Copaïs, Kopais, het meer van Copae, in Boeotia, bekend door zijn

fluitenriet en zijne alen. Het riviertje Cephissus stroomde er door,

terwijl onderaardsche kanalen, catabothra, het water afvoerden. In

den zomer droogde het meer grootendeels uit en vormde dan een aantal

kleine meertjes.

Cophen, Kophen, zijtak van den Indus, waaraan Cabura (Kabul) en

Nagara liggen.

Copia, sedert 193 lat. kolonie in het gebied van het oude Thurii, z. a.

Copis, kopis, een licht gekromde sabel, vooral bij oostersche volken

in gebruik.

Coponii, plebejisch geslacht uit Tibur afkomstig. Een hunner,

C. Coponius, redde bij Carrhae het rom. leger na den dood van Crassus

(53).

Copreus, Kopreus, zoon van Pelops, vluchtte wegens den moord van

Iphitus uit Elis naar Eurystheus, die hem als heraut gebruikte om

zijne bevelen aan Heracles over te brengen, daar hijzelf zich niet

in diens tegenwoordigheid durfde wagen.

Coptus, Koptos, stad in Boven-Aegypte, door handel bloeiende, niet

ver stroomafwaarts van Thebae.

Cora, Kore = Persephone.

Cora, Kora, oude latijnsche stad op den rand van het Volscisch

gebergte, met cyclopische muren.

Coracesium, Korakesion, vesting en zeerooversnest in W. Cilicia.

Coras, zie Tiburtus.

Corassiae, Korassiai, eilandjes op de aziatisch-ionische kust, niet

ver van Samus. Zie ook Corsiae.

Corax, Korax, een Siciliër, die na den dood van Hiero (467) over

Syracuse regeerde, maar zich later van het staatsbestuur terugtrok. Hij

beoefende vlijtig de wetenschap en was de eerste, die de leer der

welsprekendheid theoretisch behandelde.

Corax, Korax, berg in het oosten van Aetolia.

Corbio, 1) vesting der Aequers in Latium op den berg Algidus,

oorspronkelijk latijnsch.--2) stad der Suessetanen in Tarraconensis,

nabij den Iberus (Ebro), thans Berga.

Corbulo, familienaam in de gens Domitia, z. Domitii no. 16.

Corcyra, Kerkyra, later Korkyra, waarschijnlijk het Scheria der

Phaeaciërs bij Homerus, aanzienlijk eiland tegenover de epirotische

kust in de ionische zee gelegen, sedert ongeveer 700 volkplanting

van Corinthus. De toenemende bloei van Corcyra wekte den naijver van

Corinthus op, en reeds in 660 waren de twee staten in oorlog; in dezen

oorlog wordt het eerst van een geregelden zeeslag melding gemaakt. Toen

in 436 de gebeurtenissen in Epidamnus eene botsing tusschen de

beide staten hadden uitgelokt, zocht Corcyra, dat eene machtige

vloot had, hulp bij Athene en verhaastte hierdoor de uitbarsting van

den peloponnesischen oorlog. Na Alexander d. Gr. geraakte Corcyra

door inwendige verdeeldheid in verval en stelde zich in 228 onder

romeinsche bescherming. De hoofdstad heette ook Corcyra en had eene

hooggelegen acropolis. De eilanders stonden in geen goeden reuk,

en hadden den naam, brutaal en bedriegelijk te zijn.

Corcyra nigra, eiland aan de dalmatische kust, tusschen de eilanden

Melite en Pharus tgw. Cursola.

Cordax, kordax, de dans van het koor in de oude attische comedie,

over het algemeen een ontuchtige, onbetamelijke dans.

Corduba, Kordyba, thans Cordova, de eerste rom. kolonie in Baetica

en hoofdplaats van dit gewest, geboorteplaats van M. en L. Annaeus

Seneca en van M. Annaeus Lucanus.

