Epeus, Epeios, 1) zoon van Endymion, was overwinnaar in den wedloop,
dien hij op bevel van zijn vader te Olympia met zijne broeders hield,
en kreeg daardoor de regeering over Elis.--2) zoon van Panopeus,
van een van de Cycladen, een van de strijders tegen Troje, beteekende
weinig als krijgsman, maar was beroemd als vuistvechter en als maker
van het houten paard van Troje. In latere verhalen wordt hij als
verachtelijk laf voorgesteld; v. s. zou hij naar Italië gekomen zijn
en Pisa en Metapontum gesticht hebben.
Ephebos, jong mensch die den huwbaren leeftijd bereikt heeft, tusschen
knaap en man. Te Athene werden de knapen op hun 18de jaar epheboi,
na twee jaar (epi dietes hebesantes) dienstplicht als grenswacht
(peripoloi), werden zij op hun 20ste jaar meerderjarig, kregen zij
toegang tot de volksvergadering en traden zij in den geregelden
krijgsdienst. Het kenteeken der epheboi is kort geschoren haar,
terwijl kinderen en mannen het haar lang dragen.
Ephedros, degene die, bij een wedstrijd waarvoor zich een oneven aantal
mededingers hebben aangegeven, bij de loting geen tegenpartij gekregen
heeft, en dus afwacht totdat hij, door het afvallen der overwonnenen,
gelegenheid krijgt aan den strijd deel te nemen.
Ephesia, Ephesia, feest ter eere van Artemis te Ephesus in de maand
Artemision gevierd. Hieraan namen alle Ioniërs van Klein-Azië deel. Er
werden agones hippikoi, gymnikoi en moosikoi gehouden. In later tijd
was hieraan een nachtelijk feest verbonden, dat berucht was wegens
zijne onzedelijkheid en niet toegankelijk was voor getrouwde vrouwen.
Ephesiae literae, Ephesia grammata, onverstaanbare woorden, ingegrift
op het beeld der ephesische Artemis; deze woorden werden op metalen
plaatjes of steenen gegraveerd, die dan als amuletten groote waarde
hadden.
Ephesis, hooger beroep, van een vonnis der heliastenrechtbank was
alleen in geval van veroordeeling bij verstek geoorloofd; van een
scheidsrechterlijk vonnis (zie diaitetes) kon men bij de Helaea
apelleeren tegen storting van zekere som als parabolon.
Ephestris, omslagdoek of mantel, bij koud weder door mannen en
vrouwen gedragen.
Ephesus, Ephesos, na de tuchtiging van Miletus de voornaamste der
12 ionische bondssteden op de aziatische kust, aan den mond van
den Cayster. Volgens de mythe was de stad oorspronkelijk gesticht
door Amazonen. Het was in elk geval een vóór-Grieksche stad (met
de opgravingen zijn vele myceensche vondsten voor den dag gekomen),
door de Cariërs gesticht. In ongeveer 1100 hebben de Ioniërs onder
Androclus er bezit van genomen. De stad was beroemd door haren
Artemis-tempel, die voor een van de zeven wonderen doorging. Omtrent
den dienst van deze Artemis zie men Artemis aan het einde. In 356,
juist in den nacht van Alexanders geboorte, stak Herostratus, om
zijn naam te vereeuwigen, den tempel in brand; doch deze herrees
nog prachtiger dan te voren. Lysimachus vergrootte de stad in 268 en
legde een nieuwe haven aan, daar de oude dicht geslibd was door de
aanslibbingen van den Cayster; maar haar toppunt van bloei bereikte
zij onder de rom. keizers als hoofdstad der provincie. Ephesus dreef
voortdurend een levendigen handel en was de voornaamste stapelplaats
van Klein-Azië. De wijsgeer Heraclitus (± 510) was hier geboren.
Ephetai, een rechterlijk collegie te Athene, v. s. door Draco
ingesteld, v. a. veel ouder. De 51 epheten moeten meer dan 50 jaar oud
zijn; zij waren in 3 gerechtshoven verdeeld, en spraken recht over
moord in alle gevallen, die niet volgens de wet voor den Areopagus
moesten gebracht worden.
