Eleusinia, Eleusinia, eleusinische mysteriën, groote feesten en

plechtigheden ter eere van Demeter en Persephone, die hier Cora heette,

waarbij reeds vroeg Dionysus onder den naam Iacchus werd opgenomen. De

mysteriën dienden ter herinnering aan den zwerftocht van Demeter na

den roof harer dochter en zouden door die godin zelve ingesteld zijn,

toen zij op dien tocht te Eleusis gastvrij ontvangen werd. Evenals

men in het verdwijnen en herrijzen van Persephone eene mythische

voorstelling zag van het schijnbaar sterven en herleven der natuur,

zoo werden ook de eleusinische plechtigheden op twee tijden van het

jaar gevierd, de groote ter herinnering aan Persephone's afdalen naar

de onderwereld in den herfst, de kleine ter viering van hare terugkomst

op aarde in de lente. De groote mysteriën begonnen den 15den Boëdromion

en duurden verscheiden dagen. De eerste vijf waren gewijd aan offers,

reiniging, enz.; de voornaamste dag was echter de zesde, Hiakchos

genaamd, wanneer een optocht van Athene naar Eleusis gehouden werd,

waaraan soms meer dan 30.000 menschen, allen bekranst, deel namen;

daar men dikwijls halt maakte en de reis meermalen gestoord werd door

allerlei scherts en plagerij, was het nacht, voordat men aan de plaats

zijner bestemming gekomen was. Daar werden dan fakkeldansen uitgevoerd

en heilige liederen gezongen, alles ter herinnering aan Demeter, haar

smart bij het missen en haar vreugde bij het vinden harer dochter. De

eigenlijke geheime feestviering had in een tempel (mystikos sekos)

plaats. Wat daar gebeurde, is niet in bizonderheden bekend; slechts

zooveel kan men uit de uitdrukkingen van oude schrijvers daaromtrent

opmaken, dat het lot van Persephone op zeer indrukwekkende wijze

dramatisch werd voorgesteld (deze voorstellingen heeten dromena);

zonder dat er eenig bepaald dogma verkondigd werd, moest bij de

ingewijden, door wat zij zagen en mede ondervonden, de hoop opgewekt

worden, dat ook zij eens, evenals de godin, uit het rijk van dood,

duisternis en verschrikking verlost zouden worden. Na afloop van het

sombere gedeelte der plechtigheid werd het daarmede verbonden vasten

gebroken door het gebruik van een drank kykeon, bereid uit water, meel

en prij, terwijl het geheele feest besloten werd door de plemochon,

waarbij men uit bijzondere schalen naar oost en west water plengde. Om

de vijf jaar werden de mysteriën met meer dan gewonen luister gevierd,

en naar het schijnt waren er soms ook feestspelen mede verbonden.--De

kleine mysteriën werden in de maand Anthesterion in de voorstad Agrae

gevierd en stelden het mystisch huwelijk tusschen Persephone en Iacchus

voor.--De mysteriën waren oorspronkelijk alleen voor Eleusiniërs,

later ook voor Atheners, vervolgens voor alle Grieken toegankelijk,

eindelijk werden ook barbaren ingewijd, mits een atheensch burger

(mystagogos) hen inleidde. Gewoonlijk ontving men de eerste wijding bij

de kleine mysteriën; alsdan mocht men de groote nog in hetzelfde jaar

als mystes bijwonen, eerst het volgende jaar werd men echter epoptes,

en mocht men als zoodanig ook bij de geheime plechtigheden tegenwoordig

zijn.--De feesten stonden onder het toezicht van den archon basileus,

en werden geleid door verschillende priesters, waarvan de voornaamste

de hierophantes was; op hem volgden de dadouchos, hierokeryx en

epibomios.--Lang stonden de eleusinische mysteriën bij de Grieken in

hoog aanzien. Zij werden opgeheven bij besluit van Theodosius den Gr.,

nadat reeds kort te voren de tempels en andere heilige gebouwen door

dweepzieke monniken in het gevolg van Alarik verwoest waren.

