van Clytaemnestra redde.--2) z. Anaxarete.--3) z. Alphesiboea.--4)
z. Asclepius.--5) z. Barsine.--6) moeder van Ptolemaeus I.--7) dochter
van Ptolemaeus I en Berenice, huwde met Lysimachus (z. a.). Na diens
dood leefde zij eerst te Ephesus, daarna te Cassandrea in Macedonië,
van waar zij door haar stiefbroeder Ptolemaeus Ceraunus verjaagd
werd. Later (tusschen 278 en 274), nadat zij Arsinoe no. 8 had
laten verbannen, huwde zij met haar broeder Ptolemaeus II, die haar
naam aan vele steden en aan een district in Aegypte gaf en na haar
dood groote gedenkteekenen te harer eere liet oprichten. Zij was
een buitengewoon heerschzuchtige vrouw.--8) dochter van Lysimachus,
gehuwd met Ptolemaeus II, smeedde een aanslag tegen hem uit haat tegen
zijne zuster Arsinoë, en werd daarom naar Coptus in Boven-Aegypte
verbannen.--9) ook, maar ten onrechte, Eurydice of Cleopatra genoemd,
dochter van Ptolemaeus III, gehuwd met haar broeder Ptolemaeus IV. Zij
nam deel aan den slag bij Raphia (217). Later (tusschen 210 en 205)
liet haar echtgenoot haar om onbekende redenen vermoorden.--10)
dochter van Ptolemaeus XI Auletes, gedurende de gevangenschap van
haar broeder koningin van Aegypte, werd later door Caesar in triomf
naar Rome gevoerd; zij werd daarna vrijgelaten, maar op aanstoken
van Cleopatra liet Antonius haar te Ephesus (41) vermoorden.--11)
echtgenoote van Magas, verschrijving voor Apama (z. a. no. 2).
Arsinoe, Arsinoe, naam van verschillende steden, waaronder ééne op
Cyprus (z. Marium), ééne in Cilicia, ééne in Cyrenaica, die vroeger
Tauchira heette, en twee in Aegyptus. Van deze laatste lag de eene,
te voren Crocodilopolis geheeten, aan het meer Moeris, ten W. van den
Nijl; de andere lag aan den noordwestelijken inham der Arabische golf.
Artabanus, Artabanos, broeder van den perzischen koning Darius
Hystaspis, en dus oom van Xerxes, ontried vruchteloos aan beide vorsten
den tocht tegen Griekenland.--Een andere Artabanus, een Hyrcaniër,
bevelhebber van Xerxes' lijfwacht, wilde het koningshuis uitroeien
en bracht in 465 den koning en diens oudsten zoon om het leven; de
tweede zoon evenwel, Artaxerxes I, voorkwam den moordenaar, die nu
zelf ter dood werd gebracht.--Onder de parthische Arsaciden vindt
men een viertal koningen, die den naam Artabanus dragen.
Artabazanes, Artabazanes, oudste zoon van Darius Hystaspis, die voor
zijn halfbroeder Xerxes van zijne aanspraken op de troonopvolging
moest afzien, omdat hij geboren was voordat Darius aan de regeering
kwam. Hij sneuvelde in den slag bij Salamis.
Artabazes, Artabazes = Artavasdes.
Artabazus, Artabazos, 1) perzisch veldheer, die Xerxes naar Griekenland
volgde, Olynthus veroverde en na den slag bij Plataeae onder de
grootste moeilijkheden met 40000 man over land naar Byzantium
terugtrok. Hij diende als tusschenpersoon bij de onderhandelingen
tusschen Xerxes en Pausanias.--2) veldheer onder Artaxerxes II en
satraap van Lydië en Phrygië onder Artaxerxes III. Tegen laatstgenoemde
kwam hij in 356 in opstand, maar hoewel hij gevangen genomen werd,
schonk de koning hem genade. De buitengewone getrouwheid, waarmede hij
Darius Codomannus diende, bewoog Alexander, hem satraap van Bactrië
te maken, welke waardigheid hij om zijn hoogen leeftijd echter slechts
kort behield.
