Eurotas, Eurotas, hoofdriv. van Laconica, waaraan Sparta lag. In zijn

bovenloop stroomt de Eurotas onder den grond door. De oevers waren

dicht bezet met riet en biezen, waaruit de spartaansche jongens zich

hun legerstede bereidden.

Eurus, Euros, oorspronkelijk de Oostenwind, later de Zuidoostenwind,

zie Windstreken.

Euryale, Euryale, 1) eene van de Gorgonen.--2) dochter van Minos,

moeder van Orion.--3) koningin der Amazonen, die Aeetes tegen de

Argonauten te hulp kwam.

Euryalus, Euryalos, 1) zoon van Mecisteus, een der Epigonen, Argonaut

en makker van Diomedes voor Troje.--2) een van de tochtgenooten van

Aeneas, beroemd door zijne vriendschap voor zijn makker Nisus, z.a.

Euryanax, Euryanax, zoon van Dorieus, een van de aanvoerders der

Spartanen bij Plataeae.

Eurybates, Eurybates, 1) heraut van Agamemnon.--2) heraut van Odysseus.

Eurybatus, Eurybatos, 1) van Ephesus, werd door Croesus naar de

Peloponnesus gezonden om troepen te werven, maar liep tot Cyrus over

en verried hem het plan van Croesus. Zijn naam werd spreekwoordelijk

voor een verrader gebruikt.--2) Lacedaemoniër, de eerste overwinnaar in

den worstelstrijd te Olympia (708).--3) bevelhebber der corcyraeische

vloot in den slag tegen de Corinthiërs bij Sybota (432).

Eurybiades, Eurybiades, Spartaan, opperbevelhebber der grieksche vloot

in den oorlog tegen Xerxes. Hoewel hij weinig uitrichtte, kenden de

Spartanen hem na den slag bij Salamis den prijs der dapperheid toe.

Euryclea, Eurykleia, dochter van Ops, slavin van Laërtes, voedster

van Odysseus, de eerste die hem bij zijne terugkomst herkende.

Eurydice, Eurydike, 1) Dryade, gehuwd met Orpheus (z. a.). Voor

Aristaeus, die haar met zijne liefde vervolgde, vluchtend, trapte

zij bij ongeluk op een vergiftige slang, die haar een doodelijke wond

toebracht.--2) of Aganippe, dochter van Lacedaemon, bij Acrisius moeder

van Danaë.--3) dochter van Adrastus, bij Ilus moeder van Laomedon.--4)

of Henioche, gemalin van Creon no. 2, hing zich op bij het vernemen van

den zelfmoord van haar zoon Haemon.--5) gemalin van Lycurgus, moeder

van Archemorus.--6) dochter van Clymenus, gemalin van Nestor.--7)

z. Arrhidaeus.

Euryganea, Euryganeia, z. Oedipus.

Eurylochus, Eurylochos, tochtgenoot van Odysseus, die door zijne

voorzichtigheid aan de tooverkunsten van Circe ontsnapte. Op het

eiland Thrinacia gaf hij den raad de runderen van den zonnegod te

dooden, daarvoor werd hij door Zeus met den bliksem getroffen.

Eurymachus, Eurymachos, 1) een van de minnaars van Hippodamea, door

Oenomaüs gedood.--2) een van de minnaars van Penelope, door Odysseus

gedood.--3) aanzienlijk Thebaan, werd bij de overrompeling van Plataeae

in het begin van den peloponnesischen oorlog gedood.

Eurymedon, Eurymedon, 1) koning der Giganten.--2) wagenmenner van

Agamemnon, te gelijk met zijn heer door Aegisthus gedood.--3) atheensch

veldheer, ging in 427 en 425 naar Corcyra om de democratische partij

te ondersteunen, en werd in 425 en wederom in 415 met eene vloot naar

Sicilië gezonden; in 413 sneuvelde hij voor Syracuse.

Eurymedon, Eurymedon, riv. in Pamphylia, waarbij de Athener Cimon in

466 de Perzen te land en ter zee versloeg.