Eleusis, g. -inis, Eleusis, 1) stad in Attica nabij de grenzen

van Megaris. De stad was beroemd door hare mysteriën ter eere van

Demeter en Persephone, zie Eleusinia. De weg van Athenae naar Eleusis

heette hiera hodos. Eleusis had met Brauron den naam van polis.--2)

oude stad in Boeotia, aan den zuidelijken oever van het meer Copaïs,

vroeg te gronde gegaan door de overstroomingen van het meer.

Eleutherae, Eleutherai, demus van Attica op de boeotische grenzen.

Eleutheria, 1) feest ter eere van Zeus Eleutherius om de vijf jaar

te Plataeae gevierd, ter herinnering aan den gelukkigen afloop van

de perzische oorlogen.--2) feest op Samus.--3) huiselijk feest door

vrijgelaten slaven gevierd.

Eleutherocilices, Eleutherokilikes, rooversstam op den Amanus en

den Taurus, die zich den naam van vrije Ciliciërs gaven. Hoofdstad:

Pindenissus, bergvesting.

Eleutho, Eleutho = Ilithyia.

Elfmannen, zie Hendeka.

Elicius, bijnaam aan Jupiter gegeven als regengod; men trachtte in

tijden van droogte door een processie (het aquaelicium) van blootvoets

gaande matronae met loshangende haren, en van de ambtenaren zonder

teekenen hunner waardigheid, van Jupiter Elicius regen af te smeeken;

hierbij werd ook de regensteen, lapis manalis door de priesters onder

gebeden medegevoerd. Later heeft men J. El. vereenzelvigd met den

bliksemgod, en meende men, hem door zekere formules te kunnen dwingen

den bliksem uit den hemel naar beneden te zenden; hij had een tempel

op den Aventinus, door Numa gebouwd.

Elimea, Elimia, -iotis, Elimeia, Elimia, -iotis, landschap

van Macedonia, in het zuiden, op de thessalisch-epirotische

grenzen. Hoofdstad: Elima.

Elimberris (Climberris), hoofdstad der Ausci, in Aquitania, zie Ausci.

Elis, Elis, Eleia, het meest westelijke gewest der Peloponnesus, in

vier deelen verdeeld: Elis propria in het N.W., Acrorea in het N.O.,

Pisatis met de hoofdplaats Pisa, in het midden, en Triphylia, het land

der drie stammen: Caucones, Paroreatae, en Minyae, in het Z.--De stad

Pylus Triphyliacus was v. s. de woonplaats van den grijzen Nestor. In

Pisatis lag Olympia, aan den Alpheus, de beroemde schouwplaats

der olympische spelen. Uithoofde dezer spelen was Elis aan Zeus

Olympius geheiligd en onschendbaar en mocht door geene vijandelijke

legers betreden worden; tot op den peloponnesischen oorlog werd deze

onschendbaarheid geëerbiedigd. Om dezelfde reden had ook de stad

Elis, aan den Peneus gelegen, geene muren. Oudtijds was Elis door

Epeërs bevolkt; bij de dorische verhuizing viel het ten deel aan

den Aetoliër Oxylus en uit de samensmelting van Epeërs, Aetoliërs

en Doriërs ontstonden de Eleërs. De dorische naam van het land is

Alis. In Elis behooren de mythen te huis van Pelops en de schoone

koningsdochter Hippodamia en van den Augiasstal en den stroom Alpheus.

Elisa, Elissa = Dido.

Elison, Elisson, Elisa, beek, grens tusschen Elis propria en Pisatis.

Elische school, z. Phaedo.

Ellopia, Ellopia, 1) stad en kustland in het N. van Euboea, daarom

ook = Euboea.--2) oude naam der omstreken van Dodona in Epirus.

Elmantica = Salmantica.

Elone, Elone, stad in het thessalische landschap Perrhaebia, later

Limone, Leimone.

Elorus, Eloros, Heloros, zie Helorus.

Elpenor, Elpenor, een van de tochtgenooten van Odysseus, viel in

dronkenschap van het dak van Circe's paleis en brak den nek. Odysseus

ontmoette hem later in de onderwereld.

Elymais, Elymaïs (Elâm), landstreek in Susiane, bewoond door de

krijgshaftige Elymaeërs, die als boogschutters in het O. grooten

naam hadden.

Elymi, Elymoi, sicilische volksstam, die rondom den berg Eryx woonde,

verbonden met de Carthagers.

