gedeelte met geurigen thym begroeid en hierom bekend door zijn
voortreffelijken honig. De berg is ook bekend om zijn marmergroeven.
Hypacyris, Hypakyris, ook wel -caris, rivier in europeesch Sarmatia,
onzeker welke.
Hypaepa, ta Hypaipa, stadje in Lydia aan de Z. helling van den
Tmolus. Het was bekend om zijne schoone vrouwen.
Hypanis, Hypanis, naam van twee rivieren in Sarmatia, die van
tegenovergestelde zijden in den Pontus Euxinus (Zwarte zee)
stroomen. De eene heet thans de Bug, de andere, die op den Caucasus
ontspringt, de Kuban. Ook = Hyphasis.
Hypata, Hypata of ta Hypata, bergstadje in het gebied der Aenianen
tusschen Thessalia en Hellas. In de nabijheid was de vergaderplaats
der heksen en toovenaars, de grieksche Blocksberg. De Hypataeërs
hadden den naam, bekwame toovenaars te zijn.
Hypatia, Hypatia, de begaafde dochter van Theon (no. 3), beoefende
evenals haar vader wis- en sterrenkunde en ook wijsbegeerte; zij werd
bij een opstand van de Christenen in 415 n. C. gedood.
Hyperbolus, Hyperbolos, atheensch demagoog van geringe afkomst,
die na den dood van Cleon als medestander van Alcibiades optrad en
veel invloed verwierf. Door de blijspeldichters wordt hij voortdurend
bitter bespot. In 417 werd hij door het ostracisme (z. a.) verbannen,
hij vestigde zich op Samus, waar hij in 411 door de oligarchische
partij vermoord werd.
Hyperborei, Hyperboreioi, een fabelachtig volk, meer noordelijk wonende
dan de Noordewind (Boreas), en over wie deze dus nooit zijn kouden
adem liet gaan. In hun land ging de zon slechts éénmaal 's jaars op
en onder; hun land was een heerlijk land, waar alles spoedig rijpte,
hun leven was een leven van geluk, zonder ooit eenigen twist of
tweedracht. Zij konden 1000 jaar oud worden, doch meestal stortten
zij zich vóór dien tijd, des levens zat, in zee. Zij waren aan den
dienst van Apollo gewijd. Hyperboreus dichterlijk = noordsch.
Hyperborei montes, een gebergte in het gebied of naar den kant der
Hyperborei, misschien eene duistere voorstelling van de Carpathen of
van het Oeralgebergte.
Hyperenor, Hyperenor, een van de Sparten, zie Cadmus.
Hyperides, Hypereides, -rides, zoon van Glaucippus, een van de tien
attische redenaars, leerling van Plato en Isocrates, in de politiek
aanhanger van Demosthenes, hoewel hij zich in de zaak van Harpalus
(z.a.) tegen hem keerde en zelfs als zijn beschuldiger optrad. Evenals
Dem. en om dezelfde redenen werd hij door Alexander na de verovering
van Thebe opgeëischt, maar niet uitgeleverd; ook aan den lamischen
oorlog nam hij deel, en na den ongelukkigen afloop er van vluchtte
hij naar Aegina, waar hij gevat en op bevel van Antipater ter dood
gebracht werd (322). Van zijne redevoeringen zijn er in de vorige
eeuw zes in Egypte teruggevonden.
Hyperion, Hyperion, een van de Titanen, vader van Helius, Selene en
Eos. Ook Helius wordt dikwijls Hyperion genoemd.
Hyperm(n)estra, Hyperm(n)estra, zie Danaüs.
Hyphasis, Hyphasis, een zijtak van den Acesines.
Hypocaustum, vertrek, waarvan de vloer verwarmd werd door buizen of
kanalen met heete lucht; vooral bij badkamers en in badhuizen werd
deze wijze van verwarming toegepast.
Hyporchema, hyporchema, vroolijk lied ter eere van Apollo, met mimiek
en dans voorgedragen.
Hypothebae, Hypothebai, oude stad in Boeotia, waaronder men of Potniae
of wel de benedenstad van Thebae, rondom de Cadmea of burcht verstond.