Artace, Artake, stad en haven ten W. van Cyzicus. Ook een eilandje
daar vlak bij.
Artaphernes of Artaphrenes, Artaphernes, -phrenes, 1) broeder van
Darius Hystaspis, satraap van Lydië, z. Aristagoras.--2) zoon van den
vorigen, een van de aanvoerders der Perzen in den slag bij Marathon,
en van de lydische en mysische troepen in den slag bij Salamis.
Artaunum, vesting, door Drusus aangelegd en door Germanicus versterkt,
vermoedelijk ergens in het Taunusgebergte.
Artavasdes of Artabazes, Artabazes, Artabasdes, 1) koning van Armenia,
zoon van Tigranes I, koos in de oorlogen der Romeinen tegen de Parthen
tijdens Crassus en later tijdens Antonius (36) de zijde der Romeinen,
doch verliet hen weder. Antonius maakte zich van zijn persoon meester
en liet hem geboeid te Alexandrië voor zijn triumfwagen uitgaan. Na
den slag bij Actium werd hij op last van Cleopatra omgebracht
(30).--2) zoon van no. 1, gewoonlijk Artaxes geheeten, moest voor
de Romeinen vluchten en week naar de Parthen, die hem op den troon
herstelden. Later riepen de Armeniërs zelven de hulp der Romeinen tegen
hem in; doch voordat nog het rom. leger het armenische gebied had
bereikt, was de koning reeds door samenzweerders vermoord (20).--3)
koning van Media Atropatene, was een bondgenoot van Antonius tegen
zijn armenischen naamgenoot, doch werd later zelf door de verbonden
Parthen en Armeniërs uit zijn eigen rijk verjaagd.
Artaxata, ta Artaxata, sterke vesting en hoofdstad van Armenia, door
den eersten armenischen koning Artaxias aan den Araxes gebouwd (189)
volgens een ontwerp van Hannibal, die een poos bij hem verblijf
hield. De stad werd in 58 n. C. door de Romeinen onder Corbulo
veroverd en verbrand, maar kort daarop door koning Tiridates onder
den naam Neronia herbouwd. Ook in later tijd heet de stad echter
gewoonlijk Artaxata.
Artaxerxes, Artaxerxes, naam van perzische koningen: 1)
Art. I Makrocheir (Longimanus), zoon van Xerxes (z. Artabanus),
reg. 465-425, gedurende welken tijd hij met vele opstanden te kampen
had. Vooral gevaarlijk en moeilijk te onderdrukken was de opstand der
Aegyptenaren onder Inaros, die door de Atheners met schepen ondersteund
werd. Omtrent den Cimonischen vrede z. Cimon a. h. e.--2) Art. II
Mnemon, zoon en opvolger van Darius II, reg. 404-358. Reeds dadelijk
bij het begin zijner regeering trachtte zijn jongere broeder Cyrus,
satraap van Lydië, Phrygië en Cappadocië hem van den troon te stooten,
hij sneuvelde echter in den slag bij Cunaxa (401). In 400 zonden de
Spartanen, die door de aziatische Grieken te hulp geroepen waren,
een leger naar Azië, dat, vooral onder Agesilaus, aanmerkelijke
voordeelen behaalde op de satrapen Tissaphernes en Pharnabazus,
zoodat Agesilaus reeds hoop voedde op de verovering van het geheele
perzische rijk, welks inwendige zwakheid in dezen oorlog duidelijk
gebleken was. Het gelukte Art. echter in Griekenland zelf een oorlog
tegen de Spartanen te verwekken, waardoor zij genoodzaakt waren
Agesilaus terug te roepen. Ook tegen Aegypte, dat onder Nectanebis
weder opgestaan was, tegen Euagoras van Cyprus en tegen vele afvallige
satrapen moest Art. langdurige en moeilijke oorlogen voeren. Even
ongelukkig was hij in zijn familieleven. Bij de vele hofintriges,
die dikwijls een bloedig einde hadden, kwam nog het slechte gedrag
zijner zonen, waarvan de oudste, Darius, tot troonopvolger bestemd,
een zamenzwering smeedde om zijn vader te laten vermoorden, en daarom
op diens bevel ter dood gebracht werd.--3) Art. III Ochos, zoon van
Art. II, reg. 358-338, een wreed tiran, die bijna zijne geheele familie
liet vermoorden. Met de hulp van grieksche huurtroepen onderwierp hij
Aegypte en Phoenicië en bedwong hij den opstand van Artabazus. Hij
regeerde geheel onder den invloed van zijn gunsteling, den Aegyptenaar
Bagoas, die hem eindelijk vergiftigde.--4) Artaxerxes I, stichter van
het nieuw-perzische rijk 227 n. C. (v. s. 224 n. C.) en van de dynastie
der Sassaniden. Hij regeerde in Perzië sedert 211, maar versloeg den
laatsten koning der Parthen, Artabanus, in 227, en noemde zich sedert
dien tijd "koning der koningen van Iran." Hij stierf in 241 of 242
en werd opgevolgd door zijn zoon Sapores I. In 223 voerde hij oorlog
met den romeinschen keizer Severus Alexander. Zie verder Sassanidae.
