Demosthenes, Demosthenes, 1) zoon van Alcisthenes, atheensch strateeg

in den peloponnesischen oorlog, ondernemend, omzichtig en bekwaam. In

426, toen hij met 30 schepen de kusten van de Peloponnesus plunderde,

vormde hij het plan door Aetolië, Doris en Phocis te dringen en een

inval in Boeotië te doen; door onbekendheid met land en volk mislukte

deze onderneming en leed D. zulke verliezen, dat hij uit vrees voor den

toorn der Atheners te Naupactus bleef. Toen hij echter den Spartanen

bij die stad en bij het amphilochische Argos gevoelige verliezen

had toegebracht, keerde hij naar Athene terug. In het volgende jaar

bezette hij Pylus in Messenië en sloot hij de spartaansche hoplieten,

die gekomen waren om hem te verjagen, op het eiland Sphacteria in;

na een lang beleg dwong hij, door Cleon (z. a.) geholpen, hen tot de

overgave. Toen in 413 de berichten, die Nicias van Syracusae zond,

steeds ongunstiger werden, werd D. met eene aanzienlijke vloot hem

te hulp gezonden; de geleden verliezen waren echter reeds te groot,

en D. vond bij zijn ambtgenoot te veel tegenstand, dan dat hij eenig

voordeel kon behalen of het leger en de vloot kon redden; na de

beslissende nederlaag werd hij, evenals Nicias, gevangen genomen en

door de verbitterde Syracusanen ter dood gebracht.--2) Athener, zoon

van Demosthenes, geb. 383, verloor op zijn zevende jaar zijn vader,

die hem een vrij aanzienlijk vermogen naliet, waarvan echter, toen

hij meerderjarig werd, bijna alles door zijne voogden verduisterd

of verkwist was. In het proces, dat hij hun deswege aandeed (364),

trad hij dus reeds zeer vroeg als redenaar op, zoodat sommigen ook

vermoedden dat de bij die gelegenheid door hem gehouden redevoeringen

niet door hem alleen, maar door of ten minste met de hulp van

Isaeus gemaakt waren. Deze was reeds vroeger zijn leermeester in de

welsprekendheid geweest, ofschoon hij natuurlijk ook andere redenaars

hoorde, en de natuurlijke nadeelen, waarmede D. te kampen had,

lichamelijke zwakte en een spraakgebrek, waren bij het onderwijs

zoovele moeielijkheden, die hij alleen door bewonderenswaardige

volharding kon te boven komen. Ofschoon D. het eerste proces tegen

een van zijne voogden won, gelukte het hem niet zich in het bezit

te stellen van het hem toekomende, en moest hij zich ten slotte

met de betaling eener betrekkelijk kleine som tevreden stellen;

