Caere, door de Grieken Agylla genoemd, oude stad in het Z. van

Etruria, eene der 12 etruscische bondssteden, reeds vroeg machtig en

bloeiend. Toen de Galliërs in 390 op Rome lostrokken, verleende Caere

een wijkplaats aan de vestaalsche maagden en de romeinsche priesters

en verkreeg daarvoor het rom. gastrecht. In 353 evenwel met Rome in

onmin geraakt, verloor het de helft van zijn gebied, terwijl aan de

inwoners het mindere burgerrecht, zonder het ius suffragii en het ius

honorum, opgedrongen werd. Zie ook het volgend artikel. Onder Sulla

werd Caere eene soldatenkolonie.

Caerites, inwoners van Caere. Toen hun het mindere burgerrecht

gegeven werd (zie Caere), werden zij in den toestand van aerarii

gebracht. Vandaar zijn de uitdrukkingen in tabulas Caeritum referri, op

de lijst der Caeriten gebracht worden, en aerarium fieri synoniem. De

Caerites behoorden tot de minste klasse der municipes (zie Municipium),

daar ze geen eigen bestuur en eigen ambtenaren hadden.

Caerosi, germaansche volksstam aan de Maas in Belgica.

Caesar, Kaisar, familienaam in de gens Iulia, zie Iulii. Na Augustus

evenwel wordt deze naam een titel van de prinsen der keizerlijke

familie, hetzij zij er door geboorte of adoptie toe behoorden. Hoewel

de eerste keizers tot en met Nero door adoptie tot de gens Iulia kunnen

gerekend worden, werd toch de gentielnaam Iulius slechts zelden door

hen gebruikt. Tiberius begon er mede, den naam Caesar als titel te

dragen en weigerde alle andere titels. Na Vitellius, die den titel

Caesar weigerde, werd Caesar de vaste keizerstitel, die dan vóór den

eigennaam werd geplaatst, terwijl de vermoedelijke erfgenaam van den

troon sedert Hadrianus den titel achter zijn eigennaam voerde. Sedert

de staatsregeling van Diocletianus (z. a.) is Caesar de naam van den

onderkeizer (hulpkeizer).

Caesaraugusta, vroeger Salduba, thans Saragossa, stad der Edetani,

aan den Iberus (Ebro), sedert Augustus rom. kolonie.

Caesarea, Kaisareia, naam van een aantal steden, ter eere van dezen

of genen romeinschen keizer aldus genoemd. De voornaamste zijn: 1)

Caesarea ad Argaeum, vroeger Mazaca, oude residentie der cappadocische

koningen en door Tiberius tot hoofdstad der rom. provincie Cappadocia

verklaard. Het lag aan den mons Argaeus.--2) Caesarea Palaestinae,

op de kust gelegen, vroeger Stratonis turris, door Herodes vergroot

en verfraaid en ter eere van Augustus Caesarea genoemd (10 of 9). Het

was de zetel der romeinsche stadhouders en sedert de verwoesting

van Jerusalem hoofdstad der provincie Judaea.--3) Caesarea Paneas

of Philippi, door den viervorst Philippus, zoon van Herodes, nabij

de bron van den Jordaan uitgebreid en vergroot, en sedert naar hem

genoemd.--4) Caesarea ad Libanum, zie Arca.--5) Caesarea Mauretaniae,

vroeger Iol, door koning Juba herdoopt ter eere van Augustus, later

rom. kolonie en hoofdstad der provincie Mauretania Caesariensis.--6)

Caesarea in Phrygia, vroeger Antiochia ad Pisidas (z. Antiochia no. 3).

Caesarion, Kaisarion, zoon van C. Julius Caesar en Cleopatra, in 47

geb. Toen Antonius hem tot zoon en erfgenaam van Caesar had verklaard

en tot mederegent van Aegypte had benoemd, liet Octavianus na den

slag bij Actium den jongen Caesarion ombrengen (30).

Caesarodunum, thans Tours, hoofdst. der Turones aan den Liger (Loire).

Caesennius Paetus (L.), veldheer van Nero, streed ongelukkig tegen

de Parthen (62 n. C.).

Caesetius Flavus (L.), volkstribuun in 44. Hij was een tegenstander

van Caesar, die hem hierom met zijn ambtgenoot L. Epidius Marullus

uit den senaat stiet en uit zijn ambt ontzette.

