ruiterij, celeres genaamd naar het gr. woord keletes, wordt reeds
onder de regeering van Romulus vermeld. Ze stonden onder een
tribunus celerum, v. s. onder 3 tribuni celerum. Onder de koningen
klom het getal equites tot 1800, in 18 centuriae verdeeld. Zes dezer
centuriën droegen den naam van sex suffragia. Vermoedelijk zijn dit
de drie dubbelcenturiën van Tarquinius Priscus: Ramnes, Tities,
Luceres priores en posteriores. De overige heeten XII centuriae
equitum. Na de verdrijving der koningen bleef het getal op 1800,
zij werden genomen uit rijke burgers der eerste klasse. Wanneer een
bepaalde census voor de equites is vastgesteld, weten we niet, maar
later bedraagt die 400.000 sestertiën van 2 1/2 as = f 40.000. Bij
de lex Roscia theatralis van 67 werd deze census hernieuwd, en
ook in den keizertijd is dit zoo gebleven. De ruiters ontvingen
van den staat geld (aes equestre z. a.) voor het aankoopen van een
paard, equus publicus, en tot onderhoud een zeker havergeld, aes
hordearium (z. a.). Wanneer de census gehouden werd, werden ook de
equites gemonsterd, recognitio. Hun paard aan den teugel leidende,
traden zij ieder op hunne beurt voor de censoren, en hoorden daar
de woorden traduc equum of vende equum. Het laatste was een teeken,
dat men van de lijsten der equites was geschrapt, hetzij wegens niet
voldoende onderhoud van zijn paard, hetzij de censors om eene andere
reden eene openbare bestraffing wilden toepassen. In 403 tijdens den
laatsten oorlog met Veii meldden zich een aantal jongelieden aan om
als vrijwillige equites op eigen kosten te dienen. Zóó had men toen
equites equo publico en equo privato. De laatsten stemden echter niet
in de riddercenturiën mede. Het geheele aantal equites bedroeg in 225:
22100. Oorspronkelijk waren de equites bestemd voor den ruiterdienst
te velde en hiervoor werden bij elk legioen 300 ruiters gevoegd, doch
deze dienst geraakte allengs in minachting, omdat het zwaartepunt der
rom. krijgsmacht in het voetvolk gelegen was. De Rom. bezigden liever
als ruiterij troepen van de bondgenooten in de provinciën, die veel
beter waren, en de equites Romani, niet langer als ruiterkorps dienst
doende, werden meer een bevoorrechte klasse van burgers, waaruit men
bij voorkeur hoofdofficieren, ordonnansen en den staf des veldheers
koos. De hoogere officiersrangen, die van tribuni militum en praefecti,
worden uitsluitend door equites bekleed, terwijl de hoogste rang,
die een pedes bereiken kan, die van primipilus is. Van ruiterbende
werden zij ridderkorps. In 123 stelde C. Gracchus als volkstribuun door
zijne lex Sempronia iudiciaria vast, dat de indices niet langer uit den
senaat zouden genomen worden, maar uit hen, die den riddercensus hadden
(zie iudex), en daar deze nu allen op ééne lijst moesten gebracht
worden, ook al behoorden zij niet tot de 1800, ontstond toen een
ridderstand, ordo equester. Kreeg een ridder toegang tot den senaat,
dan kon hij van den ridderstand niet langer deel uitmaken. Onder de
ridders vond men de eigenaars der groote handelshuizen (een senator of
senatorszoon mocht geen handel drijven, zie lex Claudia), de bankiers,
de belastingpachters of publicani. Zij vormden de geldaristocratie, die
dikwerf vijandig tegenover den senatorenstand stond. Met de senatoren
hadden de ridders den gouden ring gemeen (ius anuli); zij droegen de
tunica angusticlavia, met smallen purperstreep (zie clavus), en in
dienst of bij plechtige optochten de trabea, een mantel met purperen
strepen. Ook hadden zij bevoorrechte plaatsen in het theatrum, zie
Roscia (lex) theatralis. Omtrent het stemrecht der equites in de
com. centuriata zie men praerogativa. In den keizertijd worden vele
keizerlijke ambten, o. a. de praefectura Aegypti, en het bestuur van
vele kleine provincies en van de finantiën uitsluitend aan equites
opgedragen, met de titels praefecti en procuratores.
