Idomeneus, Idomeneus, zoon van Deucalion no. 2, koning van Creta. Als

een van hen, die naar de hand van Helena (z. a.) gedongen hadden,

trok hij later mede tegen Troje op, waar hij zich door dapperheid

onderscheidde. Op de terugreis door een geweldigen storm overvallen,

deed hij de gelofte, dat hij aan Poseidon zou offeren wat hem in zijn

vaderland het eerst zoude ontmoeten, en hij volbracht die gelofte,

ofschoon zijn eigen zoon het slachtoffer er van werd. Toen ten

gevolge hiervan door den toorn der goden een pest op Creta uitbrak,

werd Id. verjaagd; hij ging naar de kust van Calabrië, vanwaar hij

later naar Colophon ging of naar Creta terugkeerde. Zijn graf meende

men te Cnosus te vinden, waar hij met Meriones als heros vereerd werd.

Idothea, Eidothea, dochter van Proteus.

Idrias, Idrias, stad en landstreek in Carìa, zie Stratonicea.

Idubeda, gebergte in Hispania, ten Z. van en ongeveer evenwijdig met

den Iberus (Ebro), een deel van het tegenw. Cantabrisch gebergte.

Idumaea, Idymaia, Edôm, het land ten Z. van Palaestina.

Idus, de 15de dag der maanden Maart, Mei, Juli en October, in de

overige maanden de 13de. Oorspronkelijk vielen de Idus samen met de

volle maan, daarom zijn zij in het bijzonder gewijd aan Jupiter. Zie

verder annus.

Idylle, eidyllion, een klein gedicht, bevattende schetsen uit het

dagelijksch leven van herders en andere op het land levende personen

van lageren stand.

Ientaculum, een licht ontbijt 's morgens vroeg voor degenen, die

niet konden wachten tot het prandium, dat later in den voormiddag

werd genomen en het karakter van een lunch droeg.

Iërne = Hibernia.

Ietae, Ietai, stad en berg op Sicilia, ten Z.W. van Panormus (Palermo).

Igilium, eilandje nabij de kust van Etruria, tegenover den mons

Argentarius.

Ignominia, het verlies van goeden naam, eene oneer of openbare

vernedering, welke men zich op den hals haalde door verkeerde

handelingen of eene minder voegzame leefwijze, die wel niet onder het

bereik der strafwetten vielen, maar toch van den kant der censoren

eene openlijke berisping of terugzetting ten gevolge konden hebben. Zie

ook infamia.

Iguvium, Igouion, aanzienlijk municipium in het hart van Umbria,

aan de Z.W. helling van den Apenninus met een beroemden tempel van

Jupiter, thans Eugubbio (Gubbio). Onder de puinhoopen van den tempel

werden in de 15de eeuw na C. door een boer zeven koperen platen met

opschriften in het Umbrisch gevonden, die meer dan duizend umbrische

woorden bevatten en onder den naam van tabulae Eugubinae nog op het

raadhuis te Eugubbio (Gubbio) bewaard worden.

Ilaira = Hilaira.

Ile, troep, schaar, in het bizonder afdeeling ruiterij. De macedonische

lichte ruiterij (sarissophoroi) bestond uit 8 ilai van 128 man,

de zware uit 15 van 200 man, waarbij nog eene zestiende kwam als

koninklijke eerewacht (agema, ile basilike).

Ilercavones, Ilergavonenses, volk in Hispania aan den mond van den

Iberus (Ebro). Hoofdstad: Dertosa (Tortosa).

Ilerda, thans Lerida, hoofdstad der Ilergetes in Hispania. Caesar

versloeg hier Afranius en Petreius, legaten van Pompeius, in 49.

Ilergetes, aanzienlijk volk in Hispania tusschen den Iberus (Ebro)

en de Pyrenaeën, met de steden Ilerda (Lerida) en Osca (Huesca).

Ilia = Rea Sylvia.

Iliades, Iliades, 1) Ganymedes, zoon van Ilus.--2) Romulus of Remus,

zoon van Ilia.--3) soms algemeen voor Trojaan.

Ilienses, 1) inwoners van Ilium.--2) volksstam op Sardinia.