dientengevolge vond hij het ook raadzaam met de twee andere voogden

eene schikking te maken. Daarna hield hij zich als logographos bezig

met het schrijven van pleidooien, waarmede hij naar het schijnt veel

succes had, doch deze werkzaamheid liet hij varen toen hij zich op de

staatszaken ging toeleggen. Op ongeveer dertigjarigen leeftijd begon

hij ook in de volksvergadering op te treden, v. s. nadat hij bij eene

vroegere poging uitgefloten, maar door een beroemd tooneelspeler tot

volharding aangemoedigd was. Voorshands hield hij zich met onderwerpen

van ondergeschikt belang bezig, maar weldra zag hij dat van buiten een

gevaar dreigde, dat den ondergang van Athene en geheel Griekenland ten

gevolge moest hebben: de toenemende macht van Macedonië. Sedert 351,

het jaar waarin hij zijn eerste Philippica hield, houdt D. niet op,

de Atheners tegen Philippus te waarschuwen, en hen te wijzen op hunne

verkeerdheden, waardoor het dezen mogelijk werd zich steeds grooter

gebied te verwerven en meer en meer invloed op de aangelegenheden der

Grieken te krijgen. Grievend moet het voor D. geweest zijn te zien,

hoe weinig zijne vermaningen vermochten, hoe zelden de door hem

voorgestelde maatregelen ten uitvoer gebracht werden, deels door

de onverschilligheid van het volk, deels door gebrek aan bekwame

veldheeren, maar vooral door het drijven van eene invloedrijke partij,

die in het belang van Macedonië werkte en waarvan Aeschines (z. a.) de

woordvoerder was. Het kon D. niet ontgaan, waartoe dit alles leiden

moest; toen dan ook Philippus na den tweeden heiligen oorlog eensklaps

het masker afnam en zelfs Athene bedreigde, was hij de eenige die

niet verrast werd, die kalm genoeg bleef om ook nu nog verstandige

maatregelen te nemen en oogenblikkelijk een bondgenootschap tusschen

Thebe en Athene tot stand te brengen, dat aanvankelijk Philippus met

goed gevolg scheen weerstand te bieden; de slag bij Chaeronea besliste

echter in het nadeel der Grieken. Vruchteloos waren ook de pogingen van

D. om na den dood van Philippus een algemeen grieksch bondgenootschap

tegen Macedonië in het leven te roepen; de snelheid en gestrengheid,

waarmede Alexander op Thebe wraak nam, boezemde ieder schrik in,

en alleen op voorspraak van Demades zag Al. af van zijn eisch, dat

met andere redenaars ook D. aan hem zoude uitgeleverd worden. Maar

hoe weinig gevolg de bemoeiingen van D. ook hadden, het volk erkende

steeds zijne edele bedoelingen en zijn vaderlandslievend streven;

zoolang men zich nog konde bedriegen omtrent Philippus' plannen, mocht

het al lachen, wanneer D. door zijne vijanden een overdreven pessimist

en "waterdrinker" genoemd werd, telkens wanneer zij een beslissenden

slag tegen hem meenden te slaan, toonde het volk hoezeer het hem

achtte. Toen D. Aeschines wegens hoogverraad aanklaagde, ontsnapte

deze, in weerwil van zijne invloedrijke vrienden, ternauwernood aan

eene veroordeeling; toen daarentegen Aeschines zich verzette tegen een

volksbesluit, waarbij aan D. wegens zijne verdiensten een gouden krans

werd toegekend, leed hij zulk een verpletterende nederlaag, dat hij een

langer verblijf te Athene onmogelijk achtte (z. Aeschines). Ook werden

aan D. verscheiden eerambten opgedragen, die hij alle met bekwaamheid

en dikwijls met groote kosten waarnam, en de hardnekkige tegenstand

der macedonischgezinden kon niet beletten, dat hem werd opgedragen de

lijkrede over de gesneuvelden bij Chaeronea uit te spreken. Ongelukkige

gevolgen had voor hem echter de komst van Harpalus (z. a.); ofschoon

hij eerst afgeraden had dezen in de stad te ontvangen, beweerde men

later dat hij zich had laten omkoopen om in het belang van Harpalus

te werken; hij werd tot eene boete van 50 talenten veroordeeld, en

daar hij die som niet kon betalen, werd hij gevangen gezet (324);

hij ontvluchtte echter na weinige dagen en bracht eenigen tijd op

Aegina en te Troezen door, totdat hij bij de algemeene beweging,

die door den dood van Alexander in geheel Griekenland ontstond,

teruggeroepen werd. Hij werd in triumf te Athene ingehaald en leidde

weder voor eenigen tijd met hart en ziel de toebereidselen voor den

oorlog tegen Macedonië; na de nederlaag bij Crannon vluchtte hij naar

den tempel van Poseidon te Calauria, waar hij, toen de troepen van

Antipater naderden om hem gevangen te nemen, zich door vergif van het

leven beroofde (October 322). Ruim 40 jaar later richtte het volk,

op voorstel van Demochares, een standbeeld voor hem op, als voor

een man die zijn vermogen voor het algemeen belang had opgeofferd,

den staat vele diensten bewezen en vele bondgenooten verworven had,

het volk steeds ten goede geraden had, en eindelijk in het gevaar

den dood boven het verzaken zijner beginselen had gekozen. Zijne

redevoeringen zijn voor een deel verloren gegaan, van de 61, die

zijn naam dragen, worden 16 voor onecht gehouden; de echte gelden als

modellen van welsprekendheid en dienen tot schitterende bewijzen van

zijne bekwaamheid en zijn ijver, zoowel als van zijne vaderlandsliefde

en zijn edel karakter. De belangrijkste en meest gelezen redevoeringen

zijn: kata Philippou a´ (begin 351), de 3 Olynthische (351-349), peri

tes eirenes (346), kata Philippou b´ (344), peri tes parapresbeias

(343, zie Aeschines), peri ton en Cherroneso (341), kata Philippou g´

(341), hyper Ktesiphontos peri tou stephanou (330, zie Aeschines).

