. De commentarii de bello Gallico leeren ons, hoe
meesterlijk hij van alle oneenigheden der Galliërs wist partij te
trekken om zegevierend voorwaarts te dringen. Iulia echter stierf
in 54 en Crassus in 53, en hiermede was de band tusschen Caesar en
Pompeius verbroken. Pompeius begon Caesars wassende macht bedenkelijk
te achten en toen de senaat aan C. beval, zijn leger af te danken
en zijn ambt neder te leggen, terwijl Pompeius weigerde hetzelfde
te doen, trok C. den 10den Januari 49 de Rubico over, het begin
van den burgeroorlog, en veroverde binnen 2 maanden geheel Italia,
terwijl Pompeius en de zijnen naar het Oosten gingen. Daarop begaf
C. zich naar Hispania, waar hij de onderbevelhebbers van Pompeius,
C. Afranius en M. Petreius bij Ilerda versloeg; vervolgens, na eerst
het consulaat aanvaard te hebben, ijlde hij in het begin van 48 naar
Epirus en Thessalia, leed wel bij Dyrrachium eene nederlaag, doch
behaalde bij Pharsalus op het sterke, door Pompeius bijeengebrachte
leger eene volkomene overwinning (6 Juni 48). Pompeius vluchtte
naar Aegypte, doch werd vermoord nog voor hij te Alexandrië aan land
stapte. Caesar regelde nu in Aegypte de troonsopvolging ten gunste
der schoone Cleopatra, en had toen nog een oorlog door te staan
met haar broeder Ptolemaeus XII, die in den Nijl verdronk (bellum
Alexandrinum, zie Cleopatra no. 10). Na vervolgens in Azië Pharnaces
van Pontus en Deiotarus van Galatia voor hunne aanhankelijkheid aan
Pompeius gestraft te hebben, kwam C. in 47 te Rome terug, doch stak
weldra naar Africa over, waar hij de pompejaansche partij vernietigde
(slag bij Thapsus 46) en het oostelijk gedeelte van Numidia, tot
aan de Ampsaga, inlijfde. In 46 hield hij te Rome een vierdubbelen
triomftocht over Gallia, Aegypte, Pontus en Africa. In dit jaar valt
ook de regeling van den rom. kalender met behulp van den sterrenkundige
Sosigenes. Nog eenmaal moest hij te velde trekken tegen Pompeius'
zonen, die in Hispania een leger op de been hadden gebracht (slag bij
Munda, 45). Hij werd met eerbewijzen overladen, en onder verschillende
titels bezat hij eene onbeperkte macht. In 49 was hij dictator, in
48 was hij consul, in 46 dictator en consul tegelijk, in 45 was hij
tot dictator voor zijn leven en consul voor tien jaar benoemd, met den
titel van imperator; als praefectus morum bezat hij censorische macht;
de keuze der overheden werd hem overgelaten; hij mocht zijne beeltenis
op de munt laten slaan, enz. Doch bij de aristocratische partij bleef
een geheime wrok bestaan, en deels uit persoonlijke eerzucht, deels uit
ijdelen waan, dat met Caesars dood de oude republiek zou herleven en de
aanzienlijke familiën weder in het bezit harer vroegere macht zouden
komen, vereenigden zich een zestigtal samenzweerders en overvielen
C. den 15den Maart 44 in den senaat, waar hij, door 23 dolksteken
doorboord, voor het standbeeld van Pompeius nederviel. Zijne begrafenis
gaf tot hevige tooneelen aanleiding, vooral toen zijne testamentaire
beschikkingen ten gunste van het volk bekend werden.--Behalve de
eerste 7 boeken de bello Gallico hebben wij van hem nog 3 boeken de
bello civili. Zijne redevoeringen en brieven, door de ouden bewonderd,
zijn verloren gegaan, evenals zijne taalkundige werken. Als veldheer,
staatsman, redenaar, kortom op welk gebied hij zich bewoog, overal
muntte hij uit. Hij had een vriendelijk en openhartig karakter, een
grenzenlooze eerzucht en ijzeren volharding.--12) Iulia, zuster van
no. 11, gehuwd met M. Attius Balbus. Eene dochter uit dit huwelijk,
Attia, huwde C. Octavius, en werd moeder van Augustus.--13) Iulia,
dochter van no. 11 en van Cornelia (Cornelii no. 42), in 59 gehuwd
met Pompeius, eene verstandige vrouw, die, zoolang zij leefde, eene
