Heliopolis, Heliou polis, stad in Coelesyria tusschen den Libanon

en den Antilibanon, ook Baälbek = Baälsstad genoemd, eene prachtige

stad, de hoofdzetel van den Baälsdienst. Antoninus Pius liet hier

een schoonen tempel voor Jupiter bouwen.--2) stad in Aegypte, aan het

begin der Nijldelta, hoofdzetel van den aegyptischen zonnedienst. De

stad leed veel door den veldtocht van Cambyses. In den griekschen

tijd is de stad vervallen.

Helius, Helios, Sol, zoon van Hyperion en Thea of Euryphaëssa,

broeder van Selene en Eos, de zonnegod. Iederen morgen komt hij in het

uiterste Oosten uit den Oceaan op en voert zijn schitterenden wagen,

bespannen met vier paarden, die zoo vurig zijn, dat zelfs Zeus ze niet

kan besturen, langs den hemel, om 's avonds in het Westen weder in den

Oceaan neder te dalen, van waar hij v. s. des nachts in een gouden boot

slapend naar het O. terugkeert. Hij is, daar hij met zijne stralen

overal doordringt, alziend (panderkes) en dus alwetend, daarom werd

hij bij plechtige verzekeringen en eeden als getuige aangeroepen. Op

het eiland Thrinacia weidden zijne dochters, Phaethusa en Lampetie,

voor hem 7 kudden runderen en 7 kudden schapen, elke van 50 stuks,

een getal dat nooit grooter of kleiner werd, en op vele plaatsen,

waar hij vereerd werd, vond men aan hem gewijde kudden. Zijne kinderen

waren o.a. Aeetes, Circe en Phaëthon.--Hel. werd vrij algemeen in

Griekenland vereerd, vooral op Rhodus, waar zijn 100 voet hoog beeld

stond, de zoogenaamde colossus van Rhodus, het werk van Chares. Men

offerde hem witte paarden, verder rammen, stieren en geiten; de haan

en de arend waren hem gewijd. Op zijne afbeeldingen draagt hij een

stralenkrans en een wijden mantel en heeft hij een wereldbol in de

hand, soms staat hij op zijn wagen. Vgl. Apollo.

Helium ostium, de zuidelijke mond van den Rijn, de oude Maasmond,

die toen veel breeder was dan tegenwoordig.

Hellanicus, Hellanikos, van Mytilene, jongere tijdgenoot van Herodotus,

logograaf, wiens vrij talrijke werken verloren gegaan zijn. Hoewel

hij veel gereisd en veel gestudeerd had, wordt hem door sommige oude

schrijvers gemis aan oordeel en onnauwkeurigheid verweten.

Hellanodikai, een commissie van burgers uit Elis, belast met de

regeling van en het toezicht op de olympische spelen, zij fungeerden

tevens als kamprechters. Aanvankelijk was dit aan één persoon

opgedragen, later vindt men 2, nog later 9, 10 of 12 rechters vermeld.

Hellas, Hellas. In Homerus' tijd was Hellas alleen de naam eener stad

in het zuid-thessalische landschap Phthiotis of Phthia, het gebied van

Achilles. In het historische tijdperk is Hellas = Graecia, n. l. 1)

Midden-Griekenland, thans Livadia,--2) de Peloponnesus,--3) de door

ligging en beschaving tot Griekenland behoorende eilanden. Epirus en

Thessalia, samen ook wel Noord-Griekenland genoemd, werden door de

oude Grieken niet tot Hellas gerekend. Daar de Grieken hun land niet

als één geheel beschouwden, maar als een complex van verschillende

staatjes en volken, hadden zij voor Hellas geene bepaald aangegeven

aardrijkskundige grens, en daar ook buiten Hellas Grieken woonden,

is de uitdrukking he pasa Hellas niet altijd juist te bepalen,

en meermalen = al wat Grieksch is. In engeren zin is Hellas alleen

Midden-Griekenland, met de landschappen Attica, Megaris, Boeotia,

Locris, Doris, Phocis, Aetolia en Acarnania. Als rom. provincie heette

Griekenland Achaia.

Helle, Helle, dochter van Athamas (z. a.) en Nephele. Door hare

moeder van den dood gered, vluchtte zij met haar broeder Phrixus

uit hun vaderland en verdronk in de zee, die naar haar Hellespont

genoemd wordt.

