rom. koningstijd rechters, die in 's koningsnaam recht spraken in
zaken van perduellio of hoogverraad. In het republikeinsche tijdperk
vinden wij deze duumviri nog eene enkele maal, o. a. in het proces
van Rabirius, door den praetor bij het lot aangewezen.--2) Duumviri
sacris faciundis, belast met het toezicht en het raadplegen der
sibyllijnsche boeken. Hun getal werd later op 10 en vervolgens op 15
gebracht. Zie decemviri s. f.--3) Duumviri iuri (iure) dicundo. In de
muncipiën en koloniën stonden veeltijds twee mannen aan het hoofd,
die, evenals te Rome de consuls, voor een jaar gekozen werden. Zij
hadden ook lictoren, doch met staven gewapend. Naast hen vindt men
in verschillende municipia duoviri aedilicia potestate.--4) Duumviri
viis purgandis. Het toezicht op het schoonhouden van en het onbelemmerd
verkeer in de straten van Rome buiten de muur van Servius Tullius tot
aan den eersten mijlpaal was opgedragen aan duumviri. Zij worden het
eerst genoemd in de lex Julia municipalis van 45. Augustus schafte
dit ambt af, waarschijnlijk vóór 12, en stelde toen curatores viarum
aan. Zij behoorden tot de zoogenaamde vigintisexviri (z.a.).--5)
Duumviri navales classi ornandae et reficiendae, buitengewone
commissarissen, in 311 voor het eerst vermeld, tot het uitrusten
eener vloot.--6) Duumviri aedi faciundae, reficiundae, dedicandae,
buitengewone commissarissen voor den bouw, de herstelling of de
wijding van een tempel.
Dymae of Dyme, Dymai, Dyme, eene der 12 bondssteden van Achaia, aan de
golf van Patras, bij de grens van Elis, later rom. kolonie. Ook eene
stad in Thracia aan de via Egnatia, aan den benedenloop van den Hebrus.
Dymantis, Hecabe, dochter van Dymas.
Dymas, Dymas, 1) Phrygiër, vader van Hecabe.--2) zoon van Aegimius,
stamvader der dorische Dymanes.
Dynamene, Dynamene, eene van de Nereïden.
Dyras, Dyras, riviertje in Malis, ten Z. van den Spercheus, dat
oudtijds in de Malische golf uitliep. Nu is het een zijriviertje van
den Spercheus.
Dyrr(h)achium, Dyrrachion, thans Durazzo, bloeiende koopstad
aan de Oostkust der Adriatische zee, door Catullus taberna Adriae
genoemd. De overtocht dezer zee had meestal plaats tusschen Brundisium
en Dyrrachium, vanwaar dan de via Egnatia over Thermae of Thessalonice
naar Byzantium voerde. In de grieksche geschiedenis heet D. Epidamnus,
doch de Rom., voor wie de laatste naam een ongunstigen klank had,
gaven aan de stad haar oudsten naam terug. De stad was eene kolonie
van Corcyra en Corinthe (gesticht 627); de burgeroorlog, waarin de
aristocratie hulp van Corcyra, de volkspartij hulp van Corinthus kreeg,
was het voorspel van den peloponnesischen oorlog.
Dysaules, Dysaules, broeder van Celeüs, werd door Ion uit Eleusis
verjaagd, en voerde te Phlius de eleusinische mysteriën in.
Dysorum, Dysoron oros, gebergte, met goudmijnen, ten W. van den
Beneden-Strymon, in Macedonia.
Dyspontium, Dyspontion, stad in Pisatis, na de onderwerping van het
landschap door de Eleërs verlaten.
E.
Ebora, rom. muncipium in Lusitania, ook Liberalitas Iulia genaamd,
thans Evora.
Eboracum, Eborakon, thans York, hoofdstad der Brigantes in
Britannia. De keizers Septimius Severus en Constantius Chlorus stierven
te York, Constantijn de Gr. werd er tot keizer uitgeroepen.