Elymia, Elymia, stad in Arcadia, ten Z. van Orchomenus.

Elymiotis = Elimea.

Elimus, Elymos, zoon van Priamus of Anchises, vluchtte uit Troje naar

Sicilië en werd de stamvader van de Elymi (z. a.).

Elysii of Elisii, germaansche volksstam tot de Lugii behoorend,

in het N.O. van Germania, vermoedelijk aan den bovenloop van de Oder.

Elysium, Elysion pedion, een veld aan het uiterste einde der aarde,

waarheen lievelingen der goden zonder te sterven verplaatst worden

om er een zalig leven te leiden. Volgens lateren is het een deel van

de onderwereld, waar de braven na hun dood verblijf houden.

Emancipatio. Hoewel volgens het rom. recht een vader krachtens zijne

patria potestas zijne kinderen kon verkoopen, zoo had dit recht toch

zijne grenzen. Hij kon zijn zoon niet vaker verkoopen dan driemaal,

overeenkomstig de wet der 12 tafelen. Hiervan maakten de Rom. gebruik

om een zoon van de patria potestas te ontslaan. De vader verkocht zijn

zoon per aes et libram ten overstaan van een libripens en vijf getuigen

door een schijnkoop aan een pater fiduciarius (zie fiducia). Deze liet

echter den zoon weder vrij, zoodat deze weder onder de vaderlijke

macht terugkeerde. Wanneer deze handeling nu driemaal herhaald was,

was de vaderlijke macht verbroken. De pater fiduciarius gaf den zoon

ten derde male aan den pater naturalis terug, doch deze had hem nu

niet meer in potestate, doch slechts in mancipio en kon hem hiervan

vrij verklaren, manumittere, waardoor hij sui iuris werd.

Emathia, Emathia, landschap van Macedonia ten W. van den Axius

(Vardar), de bakermat van het macedonisch koningshuis. Dichterlijk

is Emathia zoowel = Macedonia als = Thessalia.

Emathides, Emathides, negen dochters van Pierus, koning van Emathia,

die met de Muzen een wedstrijd durfden aangaan en in eksters veranderd

werden.

Emathion, Emathion, zoon van Tithonus en Eos, koning van Arabië,

werd door Heracles gedood.

Embades, schoenen, meestal door mannen uit de lagere standen gedragen.

Embaterion, 1) bij de Spartanen de muziek, die bij het marcheeren

geblazen werd, ook een anapaestisch lied, dat men op marsch zong.--2)

offer, voordat men zich inscheepte.

Emblemata, 1) inlegwerk, (in tegenstelling met crustae z. a.) goud in

zilver, of zilver in brons, waarvan de figuren "en relief" zijn.--2)

mozaiek.

Emerita Augusta = Augusta Emerita.

Emesa, Emesa, stad in Syria, aan den Orontes, met een prachtigen

zonnetempel, waar Heliogabalus opperpriester was, voordat hij romeinsch

keizer werd. Alexander Severus was te Emesa geboren. In de nabijheid

werd Zenobia van Palmyra in 272 na C. door Aurelianus verslagen.

Emmeleia, dans in het grieksche treurspel, waarschijnlijk meer

een gebarenspel, waardoor de inhoud der koorzangen aanschouwelijk

voorgesteld werd.

Emmenidae, Emmenidai, een adellijk geslacht te Gela en Agrigentum; na

den dood van den tyran Phalaris hadden zij te Agrigentum de regeering

in handen. De beroemdste van hen was Theron, wiens zoon Thrasydaeus

om zijne wreedheid verdreven werd (470). Hun stamvader was, naar zij

beweerden, Polynices.

Emmenoi dikai, te Athene processen, waarin binnen dertig dagen na de

aanklacht uitspraak gedaan moest worden.

Emodi montes, Emodon oros. De Emodi montes en de Imaus, Imaos, der

ouden grensden aan elkander, zonder dat men echter een juist begrip

van de ligging had. Vermoedelijk vormen de Emodi montes het westelijk,

de Imaus het oostelijk gedeelte van het Himalaya-gebergte.

Emona, stad in Pannonië aan den Nauportus (zijtak van den Savus),

tgw. Laibach. Bij latere schrijvers wordt de stad gerekend tot Italië

te behooren.