Artaxes = Artavasdes no. 2.
Artaxias, Artaxias, generaal van den syrischen koning Antiochus III,
en stadhouder van Armenia, maakte zich omstreeks 188 onafhankelijk
en stichtte het armenische rijk. Antiochus IV Epiphanes versloeg hem
wel en nam hem zelfs gevangen, doch kon Armenia niet heroveren. Ook
de volgende koningen van Armenia maior komen, behalve onder hun eigen
naam, ook onder den naam of titel Artaxias voor.
Artemidorus, Artemidoros, 1) alexandrijnsch taalgeleerde uit de 1ste
eeuw v. C., leerling van Aristophanes. Hij schreef over het dorisch
dialect en gaf de bucolici uit.--2) van Ephesus, beschreef omstreeks
100 zijne reizen in een geographisch werk, dat door latere schrijvers
veel gebruikt werd en waarvan nog een uittreksel bestaat.--3) van
Ephesus, leefde te Rome onder Hadrianus en schreef een Droomboek
(Oneirokritika), dat zoowel over de mythologie als over de zeden van
zijn tijd belangrijke bizonderheden bevat.
Artemis, Artemis, Diana, dochter van Zeus en Leto, tweelingzuster van
Apollo, met wien zij vele punten van overeenkomst heeft. Evenals hij,
brengt ook zij met hare pijlen een plotselingen dood, vooral aan
vrouwen, en straft zij hen, die de wetten en het recht overtreden,
maar ook eveneens is zij eene ongelukafwerende, heilaanbrengende
godin (Soteira). Vooral vrouwen neemt zij onder hare bescherming,
geeft schoonheid en gezondheid aan jonge meisjes en staat de vrouwen
bij in barensnood (Eileithuia); ook doet zij jonge kinderen opgroeien
(Kourotrophos), zooals zij hare zorgen uitstrekt over alles wat in de
natuur jong en zwak is. Hier en daar komt zij voor als verzoenende
en orakelgevende godin, of als godin der schoone kunsten; zelve
vermaakt zij zich met hare nimfen gaarne met den dans, en ook op
den Olympus voert zij den reidans aan. Bijzonder treedt zij op den
voorgrond als godin der jacht (Agrotera), zij begunstigt de jagers
en geeft hun goede vangst, en zelve maakt zij van hare nimfen
vergezeld, op het wild jacht, vooral in de wouden en op de bergen
van Arcadië en Lacedaemon. Voor liefde is zij ontoegankelijk, zij
is en blijft de maagdelijke godin (Earthenos), die alle aanslagen
op hare eerbaarheid streng bestraft en ook bij sterfelijke vrouwen
de kuischheid beschermt. Oorspronkelijk was Artemis eene maangodin
en ook later wordt zij dikwijls voor dezelfde gehouden als Hecate en
Bendis. In de oudste tijden werden haar menschenoffers gebracht, die
later wel afgeschaft werden, maar waarvan op enkele plaatsen altijd
sporen overbleven. Te Sparta bijv. werden jaarlijks voor het altaar
van Artemis Orthia knapen gegeeseld, tot hun bloed op het altaar
spatte. De Grieken zelf beweerden dat de Artemis, die zulke bloedige
offers eischte, de taurische was (Tauropolos), in wier dienst Iphigenia
in Tauris priesteres geweest was en wier beeld en eeredienst Orestes
vandaar naar Griekenland had medegebracht. De ephesische Artemis was
eene aziatische godin, een verpersoonlijking van de voortbrengende
