Asia, Asia. Deze naam heeft verschillende beteekenissen. Vooreerst
verstaat men er het werelddeel onder, dat van Europa door den Tanaïs
(Don), de Palus Maeotis (zee van Azow) en verder door zeeën was
gescheiden, en slechts voor een klein gedeelte bekend was. Als
scheiding tusschen de werelddeelen Azië en Afrika werd eerst het
Nijldal, later de Arabische golf beschouwd. De ouden spraken van
Beneden- en Boven-Azië, en namen dan als scheiding den stroomloop van
den Halys of wel het Taurusgebergte met den Antitaurus aan (ta kato en
ta ano Asias, Asia he entos en ektos tou Halyos of tou Taurou). Het
oudst bekende gedeelte omvatte niet veel meer dan het oude perzische
rijk; de tochten van Alexander den Grooten brachten eenige meerdere
kennis omtrent India aan. In de vierde eeuw na C. sprak men van Asia
minor en maior. Asia minor, thans Anatolië of Natolië, omvatte het
groote vooruitspringende schiereiland, dat ten N. door den Pontus
Euxinus, ten W. door de Aegaeïsche zee, ten Z. door de Middellandsche
zee tot aan de golf van Issus werd omspoeld. Al wat daarachter lag,
was Asia maior.
De romeinsche provincie Asia was ontstaan door het testament van den
laatsten koning van Pergamus, Attalus III, die in 133 zijn rijk en
zijne schatten aan het romeinsche volk naliet. Zij omvatte in het eerst
de volgende landschappen: Mysia met Aeolis, Lydia met Ionia, Caria met
Doris (129). Eenige jaren later (116) werd Phrygia er aan toegevoegd,
dat wel tot Pergamus had behoord, doch eerst aan Mithradates V van
Pontus was afgestaan. Onder keizer Vespasianus werden ook Rhodus en
Lycia ingelijfd. Asia werd eerst door propraetors bestuurd, doch werd
later eene proconsulaire provincie. Ephesus was de hoofdstad.
Tijdens keizer Traianus omvatte het romeinsche gebied in Azië de
volgende gewesten: 1 de bovengenoemde provincie Asia, 2 Bithynia, 3
Paphlagonia, 4 Galatia, 5 Lycaonia, 6 Pisidia, 7 Lycia, 8 Pamphylia,
9 Cilicia, 10 Cyprus, 11 Cappadocia, 12 Pontus, 13 Armenia minor,
14 Armenia, 15 Mesopotamia (noordwestelijk gedeelte), 16 Commagene,
17 Syria met inbegrip van Phoenice en Judaea, 18 Arabia Petraea,
die echter niet alle afzonderlijke provinciën vormden. Bij de latere
indeeling van het rom. rijk in 116 provinciën werd de oude provincie
Asia in zeven deelen gesplitst, waarvan Asia proconsularis de westkust
bevatte van de golf van Adramyttium af tot aan den Maeander.
Asia prata, Asios leimon, ook wel Asia palus geheeten, de vruchtbare
vlakte in Lydia, die door den Cayster doorsneden wordt, ten Zuiden
van den berg Tmolus.
Asinarus, Asinaros, rivier op Sicilia, een eind bezuiden Syracusae,
bij welke de Atheners in 413 door de Syracusanen en den Spartaan
Gylippus verslagen werden en Nicias zich moest overgeven.
Asine, Asine, 1) stad aan de Argolische golf.--2) stad aan de
Messenische golf, gesticht door de dryopische bewoners van no. 1,
die uit hunne woonplaats waren verdreven.--3) kustplaats in Laconia,
bij Gytheum.