Ebudae insulae, Eboudai nesoi, ten N.W. van Caledonia (Schotland),
thans de Hebriden.
Eburodunum, hoofdstad der Caturiges (z.a.).
Eburones, Ebourones, germaansch volk in Belgica, dat langs de Maas
woonde, van Namen tot Roermond, door Caesar zoo goed als uitgeroeid,
omdat ze het romeinsche leger, dat in hun land overwinterde, bij den
opstand van 54/53 hadden afgemaakt.
Eburovices, keltisch volk in Normandië met de hoofdstad Mediolanum
(Evreux aan de Eure), een van de vier stammen der Aulerci.
Ebusus, Ebysos, thans Iviza, het grootste der Pityusen-eilanden bij
Hispania. Ook de stad heette Ebusus. Zij werd in den tweeden punischen
oorlog (217) door de Rom. tevergeefs bestormd.
Ecbatana, ta Ekbatana, ook Agbatana, hoofdstad van Media, zomerverblijf
der perzische en later der parthische koningen. Het was terrasgewijze
gebouwd tegen de helling van den boschrijken Orontesberg, en door
zeven verschillend gekleurde muren omgeven. Als stichter wordt
Deioces genoemd.
Ecdemus, Ekdemos, en Demophanes (v. a. Megalophanes), twee burgers
van Megalopolis, leerlingen van Arcesilaus, verdreven den tyran
Aristodemus uit hunne vaderstad, en hielpen Aratus in het verdrijven
van Nicocles uit Sicyon. Daarna gingen zij naar Cyrene, waar zij zich
door het geven van wijze wetten verdienstelijk maakten. Later keerden
zij terug en wijdden zij zich aan de opvoeding van Philopoemen.
Ecdicus, ekdikos, iemand, die, wanneer eene civitas in eene provincie
in rechten optrad, die civitas voor de rechtbank vertegenwoordigde. De
latijnsche benaming is cognitor civitatis.
Ecetra, Echetra, sterke volscische stad in Latium, vermoedelijk door
de Rom. verwoest.
Echecrates, Echekrates, van Phlius, leerling van Archytas, vriend en
misschien leermeester van Plato.
Echedorus, Echeidoros, macedonische riv., die ten O. van den Axius
in de golf van Thermae uitloopt.
Echemus, Echemos, koning van Arcadië, trok als bondgenoot van Atreus
den Doriërs bij hun inval in de Peloponnesus tegemoet, en doodde
Hyllus.
Echepolus, Echepolos, 1) Sicyoniër, die aan Agamemnon eene schoone
merrie gaf, om zich los te koopen van de verplichting om mede naar
Troja te gaan.--2) Trojaan, door Antilochus gedood.
Echetlus, Echetlos, een heros, op bevel van een orakel door de
Atheners vereerd sedert den slag bij Marathon, waar hij als landman
verschenen was, met een ploegschaar vele vijanden gedood had, en na
de overwinning verdwenen was.
Echetus, Echetos, wordt in de Odyssea genoemd als een wreed koning
van Epirus, die alle vreemdelingen mishandelde en zijn eigen dochter
de oogen uitstak.
Echidna, Echidna, dochter van Tartarus en Gaea, of van Chrysaor en
Callirhoë, een monster, half vrouw, half slang, woonde in Cilicië,
was bij Typhon moeder van de Chimaera, den Cerberus (Echidneus canis),
de lernaeische hydra e. a. monsters. Zij werd door den alzienden
Argus in den slaap gedood.--V. s. woonde zij in het land der Scythen,
en verwekte Heracles bij haar drie zonen, van welke een de stamvader
der scythische koningen werd.
Echinades, Echinades, zeeëgel-eilanden, aan den mond van den
Achelous vóór de kust van Acarnania gelegen, en gevormd door de sterke
aanslibbing van den stroom. Volgens de mythe waren het nimfen geweest,
die bij het offeren den riviergod hadden vergeten en toen met den
grond, waarop zij stonden, waren losgescheurd en door den stroom een
eind ver meegesleurd.