Caesia silva, een bergachtige streek in Germania tusschen de Luppia

(Lippe) en de Isala (Geld. IJsel).

Caesii. Uit de gens Caesia zijn geen beroemde mannen bekend. De

lierdichter Caesius Bassus was een vriend van den satirendichter

A. Persius Flaccus.

Caestus, lederen riemen met looden knoppen er in, waarmede men zich

de handen omwond voor het vuistgevecht.

Caetra, zie Cetra.

Caicus, Kaikos, rivier in Mysia, ontspringt op den Temnus, stroomt

op niet grooten afstand voorbij de stad Pergamus en valt in de

Aegaeïsche zee.

Caieta, thans Gaëta, kaap en zeestad van Latium in het land der

Aurunci, genaamd naar Caieta, Aeneas' voedster, die daar begraven

werd. Hier had Cicero een villa.

Calabra (curia), z. Curia Calabra.

Calabria, Kalabria, niet het thans onder dezen naam bekende gewest,

maar het zuidoostelijke schiereiland van Italia, tegenwoordig Terra d'

Otrante genoemd. Iapygia Messapia, Sallentina zijn oude namen voor

deze streek. De naam Calabria komt eerst op na de verovering door

de Romeinen. Brundisium en Tarente zijn de noordelijkste steden. In

ouden tijd was deze thans zoo verwaarloosde uithoek niet onvruchtbaar,

hoewel men dikwijls met gebrek aan water had te kampen. Sedert de

verovering door de Romeinen neemt de bevolking af. Augustus vereenigde

Calabria met Apulia tot de tweede regio Italiae.

Calacte, Kale akte, stad op de Noordkust van Sicilia.

Calagurris Nasica, thans Calahorra, stad in Tarraconensis aan

den Iberus (Ebro) in het land der Vascones, geboorteplaats van

Quinctilianus.

Calais, Kalaïs, en Zetes, de gevleugelde zonen van Boreas en

Orithyia (Boreadae, Boreadai). Op den Argonautentocht kwamen zij

te Salmydessus en bevrijdden daar hunne zuster Cleopatra, die met

hare kinderen door haar gemaal, koning Phineus, gevangen gehouden

werd. V. a. bevrijdden zij Phineus van de Harpyiën en kwamen zij

om terwijl zij deze vervolgden. Of zij werden door Heracles gedood,

omdat zij voornamelijk bewerkt hadden, dat hij op den Argonautentocht

in Mysië werd achtergelaten.

Calamis, Kalamis, beroemd atheensch beeldhouwer omstreeks 460; zijne

beelden stelden zoowel goden als menschen en dieren voor, en muntten

uit door kracht en tevens bevalligheid.

Calantica, calautica of calvatica, kredemnon, vrouwenmuts, voornamelijk

gedragen door oude dames, die niet veel haar meer hadden.

Calanus, Kalanos, een gymnosophist, dien Alexander uit Indië medenam;

toen hij te Susa ziek werd, maakte hij vrijwillig op den brandstapel

een einde aan zijn leven. Zooals hij voorspeld had, stierf Alex. kort

daarna.

Calaris = Caralis.

Calatia, stad in Campania tusschen Capua en Beneventum.

Calatores, eigenlijk roepers om iemand te ontbieden, in het bizonder

dienaren der pontifices, die bij de godsdienstige plechtigheden de orde

moesten handhaven en bij de comitia calata het volk opriepen. Later

werden ze pontifices minores.

Calauria, -rea, Kalauria, -reia, eiland op de kust van Argolis,

tegenover Troezen, met een beroemden Poseidon-tempel, waar de redenaar

Demosthenes in 322 zich door vergif van het leven beroofde.

Calautica = Calantica.

Calchas, Kalchas, zoon van Thestor uit Mycenae of Megara, beroemd

vogelwichelaar die de Grieken naar Troje vergezelde. Ingevolge

zijne uitspraken werd Iphigenia aan Artemis geofferd en Chryseis aan

haar vader teruggegeven, ook had hij den langen duur van den oorlog

voorspeld. Na den oorlog ontmoette hij te Colophon Mopsus, die hem

als wichelaar overtrof, waarom hij van verdriet stierf of zich uit

spijt doodde. In Apulië had hij een heiligdom met een orakel.

Calchedon = Chalcedon.

