die door haar vader van jongs af als man werd opgevoed; zij muntte uit
in alle kunsten van den oorlog en was zoo vlug, dat zij de snelste
paarden kon inhalen en zelfs over water loopen kon. Na den dood van
haar vader leefde zij met eenige makkers in de wouden van roof, totdat
zij door herders omsingeld, gevangen genomen en gedood werd. Bij het
verdeelen van den buit, dien men bij haar vond, ontstond zulk een
twist tusschen de herders, dat verscheidene van hen gedood werden;
daarom meende men dat de goden vertoornd waren over den dood van Harp.,
men beschouwde haar als een goddelijk wezen en trachtte door offers
en feesten haar schim te verzoenen.
Harpasus, Harpasos, riv. in Caria, die langs de stad Harpasa stroomde
en zich in den Maeander stortte. Eene andere rivier van denzelfden
naam, ook Acampsis geheeten, liep op de oostelijke grens van Armenia
in den Pontus Euxinus uit.
Harpocrates, Harpokrates, een aegyptisch god, die met den vinger op
den mond wordt afgebeeld en daarom voor den god der stilzwijgendheid
gehouden wordt. Hij schijnt dezelfde te zijn als Horos.
Harpocration (Valerius), Harpokration, grieksch taalkundige van
Mendes, wiens leeftijd onbekend is, schrijver van een Lexikon ton
deka rhetoron, een taal-, oudheid- en geschiedkundig woordenboek op
de werken der attische redenaars.
Harpyiae, Harpuiai, godinnen van den stormwind, Aëllo en Ocypete,
dochters van Thaumas en Electra; men stelde zich voor dat menschen,
die spoorloos verdwenen waren, door haar waren weggeroofd. Later komen
zij in grooter aantal voor (Celaeno, Thyella, e. a.) als kwelgeesten,
die bijv. den blinden Phineus zijne spijzen ontrooven of ze door hare
aanraking verontreinigen, totdat Zetes en Calaïs haar verjagen en
vervolgen tot de Strophadische eilanden, waar zij beloven Phineus niet
meer lastig te zullen vallen. V. a. werden zij bij die gelegenheid
gedood. Zij worden afgebeeld half als vrouw, half als roofvogel,
soms met uitgehongerd gelaat en met klauwen aan handen en voeten.
Harudes of Charudes, Charoudes, germ. volk in het leger van Ariovistus
(58). Hun eigenlijke woonplaats is op de Chersonesus Cimbrica
(Jutland), waar ze naast de Cimbren wonen.
Haruspices. In kritieke gevallen werden door den rom. senaat haruspices
uit Etruria ontboden, waar de leer der divinatio het meest tot een
volledig stelsel ontwikkeld was. Hunne taak was het dan, uit de
ingewanden der offerdieren uit te vorschen, of de goden al dan niet
gunstig gezind waren. Zie extispicium. In gewone gevallen deden de
rom. priesters zelf hunne waarnemingen. Deze haruspices behoorden tot
den Etruscischen adel. Van hen te onderscheiden zijn de particuliere
haruspices, die zich sinds de 2de eeuw te Rome vestigden en voor
geld waren te raadplegen of als mercennarii in dienst traden van
ambtenaren. Hun gezag werd door den senaat niet erkend.