en voedende kracht der natuur. De dienst van Artemis was, evenals die
van Apollo, door geheel Griekenland verbreid. De hond, het hert, het
zwijn, de beer en de kwartel zijn haar gewijd. Zij wordt gewoonlijk
voorgesteld als eene slanke en vlugge jageres, met hoog opgeschorte
kleederen, hooge schoenen, pijl en boog; in hare tempels stonden echter
ook beelden met lange kleederen, die behalve den boog nog een fakkel
droegen. Bij de beelden der ephesische Artemis daarentegen was het
geheele lichaam ingewikkeld als eene mummie en geheel met borsten
bezet, zinnebeeld van de voedende kracht der godin.
Artemisia, Artemisia, feesten van Artemis.
Artemisia, Artemisia, 1) dochter van Lygdamis, koningin van
Halicarnassus, nam met vijf schepen deel aan den tocht van Xerxes
tegen Griekenland, en toonde in den slag bij Salamis veel moed en
beleid.--2) dochter van Hecatomnus, zuster en gemalin van Mausolus,
wiens nagedachtenis zij eerde door de oprichting van een grafmonument,
het Mausoleum, dat onder de zeven wonderwerken der oudheid gerekend
werd. Zij volgde hem in de regeering over Carië op en stierf in 351.
Artemisium, Artemision, kaap en kuststreek in het Noorden van het
eiland Euboea, bekend door den zeeslag tusschen Perzen en Grieken
in 480.
Artolaganum, artolaganon, broodkoek, een gebak, dat bereid werd uit
meel, wijn, melk, olie en peper, en als lekkernij geprezen wordt.
Aruns, Arrouns, etruscisch woord = jongere zoon, bij de Romeinen
eenigszins tot eigennaam geworden. Aldus worden genoemd: een broeder
van Tarquinius Priscus, een broeder en een zoon van Tarquinius
Superbus, een zoon van Porsenna.
Arvales fratres, een romeinsch priestercollegie van twaalf priesters,
wier ambt levenslang was en zelfs door gevangenis of verbanning
niet kon verloren worden. Aan hun hoofd stond een magister collegii,
die voor den tijd van een jaar uit hun midden werd gekozen. In Mei
hielden zij ter eere der Dea Dia (waarschijnlijk Ceres of Tellus),
een plechtig offerfeest, de Ambarvalia (z. a.) waarbij een oud lied in
saturnische versmaat werd gezongen, en dat met een kostbaren maaltijd
werd besloten. Daarbij had een plechtige omgang plaats. Hunne taak
was, zooals Varro zegt: sacra facere propterea ut fruges ferant
arva. Volgens de sage zou Romulus' pleegmoeder, Acca Larentia, twaalf
zonen hebben gehad, en zou Romulus, na den dood van een hunner,
diens plaats hebben ingenomen en de broederschap gesticht hebben. In
het laatst van de republiek hield het college op te bestaan, maar
nadat de dienst een tijdlang door de pontifices was waargenomen,
werd het door Augustus in 21 hersteld. Sinds dien tijd bepaalde de
plechtigheid zich tot een heilig terrein om een tempeltje van Dea Dia,
5 mijlen ten Z. van Rome aan de via Campana gelegen. Hier zijn in
1570 n. C. en later de verslagen van 96 jaarfeesten op marmer gegrift
gevonden, de z.g. acta fratrum arvalium. De fratres droegen bij hun
feest kransen van korenaren.