Empedocles, Empedokles, van Agrigentum (492-432), uit een aanzienlijk

en rijk geslacht, wierp als een van de leiders der volkspartij de

aristocratische regeering in zijne vaderstad omver (444), weigerde

de hem aangeboden koninklijke waardigheid en voerde eene zuivere

democratie in. Als staatsman, natuur- en geneeskundige, wijsgeer en

redenaar uitmuntend, werd hij als een gunsteling der goden beschouwd

en na zijn dood als heros vereerd. Op het einde van zijn leven ging

hij naar de Peloponnesus, en het schijnt dat hij buiten zijn vaderland

gestorven is; ook verhaalde men dat hij, om door zijne plotselinge

verdwijning indruk te maken, in den Aetna sprong, en dat dit later

verraden werd, doordat de berg een van zijne sandalen uitbraakte.--In

zijne leerdichten, peri physeos en katharmoi, waarvan nog verscheiden

fragmenten bestaan, verkondigt hij de eeuwigheid en onvergankelijkheid

der stof; hij neemt vier stoffelijke elementen (rhizomata) aan: vuur,

lucht, aarde en water, waarop twee ideale elementen, liefde en haat,

inwerken; onder de heerschappij der liefde is alle stof vereenigd tot

ééne massa of chaos (sphairos), heeft de haat alle macht, dan bestaan

alle stofdeeltjes afzonderlijk, tusschen deze beide uitersten ligt het

leven van individuën. Ontstaan en vergaan zijn dus ijdele woorden,

er is slechts vereeniging (mixis) en scheiding (diallaxis). De ziel

is een mengsel van alle elementen en is daardoor in staat alle te

kennen. Ook de leer van de zielsverhuizing schijnt Empedocles van

Pythagoras of de Orphici te hebben overgenomen.

Emporia, ta Emporia, landstreek in Africa aan de kleine Syrte, zeer

vruchtbaar en reeds vroeg met phoenicische koloniën bezet.

Emporium, Emporiae, Emporion, Emporiai, kolonie van Massilia in het

gebied der Indigetes, aan den O. uithoek der Pyrenaeën, tegenwoordig

Ampurias.

Emptio venditio (zonder et), koop en verkoop. Emptio bonorum, zie

bonorum emptio. Emptor familiae, de schijnkooper, zie fiducia.

Empulum, stadje in Latium, bij Tibur.

Empyromanteia, de kunst van waarzeggen uit het branden van het

offervuur, het eerst, naar het heette, onderwezen door Amphiaraus.

Empusa, Empousa, een spook of menschenetend monster met ezelspooten,

waarmede men kinderen bang maakte.

EN = Dies endotercisus, z. Festi (dies).

Enagonios, bijnaam van verscheiden goden als beschermers van

wedstrijden, vooral van Hermes.

Enarete, Enarete, dochter van Deïmachus, gemalin van Aeolus no. 1.

Encaustica, n.l. ars, enkaustike (techne), de kunst om met kleuren

te schilderen, welke met was waren aangemengd en vervolgens op het

beschilderde voorwerp voorzichtig werden ingebrand. Op die wijze

werden marmeren beeldwerken en ook architectuurstukken beschilderd. Men

kreeg op deze wijze levendige, schitterende kleuren, doch men schijnt

nog niet achter de bizonderheden der bewerking te zijn. Ook het

inbranden van figuren in ivoor met eene heet gemaakte graveerstift

wordt encaustiek genoemd. Voorbeelden van encaustiek op hout zijn de

portretten, die men in late aegyptische graven gevonden heeft.

Enceladus, Enkelados, een der Giganten, die met de goden streden;

hij werd overwonnen en ligt sedert onder den Aetna.

Encheleis, Encheleis, een volksstam in zuidelijk Illyrië.

Endeis, Endeis, dochter van Chiron, gemalin van Aeacus, moeder van

Peleus en Telamon.

Endeixis, in het attisch recht een vorm van aanklacht, ten gevolge

waarvan de aangeklaagde terstond in hechtenis genomen werd, tenzij

hij borgen stelde. Dit geschiedde bijv. wanneer een onbevoegde zich

burgerlijke rechten aangematigd had en in sommige gevallen bij moord.