Cordyene of Gordyene, Gordyene, het land der Carduchen in het Z.O. van

Armenia, thans Kurdistan.

Coressus, Koresos, ook wel Koressos geschreven, berg in Ionia, nabij

Ephesus en ook een voorstad van Ephesus, aan den voet van dien berg

gelegen.

Coresus, Koresos, z. Callirrhoë no. 4.

Corfinium, stad der Paeligni in Samnium, in den marsischen oorlog

(90) onder den naam Italia tot hoofdstad der tegen Rome opgestane

bondgenooten gekozen.

Corinna, Korinna, beroemde lyrische dichteres van Tanagra, die zich

echter gewoonlijk te Thebe ophield. Zij zou Pindarus de dichtkunst

geleerd en hem vijfmaal in wedstrijden den prijs afgewonnen

hebben. Haar bloeitijd valt omstreeks 500.

Corinthia, Korinthia, landschap van de Peloponnesus, gedeeltelijk op

den Isthmus gelegen, aan de eene zijde door den sinus Corinthiacus,

aan de andere door den sinus Saronicus bespoeld.--Als oudste bewoners

werden Aeoliërs genoemd; de stad heette toen Ephyra. Bij de dorische

verovering viel C. aan zekeren Aletes ten deel; omstreeks 950 verhief

zich het geslacht der Bacchiaden, dat in 657 door zekeren Cypselus

verdreven werd. Deze veranderde de oligarchie in eene tyrannis. Hij

heerschte gematigd en verfraaide de stad (657-628). Zijn zoon Periander

(628-585) wordt onder de zeven wijzen van Griekenland gerekend; hij

regeerde echter willekeurig en zocht den adel uit te roeien. Zijn

zoon Psammetichus werd verdreven en de republikeinsche staatsvorm

hersteld. Corinthe had een aanzienlijke vloot en dreef een zeer

uitgebreiden zeehandel, die echter geweldig achteruit ging sedert

Athene als zeemogendheid optrad; na den peloponnesischen oorlog begon

het aanzien van den staat te tanen; het sloot zich vervolgens aan

bij de Macedoniërs en later bij het achaeïsch verbond, ten gevolge

waarvan het in 146 door den rom. consul L. Mummius veroverd en de stad

Corinthus ingenomen en verwoest werd. In Corinthia behooren de mythen

te huis van Sisyphus en Bellerophon. Zie verder Isthmus en Isthmia.

Corinthische oorlog wordt de oorlog genoemd, dien de verbonden

Atheners, Thebanen, Corinthiërs en Argiven van 395 tot 387 tegen Sparta

voerden, waarbij zij van Perzië uit met geld ondersteund werden. De

oorlog begon met den aanval der Spartanen op Haliartus, die echter

mislukte en waarbij Lysander sneuvelde; deze ongelukkige uitslag

noodzaakte de Spartanen Agesilaus uit Azië terug te roepen. Nog voor

zijne terugkomst wonnen zij den slag bij Nemea, en ook de bloedige slag

bij Coronea, waarin Agesilaus vele wonden kreeg, liep in hun voordeel

af; daarentegen werd hun vloot bij Cnidus door Conon geheel vernietigd

(394). De Corinthische oorlog, zoo genoemd omdat de legers van beide

partijen zich meestal bij Corinthe bevonden, levert na deze slagen

weinig belangrijke gebeurtenissen op, maar is merkwaardig wegens

het optreden van Pharnabazus als bondgenoot van Sparta's vijanden,

en omdat toen voor het eerst door Iphicrates uit huurtroepen een goed

georganiseerd corps peltasten gevormd werd. De oorlog eindigde met

den vrede van Antalcidas (z. a.).