Hasdrubal, Asdroubas, carthaagsche naam. 1) zoon van Hanno, in den
eersten punischen oorlog met ruim 30000 man en 130 olifanten naar
Sicilia overgestoken (251), doch in 250 bij Panormus (Palermo) door
L. Caecilius Metellus (Caecilii no. 2) verslagen.--2) schoonzoon van
Hamilcar Barcas, dien hij in 228 als carthaagsch opperbevelhebber
in Hispania opvolgde. Hij stichtte Carthago nova (thans Carthagena),
en sloot met de Rom. een verdrag, waarbij de Iberus als grensrivier
tusschen beide staten werd aangewezen en tevens de onzijdigheid van
Saguntum werd erkend. In 221 werd hij uit persoonlijke wraakzucht door
een Hispaniër vermoord.--3) zoon van Hamilcar Barcas en broeder van
Hannibal. Toen Hannibal naar Italië trok, nam Hasdrubal het bevel in
Hispania op zich (218) en handhaafde zich met roem tegen de gebroeders
P. en Cn. Cornelius Scipio, die in 211 sneuvelden. In 211 echter
verscheen een jongere Scipio, de latere Africanus maior, in Hispania;
Carthago nova ging voor Hasdrubal verloren; zie verder Cornelii
no. 13. Op de roepstem zijns broeders trok hij in 208 naar Italia,
waar hij echter door de beide consuls M. Livius Salinator (Livii no. 7)
en Claudius Nero (Claudii no. 22), die zich ongemerkt vereenigd hadden,
werd aangevallen bij Sena Gallica aan den Metaurus. Hasdrubal sneuvelde
(207). Het afgehouwen hoofd werd over den wal van Hannibals legerplaats
geworpen, om hem aldus bericht te geven van zijns broeders dood.--4)
zoon van Gisco, onderbevelhebber van no. 3, die tot 206 in Hispania
streed, vervolgens in Africa oorlog voerde, eerst tegen Masinissa,
daarna tegen de Rom. Hij was niet gelukkig in den oorlog; men weet aan
hem de nederlaag van Hannibal bij Zama en hij moest door vergif een
einde aan zijn leven maken. Door zijne dochter Sophonisbe aan koning
Syphax ten huwelijk te geven, haalde hij dezen tot een bondgenootschap
met Carthago over.--5) behalve de reeds genoemde komen er in den
tweeden punischen oorlog nog meer Hasdrubals voor, o. a. in 215
op Sardinia.--6) veldheer in 151 tegen Masinissa en in den derden
punischen oorlog tegen de Rom. Hij zegevierde over den rom. consul
M'. Manilius, doch moest later voor Scipio de wijk nemen naar den
burg. Hijzelf gaf zich ten laatste over en werd als gevangene naar
Italia gevoerd, waar hij stierf. Zijne vrouw en kinderen stortten
zich in de vlammen.--7) Zie Clitomachus no. 2.
Hasta, lans. Hasta pura, lansschacht zonder punt (cuspis), een
eereteeken voor soldaten wegens betoonden moed. Bij verkooping van
buit werd eene hasta in den grond gestoken; evenzoo had de praetor
eene hasta naast zich staan bij gerechtelijke verkoopingen; vanhier
de uitdrukkingen sub hasta venire, bona hastae subicere en dgl. Ook
het gerechtshof der centumviri had eene hasta in den grond geplant.
Hasta = Asta.
Hastati, oorspronkelijk soldaten, die met eene lans gewapend
waren. Toen echter het rom. voetvolk voor het grootste gedeelte
gewapend werd met de kortere, doch zwaardere werpspeer, die den naam
van pilum droeg, (sedert den tijd van Camillus, zie acies) ging de
naam hastati over op de jongere manschap; uit de soldaten van rijperen
leeftijd werden de principes gevormd en uit de oudgedienden de pilani
of triarii. De hastati en principes droegen, behalve zwaard en schild,
ook het pilum, terwijl de pilani in plaats daarvan de hasta kregen. Zie
centuria.
Hatra, zie Atrae.
Hatria, zie Adria.
Hattuarii (Attuarii), zie Chasuarii.
Hebe, Hebe, dochter van Zeus en Hera, godin der jeugd. Toen Heracles
onder de goden was opgenomen, kreeg hij haar tot gemalin en werd zij in
hare betrekking als schenkster der goden door Ganymedes vervangen. Zij
werd op vele plaatsen vereerd, meestal in vereeniging met Hera of
Heracles; soms wordt zij Ganymeda of Dia genoemd.
Hebraei = Iudaei.
Hebron, Hebron, oude stad in Palaestina, ongeveer ten Z. van Jerusalem.