Denarius, zilveren rom. munt = 10 as, (zie as), later, toen

de as in gewicht beperkt was = 16 as. De denarius is altijd in

waarde gelijkgesteld met de Attische drachme. De stempels waren

verschillend. Denarius aureus, bij verkorting alleen aureus geheeten =

25 zilveren denarii of 100 sestertiën. Zie aureus.

Denseletae of Dentheleti, Dentheletai, Dantheletai, thracisch volk

aan den Haemus, tusschen de rivieren Strymon en Nestus.

Dentatus, bijnaam in het geslacht der Curii.

Denuntiatio, de inleiding tot een proces, de mededeeling daarvan door

den eischer aan den gedaagde en de afspraak der partijen om voor den

praetor te verschijnen. Sedert M. Aurelius wordt denuntiatio vaak

gebezigd voor de gerechtelijke dagvaarding.

Deo, Deo, verkorte naam, die aan Demeter vooral bij de dichters

gegeven werd.

Depontani werden wel eens de burgers boven 60 jaar genoemd. Den

Romeinen zelf was de oorsprong van dezen naam duister. Misschien is de

uitdrukking hieruit te verklaren, dat toen de pontes ingevoerd werden

bij het stemmen, iuniores, hetzij in ernst of in scherts, geroepen

hebben: sexagenarios de ponte, met deze beteekenis, dat de oude heeren,

die door hun leeftijd geen diensten meer aan den staat verschuldigd

waren, ook maar van de stembus moesten wegblijven. Dat de zestigjarigen

echter het stemrecht gemist zouden hebben, is beslist onjuist.

Deportatio, verbanning naar eenige afgelegen strafkolonie,

zooals de cycladische eilanden, Donusa, Amorgos, Seriphus,

Gyarus, onder militaire bewaking en met verlies van burgerrecht en

bezittingen. Relegatio was slechts eenvoudige verbanning naar eene

bepaald aangewezen plaats, waar de balling overigens als vrij man

leefde, en zonder verdere rechtsgevolgen. Onder de republiek waren

deze straffen voor rom. burgers onbekend; zij dagteekenen uit den

tijd van Augustus. Bij Tacitus e. a. worden deportatio en relegatio

somtijds dooreen gebezigd.

Derbe, belangrijke stad in Lycaonia, aan de grenzen van Isauria, het

eerst genoemd als de woonplaats van den tyran Antipater, den vriend

van Cicero.

Derbices, Derbikkai, scythisch volk aan de noordelijke grenzen

van Perzië, in de steppen ten O. van de Caspische zee. Het zijn de

afstammelingen van de Massageten, waartegen Cyrus te velde trekt.

Dercetis, -to, Derketis, -keto, een syrisch meisje, moeder van

Semiramis; zij liet den vader van haar kind dooden en het kind

in een woestijn brengen, waar het door duiven gevoed werd; daarna

stortte zij zich in een meer bij Ascalon en werd zij in een visch

veranderd. De Syriërs vereerden haar onder den naam Atargatis als godin

te Hierapolis; zij wordt afgebeeld met het bovenlijf van eene vrouw,

dat in een vischstaart uitloopt.

Dercyl(l)idas, Derkyl(l)idas, Spartaan, die in den peloponnesischen

oorlog met roem diende. In 399 werd hem het bevel over het spartaansche

leger in Klein-Azië opgedragen; hij herstelde de onder zijn voorganger

Thibron verslapte krijgstucht, voerde met kracht den oorlog tegen

de Perzen, en wist vooral door zijn groote slimheid, om welke hij

Sisyphus bijgenaamd werd, groote voordeelen te behalen. Reeds hadden

de satrapen Tissaphernes en Pharnabazus een wapenstilstand met hem

gesloten om de vredesvoorwaarden op te stellen; toen echter de koning

van Perzië intusschen groote krijgstoerustingen maakte, kwam Agesilaus

in Azië en nam het opperbevel van D. over. Deze bleef nog eenigen

tijd bij het leger, en toen na den zeeslag bij Cnidus de Spartanen

overal verjaagd werden, handhaafde hij zich in Abydus en Sestus.

Dertona, Derthon, stad in Liguria, ten Z. van den Padus (Po),

rom. kolonie met den bijnaam Julia, thans Tortona.

Dertosa, Dertosa, thans Tortosa, stad der Ilercavones in Tarraconensis

nabij de monding van den Iberus (Ebro).