Ilion, -um, Ilion, Ilios = Troia.

Ilione, Ilione, dochter van Priamus en Hecabe, gehuwd met

Polymestor. Zie Polydorus no. 2.

Ilipa, stad aan den Baetis (Guadalquivir) in Baetica, ten N. van

Hispalis (Sevilla).

Ilis(s)us, Ilis(s)os, riv. in Attica, die op den Hymettus ontspringt

en langs Athenae stroomt.

Ilithyia, Eileithuia, Eleutho, dochter van Zeus en Hera, godin

die de vrouwen bij het baren helpt. Soms wordt van meer dan eene

Il. gesproken; Hera en Artemis worden ook dikwijls Il. genoemd. Zij

komt overeen met de rom. Juno Lucina.

Ilium, -on, Ilion, Ilios = Troia.

Illiberis, Illiberis, 1) stad in Baetica, nabij de bronnen van den

Singulis (Xenil), thans Elvira.--2) stad in Gallia tusschen Narbo

Martius en de grens van Hispania, eerst aanzienlijk, later vervallen,

door Constantijn den Gr. herbouwd en naar zijne moeder Helena genoemd,

thans Elne.

Illiturgis, Ilourgeia, belangrijke bergstad der Turduli, geheel in het

Oosten van Baetica, aan den Baetis (Guadalquivir), in 210 door Scipio

(Africanus) veroverd en verwoest, later herbouwd als Forum Iulium.

Illurgavonenses = Ilercavones.

Illustres, titel der hoogste klasse van ambtenaren onder Constantijn

den Gr. Hiertoe behoorden de praefecti der vier praefecturae,

waarin het rijk verdeeld was, en de zeven hoogste hofbeambten:

de quaestor sacri palatii, minister van justitie en wetgeving, de

magister officiorum of hofmaarschalk, de comes sacrarum largitionum,

minister van financiën, de comes rerum privatarum, administrateur

van 's keizers bijzonder vermogen, de praepositus sacri cubiculi of

opperkamerheer, de beide comites domesticorum (equitum en peditum)

of bevelhebbers der lijfwacht.

Illyricum, Illyris, to Illyrikon, Illyris. Het bergland tusschen

Epirus en Histria, langs de Oostkust der Adriatische zee werd bij

de Grieken Illyris of Illyria, bij de Rom. Illyricum genoemd. Het

zuidelijke gedeelte tot aan den Drilon heette Illyris Graeca, met

de steden Dyrrhachium (Epidamnus) en Apollonia, en hoorde in den

romeinschen tijd tot Macedonia; het noordelijke heette Illyris

Barbara of Romana. Van dit laatste werd wederom het Z.O.deel

Dalmatia, het N.W. Liburnia genoemd. De rom. provincie Illyricum

omvatte het tegenw. Dalmatië met Bosnië en Herzegowina. In het jaar

8 na C. kreeg de geheele provincie den naam Dalmatia (z. a.). Onder

Diocletianus werd het geheele rom. rijk in vier praefecturen verdeeld;

de praefectura Illyrici strekte zich toen uit van den Donau tot over

geheel Griekenland; het oude rom. Illyricum behoorde er echter niet

meer toe, zoodat de residentie Sirmium juist aan een uithoek lag,

terwijl ten O. de mons Rhodope (Despotodagh) de grens vormde.

Ilus, Ilos, 1) zoon van Dardanus en Batea, volgde zijn vader in de

regeering over Dardania op; daar hij kinderloos stierf, was zijn

broeder Erichthonius zijn opvolger.--2) zoon van Tros en Callirrhoë,

behaalde eens in Phrygië bij een wedstrijd in het worstelen de

overwinning, en kreeg als prijs 50 jongelingen en 50 meisjes benevens

een koe, met de opdracht van het orakel, om eene stad te stichten

waar de koe zich zou nederleggen. Dientengevolge bouwde hij op een

heuvel de stad Ilium, en toen hij Zeus om een teeken bad, dat hij

het orakel goed begrepen had, vond hij den volgenden morgen voor zijn

tent het Palladium.--V. s. had hij Tantalus en Pelops uit Paphlagonië

verdreven.--3) zoon van Mermerus van Ephyre, bij wien Odysseus een

middel ging halen om zijne pijlen te vergiftigen, wat hem echter

geweigerd werd.--4) = Ascanius (z. a.). Zie ook Iulus.