breuk tusschen haar vader en haar man wist te voorkomen. Het was eene
eenigszins vreemde verhouding, dat haar man zes jaar ouder dan haar
vader was. Zij stierf in 54 bij eene bevalling.--14) C. Octavius, later
C. Iulius Caesar Octavianus genoemd en in de geschiedenis onder den
titel van Augustus bekend, was de zoon van C. Octavius (zie hierboven
no. 12) en door zijn oudoom Caesar tot zoon aangenomen. Hij was in 63
geboren en verloor reeds in 59 zijn vader, waarna zijne moeder Attia
met L. Marcius Philippus hertrouwde. Terwijl hij zich te Apollonia met
zijne letterkundige studiën bezig hield, ontving hij het bericht van
Caesars dood. Hij spoedde zich naar Italia, en was zoo voorzichtig,
zich van Brundisium uit door een paar rom. legioenen, die hij daar
aantrof, naar Rome te doen vergezellen. Over de gebeurtenissen,
die toen volgden, zie men Antonii no. 4 en 6, Pompeii no. 13.--Na
den slag bij Actium in 31 en den daarop volgenden dood van Antonius
en Cleopatra regelde Octavianus de zaken in het Oosten en keerde als
alleenheerscher te Rome terug. Hier werd hij met eerbewijzen overladen;
hij legde echter 13 Jan. 27 de onbeperkte macht, die hij sinds Nov. 43
als triumvir bezat (zie Tresviri no. 9), vrijwillig neder, en gaf aan
senaat en volk de republikeinsche vrijheid terug. Drie dagen later
verleende de senaat hem den titel Augustus, en gaf hem tevens het
grootste deel der pas afgestane macht terug. Van dezen dag dateert het
Romeinsche keizerrijk of principaat. Augustus wilde slechts de eerste
der burgers, princeps civium zijn. Hij behield het consulaat, dat
hij tot 23 geregeld bekleedde, verder de tribunicia potestas, die hem
in 36 voor onbepaalden tijd, in 30 levenslang was verleend. Hierdoor
had de princeps de bevoegdheid van het tribunaat, was onschendbaar en
kon alle rechten van het ambt uitoefenen zonder beperking van tijd of
plaats. Verder verleende de senaat hem het imperium proconsulare over
alle provincies, waar legers stonden, die hij door legati pro praetore
liet besturen, en het oppertoezicht over de andere provinciën, die
onder het beheer van den senaat bleven. Verder had hij het recht een
lijfwacht te hebben, de cohortes praetoriae. Hij deelde zijn macht
met den senaat, die nu o. a. ook voor zijne leden hooggerechtshof
werd. Voor Rome brak nu een tijd van rust en vrede aan, dubbel welkom
na het eindelooze bloedvergieten der laatste 18 jaren. Onder zijne
voornaamste regeeringsdaden behooren de verdeeling van Italië in 11
en van Rome in 14 regiones, de oprichting van cohortes vigilum en
cohortes praetoriae, de verdeeling der provinciën in keizerlijke en
senatorische (zie hierboven), de aanstelling van een praefectus urbi
en twee praefecti praetorio. De oorlogen, die hij nu voerde, hadden
geene nieuwe veroveringen ten doel, maar òf behoud van het bestaande
òf meer volledige onderwerping der volken in het rom. gebied. Zoo
brachten zijne stiefzoons Drusus en Tiberius de Alpenvolken ten
onder tot aan den Donau, om de grenzen van het rijk te bevestigen;
vervolgens trachtten zij de rom. heerschappij tussen Rijn en Elbe op
vaste grondslagen te vestigen, welk plan later door de nederlaag van
Varus in duigen viel; Agrippa onderwierp de Cantabriërs en Asturiërs in
Hispania. Zelf trok Augustus in 20 naar het Oosten en ontving van den
parthischen koning de op Crassus en Antonius veroverde veldteekenen
terug. Hij stierf te Nola in 14 na C. Zijne weduwe Livia hield zijn
dood geheim, totdat Tiberius de noodige maatregelen had kunnen treffen,
om zich in het bezit der heerschappij te stellen.--15) Voor de min
of meer verwarde familiebetrekkingen van het huis van Augustus mogen
de volgende opgaven dienen.
