Hermesianax, Hermesianax, van Colophon, elegisch dichter ten tijde

van Alexander d. G. Van een zijner werken is een moeilijk verstaanbaar

fragment bewaard gebleven.

Herminii, een geslacht, waarschijnlijk van etruscische afkomst. 1)

T. Herminius Aquilinus, was met Horatius Cocles een der verdedigers

van de Tiberbrug tegen de benden van Porsena (508). In 506 was hij

consul. Hij sneuvelde in 496 bij het meer Regillus.--2) Lar Herminius,

consul in 448.

Herminius mons, Herminion oros, gebergte in Lusitania (Portugal), thans

Sierra de la Estrella, tusschen den Durius (Duero) en den Tagus (Taag).

Hermi(n)ones, algemeene naam voor de volksstammen van Midden-Germania,

als: Cheruscers, Chatten, Hermunduren, Marcomannen, Quaden.

Hermione, Hermione, dochter van Menelaus en Helena, was vóór den

trojaanschen oorlog door haar vader, of gedurende dien oorlog door

haar grootvader, aan Orestes verloofd; toen Menelaus echter terugkwam,

huwde hij haar aan Neoptolemus uit, volgens eene belofte, die hij dezen

voor Troje gedaan had. Daardoor ontstond een twist tusschen Orestes

en Neoptolemus, waarbij deze door Orestes, of op diens aandrijven

door de Delphiërs, gedood werd. Bij Orestes werd zij daarna moeder

van Tisamenus.

Hermione, Hermione, stad der Dryopes aan de Z. O. kust van Argolis.

Hermippus, Hermippos, 1) dichter der oude comedie, die in zijne stukken

vooral Pericles, Aspasia en Hyperbolus aanviel. Ook parodieën en iamben

van hem worden vermeld.--2) van Smyrna, leerling van Callimachus no. 3,

beschreef de levens van de zeven wijzen en latere wijsgeeren.--3)

van Berytus, grammaticus ten tijde van Traianus en Hadrianus.

Hermocopidae, Hermokopidai, personen, beschuldigd van het verminken

der Hermen te Athene. Z. Alcibiades.

Hermocrates, Hermokrates, staatsman en veldheer te Syracuse, leidde

onder groote tegenwerking van de democratische partij de verdediging

van de stad tegen de Atheners (414). Later onderscheidde hij zich

als aanvoerder van de sicilische vloot, die de Spartanen in den

peloponnesischen oorlog ondersteunde. In 410 werd hij als aristocraat

verbannen; daarop wist hij door ondernemingen tegen de Carthagers

de gunst van het volk te winnen en eene omwenteling te bewerken. Hij

werd echter niet teruggeroepen, en toen hij nu beproefde met geweld

terug te keeren, werd hij in een gevecht gedood (407). Hij was de

schoonvader van den ouden Dionysius, wiens vader eveneens Herm. heette.

Hermodorus, Hermodoros, 1) van Ephesus, door zijne medeburgers

verbannen, hielp te Rome, naar men verhaalde, de tienmannen bij het

samenstellen der twaalf tafelen.--2) van Salamis, bouwmeester te Rome

omstreeks 140.

Hermogenes, Hermogenes, 1) Tigellius Herm., toonkunstenaar ten

tijde van Augustus, naar het schijnt een vijand van Horatius.--2)

van Tarsus, trad reeds op zijn 15de jaar (omstreeks 170 na C.) als

rhetor te Rome op en werd algemeen bewonderd, na 10 jaar verloor

hij zijne geestvermogens; hij stierf op hoogen leeftijd. Van zijne

geschriften over de redekunst, die bij lateren veel gezag hadden,

zijn eenige bewaard gebleven.

Hermolaus, Hermolaos, page van Alexander d. G., aanhanger van

Callisthenes no. 1. Door Alex. beleedigd, smeedde hij een aanslag

tegen diens leven, die echter ontdekt werd, waarna hij met zijne

medeplichtigen gesteenigd werd.

Hermon, Hermon, gebergte aan de N.-grens van Palaestina, een

zuidwestelijke uitlooper van den Antilibanon.