Equites illustres. Augustus schiep in den ridderstand een bepaalde
klasse van ridders, de eq. equo publico of eq. illustres, ook wel
eq. dignitate senatoria geheeten, die den senatorencensus van 1.000.000
sestertiën hadden, en waaruit de keizer de meeste zijner officieren
en hooge ambtenaren koos.
Equites singulares, in de 2de en 3de eeuw n. C. een regiment garde
kavallerie van de romeinsche keizers, meest bestaande uit vreemdelingen
(Germanen, vooral Batavi).
Equuleus, het folterpaard, een martelwerktuig, waarvan wij den
vorm niet kennen. De persoon, die gefolterd moest worden, werd er
op vastgebonden en dan uiteengerekt. Het werd niet voor burgers,
maar voor slaven gebezigd. Ook in de acta martyrum wordt het vaak
vermeld. Ook bij gerechtelijke verhooren werden slaven, die getuigenis
moesten afleggen, op een dergelijk folterwerktuig geplaatst.
Equus Tuticus of Aequum Tuticum, een stadje der Hirpini in Samnium
ten O. van Beneventum.
Er, Er, Pamphyliër, die in een slag gedood werd, tien dagen liggen
bleef en daarna op den brandstapel herleefde en verhaalde, wat hij
in de onderwereld gezien had.
Erae, Erai, kleine sterke havenstad op de aziatisch-ionische kust,
ten Z.O. van Erythrae, in het gebied van Teos.
Erana, Erana, hoofdvesting der Eleutherocilices op den berg Amanus. Ook
eene stad in Messenia, aan de W.-kust even ten N. van het eilandje
Prote.
Eranos, een in het grieksche recht veel voorkomend gebruik tot het
gezamenlijk uitleenen van gelden, zonder daarvoor rente te vorderen. Om
iemand geldelijk te steunen voor het doen van zaken of voor het
loskoopen van een krijgsgevangene, of ook alleen om gelden te beleggen,
geven een zeker aantal personen, ieder voor zich een zelfde geldsom
aan den voorzitter, archeranos of eranarches, handen, die deze geheele
som den vrager van den eranos ter hand stelt, onder de conditie, dat
deze de som in termijnen afbetaalt. De er. wordt genoemd òf naar de
grootte van ieders bijdrage, b.v. er. pentakosiodrachmos, òf naar de
grootte van de heele som b.v. er. eikosimnaios, tettarakontamnaios. De
rechten van de deelnemers, en de verplichting tot terugbetaling
van den ontvanger zijn voor overdraging vatbaar, en kunnen ook in
rechte gehandhaafd worden. Andere er., vooral in lateren tijd,
dienden om voor ééns, of geregeld op gemeenschappelijke kosten
feestvergaderingen te houden, of vereenigingen in stand te houden,
zooals er in de hellenistische wereld onder allerlei vormen voorkomen.
Erasinides, Erasinides, 1) atheensch veldheer, een van de overwinnaars
bij de Arginusen, die later ter dood veroordeeld werden.--2)
corinthisch veldheer, die den Syracusanen te hulp kwam, toen zij in
den peloponnesischen oorlog door de Atheners aangevallen waren (414).
Erasinus, Erasinos, 1) de eenige rivier van Argolis, die in den
zomer niet droog is; hij mondt na een zeer korten loop dicht bij de
plaats, waar de Inachus in het zand verloopt.--2) beek in Attica,
bij Brauron mondend.
Erasistratus, Erasistratos, 1) van Iulis, kleinzoon van Aristoteles,
beroemd heel- en ontleedkundige in de 3de eeuw, stichter eener
geneeskundige school. Hij woonde te Alexandria.--2) Athener, een van
de zoog. 30 tyrannen.
Erato, Erato, muze van het minnedicht en de mimiek, wordt afgebeeld
met eene lier in de hand, soms in gezelschap van Eros.