Calceus. De ouden kenden sandalen, pantoffels, schoenen en laarzen. De

calceus is een schoen, die vastgestrikt of geregen wordt. De calceus

senatorius had kruisbanden, die om den voet en de kuit werden

gebonden. Men vindt de uitdrukking calceos mutare wel gebruikt voor:

senator worden. Vóór op den senatorsschoen was een halfmaantje van

ivoor, lunula, aangebracht. De calceus behoorde bij de toga; wanneer

men deze laatste aflegde en tegen huiskleeding verwisselde, trok men

ook de schoenen uit en deed sandalen of pantoffels aan.

Calculus Minervae, de stem waarmede Athena, toen Orestes voor den

Areopagus terechtstond en de stemmen staakten, zich ten gunste van

den aangeklaagde verklaard had. Vandaar werd de uitdrukking gebruikt,

wanneer een aangeklaagde bij staking van stemmen werd vrijgesproken.

Calda, warm water, dat, evenals frigida, koud water, steeds gereed

gehouden werd, om onder den wijn te mengen.

Caldarium, de zweetkamer in eene badinrichting. Zie Balneum.

Cale, stad der Gallaeci aan den mond van den Durius (Duero), thans

Oporto.

Caledonia, oude naam voor Schotland. Alleen het zuidelijke deel is

eenigen tijd in het bezit der Romeinen geweest. Zie Britannia.

Calendae, meer gewoon Kalendae, de eerste dag der maand. Zie annus.

Calendarium, het renteboek, waarin de bankiers en geldschieters de

renterekeningen met hunne klanten boekten. Hoewel de Romeinen ook

kalenders of almanakken hadden, is het woord calendarium in deze

laatste beteekenis niet klassiek.

Calenus, familienaam in de gens Fufia.

Cales, oude stad in het N. van Campania, latijnsche kolonie sedert

334. De wijn, vinum Calenum, die in de omstreken der stad, den ager

Calenus, geteeld werd, behoorde tot de voortreffelijkste van Italië.

Caletes of Caleti, een volk aan de kust van Belgica, aan den mond

der Sequana (Seine), met de steden Carocotinum (Hâvre de Grace)

en Juliobona (Lillebonne).

Calidia (lex), 99, van den volkstribuun Q. Calidius (z. Calidii no. 1).

Calidii, plebejisch geslacht. 1) Q. Calidius bewerkte in 99 als

volkstribuun de terugroeping van Q. Caecilius Metellus Numidicus

(Caecilii no. 13) uit de ballingschap. Uit dankbaarheid steunde de

zoon van Numidicus, Metellus Pius, met alle kracht later (in 80) de

candidatuur van Calidius voor het praetorschap.--2) M. Calidius, zoon

van no. 1, ijverde als praetor in 57 voor de terugroeping van Cicero

uit de verbanning. Later (begin 49) werd hij door Caesar aangesteld

tot stadhouder in Gallia Cisalpina, waar hij weldra gestorven is. Hij

was een zeer bekwaam redenaar.

Caligae, soldatenlaarzen, met dikke zolen met spijkers. Zij waren op

den voet geheel gesloten.

Caligula, romeinsch keizer, 37-41 na C. Zijn eigenlijke naam was

Gaius Caesar, maar van jongs af werd hij Caligula genoemd, omdat hij

als kind in de legerplaats zijns vaders soldatenlaarsjes droeg. Zijn

vader was de beroemde Germanicus, de zoon van Drusus; zijne moeder

Agrippina was de dochter van M. Vipsanius Agrippa, die met Augustus'

dochter Julia was gehuwd. Caligula regeerde gedurende de eerste acht

maanden zacht en rechtvaardig, doch vervolgens als een waanzinnige

wreedaard. Hij omgaf zijn lievelingspaard met een hofstoet en wilde

het tot consul doen verkiezen, hij beschouwde zichzelf als een god,

gaf zich aan dierlijken wellust over, moordde en plunderde rechts en

links, tot hij eindelijk met zijne booze gemalin Caesonia en zijne

dochter door Cassius Chaerea werd omgebracht (24 Jan. 41).

Callaïci = Gallaeci.

Callatis, Kallatis, grieksche volkplanting in Moesia aan den Pontus

Euxinus (Zwarte zee).