Asinii, 1) C. Asinius Pollio, uit Teate Marrucinorum afkomstig,
geboren 75 v. en gestorven 5 n. C., was als geschiedschrijver,
als treurspeldichter, als redenaar en als criticus een der meest
gevierde mannen van zijn tijd. Het meest bekende en belangrijkste
was zijn werk over de burgeroorlogen, waarin hij nu en dan belangrijk
schijnt afgeweken te zijn van de officieele lezing. In den burgeroorlog
tusschen Pompeius en Caesar had hij de partij van den laatste omhelsd,
en bij Pharsalus, in Africa en Hispania gestreden. Na Caesars dood
behoorde hij tot de republikeinsche partij en sloot hij zich noch
rechtstreeks bij Antonius, noch bij Octavianus aan, maar poogde door
zijne bemiddeling botsingen te voorkomen. In Gallia Cisalpina belast
met de landverdeeling onder de veteranen van Octavianus, bezorgde
hij aan zijn vriend Vergilius tijdelijk diens landgoed terug. In 39
behaalde hij als proconsul eene overwinning op de Parthini in Illyria,
doch onttrok zich na zijn zegetocht aan het staatkundig leven, hoewel
hij als lid van den senaat aan diens werkzaamheden ijverig deel bleef
nemen. Pollio stichtte te Rome de eerste openbare bibliotheek, en
evenals Maecenas trad hij op als beschermer van jeugdige talenten. Van
zijne vele werken is niets tot ons gekomen.--2) C. Asinius Gallus,
zoon van den vorigen, huwde met Vipsania Agrippina, de gescheiden
echtgenoote van Tiberius. Door zijne vrijmoedigheid beleedigde hij
den keizer, werd gevangen genomen en stierf in 33 n. C., vrijwillig
of gedwongen, den hongerdood. Hoewel hij niet zijns vaders talenten
schijnt te hebben bezeten, had hij toch eene groote voorliefde voor
de beoefening der wetenschappen.
Asisium, tgw. Assisi, klein plaatsje in Umbria, ten O. van Perusia,
geboorteplaats van Propertius.
Asius, Asios, van Samus, een van de oudste grieksche elegische
dichters.
Askolia, een spel dat op den tweeden dag der kleine Dionysusfeesten
in Attica gespeeld werd; het bestond daarin, dat men op een opgeblazen
en met olie glibberig gemaakten zak hinkte (askolizein, askoliazein),
die van het vel van een aan Dionysus geofferden bok gemaakt was.
Asopiades, Aeacus, de kleinz. van Asopus.
Asopis, Asopis, Aegma, de dochter van Asopus.
Asopus, Asopos, 1) rivier die bij Phlius ontspringt, door de vlakte
van Sicyon loopt en in de Corinthische golf valt.--2) rivier die bij
Plataeae ontspringt, door Boeotië loopt en op attisch gebied in de
Euboeïsche zee valt, de grens tusschen het gebied van Plataeae en
van Thebae.--3) riviertje bij de Thermopylae.--4) stad in Laconica,
aan den oostkant van de Laconische golf, met een beroemden tempel
van Asclepius.--5) de stroomgod van een der beide eerstgenoemde
rivieren. Hij was de zoon van Oceanus en Tethys en bij Metope de vader
van twee zoons en twaalf of twintig dochters, die bijna allen namen
dragen van steden, in de nabijheid dier rivieren gelegen. Vele zijner
dochters werden door goden ontvoerd, bijv. Aegina door Zeus. Toen
Asopus deze dochter zocht en van Sisyphus vernomen had, wie haar
geroofd had, vervolgde hij Zeus en wilde hij met hem strijden, maar
Zeus verjoeg hem met den bliksem, waardoor hij in zijn bedding werd
teruggedreven.
Asparagium, stad in Illyria, nabij Dyrrhachium,
Aspasia, Aspasia, 1) van Miletus, dochter van Axiochus, kwam naar
Athene en wist daar door hare schoonheid, verstand, geestigheid en
bekwaamheden ieders aandacht te trekken. De voornaamste mannen, ook
Socrates, zochten haar omgang, en Pericles verstiet om harentwille
zijne gemalin. Door hem oefende zij, naar men zeide, ook op de
staatszaken grooten invloed uit, het is echter slechts scherts
wanneer Aristophanes beweert dat zij den oorlog met Samus en den
peloponnesischen oorlog veroorzaakt zou hebben. De vijanden van
Pericles klaagden haar aan van asebeia, maar zijne welsprekendheid,
die zich bij deze gelegenheid in al hare kracht vertoonde, bewerkte
dat zij vrijgesproken werd. Na zijn dood huwde zij met den demagoog
Lysicles, die door haar grooten invloed kreeg.--2) van Phocaea,
dochter van Hermotimus, eigenlijk Milto geheeten, minnares van den
jongeren Cyrus, die haar om hare schoonheid en verstand den naam
Aspasia gaf. Na den slag bij Cunaxa viel zij in handen van Artaxerxes,
en toen zijn zoon Darius haar aan hem betwistte, maakte hij haar
priesteres van Anaitis. V. s. was dit de reden waarom Darius tegen
zijn vader opstond, wat hij met zijn leven boette.