Hebrus, Hebros, thans Maritza, voorname rivier van Thracia, met breede
zijstroomen en een uitgebreid stroomgebied. Hij ontspringt op den
mons Rhodope (Despoto-dagh) en den Scomius en valt met twee armen
bij Aenus in zee. Aan den Hebrus werd Orpheus door de thracische
Bacchanten vermoord.
Hebudae = Ebudae.
Hecabe, Hekabe, dochter van Dymas of Cisseus of Sangarius, tweede
vrouw van Priamus, moeder van Hector, Paris (z. Aesacus), Cassandra
en vele andere kinderen, die zij allen tengevolge van den trojaanschen
oorlog zag omkomen of in slavernij wegvoeren. Zij zelve werd als slavin
aan Odysseus gegeven. Den dood van haar zoon Polydorus wreekte zij
door de zonen van Polymnestor te dooden en hemzelf de oogen uit te
krabben. Het voorgebergte Cynossema werd als haar graf beschouwd, en
ter verklaring van dien naam verhaalde men, dat zij na hare wraakneming
op Polymnestor in een hond veranderd en in zee gesprongen was, of
dat de Grieken, daar zij hen met scheldwoorden placht te overladen,
haar den naam van teef gegeven hadden, of dat zij haar om diezelfde
reden gesteenigd, maar onder den steenhoop inplaats van haar lijk
dat van een hond gevonden hadden.
Hecaërgus, -ge, Hekaergos, -erge, vèrtreffende, bijnaam van Apollo
en Artemis.
Hecamede, Hekamede, van Tenedus, dochter van Arsinoüs; toen Achilles
het eiland veroverde, werd zij aan Nestor tot slavin gegeven.
Hecataeus, Hekataios, 1) van Miletus, zoon van Hegesander, de
eerste geschiedschrijver genoemd, daar hij de eerste was, die verder
ging dan eene omschrijving in proza van mythen en legenden, en in
zijne werken, Periodos ges en Geneelogiai, de resultaten van zijne
onderzoekingsreizen in verre landen neerlegde. Herodotus heeft geregeld
van zijn werk gebruik gemaakt, maar hem ook dikwijls bestreden. Bij den
opstand van de Ioniërs tegen de Perzen trad hij als een der leiders op,
maar zijn wijze raadgevingen werden niet opgevolgd.--2) van Abdera,
geschiedschrijver, die geruimen tijd bij Ptolemaeus in Alexandrië
gewoond heeft. Hij was een leerling van Pyrrho; hij heeft geschreven
over de poëzie van Homerus en Hesiodus, en verder een romantische
geschiedenis van Aegypte, en een werk over de Hyperboraei. Hij schrijft
in denzelfden geest als zijn jongere tijdgenoot Euhemerus. Excepten
uit zijne werken vinden we bij Diodorus Siculus. Op zijn naam is ook
nog een joodsch werk over de Joden overgeleverd dat van veel later
tijd is.--3) tyran van Cardia ten tijde van Alexander d. G.