Ephialtes, Ephialtes, 1) een van de Aloaden, z. Aloadae. V. a. een
van de Giganten, door Heracles en Apollo van zijne oogen beroofd.--2)
een daemon, die als nachtmerrie de menschen kwelt.--3) een Thessaliër,
die bij de Thermopylae aan Xerxes een bergpas verried, waardoor hij
Leonidas in den rug konde vallen. Door de Amphictyonen vogelvrij
verklaard, werd hij later gedood.--4) Athener, vooral bekend door
zijne maatregelen tot inkrimping van de macht van den Areopagus. Bij de
voorbereiding van die maatregelen werd hij door Pericles ondersteund;
korten tijd nadat zijne voorstellen waren aangenomen (462), werd
hij vermoord. Zijne braafheid en belangeloosheid worden dikwijls
hoog geroemd.--5) atheensch demagoog, bestrijder der macedonische
partij. Toen Alex. na de verwoesting van Thebe zijne uitlevering
eischte (335), vluchtte hij naar Azië, en bij het beleg van
Halicarnassus sneuvelde hij.
Ephori, ephoroi, 1) vijf spartaansche overheden, wier bevoegdheden,
oorspronkelijk waarschijnlijk tot een of ander onderdeel van het
staatsbestuur beperkt, zich in den loop der tijden zoo uitbreidden,
dat zij de overige magistraten, ook de koningen, ter verantwoording
konden roepen en hun zelfs geldboeten konden opleggen; zijzelf
waren eerst bij het neerleggen van hun ambt aan hunne opvolgers
rekening en verantwoording schuldig. Zoo kregen zij van zelf ook
eene groote politieke macht, die eindelijk zoo ver ging, dat zij
het toezicht hadden op het naleven der wetten, op zeden en tucht,
dat zij volksvergaderingen bijeenriepen en er voorstellen deden,
dat zij beslisten over het al of niet toelaten van vreemde gezanten,
enz.--De ephoren bekleedden hun ambt een jaar; zij werden oudtijds
door de koningen benoemd, later door het volk verkozen. Het ephoraat
is v. s. reeds door Lycurgus, v. a. eerst door Theopompus ingesteld;
misschien heeft laatstgenoemde den ephoren bij de wet de groote macht
toegekend, die zij later bezaten, en waardoor zij als de aangewezen
vertegenwoordigers der volksvergadering een tegenwicht vormden tegen
koningen en gerusia, zooals bij de wetgeving van Lycurgus bezwaarlijk
bedoeld kan zijn. Daarom verzetten zij zich tegen den door Agis III
bedoelden terugkeer tot de instellingen van Lycurgus; daarom begon ook
Cleomenes III zijne hervormingen met de afschaffing van het ephoraat,
dat na zijne nederlaag bij Sellasia echter hersteld werd.--2) een
geheim comité van vijf personen, door de oligarchische clubs te
Athene na den slag bij Aegospotami aangewezen om voor hunne belangen
te waken en de verdediging der stad tegen Lysander te belemmeren.
Ephorus, Ephoros van Cumae in Aeolis, leerling van Isocrates, de eerste
schrijver eener algemeene geschiedenis. Deze liep van de terugkomst
der Heracliden tot het jaar 356; zij werd door zijn zoon Demophilus
voortgezet tot 340, en uitgegeven in 30 boeken, waarvan slechts weinige
fragmenten bewaard gebleven zijn. Wegens de wijze, waarop hij zijn
stof behandelt, wordt hij soms de voorlooper van Polybius genoemd. Zijn
werk werd door de ouden zeer verschillend beoordeeld en door Diodorus
Siculus veel gebruikt; Diyllus e. a. schreven vervolgen erop.
Ephyra, Ephyra, oude naam van het latere Corinthus (z. a.), van eene
stad in Thessalia (later Crannon), in Epirus (later Cichyrus geheeten,
dicht bij de kust, hoofdstad van de thesprotische vorsten), in Aetolia,
in Elis (later Oenoë).
Epibomius, Epibomios, titel van een der priesters bij de eleusinische
mysteriën.
Epialtes, z. Ephialtes no. 2.
Epicaste, Epikaste, 1) = Iocaste.--2) dochter van Calydon, echtgenoote
van Augias.--3) dochter van Augias, moeder van Thessalus.
Epicharis, Epicharis, vrijgelaten slavin, die in de samenzwering van
Piso tegen keizer Nero betrokken was, doch zelfs door de pijnbank niet
tot bekentenis kon gedwongen worden, en toen zij ten tweede male zou
gepijnigd worden, zich met haar gordel wurgde.