Aspasii, Aspasioi, indisch volk ten N. van den Cophen, daar, waar de
Choaspes er in uitstroomt.
Aspendus, Aspendos, welvarende stad in Pamphylia, aan den Eurymedon,
oorspronkelijk eene argivische volksplanting.
Asphaltites lacus, de Doode zee in het zuiden van Palaestina, waarin
zich de Jordaan stort.
Asphodelus, asphodelos, een plant met kleine knollen aan den wortel,
die in de oudste tijden, en later nog door de armen, gegeten
werden. Men plantte ze op de graven en meende dat zich door de
onderwereld een groot stuk land uitstrekte dat daarmede beplant was.
Aspis, z. Clipeus.
Aspis, Aspis, kaap en stad, oostelijk van Carthago, gesticht door
Agathocles, den tyran van Syracuse, in den eersten punischen oorlog
tijdelijk door de Romeinen bezet (256) en sedert Clupea genoemd. In
46 werd het tegelijk met Carthago Romeinsche kolonie.
Aspledon, Aspledon, oude stad der Minyers in Boeotia, ten Noorden
van het meer Copaïs.
Asprenas (L. Nonius), schoonzoon van Varus en een der weinigen, die
uit den slag in het Teutoburgerwoud ontkwamen. Later (in 14 n. C.) was
hij proconsul van Africa. Hij was een groot vriend van Augustus.
Assa, Assera, Assa, Assera, stad op Chalcidice, aan de Singitische
golf.
Assaceni, Assakenoi, indische stam in het Indus-gebied, aan de
Westzijde, ten N. van den Cophen, verwant met de Astaceni.
Assaracus, Assarakos, zoon van Tros, overgrootvader van Aeneas.
Asser, in het algemeen een balk of boom of dikke lat, b.v. de
draagboomen van een draagstoel, doch altijd een bewerkt en geen ruw
stuk hout. De asser in den zeestrijd was een aries in het klein,
een balk, die aan touwen in het want hing en door zijn beuken het
want of den romp van het vijandelijk schip moest vernielen.
Assertor. In eene causa liberalis, d.i. een geding over de vraag,
of iemand vrij of slaaf was, kon de persoon, wiens vrijheid betwist
werd, niet als zijn eigen verdediger optreden. Hiertoe was een assertor
noodig, iemand, die rechtspersoonlijkheid bezat en staande hield, dat
de betwiste persoon een vrije was, bij welke verklaring hij zijne hand
of een staf (festuca of vindicta geheeten) op diens hoofd legde. Dit
komt voor bij de manumissio vindicta; voor assertor fungeerde vaak een
lictor (zie manumissio no. 1). Vanhier de uitdrukking aliquem manu
asserere in libertatem = iemands vrijheid verdedigen. Ook asserere
in servitutem, een als vrij beschouwd man als zijn slaaf opeischen.
Assessor. Wanneer te Rome aan iemand werd opgedragen, als iudex in
eene rechtzaak uitspraak te doen, eischte de gewoonte, dat hij eenige
vrienden uitnoodigde, de zitting bij te wonen en hem als consilium met
hun raad bij te staan. Evenzoo vormden de stadhouders in de provinciën
bij hunne rechtspraak een consilium uit hunne officieren. Onder de
keizers evenwel kwam meer en meer de geheele rechtspraak in handen der
overheden, die geregeld een vasten bijzitter kozen, assessor geheeten,
gewoonlijk een rechtskundige, die de geheele zaak instrueerde, en
het vonnis opstelde.