Hecate, Hekate, dochter van Zeus en Hera of Demeter of Pheraea, de
dochter van Aeolus, of van Perses en Asteria. Zij was de eenige van het
geslacht der Titanen, die aan Zeus trouw bleef, daarom schonk hij haar
na zijne overwinning macht in den hemel, op aarde en op zee. In haar
drievoudig gebied werkt zij heilrijk, en geeft zij haren vereerders
wijsheid en geluk. Maar tevens is zij ook godin der onderwereld en als
zoodanig wordt zij het meest vereerd en heeft zij ook aandeel aan de
mysteriën; zij was het die de schaking van Persephone had gezien, aan
Demeter bericht er van gegeven had en haar bij het zoeken naar hare
dochter had geholpen. Zij is vooral de godin der spoken, die zij des
nachts uit de onderwereld doet opstijgen om de menschen te kwellen
en angstig te maken; zij zelve zwerft 's nachts, door de schimmen
der afgestorvenen en door zwarte honden begeleid, over de graven en
beschermt de tooverheksen bij hare bezweringen en bij het bereiden
van hare toovermiddelen.--Hec. was waarschijnlijk oorspronkelijk
de godin der nieuwe maan, daarom wordt zij soms geïdentificeerd met
Artemis, die zelve ook Hecate genoemd wordt.--Zij had slechts weinige
tempels, maar talrijke beelden (hekataia, hekatesia) en altaren op
marktpleinen, voor de poorten en de deuren der huizen; vooral op
driesprongen plaatste men beelden van haar met drie hoofden of drie
lichamen (Enodia, Trioditis, Trivia, Trikephalos, Trimorphos, Triceps,
Triformis). Men offerde haar honden, zwarte lammeren en honig en op den
laatsten dag der maand plaatste men bij hare beelden allerlei spijzen,
die door arme lieden werden weggehaald. Zij wordt beschreven als
eene vreeselijke gestalte met slangen inplaats van haren en voeten,
een paarde-, een honde- en een leeuwekop, enz.; afgebeeld wordt zij
echter soms onder eene eenvoudige menschelijke gedaante, meestal met
drie hoofden of drie lichamen; hare attributen zijn honden, slangen,
touwen, sleutels, fakkels, dolken, appels, enz.--Bij de Romeinen
werd zij vooral in den keizertijd vereerd. Diocletianus stichtte te
Antiochië een heiligdom voor haar, waarin men met 365 trappen afdaalde.
Hecato, Hekaton, van Rhodus, stoicijnsch wijsgeer in de 2de eeuw,
leerling van Panaetius, stond bij zijne tijdgenooten en bij lateren
in hoog aanzien. Van zijne talrijke werken is weinig bewaard gebleven.
Hecatombaeon, Hekatombaion, 1ste maand van het Attische jaar (midden
Juli-midden Augustus), z. Annus.
Hecatompylus, Hekatompylos, hoofdstad van Parthyaea of Parthyene,
later residentiestad der parthische koningen, totdat zij hun residentie
naar Ctesiphon overbrachten.
Hecatonnesi, Hekatonnesoi, de 100 eil., eene eilandengroep aan de
Adramyttische golf, tusschen Lesbus en de aziatische kust.
Hector, Hektor, oudste zoon van Priamus en Hecabe, echtgenoot van
Andromache, vader van Astyanax, een man die aan teedere liefde voor
vrouw en kind, voor ouders en medeburgers, buitengewonen heldenmoed
paarde, waarvan hij, als leider der verdediging van Troje tegen
de Grieken, onder bescherming van Apollo schitterende bewijzen
gaf. Gedurende den tijd dat Achilles uit wrok tegen Agamemnon zich
van den strijd onthoudt, brengt H. de Grieken geducht in het nauw,
zelfs dringt hij tot hunne schepen door en begint hij die in brand te
steken. Wel gelukte het Patroclus in de wapenrusting van Achilles de
Trojanen op de vlucht te jagen, maar hijzelf werd door H. gedood. Toen
H. kort daarna door Achilles (z. a.) verslagen was, beschermden Apollo
en Aphrodite zijn lijk tegen de smadelijke behandeling van zijn vijand,
totdat het op bevel van Zeus zelf aan Priamus teruggegeven en plechtig
begraven werd.
Hecuba = Hecabe.
Hegelochus, Hegelochos, 1) een tooneelspeler, die eens bij de opvoering
van een treurspel de woorden galen' horo uitsprak als galen horo, wat
groot gelach verwekte en niet spoedig vergeten werd.--2) bevelhebber
der vloot van Alexander d. G. gedurende de eerste jaren van zijne
veldtochten, onderwierp Tenedus, Chius e. a. eilanden.
Hegemon, Hegemon, 1) van Thasus, dichter van de oude attische comedie,
ook bekend door zijne parodieën op de gedichten van Homerus.--2)
atheensch staatsman ten tijde van Demosthenes, behoorde tot de
macedonische partij.
Hegemone, Hegemone, 1) bijnaam te Sparta en in Arcadië aan Artemis
gegeven.--2) eene van de Charites.