Hermopolis, Hermou polis, naam van twee aegyptische steden: 1)

H. maior, in Midden-Aegypte, aan den Nijl, waar de tol geheven werd

van de uit Thebaïs afkomende schepen.--2) H. minor, in de Delta aan

den Canobischen Nijlarm.

Hermotimus, Hermotimos, van Clazomenae, had het vermogen met zijn geest

in verre landen rond te zwerven, terwijl zijn lichaam in diepen slaap

achterbleef. Bij zulk eene gelegenheid werd zijn lichaam door zijne

vijanden verbrand, zoodat de ziel niet er in terug kon keeren. Zijne

stadgenooten richtten hem een tempel op.

Hermunduri, Hermoundouroi, suevische volksstam in Midden-Germania,

waarvan de naam nog voortleeft in den naam Thuringen. In den tijd

van Tacitus waren ze met de Romeinen bevriend. Tot aan den raetischen

limes wonende (ten Westen van de Marcomannen), mochten ze vrij de grens

passeeren, en in Augusta Vindelicorum (Augsburg) handeldrijven. Sedert

den Marcomannenoorlog worden ze niet meer genoemd, en verdwijnen zij

onder den algemeenen naam Suevi.

Hermus, Hermos, rivier, die op den mons Dindymus in Phrygia ontspringt,

in allerlei bochten door de phrygische vlakte en vervolgens door

Lydia loopt en zich ten laatste ten N. van Smyrna in de Hermaeische

golf stort. Een zijriviertje hiervan is de Pactolus.

Hernici, Hernikoi, klein sabijnsch volk met de hoofdstad Anagnia,

dat zich in 486 bij de Latijnen aansloot en sedert dezen tijd tot

Latium werd gerekend. V. a. dateert dit verbond eerst uit de 4de

eeuw. Zij traden toen tevens tot het rom.-latijnsche verbond toe. Toen

dit verbond uiteenspatte, werden de Hernici na herhaalde oorlogen

eindelijk in 306 geheel tot onderwerping gebracht. Zie Anagnia.

Hero, Hero, z. Leander.

Hero, Heron, van Alexandrië, uit de 2de helft der 2de eeuw, beroemd

wiskundige, de grootste natuurkundige der oudheid, leerling van

Ctesibius; van zijne werken zijn sommige bewaard gebleven, andere

alleen in een arabische vertaling.

Herodes, Herodes, bijgenaamd de Groote, een Idumaeër van geboorte,

werd in 37 door M. Antonius tot koning van Judaea aangesteld. Om zijne

macht te bevestigen, huwde hij eene afstammeling der Makkabaeën,

Mariamne, die om hare schoonheid bekend was. Met rom. hulp weerde

hij de Syriërs af, nam Jerusalem in, dat hij verfraaide, en waar

hij den tempel liet afbreken en veel schooner en grooter herbouwen,

maar bleef toch bij de Joden als Edomiet en overweldiger gehaat. Hij

beging ongehoorde wreedheden, zooals den bethlehemschen kindermoord,

de uitroeiing der Makkabaeën; ook zijne vrouw en twee zijner zonen

liet hij ombrengen. Hij stierf in het jaar na Christus' geboorte

(v. a. echter 4 v. C.) en liet drie zoons na, die ieder van Augustus

een stuk van huns vaders gebied kregen. De oudste, Archelaus, werd

ethnarch van Judaea, Samaria en Idumaea; doch reeds 6 na C. werd hij

door den keizer afgezet en verbannen, en zijn land onder een procurator

bij de provincie Syria ingedeeld. De tweede zoon, Herodes Antipas,

kreeg Galilaea en Peraea als tetrarch, en werd in 39 na C. door

Caligula verbannen. Hij was het, die Johannes den Dooper aan de wraak

zijner gemalin opofferde. Om zijn slimheid wordt hij door Jezus

de vos genoemd (Lucas 13, 32). De derde, Philippus, werd tetrarch

van de overjordaansche gewesten Trachonitis, Auranitis, Batanaea,

Graulonitis en Ituraea, en bleef dit tot aan zijn dood, 34 na C.