Endotercisi (intercisi) dies, zie Festi (dies).

Endromis, endromis. Bij de Rom. beteekent dit woord een grof wollen

deken, die men na lichaamsoefeningen omsloeg, ten einde geen koude

te vatten. De endromis Tyria was van fijnere stof. Bij de Grieken

echter is endromis eene sterke, van voren dichtgeregen jachtlaars,

waarmede Artemis dikwijls werd afgebeeld, en die kuit en voet omsloot,

maar de teenen bloot liet.

Endymion, Endymion, zoon van Zeus of Aëthlius en Calyce, koning

van Elis, had bij Selene vijftig dochters; zijn graf was te

Olympia.--V. a. was hij een Cariër of van Elis naar Carië gegaan

en leefde hij daar op den berg Latmus. Selene beminde hem en steeg

elken nacht van haar wagen af om hem in zijn slaap te beschouwen en

te kussen, waarom hij tot Zeus bad dat hij eeuwig slapen en eeuwig

jong blijven mocht, wat hem werd toegestaan.--Andere verhalen noemen

Artemis in plaats van Selene en maken van End. een jager of herder.

Enechyrasia of enechyrasmos, het beslag leggen op goederen van iemand,

die na veroordeeling verzuimde op den bepaalden termijn te betalen.

Engyum of Engyïum, Engyon, Engyion, stad in het binnenland van

Sicilia, ten Z. van Apollonia, met een tempel der Magna Mater of,

volgens andere schrijvers, van de theai meteres.

Enipeus, Enipeus, rivier in Thessalia, zijtak van den Apidanus. De

riviergod werd bemind door Tyro, dochter van Salmoneus; Poseidon nu nam

de gedaante aan van Enipeus en verwekte bij Tyro twee zoons, Pelias

en Neleus. De mythe wordt ook verplaatst naar den Enipeus in Elis,

een zijtak van den Alpheus. Een derde rivier van denzelfden naam in

Macedonië ontspringt op den Olympus en stroomt bij Dium (no. 3) in zee.

Enispe, Enispe, oude stad in Arcadia, vroeg verdwenen.

Enna of Henna, Enna, oude stad der Siculi in het binnenland van

Sicilia, ho omphalos Sikelias geheeten, afhankelijk van Syracusae,

op een steile hoogte in eene zeer vruchtbare landouw gelegen, waar

veel tarwe verbouwd werd. Daarom was de stad met haren omtrek aan

Demeter geheiligd. In den sicilischen slavenopstand onder Eunus, die

in 132 onderdrukt werd, was Enna het brandpunt. Hier laat de mythe

Proserpina door Pluto schaken. Tegenwoordig is de streek dor en woest.

Ennaëteris, Ennaeteris, astronomische cyclus van acht jaar, met 96

maanden en 3 schrikkelmaanden = 2922 dagen, ingevoerd door Cleostratus

van Tenedus.--Ook feesten, die om de acht jaar gevierd worden,

heeten enneaterides.

Enneakrounos, zie Callirrhoë no. 5.

Ennea hodoi, naam der streek, waar later Amphipolis werd gesticht.

Ennius (Q.), rom. dichter, in 239 te Rudiae in Calabria geboren,

Griek door opvoeding en reeds vroeg met de grieksche letterkunde

bekend. M. Porcius Cato Maior vond hem in 204 als rom. soldaat op

Sardinia, merkte zijn talent op en nam hem naar Rome mede. Dáár

verwierf Ennius zich de vriendschap van verschillende aanzienlijke

Rom., o.a. van de Scipiones en de Fulvii Nobiliores, door wier

toedoen hij in 184 onder de rom. burgers werd opgenomen. Hij stierf

in 169. De Rom. zagen in Ennius den schepper hunner nationale

poëzie. Zijn voornaamste werk zijn zijne Annales, in 18 boeken, eene

doorloopende rom. geschiedenis in verzen, en wel niet in de oude,

harde saturnische, maar in epische versmaat. Hij was de eerste, die

den dactylischen hexameter op het Latijn toepaste. Vooral Vergilius

heeft voor zijne Aeneis aan Ennius zeer veel ontleend. Ook schreef

E. naar grieksche voorbeelden een aantal treurspelen, benevens andere

gedichten van gemengden inhoud, vooral Saturae (4 boeken), en in proza

een vertaling van de hiera anagraphe (sacra historia) van Euhemerus

(z. a.). Ten onrechte hebben sommige schrijvers verteld, dat hij in

het familiegraf der Scipio's begraven is.