Designator, 1) bediende in het theatrum, die aan de toeschouwers hunne

plaatsen moest aanwijzen. De entréekaartjes, tesserae theatrales,

wezen den rang, de afdeeling (cuneus) en het nummer der plaats aan,

benevens den titel van het stuk.--2) aannemer van begrafenissen

en lijkstaatsies.--3) in de 3de eeuw n. C. een scheidsrechter bij

de wedrennen.

Destrictarium, vertrek waar men zich van stof, zweet en olie liet

reinigen, zie Strigilis en Balneum.

Dèsultores, 1) paardrijders, voltigeurs, die in vollen ren van het

paard sprongen, het bijhielden en er weder opsprongen, of ook wel

met twee paarden of meer hunne kunsten vertoonden en van het eene op

het andere oversprongen.--2) numidische en ook wel andere ruiters,

die twee paarden bestuurden, en wanneer het eene vermoeid was, in

vollen ren en volle wapenrusting op het andere oversprongen.

Detestatio sacrorum, plechtige afstand van de sacra zijner gens bij

arrogatio in eene andere, of verzaking van de sacra der familie bij

een testamentum comitiis calatis factum.

Deucalion, Deukalion, 1) zoon van Prometheus en Clymene, koning van

Phthia, was met zijne vrouw Pyrrha de eenige die behouden bleven,

toen Zeus het overige menschdom door eene overstrooming en een

plasregen van negen dagen verdelgde. Het schip, dat hij op raad van

Prometheus gebouwd had, landde bij het vallen van het water op den

Parnassus (v. a. Athos of Aetna). Verschrikt door de eenzaamheid

die hen omringde, raadpleegden zij het orakel van Themis, dat hun

beval de beenderen hunner moeder achter zich te werpen. D. begreep

dat hiermede steenen, als het ware de beenderen der moederaarde,

bedoeld werden; zij gehoorzaamden aan het orakel en de steenen van

D. werden mannen, die van Pyrrha vrouwen. Het graf van D. vond men

te Athene bij den tempel van den olympischen Zeus, dat van Pyrrha te

Cynus in Locris. Hunne kinderen waren Hellen, Amphictyon, Protogenea

e. a.--2) zoon van Minos en Pasiphaë, vader van Idomeneus, nam deel

aan den tocht der Argonauten en aan de calydonische jacht.

Deunx = 11 unciae. Als muntstuk bestond de deunx niet. De as had

12 unciae.

Deva, Deoua, thans Chester (afgeleid van Castrum), in de buurt van

Liverpool, stad in Britannia Romana. Ook de aanliggende baai of breede

riviermond, thans Dee, heette zoo.

Deverra, eene godin, die met Pilumnus en Intercidona aangeroepen werd

om eene kraamvrouw met haar kind tegen den invloed van Silvanus te

beschermen. Om zich de hulp van die godheden te verzekeren, liet men

des nachts drie mannen met bijl, stamper en bezem, de zinnebeelden

der beschaving, om het huis loopen.

Deversorium, zie Caupona.

Dexippus, Dexippos, 1) grieksch geschiedschrijver in de 3de eeuw n. C.,

wiens voornaamste werk de gebeurtenissen na den dood van Alexander

behandelde.--2) nieuw-platonisch wijsgeer in de 4de eeuw n. C.,

schrijver van commentaren op Aristoteles.

Dextans = 10 unciae of 5/6 as. Een muntstuk van dit bedrag bestaat

niet.

Di indigetes, enz., zie Dii indigetes, enz.

Dia, z. Dea Dia.

Dia, Dia, 1) oude naam van het eiland Naxus.--2) eilandje ten N. van

Midden-Creta.--3) eilandje in de arabische golf (Roode Zee), voor de

monding van de Aelanitische golf (Aelaniticus sinus).

Diablintes, een van de vier takken der Aulerci. Hoofdstad: Noviodunum,

tgw. Jublains.

Diacria, Diakria, het N.O. bergland van Attica. De Diacriërs waren het

armste en meest democratisch gezinde gedeelte der attische bevolking.

Diadikasia, in het algemeen de beslissing in een proces, in het

bizonder in eene rechtszaak, waarin verschillende personen dezelfde

aanspraken (bijv. op een voogdij, ambt e. dgl.) willen doen gelden;

ook in een proces tegen de staatskas, wanneer iemand beweerde recht

te hebben op verbeurdverklaarde goederen.

Diadochos, opvolger; in het bizonder wordt die naam gegeven aan hen,

die na den dood van Alexander d. G. over de deelen van zijn rijk

regeerden.