Arverni, welke naam nog voortleeft in Auvergne, waren een der
hoofdvolken van Gallia. Ze woonden aan den Elaver (Allier) en in
de omliggende bergen, en beheerschten ten tijde van Caesar geheel
westelijk Gallia tusschen Liger en Garumna. Hunne hoofdstad was
Nemossus, later in Augustonemetum herdoopt (z. a.). Het sterke
Gergovia, door Caesar in den strijd tegen Vercingetorix tevergeefs
belegerd, lag ook in hun gebied. Vercingetorix zelf was ook een
Arverner. Bij de reorganisatie onder Augustus werd hun land bij
Aquitania (z. a.) gevoegd.
Arx, akropolis. In ouden tijd had elke aanzienlijke stad eene arx of
acropolis, binnen de muren op eene hoogte gelegen, ten einde bij eene
overrompeling den inwoners een toevluchtsoord te verschaffen. Over
de meeste dezer akropoleis valt niets bizonders te zeggen. Waar iets
bizonders er van te vermelden is, zooals bij die van Athene en Rome,
zie men de plaatsbeschrijving dezer steden.
Arybas of Arybbas, Arybas, vorst der Molossiërs, oom van Olympias,
werd in 342 door zijn neef Alexander van Epirus met de hulp van
Philippus verjaagd. De Atheners beloofden hem hulp, maar konden
die niet verschaffen. Hij heeft lang in Athene geleefd en stierf in
ballingschap. V. a. is hij later naar Epirus teruggekeerd.
Arzanene, Arzanene, landschap van Armenia maior, ten zuiden door den
Tigris begrensd.
As, afgeleid van heis, rom. munt, de waarde van een rom. pond (=
ongeveer 1/3 kilo) koper voorstellende. Oorspronkelijk gebruikte men
vee (pecus) als ruilmiddel. Later kwam het koper in gebruik, eerst in
den vorm van gewichten. Een pond koper (pondo aeris) noemde men as
(één); dit was verdeeld in 12 unciae. Zoo kon het koper, vooral in
kleinere bedragen, het daarvoor minder geschikte vee als ruilmiddel
vervangen. Men noemde het daarom pecunia. De overlevering wil, dat
men reeds in den koningstijd een in een vorm gegoten hoeveelheid
koper van staatswege met een teeken kon laten voorzien, als het
gewicht juist was (aes signatum), zoodat het dan niet meer telkens
behoefde te worden nagewogen. In 430 bepaalde de lex Julia Papiria
(z. a.), dat bij betalingen aan den staat een schaap door tien as
(d. i. 10 pond koper) en een koe door 100 as zou worden vervangen;
vroeger hing de waardebepaling (aestimatio) van het goedvinden der
ambtenaren af. Omstreeks 375 werd de eerste munt te Rome gemaakt,
bestaande in groote koperen schijven, nagenoeg een Romeinsch
pond zwaar, as libralis geheeten. Ze vertoonden op de eene zijde
den voorsteven van een schip, op de andere den kop eener godheid
(Janus). De halve as was meest met een Jupiterskop en aan de keerzijde
weder met een voorsteven gestempeld, en droeg de letter S (semissis)
tot onderscheidingsteeken, terwijl op den geheelen as het merk I was
aangebracht. De overige onderdeelen van den as droegen verschillende
stempels en zooveel ronde knopjes, als zij unciae waard waren. Het
waren de triens = 4 unciae, de quadrans of teruncius = 3 unciae,
de sextans = 2 unciae en de uncia. Omstreeks 268 begon men zilveren
munten te slaan en wel in drie waarden, den denarius (10 as), den
quinarius (5 as), den sestertius (2 1/2 as) z. a.; tot voorbeeld
diende de Attische drachme, waarmede de denarius altijd is gelijk
gesteld. Tevens muntte men een nieuwen as, die slechts een derde
(triens) woog van den oude, den z.g. as trientalis. In 250 werd de as
sextantarius ingevoerd, die een zesde (sextans) van het oude gewicht
bedroeg = 2 unciae, maar den as trientalis moest vervangen, zoodat er
ook van dezen as tien in een denarius gingen. De as werd dus sinds
dezen tijd teekenmunt. In 217 werd het gewicht van den as op 1 ons
gebracht (as uncialis) en gelijk gesteld met 1/16 van een denarius en
1/4 van een sestertius. Inmiddels werden de oude stukken (aes grave),
zoolang ze bestonden, voor een hoogeren prijs verhandeld. Waar in
oude wetten, dus ook in boeten, het woord as voorkwam, werd die niet
gelijkgesteld met den as uncialis, maar als een sestertius (4 as)
berekend. Later werd de as tot op een half ons verkleind, maar de
waarde bleef dezelfde = 1/4 sestertius. Hij diende voortaan als
pasmunt.--Hoewel de as de oorspronkelijke munteenheid was, werden
geldsommen berekend met sestertii. De sestertius (= semistertius,
derdehalf) was eerst, overeenkomstig zijn naam, gelijk aan 2 1/2 as,
doch werd later (in 217) aan 4 as gelijkgesteld. Z. sestertius.