Eurynome, Eurynome, 1) Oceanide, bij Zeus moeder der Chariten.--2)

huishoudster bij Odysseus.--3) moeder van Adrastus.--4) moeder van

Agenor.--5) bijnaam van Artemis in Arcadië.

Euryphron, Euryphron, van Cnidus, beroemd geneesheer, oudere tijdgenoot

van Hippocrates.

Eurypon, Eurypon, kleinzoon van Procles, derde koning van Sparta

uit het geslacht der Procliden, die naar hem dikwijls Eurypontiden

(Eurypontidai) genoemd worden.

Eurypylus, Eurypylos, 1) zoon van Euaemon, koning in Thessalië, een

der voornaamste helden voor Troje. Bij het verdeelen van den buit na

de inneming der stad viel hem eene kist ten deel, waarin een beeld

van Dionysus was, door Hephaestus gemaakt en aan Dardanus geschonken,

maar toen hij de kist opende, werd hij plotseling waanzinnig. Het

delphische orakel beval, dat hij, om genezing te vinden, de kist ergens

moest wijden waar ongewone offers gebracht werden; deze plaats vond

hij te Aroë in Achaia, waar men aan Artemis jaarlijks twee menschen

offerde. Na de komst van Eur. werden de menschenoffers afgeschaft,

en de dienst van Dionysus-Aesymnetes ingesteld.--2) zoon van Poseidon

en Celaeno, ging van Thessalië naar Libye, en regeerde in de omstreken

van Cyrene.--3) zoon van Poseidon en Astypalaea, koning van Cos.--4)

zoon van Telephus en Astyoche, bondgenoot der Trojanen, werd na vele

dappere daden door Neoptolemus gedood.--5) zoon van Thestius, werd

met zijne broeders door hun neef Meleager op de calydonische jacht

gedood, wegens eene beleediging, aan Atalante aangedaan.

Eurysaces, Eurysakes, zoon van Aiax no. 2 en Tecmessa, werd met zijn

vader te Athene als heros vereerd.

Eurysthenes, Eurysthenes, zoon van Aristodemus no. 1, regeerde met

zijn broeder Procles over Lacedaemon, hij was de stamvader van het

koninklijke geslacht der Eurystheniden Eurysthenidai.

Eurystheus, Eurystheus, zoon van Sthenelus en Nicippe, koning van

Mycenae, z. Heracles en Heracliden.

Eurytion, Eurytion, 1) Centaur, die naar de hand van de dochter

van Dexamenus, koning van Olenus, dong, en door Heracles, die haar

eveneens beminde, gedood werd. Hij wordt ook genoemd als degene, die

Hippodamea wilde schaken, en aanleiding gaf tot den strijd tusschen

Centauren en Lapithen.--2) zoon of kleinzoon van Actor, een van de

Argonauten, z. Peleus.--3) zoon van Ares en Erythia, bewaker der

kudden van Geryones.--5) zoon van Lycaon, bekwaam boogschutter,

tochtgenoot van Aeneas.

Eurytis, Iole, dochter van Eurytus.

Eurytus, Eurytos, 1) of Erytus, zoon van Hennes en Antianira,

Argonaut.--2) zoon van Melaneus, koning van Oechalia. Hij had zijne

dochter Iole beloofd aan hem, die zijne zonen in het schieten met

den boog zou overtreffen. Toen Heracles den prijs echter gewonnen

had, hield hij zijn woord niet, daarom doodde Heracles hem en zijne

zonen.--3) een van de Molioniden.--4) = Eurytion no. 2.--5) een van

de Giganten, bij de gigantomachie door Dionysus verslagen.

Eusebia of -bea, Eusebeia = Caesarea ad Argaeum.

Eusebius, Eusebios, van 313 tot 340 n. C. bisschop van Caesarea in

Palestina, niet te verwarren met zijn naam- en tijdgenoot, den bisschop

van Emesa in Phoenice. Eusebius van Caesarea, waar hij tusschen

260 en 264 geboren was, kan de vader der kerkgeschiedenis worden

genoemd. Onder zijne werken zijn beroemd de ekklesiastike historia en

het zoogenaamde Chronicon Eusebii, eene latijnsche omgewerkte vertaling

zijner pantodape historia, eene synchronistische geschiedenis tot

324 n. C., door Hieronymus (331-420), een der kerkvaders, bewerkt en

voortgezet tot 378.