Assesus, Assesos, stad in Ionia, bij Miletus, met een Athena-tempel.
Assidui, gezeten burgers, werden te Rome die burgers geheeten,
die in eene der vijf classes waren ingeschreven, in tegenstelling
der proletarii.
Assignationes viritanae, zie Colonia no. 2.
Assorus, Assoros, stad op Sicilia, ten N.O. van Henna.
Assus, Assos, aeolische stad aan de Zuidkust van Troas, beroemd door
voortreffelijke tarwe en door eene steensoort, lapis Assius, die de
voorwerpen deed versteenen en daarom sarkophagos genoemd werd. Men
maakte er o. a. lijkkisten van.
Assyria, Assyria. Onder dezen naam kan men vooreerst het groote
oud-assyrische rijk verstaan, dat eenmaal zich over Armenia, Media,
Persis, Babylonia, Mesopotamia, Syria, Phoenice en Palaestina
uitstrekte en 672-656 zelfs over Aegypte heerschte, doch vervolgens
uiteenspatte en omstreeks 606 met de verwoesting der hoofdstad
Niniveh te gronde ging. Zie Ninus.--Het landschap Assyria in engeren
zin omvatte ongeveer de streek tusschen den Tigris en het Zagrus-
of Choatrasgebergte ten W. en ten O., en Babylonia en Armenia
ten Z. en ten N. Na den val van het oud-assyrische rijk maakte het
achtereenvolgens een deel uit der medische, perzische, macedonische,
syrische, parthische en nieuw-perzische rijken.
Asta, 1) stad in Liguria, rom. kolonie, aan den Tanarus, een zijtak
van den Padus (Po). Tegenwoordig Asti.--2) rom. kolonie in Baetica,
nabij Gades (Cadix).
Astaboras, Astaboras, thans Atbara, zijtak van den Nijl, in Aethiopia.
Astaceni, Astakenoi, indisch volk, aan den benedenloop van den Cophen,
verwant met de Assaceni.
Astacus, Astakos, 1) stad in Acarnania aan de Ionische zee.--2)
megarensische kolonie in Bithynia, aan een inham der Propontis; zij
werd door de Atheners versterkt en Olbia genoemd, door Lysimachus
verwoest, doch door Nicomedes I herbouwd en onder den naam van
Nicomedea tot de prachtige hoofdstad van Bithynia gemaakt.
Astapa, Astapa = Ostippo.
Astapus, Astapous, zijtak van den Nijl in Aethiopia. Tusschen dezen
en den Astaboras ligt het schiereiland Meroe.
Astarte, Syria dea, Astarte, Syria theos, phoenicische godin, die
in het Oosten hoog vereerd werd; vooral bekend is haar tempel te
Tyrus. De Grieken vergeleken haar met Aphrodite.
Asteria, Asteria, dochter van Coeüs en Phoebe. Om aan de liefkoozingen
van Zeus te ontkomen, stortte zij zich, in de gedaante van een kwartel,
in zee en veranderde in een eiland, dat eerst haar naam droeg, later
Ortygia, en eindelijk Delus genoemd werd.
Asterion, Asterion, zoon van Teutamus, koning van Creta, die met
Europa huwde en hare kinderen, Minos, Radamanthys en Sarpedon, als
de zijne opvoedde.
Asterope, Asterope, z. Aesacus.
Astrabacus, Astrabakos, een oud-laconisch heros. De spartaansche
koning Demaratus was, volgens het verhaal zijner moeder, een zoon
van Astrabacus of van Aristo.
Astraea, Astraia, dochter van Zeus en Themis of van Astraeus en Eos,
godin der gerechtigheid, die in de gouden eeuw op aarde onder de
menschen leefde. In de zilveren eeuw verscheen zij nog nu en dan,
maar toen de verdorvenheid der menschen toenam, verliet zij, hoewel
later dan alle andere goden, eindelijk ook de aarde en bleef sedert,
als het sterrenbeeld de Maagd, aan den hemel.