Asander, Asandros, zoon van Philotas, veldheer van Alexander d. G. Hij
werd in 334 stadhouder van Lydië en voltooide de verovering van
Halicarnassus door een grooten slag, waarin hij met Ptolemaeus aan
Orontobates de nederlaag toebracht.--2) zoon van Agathon. Na den dood
van Alex. werd hij stadhouder van Carië, en daar Perdiccas hem die
provincie wilde afnemen, ging hij tot de partij van Antigonus over
(321). Later sloot hij zich weder bij de vijanden van Antigonus aan,
maar moest zich in 313 aan hem onderwerpen.--3) veldheer van Pharnaces
II, koning van Bosporus, dien hij bij de nadering van Caesar liet
dooden om in zijne plaats te regeeren (47). Caesar liet hem afzetten,
doch Augustus gaf hem later de regeering terug.
Asarotum, asaroton, vloer van mozaiekwerk voor een eetzaal, zóó
ingelegd, dat het den schijn had, alsof er allerlei overblijfselen van
een maaltijd op lagen en hij niet was aangeveegd (sairo). Wanneer dan
een der dischgenooten werkelijk iets morste, viel dit niet in het oog.
Asbestus, asbestos (onbrandbaar), asbest of amiant, eene delfstof,
waarvan de vezels zich als vlas laten verwerken en waarvan men in
de oudheid het asbestinum linum vervaardigde, om er de dooden in te
wikkelen, alvorens zij op den brandstapel werden gelegd, opdat hunne
asch niet zou verontreinigd worden door die van het hout. Daar zulke
lijkwaden zeer kostbaar waren, konden slechts de gegoeden zich deze
weelde veroorloven.
Asbolus, Asbolos, een Centaur, die op de bruiloft van Pirithoüs met
de Lapithen vocht en later door Heracles gekruisigd werd.
Ascalaphus, Askalaphos, 1) zoon van Ares en Astyoche, koning der
Orchomeniërs, nam deel aan den Argonautentocht en sneuvelde voor
Troje. V. a. werd hij na de verovering van Troje koning van het
eiland Aretias in de Zwarte zee.--2) zoon van Acheron en Gorgyra of
Orphne. Toen Persephone uit de onderwereld zou vrijgelaten worden,
indien zij er nog niets genuttigd had, verried hij dat zij van een
granaatappel geproefd had. Tot straf begroef Demeter hem onder een
zwaren steen, en toen Heracles hem later daarvan bevrijdde, veranderde
zij hem in een nachtuil.
Ascalon, Askalon, voorname vesting der Philistijnen, later een
belangrijke hellenistische stad, op de kust van Palaestina.
Ascania, Askania, 1) meer en omgeving in Bithynia, bij de stad
Nicaea.--2) zoutmeer in zuidelijk Phrygia tusschen Colossae en
Celaenae.