Echinos, doos waarin te Athene bij een proces de bewijsstukken enz.,
bewaard werden.
Echinus, Echinos, 1) stad in Acarnania aan de Ambracische golf.--2)
stad in het thessalische landschap Phthiotis aan de Malische golf.
Echinus, echinos, de eierlijst aan het kapiteel eener zuil. Zie
columna.
Echion, Echion, 1) een der mannen, gesproten uit de door Cadmus
gezaaide draketanden, huwde diens dochter Agave, en hielp zijn
schoonvader bij het bouwen van Thebae.--2) zoon van Hermes en
Antianira, beroemd om zijne snelheid in het loopen, nam deel aan
de calydonische jacht en den tocht der Argonauten.--3) een van de
Giganten, die den hemel bestormden; Athena veranderde hem door het
Medusahoofd in een steen.--4) verkeerde lezing voor Aetion, z. a.
Echionides, Pentheus, zoon van Echion no. 1.
Echo, Echo, boeotische Oreade, die Hera met haar gesnap bezig hield,
wanneer Zeus de nimfen bezocht. Toen deze list ontdekt werd, ontnam
Hera haar het gebruik harer tong, zoodat zij alleen de laatste woorden
herhalen kan van vragen, die men tot haar richt. Zij werd verliefd
op Narcissus, en daar deze haar niet beminde, kwijnde zij weg, en
bleef alleen hare stem over. Bij Pan was zij moeder van Iynx.
Ecnomus mons, Eknomos lophos, kaap aan de Z. kust van Sicilia tusschen
Agrigentum en Gela, waar L. Manlius Vulso in 256 de Carthagers
verslagen heeft.
Ecphantides, Ekphantides, een van de oudste dichters der oude attische
comedie, door zijn jongeren tijdgenoot Cratinus bespot.
Eculeus = equuleus.
Edessa, Edessa, 1) stad in het macedonische landschap Emathia, vroeger
Aegae, waarvan het eerst de vóórstad was.--2) stad in Osroene,
tusschen den Euphraat en den Chaboras, ook wel Osroë of Orrhoë
geheeten, onder de Seleuciden Antiochia Callirrhoë genoemd naar de
talrijke nabijgelegen bronnen van den Scirtus, in den keizertijd en
in de kruistochten weder bekend als Edessa.
Edetani, Edetanoi, volk in Tarraconensis aan de tegenw. golf van
Valencia. In hun gebied lagen de steden Valentia en Saguntum.
Edictum. Elke overheid te Rome kon binnen den kring harer
ambtsbevoegdheid verordeningen maken en afkondigen, zoowel voor
enkele op zichzelf staande gevallen als in het algemeen geldig
voor het geheele ambtsjaar. Zoo bevatten b.v. de edicta der aedilen
voorschriften omtrent markt- en handelsverkeer, openbare veiligheid
en dgl. Bepalingen, die nuttig bleken te werken, werden uit den aard
der zaak door de opvolgers van hunne ambtsvoorgangers overgenomen. Het
belangrijkste dezer edicten is het jaarlijksch edict van den praetor
urbanus en in de tweede plaats van den praetor qui inter peregrinos
ius dicebat. Zulk een edictum praetoris stond voor 's praetors woning
op een wit houten bord of album met zwarte letters te lezen. De
strenge bepalingen van het oud-rom. ius privatum moesten mettertijd
in milderen geest gewijzigd en uitgebreid worden. Wat nu de eene
praetor van den anderen overnam, werd edictum perpetuum of tralaticium
genoemd. Bijzondere bepalingen, in den loop van het ambtsjaar door
den praetor uitgevaardigd, heetten edicta repentina. Zoo ontstond
naast het oude ius civile (niet in strijd daarmede, doch daarop
gegrond) het ius praetorium of honorarium, z. a. Hiernaast wordt
ook vermeld het edictum aedilium curulium, aan wie de beslissing
in handelsgeschillen, en dus ook het vaststellen van de bepalingen,
daarop betrekking hebbende, was opgedragen.