Corinthus, Korinthos, in zijn bloeitijd de prachtigste stad

van Griekenland, aan den voet van een berg, waarop ter hoogte

van 1900 voet de burcht Akrokorinthos stond. Het had drie

havens: Schoenus en Cenchreae aan de saronische golf, Lechaeum

(waarmede het door een dubbelen muur verbonden was) aan de golf

van Corinthe. Nabij de stad lag het cypressenbosch Craneum, waar

de wijsgeer Diogenes zijn zomerverblijf hield. De ligging der stad

was overheerlijk; in tal van prachtige gebouwen overtrof zij Athene,

doch tevens was Corinthus de meest weelderige en zedelooze stad van

Griekenland. Vooral voor vreemdelingen was het verblijf er kostbaar

en vol verleiding; vandaar het spreekwoord: ou pantos andros es

Korinthon esth' ho plous. Beroemd was de Aphrodite-tempel met zijne

1000 hierodouloi.--Door L. Mummius werd de stad in 146 veroverd en

verwoest. Caesar liet ze herbouwen (46), en dank zij hare ligging,

begon zij opnieuw te bloeien. Z. Corinthia.

Coriolanus (C. of Cn. Marcius), zie Marcii no. 3.

Corioli, latijnsche stad, die van den latijnschen bond naar de Volscen

overging, in 493 heroverd door C. Marcius, die hiernaar den bijnaam

Coriolanus kreeg. De stad is in den strijd tusschen Romeinen en

Volscen vroeg te gronde gegaan; ze lag dicht bij Lanuvium.

Cormasa, stad in Pisidia.

Cornelia (lex) de senatu cooptando Agrigentinorum van P. Cornelius

Scipio Africanus maior, die in 205 praetor van Sicilia was.

Cornelia (lex) van den consul Cn. Cornelius Lentulus Clodianus

(Cornelii no. 49) in 72, tot invordering der gelden, die Sulla aan

de koopers van verbeurdverklaarde goederen had kwijtgescholden.

Cornelia (lex) de restituendo Cicerone, tot terugroeping van Cicero

uit zijne ballingschap, van den consul P. Cornelius Lentulus Spinther

in 57 (Cornelii no. 50).

Corneliae (leges) van L. Cornelius Cinna (zie Cornelii no. 39) van

87. 1) de novorum civium et libertinorum suffragiis, waarbij de nieuwe

burgers en de vrijgelatenen over alle tribus werden verdeeld.--2)

de exsulibus revocandis. Tot deze ballingen behoorde in de eerste

plaats Marius. Deze wetten werden voorgesteld, nadat Sulla naar het

Oosten was vertrokken.

Corneliae (leges) van L. Cornelius Sulla, van 88, die hij liet

aannemen, nadat hij zich met geweld van de stad had meester gemaakt. 1)

tot afschaffing van de leges Sulpiciae van P. Sulpicius Rufus.--2)

dat geen wetsvoorstel door een volkstribuun aan het volk mocht

voorgesteld worden zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat,

z. lex Hortensia. Deze wet is hernieuwd in 81.--3) dat het volk bij

de verkiezingen niet meer tributim, zooals sedert 241 gebruikelijk

was (zie Comitia Centuriata), maar volgens de ouderwetsche

centuriënindeeling van Servius Tullius moest stemmen.--4) dat het

aantal senatoren met 300 leden uit de nobilitas moest versterkt

worden.--5) een lex de coloniis deducendis.--6) eene lex unciaria,

waarbij de wettelijke rente op eene uncia per 10 maanden, dus op 10%

per jaar werd vastgesteld, zie Fenus.