Astraeus, Astraios, zoon van Crius en Eurybia, echtgenoot van Eos,
vader der winden en sterren.
Astragaloi, dobbelsteenen met vier vlakke zijden en aan twee kanten
rond. De vlakke zijden waren met oogen gemerkt, zoodat 1 en 6, 3 en 4
tegenover elkander stonden. Men wierp met vier steenen; de beste worp,
wanneer 1, 3, 4 en 6 boven lagen, heette Aphrodite, Midas, Herakles, de
slechtste, wanneer alle vier éénen boven lagen, heette kyon. Zie Alea.
Astynomoi, overheidspersonen die te zorgen hadden voor politie,
straatreiniging, handhaving der bouwverordeningen, enz. Te Athene
waren er tien, vijf voor de stad en vijf voor den Piraeus. Ze komen
sinds de 4de eeuw voor.--Ook bijnaam van verschillende goden als
beschermers der steden.
Astura, riviertje in Latium, met eene gelijknamige stad aan den mond
er van.
Asturia, Astouria, landstreek in het Noorden van Tarraconensis, met
de hoofdstad Asturica Augusta (Astorga). De Astures waren een woest
bergvolk, in het tegenw. Asturië en noordelijk Leon.
Astyages, Astyages, zoon van Cyaxares, laatste koning der Mediërs
(585-550), grootvader van Cyrus, die hem van den troon stiet en het
perzische rijk stichtte, z. Alyattes.
Astyanax, Astyanax, zoon van Hector en Andromache. Zijn eigenlijke
naam was Scamandrius, maar ter eere van zijn vader noemde het volk
hem Astyanax (heer der stad). Na de verovering van Troje werd hij,
hoewel nog een kind, van den muur geworpen.
Astydamas, Astydamas, 1) zoon van Morsimus. Hij zou 240 treurspelen
gedicht hebben, waarvan 15 den eersten prijs behaalden. In zijn
jeugd was hij een leerling van Isocrates.--2) zoon van den vorigen,
treurspeldichter.
Astydamea, Astydameia, gemalin van Acastus.
Astyoche, Astyoche, dochter van Actor, moeder van Ascalaphus en
Ialmenus.--2) dochter van Laomedon, gehuwd met Telephus. Omgekocht
door een gouden wijnstok, overreedde zij haar zoon Eurypylus, aan de
verdediging van Troje deel te nemen.
Astypalaea, Astypalaia, stad en eiland der Sporaden, in de Aegeïsche
zee ten O. der Cycladen.
Astyra (gen. ae), ta Astyra, stad in Mysia bij Antandrus, aan de golf
van Adramyttium met een tempel van Artemis Astyrene. Ook een plaatsje
bij Abydus.
Asylia, door de wet gewaarborgde veiligheid voor slaven en misdadigers,
gewl. verbonden aan het verblijf in zekere tempels of heiligdommen. In
den keizertijd werd dit recht, dat aan vele tempels toekwam, omdat het
tot misbruiken aanleiding gaf, beperkt en gedeeltelijk opgeheven. Ook
werd soms van staatswege aan vreemdelingen asylia verzekerd, waardoor
zij evenzeer als de burgers tegen aanvallen op hun persoon en eigendom
beschermd waren.
Atabulus, naam in Apulia voor den uit Afrika overwaaienden verzengenden
Sirocco (Zuidenwind).
Atabyris, Atabyrius, Atabyris, Atabyrion oros, hooge berg op het
eiland Rhodus, met een beroemden tempel van Zeus Atabyrius.
Atagis, zie Athesis.