Herodes Agrippa I, kleinzoon van Herodes den Gr., was te Rome opgevoed

en behoorde tot de vrienden van Caligula. In 38 n. C. werd hij door

dezen over een gedeelte van Palaestina aangesteld. Keizer Claudius

voegde er in 41 het overige bij. Agrippa stierf in 44 te Caesarea,

door zijne onderdanen zeer betreurd.--Zijn zoon, Herodes Agrippa

II, werd later tetrarch van een gedeelte van Palaestina. De Joden

verdreven hem; hij nam deel aan het beleg van Jerusalem door Titus,

en hield zich vervolgens te Rome op, waar hij in 100 stierf.

Herodes Atticus (Tib. Claudius). Zie Atticus Herodes.

Herodianus, Herodianos, 1) Aelius Her., van Alexandrië, zoon van

Apollonius Dyscolus, kwam onder M. Aurelius naar Rome en werd

rom. burger. Van zijne talrijke werken over grieksche taalstudie,

die langen tijd zeer groot gezag hadden, is slechts een enkel

weinig belangrijk fragment over; bizonder uitvoerig behandelde hij

de prosodie, de accentenleer, enz.--2) grieksch geschiedschrijver

in de 3de eeuw na C., die een niet onbelangrijke geschiedenis van

zijn tijd, van den dood van M. Aurelius tot het begin der regeering

van Gordianus III, heeft nagelaten. Hij leefde meestal te Rome in

ondergeschikte betrekkingen.

Herodicus, Herodikos, 1) van Selymbria, leerling van Hippocrates,

omstreeks 420, schreef als geneeskundige over gezondheidsleer en

heilgymnastiek.--2) van Leontini, broeder van Gorgias.--3) Babyloniër,

grammaticus van de pergameensche school, leerling van Crates.

Herodorus, Herodoros, van Heraclea, logograaf omstreeks 400, verzamelde

de mythen betreffende Heracles, de Argonauten, e.a.

Herodotus, Herodotos, 1) geb. omstreeks 484 te Halicarnassus, zoon

van Lyxes, werd reeds vroeg door den tyran Lygdamis genoodzaakt zijn

vaderstad te verlaten; hij begaf zich naar Samus, van waar hij eerst

terugkeerde om bij het verdrijven van den tyran behulpzaam te zijn;

hij was echter bij zijne medeburgers niet bemind, en ging na eenigen

tijd te Athene verblijf gehouden te hebben, waar hij veel met Pericles

en Sophocles omging, zich in 444 te Thurii vestigen, dat toen juist

door de Atheners op de plaats van het oude Sybaris gesticht was;