Hypotheca, hypotheke, onderpand voor geleend geld, dat in het bezit
van den schuldenaar blijft, en wanneer hij zijne schuld niet betaalt,
ter voldoening van den schuldeischer verkocht wordt.
Hypsipyle, -pylea, Hypsipyle, -pyleia, dochter van Thoas, koningin
van Lemnus toen de Argonauten op dat eiland landden. Zij bleven er
een jaar, en Hyps. werd bij Iason moeder van twee zonen, Thoas en
Euneus. Kort te voren hadden de vrouwen van Lemnus alle mannen in
één nacht gedood, daar deze ontrouw geworden waren en thracische
meisjes op het eiland gehaald hadden. Later ontdekte men echter, dat
Hyps. haar vader gered had, zij moest vluchten, werd door zeeroovers
gevangen genomen en aan Lycurgus, koning van Nemea, verkocht. Wegens
den dood van Opheltes (z. a.) werd zij in de gevangenis geworpen,
doch door hare beide zonen bevrijd.
Hypsus, rivier in het W. van Sicilië, die aan de Z.-kust, dicht hij
Selinus uitmondt.
Hyrcania, Hyrkania, smalle, onvruchtbare landstreek en perzische
provincie ten Z. en Z.O. der Caspische zee, ten Z. door bergketenen
begrensd, waar tal van wilde, verscheurende dieren werden
aangetroffen. De Hyrcaniërs hadden evenals andere volken van Iran
de gewoonte, de lijken door honden te laten verslinden. De rijken
hielden tot dit doel zelfs honden van edel ras.
Hyrcanum mare, z. Caspium mare.
Hyrcanus, zoon van den joodschen koning Alexander Jannaeus, uit
het geslacht der Maccabaeën, leefde in hevigen strijd met zijn
broeder Aristobulus. Deze laatste riep in 64 de tusschenkomst van
Pompeius in, doch werd, daar hij dezen trachtte te misleiden, door
P. gevangen genomen. Hyrcanus werd nu als leenvorst met den titel
van hoogepriester-ethnarch, archiereus kai ethnarches, op den troon
geplaatst, in welke waardigheid hij door Caesar in 47 bevestigd
werd. In 37 liet Antonius hem onthoofden.
Hyrgis, Hyrgis, thans de Donetz, zijtak van den Tanaïs (Don)
in Sarmatia.
Hyria, Hyria, 1) meer in Aetolia, ten W. van het meer Trichonis.--2)
stad in Boeotia, nabij den Euripus, vlak bij Aulis, en tot het gebied
van Tanagra behoorend.--3) stad in Italia aan den weg van Tarentum
naar Brundisium, ook Uria geheeten.
Hyrmine, Hyrmine, ook Horminae, stad in het N. van Elis, nabij de kust.
Hyrtacides, zoon van Hyrtacus = Nisus no. 2.
Hysiae, Hysiai, 1) stad in het Z. van Argolis, bij de landstreek
Thyreatis of Cynuria. Zij werd in den peloponnesischen oorlog door
de Spartanen verwoest.--2) vlek in Boeotia, niet ver van het slagveld
van Plataeae.
Hystaspes, Hystaspes, aanzienlijke Pers, vader van Darius I. Op zijne
reizen naar Indië maakte hij kennis met de leer der Brahmanen, die
hij later aan de Magiërs mededeelde. Dit verhaal heeft misschien
betrekking op een anderen Hystaspes, die de leer van Zarathustra
(Zoroaster, z.a.) ingevoerd heeft.
I.
Iacchus, Iakchos, naam van Dionysus in de eleusinische mysteriën;
hij had een tempel te Athene, en bij den feestelijken optocht naar
Eleusis ter gelegenheid van de mysteriën werd zijn beeld voor den
stoet uitgedragen.
Iacetani, volksstam in Hispania tusschen de Pyrenaeën en den mond
van den Iberus (Ebro). Z. ook Lacetani.
Iadera, Iadera, stad op de kust van Illyricum, in Liburnia.