Atalante, Atalante, uit Arcadië, dochter van Iasus en Clymene. Haar
vader, die liever een zoon gehad had, liet haar terstond bij hare
geboorte te vondeling leggen; zij werd door eene berin gezoogd,
groeide op te midden van jagers en werd zelve eene buitengewoon vlugge,
sterke en moedige jageres. Zij nam deel aan de calydonische jacht
en bracht aan het zwijn de eerste wond toe; op grond daarvan kende
Meleager, die door hare schoonheid getroffen was, haar den prijs der
overwinning toe, en Atalante, hierdoor gestreeld, stemde er in toe
zijne vrouw te worden, terwijl zij vroeger tal van huwelijksaanzoeken
had van de hand gewezen. Ook aan den Argonautentocht zou zij hebben
deelgenomen of willen deelnemen.--V. a. was het niet Meleager, maar
Milanion, die door zijn trouwe liefde haar hart wist te winnen, hoewel
zij ook voor hem lang koud bleef.--V. a. was Atalante de dochter van
den boeotischen koning Schoeneus, en had zij verklaard alleen hem te
zullen huwen, die haar in den wedloop zou overwinnen. Reeds velen
hadden den strijd gewaagd, maar waren overwonnen en gedood, totdat
Milanion of Hippomenes door de hulp van Aphrodite de overwinning
behaalde. De godin had hem namelijk drie gouden appels gegeven,
waarvan hij onder het loopen telkens een voor de voeten van Atalante
wierp; deze bukte om de prachtige kleinoden op te rapen, maar verloor
daardoor zooveel tijd, dat haar minnaar, voor wien zij intusschen
zelve ook liefde had opgevat, het eerst het doel bereikte.--Atalante
en haar echtgenoot werden later in leeuwen veranderd, omdat zij een
aan Cybele gewijd bosch ontheiligd hadden. Hun zoon was Parthenopaeus.
Atalante, Atalante, 1) eilandje op de kust van Locris, nabij de stad
Opus.--2) rotseilandje ten Oosten van Salamis.--3) stad in Macedonia
aan den Axius.
Atanagrum, stad der Ilergetes in Tarraconensis, door Scipio in 218
verwoest.
Atarantes, Atarantes, volksstam in het midden van Africa, tusschen
de Garamantes en de Atlantes.
Atarbechis, Atarbechis, stad in Beneden-Aegyptus, in de landstreek
Prosopitis, met een beroemden tempel der aegyptische Aphrodite
(Hathor).
Atargatis, z. Dercetis.
Atarneus, Atarneus, stad op de kust van Aeolis tegenover Lesbus,
op den berg Cane. Aristoteles vertoefde hier eenigen tijd (348-345)
bij den tyran Hermeas.
Atax, Atax, thans Aude, een kustriviertje, dat zich in den sinus
Gallicus (golf v. Lyon) stort. Aan den Atax lagen de steden Carcaso
(Carcassonne) en Narbo Martius (Narbonne). De bewoners, die tot
de Volcae Tectosages behoorden, werden naar de rivier ook Atacini
genoemd, zooals de letterkundige P. Terentius Varro Atacinus, die in
82 te Narbo geboren werd.
Ate, Ate, dochter van Zeus of van Eris, godin der blinde drift, die
eens zelfs Zeus tot een onberaden eed verleidde. Tot straf werd zij
van den Olympus op aarde geslingerd, waar zij met lichten tred over
de hoofden der menschen zweeft, terwijl zij hen tot kwaad verleidt,
maar hen straft wanneer zij het bedreven hebben.
Ateii. 1) C. Ateius Capito, naam van een volkstribuun, die het den
consuls C. Pompeius en M. Licinius Crassus in hun tweede consulaat
(55) zeer lastig maakte en later door den censor App. Claudius Pulcher
(zie Claudii no. 15) berispt werd wegens leugenachtige auspicia.--2)
C. Ateius Capito, beroemd rechtsgeleerde te Rome ten tijde van Augustus
en Tiberius. Hij stichtte eene rechtsgeleerde school, die niet minder
vermaard werd dan die van zijn tegenstander Q. Antistius Labeo. Terwijl
Labeo aan de rechtsstudie eene meer philosophische richting gaf en den
strengen geest der oud-rom. wetgeving huldigde, was Capito's richting
meer historisch en nam hij meer het gewoonterecht tot grondslag, zooals
het zich in den loop der tijden had ontwikkeld. Zie Sabiniani.--3)
Ateius, bijgenaamd Praetextatus, een atheensch letterkundige van naam,
een vriend van Asinius Pollio en van Sallustius.