Diaeta, een complex van verschillende kamers in een Romeinsch huis,

die samen een woning op zich zelf vormen. In Pompeii heeft men

verscheidene zulke diaetae meenen te herkennen.

Diaeus, Diaios, van Megalopolis, sedert 149 strateeg van het achaeisch

verbond en aanvoerder in den oorlog tegen de Romeinen, die vooral door

zijn toedoen ontstaan was; nadat hij door Mummius bij Leucopetra op

den Isthmus verslagen was, maakte hij door vergif een einde aan zijn

leven (146).

Diagoras, Diagoras, 1) van Rhodus, een der beroemdste athleten van

Griekenland, vader en grootvader van athleten. Een van de gedichten van

Pindarus is aan hem gewijd.--2) van Melus, zoon van Teleclides, hield

zich in zijne jeugd met poëzie bezig, later werd hij een aanhanger van

Democritus. Hij leefde meestal te Athene, waar hij door het loochenen

der goden (vandaar zijn bijnaam atheos) en het bespotten der mysteriën

zooveel aanstoot gaf, dat de Atheners een prijs op zijn hoofd stelden

(411); hij vluchtte echter tijdig naar Corinthe. Deze verhalen zijn

echter niet geheel betrouwbaar.

Diagraphes, beambten te Athene, die ieders aanslag in buitengewone

belastingen (bijv. de eisphora) bepaalden en nalatige betalers

vervolgden.

Diaitetes, scheidsrechter. Te Athene werden civiele zaken, ter

besparing van onkosten, meestal in de eerste instantie door een

scheidsman behandeld. Op verzoek van den eischer wees de magistraat,

die met de leiding van het proces belast was, door het lot een van de

openbare scheidslieden aan, waarvan er meer dan honderd waren; van de

beslissing van den scheidsman kon men bij de Heliaea appelleeren. De

scheidsrechter kreeg bij elke zitting van beide partijen een drachme;

wegens misbruiken in het waarnemen zijner betrekking kon hij bij

de logisten aangeklaagd worden.--Bovendien kon men elk geschil bij

overeenkomst door een of meer scheidsrechters laten beslissen, die

men zelf koos; van hun uitspraak was echter geen appèl geoorloofd.

Diaktoros, bijnaam van Hermes, als uitvoerder van de bevelen van Zeus.

Diamartyria, het bewijs door getuigen, dat eene aanklacht al of niet

behoort in behandeling genomen te worden. De aangeklaagde kon eischen,

dat de aanklager door getuigen bewees, dat er geen beletsel (verjaring

e. dgl.) bestond om de zaak te behandelen, of anders zelf door getuigen

bewijzen dat zulk een beletsel wel bestond. Wie bij de diamartyria

geen vijfde deel van de stemmen voor zich had, verviel in de epobelia.

Diana, oorspronkelijk eene italiaansche maangodin, wier wezen in

nauw verband staat met dat van Janus, en wier dienst door latijnsche

plebejers in Rome was ingevoerd; later werd zij geïdentificeerd

met Artemis en werden alle attributen en mythen van deze op haar

overgebracht. Zij was voornamelijk de godin van het mindere volk,

ook slaven en slavinnen stonden onder hare bescherming. Haar feestdag

viel op den 13den Augustus, en de ludi saeculares waren aan haar en

Apollo gewijd.--Beroemd was de tempel, dien zij als beschermgodin

van het latijnsche stedenverbond op den Aventinus had. Ook te Aricia

(z. a.) had zij een beroemd heiligdom. Haar eeredienst in den tempel

op den Aventinus is ingericht naar dien van de Aricische Diana.

Dianium, kaap en stad van Tarraconensis, tegenover de Pityusen-eil. De

stad, oudtijds eene kolonie van Massilia en toen Hemeroscopium

geheeten, had een beroemden Diana-tempel. Sertorius gebruikte de

haven als marinestation.

Diapsephisis. Wanneer er vermoeden bestond, dat iemand zich

wederrechtelijk als atheensch burger had laten inschrijven, werd bij

volksbesluit bevolen, dat de demos, waartoe zulk een persoon behoorde,

zijn ledenregister zoude herzien. In eene vergadering der demotai

werd dan dit register voorgelezen, en over iedereen, wiens recht

men betwijfelde, werd gestemd; deze stemming heette diapsephisis. De

persoon, te wiens nadeele de stemming was uitgevallen, verloor zijn

burgerrecht zonder verdere straf te beloopen; indien hij echter

appelleerde en ook dan in het ongelijk gesteld werd, konden zijne

goederen verbeurd verklaard en hijzelf als slaaf verkocht worden.--Ten

tijde van Demosthenes gebeurde het eens, dat aan alle demen tegelijk

het herzien hunner ledenlijsten werd opgedragen.