Edoni, Edones, Edonoi, thracisch volk, door Philippus van Macedonia
onderworpen. Zij woonden ten O. van den Beneden-Strymon en waren
berucht door hun woesten Bacchusdienst; zie Myrcinus. Dichterlijk is
Edonus = thracisch, Edonis = Bacchante.
Eetion, Eetion, 1) koning van Thebe in Mysië, vader van Andromache,
met zijne zeven zonen door Achilles gedood.--2) koning van Imbrus,
kocht een zoon van Priamus uit de krijgsgevangenschap vrij.--3)
vader van Cypselus.
Effatum in het algemeen uitspraak, verkondiging, formulier in
godsdienstzaken, o.a. het formulier, dat de augur uitsprak bij de
wijding eener ruimte op aarde of aan den hemel tot templum. Vandaar
de uitdrukking effari templum.
Egeria, Aeg., Egeria, Aig., orakelgevende bronnimf, die gehuwd was met
Numa Pompilius, en volgens wier voorschriften Numa de godsdienstige
aangelegenheden regelde; na zijn dood vluchtte zij naar Aricia, waar
zij van droefheid in een bron veranderde. Zij was eene beschermgodin
van Rome en werd vooral door zwangere vrouwen aangeroepen. Zij had
een heiligdom voor de Porta Capena en een te Aricia.
Egesta, Egesta, bij de Rom. gewoonlijk Segesta, bij Vergilius Acesta
geheeten, een oude, niet-grieksche stad op de N.W.-kust van Sicilia,
volgens de latere sage door Trojanen gesticht. In de nabijheid vond men
twee riviertjes, die de namen Simoïs en Scamander droegen. De strijd
tusschen deze stad en Selinus gaf aanleiding tot den tocht der Atheners
naar Syracusae. Egesta had de hulp der Atheners ingeroepen. Sedert
263 was het met Rome verbonden.
Egestes = Acestes.
Enkaustike, zie Encaustica.
Enkoimesis, incubatio, het slapen in den tempel van een droomorakel,
waar men in den slaap door een droomgezicht antwoord meende te
ontvangen op vragen aan het orakel gedaan.
Enktesis, het bij verdrag aan de burgers van twee staten toegestane
recht, om in elkanders grondgebied vaste goederen te hebben; ook het
goed dat men volgens dit recht in eigendom heeft.
Enkyklios paideia, agoge, het onderwijs, dat men voor beschaafden
noodig achtte. Het omvatte in latere tijden grammatica, rhetorica,
philosophie, rekenkunde, muziek, geometrie en astronomie.
Egnatia of Gnathia, drukke havenstad in Apulia aan de via Appia nova,
ten N. van Brundisium, met slecht water.
Egnatia (via), de groote heerweg, die van Dyrrachium door Illyria,
Macedonia en Thracia naar Byzantium liep. Van Rome reisde men langs
den Appischen weg tot Capua, verder langs den nieuwen App. weg naar
Brundisium, stak dan de Adriatische zee over naar Dyrrachium en
zette den tocht langs den Egnatischen weg voort over Apollonia en
Thessalonica. De weg is aangelegd na de onderwerping van Macedonia
(146).
Egnatii, uit Samnium. 1) Gellius Egnatius was een der aanvoerders van
de Samnieten in de samnietische oorlogen. Hij sneuvelde in 295 in den
slag bij Sentinum.--2) Marius Egnatius, aanvoerder der Samnieten in den
bondgenooten-oorlog. In 90 lokte hij den rom. consul L. Julius Caesar
in eene hinderlaag en vernietigde bijna diens geheele leger, bij den
mons Massicus. In 89 sneuvelde hij. Na den oorlog vindt men Egnatii
in den rom. senaat.--3) C. Egnatius Rufus, rom. ridder, door Cicero
om zijne hulpvaardigheid geprezen.--4) M. Egnatius Rufus, zeer bemind
bij het volk, werd op last van Octavianus als samenzweerder ter dood
gebracht (19).--5) P. Egnatius Celer, stoisch wijsgeer uit Berytus. In
69 n. C. werd hij door Musonius Rufus wegens zijne handelswijze jegens
Barea Soranus (z. a.) aangeklaagd, en door den senaat veroordeeld.