Eustathius, Eustathios, Cappadociër, wijsgeer der nieuw-platonische

school, leerling van Iamblichus, in 358 n. C. gezant van keizer

Constantius bij den perzischen koning Sapores.

Euterpe, Euterpe, Muze der lyrische poëzie, afgebeeld met de dubbele

fluit in de handen.

Euthycrates, Euthykrates, Olynthiër, die zich liet omkoopen om zijne

vaderstad aan Philippus van Macedonië te verraden (348).

Euthydemus, Euthydemos, 1) atheensch veldheer in den peloponnesischen

oorlog met Nicias eenigen tijd aanvoerder der Atheners voor

Syracuse.--2) van Chius, leerde als sophist te Thurii en Athene;

naar hem is een van de werken van Plato genoemd.--3) broeder van

Lysias.--4) zoon van Diocles, leerling van Socrates.

Euthymus, Euthymos, beroemd vuistvechter van Locri in Italië ten

tijde van de perzische oorlogen; men verhaalde, dat hij zonder te

sterven van de aarde verdwenen was.

Euthynai, rekening en verantwoording, die ieder atheensch

overheidspersoon binnen een bepaalden tijd na zijn aftreden bij

de logisten moest afleggen; bij deze gelegenheid konde ieder burger

klachten tegen den afgetredene inbrengen over de wijze, waarop hij zijn

ambt had waargenomen. Bevonden de logisten, dat hij zich aan misbruik

van macht, verraad, verduistering of dgl. had schuldig gemaakt,

dan brachten zij hem na voorloopig onderzoek voor den rechtbank der

heliasten, ook in het tegenovergestelde geval werden zij voor de

rechtbank gebracht om van alle verdere verantwoordelijkheid ontslagen

te woorden (episemainesthai).

Euthynoi, te Athene 10 personen, een uit elke phyle, die den logisten

ter zijde stonden bij het nazien van de euthynai.

Eutropius, 1) geheimschrijver van keizer Valens en schrijver van een

Breviarium of beknopt overzicht der geschiedenis van het rom. rijk

van de stichting van Rome tot op den dood van keizer Jovianus 369

n. C. Het laatste gedeelte is het belangrijkste, omdat de schrijver

daar zijn eigen tijd beschrijft. In 380 is het door Paeanius in het

Grieksch vertaald. Het is zeer spoedig een schoolboek geworden en in

de M. E. geregeld als zoodanig gebruikt.--2) gesnedene, gunsteling

van keizer Arcadius, die zich in de plaats van den minister Rufinus

wist te dringen (395 n. C.) en de belangen van het rijk aan zijne

hartstochten opofferde. In 399 viel hij zelf in ongenade bij de

keizerin Eudoxia. Hij werd verbannen, doch weder door Arcadius

teruggeroepen, maar te Chalcedon door zijne vijanden vermoord.

Eventus, Bonus Eventus, god van het gedijen der veldvruchten, over

het algemeen een god die eene begonnen onderneming tot een goed

einde leidt. Zijn beeld stond op het Capitolium, zijn tempel op den

Campus Martius.

Evictio, eisch tot ontruiming van een eigendom, dat buiten weten van

den eigenaar in vreemde handen is.

Evocati zijn soldaten, die uit den dienst ontslagen en dikwijls met

landerijen begiftigd werden onder voorwaarde, dat zij, opgeroepen

wordende (nominatim evocare), zich op nieuw onder de vanen van hun

vorigen veldheer zouden scharen. Zij kwamen dan weder in dienst

met den rang van centurio. Ook een corps uitgelezen jongelui uit

den ridderstand, die door keizer Galba voor eigen bewaking waren

aangeworven.

Exangelos, op het grieksche tooneel een bode, die eene gebeurtenis

mededeelt, welke binnenshuis heeft plaats gehad.