Epicharmus, Epicharmos, van Cos, geb. 540, kwam reeds jong naar
Sicilië, leefde te Megara en, toen deze stad verwoest was, te Syracuse
aan het hof van Hiero, waar hij in 460 stierf. In zijn jeugd hield
hij zich veel bezig met wijsbegeerte, later wijdde hij zich echter
uitsluitend aan de poëzie en werd hij de eigenlijke schepper der
dorisch-sicilische comedie. Hij schreef 35 stukken, waarvan slechts
enkele fragmenten nog bestaan. Zijn fort is de mythologische travestie,
zooals blijkt uit de namen zijner stukken, zooals Bouseiris, Hebas
gamos, Komastai e Haphaistos. Andere stukken zijn meer verwant met
de Mimoi (z. Mimus). Hij heeft veel invloed gehad op de oud-attische
comedie, en vooral op de middel- en nieuwe comedie. Waarschijnlijk
ook op de Atellanae.
Epicheirotonia, 1) ep. ton nomon, de jaarlijksche herziening
der wetten, die te Athene in de eerste volksvergadering van het
jaar plaats had. Iedereen kon voorstellen, eene oude wet door eene
nieuwe te vervangen; alsdan werden uit de heliasten een zeker aantal
nomothetai gekozen, voor wie een formeel proces tusschen de oude en
de nieuwe wet gevoerd werd, waarbij door het volk aangewezen personen
als verdedigers (synegoroi, syndikoi) der oude wet optraden.--2)
ep. ton archon, bevestiging der overheden in de eerste vergadering
van iedere prytanie. Wanneer iemand bij die gelegenheid bezwaren
tegen een magistraat inbracht, werd deze geschorst, totdat de zaak
door de rechtbank der heliasten onderzocht was.
Epicnemidii (Locri), dat gedeelte der Locriërs, dat op en aan den
berg Cnemis woonde.
Epicrates, Epikrates, hielp Thrasybulus bij het verdrijven van de 30;
later werd hij ter dood veroordeeld wegens verraderlijke handelingen,
door hem als gezant gepleegd.
Epictetus, Epiktetos, 1) beroemd Attisch vazenschilder uit het laatste
deel van de zesde eeuw; hij werkte in de fabrieken van Nicosthenes en
anderen. Sommige van zijn vazen zijn nog in zwart-figurigen stijl,
anderen in rood-figurigen stijl.--2) geb. te Hierapolis in Phrygië,
leefde lang te Rome als slaaf van Epaphroditus no. 2; toen deze
hem vrijgelaten had, woonde hij de lessen van Musonius Rufus bij
en trachtte hij, hoewel met weinig gevolg, zijne opvatting van de
stoicijnsche leer te Rome ingang te doen vinden. Nadat Domitianus
alle philosophen uit Rome verbannen had (89 n. C.), ging hij naar
Nicopolis in Epirus, waar hij tot den tijd van Hadrianus leefde. Ver
verwijderd van de aanmatiging der toenmalige stoïcijnen, onthoudt
hij zich meestal van bespiegelingen en legt hij zich alleen toe op
de zedenleer. Evenals Socrates gaf hij zijn onderricht in voor ieder
toegankelijke gesprekken op openbare plaatsen en vereenigde hij een
aantal leerlingen rondom zich, waartoe ook Arrianus behoorde, die na
den dood van den meester zijne leer in een uitvoeriger (diatribai)
en in een meer beknopt (encheiridion) werk te boek stelde. Ep. zelf
heeft niets geschreven.