Ialmenus, Ialmenos, zoon van Ares en Astyoche, regeerde nevens zijn
broeder Ascalaphus in Orchomenus en streed voor Troje. V.s. was hij
na den trojaanschen oorlog koning van het eiland Aretias.
Ialysus, Ialysos of Ialysos, eene der drie oudste steden van het eiland
Rhodus. Het lag in het Noorden, dicht bij het latere Rhodus. Lindus en
Camirus waren de beide andere steden. Volgens de overlevering waren
zij gesticht door Ialysus, Lindus en Camirus, drie broeders. Zie
verder Rhodus.
Iambe, Iambe, dochter van Pan en Echo, dienstmaagd van Celeüs. Door
hare vroolijkheid wist zij het eerst de over het verlies harer dochter
treurende Demeter tot lachen te bewegen; tot belooning werd zij de
eerste priesteres van die godin en ter herinnering hieraan werden de
feesten van Demeter met scherts en spotternij gevierd.
Iambische poëzie, een dichtsoort, voornamelijk gebruikt voor spot-
en hekeldichten (carmen maledicum). Zij heeft waarschijnlijk haar
oorsprong te danken aan het plagen en schertsen bij de feesten van
Demeter (z. Iambe) en werd door Archilochus tot een bepaalden kunstvorm
ontwikkeld. Van de epische poëzie, die tot dien tijd alleen beoefend
was, onderscheidt zij zich door eenvoudiger taal en vluggere versmaat,
daar in iederen voet de arsis tweemaal zoo lang is als de thesis.--Na
Archilochus waren de meest bekende iambografen Simonides, Hipponax,
Solon, en onder de Romeinen Catullus, Horatius, Martialis.
Iamblichus, Iamblichos, 1) van Babylon, grieksch romanschrijver in de
2de eeuw na C. Van zijn groote roman Babyloniaka is nog een uittreksel
over.--2) van Chalcis in Coelesyria, neo-platonisch wijsgeer onder
Constantijn d. G., leerling van Porphyrius. In zijne werken tracht
hij de stelsels van Plato en Pythagoras te vereenigen, hij verdedigt
alle godsdienstige begrippen, zoowel van Grieken en Romeinen als
van verscheiden oostersche volken, tegen het Christendom en leert
dat waarzeggerij en tooverij noodzakelijk zijn om de betrekking
tusschen goden en menschen in stand te houden. Hijzelf werd door
zijne leerlingen voor een heilig wonderdoener gehouden. Hij heeft
vooral invloed gehad op keizer Julianus.
Iamnia, Iamneia, aanzienlijke stad in het Z.W. van Palaestina, niet
ver van de zee.
Iamus, Iamos, zoon van Apollo en Euadne. Hij werd door Aepytus
opgevoed, en toen hij volwassen was, ging hij op bevel van Apollo
naar Olympia, waar hij als waarzegger beroemd werd, en de stamvader
werd der Iamiden (Iamidai), een geslacht van priesters en waarzeggers
te Olympia.
Iana, echtgenoote van Janus, oud-italische maangodin, waarschijnlijk
dezelfde als Diana.
Ianiculus (mons), een der bergen van Rome, aan de overzijde
van den Tiber. Op den top lag eene versterking, arx, waar bij
volksvergaderingen eene roode vaan opgesteld en door eene wacht
bewaakt werd. Deze gewoonte dagteekende uit den tijd, toen men nog
op zijne hoede moest zijn tegen een onverwachten overval der naburige
volken. Werd de vlag weggenomen, dan moest de vergadering uiteengaan.