Ilva, z. Aethalia.

Ilvates, ligurisch volk, dat aan de Noordzijde van den Apenninus ten

N.O. van Genua woonde.

Imachara, stad in het binnenland van Sicilia ten N.O. van Henna.

Imagines, zie ius imaginum.

Imaus, Imaon oros, zie Emodi montes.

Imbrasia, Imbrasia, bijnaam van Hera, naar haar tempel aan de rivier

Imbrasus; ook bijnaam van Artemis.

Imbrasus, Imbrasos, 1) rivier op het eiland Samus.--2) riviertje op

Euboea, bij Taminae uitmondend.

Imbrus, -os, Imbros, eiland in het noordelijk gedeelte van de

Aegaeïsche zee, bergachtig en boschrijk, een zetel van den dienst

der Cabiren. Miltiades (z. a.) veroverde van uit de Chersonesus het

eiland, dat voortaan in het bezit bleef van Athene.

Immaradus, Immarados, zoon van Eumolpus, sneuvelde met zijn vader in

den oorlog tegen Erechtheus.

Imperator. Wanneer een veldheer eene luisterrijke overwinning had

behaald, begroetten zijne soldaten hem met den titel imperator. Zijne

lictoren doorvlochten alsdan hunne bijlbundels met lauriertakken,

terwijl hij in een omlauwerden brief (litterae laureatae) den

senaat bericht van zijne overwinning zond en achter zijn naam den

imperatorstitel voegde. Wanneer hij dan in Italia teruggekeerd was,

bleef hij met zijn leger buiten Rome gekampeerd, en verzocht den

senaat een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Kwam hij evenwel

vóór dien tijd binnen de stad, dan verspeelde hij zijne aanspraken

en zijn titel. Niet altijd werd de triumftocht toegestaan. In dit

geval gebeurde het somtijds, dat de imperator een zegetocht op

den albaanschen berg hield, ook wel eens, dat hij tegen den wil

van den senaat onder de bescherming van één of meer volkstribunen

zijn feestelijken intocht in de stad hield. In 143 werd den consul

App. Claudius Pulcher (Claudii no. 12) de eer eener zegepraal geweigerd

en een der volkstribunen dreigde hem van zijn wagen af te rukken,

zoo hij toch den triumftocht ondernam. Toen sprong zijne dochter

Claudia, eene Vestaalsche maagd, op den zegewagen, sloeg haar arm om

haar vader heen, en niemand waagde verder eenig verzet. Zie verder

triumphus. Augustus en de volgende keizers kregen het imperatorschap

voor hun leven, dus als blijvenden titel, waarmede het veldheerschap

over al de legers van het rijk gepaard ging. Zij voeren den titel

vóór hun naam.

Imperium, was een bestanddeel van de macht van overheidspersonen,

die geroepen konden worden om een leger aan te voeren of recht te

spreken. Verder was daaraan verbonden het ius cum populo agendi,

d.w.z. het recht om de comitia bijeen te roepen, het ius cum

patribus agendi, het recht om den senaat bijeen te roepen, en het ius

coërcitionis, het recht van bestraffing. Dit recht hadden de consuls,

de praetoren, de dictator, de magister equitum, de interrex. Ook

behoorde het bij de tijdelijk ingestelde ambten der decemviri legibus

scribundis en der tribuni militum consulari potestate. Het imperium

werd na de aanvaarding van het ambt verleend door eene lex curiata,

die den wettig gekozen ambtenaar niet mocht geweigerd worden.

Impluvium, zie compluvium en atrium.

Inachides, Inachides, Epaphus, kleinzoon van Inachus. Soms in het

algemeen voor een argivisch man, bijv. Perseus.

Inachis, Inachis, Io, dochter van Inachus, ook Isis, wanneer zij met

Io vereenzelvigd wordt. Soms in het algemeen voor eene argivische of

grieksche vrouw.