Eratosthenes, Eratosthenes, 1) een van de zoog. 30 tyrannen te Athene,
voorstander van de meer gematigde politiek van Theramenes, later door
Lysias aangeklaagd wegens den moord van diens broeder Polemarchus.--2)
van Cyrene, geb. 275, in Alexandrië onderwezen, leefde eenigen tijd
te Athene, en werd in 235 hoofd der alexandrijnsche bibliotheek,
welke betrekking hij bekleedde totdat hij, ruim 80 jaar oud, zich van
het leven beroofde, daar hij vreesde blind te worden (194). Behalve
zijne gedichten liet hij een groot aantal werken na over wiskunde,
wijsbegeerte, geschiedenis en chronologie, taal- en letterkunde,
alsmede zijn voornaamste werk: Geographika of Geographoumena in
drie boeken, welk werk de grondslag werd van eene wetenschappelijke
behandeling der aardrijkskunde, en door lateren zeer dikwijls gebruikt
werd. Van al deze werken is bijna niets bewaard gebleven.
Erchomenus, Erchomenos, oude naam voor: Orchomenus, z. a.
Ercte, Eirkte of Heirkte, bergvesting in N.W. Sicilia. Hai Heirktai,
vlek in Argolis dicht bij Nauplia.
Erechtheis, Erechtheis, een van de 10 phylae, waarin de bevolking
van Attica door Clisthenes verdeeld werd.
Erechtheum, Erechtheion, de plaats op de atheensche acropolis, waar
de tempels van Poseidon Erechtheus en van Athena Polias stonden, met
de zoutbron en den heiligen olijfboom, die uit den strijd tusschen
Poseidon en Athena over de naamgeving der stad was ontstaan. Zie
Athenae.
Erechtheus, Erechtheus, 1) zoon van Hephaestus en Gaea of Atthis,
opgevoed door Athena (z. Agraulus). Hij verdreef Amphictyon en werd
koning van Attica, stelde den eeredienst van Athena en de Panathenaea
in, en was rechter in den twist tusschen Athena en Poseidon over het
bezit van Attica; hij was de eerste die een vierspan gebruikte en werd
daarom als Voerman onder de sterren geplaatst. Er. was een zeer oud
attisch heros, die in het Erechtheum gemeenschappelijk met Athena
en Poseidon vereerd werd.--2) kleinzoon van den vorigen, zoon van
Pandion, koning van Athene. In den oorlog tegen de Eleusiniërs werd
hem de overwinning voorspeld, mits hij eene van zijne vier dochters
doodde; toen hij nu de jongste opofferde, beroofden zich ook hare drie
zusters van het leven, daar zij gezworen hadden met elkander te zullen
sterven. Er. versloeg in den strijd Eumolpus, die de Eleusiniërs hielp,
maar werd op verzoek van diens vader Poseidon door Zeus met den bliksem
gedood.--V. s. is deze Er. oorspronkelijk dezelfde als de vorige.
Erembi, Eremboi, onbekende volksstam, ergens in het oostelijk gedeelte
van het gebied der middellandsche zee wonende, v. s. verwant met de
Arabieren, v. a. = Aramaei.
Eremos dike, proces, waarin wegens het wegblijven van een der
partijen bij verstek vonnis wordt uitgesproken. De veroordeelde kon
vernietiging van zulk een vonnis vragen (antilachein ten eremon),
wanneer hij meende te kunnen bewijzen, dat er redenen geweest waren
om de behandeling der zaak uit te stellen.
Eresus, Eresos, stad op de Z.-W. kust van het eiland Lesbus,
geboorteplaats van de dichteres Sappho en van den wijsgeer Theophrastus
(± 300).
Eretria, Eretria, voorname havenstad op Euboea aan den Euripus,
waarschijnlijk gesticht door de Abantes, later een atheensche
kolonie, die zelve verscheidene volkplantingen naar de macedonische
kust uitzond en in de 7de eeuw een groot gebied (Andrus, Tenus,
Ceüs, Oropus) beheerschte. Omtrent haar strijd met Chalcis, zie
Chalcis. Met Athenae had het den opstand der Ioniërs in Azië tegen
Darius I ondersteund. Daarom werd het in 490 door Datis en Artaphernes
verwoest, terwijl de bewoners geboeid naar Perzië (Ardericca nabij
Susa) werden gezonden. De stad werd terstond weder bevolkt en neemt
deel aan den Perzischen oorlog.--Ook een stadje in het N. van het
thessalische landschap Phthiotis.