Ianus, de god van deuren en poorten; vandaar heet hij Clusius
(Clusivius), sluiter, en Patulcius, opener. Daar iedere deur, om zoo
te zeggen, naar binnen en naar buiten ziet, wordt Janus afgebeeld met
twee gezichten (Janus Geminus, Biceps, Bifrons); zoo komt hij het eerst
op de munten voor, en wel op den ouden koperen as, terwijl men voor de
kleinere stukken koppen van grieksche goden nam. Verder is Janus de god
van alle begin, en de eerste maand des jaars (Januarius), en de eerste
dag van elke maand (Kalendae) is aan hem gewijd; ook het eerste uur van
den dag; vandaar heet hij Pater Matutinus. Hij waakt ook over het begin
van het leven van ieder mensch, en heet als zoodanig Consevius. Zijn
priester is de rex sacrorum, die hem o.a. op den 9 Jan. (Agonium)
een ram offert in de regia. Een tempel had Janus oorspronkelijk niet,
slechts een doorgang (Janus Geminus) aan den N.O.hoek van het forum
was hem gewijd, ook Janus Quirinus geheeten, omdat hij toegang geeft
tot de staatsmarkt, het forum Romanum. Deze doorgang moest steeds
openstaan, tenzij er nergens oorlog was. Volgens de sage heeft Numa
dezen Janus gesticht en ééns gesloten; in historischen tijd is hij
viermaal gesloten geweest, ééns in 235, na het einde van de oorlogen
op Sardinië en in Ligurië, en drie maal tijdens Augustus. Na den
zeeslag bij Mylae (260) heeft C. Duilius, de overwinnaar in dien
slag, Janus een tempel gewijd vóór de Porta Carmentalis, aan het
forum holitorium. Zijne beelden hebben gewoonlijk een sleutel in
de linkerhand, in de andere een staf zooals de portiers; bij deuren
en poorten plaatste men gewoonlijk een borstbeeld van hem met twee
aangezichten, die naar binnen en naar buiten gericht waren. Deze
aangezichten waren meestal gelijk, soms echter was het eene jong,
het andere oud, of het eene mannelijk, het andere vrouwelijk.
Iapetus, Iapetos, zoon van Uranus en Gaea, een van de Titanen,
die deel nam aan den oorlog tegen Zeus en daarom in den Tartarus
is opgesloten. Hij was de vader van Atlas, Menoetius, Prometheus en
Epimetheus. V. a. een van de Giganten, zoon van Tartarus en Gaea.
Iapis = Iapyx no. 2.
Iapodes of Iapydes, Iapodes, illyrisch-keltisch bergvolk in
Illyricum, op de grenzen van Liburnia en Histria. Hun land werd
Iapydia genoemd. Zij tatouëerden zich. Onder Augustus werden zij voor
goed onderworpen.
Iapygia, Iapygia, oude naam voor de Z.O. punt van Italia, thans Terra
d'Otranto. Bij dichters = Calabria of ook wel Apulia.
Iapygium promunturium, Iapygia akra, ook wel prom. Sallentinum,
Z.O. kaap van Italia, thans Capo di Leuca.
Iapyx, Iapyx, 1) zoon van Lycaon of van Daedalus, voerde eene kolonie
van Cretensers naar Iapygië, dat naar hem genoemd is.--2) geneesheer
van Aeneas.--3) de Noordwestenwind, die gunstig is voor hen, die van
Brundisium naar Griekenland varen; bij de Romeinen heet hij gewoonlijk
Favonius. Zie Windstreken.
Iarbas, zie Hiarbas.
Iardanus of -us, Iardanes, -os, naam van twee riviertjes, het eene
op Creta nabij de stad Cydonia, het andere in Elis ten N. van Phea.
Iardanis, Iardanis, Omphale, dochter van den lydischen koning Iardanus.
Iasides, Iasides, zoon of afstammeling van Iasus of Iasion,
bijv. Amphion, Palinurus, e. a.
Iasion, Iasius, Iasion, Iasios, zoon van Zeus of Corythus en Electra,
geliefde van Demeter, die hem een zoon baarde, Plutus. Hij werd
door Zeus uit minnenijd met den bliksem gedood. Met zijn broeder
Dardanus werd hij op Samothrace in de mysteriën ingewijd, die hij
ook op Sicilië ingevoerd zoude hebben.
Iasis, Atalante, dochter van Iasus.
Iaso, Iaso, dochter van Asclepius, godin der geneeskunde.