Hegemonia, in het algemeen leiding, voorzitterschap, in het bizonder de
eerste rang onder staten, die gemeenschappelijke belangen te verdedigen
hebben. De staat, die de hegemonie had, leidde de beraadslagingen over
die belangen, voerde in den oorlog de verbonden troepen aan, bepaalde
hoeveel iedere staat aan geld en manschappen moest bijdragen, enz.
Hegesias, Hegesias, 1) cyrenaeisch wijsgeer, leefde in de 3de eeuw
te Alexandrië. In zijn werk, Apokarteron, leert hij dat genot het
doel van het leven is, dat de mensch echter niet hopen kan dit doel
ooit te bereiken, en dat het dus beter is te sterven dan het leven te
verdragen. Vele van zijne leerlingen (Hegesiakoi) pleegden inderdaad
zelfmoord, vandaar dat hij den bijnaam Peisithanatos kreeg.--2)
redenaar en sophist van Magnesia, omstreeks 300, wordt, hoewel hij
tal van navolgers had, wegens zijn gezwollen en gemaakten stijl door
de ouden streng gelaakt. Hij is de schepper van den Aziatischen
stijl (Asianismus). Als geschiedschrijver wordt hem gebrek aan
waarheidsliefde verweten.
Hegesilochus, Hegesilochos, 1) leider eener oligarchische partij op
Rhodus, die in 356 met de hulp van Mausolus van Carië de democratie
omverwierp en de regeering in handen nam; hij maakte zich berucht door
zijne losbandigheid. Na den dood van Mausolus werd de democratie
hersteld.--2) rhodisch staatsman, in 171 voorstander van een
bondgenootschap met de Rom. tegen Macedonië.
Hegesinus, Hegesinous, van Pergamus, leerling van Euander en zijn
opvolger als hoofd der academische school, leeraar van Carneades.
Hegesippus, Hegesippos, 1) atheensch redenaar, vriend en partijgenoot
van Demosthenes; van hem is waarschijnlijk de redevoering peri
Halonnesou, die onder de werken van Demosthenes tot ons gekomen is.--2)
oudste schrijver over kerkgeschiedenis, tijdens Marcus Aurelius. Zijn
werk, 5 boeken Hypomnemata, is verloren, maar wordt vaak geciteerd door
Eusebius.--3) of Egesippus, naam, waaronder in de ME. de latijnsche
vertaling van Flavius Josephus (z.a.) geciteerd wordt, die uit de
4de eeuw n. C. dateert, en aan Ambrosius wordt toegeschreven.
Hegesistratus, Hegesistratos, 1) zoon van Pisistratus, regeerde na
het verdrijven der Mytilenaeërs over Sigeum.--2) Samiër, zoon van
Aristagoras, kwam uit naam der Samiërs de hulp der grieksche vloot
inroepen en bewoog Leotychides naar Samus te zeilen, wat aanleiding
gaf tot den beroemden slag bij Mycale (479).
Hekatoncheires = Centimani.
Hektemoroi, waren oudtijds in Attica boeren, die gepachten grond
bebouwden, en vijf zesden van de opbrengst aan den grondeigenaar
moesten afstaan. Bij niet-vervulling van deze verplichting werden
zij met hun zoons diens lijfeigenen.