Epicurus, Epikouros, Athener, geb. 342 of 341, werd zeer jong door zijn
vader medegenomen naar Samus, waar deze als klerouchos eigendommen
had. Reeds zeer vroeg beoefende hij de wijsbegeerte en maakte hij
met verschillende stelsels kennis; 32 jaar oud trad hij eerst te
Mytilene, kort daarna te Lampsacus, met een eigen stelsel op, in
306 kwam hij naar Athene, waar hij reeds in 323 voor korten tijd
geweest was en waar hij tot zijn dood (270) talrijke leerlingen
rondom zich verzamelde.--Ep. vereenigt in zijne philosophie de
natuurkundige theorieën van Democritus met de leer van Aristippus
tot één geheel. Alles bestaat uit atomen, die door hunne neiging tot
vereeniging lichamen vormen; de ziel bestaat uit zeer fijne atomen,
die door het geheele lichaam verspreid zijn, en sterft met het lichaam;
de eenige bron van kennis is waarneming; het hoogste goed is genot,
dat echter niet alleen in beweging (chara, euphrosyne), maar ook
in rust (ataraxia, aponia) bestaat; geestelijk genot staat hooger
dan lichamelijk; de wijze onthoudt zich echter van die genietingen,
waardoor hij later grootere zou moeten derven of die later smart
ten gevolge hebben; de goden zijn gelukzalige wezens, die in de
ruimte tusschen de verschillende werelden wonen, zonder zich om de
menschelijke zaken te bekommeren.--Ep. wordt door de ouden geroemd
als een braaf, eenvoudig en matig levend man; zijne leerlingen, met
wie hij vertrouwelijk en gezellig omging, bleven hem met liefde en
eerbied gedenken, en slechts een enkele trachtte zijn stelsel verder
te ontwikkelen. Van zijne zeer talrijke geschriften--men spreekt van
bijna 300--is slechts zeer weinig bewaard gebleven.
Epicydes, Epikydes, 1) atheensch demagoog, tijdgenoot van
Themistocles.--2) Syracusaan, te Carthago geboren, nam langen tijd
te Syracuse aan het hof van Hieronymus en ook na diens dood de
carthaagsche belangen waar. Hij leidde voor een deel de verdediging
van Syracuse tegen de Romeinen, ging na de verovering van die stad
(212) naar Agrigentum, en toen ook dit gevallen was, keerde hij naar
Africa terug.
Epidamnus = Dyrr(h)achium.
Epidaurus, Epidauros, oud-ionische stad in Argolis, aan de Saronische
golf, met een beroemden tempel van den god Asclepius, die hier geboren
was. Het heiligdom is door het Grieksche archaeologische genootschap
opgegraven. Ook eene aanzienlijke stad in Dalmatia, aan de kust,
ook Epidaurum geheeten.
Epidaurus Limera, Epidauros he Limera, stad op de Oostkust van
Laconica, met een goede haven.
Epidemia, Epidemia, familiefeest, gevierd wanneer iemand behouden
van eene reis teruggekeerd was.
Epidius Marullus (L.), z. Caesetius Flavus.
Epidosis, te Athene vrijwillige gift aan de staatskas, vooral dat,
wat men bij de eisphora meer betaalt dan men verplicht is; ook het
onverplicht op zich nemen van liturgieën e. dgl.
Epigamia = Conubium.
Epigenes, Epigenes, 1) van Sicyon, een van de oudste grieksche
treurspeldichters, v. s. de eerste die onderwerpen behandelde, welke
niet in betrekking stonden met de mythen van Dionysus. Hij behoort
geheel tot de sage.--2) blijspeldichter in het begin der vierde
eeuw.--3) twee leerlingen van Socrates, de een zoon van Criton, de
andere van Antiphon.--4) van Rhodus, schrijver van een werk over den
landbouw.--5) ten onrechte bijg. Gnomonikos, van Byzantium, wiens
astronomische werken door Plinius en Seneca aangehaald worden.--6)
vazenfabrikant uit den tijd van Pericles.
Epigoni, Epigonoi, 1) z. Adrastus.--2) titel van een cyclisch gedicht,
door sommigen aan Homerus toegeschreven.
Epigraphes, Epignomones = Diagraphes.
Epikleros, heette te Athene eene vrouw, die het vermogen van haar
vader erft, wat alleen kon geschieden wanneer deze geene mannelijke
afstammelingen naliet. Zij was verplicht den naasten mannelijken
bloedverwant te huwen, ook wanneer zij reeds met een ander gehuwd
was. Daarentegen konden arme erfdochters (thettai) eischen, dat de
naaste mannelijke bloedverwant haar huwen of haar een behoorlijken
bruidschat geven zoude.
Epilachon, door het lot aangewezen plaatsvervanger van een bij het
lot aangewezen overheidspersoon of raadslid, om bij diens dood of
afzetting terstond zijne plaats in te nemen.
Epilenaia, z. Lenaea.
Epimenides, Epimenides, van Creta, waarzegger, priester en dichter,
over wiens leven allerlei verhalen vol wonderen in omloop waren. Zoo
verhaalde men dat hij in zijne jeugd in een grot in slaap gevallen
was, en daar 56 jaar geslapen had, dat hij een leeftijd van 150 of 300
jaar bereikt had, e. dgl. In 596 werd hij naar Athene geroepen om de
stad te reinigen van de heiligschennis der Alcmaeonidae (z.a.). Hij
wordt soms tot de zeven wijzen gerekend, en verscheiden werken van
hem worden genoemd, zooals orakels, reinigingsliederen, enz.