Iason, Iason, 1) zoon van Aeson, koning van Iolcus. Toen deze door
zijn broeder Pelias van de regeering beroofd was, liet hij Iason
naar Chiron brengen, die hem opvoedde. Op zijn twintigste jaar kwam
Ias. naar Iolcus terug en eischte dat Pelias de regeering aan Aeson zou
teruggeven; deze beloofde aan dien eisch te zullen voldoen, wanneer
Ias. voor hem het gouden vlies (z. Phrixus) uit Aea wilde halen; hij
gaf voor dat hem dit werk door een orakel was opgedragen, maar dat hij
zich te oud gevoelde om het ten uitvoer te brengen. V. a. had Ias. bij
zijne eerste ontmoeting met Pelias toevallig een schoen verloren, en
had deze hem de onderneming opgedragen om hem te verwijderen, daar een
orakel hem gewaarschuwd had voor iemand met één schoen. Ias. ondernam
nu aan het hoofd der Argonauten (z. a.) den hem opgedragen tocht. Toen
hij in Aea aangekomen was en aan koning Aeetes zijn verlangen had
kenbaar gemaakt, verklaarde deze zich bereid de gouden vacht te
geven, indien hij twee vuurspuwende stieren met metalen hoeven voor
den ploeg spande, daarmede een stuk gronds omploegde, in de voren
draketanden zaaide en de daaruit opgekomen mannen doodde; verder
moest hij nog een reusachtigen draak dooden, die de vacht bewaakte
en nooit sliep. Door de toovermiddelen van Medea (z. a.) was Ias. in
staat deze moeilijke taak te vervullen, en toen Aeetes uitvluchten
zocht, roofde hij met hare hulp de vacht en vluchtte hij met zijne
reisgezellen en met Medea. Aeetes vervolgde hen, doch te vergeefs
(z. Apsyrtus en Alcinous). Te Iolcus teruggekeerd, vonden zij dat
Aeson en zijn geheel geslacht door Pelias vermoord waren; door een
list van Medea werd Pelias (z. a.) gedood en Ias. gaf de regeering
vrijwillig of gedwongen aan Acastus over. Hij trok daarop met zijne
echtgenoote naar Corinthe, vatte liefde op voor Creusa (no. 4) en
huwde haar; toen zij door de wraak van Medea gedood was, bracht ook
hij zich om het leven. V. a. had hij zich eens op de landengte van
Corinthe onder de Argo te slapen gelegd, en was hij door het instorten
van het oude schip gedood.--2) tyran van Pherae, kwam omstreeks 378
aan de regeering en maakte zich in weinige jaren van de heerschappij
over een groot deel van Thessalië meester. Hij was de bondgenoot van
de Thebanen tegen de Spartanen, ofschoon hij na den slag bij Leuctra
beide partijen tot matiging aanspoorde. Terwijl hij, naar men algemeen
geloofde, met groote plannen omging, nl. om geheel Griekenland onder
zijne heerschappij te brengen en den oorlog tegen Perzië te hervatten,
werd hij in 370 vermoord.
Iasus, Iasos of Iassos, stad op de kust van Caria, met veel
vischvangst, aan den sinus Iassicus. In de nabijheid stond onder den
blooten hemel een standbeeld van Hestia, dat zelfs bij regen nimmer nat
werd. De stad was gesticht door Argiven, later bevolkt door Milesiërs.
Iaxartes, Iaxartes, rivier in aziatisch Scythia, thans Syr-Daria,
uitloopende in het Aral-meer; in de oudheid nam men echter aan,
dat ze evenals de Oxus in de Caspische zee mondde; wel kende men
een Oxia palus van hooren zeggen, maar dat de Oxus en Iaxartes
hierin uitliepen, wist men niet. Z. ook Oxus. De Oxeiane limne,
door Ptolemaeus vermeld, is niet het Aral-meer, maar de lacus Oaxus,
een bronmeer in het Pamir-gebergte, waarschijnlijk het Victoriameer.
Iazyges, Iazyges, machtig sarmatisch volk aan de palus Maeotis (zee
van Azow). Later trokken zij westwaarts en vestigden zich tusschen
de Tisia (Theiss) en den Danubius. In de 4de eeuw na Chr. komen ze
steeds als bondgenooten van de Quaden voor.