Inachus, Inachos, 1) zoon van Oceanus en Tethys, die na den watervloed

van Deucalion de vlakte van Argos bewoonbaar maakte door al het water

te vereenigen tot eene rivier, die vandaar zijn naam draagt. Hij

vestigde het argivische rijk, waarvan hij de eerste koning was. Toen

Poseidon en Hera over het bezit van Argos twistten, besliste hij ten

gunste van Hera; door den toorn van Poseidon is Argos arm aan water. De

dochter van Inachus was Io (Inachia iuvenca).--2) rivier van Argolis,

die, voor zij de kust bereiken kan, in het zand verloopt. Zij is in

den zomer droog.

Inarime = Aenaria.

Inaros, Inaros, lybisch koning, die onder Artaxerxes I een grooten

opstand van Aegypte tegen de Perzen verwekte, waarbij hij door de

Atheners ondersteund werd (459-454). Wel werd een perzische vloot

op den Nijl vernietigd, Memphis ingenomen en nog andere voordeelen

behaald, doch toen de atheensche vloot door Megabyzus vernietigd was

(454), kon In. zich niet lang meer staande houden, hij gaf zich over,

en werd vijf jaar later gekruisigd.

Inauguratio, zie Augures.

Incensus werd de burger genoemd, die zich bij den census verzuimde aan

te geven, ten einde den krijgsdienst te ontduiken. Het was volkomen

logisch dat men hem als slaaf verkocht en wellicht in den oudsten

tijd ter dood bracht, daar hij zichzelf het burgerrecht niet waardig

had gekeurd.

Incubatio = enkoimesis.

Incubus, z. Faunus.

India, India. Dit land was den Grieken weinig meer dan bij naam

bekend, totdat Alexander de Gr. tot aan den Hyphasis, een der takken

van den Indus, doordrong. Seleucus Nicator, de stichter van het

Seleucidenrijk, kwam in India tot aan den Ganges en sloot met den

indischen vorst Sandracotta een verbond. Toen evenwel onder zijne

opvolgers Ariana weder verloren ging, werden de betrekkingen met

India weder verbroken. Omtrent grootte en vorm hadden de ouden zeer

onvolledige begrippen. Bij naam echter kenden en onderscheidden zij

eenige gedeelten, als India intra en extra of trans Gangem, entos

kai ektos tou Gangou, waaronder zij Voor- en Achter-Indië verstonden,

de Aurea Chersonesus (Malakka), het eiland Taprobane (Ceylon), dat zij

zich reusachtig groot voorstelden, de insula Agathodaemonis (Sumatra),

Jaba (Java), enz.

Indibilis, vorst der Ilergeten in Hispania Tarraconensis. In den

tweeden punischen oorlog wist Scipio (Africanus) hem door eene

edelmoedige behandeling voor de rom. belangen te winnen. Indibilis

betoonde zich evenwel trouweloos, doch werd door Scipio weder in genade

aangenomen. Na diens vertrek viel hij opnieuw af, en sneuvelde toen.

Indicetae of Indigetes, Indiketai, volk in den N.O. uithoek van

Tarraconensis. Hoofdstad: Emporium of Emporiae.

Indigetes dii = Dii indigetes.

Indigitamenta zijn gebedsformulieren, die door de pontifices in hun

archief bewaard werden, en waarin steeds meerdere godheden aangeroepen

werden, of ook wel ééne godheid onder meerdere namen, uit vrees de

goddelijke hulp, die men inriep, anders niet deelachtig te zullen

worden. Hierdoor werd het aantal goden van den oudsten Romeinschen

eeredienst door splitsing van de eigenschappen tot in het oneindige

vermeerderd. Zoo was Terminus (z. a.) oorspronkelijk een bijnaam van

Jupiter. Vooral bij geboorte en huwelijk, in de eerste levensjaren

van het kind en bij den landbouw werden dergelijke goden aangeroepen;

bij het zaaien o.a. 12 verschillende goden. Bovendien drukte men zich

met opzet, om geen godheid uit te sluiten, erg algemeen uit, en voegde

aan de formule nog toe: sive deus sive dea, of sive mas sive femina,

of ook wel sive quo alio numine fas est nominare.