Hellen, Hellen, zoon van Deucalion en Pyrrha, of van Zeus en Dorippe,

vader van Dorus, Aeolus en Xuthus, stamvader der Hellenen.

Hellenes, Hellenes. Vóór Homerus bestaat er geen gemeenschappelijke

volksnaam voor de bevolking van Griekenland. In verschillende

streken komen verschillende stammen voor: Abantes, Curetes, Caucones,

Leleges, Epei, Dryopes, Danaï, Dolopes, Myrmidones, welke laatsten bij

Homerus ook Hellenen worden genoemd naar hunne stad Hellas. Mettertijd

verdwijnen deze stammen door samensmelting, verhuizing, enz., en komen

twee andere namen, Pelasgi en Hellenes, er voor in de plaats. Beide

stammen kwamen uit Thessalia, de Pelasgen het eerst. De Hellenen

drongen de Pelasgen weder op den achtergrond en de naam Hellenen

werd de algemeene volksnaam.--Als gemeenschappelijke naam der Grieken

bezigt Homerus wel den naam Achaei, waarschijnlijk waren deze in zijn

tijd de voornaamste stam. De grieksche schrijvers evenwel splitsen de

Hellenen weder in vier stammen: Aeoles, Achaei, Iones, Dores. Het is

hier de plaats niet, over de afkomst en onderlinge verhouding dezer

stammen gissingen te maken. De Ioniërs en Doriërs werden allengs

de hoofdstammen.

Hellenismus, de algemeen gebruikelijke naam voor de Grieksche

beschaving na Alexander den Groote. De oostersche volkeren hebben

de Grieksche beschaving overgenomen en vervormd, en wederom invloed

uitgeoefend op de eigenlijk Grieksche beschaving. Hellenistisch wordt

de kunst, de poëzie, de geschiedbeschrijving, de philosophie en de

godsdienst zoowel van de Grieken als van de oostersche volkeren.

Hellenotamiai een college van 10 door de volksvergadering gekozen

atheensche ambtenaars, die de bijdragen der bondgenooten moesten

innen en de bondskas beheerden. Deze bijdragen beliepen in

den peloponnesischen oorlog ongeveer 1300 talenten; de kas werd

aanvankelijk op Delus, sedert 454 op voorstel van Pericles te Athene

bewaard. Zie Pericles.

Hellespontus, Hellespontos, zee van Helle, die volgens de mythe

daar zou verdronken zijn, thans de straat der Dardanellen. Ook het

aziatische kustland langs de zeeëngte en zelfs nog verder oostwaarts

wordt somtijds Hellespontus genoemd. In den lateren keizerstijd

was dit ook de naam der rom. provincie, die uit Troas en een deel

van Mysia gevormd was en Cyzicus tot hoofdstad had.--Hellespontias,

een van den Hellespont komende wind.

Helli, Helloi = Selli.

Hellomenum, Hellomenon, havenstad aan de O.-zijde van het eiland

Leucas.

Hellopia, Hellopia = Ellopia.

Hellotia, Hellotia, 1) feest te Corinthe ter eere van Athena, die

hier den bijnaam Hellotis had.--2) feest op Creta ter eere van Europa,

die hier onder den naam Hellotis goddelijke eer genoot.

Helmantica = Salmantica.

Helorus of -um, Heloros, -on, stad aan de Oostkust van Sicilia ten

Z.Z.W. van Syracusae, aan den mond van de rivier Helorus.

Helos, Helos, stadje aan de Laconische golf, te midden van moerassen

gelegen; vandaar de naam. De ouden leidden, op den klank af, den

naam Heloten van deze stad af. Ook eene lage streek in Elis aan den

Alpheus droeg dezen naam.