Ennomus, Ennomos, 1) Mysiër, bondgenoot der Trojanen, beroemd als

vogelwichelaar.--2) Trojaan, door Odysseus gedood.

Ennosigaios, aardschudder, bijnaam van Poseidon.

Enodios, Enodia, op de wegen vertoevend, bijnaam van Hermes, Artemis,

Hecate en Persephone.

Enomotia, afdeeling van het spartaansche leger, het zestiende deel

van eene mora, bestaande uit 25, 32 of 36 man.

Enope, Enope, oude stad in Messenia, later Gerenia genoemd.

Enosichthon = Ennosigaios.

Entasis is de zwelling of verdikking, die men in het midden van de

dorische zuil opmerkt, en die het denkbeeld moet wekken, dat de zuil

iets zwaars te dragen heeft, zie columna.

Entella, Entella, stad aan den Crimisus in het W. van Sicilia, in

het gebied der Elymi.

Entimus, Entimos, Cretenser, die eene kolonie naar Gela op Sicilië

bracht.

Entoria, dochter van een rom. landman, werd bij Saturnus, die bij

haar vader zijn intrek genomen had, moeder van vier zonen. Saturnus

leerde haar vader wijn bereiden, en toen deze zijn buren van den

nieuwen drank gegeven had, en zij daardoor bedwelmd werden, meende

men dat hij hen vergiftigd had en steenigde men hem. Daarom hingen

zijne kleinzonen zich op. Een latere hongersnood werd als een straf

van den god beschouwd, en om hem en zijne zonen te verzoenen, bouwde

Lutatius Catulus aan de tarpeïsche rots een tempel voor Saturnus met

een altaar met vier aangezichten. Dit verhaal is een late nabootsing

van de sage van Erigone, zie Icarius.

Enyalius, Enyalios, bijnaam van Ares, v. a. een krijgsgod, zoon van

Ares en Enyo.

Enyo, Enyo, 1) eene oorlogsgodin, die Ares in den oorlog vergezelde; te

Athene stond haar beeld in den tempel van dien god. De Rom. hielden

haar voor dezelfde als Bellona.--2) een van de Graeae.--3)

cappadocische godin, = Rhea Cybele of Artemis.

Eora, z. Erigone.

Eordaea, Eordaia, stad en landschap in het hart van Macedonia, ten

W. van den mons Bermius, bewoond door de Eordi, Eordoi.

Eos, Eos, dochter van Hyperion en Thea, de rozenvingerige

(rhododaktylos), in saffraankleurige kleederen gehulde (krokopeplos)

godin van het morgenrood, stijgt des morgens vroeg uit den Oceaan

op en brengt aan goden en menschen het daglicht, terwijl zij voor

haar broeder Helius uit rijdt; later wordt zij godin van den dag

genoemd. Zij was gehuwd met Astraeus, bij wien zij moeder werd van de

winden en sterren; nadat hij in den Tartarus geworpen was, schaakte zij

achtereenvolgens Orion, Tithonus, Clitus en Cephalus. Een eeredienst

had zij niet. Bij de Rom. is zij dezelfde als Aurora, die echter eene

dochter van den zonnegod genoemd wordt.

Epacria, Epakria = Diacria.

Epangelia dokimasias, de verklaring, in de atheensche volksvergadering,

soms onder eede, afgelegd, dat men van plan was dengene, die zich

gereed maakte tot het volk te gaan spreken, wegens eene crimineele

handeling aan te klagen; zulk eene verklaring schokte natuurlijk

het vertrouwen van het volk in den spreker, maar moest ook door de

aangekondigde aanklacht gevolgd worden.