Egnatuleius (C.), op wiens aansporing in 44 het vierde legioen van
Antonius tot Octavianus was overgegaan, kreeg op Cicero's voorstel
verlof om beneden den wettigen leeftijd naar de hooge staatsambten
te mogen dingen, maar wordt later niet meer genoemd.
Eion, Eïon, havenstad van Amphipolis.--2) = Eiones.
Eiones, Eïones, stadje der Dryopes in Argolis aan den Sinus Argolicus,
vroeg verwoest.
Eira = Ira.
Eirenes, te Sparta jongelieden van 20 tot 30 jaar; bij spelen en
gymnastische oefeningen hadden zij het opzicht over de agelai.
Eiresione, een met wol omwonden krans van olijftakken, die, met
bloemen en vruchten beladen, bij de Pyanepsia rondgedragen en aan den
tempel van Apollo en ook aan particuliere huizen opgehangen werd. Ook
het lied, dat daarbij gezongen werd en waarbij men giften verzocht,
en in het algemeen een lied van dien inhoud.
Eisangelia, een bizondere vorm van proces te Athene, die aangewend
werd bij zware misdaden en bij zulke, die voor den staat zelf gevaar
schenen op te leveren. De aanklager diende een klachtbrief (eisangelia)
bij den raad of de volksvergadering in, en wanneer deze aangenomen
werd, werd de aangeklaagde in hechtenis genomen, hoewel hij zich in
de meeste gevallen door het stellen van drie borgen daaraan onttrekken
kon. Wanneer de raad den aangeklaagde schuldig bevonden had, en meende
dat de hoogste boete, die hij kon opleggen (500 drachmen), als straf
niet toereikend was voor de misdaad, verwees hij de zaak naar de
thesmotheten of naar het volk. Aanklachten die bij de volksvergadering
ingekomen waren, konde zij zelve behandelen of naar de thesmotheten
verwijzen; bij misdaden, waarvoor geen straf bij de wet bepaald
was, werd vóór het onderzoek vastgesteld, welke straf ingeval van
veroordeeling zoude opgelegd worden. Sedert het begin der vierde eeuw
bepaalde de wet, op welke misdaden de eisang. kon worden toegepast;
kort daarna werd op die misdaden de doodstraf gesteld met verbod
van begrafenis in Attica.--De eisangelia had in sommige gevallen,
ook indien de aangeklaagde vrijgesproken werd, geen geldelijk nadeel
voor den aanklager ten gevolge, zooals andere processen.
Eisagoges, een collegie van vijf rechters, die uitspraak deden in de
meeste emmenoi dikai; ook worden zoo alle overheden genoemd, wanneer
zij eene bij hen ingediende aanklacht na voorloopige instructie voor
de rechtbank brengen.
Eisiteria, offer door de leden van den raad bij het aanvaarden hunner
betrekking gebracht. Z. exiteria.
Eisphora, buitengewone belasting op het vermogen, te Athene voor het
eerst door Pisistratus geheven, later vervangen door de phoroi, der
bondgenooten; in den Peloponnesischen oorlog voor het eerst in 428,
later in oorlogstijd dikwijls geheven. Wie die belasting niet betaalde,
werd gestraft met verbeurdverklaring zijner goederen, niet met atimie,
zooals andere schuldenaars van den staat. Zie ook symmoria.
Ekecheiria, zie Olympia, ta Olympia.