hier stierf hij omstreeks 424. De door Her. nagelaten geschiedenis

in 9 boeken, waaraan de alexandrijnsche geleerden de namen der Muzen

gegeven hebben, munt zoozeer uit boven de werken zijner voorgangers op

dit gebied, dat men hem niet zonder reden den vader der geschiedenis

genoemd heeft. Hij is de eerste, die zich niet tevreden stelt met

het bijeenzoeken en te boek stellen der overlevering, maar ook de

geloofwaardigheid er van onderzoekt en kritiek uitoefent, wanneer hem

dit althans niet onmogelijk wordt gemaakt door zijne onbekendheid met

de talen van de volken, die hij bezocht, of door zijn blind geloof aan

de mededeelingen van priesters, door wie hij zich bij voorkeur laat

inlichten. Hij onderscheidt zich vooral daardoor van de logografen, dat

hij zich van het begin af schijnt voorgesteld te hebben een omvangrijk

werk te schrijven, waarin wel bij gelegenheid het wetenswaardige

uit de geschiedenis van vele landen en volken wordt ingevlochten,

maar dat ten slotte toch één hoofdonderwerp heeft: den eeuwenouden

strijd tusschen Grieken en barbaren, die in de perzische oorlogen

tot eene beslissing komt. Naar dit plan loopt zijn verhaal geregeld

voort van de troonsbestijging van Gyges tot de inneming van Sestus na

den slag bij Mycale, en, hoe talrijke en soms omvangrijke episoden en

uitweidingen ook den draad er van schijnen af te breken, altijd keert

hij weder tot zijn onderwerp terug en overal blijft hij belangrijk en

onderhoudend. Als bronnen voor zijn werk heeft hij ongetwijfeld oudere

epische dichters en logografen geraadpleegd, voornamelijk echter

bevat zijn werk dat, wat hij op zijne verre reizen zelf gezien en

vernomen heeft, want Her. heeft bijna alle in zijn tijd voor Grieken

toegankelijke landen bezocht: Klein-Azië, het O. tot Babylon, de

kusten der Zwarte zee, Aegypte, Griekenland, Beneden-Italië en vele

eilanden, overal nasporingen gedaan, gedenkteekenen van oude tijden

onderzocht, enz. Aan zijn werk arbeidde hij met lange tusschenpoozen

gedurende zijn geheele leven, waarschijnlijk heeft hij er niet de

laatste hand aan gelegd en is het niet bij zijn leven uitgegeven;

wel hield hij nu en dan, bij feestelijke vergaderingen, te Olympia,

Athene, Thebe en Corinthe, onder grooten bijval voorlezingen van

enkele gedeelten. Hoewel in eene dorische stad geboren, schreef

Her., in navolging van epici en logografen, in het ionisch dialect,

dat trouwens te Halicarnassus ook gesproken werd; zijn eenvoudige,

verhalende stijl weerspiegelt als het ware zijn waarheidsliefde en

onpartijdigheid, die soms in twijfel getrokken zijn, maar bij ieder

nieuw onderzoek meer boven bedenking verheven blijken.--2) van Thebe,

overwinnaar in de isthmische spelen.--3) beeldhouwer, tijdgenoot van

Praxiteles.--4) van Tarsus, leermeester van Sextus Empiricus.--5)

beroemd geneesheer, die ten tijde van Hadrianus te Rome leefde.

Heroöpolis, Heroon polis, stad in Aegypte aan het kanaal van Traianus

(zie Augustamnica), eene voorname stapelplaats voor den karavaanhandel

en de zetel van den Typhondienst. Naar deze stad droeg de N.W. inham

der Arabische golf den naam van sinus Heroöpoliticus.

Herophilus, Herophilos, van Chalcedon, beroemd geneesheer te

Alexandrië ten tijde van en na Alexander d. G., groot ontleedkundige,

de grondlegger der empirische school, die door eenige van zijne zeer

talrijke leerlingen gesticht werd.

Heros, Heros, was de naam, dien de Grieken gaven aan personen uit

oude tijden, die door hun moed, deugd en verstand als grondleggers

en verbreiders der beschaving beschouwd kunnen worden en wier groote

daden tot zegen der menschheid hadden gestrekt. Zij worden kinderen der

goden (diogeneis) genoemd, maar zijn evenals de menschen sterfelijk,

hoewel zij door hunne buitengewone eigenschappen ver boven gewone

menschen verheven zijn. Van lateren oorsprong is het geloof, dat zij

na hun dood niet naar de onderwereld afdalen, maar als halfgoden op de

eilanden der gelukzaligen een beter leven blijven leiden. Daarbij kwam

dan de voorstelling, dat zij belang bleven stellen in dat, waaraan zij

hun leven gewijd hadden, en dat zij door hun voorspraak bij de goden

trachtten te bewerken, dat hun werk ook na hun dood vruchten bleef

dragen. Daarom was het raadzaam, zich van hunne welwillendheid te

verzekeren, en daarom genoten zeer vele heroën op bepaalde plaatsen

of van wege bepaalde personen goddelijke eer; zoo vereerde bijna

iedere stad haar stichter als heros; zelden gebeurde het echter dat de

vereering van een heros algemeen werd. Men bouwde hun ter eere tempels

en altaren; de offers, die men hun bracht, verschilden echter veel

van de offers voor de goden en waren in hoofdzaak niets anders dan

doodenoffers. Het woord wordt ook als eerenaam gebruikt voor personen,

die in een of ander opzicht uitmunten.