Helotes, Heilotes, Heilotai, de afstammelingen der vroegere bewoners

van Lacedaemon, die door de dorische veroveraars van vrijheid en

goederen beroofd waren en als staatsslaven aan particulieren ten

gebruike gegeven werden, voor wie zij als lijfeigenen het land

bebouwden. Van de opbrengst van het land hadden zij een bij de wet

bepaalde hoeveelheid aan hunne heeren af te staan, het overige was

voor hen, zoodat zij onder gunstige omstandigheden eenig vermogen

konden verwerven. Het was den heeren niet geoorloofd hen te dooden of

buitenslands te verkoopen, ook mochten zij niet zonder toestemming

van den staat vrijgelaten worden. Daarentegen kregen zij somtijds

van staatswege de vrijheid voor dapperheid, in den oorlog betoond,

waarin zij als lichtgewapenden, zeer zelden als hoplieten, later

ook als matrozen dienden. Z. Neodamodeis. Het burgerrecht kregen

zij hoogst zelden. Z. echter Mothakes. In 464 stonden zij na eene

groote aardbeving op en trokken zij zich in de vesting Ithome terug,

vanwaar zij 10 jaar lang een oorlog voerden, die eindigde met hun

vrijen aftocht uit de Peloponnesus. Hun groot aantal boezemde den

Spartanen voortdurend vrees voor dergelijke voorvallen in, die zich

in strenge, soms gewelddadige maatregelen uitte. Z. krypteia.

Helvaeones of Helvecones, germaansche stam tot de Lugii, de latere

Vandalen, behoorend, tusschen Viadua (Oder) en Vistula (Weichsel).

Helvetii, Helouetioi, een machtig keltisch volk tusschen den mons Iura

(Jurageb.), den Rhodanus (Rhône) en den Rhenus (Rijn), verdeeld in vier

pagi of kantons, waarvan twee, de pagus Tigurinus en de p. Verbigenus

nader bekend zijn. Z. ook Toygeni. De Helvetiërs sloten zich aan bij

de Cimbren; de Tiguriners brachten in 107 onder Divico den rom. consul

L. Cassius Longinus (Cassii no. 3) eene beslissende nederlaag toe;

Cassius sneuvelde en zijn leger moest onder het juk doorgaan. Een

ander gedeelte der Helvetiërs keerde na de nederlaag der Cimbren in

101 weder naar hun land terug. In 58, bij Caesars komst in Gallia,

ondernamen de Helvetiërs weder een groote volksverhuizing, doch

werden door Caesar met ontzaggelijk verlies teruggeslagen; van de

263000 menschen bleven slechts 110000 over. Sedert dien tijd begon

men den ager Helvetiorum met rom. sterkten te bezetten. Na den dood

van keizer Otho, toen de Helvetiërs Vitellius niet wilden erkennen,

werden zij als wilde dieren opgejaagd en vervolgd. De ager Helvetiorum

behoorde tot Belgica, en strekte zich oorspronkelijk tot aan de

Bodensee uit. Sedert de indeeling van het rijk door Diocletianus

behoorde het oostelijke gedeelte en de geheele Bodensee tot Raetia.

Helvidii, rom. geslacht, uit Samnium afkomstig. 1) P. Helvidius

Rufus, bij Cicero vermeld, een vriend van Cluentius.--2) Helvidius

Priscus dempte met veel beleid in 51 na C. de onlusten in Cappadocia;

v. s. is dit dezelfde als no. 3.--3) C. Helvidius Priscus, schoonzoon

van Thrasea Paetus, was een man van republikeinsche gezindheid en

een beoefenaar van wetenschap en wijsbegeerte, vooral van die der

Stoicijnen. Onder Nero bekleedde hij de quaestuur, de praetuur

en het volkstribunaat, doch werd om zijn staatkundige gevoelens

verbannen. Hij werd door Galba teruggeroepen; Vespasianus verbande

hem nog eens, en liet hem later, omdat hij niet ophield zich tegen den

keizer vijandig te betoonen, ter dood brengen.--4) Helvidius Priscus,

zoon van no. 3, stierf onder Domitianus in den kerker, wegens een

spotdicht op den keizer.

Helvii, plebejisch geslacht. Een uit dit geslacht, C. Helvius Cinna,

werd bij Caesars begrafenis bij vergissing vermoord door het volk,

dat het op L. Cornelius Cinna (zie Cornelii no. 40) had gemunt. Ook

een dichter van dezen naam wordt genoemd als maker van een gedicht

Smyrna, vriend van Catullus. Waarschijnlijk is het dezelfde. De moeder

van Cicero was eene Helvia, evenals de moeder van Seneca (den zoon).

Helvii, gallisch volk tusschen den mons Cebenna en den

Rhodanus. Hoofdstad: Alba Augusta.