Ekklesia, volksvergadering. Te Athene besliste de volksvergadering over
alle aangelegenheden van den staat, wanneer de wet daarover niet anders
beschikt had, bijv. bij wetgeving, verkiezingen, het verklaren van
oorlog en sluiten van vrede, enz. In elke prytanie werden vier gewone
(tetagmenai) vergaderingen gehouden, in dringende gevallen werden
ook buitengewone (synkletoi, proskletoi, katakletoi) vergaderingen
beroepen. De onderwerpen, in de vergadering te behandelen, moesten door
den voorzitter vooraf bekend gemaakt worden (prographein ekklesian);
voor een van de gewone vergaderingen (de kyria ekkl.) waren zij bij de
wet vastgesteld. De vergaderplaats was in de oudste tijden de markt,
later gewoonlijk de Pnyx, nog later de schouwburg. Toegang tot de
vergaderingen, recht om aan de discussies deel te nemen en stemrecht
hadden alle burgers boven de 20 jaar oud, voor zoover zij niet door
atimie dat recht verloren hadden. De voorzitter, oudtijds de epistates
der prytanen, later die van de proedroi (z.a.), opende de vergadering
met een offer en gebed en legde daarna de punten ter behandeling aan
het volk voor (protithenai), die gewoonlijk begeleid werden door een
praeadvies van den raad (probouleuma), waarover dan eerst gestemd
werd (procheirotonia); vereenigde de vergadering zich niet daarmede,
dan kon iedereen een voorstel doen, dat de voorzitter echter niet
in stemming mocht brengen, wanneer het in strijd met de wet was, en
waarvan iedereen de behandeling kon verhinderen door de verklaring,
dat hij den voorsteller wegens de onwettigheid van het voorstel
(paranomon) zoude aanklagen. De stemming geschiedde door het opsteken
der handen (cheirotonein), of wanneer zij personen betrof met steentjes
(psephizesthai, dikwijls ook algemeen voor stemmen gebruikt).--Tot de
spartaansche volksvergadering (halia), hadden toegang alle Spartanen
boven de 30 jaar oud en in het volle bezit van hunne burgerlijke
rechten; in latere tijden wordt nog eene afzonderlijke vergadering
van homoioi vermeld, ofschoon het niet blijkt in welke verhouding
zulk eene vergadering tot de algemeene volksvergadering stond. De
meeste staatszaken worden door de gerousia behandeld; wanneer het
volk ter vergadering geroepen werd, had het alleen de bevoegdheid
de voorstellen van de gerousia of van den koning aan te nemen of te
verwerpen; veranderingen daarin te brengen of nieuwe voorstellen
te doen was niet geoorloofd, zelfs had men om het woord te voeren
de bizondere vergunning van den voorzitter noodig. De stemming had
plaats door geschreeuw, en, ingeval de uitslag twijfelachtig was,
door afzondering van voor- en tegenstemmers.
Ekklesiastikon, betaling voor het bijwonen der volksvergadering te
Athene, eerst één, later drie obolen, waarschijnlijk eerst na den
peloponnesischen oorlog ingevoerd. Ten tijde van Aristoteles was het
ekkl. tot een drachme verhoogd, en voor de kyria ekklesia tot 9 obolen.
Ekkletos polis, een staat, waaraan twee strijdende staten met onderling
goedvinden de beslechting van hun geschil opdragen.--Bij de verdragen
tusschen verschillende staten was soms bepaald, dat wanneer een
burger van den eenen staat in den anderen staat een proces verloor,
hij bij zijn eigen staat van dit vonnis in appèl kon komen; de staat,
waarbij men appelleert, wordt dan ook ekkletos polis, het proces
ekkletos dike genoemd.
Ekkyklema, een machine, waardoor de achtergrond van een tooneel
geopend wordt, om een huis of paleis van binnen te laten zien;
v. s. een kleine houten stelling, die door de groote achterdeuren
op het tooneel gerold werd, en waarop zich de personen bevonden,
die voorondersteld werden in het huis te zijn.
Ekloges, te Athene buitengewone beambten, belast met het invorderen van
aan den staat verschuldigde gelden, vooral die van de schatplichtige
bondgenooten.
Elaea, Elaia, oude stad in aziatisch Aeolis, aan de Elaïtische golf,
later haven van Pergamus.