Helena, Helene, 1) dochter van Zeus of Tyndareos en Leda, beroemd
door hare weergalooze schoonheid. Reeds op zeer jongen leeftijd werd
zij door Theseus geschaakt en naar Aphidnae gebracht, maar spoedig
door hare broeders, de Dioscuren, bevrijd. Later dongen zooveel
jongelingen naar hare hand, dat Tyndareos haar aan niemand durfde
geven, uit vrees dat onder de mededingers een geweldige strijd zoude
ontstaan; op raad van Odysseus nam hij eindelijk allen den eed af,
dat zij den uitverkorene niet zouden bestrijden, maar integendeel tegen
aanvallen en beleedigingen zouden verdedigen. Helena koos nu Menelaus
tot echtgenoot en kreeg bij hem eene dochter, Hermione. In zijne
afwezigheid liet zij zich schaken door Paris, den zoon van Priamus,
en nam zij vele schatten naar Troje mede. Dit was de aanleiding
tot den trojaanschen oorlog, waaraan de meeste grieksche vorsten,
gedeeltelijk door hun eed gebonden, deel namen. Wegens hare schoonheid
wordt zij ook te Troje, in weerwil van de rampen van den oorlog,
algemeen geëerd en bewonderd; niettemin had zij berouw over haar
misstap en verlangde zij naar haar vaderland terug. Na den dood
van Paris huwde zij met Deïphobus, een anderen zoon van Priamus,
dien zij v. s. bij de inneming van de stad aan de Grieken in handen
leverde. Toen Menelaus haar terugvond, wilde hij haar eerst dooden,
maar hare schoonheid redde haar, hij nam haar mede naar Sparta,
waar zij nog lang met hem in vrede en geluk leefde, en na haar dood
in hetzelfde graf met hem bijgezet werd.--V. a. was zij met Paris in
Aegypte gekomen, waar Proteus haar en de geroofde schatten terughield
en na den oorlog aan Menelaus teruggaf. Een schijngestalte vergezelde
Paris naar Troje, daar de oorlog volgens beschikking van het noodlot
gevoerd moest worden.--V. a. was zij na den dood van Menelaus door hare
stiefzonen verjaagd en naar Rhodus gevlucht, waar zij, als oorzaak van
den grooten oorlog, aan een boom werd opgehangen; na haar dood werd
zij daar vereerd als Helena Dendritis.--Nog werd verhaald dat zij in
het leven teruggeroepen werd en naar het eiland Leuce verplaatst, waar
zij met Achilles huwde en hem een zoon Euphorion baarde.--2) dochter
van Paris en Helena.--3) dochter van Aegisthus en Clytaemnestra.--4)
(Flavia Iulia), moeder van Constantijn d. G., Christin.--5) dochter
van Constantijn d. G., gemalin van keizer Julianus.
Helena, Helene, vroeger Cranaë, rotseilandje bij de Zuidspits van
Attica. Zie ook Illiberis.
Helenus, Helenos, zoon van Priamus en Hecabe, beroemd waarzegger. Hij
werd door de Grieken gevangen genomen of liep tot hen over, en
openbaarde hun op welke wijze Troje genomen kon worden. Na het
eindigen van den oorlog ging hij met Neoptolemus naar Epirus; toen
deze gestorven was, huwde hij Andromache en kreeg hij een deel van
het rijk, waarin hij een vesting bouwde, geheel naar het model van
Troje. Hij liet de regeering aan Molossus, den zoon van Neoptolemus
en Andromache, na.--V. a. vluchtte hij, toen Neoptolemus Hermione
tot vrouw nam, met Andromache en Molossus naar Molossië.
Helepolis, helepolis, een door Demetrius Poliorcetes uitgevonden
belegeringswerktuig; het was een verplaatsbare toren met negen of
minder verdiepingen, beneden van een stormram voorzien en op de hoogere
verdiepingen ingericht tot het werpen van lichtere projectielen. Iedere
verdieping had van buiten een galerij met borstweringen voorzien en
het geheel was met ijzer beslagen.
Helia = Velia.
Heliadae, Heliadai, zeven zonen van Helius en Rhode. Zij hadden van hun
vader vernomen dat de godin Athena de plaats, waar men haar het eerst
zou offeren, tot haar woonplaats zou kiezen, daarom haastten zij zich
haar een offer te brengen, doch vergaten het te verbranden, zoodat
zij hun doel niet bereikten. Zij waren zeer bekwaam in sterrenkunde
en scheepvaart en boven allen muntte Tenages uit, waarom zijne
broeders hem uit afgunst doodden en, toen hun misdaad ontdekt werd,
naar verschillende landen vluchtten. Zij werden als heroën vereerd
door de Rhodiërs, die ook Heliaden genoemd worden, en tot aandenken
aan hen de gewoonte behielden het offer niet te verbranden.