Herostratus, Herostratos, van Ephesus, stak den tempel van Artemis

te Ephesus in brand, ten einde zijn naam onsterfelijk te maken. Hij

werd met den dood gestraft, maar het besluit der ionische steden,

dat zijn naam niet genoemd zou mogen worden, bleef natuurlijk zonder

gevolg. Denzelfden nacht, waarin Her. zijne misdaad pleegde, werd

Alexander d. G. geboren.

Herse, Herse, dochter van Cecrops, bij Hermes moeder van Cephalus,

z. Agraulus.

Hersilia, gemalin van Romulus, na haar dood onder den naam Hora

Quirini als godin vereerd.

Heruli of Eruli, Herouloi, of Er., een germaansche nomadenstam. Zij

waren uitmuntende krijgslieden en leverden huurtroepen, nu eens

aan andere Germanen, dan weder aan de Rom. Zoo vindt men ze bij

de Gothen in de derde eeuw na C.; ze woonden toen, en ook in de

vierde eeuw aan de Zuidkust van de Maeotis, in het N. van de Krim,

waar vroeger Scythen gewoond hadden, en later in Italië, waar hun

aanvoerder Odoacer in 476 het westrom. rijk vernietigde.

Hesiodus, Hesiodos, geb. te Ascra, waarheen zijn vader uit het

aeolische Cyme verhuisd was, werd door zijn broeder Perses met behulp

van omgekochte rechters van zijn erfdeel beroofd, waarom hij zijn

vaderland verliet en zich waarschijnlijk te Naupactus vestigde;

v.s. werd hij vermoord en werd zijn lichaam naar Orchomenus

in Boeotië overgebracht. Door zijne Erga kai Hemerai, een werk,

waarvan het begin tegen zijn broeder gericht is, en dat verder lessen

bevat over landbouw, scheepvaart, enz., werd hij de schepper van het

didactische epos. Onder de andere werken, die te recht of ten onrechte

aan Hes. worden toegeschreven, is het voornaamste de Theogonia, eene

eerste poging om eenigen samenhang te brengen in de verwarde verhalen

omtrent de familiebetrekkingen der goden. Hes. leefde in de 8ste eeuw.

Hesione, Hesione, z. Laomedon en Telamon.

Hesperia, Hesperia, het avondland, het Westland, bij de Grieken een

naam voor Italia, bij de Rom. voor Hispania. Ter onderscheiding wordt

dit laatste ook wel Hesperia ultima geheeten.

Hesperides, Hesperides, 3, 4 of 7 dochters van Nyx en Erebus of

van Atlas en Hesperis, bewaakten met behulp van den draak Ladon in

een tuin in het verre Westen de gouden appelen, die Gaea aan Hera

als bruiloftsgeschenk gegeven had. De drie appelen, die Heracles

op bevel van Eurystheus gehaald had, werden door Athena bij de

Hesp. teruggebracht.

Hesperides of Hesperis, stad in Cyrenaïca, zie Berenice no. 2.

Hesperidum insulae aan de kust van Afrika, buiten de straat van

Gibraltar. Sommige schrijvers bedoelen hiermede de Fortunatorum insulae

(de Canarische eilanden), anderen de Kaap-Verdische eilanden.

Hesperium promunturium, Hesperion keras, voorgebergte aan de Westkust

van Afrika, tgw. kaap Verde, zie Hesperidum insulae.

Hesperus, Hesperos, Vesper, zoon van Astraeus of Cephalus en

Eos, of van Atlas, werd, toen hij op den berg Atlas astronomische

waarnemingen deed, van de aarde weggenomen en als avondster aan den

hemel geplaatst. Hij was de vader van Hesperis en dus de grootvader

der Hesperiden.