Diasia, Diasia, een groot feest ter eere van Zeus Meilichios den 23sten

Anthesterion door de Atheners bij den Ilissus gevierd; het was een

verzoeningsfeest, waarbij ieder burger een offer bracht; wie geen stuk

vee kon betalen, gaf een gebak in den vorm van een schaap of varken.

Diaulos dromos, of alleen diaulos, een wedloop, waarin de dubbele

lengte van de renbaan afgeloopen werd.

Dicaea, thracische stad bij het meer Bistonis.

Dicaearchia, Dikaiarchia, havenstad van Cumae, later Puteoli.

Dicaearchus, Dikaiarchos, van Messana, leerling van Aristoteles,

beroemd als schrijver van wijsgeerige, geschied- en aardrijkskundige

werken, die echter alle bijna geheel verloren gegaan zijn. Zijn Bios

Hellados in 3 boeken was het oudste werk over beschavingsgeschiedenis.

Dichalkon, grieksch koperen muntstukje, een vierde van een obolus.

Dictator. De dictatuur, omstreeks 500 te Rome ingesteld, was in

den grond een herstel der koninklijke macht, doch slechts voor zes

maanden op zijn langst. Was de taak, waarvoor hij benoemd was,

vroeger afgeloopen, dan behoorde de dictator zijn ambt neer te

leggen. De dictator, oudtijds ook magister populi geheeten, als

aanvoerder van het voetvolk, werd benoemd door een der consuls,

natuurlijk krachtens een senaatsbesluit; op zijne beurt benoemde hij

zijn magister equitum, die zijn collega minor en, zoo noodig, zijn

plaatsvervanger was en met hem aftrad. Daar de onbeperkte volmacht

van den dictator ouder was dan de instelling van het volkstribunaat,

vermochten de volkstribunen niets tegen den dictator, die van zijnen

kant ook niets tegen hen vermocht uithoofde hunner onschendbaarheid,

zij konden elkander dus niet hinderen. De dictator was niet aan de

provocatio onderworpen, zie echter Valeriae (leges) de provocatione,

no. 3. In 217, na den slag bij het trasumeensche meer, was er geen

consul te Rome om een dictator te benoemen; hierom werd Fabius Maximus

(Cunctator) door het volk gekozen en niet tot dictator benoemd, maar

met dictatoriale macht bekleed, pro dictatore. Na afloop van den 2den

Punischen oorlog zijn geen dictatoren meer benoemd. In plaats van

een dictator te benoemen, behielp men zich met het senatus consultum

ultimum (z. a.). De benoeming van L. Cornelius Sulla door eene lex

Valeria (z. a.) tot levenslang (perpetuus) dictator was eene dier

onwettigheden, waaraan de laatste tijd der rom. republiek zoo rijk

is. De rom. geschiedenis kent dictators, vooral rei gerundae causa,

d. i. tot het voeren van een oorlog, maar ook seditionis causa,

comitiorum habendorum c., senatus legendi c., delectus habendi c.,

feriarum Latinarum c., clavi figendi c., d. i. voor het inslaan van

den gouden jaarspijker op het Capitool, quaestionis exercendae c.,

d. i. tot het leiden van een buitengewoon rechtsgeding. De officieele

term voor de benoeming is: dictatorem dicere. De grieksche vertaling is

autokrator, ook diktator. Tot de insigniën van den dictator behoorden

de sella curulis, de toga praetexta en 24 lictoren met roedenbundels

en bijlen. De eerste dictator was T. Lartius Flavus, de eerste uit

de plebs C. Marcius Rutilus, in 356. Ook bij het latijnsch verbond

komen dictators voor.

Dictator municipalis. In de municipia stonden meestal twee personen

aan het hoofd van het gemeentebestuur met den titel van duumviri iuri

dicundo. Evenwel komen enkele afwijkingen voor. Zoo stond b.v. te

Lanuvium, Aricia, Caere, Nomentum, Fidenae, Tusculum één persoon aan

het hoofd met den titel van dictator.

Dicte, Dikte, berg op Creta, waar Zeus geboren was. Bij rom. dichters

Dictaeus = cretensisch.

Dictynna, Diktynna, z. Britomartis.