Epimetheus, Epimetheus, zoon van Iapetus en Clymene, broeder van
Prometheus (z.a.), bij Pandora vader van Pyrrha.
Epimethis, Pyrrha, dochter van Epimetheus.
Epiphanea, Epiphaneia, 1) stad in O. Cilicia, nabij de bergpassen
van den Amanus, vroeger Oeniandus geheeten. Pompeius verplaatste een
gedeelte der zeeroovers hierheen.--2) stad in Syria aan den Orontes,
vroeger Hamath geheeten, door Antiochus Epiphanes vergroot en naar
hem genoemd.
Epipolae, Epipolai, het N.W. en hoogst gelegen gedeelte der stad
Syracusae.
Epirus, Epeiros, land tusschen den Pindus en de Adriatische zee,
en tusschen Hellas en Illyria. Het land werd door illyrische stammen
bewoond, waarvan de Chaones, de Thesproti en de Molossi de voornaamste
waren. Deze Illyriërs hadden de oudere grieksche stammen, waartoe de
Graïci en de Helli of Selli (in Hellopia) behoorden, verjaagd. De
vorsten der Molossers breidden allengs sedert de 4de eeuw hunne
heerschappij over het geheele land uit. Onder hunne koningen, die
van Achilles beweerden af te stammen, is Pyrrhus (295-272), die
tegen de Romeinen oorlog voerde, de merkwaardigste. Later (234/3)
werd Epirus republikeinsch; het vormde toen een bondsstaat, waarvan
Phoenice de hoofdstad was, kwam vervolgens onder Macedonia en ten
slotte met dit rijk onder Rome (167). Van de vreeselijke verwoesting
door Aemilius Paulus heeft het land zich nooit kunnen herstellen. De
bewoners heetten Epirotae, Epeirotai.
Epirus nova = Illyris graeca.
Episemainesthai, z. Euthynai en Logistai.
Epistatai, 1) z. Prytaneis.--2) ep. ton demosion ergon, te Athene
commissies belast met het toezicht op openbare werken en vooral op
het gebruik der daartoe beschikbaar gestelde gelden.
Epistrophia, bijnaam van Aphrodite (z.a.).
Epitadeus, Epitadeus, spartaansch ephoor in het begin der vierde eeuw,
maakte, zooals men later aannam, veranderingen in het eigendomsrecht,
waarbij schenkingen bij het leven of bij testament wettig verklaard
werden; ten gevolge daarvan verminderde sedert dien tijd het aantal
grondeigenaars aanmerkelijk.
Epitrope, te Athene het vergelijk tusschen strijdende partijen, waarbij
zij hun geschil aan de beslissing van door hen gekozen scheidsrechters
onderwerpen. Van zulk een beslissing was geen hooger beroep.
Epitropes dike, aanklacht tegen iemand, die als voogd over minderjarige
kinderen, hunne belangen niet behoorlijk had waargenomen of zich aan
bedriegelijke handelingen had schuldig gemaakt; zulk eene aanklacht
moest door den pupil binnen vijf jaar na afloop der voogdij bij den
archont ingediend worden. Gedurende de voogdij kon een voogd wegens
zulke handelingen door ieder burger door middel van de epitropes
graphe bij den archont aangeklaagd worden.
Epobelia, een boete, die in sommige processen de aanklager beliep,
wanneer minder dan een vijfde van de rechters voor veroordeeling
gestemd hadden. De boete bedroeg een zesde van de som in kwestie.
Epodus, Epodos, 1) slotzang, het gedeelte van een lyrisch gedicht,
dat na de strophe en antistrophe gezongen werd.--2) versus intercalaris
of epiphthegmaticus, refrein.--3) in het algemeen lyrische gedichten,
waarin op een langer vers een korter volgt, met uitzondering van het
elegische distichon. Daarom hebben de grammatici den naam Epodon liber
aan het bundeltje gedichten van Horatius gegeven, die door hem zelf
om hun bijtenden inhoud iambi genoemd zijn.
Epoikoi, zij die van staatswege naar eene reeds bewoonde stad of
volkplanting gezonden worden, om zich daar te vestigen.