Augustus is driemaal gehuwd geweest: 1) met Claudia, dochter van
den beruchten P. Clodius Pulcher, uit welk huwelijk geene kinderen
waren;--2) met Scribonia, zuster van L. Scribonius Libo, in 40, een
huwelijk uit staatkunde gesloten, dat in 39 weder ontbonden werd,
juist op den dag harer bevalling van eene dochter Iulia;--3) met
Livia Drusilla, wier vader Livius Drusus in den slag bij Philippi was
gesneuveld. Zij was gehuwd met Tib. Claudius Nero en had twee zoons,
in de geschiedenis bekend als Tiberius en Drusus. Augustus overreedde
haar man, haar aan hem af te staan en nam toen Tiberius en Drusus
als zoons aan.
a) Augustus en Scribonia.
Iulia, driemaal gehuwd, 1) met M. Claudius Marcellus, jong gestorven
(zie Claudii no. 37),--2) met M. Vipsanius Agrippa, gest. 12,--3)
met den lateren keizer Tiberius.
Wegens haar ergerlijken levenswandel werd zij in 2 door haar vader
naar het eiland Pandataria en later naar Rhegium verbannen, waar zij
in 14 na C. stierf.
Kinderen uit Iulia's tweede huwelijk.
* C. Caesar, † 4 na C., gehuwd met Drusus' dochter Livilla.
* L. Caesar, † 2 na C.
* Agrippa Postumus, 14 na C., na Augustus' dood door Tiberius uit den
weg geruimd.
* Iulia, om haar zedeloos gedrag in 9 na C. verbannen, † 28 na C.
* Agrippina, gehuwd met Germanicus.
De verbanning der beide Iulia's (de dochter naar het eiland Trimerus
(Trimetus) was eene deportatio.
b) Livia en Tib. Claudius Nero.
* Tiberius (keizer), geh. met Vipsania Agrippina, van wie hij tegen
zijn zin moest scheiden, daar Augustus hem Iulia opdrong.
* Drusus (zie Claudii, no. 26) geh. met Antonia minor, dochter v. den
drieman M. Antonius (Antonii no. 11).
c. Tiberius en Vipsania Agrippina.
Drusus Caesar, gehuwd met Drusus' dochter Livilla, weduwe van
C. Caesar. In overeenstemming met haar minnaar Seianus, praefectus
praetorio onder Tiberius, ruimde zij haren echtgenoot uit den weg
(23 n. C.). Zij werd met Seianus ter dood gebracht (31).
* Germanicus, gest. 4 jaar oud.
* Tiberius, door keizer Caligula omgebracht.
* Iulia, geh. met Nero, den zoon v. Germanicus, later met C. Rubellius
Blandus (Rubellii no. 1), Op aanstoken v. Messalina werd zij
omgebracht.
d) Drusus en Antonia minor.
* Germanicus (z. a.), geh. met Agrippina dochter van Iulia (zie boven).
* Claudius (keizer), (zie onder).
* Livilla, geh. 1) met C. Caesar,--2) met Drusus Caesar, (zie boven).
e) Germanicus en Agrippina
verloren van hunne 9 kinderen drie door den dood en lieten 6 kinderen
na, n.l.: 3 dochters, Agrippina, Drusilla en Livilla, 3 zoons, Nero,
Drusus en C. Caesar.
Van de zoons werden Nero en Drusus op last van Tiberius ter dood
gebracht; C. Caesar is de latere keizer Caligula. Nero was gehuwd met
Iulia, de kleindochter van Tiberius (zie boven). Agrippina (z. a.) is
de moeder van keizer Nero geweest. Drusilla, eigenlijk Iulia Drusilla,
werd de bijzit van haren broeder Caligula (zie Drusilla no. 2). De
jongste zuster, Iulia Livilla, werd onder Claudius op aansporing van
Messalina omgebracht.
f) Kinderen van keizer Claudius.