Induciomarus, 1) een aanvoerder der Treviri in Gallia ten tijde van

Caesar, door diens legaat Labienus verslagen en gedood (54).--2)

een hoofd bij het gezantschap der Allobroges te Rome onder Cicero's

consulaat (63).

Indus, Indos, 1) rivier, die door Cabalia of Cibyratis stroomt en

tegenover het eiland Rhodus in zee valt.--2) rivier, thans nog Indus

geheeten, ook Sindh, ten W. van Voor-Indië, eens de grens van het

groote rijk der Perzen. Een zijtak is de Acesines, die wederom den

Hydaspes, den Hydraotes, den Zadadrus en den Hyphasis opneemt. Tot

aan den Hyphasis drong Alexander d. Gr. door. De genoemde bijrivieren

vormen den Pendsjâb, het land der vijf stroomen.

Inessa of Inesa, oude naam der stad Aetna, aan den voet van den berg

Aetna (z. a.).

Infamia, sterker dan ignominia, eerloosverklaring, waarmede het

verlies van enkele rechten gepaard ging als: ius suffragii, ius

honorum, de bevoegdheid om in rechten op te treden of getuigenis af

te leggen. De infamie kon een gevolg zijn van eene veroordeeling;

zij kon ook ex edicto praetoris toegepast worden wegens onteerende

handelingen of het uitoefenen van een verachtelijk bedrijf.

Infelix arbor. Sommige boomen werden bij de Romeinen infelices arbores

geheeten, zooals bijv. de oleaster of wilde olijf. Daar zulke boomen

aan de onderaardsche goden gewijd waren, werden zij ook wel gebezigd,

om er misdadigers aan op te hangen of te kruisigen.

Inferum, s. Tyrrhenum mare, de Tyrrheensche of Toscaansche zee,

ten W. van Italië.

Infula, stemma, een breede, meestal wollen haarband of doek, die

om het hoofd gewonden en door een vitta (lint) vastgehouden werd,

zoodat de einden aan weerszijden afhingen. Zij was een zinnebeeld

van onschendbaarheid, en werd o. a. door de vestaalsche maagden en

later ook door de keizers gedragen.

Ingaevones, gemeenschappelijke naam der germaansche volken, die

langs de kusten der Noordzee woonden; tot hen behoorden de Cimbren

en Teutonen, de Chauken en de Friezen.

Ingauni, Ingaunoi, volk op de ligurische kust, met de stad Album

Ingaunum, ten Z.W. van Genua. Tgw. Albenga.

Ingenuus, de eerste van de zoogenaamde dertig tyrannen (zie triginta

tyranni no. 2), die zich na de gevangenneming van keizer Valerianus, in

Pannonië tot Augustus liet uitroepen. Keizer Gallienus trok van Gallië

uit hem tegemoet, en versloeg hem in 258 n. C. bij Mursa in Pannonië.

Iniuria, eerroof en persoonlijke beleediging. De wetten der XII tafelen

vermeldden twee soorten: lichamelijke beleediging (o.a. membrum ruptum,

os fractum) en spotliederen (occentatio), v. s. ook het uitspreken van

betooveringsformulieren (malum carmen incantare). Het ius praetorium

breidde echter het begrip iniuria aanmerkelijk uit en stond ook voor

andere gevallen eene actio iniuriarum toe.

Ino, Ino, dochter van Cadmus en Harmonia, echtgenoote van Athamas

(z.a.). Na haar dood werd zij door Poseidon onder de godheden der zee

opgenomen, en onder den naam Leucothea op vele zeeplaatsen vereerd. Op

Rhodus droeg zij den naam Italia, en verhaalde men, dat zij bij

Poseidon moeder geworden was van zes zonen en eene dochter.--V.a. was

zij door de Nereïden naar de monden van den Tiber gebracht, en toen

Juno haar ook daar vervolgde, naar Rome gevlucht, waar Carmentis haar

gastvrij opnam. Op raad van deze nam zij een inheemschen naam aan,

en sedert wordt zij als Matuta (z. a.) vereerd.