Dictys, Diktys, 1) broeder van koning Polydectes van Seriphus, die

de kist aan land trok, waarin zich Danaë met haar kind bevond.--2)

D. Cretensis, van Cnossus, had naar men meende, Idomeneus in den

trojaanschen oorlog begeleid en op palmbladen een dagboek (Ephemeris)

geschreven, dat ten tijde van Nero bij gelegenheid van eene aardbeving

in zijn graf gevonden werd. Van dit werk bestaat eene latijnsche

vertaling van zekeren L. Septimius, die in de 4de eeuw n. C. leefde;

van het oorspronkelijk grieksche werk is onlangs een klein gedeelte

gevonden. Z. Dares.

Didaskalia, een gedenkschrift betreffende de opvoering van een

tooneelstuk, bevattende den titel van het stuk, den naam van

den schrijver, den tijd en de plaats der opvoering, enz. Van

deze documenten maakten latere schrijvers over geschiedenis der

letterkunde of van het tooneel, v. s. Aristoteles het eerst, veel

gebruik, en bij de meeste grieksche en latijnsche tooneelstukken,

die bewaard gebleven zijn, bestaat ook nog de didaskalia geheel of

gedeeltelijk.--D. beteekent in de eerste plaats het instudeeren

door den dichter van een koor, vooral voor tragedie en comedie,

dan ook het opvoeren zelf der tooneelstukken; ook de stukken, die

bij dezelfde gelegenheid ten tooneele kwamen, noemde men soms met

een gemeenschappelijken naam didaskalia.

Didia (lex) sumptuaria, tot beperking der uitgaven voor maaltijden,

niet slechts te Rome, maar in geheel Italia, 143, een uitbreiding

van de lex Fannia van 161.

Didii, aanzienlijk plebejisch geslacht. 1) T. Didius, consul in 98,

overwon als praetor de Scordiscers. Als proconsul versloeg hij de

Celtiberiërs in Hispania. Hij sneuvelde in den marsischen oorlog.--2)

C. Didius, legaat van Caesar, sneuvelde in Hispania in den strijd

tegen S. Pompeius.--3) M. Didius (Severus) Julianus, zie Juliani no. 3.

Dido, Dido, ook Elissa, Elissa, geheeten, was de zuster van den

tyrischen koning Pygmalion, en de echtgenoote van haren oom Acerbas

of Sichaeus. Toen Pygmalion haar man had doen vermoorden, vluchtte

Dido ± 870 met een aantal Tyriërs, en landde op de kust van Africa,

waar zij van zekeren koning Iarbas een stuk grond kocht en aldaar

de stad Carthago stichtte. Toen later Iarbas haar met geweld en

onder bedreiging met een oorlog tot vrouw begeerde, richtte Dido een

brandstapel voor zich op en doorstak zich daarop met een zwaard. Zij

werd door de Carthagers als godin vereerd. Vergilius brengt in zijne

Aeneis Aeneas en Dido samen, en laat Dido sterven tengevolge van

hopelooze liefde voor Aeneas. Dezen vorm van de sage heeft hij aan

Naevius en misschien ook aan Ennius ontleend.

Didrachma, -mum, didrachmon, grieksch zilveren muntstuk ter waarde

van twee drachmen.

Didyma, ta Didyma, stad in het gebied van Miletus, ook Branchidae

geheeten, met een beroemden tempel en een orakel van Apollo, waarvan

het geslacht der Branchiden de priesterlijke waardigheid vervulde. Door

Darius of door Xerxes werd de stad verwoest, doch later werd zij door

de Milesiërs herbouwd. De bouw werd echter nooit geheel voltooid. Zie

ook Branchidae.

Didymus, Didymos, 1) bijgenaamd Chalkenteros, beroemd alexandrijnsch

grammaticus, geb. in 63, wien door de ouden een fabelachtig aantal

werken, v. s. 3500, worden toegeschreven. Voornamelijk hield hij

zich bezig met commentaren en woordenboeken op Homerus, Sophocles,

Aristophanes e. a. dichters en de attische redenaars.--2) Claudius

Didymus, z. Claudii no. 40.

Dies Comitiales, z. Comitiales dies.

Dies Endotercisi, z. Festi dies.

Dies Fasti, z. Fasti.

Dies Festi, z. Festi dies.

Dies Nefasti, z. Nefasti dies.

Dies Profesti, z. Festi dies.

Diespiter, oude naam van Jupiter (Diovis pater).