Heliades, Heliades, zusters van Phaëton, die zijn dood onophoudelijk
beweenden. Hare tranen veranderden in barnsteen, en zijzelve werden in
boomen veranderd, waaruit een vocht vloeit, dat, wanneer het gestold
is, tot barnsteen wordt.
Heliaia, de rechtbank der gezworenen (heliastai) te Athene. Jaarlijks
werden door het lot 6000 burgers boven de 30 jaar, die in het
bezit hunner burgerrechten waren, 600 uit elke phyle, als heliasten
aangewezen, die in 10 sectiën van 500 verdeeld werden, terwijl 1000
als plaatsvervangers overbleven. Voor ieder proces wordt een zeker
aantal rechters bepaald, men vindt rechtbanken vermeld van 200, 300,
400, soms van 1000 of 1500 leden, zeer zelden kwamen alle 6000 bij
elkander. Voor het bijwonen der zittingen werden de rechters sedert
Pericles betaald, z. Dikastikon.
Helice, Helike, oude hoofdstad van Achaia, met een beroemden
Poseidon-tempel. Bij eene vreeselijke aardbeving in 373 werd de stad
door de zee verzwolgen. In hare plaats werd Aegium hoofdstad van den
achaeischen bond.
Helicon, Helikon, berg in het Z. van Boeotia, aan de Muzen geheiligd,
rijk aan bosch, dat door grasrijke weiden wordt afgewisseld, met
vruchtbaren bodem en vele bronnen. Onder de bronnen zijn beroemd:
Aganippe en Hippocrene, de paardebron, door den hoefslag van Pegasus
te voorschijn geroepen. Heliconiades = de Muzen.
Heliodorus, Heliodoros, 1) ho periegetes, omstreeks 150, Athener,
die de acropolis in 15 boeken beschreef, een werk, dat bijna geheel
verloren gegaan is.--2) rhetor te Rome, vriend van Horatius.--3)
Syriër, rhetor te Rome en secretaris van Hadrianus, later praefect
van Aegypte.--4) schrijver van een werk over metriek.--5) van Emesa,
v. s. bisschop van Tricca, schreef omstreeks 400 na C. een griekschen
roman Aithiopika, bevattende de liefdesavonturen van een Thessaliër
Theagenes en eene aethiopische prinses Chariclea.
Heliogabalus of Elagabalus, Heliogabalos. De eigenlijke naam was Varius
Avitus Bassianus. Hij was verwant met de Severi op de volgende wijze:
L. Septimius Iulia, Iulia Maesa
Severus, geh. met | |
rom. keizer Sept. zusters |
193-211 Severus |
\ / \ | /
\----------\ /----------/ \----------\ /----------/
V V
Caracalla, Geta, Soaemis, Mammaea,
211-217. 211-212. geh. m. geh. m.
Varius Gessius
Marcellus. Marcianus
| |
Heliogabalus |
Alex. Severus.
Verwantschap van Heliogabalus met de Severi.
Heliogabalus was priester van den zonnetempel te Emesa in Syria. Door
zijne groote gelijkenis op (M. Aurelius Antoninus) Caracalla, kwam
Iulia Maesa op het denkbeeld, den schoonen, doch onbeteekenenden
knaap, die slechts 14 jaar oud was, voor een zoon van Caracalla te doen
doorgaan. Zóó werd hij onder den naam M. Aurelius Antoninus tot keizer
uitgeroepen (218-222). Hij beging als keizer allerlei laffe dwaasheden,
stelde o. a. een senaat voor vrouwen in, onder wiens bestuur de modes
zouden geregeld worden, en gaf zich onbeteugeld aan uitspattingen
en wellust over, terwijl hij zich overigens geheel door zijne moeder
Soaemis liet beheerschen. Hij had zijn neef, den edelen Alex. Severus,
tot mederegent aangenomen (221); toen hij echter dezen naar het leven
stond, werd hijzelf met zijne moeder door de soldaten omgebracht.