Eretri(a)ci, Eretriakoi, wijsgeeren uit de school van Menedemus, wiens
leerstellingen waarschijnlijk grootendeels met die der megarische
school overeenkwamen.
Eretum, Ereton, oude sabijnsche stad aan den Tiber.
Ereuthalion, Ereuthalion, erfde van zijn vriend Lycurgus de knots
van Areïthoüs (z. a.). Daarop vertrouwende, daagde hij alle helden
ten strijde uit, tot hij door Nestor gedood werd.
Ergades = Argades.
Ergane, Ergane, bijnaam van Athena (z. a.).
Ergastulum, slavengevangenis op de uitgestrekte landgoederen der
rom. grondeigenaars.
Erginus, Erginos, 1) zoon van Clymenus no. 2, koning van Orchomenus in
Boeotië. Om den dood van zijn vader te wreken, deed hij den Thebanen
den oorlog aan, overwon hen en legde hun een jaarlijksche schatting
op. Twintig jaar later vond Heracles te Thebe de gezanten van Erg.,
die gekomen waren om de verschuldigde schatting te halen; hij sneed
hun neus en ooren af en zond hen zoo terug. In den oorlog, die hierop
volgde, werd Erg. door Heracles gedood.--V. a. werd hij gedwongen
de reeds betaalde schatting dubbel terug te geven, waardoor zijn
land tot groote armoede verviel, en hij er eerst op hoogen leeftijd
de vroegere welvaart hersteld zag. Hij was de vader van Agamedes en
Trophonius.--2) zoon van Poseidon, helper en opvolger van Tiphys als
stuurman der Argonauten, beroemd door zijn snelheid in het loopen.
Erianthus, -thes, Erianthos, -anthes, vertegenwoordiger van Thebe
bij de vergadering, waarin na afloop van den peloponnesischen oorlog
over de vredesvoorwaarden beraadslaagd werd; op zijn voorstel stemden
Thebanen, Corinthiërs e. a. voor de geheele vernietiging van Athene.
E(e)riboea, 1) Eeriboia, stiefmoeder der Aloaden (z. a.).--2) Eriboia,
z. Periboea no. 5.
Erichthonius, Erichthonios, 1) = Erechtheus.--2) zoon en opvolger van
Dardanus, vader van Tros, beroemd om zijn rijkdom, vooral om zijne
drieduizend buitengewoon schoone merries.
Ericinium, stad in Thessalia bij Gomphi.
Eridanus, Eridanos, 1) mythische stroom, zoon van Oceanus en
Tethys. Herodotus vermeldt hem als eene rivier, die zich in
de noordelijke zee ontlast, en aan wier oevers barnsteen wordt
gevonden. Daar nu over Hadria (Adria), dat bij de monden van den Po
ligt, het uit het Noorden komende barnsteen werd uitgevoerd, hebben
latere schrijvers den Eridanus vereenzelvigd met den Padus.--2) beek
die ten O. van Athenae aan den voet van den Lycabettus ontspringt,
en door het N. van Athenae stroomend, in den Ilisus valt.
Erigon, Erigon, rivier in Macedonia, zijtak van den Axius.
Erigone, Erigone, 1) dochter van Icarius (z. a.), bij Dionysus, die
door haar vader gastvrij ontvangen werd, moeder van Staphylus. Ter
herinnering aan haar dood vierde men jaarlijks het feest Aiora of
Eora, waarbij men poppen aan boomen hing en ze zoo liet heen en
weer schommelen.--2) dochter van Aegisthus en Clytaemnestra, door
Orestes te gelijk met haar moeder gedood. V. a. hing zij zich op,
toen zij de vrijspraak van Orestes vernam, of werd zij zijne slavin,
of nam Artemis haar tot priesteres.
Erineüs, Erineos, eene der vier steden van Doris.
Erinna, Erinna, beroemde grieksche lyrische dichteres uit de 4de eeuw,
van wier leven niets zekers bekend is. Er zijn nog een paar epigrammen
van haar over.