Epona, gallische godin van paarden, lastdieren, stallen, voerlieden,
enz., die sedert de 1ste eeuw n. C. ook in Rome vereerd werd.
Eponymus, eponymos, in het algemeen degene, naar wien iets genoemd
wordt, bijv. de oude heroën, van wie de attische phylen en demen hun
naam hebben, de eerste archont, die zijn naam aan het jaar geeft, enz.
Epoptes, ingewijde van den hoogsten graad bij de mysteriën, zie
Eleusinia.
Eporedia, thans Ivrea, stad van Gallia Cisalpina, nabij Augusta
Praetoria in het gebied der Salassers. Volgens eene uitspraak der
sibyllijnsche boeken zonden de Rom. er in 100 eene rom. kolonie
heen. Zie onder Agrariae leges: Lex Appuleia agraria van 100. Later
municipium.
Eporedorix, naam van twee aanzienlijke Aeduërs. De een viel in Caesars
handen in een veldslag tegen Vercingetorix (52); de ander was als
aanvoerder der aeduïsche ruiterij in Caesars leger, doch liep ten
slotte ook tot Vercingetorix over.
Epos, epe, epische of objectief-verhalende poëzie, behandelde
waarschijnlijk oorspronkelijk enkele gebeurtenissen uit de legenden
betreffende goden, heroën of edele geslachten, doch werd later
ontwikkeld tot het samenhangend verhaal van geschiedenissen uit het
heldentijdperk, zooals wij het bij Homerus vinden. Taal en metrum
van Homerus werden door alle latere epische dichters behouden,
zijne wijze van behandeling der stof werd door allen als model
beschouwd. Wat de behandelde onderwerpen betreft sloten zich de cyclici
(z. a.) het meest bij Homerus aan, lateren kozen ook soms geschiedenis,
terwijl alexandrijnsche dichters onderwerpen van verschillenden aard,
meest van geringen omvang, met meer geleerdheid dan kunst op epische
wijze behandelden. In de 5de eeuw na C. herleefde het epos nog voor
korten tijd, zonder echter iets van belang voort te brengen.--Tot de
epische poëzie rekent men ook de didactische, het leerdicht, waarvan
de werken van Hesiodus het oudste voortbrengsel zijn en waarvan de
oudste wijsgeeren zich bedienden om hunne theoriën bekend te maken,
terwijl in den alexandrijnschen tijd en later alle wetenschappen in
dezen vorm behandeld werden.--Ook in de rom. letterkunde komt het
epos reeds zeer vroeg voor; bij voorkeur behandelde men aanvankelijk
deelen der rom. geschiedenis; eerst door de studie der alexandrijnsche
poëzie kwam men ook tot beoefening van het grieksche heldenepos;
Vergilius verbindt beide richtingen door in zijne Aeneis inheemsche
sagen tot onderwerp te kiezen. Het leerdicht werd door de Rom. steeds
met voorliefde beoefend.
Eppius (M.), aanhanger van Pompeius, door Caesar na den slag bij
Thapsus begenadigd.
Eprius Marcellus (T. Clodius), een man van lage inborst, was onder
Claudius en Nero praetor, en daarna legatus pro praetore van Lycia en
Pamphylia, waar hij zich door zijne inhaligheid zeer gehaat maakte. Hij
was consul in 61 n. C. Vervolgens speelde hij bij Nero de rol van
verklikker. Hij wist Thrasea Paetus te doen veroordeelen (66). Ook in
de gunst van Vespasianus wist hij zich in te dringen; hij was (Juli
70-Juli 73) proconsul van Asia; toen hij echter eene samenzwering
tegen den keizer trachtte te bewerken, werd dit ontdekt en toen hij
in den senaat veroordeeld was, maakte hij zichzelven van kant (79).
Epulones. Vóór 196 was de zorg voor de maaltijden, waarmede sommige
godsdienstige feesten behoorden gepaard te gaan, aan de pontifices
opgedragen. De lex Licinia van den volkstribuun C. Licinius Lucullus
van 196 droeg deze taak op aan een bijzonder collegie van drie mannen,
triumviri epulones, welk getal later op zeven werd gebracht en door
Caesar, doch met behoud van den naam septemviri, op tien.
Epyaxa, Epyaxa, echtgenoote van den vorst (Syennesis) van Cilicië.
Equirria, een Marsfeest op 27 Februari en 14 Maart, waarbij een wedren
te paard op den campus Martius plaats had.