Hestia, Hestia, Histie, Vesta, dochter van Cronus en Rhea, godin van

den huiselijken haard. Poseidon en Apollo hadden om hare hand gedongen,

maar zij had gezworen eeuwig maagd te blijven, en had daarvoor van

Zeus de gunst verworven, dat zij aan ieder offer aandeel zou hebben,

in ieder huis als beschermende godin vereerd zou worden. De haard,

het middelpunt van het huiselijk leven, en volgens oud gebruik het

altaar der familie, was haar heiligdom, waar de huisvader haar bij

iedere gewichtige gebeurtenis offers bracht. Voor zoo heilig werd

deze plaats gehouden, dat smeekelingen en vervolgden daar een veilige

wijkplaats vonden, en dat men zwoer bij Zeus, de gastvrije tafel

en den huiselijken haard; vandaar dat smeekelingen en de heiligheid

van den eed onder bescherming van Zeus en Hestia stonden. De staat,

als een groot huisgezin beschouwd, had ook zijn gemeenschappelijken

haard in het prytaneum waar ter eere der godin (Prytanitis) een

eeuwig vuur onderhouden werd; bij het uitzenden van volkplantingen

wordt van dit vuur medegegeven, om daarmede het vuur op haar altaar

in de nieuwe stad te ontsteken.--Eigen tempels had zij weinig, maar

in vele tempels van andere goden had zij een afzonderlijk altaar,

bovendien werden haar bij het begin en het einde van ieder bizonder

plechtig offermaal plengoffers gebracht. Men offerde haar eerstelingen

der vruchten, jonge koeien, enz. Zij wordt afgebeeld met ernstige en

waardige gelaatstrekken, in een eenvoudig sluitend kleed.

Hestiaea, Hestiaia, later Oreüs, z. a.

Hestiaeotis, Hestiaiotis, 1) het gebied der euboeïsche stad

Hestiaea.--2) landschap in het N.W. van Thessalia.

Hesychius, Hesychios, van Alexandrië, schrijver van een belangrijk

grieksch woordenboek, leefde waarschijnlijk op het einde der 6de eeuw

n. C.

Hetairai, eigl. vriendinnen, in het bizonder publieke vrouwen. Door

haar vrijeren omgang met mannen bereikten zij dikwijls een trap van

geestbeschaving, waarop andere vrouwen zich op verre na niet plaatsen

konden; te Athene wisten zij dikwijls ook de voortreffelijkste

mannen te boeien. In sommige steden, bijv. te Corinthe, waren zij

als hierodouloi, aan den tempel van Aphrodite verbonden, en kwam de

opbrengst van haar bedrijf ten bate van dien tempel. Aphrodite zelve

had te Athene, Ephesus, enz., den bijnaam van Hetaira.

Hetairiai, politieke clubs, te Athene en ook wel in andere

democratische staten vereenigingen van oligarchen, waarvan de leden

elkander onderling beschermden tegen onderdrukking van de regeerende

partij en in processen en bij verkiezingen bijstonden, en die,

wanneer de kans schoon scheen, ook medewerkten tot omverwerping

der democratie. In aristocratisch geregeerde staten bestonden

waarschijnlijk ook dergelijke clubs van vijanden der bestaande

staatsinrichting.

Hetairoi, naam van de zware ruiterij in het macedonische leger. Zij

stonden op den rechtervleugel, en bij de veldslagen van Alexander

d. G. beginnen zij in den regel het gevecht.

Hetruria = Etruria.

Hiarbas of Iarbas, Iarbas, 1) zoon van Jupiter Ammon en eene

garamantische (= libysche) nymf, koning der Gaetuliërs, van wien Dido

een stuk land kocht tot den bouw van Carthago, en die vruchteloos

naar hare hand dong.--2) koning van Numidia. In den burgeroorlog van

Marius en Sulla koos hij de partij van Marius, doch werd door Pompeius

tot de overgave genoodzaakt en ter dood gebracht (81).

Hibernia, ook Iuverna, Iverna, Ivernia, Iërna genoemd, Iouernia,

Ierne, thans Ierland. De Romeinen kenden het bij name, doch hebben

er nimmer vasten voet trachten te krijgen.

Hiberus, zie Iberus.