Inous, Inoos, Melicertes, zoon van Ino.

Inquilinus, 1) de huurder van een huis, tegenover colonus, de pachter

van een stuk land. In den lateren keizertijd worden beide uitdrukkingen

dooréén-gebruikt voor den colonus.--2) de inwoner van een municipium,

die naar Rome verhuist. Zoo noemde Catilina Cicero, die uit Arpinum

stamde, hetgeen de verontwaardiging van den senaat opwekte.

Inscriptio als rechtsterm, het opmaken van het procesverbaal eener

aanklacht en de onderteekening daarvan door den aanklager. Zie

subscriptio.

Instaurativi (ludi), z. Ludi.

Instita, geplooide strook of aanzetsel, onder aan het romeinsch

vrouwengewaad, waardoor dit laatste slepend werd. Vermoedelijk kon

de instita aan- en afgehaakt worden.

Institutiones, z. Gaius.

Insubres, Insoubroi, machtige gallische stam in Gallia Transpadana,

waarmede de Romeinen lang oorlog hebben moeten voeren. Hunne hoofdstad

was Mediolanium (Milaan).

Insula, groot alleenstaand huis of wel een blok huizen, aan alle

zijden door straten ingesloten. Daar de huurwoningen te Rome in

groote blokken werden gebouwd, kreeg insula allengs de gewijzigde

beteekenis van huurwoning, in tegenoverstelling van domus als eigen

huis. De slaaf of vrijgelatene, wien het opzicht over het blok en het

ophalen der huur was opgedragen, werd insularius genoemd. Een enkele

maal wordt dit woord ook gebezigd voor den huurder eener woning.

Insula Allobrogum, de vlakte tusschen de Isara (Isère) en den Rhodanus

(Rhône).

Intemilii, volk op de ligurische kust met de stad Album Intemilium,

aan den voet der Alpes maritimae (Zee-Alpen).

Interamna, 1) stad in het Z. van Umbria, thans Terni, aan de rivier den

Nar en aan de via Flaminia gelegen, lat. kolonie, geboorteplaats van

keizer Tacitus. De inwoners werden Interamnates Nahartes genoemd. Niet

ver boven de stad de beroemde watervallen (zie Avens).--2) stad in

Latium aan den Liris, sedert 312 lat. kolonie.

Interamnia Praetuttiorum, stad in het land der Praetuttii in Picenum.

Intercatia, stad der Vaccaei in Hispania, ten N. van den Durius

(Douro).

Intercessio, tusschenkomst of verzet van een overheidspersoon te

Rome tegenover een ambtgenoot of tegenover lagere overheden en

der volkstribunen tegenover alle andere magistraten (den dictator

uitgezonderd). Zie appellatio. Hierbij deed zich het merkwaardige

verschijnsel voor, dat de praetoren, hoewel ondergeschikt aan de

consuls, toch, omdat zij onder gelijke auspiciën werden gekozen,

collegae van de consuls waren. Al waren zij nu ook collegae minores,

toch konden zij dus de comitiën, door consuls gehouden, storen. Als

rechtsterm wordt intercessio gebruikt, wanneer de eene burger ten

behoeve van den ander tusschen dezen en het gerecht treedt, bijv. door

zich borg te stellen.

Intercidona, zie Deverra.

Intercisi (dies), zie Festi (dies).

Interdictum, een procesvorm, waarbij de praetor een tusschenuitspraak

deed, hetzij in den vorm van een bevel (decretum) of van een verbod

(interdictum). De naam interdictum is echter voor beide gevallen

de heerschende geworden. Het diende dikwijls tot tijdelijke

bevestiging van een bestaande toestand, bijv. tot aanwijzing, wie

in het bezit der betwiste zaak zou blijven, totdat de rechter het

vonnis had uitgesproken. Dikwijls ook diende het tot inleiding van

een proces, waarbij dan de praetor voor beide partijen een interdict

uitvaardigde, bijv. een verbod den rechtmatigen bezitter overlast aan

te doen. Hieruit ontstond dan eene actie, waarbij de eene partij de

andere beschuldigde tegen het bevel des praetors te hebben gehandeld,

en die dan door dezen naar een iudex of naar recuperatores werd

verwezen. Er zijn verschillende gevallen van interdicta.