1) Uit zijn huwelijk met Plautia Urgulanilla werd een zoon Drusus
geboren, die als knaap stikte doordat eene peer hem in de keel
schoot. Eene dochter Claudia, na de echtscheiding geboren, erkende
hij niet als de zijne.--2) Uit het huwelijk met Aelia Petina had
hij eene dochter Antonia, die tweemaal gehuwd is.--3) Bij Valeria
Messalina had hij eene dochter Octavia, gehuwd met keizer Nero, en
een zoon, eerst Germanicus, doch vervolgens Britannicus geheeten, die
door Nero vergiftigd is (55).--4) Van zijne vierde vrouw, Agrippina,
de dochter van Germanicus, kreeg hijzelf geene kinderen. Haar zoon
uit een vroeger huwelijk, de latere keizer Nero, werd echter door
Claudius als zoon aangenomen.
N.B. De afstammelingen van Tiberius en Drusus, de aangenomen zonen van
Augustus, voerden, voor zoover zij van het mannelijk geslacht waren,
allen den familienaam Caesar. De vrouwelijke leden moeten allen ook
Iulia geheeten hebben, zooals van sommige vermeld wordt.
Iulius Tutor, aanvoerder van de Galliërs in den bataafschen opstand,
zie Civilis.
Iuliobona, zie Caletes.
Iulis, Ioulis, hoofdstad op het eiland Ceos.
Iulus, Ioulos = Ascanius, zoon van Aeneas. Hij had twee zoons,
waarvan de oudste ook Iulus, de jongste Silvius heette.
Iunia (lex), de peregrinis van den volkstribuun M. Iunius Pennus,
126. Door deze wet werd aan de peregrini het verblijf te Rome
ontzegd. Eene wet van gelijke strekking was de lex Papia, in 65. Beide
wetten worden door Cicero sterk veroordeeld.
Iunia Licinia (lex) van de consuls D. Iunius Silanus en L. Licinius
Murena, 62. Zij verbood, wetten heimelijk in het aerarium te brengen,
hetgeen vermoedelijk beteekent, dat de nieuwe wetten voortaan onder
getuigen in het archief moesten worden gedeponeerd.
Iunia Norbana (lex), onder keizer Tiberius, 19 na C. Deze wet bepaalde,
dat slaven, die modis minus iustis waren vrijgelaten (dus niet per
vindictam, per censum of per testamentum), niet het burgerrecht
zouden erlangen, maar een rechtstoestand zouden hebben in den trant
der vroegere latijnsche koloniën. Zulke vrijgelatenen worden Latini
Iuniani geheeten. Zie ius Latii.
Iunii, een oud patricisch geslacht, dat, evenals de Iulii, van
trojaanschen bloede heette te zijn. Het eerst wordt genoemd--1)
M. Iunius, gehuwd met Tarquinia, eene zuster van Tarquinius
Superbus. Hij werd met zijn oudsten zoon door den koning
omgebracht.--2) L. Iunius Brutus (= de stompzinnige), zoon van
no. 1. Hij ontsnapte den dood door zich als half onwijs voor te
doen. Hij begeleidde de zonen van Tarquinius op een reis naar Delphi,
en was de éénige, die de orakelspreuk begreep, die de god hun op
hun vraag meegegeven had: wie het eerst te Rome zijn moeder kuste,
zou te Rome regeeren; hij nu kuste den grond, en werd zóó doende
later de eerste consul van Rome. Toen de verbittering des volks tegen
Tarquinius Superbus en diens zonen door de onteering van Lucretia tot
eene uitbarsting was gekomen, bewoog Brutus het leger tot den afval
en werd een van de eerste consuls. Hem trof het harde lot, dat hij
zijne beide zoons ter dood moest veroordeelen wegens samenzwering ten
gunste van den verdreven koning. In hetzelfde jaar (509) sneuvelde hij,
daar hij en 's konings zoon Aruns in den slag elkander gelijktijdig
doorstaken. Er werd een standbeeld voor hem opgericht. Deze Iunii
behooren tot het gebied der legende.