Callias, Kallias, naam van verscheiden leden van een adellijk atheensch

geslacht, dat van Triptolemus heette af te stammen en waarin de

waardigheid van fakkeldrager (dadouchos) bij de eleusinische mysteriën

erfelijk was. Hiertoe behooren o. a. 1) Callias, zoon van Hipponicus

no. 2, de rijkste Athener van zijn tijd; hij streed bij Marathon en

onderhandelde in 449 met Perzië over den zgn. cimonischen vrede.--2)

zijn kleinzoon Callias, zoon van Hipponicus no. 3, een lichtzinnig

mensch, berucht door zijne zedelooze leefwijze, waardoor hij zijn

groot vermogen verkwistte en in zijne laatste jaren gebrek leed. Ook

aan het huisvesten en gastvrij onthalen van de sophisten, die Athene

bezochten, moet hij veel geld besteed hebben. Hij diende in 391 onder

Iphicrates en werd later (371) als gezant naar Sparta gezonden.--Niet

tot dit geslacht behooren: 3) Callias, zoon van Calliades, die in 432

als veldheer voor Potidaea sneuvelde.--4) tyran van Chalcis omstreeks

350. Om zich van geheel Euboea meester te maken, wendde hij zich eerst

om hulp tot Philippus van Macedonië, later tot Thebe, eindelijk tot

Athene, waarmede hij vroeger in oorlog was geweest. Hier vond hij

steun bij Demosthenes en inderdaad werd hem hulp gezonden, doch het

plan gelukte niet. Later leefde hij te Athene, waar hij het burgerrecht

kreeg.--5) atheensch blijspeldichter, jonger tijdgenoot van Cratinus,

schrijver van zes blijspelen, waarvan enkele fragmenten bewaard

zijn. Dezen Callias of een naamgenoot wordt een werk toegeschreven,

grammatike tragodia genoemd, over welks inhoud niets bekend is.--6)

van Syracusae, schrijver van een werk over het leven van Agathocles.

Callibius, Kallibios, bevelhebber der Spartanen, die tijdens de

regeering der dertig te Athene in bezetting lagen.

Callicles, Kallikles, beroemd atheensch beeldgieter, tijdgenoot

van Pericles.

Callicrates, Kallikrates, 1) een der bouwmeesters van het

Parthenon. Ook de lange muren naar den Piraeus zijn door hem

gebouwd.--2) syracusaansch veldheer, die in 415 in den oorlog tegen

Athene sneuvelde.--3) van Tyrus, beschreef omstreeks 280 na C. het

leven van keizer Aurelianus.

Callicratidas, Kallikratidas, volgde in 406 Lysander als

opperbevelhebber der spartaansche vloot op. In karakter en in zijne

opvatting van de wijze, waarop de oorlog behoorde gevoerd te worden,

verschilde hij van zijn voorganger, daarom vond hij bij diens vrienden,

ook bij Cyrus, in het begin veel tegenwerking. Toch wist hij spoedig

de algemeene achting te verwerven en middelen te vinden om zijn

vloot uit te breiden. Het gelukte hem, Conon met veertig schepen in

de haven van Mytilene in te sluiten, nadat hij hem dertig ontnomen

had. De Atheners zonden daarop honderd vijftig schepen om Conon te

ontzetten, en in den beroemden slag bij de Arginusische eilanden viel

Callicr. van zijn schip en verdronk.

Callicula, niet hooge berg in Campania, bij Casilinum, ten Z. of

Z. O. van Cales.

Callidromus, Kallidromos, oostelijke tak van het Oeta-gebergte,

met den bergpas Thermopylae.

Callifae, stad der Hirpini in Samnium, tegelijk met Rufrae en Allifae

door Livius vermeld, maar verder niet bekend.