Hemeroscopium, Hemeroskopeion, zie Dianium.

Hemesa = Emesa.

Hendeka, een college van 10 magistraten met een schrijver, die te

zorgen hadden voor het toezicht op en de bewaking van gevangenen,

voor het voltrekken van doodvonnissen, enz. Zij die op heeterdaad

betrapt waren bij eene misdaad, waarop dood- of gevangenisstraf stond,

werden voor de elfmannen gebracht, die in geval van bekentenis konden

vonnissen, en anders de zaak voor eene rechtbank brachten, waarbij

zij de instructie leidden.

Heneti, Enetoi, volksstam aan den Parthenius in Paphlagonia,

bondgenooten van Priamus, koning van Troje. Dit volk verdween; de

ouden meenden het teruggevonden te hebben in de Veneti, in Gallia

Cisalpina. Zie Veneti.

Heniochi, Heniochoi, zeerooversvolk op de N.O. kust van den Pontus

Euxinus, aan den Caucasus, ten N. van Dioscurias.

Heniochos, z. Auriga.

Henna = Enna.

Hephaestia, Hephaistia, stad op Lemnus, aan den N.O. kant.

Hephaestion, Hephaistion, 1) zoon van Amyntor, boezemvriend van

Alexander d. Gr. en officier in zijn leger; hij stierf te Ecbatana

en werd door Alex. met buitensporig rouwbetoon betreurd en als een

heros vereerd.--2) grammaticus te Alexandrië, schrijver van een

zeer uitgebreid werk over metriek waarvan een door hemzelf bewerkt

uittreksel bewaard gebleven is; hij leefde omstreeks 150 na C.

Hephaestus, Hephaistos, Vulcanus, zoon van Zeus en Hera, god van

het vuur. Daar hij kreupel en leelijk was, wierp Hera hem kort na

zijne geboorte van den Olympus, hij viel in zee, waar hij 9 jaar

door Thetis en Eurynome verzorgd werd. Daarna keerde hij naar den

Olympus terug, maar toen hij eens bij een twist tusschen zijne

ouders te ijverig voor zijne moeder partij trok, greep Zeus hem bij

een been en wierp hem weder uit den hemel. Het duurde een geheelen

dag eer hij bijna levenloos op Lemnus neerkwam, waar hij vriendelijk

opgenomen en verpleegd werd. Later werd hij onder de olympische goden

opgenomen en werd hem Charis, Aglaia of Aphrodite tot echtgenoote

gegeven, maar daarmede verliest hij zijne beteekenis als god eener

natuurkracht en wordt hij de kunstvaardige werkman (Klytotechnes,

Klytoergos), die door de kracht van het vuur metalen bearbeidt

en de merkwaardigste kunstwerken ten dienste van goden en helden

vervaardigt. Zijne werkplaats wordt oorspronkelijk op den Olympus,

later onder verschillende vuurspuwende bergen gedacht, vooral op

Lemnus en Sicilië. Als kunstenaar staat hij in nauwe betrekking

tot Athena, te Athene werd voor hen beiden een feest gevierd, de

Chalkeia. De voornaamste plaats van zijn eeredienst, die overigens niet

algemeen was, was Lemnus, waar de Cabiri als zijne helpers beschouwd

werden. Afbeeldingen zijn zeldzaam, gewoonlijk wordt hij voorgesteld

als een krachtig man, in werkmanskleederen en met een hamer in de hand.

Heptanomis, Heptanomis, het land der zeven nomoi of distrikten,

grieksche naam voor Midden-Aegypte, hoofdstad Memphis.

Hera, Hera, Juno, oudste dochter van Cronus en Rhea, opgevoed

door Oceanus en Tethys, zuster en gemalin van Zeus, met wien zij

300 jaar heimelijk gehuwd was, voordat hij de heerschappij over de

goden verwierf en haar openlijk als zijne gemalin deed erkennen. Als

zoodanig wordt zij door goden en menschen zeer hoog geëerd, ook Zeus

zelf bewijst haar eerbied en laat haar soms over donder, bliksem

en storm beschikken. Maar haar trotsch en onbuigzaam karakter maakt

het dikwijls noodig, dat hij ook haar zijn oppermacht laat gevoelen,

en aan den anderen kant geven zijn talrijke liefdesavonturen en de

onverzoenlijke haat, waarmede zij de door hem beminde vrouwen en

hare kinderen vervolgt, dikwijls aanleiding tot de hevigste twisten,

zelfs smeedde zij eens met Poseidon en Athena eene samenzwering

tegen haar gemaal, die slechts door de tusschenkomst van Aegaeon

hunne plannen kon verijdelen. Met geweld vermag zij echter niets

tegen hem, en wanneer het haar al eens gelukte door list haar wil

tegen den zijnen door te drijven, moet zij daarvoor meestal boeten;