Iberia, Iberia, 1) grieksche naam voor Hispania.--2) landschap ten
Z. van den Caucasus en ten O. van Colchis, thans Georgië, waarmede
de Rom. onder Pompeius kennis maakten. Dit zeer vruchtbare gewest
was geheel door bergen ingesloten en slechts door enkele passen
toegankelijk. De bevolking was niet oorlogzuchtig, woonde in goed
gebouwde huizen en was in kasten verdeeld.
Iberus, Iber, rivier in Hispania, thans Ebro, een tijd lang
grensscheiding tusschen rom. en carthaagsch Hispania.
Ibycus, Ibykos, van Rhegium, grieksch lierdichter, die eenigen tijd
aan het hof van Polycrates op Samus leefde en overigens een zwervend
leven leidde. Op eene reis naar Corinthe werd hij door struikroovers
gedood, terwijl een zwerm kraanvogels over zijn hoofd heenvloog,
die hij aanriep om zijn dood te wreken. Toen nu kort daarna weder
een zwerm van dezelfde vogels gedurende een feest over den schouwburg
van Corinthe vloog, riep een der moordenaars onwillekeurig uit: "de
kraanvogels van Ibycus!" waardoor de schuldigen ontdekt en gestraft
werden. Vandaar het spreekwoord: hoi Ibykou geranoi. Zijne gedichten
behandelden voor een deel mythische onderwerpen, beroemder echter
waren bij de ouden zijne minnedichten.
Icaria of Icarus, Ikaria, Ikaros, vroeger Doliche geheeten, eiland in
de Aegaeïsche zee, ten W. van Samus, volgens de mythe genoemd naar
Icarus, wiens lijk hier aan land spoelde. De omliggende zee werd
Icarium mare geheeten.
Icaris, Icariotis, Penelope, dochter van Icarius no. 2.
Icarius, Ikarios, 1) ook Icarus of Icarion, atheensch landbouwer,
die van Dionysus den wijnbouw leerde. Toen hij eenige herders wijn
had laten proeven en zij daardoor bedwelmd geworden waren, doodden zij
hem, in de meening, dat hij hen vergiftigd had. Zijne dochter Erigone
(z. a.) zocht hem langen tijd, geholpen door haar trouwen hond Maera;
toen zij zijn lijk vond, hing zij zich aan een boom op. De goden
plaatsten Ic. als Bootes of Arcturus, Erigone als de Maagd, Maera als
Procyon (Icarius canis) aan den sterrenhemel. Vgl. Entoria.--2) zoon
van Oebalus, werd met zijn broeder Tyndareos door hun halfbroeder
Hippocoon uit Lacedaemon verdreven, maar later door Heracles
teruggebracht. Hij had de hand zijner dochter Penelope beloofd aan
dengene, die in den wedloop de overwinning zoude behalen. Odysseus
was de overwinnaar en voerde haar als zijne gade mede naar zijn rijk,
hoewel Ic. hem smeekte in Lacedaemon te blijven.
Icarus, Ikaros, 1) zoon van Daedalus (z. a.).--2) koning van Carië,
z. Thestor.
Iccius, een vriend van Horatius, die in 24 aan den krijgstocht van
Aelius Gallus tegen de Arabieren deelnam en later op Sicilia leefde,
waar hij misschien de landgoederen van Agrippa beheerde. Hij was een
beoefenaar der wijsbegeerte.
Icelus, Eikelos, z. Morpheus.
Iceni of Simeni, Simenoi, machtig volk in Britannia, in het
tegenw. Norfolk en Suffolk, het volk van koningin Boadicca (z. a.).
Ichnae, Ichnai, 1) stad in het macedonische landschap Bottiaea,
dicht bij den Axius (Vardar).--2) stad in de thessalische landstreek
Phthiotis.--3) stad in het N. van Mesopotamia, ten N. van Nicephorium,
waar Crassus eene overwinning op de Parthen behaalde.
Ichthyophagi, Ichthyophagoi, naam van onderscheidene van vischvangst
levende volksstammen aan de kusten der Indische zee en hare inhammen
en op de Westkust van Afrika.
Icilia (lex) sacrata, van den volkstribuun Sp. Icilius in 492 of 471,
dat alwie een volkstribuun, die tot het volk sprak, zou belemmeren
of in de rede vallen, door een concilium plebis tot elke straf kon
veroordeeld worden.