Epaminondas, Epameinondas, Thebaan, zoon van Polymnis, uit een arm

maar edel geslacht, geb. omstreeks 418. Met den grootsten ijver

legde hij zich toe op alles, wat tot de ontwikkeling van lichaam en

geest konde dienen; vooral schepte hij behagen in het onderwijs van

den pythagoreïschen wijsgeer Lysis, die, uit Tarente gevlucht, in het

huis van Ep. eene schuilplaats vond. Bescheiden en zelfverloochenend,

in het staatkundige vervuld van een ideaal, dat hoog boven het streven

der twistende partijen in zijne vaderstad stond, vervulde hij lang

eene betrekkelijk onbeduidende rol; afkeerig van burgertwisten, nam

hij ook geen deel aan de samenzwering van zijn vriend Pelopidas,

die in 379 een einde maakte aan de spartaansche overheersching en

de oligarchische regeering; toen echter de vrijheid heroverd was,

trad Ep. op den voorgrond. Hij bewerkte, dat de omwenteling bij

de burgerij krachtigen steun vond, dat de gevallen partij niet

te veel van de wraak der overwinnaars te lijden had, en dat de

meeste boeotische steden zich bij Thebe aansloten. Als gezant

bij de vredesonderhandelingen te Sparta (371) weigerde hij toe te

stemmen in de oplossing van den boeotischen bond; toen de oorlog

hervat werd, behaalde hij als boeotarch de schitterende overwinning

bij Leuctra (371), die men grootendeels te danken had aan de door

Ep. uitgevonden scheeve slagorde (loxe phalanx), waarin de linker

vleugel veel diepere opstelling had dan de rechter en het centrum

en, tegen de in gr. legers heerschende gewoonte, met den eigenlijken

aanval belast was (z. Taxis). Een gevolg van deze overwinning was,

dat de meeste peloponnesische staten van Sparta afvielen, en in het

volgende jaar trok Ep. zelf met een groot leger naar de Peloponnesus,

ten einde eenheid tusschen die staten tot stand te brengen; hij dringt

tot Sparta zelf voorwaarts en bewerkt het herstel van Messenië en de

stichting van Megalopolis door de Arcadiërs. In 368 werd Pelopidas

verraderlijk door Alexander van Pherae gevangen genomen en de Thebanen

zonden een leger om hem te bevrijden; toen dit leger door onbekwaamheid

van den aanvoerder in gevaar geraakt was, verlangde het dat Ep.,

die als gewoon soldaat aan den tocht deelnam, het opperbevel zou in

handen nemen; hij leidde den terugtocht en bij een tweede expeditie

dwong hij Alexander zich aan de eischen van Thebe te onderwerpen. Ook

wendde Ep. pogingen aan om zijne vaderstad tot eene zeemogendheid

te verheffen, die echter zonder gevolg bleven. Besluiteloosheid

bij de peloponnesische bondgenooten en de moeielijkheid hen op den

duur tot eendrachtige samenwerking te bewegen, noodzaakten Ep. nog

herhaaldelijk tot tochten naar de Peloponnesus, het laatst in 362,

toen hij weder zeer nabij Sparta kwam; daar hij echter zag, dat men

daar op zijne komst voorbereid was, trok hij terug tot Mantinea,

waar het tot een slag kwam. Ep. behaalde weder de overwinning en

joeg het geheele vijandelijke leger op de vlucht, maar werd doodelijk

gewond. Met hem eindigde de kortstondige grootheid van Thebe.

Epaphroditus, Epaphroditos, 1) geleerd grammaticus, zeer bevriend

met Flavius Josephus, kwam onder Nero naar Rome en leefde er tot

de regeering van Nerva; hij schreef commentaren op oude grieksche

dichters.--2) geheimschrijver van Nero, wien hij bij zijn zelfmoord

behulpzaam was, daarom werd hij (in 95) door Domitianus ter dood

veroordeeld.

Epaphus, Epaphos, zoon van Zeus en Io, werd koning van Aegypte en

stichter van Memphis.

Eparitoi, heette het gemeenschappelijk leger der Arcadiërs, toen de

arcadische steden na den slag bij Leuctra tot een bond vereenigd waren.

Epei, Epeioi, oude volksstam uit Thessalia, die lang vóór den

trojaanschen oorlog naar Aetolia was getrokken en zich later in het

N. van Elis had gevestigd. Zie Elis.

Eperatus, Eperatos, van Pharae, opvolger van Aratus als strateeg van

het achaeisch verbond.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 56 / 150 段