Callimachus, Kallimachos, 1) van Aphidnae, sneuvelde als polemarch

bij Marathon.--2) van Corinthe, beroemd beeldhouwer, bouwmeester

en schilder (omstreeks 400 of vroeger). Hem wordt de uitvinding van

het corinthisch kapiteel toegeschreven.--3) van Cyrene (± 310-235),

afstammeling der Battiaden, studeerde te Athene en leefde daarna

te Alexandrië, waar hij waarschijnlijk gedurende eenigen tijd

hoofd der koninklijke bibliotheek was. Door zijne veelomvattende

geleerdheid en groote werkzaamheid heeft hij grooten invloed op de

studiën zijner tijdgenooten en navolgers uitgeoefend; de voornaamste

taalkundigen, Eratosthenes, Aristophanes van Byzantium, e. a.,

waren zijne leerlingen en het aantal zijner werken in proza en

poëzie wordt op 800 geschat. Hoewel zijne gedichten vooral door de

Romeinen ten zeerste bewonderd en dikwijls nagevolgd werden, toonen

de weinige die overgebleven zijn meer geleerdheid dan kunst. Tot de

meest bekende gedichten behoorden de Atia, waarin o. a. de beroemde

roman van Acontius (z.a.) en Cydippe, nu gedeeltelijk teruggevonden,

de Hecale, waarvan ook fragmenten gevonden zijn, en de coma Berenices,

dat door Catullus vertaald is; geheel bewaard gebleven zijn 6 hymnen

en vele epigrammen, opgenomen in de Anthologia Palatina. Onder

zijn prozawerken is van beteekenis een beredeneerde catalogus der

alexandrijnsche bibliotheek (Pinakes), waardoor de grondslag gelegd

werd voor de beoefening van de geschiedenis der letterkunde.

Callimedon, Kallimedon, Athener, om zijne leelijkheid en zwelgerij

dikwijls bespot. Hij behoorde tot de macedonische partij en vluchtte

daarom na den dood van Alexander uit Athene, maar werd na afloop

van den lamischen oorlog door Antipater teruggebracht. Toen Phocion

veroordeeld werd, vond hij het echter geraden de stad voor goed

te verlaten.

Callinicus, Kallinikos, bijnaam van Heracles, hem door Telamon gegeven

toen zij te zamen Troje veroverd hadden.

Callinus, Kallinos, van Ephesus, de oudste elegische dichter

der Grieken uit de eerste helft der zevende eeuw. Hij dichtte

krijgsliederen.

Calliope, Kalliope, oudste der Muzen, godin der epische poëzie. Zij

wordt afgebeeld met wastafeltjes in de eene en een schrijfstift in

de andere hand.

Calliphon, Kalliphon, grieksch wijsgeer, die als het doel van het leven

beschouwde, de vereeniging van genot en zedelijkheid. Hij leefde in

de tweede eeuw en behoorde waarschijnlijk tot de peripatetische school.

Callipolis, Kallipolis, 1) stad op de Oostkust van Sicilia, nabij den

Aetna, ten N. van Tauromenium.--2) stad op de thracische Chersonesus

tegenover Lampsacus, thans Gallipoli. Nog meer steden droegen dezen

naam. Zie ook Callium.

Callippus, Kallippos, Athener, vriend van Plato, was aanvankelijk

een van de partijgenooten van Dio; later liet hij hem, steunend op de

algemeene ontevredenheid met zijne regeering, verraderlijk vermoorden

(353). Daarna nam hij zelf de regeering in handen, die hij echter

slechts een jaar behield. Z. Dio.

Callipygus, Kallipygos, "met schoone billen", bijnaam van Aphrodite. De

beelden van deze godin hadden de kleederen tot boven de heupen

opgeschort.

Callirrhoë, Kallirroe, 1) dochter van Oceanus, moeder van Echidna

en Geryon.--2) dochter van Achelous, z. Alcmaeon.--3) dochter

van Scamandrus, moeder van Ilus. Assaracus en Ganymedes.--4) een

calydonisch meisje; daar zij de liefde van Coresus, een priester van

Dionysus, versmaadde, strafte deze god alle calydonische vrouwen met

waanzin. Om deze ramp af te wenden moest Call. volgens een orakel door

Coresus geofferd worden, doch deze doodde zichzelf in hare plaats,

waarop Call. zich in eene bron stortte, die sedert haar naam droeg.--5)

bron te Athene, in de nabijheid van het Olympieum, aan de overzijde van

den Ilisus, die, sedert Pisistratus hier een brongebouw stichtte met

9 afzonderlijke waterkranen, ook Enneakrounos genoemd wordt. Anderen

nemen aan, dat de Enneakrounos onderscheiden moet worden van de

Callirrhoë, en aan de W.-zijde van de Acropolis gelegen heeft. Uit

de Callirrhoë werd het water voor het bruidsbad gehaald.

Calliste, Kalliste, oude naam van het eiland Thera.