Ateleia, vrijstelling van alle of van bepaald aangewezen diensten of
betalingen ten behoeve van den staat, vooral van liturgieën.
Atella, oud-oscische stad in Campania tusschen Capua en Neapolis,
later romeinsch municipium, vooral bekend door de Atellanae fabulae.
Atellanae fabulae, ook wel Osci ludi genoemd, eene soort van landelijke
kluchtspelen, waarin boert en spot den boventoon voerden. Zij werden
meestal opgevoerd in de volkstaal of in een plattelandsdialect, dikwerf
grof en plomp; het doel was dan ook niet fijn of geestig te wezen,
maar de toeschouwers te laten lachen. Zij kunnen vergeleken worden met
Jan Klaassen- of Harlekijnskluchten. Er kwamen eenige vaste rollen
in voor, zooals Maccus, een domme, vraatzieke hansworst of Pierrot,
Pappus, een soort van vader Pantalon, enz. In den beginne waren het
slechts schetsen, die op het tooneel door improvisatie verder werden
uitgewerkt; later werden ook uitgewerkte stukjes geschreven. Soms
werden zij ook als nastukjes (exodia) na een drama gegeven. In de
Atellanae als speler op te treden, werd den rom. burger niet onwaardig
geacht; zij werden opgevoerd door vrijgeboren rom. jongelieden.
Aternia Tarpeia (lex) de multis, 454, van de consuls M. Aternius Varus
Fontinalis en Sp. Tarpeius Montanus Capitolinus, dat het aan alle
magistraten zou vrijstaan, boeten tot een zeker bedrag in vee op te
leggen, terwijl hoogere boeten alleen door de comitia tributa konden
worden opgelegd. De multa suprema was 2 schapen en 30 ossen. Voor
de boete in vee werd in 430 door de lex Iulia Papiria (z. a.) eene
evenredige geldboete in de plaats gesteld.
Aternum (ook Ostia Aterni geheeten) aan de Adriatische zee, havenstad
der Marrucini, Vestini en Peligni, drie kleine stammen tusschen
Picenum en Samnium.
Aternus, riviertje, dat bij Aternum in zee valt.
Atesis = Athesis.
Ateste, rom. kolonie in het land der Veneti, aan de Athesis (Etsch)
gelegen. Thans Este.
Athamania, Athamania, landstreek in Epirus op de grenzen van Thessalia,
met de hoofdstad Argithea. De Athamanes, Athamanes, stonden op een
zeer lagen trap van beschaving.
Athamantiades, Athamantiades, Palaemon, zoon van Athamas.
Athamantis, Athamantis, Helle, dochter van Athamas.
Athamas, Athamas, zoon van den thessalischen Aeolus, koning van
Orchomenus in Boeotië. Hij was gehuwd met de godin Nephele en had bij
haar twee kinderen, Phrixus en Helle; hij nam echter nog eene andere
vrouw, Ino, de dochter van Cadmus, waarom Nephele hem verliet. Ook Ino
kreeg bij Ath. twee kinderen, Learchus en Melicertes, voor de kinderen
van Nephele was zij echter eene slechte stiefmoeder en zelfs bewoog
zij Ath. hen aan Zeus Laphystius te offeren, maar Nephele zond hun
een ram met gouden vacht, waarmede zij uit het land vluchtten. Toen
dit offer alzoo mislukt was, zoude Ath. zelf geofferd worden, maar ook
dit werd door Heracles belet (z. Cytissorus). Later werd hij door Hera,
die vertoornd was op Ino, omdat zij Dionysus had opgevoed, zoo razend
gemaakt, dat hij Learchus doodsloeg en Ino voor hem moest vluchten
en zich met Melicertes in zee stortte. Met bloedschuld beladen moest
Ath. vluchten, hij vestigde zich in Phthiotis, huwde met Themisto,
die hem vier kinderen schonk, en stichtte de stad Halus.
Athanagia = Atanagrum.