Hicetas, Hiketas, 1) tyran van Leontini, door de Syracusanen te hulp

geroepen tegen den jongen Dionysius; toen men echter merkte dat hij

zich van de stad trachtte meester te maken, vroeg men de Corinthiërs

om hulp; hij werd door Timoleon tweemaal verslagen, eindelijk gevangen

genomen en ter dood gebracht (339).--2) tyran van Syracuse, opvolger

van Agathocles, na eene regeering van negen jaar verdreven (278).--3)

van Syracuse, pythagoreïsch wijsgeer, leerde v.s. het eerst de beweging

der aarde om hare as.

Hiëmpsal, Iampsas, 1) zoon van den numidischen koning Micipsa en neef

van Jugurtha. Terstond na zijns vaders dood (118) geraakte hij met

Jugurtha in twist en werd door dezen uit den weg geruimd, in 116.--2)

numidische prins, door Hiarbas verdreven, maar door Pompeius hersteld.

Hiera, Hiera, 1) een der Liparische eilanden, ook Thermessa genaamd,

ten N. van Sicilia.--2) een der Aegatische eilanden, ten W. van

Sicilia.--3) eilandje in de zee tusschen Thera en Therasia, door een

uitbarsting ontstaan, in 197 of in 66.

Hierapolis, Hierapolis, stad in Phrygia nabij de grenzen van Caria,

niet ver van den Maeander, met een tempel van Cybele. Ook eene stad

in Syria, W.-waarts van den Euphraat, vroeger Bambyce geheeten,

zetel van den eeredienst der godin Atargatis (Derceto, z. a.).

Hierapytna, Hierapytna, grieksche stad aan de Z.-kust van Creta,

in 140 gesticht in het gebied der Eteocretes.

Hiericus, Hierichous, Jericho = palmstad, sterke stad van Palaestina,

ten N.O. van Jerusalem. In den omtrek groeide de beroemde balsemstruik,

uit welks bast door insnijdingen de balsem werd verkregen. De weg

van Jericho naar Jerusalem liep door eene wildernis, die om haar

onveiligheid berucht was.

Hiero, Hieron, 1) oudste broeder van Gelo, regeerde tijdens diens

leven over Gela en volgde hem, hoewel hij volgens G.'s testament

gedurende de minderjarigheid van diens zoon het regentschap zou

bekleeden, als tyran van Syracuse op (478). In het begin had hij met

veel tegenstand, zelfs van den kant van zijn broeder Polyzelus, te

kampen, en kwam het zelfs tot een oorlog met Agrigentum; de twisten

werden echter door het verstandig gedrag van H. weldra bijgelegd en

hij wist zich in de regeering te handhaven. Hij onderwierp Naxus

en Catana, versloeg als bondgenoot der Cumaeërs de Etruriërs ter

zee (474), en verjoeg den wreeden tyran Thrasydaeus uit Agrigentum

(473). Hij wordt hoog geroemd als beschermer van kunsten en letteren,

Aeschylus, Simonides, Bacchylides leefden langen tijd aan zijn hof. Hij

stierf in 467 in de door hem gestichte stad Aetna.--2) Syracusaan van

koninklijke afkomst, dapper en bekwaam legeraanvoerder, werd in 270,

toen te Syracusae een democratische opstand uitbrak, door het leger

tot veldheer gekozen, kwam door de hulp der aristocratische partij in

de stad, dempte den opstand, wist zich van de muitende huurtroepen te

ontslaan en een nieuw leger te vormen, waarmede hij de Mamertijnen

bij Mylae versloeg. Daarop werd hij tot koning uitgeroepen (264) en

poogde hij de macht van Syracusae te herstellen; inderdaad bereikte

de stad door zijne wijze regeering zekere mate van welvaart, maar in

de oorlogen tusschen de Romeinen en Carthagers kon hij niet onzijdig

blijven. Aanvankelijk koos hij de partij der Carthagers, maar reeds na

een jaar ging hij na de overwinning van App. Claudius tot de Rom. over,

verplichtte zich schatting te betalen, stond een deel van zijn gebied

af en regeerde over het overige onder romeinsche bescherming; hij

bleef de getrouwe bondgenoot der Romeinen tot zijn dood (215).--3)

beroemd vazenfabrikant in Athene, uit het begin van de 5de eeuw.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 70 / 150 段