Callisthenes, Kallisthenes, 1) van Olynthus, bloedverwant van

Aristoteles, die hem tegelijk met Alexander onderwijs gaf; later

leefde hij te Athene, waar hij geschiedenis en natuurlijke historie

beoefende. Hij voegde zich later bij Alexander op diens tocht

door Azië, maar nam hem door zijne vrijmoedigheid zoo tegen zich

in, dat deze hem zelfs van medeplichtigheid aan eene samenzwering

betichtte en gevangen liet zetten (327) en hem v. s. liet ter dood

brengen. Hij beschreef in verscheiden werken, waarvan de bekendste

waren de Hellenika, de geschiedenis van zijn tijd en werd door latere

schrijvers dikwijls geraadpleegd. Het eenige overgebleven werk dat

zijn naam draagt, de bekende Alexanderroman, is zeker onecht.--2)

atheensch redenaar van de anti-macedonische partij, die bij het

einde van den heiligen oorlog (z. Phocis) maatregelen nam om de

stad te verdedigen; hij was een van de redenaars, wier uitlevering

door Alexander geëischt werd. Later werd hij genoemd als een van de

personen, die zich door Harpalus hadden laten omkoopen.

Callisto, Kallisto, dochter van den arcadischen koning Lycaon, trouwe

jachtgezellin van Artemis. Bij Zeus, die haar onder de gedaante van

Artemis bezocht, werd zij moeder van Arcas, waarop zij in een berin

veranderd werd, hetzij door Hera uit wraak, hetzij door Zeus om haar

voor Hera te verbergen. Zie Arcas.--Ook Artemis zelve had in Arcadië

den bijnaam van Callisto.

Callistratus, Kallistratos, 1) een tooneelspeler, die in de stukken van

Aristophanes optrad. Onder zijn naam liet Arist. twee van zijn eerste

stukken opvoeren. Vgl. Philonides.--2) van Aphidnae, een redenaar, die

bij de Atheners in hoog aanzien stond en wiens roem Demosthenes bewoog

zich op de studie der welsprekendheid toe te leggen. Hij was vooral

werkzaam bij de organisatie van den tweeden attischen zeebond; zijne

bekwaamheid als staatsman toonde hij ook in de tijden van de opkomst

der thebaansche hegemonie. Als strateeg was hij in 377 de ambtgenoot

van Timotheüs en Chabrias, in 373 van Chabrias en Iphicrates, ook

was hij de voornaamste bewerker van den vrede, die in 371 tusschen

de Atheners en Lacedaemoniërs gesloten werd. Later is hij door de

Atheners ter dood veroordeeld, in ballingschap gegaan en bij zijne

terugkomst ter dood gebracht (± 355).--3) leerling van Aristophanes

van Byzantium, schrijver van eenige met roem genoemde werken over

Homerus, Euripides, e. a. oude dichters. Hij leefde omstreeks 150.--4)

sophist uit de derde eeuw na C., die in een smakeloos geschreven werk,

ekphraseis, beschrijvingen gaf van eenige standbeelden.

Callistus (C. Julius), vrijgelatene van keizer Caligula, nam deel aan

de samenzwering tegen hem, en was onder keizer Claudius een van de

invloedrijke vrijgelatenen (a libellis). Hij was een tegenstander van

Messalina. Een vermakelijk verhaal vertelt Seneca, hoe de vroegere

eigenaar van Callistus, een aanzienlijk Romein, bij den nieuwen

minister op audientie ging, maar aan de deur afgewezen werd.

Callium, Kallion, ook Callipolis geheeten, stad in het N. O. van

Aetolia.

Calor, rivier in Samnium, waaraan Beneventum lag, zijtak van den

Vulturnus.

Calpe, Kalpe, tgw. Gibraltar, kaap aan het fretum Gaditanum (straat

van Gibraltar), met den tegenoverliggenden berg Abyla, de zuilen van

Hercules genoemd. Beide zijn oud-phoenicische nederzettingen.

Calpurnia (lex) van 121, van den volkstribuun L. Calpurnius Bestia

(Calpurnii no. 14) tot terugroeping van P. Popillius Laenas uit

zijne ballingschap.

Calpurnia (lex) de repetundis van 149, van den volkstribuun

L. Calpurnius Piso Frugi (Calpurnii no. 2), de eerste wet tegen

afpersingen, door rom. overheden in de provinciën gepleegd. Tevens

werd door deze wet de eerste quaestio perpetua ingesteld.

Calpurnia (lex) de ambitu, van den consul C. Calpurnius Piso (67),

bedreigt ambitus met boete en levenslange uitsluiting van ambten. Zie

ook Acilia Calpurnia (rogatio).

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 31 / 150 段