Iciliae (leges) van den volkstribuun L. Icilius, 1) dat de secessio
bij de dwingelandij der tienmannen niemand tot vergrijp zou worden
aangerekend (449).--2) dat de mons Aventinus, die nog ager publicus
was, aan de patricische erfpachters ontnomen en onder de plebejers
verdeeld zou worden (456). Zie Icilii.
Icilii, plebejisch geslacht, dat tusschen 493 en 408 verscheidene
volkstribunen heeft opgeleverd en bij de secessiones in 494 en 449
eene belangrijke rol speelde. O. a. is Sp. Icilius (v. a. Acilius) één
van de 4 volkstribunen geweest, die ten gevolge van de lex Publilia
Voleronis voor het eerst tributim in 471 zijn gekozen. De berichten
omtrent de secessiones van 494 en 449 zijn tamelijk waardeloos, en dus
ook de namen der daarbij optredende personen. Zie ook onder Duilii
no. 1. Volgens sommigen is het feit dat Sp. Icilius in 471 tribunus
plebis was, het eenige historisch betrouwbare bericht omtrent deze
familie en de op hun naam staande wetten.
Iconium, Ikonion, volkrijke en welvarende hoofdstad van Lycaonia in
Asia minor.
Ictinus, Iktinos, beroemd bouwmeester te Athene ten tijde van
Pericles. Tot zijne belangrijkste werken behooren het Parthenon en
de tempel van Demeter en Persephone te Eleusis.
Icus, Ikos, een van de noordelijke Cycladen, in de nabijheid van
Peparethus.
Ida, Ide, dochter van Melisseus, een van de beide nimfen, die Zeus
opvoedden.
Ida, Ide, Ide, boschrijk gebergte in Troas en het achterliggende
Phrygia. Het was ook rijk aan bronnen. Idaea mater = Cybele, die
hier vereerd werd; Idaeus puer = Ganymedes. Ook op Creta was een
Ida-gebergte, met de grot, waarin Zeus was groot gebracht.
Idaea mater, Idaia, bijnaam van Rhea Cybele, naar den berg Ida,
den hoofdzetel van haar eeredienst.
Idaei Dactyli = Dactyli Idaei.
Idaeus, Idaios, 1) zoon van Dardanus en Chryse, die met zijn vader
in Phrygië kwam, en op den berg Ida den dienst van Rhea Cybele
instelde.--2) trojaansch heraut.--3) zoon van Dares.
Idalia, Idalia, bijnaam van Aphrodite, naar den berg Idalium, waar
zij een beroemden tempel had.
Idalium, Idalion oros, phoenicische stad in het binnenland van Cyprus,
met een Aphrodite-tempel.
Idas, Idas, een van de Apharetiden (z. a.), ontvoerde Marpessa, de
dochter van Euenus, koning van Aetolië, op een gevleugelden wagen, die
hem door Poseidon geschonken was. Euenus vervolgde hem, vergezeld door
Apollo, die eveneens het meisje begeerde, maar daar hij hem niet konde
inhalen, stortte hij zich in de rivier Lycormas, die sedert dien tijd
Euenus heet. Door Apollo in Messene gevonden, waagde Idas een gevecht
met den god, maar Zeus scheidde hen en besliste dat Marpessa moest
kiezen. Daar zij vreesde dat Apollo haar niet trouw zoude blijven,
gaf zij aan Idas de voorkeur.
Idistavisus, vlakte aan den Visurgis (Weser), nabij de Porta
Westphalica, waar Germanicus op de Cheruscers de nederlaag van Varus
wreekte (16 n. C.).
Idmon, Idmon, een waarzegger, die de Argonauten vergezelde, ofschoon
hij wist, dat hij onderweg zou omkomen. Hij stierf in Bithynië aan
eene ziekte of aan den beet van een slang of een wild zwijn. De stad
Heraclea was, naar het heette, rondom zijn graf gebouwd.
Idomene, Eidomene, stad in het macedonische gewest Mygdonia, aan den
Axius (Vardar).