zoo werd zij eens, toen zij Heracles op zee bijna had doen omkomen,

door Zeus met gouden boeien aan den aether opgehangen met een zwaar

aambeeld aan iederen voet. Haar huwelijk met Zeus is ook de grondslag

van de vereering, die zij bij de menschen geniet, en treedt bij hare

feesten en plechtigheden steeds op den voorgrond; daarom is zij ook

de godin van het huwelijk (Gamelia, Zygia, Teleia) en der geboorten

(Eileithuia). Haar dienst is door geheel Griekenland verbreid, Samus

is geheel aan haar gewijd, hare lievelingssteden zijn Argos (Argeia),

Mycenae en Sparta; daarom evenzeer als uit toorn wegens het oordeel

van Paris, ondersteunt zij de Grieken krachtig in hun oorlog tegen

de Trojanen. De koekoek, de pauw, de kraai en de granaatappel waren

haar gewijd. Op hare afbeeldingen wordt zij voorgesteld met eene volle

krachtige gestalte, waardige en ernstige gelaatstrekken, groote oogen

(boopis) en zware lokken, zij zit soms op een troon, draagt een ruim

en lang gewaad, kroon of sluier, en heeft in de hand een schepter,

granaatappel, offerschaal e. dgl.

Heraclea, Herakleia, naam van een aantal steden, waaronder de

voornaamste zijn: 1) Heraclea in Acarnania, aan de Ambracische

golf.--2) H. in het elische gewest Pisatis.--3) H. in Lucania, aan

de Tarentijnsche golf, geboorteplaats van den schilder Zeuxis, thans

Policoro. Hier behaalde Pyrrhus in 280 zijn eerste overwinning op de

Rom.--4) H. in Syria, aan de kust, ten N. van Laodicea no. 1.--5) H. in

Thracia, aan de Propontis, nabij de invaart van den Hellespont, ten

O. van Pactye.--6) Heraclea Perinthus, meer oostwaarts dan het vorige,

aan de Noordkust der Propontis gelegen, vroeger Perinthus geheeten,

eene zeer aanzienlijke stad.--7) Heraclea Pontica, op de bithynische

kust aan den Pontus Euxinus gelegen, belangrijke handelsstad, doch

welker bloei in den grooten mithradatischen oorlog geknakt werd. De

wijsgeer Heraclides (no. 5) was hier geboren.--8) Heraclea Chersonesi,

thans Sebastopol, in de Chersonesus Taurica (Krim).--9) Heraclea

Latmi, aan den voet van den berg Latmus aan de latmische golf, bij

Miletus.--10) Her. Sintice, in het macedonische gewest Sintice,

aan den Strymon.--11) Her. Lyncestis, in het maced. landschap

Lyncestis, aan de via Egnatia.--12) Her. Trachinia, in Trachis,

even ten W. van de Thermopylae, zie Trachis.--13) Her. Caccabaria,

ten O. van Massilia (Marseille). Tgw. Cavalaire.--14) Her. Minoa,

op de Zuidkust van Sicilia, ten W. van Agrigentum, misschien door

cretensische kolonisten Minoa genoemd naar Minos, overigens kolonie van

Selinus, ± 500 door Spartanen veroverd en Heraclea geheeten. Omstreeks

460 werd het carthaagsch; in 133 zonden de Rom. er een kolonie heen.

Heracleopolis, Herakleous polis, naam van twee aegyptische

steden. Her. maior lag in Midden-Aegypte tusschen het meer Arsinoë

en den Nijl; Her. minor lag in de Nijldelta aan den pelusischen mond

en is later door de lagune Menzaleh verzwolgen.

Heracleoticum ostium of Canobicum ostium, Herakleotikon, Kanobikon

stoma, meest westelijke Nijlmonding.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 68 / 150 段