Erin(n)yes, Erin(n)yes, wraakgodinnen, die bij ieder vergrijp tegen de
heilige plichten tegenover bloedverwanten, gastvrienden, smeekelingen,
enz., uit hunne woning in den Erebus naar de aarde oprijzen en den
misdadiger met haar verschrikkelijk gezang vervolgen en tot waanzin
drijven, zoodat hij nergens rust kan vinden. Zelfs de dood kan hare
vervolgingen niet doen eindigen; heeft de misdadiger zich echter
van zijne schuld gereinigd, dan worden zij welwillende godheden,
Eumenides, onder welken naam zij sedert de vrijspraak van Orestes op
sommige plaatsen vereerd werden.--Homerus spreekt soms slechts van ééne
Erinnys, gewoonlijk werden zij echter als drie zusters voorgesteld:
Alecto, Tisiphone en Megaera, dochters van Gaea, ontstaan uit het
bloed, vergoten bij de verminking van Uranus; in een treurspel van
Aeschylus vormen zij het koor en zijn zij dus in grooter aantal
aanwezig, zij worden daar voorgesteld als afgrijselijke oude vrouwen
in het zwart gekleed en met bloedrooden gordel, de beeldende kunst
maakte echter van haar gevleugelde jonkvrouwen met slangen en fakkels
in de handen. Men offerde aan de Er. zwarte schapen en plengoffers
zonder wijn.--De Rom. noemden deze godinnen Furiae of Dirae deae.
Eriphyle, Eriphyle, z. Amphiaraus en Alcmaeon.
Eris, Eris, godin der tweedracht, zuster van Ares en zijne gezellin
in den strijd, maar ook godin van den heilzamen wedijver.--Bij de
Romeinen heet zij Discordia en behoort zij in het gevolg van Bellona.
Eristici, Eristikoi, wijsgeeren uit de school van Euclides no. 3
(z. a.).
Eros, Eros, de god der liefde, volgens sommige dichters de oudste
der goden, die de stof bezielt met eene neiging tot vereeniging
en daardoor eigenlijk voor den schepper der wereld gehouden moet
worden. Gewoonlijk wordt hij echter meer beschouwd als de god der
liefde tusschen menschen, in die hoedanigheid geeft men hem tot vader
Zeus, Ares, Hermes, Hephaestus e. a., tot moeder Artemis, Iris, maar
meestal Aphrodite. Hij komt dan ook het meest voor in gezelschap
van deze en is het werktuig, waardoor zij den menschen hare macht
laat gevoelen; dikwijls volgt hij echter ook zijn eigen luimen en
verschoont dan zelfs zijn eigen moeder niet. Dartel en niets ontziende
treft hij goden en menschen met zijne pijlen, van welke de scherpe
liefde verwekken, de stompe juist voor liefde ongevoelig maken. Ook
de liefde en vriendschap tusschen mannen en jongelingen wordt door
hem beschermd, daarom is hem bijv. de heilige schaar der Thebanen
gewijd, en vereerden de Atheners hem als den god, die door Harmodius
en Aristogiton de bevrijding hunner stad bewerkt had. De roos en de
duif zijn hem gewijd.--Hij wordt afgebeeld als een schoone knaap,
later als een bevallig, meest gevleugeld kind, met boog, pijlen en
fakkel. Dikwijls wordt hij vergezeld door de Chariten, Muzen e. dgl.,
soms ook door met hem gelijksoortige wezens, die men Erotes noemt en
waarvan sommige een afzonderlijken naam dragen, als Pothos, Himeros,
enz.--De Romeinen geven hem den naam Amor of Cupido.--Zie ook Psyche.
Erotia, Erotia, Erotidia, feest om de vier jaar door de Thespiërs ter
eere van Eros als scheppend god gevierd; er bevond zich daar een ruwe
steen, die voor het oudste beeld van den god gehouden werd.
Erotianus, Erotianos, grieksch geneeskundige en taalgeleerde ten
tijde van Nero, schrijver van een woordenboek op Hippocrates.
Errhephoria = Arrhephoria.
Erucii, een plebejische familie.
Eruli = Heruli.
Erulus = Herilus.
Erycina, Erykine, bijnaam van Aphrodite naar den berg Eryx.
Erymanthus, Erymanthos, berg en rivier in Arcadia. De berg lag in het
N., de rivier, die er op ontsprong, stortte zich in den Alpheus. Op
den berg behooren de mythen te huis van Heracles en het erymanthische
zwijn en van Callisto, welke laatste dichterlijk ook Erymanthis ursa
wordt genoemd.