Exaireseos dike = aphaireseos dike.

Exampaeus, Exampaios, zijtakje van den Hypanis (Bug), dat het water van

den Hypanis bitter of zout maakte. In werkelijkheid is het zoutgehalte

van het water van den Hypanis een gevolg van het indringen van het

zeewater in den mond der rivier.--Ook een plaats ten O. van den

Hypanis, ook Hirai hodoi geheeten.

Excubiae, wachtposten bij dag; (vigiliae, bij nacht). Onder de keizers

de wacht bij het paleis.

Execias, Exekias, beroemd Attisch schilder van zwart-figurige vazen

uit het midden van de 6de eeuw.

Exedra, exedra, receptie- en conversatiezaal in aanzienlijke huizen,

dikwijls met een halfrond uitgebouwd. Ook in de gymnasia der Grieken

en de badhuizen der Romeinen vond men dikwijls dergelijke zalen. De

grieksche wijsgeeren gaven er somtijds hunne lessen; de hoorders

plaatsten zich langs den kant van het halfrond, de spreker in het

midden.

Exiteria, offer, door de leden van den raad bij het nederleggen hunner

betrekking gebracht. Z. eisiteria.

Exodium, exodion, kluchtig tooneelstukje, bij de Rom. na ernstige

stukken opgevoerd; gewoonlijk werd daarvoor eene fabula Atellana

gebruikt. Zie ook Mimus.

Exomis, exomis, grieksche tunica, hetzij geheel zonder mouwen, hetzij

alleen met een linkermouw. Misschien bleef hierdoor ook een gedeelte

van de borst onbedekt.

Exomossia, 1) beëedigde opgave van redenen, waarom men een ambt of

eene liturgie niet kan op zich nemen.--2) beëedigde verklaring dat

men niets weet van eene zaak, waarin men als getuige is opgeroepen.

Exostra, exostra, 1) eene machine, op het tooneel gebruikt tot

hetzelfde doel als het ekkyklema, v.s. een soort balcon aan het huis

of paleis, dat zich op den achtergrond bevond.--2) een brug, die uit

een belegeringstoren naar buiten geschoven werd om op den muur der

belegerde stad te komen.

Exoules dike, aanklacht tegen iemand, die een ander met geweld uit

zijne bezittingen verdrijft, of hem verhindert iets in bezit te nemen,

dat hem bij rechterlijk vonnis is toegewezen. Werd de aangeklaagde

veroordeeld, dan moest hij den staat eene boete betalen, gelijk aan

dat wat hij den aanklager schuldig was.

Extispicium. Bij het offeren van eenig dier was het voor de divinatio

van groot belang, hoe de ingewanden lagen en er uitzagen. Vooral

de lever speelde hierbij een belangrijke rol. De lever had eene

pars familiaris, waaruit de offeraar de toekomst opmaakte voor

zich en zijn volk, en eene pars hostilis. Na het eerste onderzoek

werden de ingewanden in een pot gekookt en ook onder het koken

nauwlettend gadegeslagen. Deze kunst verstonden de rom. priesters in

het algemeen ook wel, doch in zeer ernstige gevallen worden extispices

of haruspices ontboden uit Etruria, waar de leer der ingewandzienerij

tot den hoogsten trap was opgevoerd, evenals de bliksemleer. Keizer

Claudius stelde een collegie van romeinsche haruspices in, dat echter

nooit tot aanzien kwam.

F.

F, zie fasti (dies).

Fabaria, zie Burchana.

Fabariae (Kalendae), z. Carna.

Fabaris = Farfar (Farfarus).

Fabianus Fornix, een boog over de Sacra via te Rome, op de plaats waar

die op het Forum uitkwam, opgericht door Q. Fabius Maximus Allobrogicus

(Fabii no. 20), en hersteld door zijn kleinzoon (Fabii no. 22).

Fabianus Papyrius, rom. wijsgeer ten tijde van Augustus en Tiberius,

een man van groote welsprekendheid en reinen levenswandel. Zijne

geschriften over wijsbegeerte en natuurlijke historie zijn verloren.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 60 / 150 段