Diffarreatio, eene in bizonderheden onbekende vorm van echtscheiding,

wanneer het huwelijk per confarreationem gesloten was. Deze

echtscheiding komt eerst sedert den keizertijd voor.

Digentia, een koel en helder beekje in het sabijnsche land, dat langs

het landgoed van Horatius stroomde en zich in den Anio stortte.

Digesta, een verzameling van juridische geschriften; vooral wordt met

dien titel, (gr. Pandektai) een gedeelte aangeduid van het wetboek

van Justinianus.

Digiti, door Cicero gebruikte latijnsche naam van de Dactyli Idaei.

Digitius (S.) werd door Scipio Africanus maior bij de inneming van

Carthago nova (210) met een muurkrans begiftigd. Zijn zoon was in

194 praetor en stadhouder van Hispania citerior.

Dii indigetes, de inheemsche, oorspronkelijk rom. goden, in

tegenstelling van de peregrini of novensides.

Dii manes, zie Manes.

Dii novensides (novensiles) of peregrini, goden wier dienst niet

oorspronkelijk rom., maar van elders ingevoerd was, in tegenstelling

met de di(i) indigetes.

Dii penates, zie Penates.

Dii selecti: hieronder verstaat Varro de voornaamste Romeinsche goden.

Di(i)polia of Bouphonia, feest te Athene den 14den Skirophorion ter

eere van Zeus Polieus gevierd. Men liet een stier van het heilige

koren, dat op het altaar lag, eten en offerde hem daarop als het ware

tot straf. De priester, die hem doodde, moest echter terstond na den

doodelijken slag vluchten, en de bijl, waarmede het offer voltrokken

was, werd in zijn plaats voor het gerecht gebracht, vervloekt en in

zee geworpen. De huid van het offerdier werd opgevuld en daarna voor

een ploeg gespannen. Sommigen zien in dit gebruik een overblijfsel

van een oude dierenvereering.

Dikastai kata demous, rechters, die over minder belangrijke zaken

en waarschijnlijk alleen in de demen buiten de stad oordeelden. Zij

waren door Pisistratus ingesteld, om de landlieden buiten de stad te

houden. Na zijn val werden ze afgeschaft, maar in 453 weder ingesteld

ten getale van 30. Na Euclides (403) werd het getal op 40 gebracht,

vanwaar zij gewoonlijk hoi tettarakonta genoemd worden.

Dikasterion, lokaal waar eene rechtbank zitting houdt, ook de

rechtbank zelve.

Dikastikon, de belooning der rechters te Athene, misthos

dikastikos. Door Pericles werd aan de rechters eene betaling van

een obolus voor iedere zitting toegekend, door Cleon werd deze

verdrievoudigd (triobolon heliastikon). De rechters ontvingen bij

hunne komst in het gerechtshof een bewijsje (symbolon), waarop zij na

afloop der zitting bij de kolakretai betaling kregen. Overdreven is

ongetwijfeld het bericht, dat jaarlijks 150 talenten als dikastikon

door den staat uitgegeven werden.

Dike, godin der gerechtigheid, dochter van Zeus en Themis, dikwijls als

straffende godin met de Erinyen vereenigd. Zij is dezelfde als Astraea.

Dike, proces, meer in het bizonder, in tegenstelling van graphe, ook

agon idios, dike idia genoemd, proces wegens persoonlijke beleediging,

mishandeling, toegebrachte schade, enz. De behandeling der dikai is

vooral daardoor van die der graphai verschillend, dat de aanklager

moet zijn de betrokken persoon of zijn kyrios, en dat beide partijen

tot dekking van de kosten zekere geldsom (prytaneia) moesten storten,

die de verliezende partij aan de winnende moest terugbetalen. De straf

bestond meestal in boete of schadeloosstelling, aan den aanklager

te betalen, echter konden de rechters in sommige ernstige gevallen

nog eene verhooging van straf (prostimema) bijv. gevangenisstraf,

erbij voegen, en volgde op herhaalde veroordeelingen somtijds

atimie. Vgl. graphe.

Dimachaeri, dimachairoi, een soort van zwaardvechters. Uit den naam

maakt men op, dat zij ieder met twee zwaarden gewapend waren.

Dimallum, Dimalos, ook -le, stad der Parthini in Illyris graeca,

aan de kust gelegen.

Dimensuratio provinciarum is de titel van een klein geschrift over

geographie uit de 4e eeuw n. C., zie Divisio orbis terrarum.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 51 / 150 段