Elaeus, g. -untis, Elaious, olijvenstad, kolonie van Teos op de punt
van de thracische Chersonesus, met het grafteeken van Protesilaus,
den eersten Griek, die op het trojaansch gebied aan wal sprong en
tevens sneuvelde.
Elagabalus = Heliogabalus.
Elana = Aelana.
Elaphebolia, Elaphebolia, feest ter eere van Artemis in de maand
Elaphebolion gevierd, waarbij haar een koek in den vorm van een hert
geofferd werd.
Elaphebolion, Elaphebolion, 9de maand van het Attische jaar
(Maart-April), zie annus.
Elatea, Elateia, stad en sterke burcht in Phocis, de sleutel van een
bergpas naar Thessalia. Philippus van Macedonia bezette dit punt in
338, waarvan de slag bij Chaeronea het gevolg was.
Elaver, ook Elaris, Elauris, thans Allier, zijtak van den Liger
(Loire), ontspringt op den mons Cebenna.
Elbo, Elbo, eiland tusschen den phatnitischen en den tanitischen
Nijlmond, waar de aegyptische koning Anysis zich schuil hield voor
den aethiopischen overweldiger Sabaco en later Amyrtaeus tegen den
perzischen koning Artaxerxes I.
Elea, later Velia, stad in Lucania aan de Tyrrheensche zee, door
vluchtelingen uit Phocaea gesticht ± 550, toen Cyrus de perzische
heerschappij over de Westkust van Klein-Azië uitbreidde. Hier
woonden de wijsgeeren Xenophanes, Parmenides en Zeno, de stichters
der eleatische school; zie Xenophanes.
Eleatische wijsbegeerte, z. Xenophanes.
Electra, Elektra, 1) dochter van Ocanus en Tethys, moeder van Iris en
de Harpyieën.--2) Pleiade, bij Zeus moeder van Dardanus en Iason.--3)
zuster van Cadmus, gaf haar naam aan een van de poorten van Thebe.--4)
dochter van Agamemnon en Clytaemnestra, zorgde bij den moord van haar
vader, dat Orestes in veiligheid gebracht werd; toen hij terugkeerde,
hielp zij hem op Clytaemnestra en Aegisthus wraak te nemen. Zij was
door haar moeder aan een armen daglooner uitgehuwd, die haar echter
met allen eerbied behandelde; later huwde zij met Pylades.--5)
dochter van Latinus; v. s. was Remus de zoon van Italus en Electra.
Electrides insulae, Elektrides nesoi, barnsteeneilanden, zie Glaesariae
insulae.
Electryon, Elektryon, zoon van Perseus en Andromeda, koning van
Mycenae, gehuwd met Anaxo, vader van Alcmene. Zie Amphitryo.
Elegia, elegeia (ta), ook elegeia, een soort lyrisch gedicht, de
eerste overgang van epische tot lyrische poëzie. In inhoud, wijze
van behandeling, dialect en versmaat (hexameters met pentameters
afwisselend, disticha) verwijdert zich de elegie oorspronkelijk niet
ver van het epos. De oudste (ionische) elegieën waren krijgsliederen
of behandelden de politiek, later bij de Atheners werden het meer
liederen uit het dagelijksch leven, tafel-, liefde- en klaagliederen,
de Alexandrijnen eindelijk kozen dezen dichtvorm bij voorkeur voor
geleerde onderwerpen. Bij de Romeinen werd sedert het einde der
republiek tot zeer laat van de elegie veel werk gemaakt.
Eleleides = Bacchae.
Eleon, Eleon, oude stad in Boeotia, ten O. van Tanagra.
Elephantine, Elephantine, eilandje met stad in den Nijl, op de
aethiopische grenzen dicht bij Syene, onder de Perzen en Rom. een
sterk bezette grenspost.
Elephenor, Elephenor, zoon van Chalcodon, vorst der Abanten, werd
voor Troje door Agenor gedood.
Eleus = Elaeus.