Erysichthon, Erysichthon, 1) zoon van Cecrops, die, van eene reis
naar Delus terugkeerend, nog bij het leven van zijn vader stierf.--2)
zoon van Triopas, koning in Thessalië, die boomen in een aan Demeter
gewijd bosch velde, en door de godin met een onverzadelijken honger
gestraft werd, zoodat hij ten slotte zijn eigen handen en voeten opat
en van honger stierf.
Erythea, -ia, Erytheia, het land van het avondrood; later dacht
men zich dit als een eilandje in de golf van Gades (Cadix), van waar
Heracles de runderen van den reus Geryones wegvoerde; in werkelijkheid
ligt hier geen eiland van dien naam.
Erythrae, Erythrai, 1) stad in Boeotia, ten O. van Plataeae.--2)
belangrijke stad in aziatisch Ionia, waarschijnlijk oorspronkelijk
door Cretensers gesticht; later komen hier Ioniërs bij; de stad bleef
belangrijk tot in den keizertijd.--3) havenplaats van de ozolische
Locriërs, ten Z. van Eupalium.
Erythraeum mare, Erythra thalatta, mare rubrum, thans de Indische
Oceaan. In ruimeren zin werd er soms de Arabische en sedert den tocht
van Nearchus (z. a.) de Perzische golf bij gerekend.
Erytus, Erytos = Eurytus no. 1.
Eryx, Eryx, zoon van Poseidon of Butes no. 2 en Aphrodite Erycina. Hij
werd koning der Elymi en was een geducht vuistvechter. Toen Heracles
met de kudde van Geryones op Sicilië kwam, daagde Er. hem tot een
tweegevecht uit, waarin hij gedood werd.
Eryx, Eryx, berg en stad op de Westkust van Sicilia hij kaap
Drepanum. Op den berg lag een beroemde tempel van Aphrodite Erykine,
Venus Erycina. Hier heeft Hamilcar Barcas zich in den eersten punischen
oorlog drie jaar lang verschanst (244-241).
Eryximachus, Eryximachos, zoon van Acumenus, atheensch geneesheer
van naam, een van de woordvoerders bij het Symposium van Plato.
Esquiliae, de 5de regio van Rome onder de verdeeling van Augustus. Zij
omvatte de noordelijke helft van den mons Esquilinus, met het park
van Maecenas enz.
Esquilina, eene der vier plaatselijke tribus, waarin Servius Tullius
Rome verdeelde. De porta Esquilina voerde naar Tibur en Praeneste.
Esquilinus (mons), een der heuvels, waarop Rome was gebouwd, in het
O. der stad.
Essedarii, zwaardvechters, die op de wijze der Britten en Galliërs
op strijdwagens streden. Zulk een wagen, esseda of essedum, was
tweewielig en van voren open.
Esubii of Sesubii, gallisch volk in het tegenw. Normandië.
Eteobutadae, Eteoboutadai, familie te Athene, waaruit de priesters
van Athena gekozen werden, zij stamden af van Butus no. 1.
Eteocles, Eteokles, 1) zoon van Oedipus en Iocaste. Nadat hun vader
Thebe verlaten had, kwam hij met zijn broeder Polynices overeen
dat zij beurtelings zouden regeeren, maar toen de tijd gekomen was
om de regeering aan Polynices over te geven, weigerde hij dit te
doen. Polynices ging daarop naar Adrastus, die den zoog. tocht der
zeven vorsten ondernam om hem op den troon te herstellen; beide
broeders vielen in een tweegevecht.--2) koning van Orchomenus in
Boeotië, die den dienst der Charites invoerde.
Eteoclus, Eteoklos, zoon van den argivischen koning Iphis, een van
de zeven vorsten, die met Adrastus tegen Thebe optrokken.
Eteocretes, Eteokretes, oudste bewoners van Creta, door de grieksche
veroveraars teruggedrongen naar het oostelijk gedeelte van het eiland;
hun stad is Praesus.
Etesiai, sc. anemoi, de Grieksche passaatwinden, die in de maanden
Juni tot September uit het Noorden of Noordwesten waaien.
Etovissa, Etybesa, stad der Edetanen in het O. van Tarraconensis,
nabij de kust.