Internum mare, he eso of entos thalatta, door de Rom. ook dikwijls

nostrum mare genoemd, de tegenw. Middellandsche zee.

Interpres, algemeene naam voor tusschenpersonen, onderhandelaars,

tolken, ook voor makelaars in stemmen bij verkiezingen.

Interrex, mesobasileus. Wanneer de koning te Rome gestorven was

en geen opvolger terstond de regeering overnam, nam de senaat het

bestuur op zich en wees door het lot uit zijn midden een interrex

voor den tijd van vijf dagen aan, waarop dan een tweede, derde enz.,

volgden, ieder voor vijf dagen. Elke interrex benoemde zelf zijn

opvolger. Ook onder de republiek kwam dit meermalen voor. Wanneer

b.v. beide consuls gesneuveld waren of als vitio creati hun ambt

hadden moeten neerleggen, dan keerden de auspiciën, zooals de term

luidt, tot de patres (d. w. z. de patricische leden van den senaat)

terug, en moesten er zoolang interreges optreden, totdat er een nieuwe

consulsverkiezing had plaats gehad. Daar de comitiën eenigen tijd te

voren moesten worden aangekondigd, konden de eerste interreges deze

nooit houden. Deze waardigheid is nimmer anders dan door patriciërs

bekleed.

Intestabilis is hij, die wegens infamia niet waardig is als getuige

in rechten op te treden en ook geen ander als getuige kan oproepen. In

ruimeren zin is een homo intestabilis een gemeen, eerloos mensch.

Inui castrum, vervallen zeestadje bij Ardea in Latium.

Inuus, bijnaam van Faunus.

Io, Io, dochter van Inachus, priesteres van Hera te Argos. Zeus beminde

haar, en om haar aan de jaloersche vervolgingen van Hera te onttrekken,

veranderde hij haar in een koe. Hera wist echter te verkrijgen dat

die koe aan haar werd afgestaan en liet haar bewaken door Argus

Panoptes (z. a.); toen deze door Hermes gedood was, kwelde zij haar

door een horzel, die haar voortdurend stak en razend maakte. Om aan

deze pijniging te ontkomen, zwierf Io lang door de meest verwijderde

landen der aarde, totdat zij in Aegypte hare vroegere gedaante terug

kreeg en moeder werd van Epaphus.

Iobates, Iobates, koning van Lycië, z. Bellerophon.

Iocaste, Iokaste, moeder en later echtgenoot van Oedipus (z. a.). Toen

zij vernam dat zij met haar zoon gehuwd was, hing zij zich op.

Iol, zie Caesarea no. 6.

Iolaus, Iolaos, zoon van Iphicles, wagenmenner en vriend van

Heracles. Hij was den held behulpzaam bij het bestrijden van de slang

van Lerna, door een naburig woud in brand te steken en de gloeiende

boomstammen aan te geven, waarmede de wonden van het monster

dichtgeschroeid moesten worden. Bij de eerste olympische spelen

behaalde hij de overwinning. Later trok hij met veertig zonen van

Heracles naar Sardinië, waar hij een volkplanting stichtte en bij de

woeste inwoners meer beschaafde zeden invoerde; van deze onderneming

teruggekeerd, vond hij zijn vriend nog juist tijdig genoeg om den

brandstapel voor hem op te richten, ook was hij de eerste die hem een

offer bracht.--Toen de Heracliden door Eurystheus vervolgd werden,

kwam hij uit de onderwereld terug om hen te helpen, v. s. was hij

het die Eurystheus doodde of gevangen nam.

Iolcus, Iolkos, Iolkos, oude stad in het thessalische gewest

Pelasgiotis, aan de Pagasaeïsche golf, de plaats van vertrek der

Argonauten.

Iole, Iole, dochter van Eurytus, koning van Oechalia, door Heracles

(z. a.) bemind; na zijn dood werd zij volgens zijn bevel de vrouw

van Hyllus.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 74 / 150 段