Corneliae (leges) van L. Corn. Sulla, van 81. 1) lex de proscriptione,

dat de goederen der vogelvrijverklaarden zouden worden verbeurd

verklaard, evenals van hen, die in den strijd voor de partij van Marius

en Cinna gevallen waren; bovendien werden de zonen en kleinzonen van

het recht om eerambten te bekleeden uitgesloten.--2) lex tribunicia,

die aan de volkstribunen het recht ontnam wetten voor te stellen,

zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat (zie ook Corneliae

(leges) van 88), zoodat het eenige recht, dat ze behielden, het ius

auxilii ferendi was, en hen onbevoegd verklaarde verder eenig ambt

te bekleeden.--3) lex de magistratibus, dat men eerst aediel moest

geweest zijn om praetor, en praetor om consul te kunnen worden, en

niet tweemaal binnen tien jaar hetzelfde ambt mocht bekleeden, eene

hernieuwing van de lex Villia annalis.--4) lex iudiciaria, die de

iudicia aan den ridderstand ontnam en aan de senatoren teruggaf.--5)

lex de sacerdotiis, waarbij het getal der pontifices en der augurs op

15 werd gebracht; tevens werd de lex Domitia de sacerdotiis afgeschaft

(zie Attia (lex)), en ook de verkiezing van den pontifex maximus en

den curio maximus door cooptatio vervangen.--6) leges agrariae en lex

de civitate, om aan de inwoners van een aantal democratischgezinde

municipia het burgerrecht te ontnemen en hun grond onder de soldaten

van Sulla te verdeelen, zie ook onder Agrariae (leges).--7) lex de

provinciis ordinandis, dat de stadhouders in de provinciën ook zonder

lex curiata het imperium zouden hebben en de aftredende stadhouder

binnen 30 dagen na de aankomst van zijn opvolger de provincie moest

verlaten.--8) lex sumptuaria, waarbij de som bepaald werd, die

op gewone dagen en op feestdagen voor het middagmaal besteed mocht

worden.--Verder gaf Sulla nog eenige wetten betreffende de quaestiones

perpetuae, waarbij niet zoozeer nieuwigheden werden ingevoerd, als

wel eene nauwkeuriger omschrijving van de verschillende misdrijven,

en hier en daar wellicht eenige verscherping van straf. Vermeld

worden de volgende wetten: lex de repetundis, lex de maiestate,

lex de sicariis et veneficiis, lex nummaria (tegen valsche munters),

lex testamentaria (tegen testamentvervalsching) sive de falsis, lex

de iniuriis e.a. Zie verder iudex. Sulla's lex iudiciaria werd in 70

afgeschaft door de lex Aurelia van den praetor L. Aurelius Cotta,

de lex tribunicia in hetzelfde jaar door de lex Pompeia, de lex

de civitate geraakte nog veel eerder in vergetelheid. Tot de lex

de magistratibus behoorde misschien ook de afschaffing der censuur

en de jaarlijksche verkiezing van 20 quaestoren, die in den senaat

zitting namen, waardoor deze vanzelf voltallig werd gehouden. Vooraf

had Sulla het aantal senatoren op 600 gebracht, door de ontbrekende

bij volkskeuze te laten benoemen.

Corneliae (leges) van den volkstribuun C. Cornelius (Cornelii no. 55),

in 67. 1) dat aan niemand in eene senaatszitting dispensatie van eenige

wet zou verleend worden, tenzij 200 leden aanwezig waren, en dat geene

intercessio zou gelden, wanneer daartoe een wetsvoorstel aan het volk

werd gedaan.--2) ut praetores ex edictis suis perpetuis ius dicerent.

Cornelia Baebia (lex) de ambitu van de consuls P. Cornelius Cethegus

en M. Baebius Tamphilus, 181. Omtrent den inhoud van deze wet is

niets bekend.

Cornelia Caecilia (lex) de Cn. Pompeio, van de consuls P. Cornelius

Lentulus Spinther en Q. Caecilius Metellus Nepos, 57, strekkende

om Pompeius gedurende vijf jaar met de cura annonae in het geheele

rom. rijk te belasten.

Cornelia Gellia (lex) van de consuls Cn. Cornelius Lentulus Clodianus

en L. Gellius Poplicola, in 72, tot bekrachtiging der schenkingen

van het burgerrecht door Pompeius.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 44 / 150 段