Ascanius, Askanios, zoon van Aeneas en Creusa, door Vergilius
en anderen ook Ilus of Iulus genoemd, ten einde de afstamming van
Augustus en de gens Iulia uit Aeneas aan te wijzen, werd door zijn
vader uit Trojes ondergang gered en kwam met hem in Latium aan,
waar hij Alba Longa stichtte.
Asciburgium, stad aan den linkeroever van den Rijn, in het gebied
der Gugerni in Belgica. Het ligt tusschen Vetera en Gelduba.
Asciburgius mons, thans het Reuzengebergte.
Asclepiadae, Asklepiadai, priesters en, naar men meende, afstammelingen
van Asclepius. Op Cos, te Cnidus e.e. vormden zij vereenigingen voor
de bestudeering en uitoefening der geneeskunde. Te Rome was het de
algemeene naam voor geneeskundigen.
Asclepiades, Asklepiades, 1) naam van verscheiden
geneeskundigen. Beroemd is de geleerde Ascl. van Prusa in Bithynië,
die omstreeks 50 te Rome zijne kunst uitoefende.--2) van Myrlea,
beroemd grieksch rhetor te Alexandria, en later te Rome (150-50). Hij
heeft een theorie der geschiedbeschrijving samengesteld, waarvan de
grondslag is een soortgelijke indeeling in drieën, als men bij de
rhetorica vindt, en b.v. door Cicero is uitgewerkt en toegepast. Ook
in den keizertijd blijft dit systeem in gebruik.
Asclepiodorus, Asklepiodoros, beroemd schilder, tijdgenoot van Apelles.
Asclepius, Asklepios, Aesculapius, zoon van Apollo en Coronis, dochter
van Phlegyas, of Arsinoë, dochter van Leucippus, geb. in Thessalië,
te Epidaurus of in Messenië. In de oudste gedichten wordt hij
voorgesteld als een heros, die, door Apollo aan Chiron toevertrouwd,
door dezen opgevoed werd en van hem o. a. de geneeskunde leerde,
waarin hij het zoover bracht dat hij niet alleen vele zieken genas,
maar zelfs dooden deed herleven. Toen echter werd hij door Zeus,
die niet wilde dat de menschen geheel van de vrees voor den dood
bevrijd zouden worden, met den bliksem getroffen en, op verzoek
van Apollo, als sterrenbeeld aan den hemel geplaatst. Later werd
Ascl. algemeen vereerd als de genezende god, eene hoedanigheid die
eigenlijk tot het wezen van Apollo behoort, en had hij heiligdommen
in verscheiden plaatsen, vooral zulke die wegens schoone en gezonde
ligging, bronnen e. dgl. veel bezocht werden door hen die genezing
van ziekten zochten. Daartoe legde men zich, na het vervullen van
nauwkeurig omschreven plechtigheden, in of bij den tempel neer, waarop
men in den slaap de gewenschte voorschriften van den god ontving, die
echter meestal door de priesters verduidelijkt moesten worden. Vooral
beroemd was zijn tempel te Epidaurus, rijk begiftigd met de geschenken
van herstelde zieken, waar om de vijf jaar te zijner eer een groot
feest, Asklepieia, gevierd werd; later was Pergamum de hoofdzetel
van zijn eeredienst. De haan, de hond en de geit waren hem gewijd,
maar bovenal de slang, waarmede hij steeds afgebeeld wordt en onder
welker gedaante de god zelf zich soms vertoont. Z. Aesculapius.
Asconius Pedianus (Q.), geboren te Patavium weinige jaren v. C.,
overleden 88 na C., v. a. 76 n. C., schrijver van belangrijke
aanteekeningen op Cicero's redevoeringen. In 1416 heeft men te
St. Gallen een (thans verloren) handschrift gevonden met een gedeelte
zijner aanteekeningen, waaronder echter ook van jonger hand.
Ascra, Askra, stadje in Boeotia, aan den voet van den Helicon,
geboorte- of verblijfplaats van Hesiodus.
Asculum, naam van twee steden in Italia. 1) Asculum (Ausculum)
Apulum, op de grenzen van Apulia en Samnium, waar de Romeinen in
279 door Pyrrhus, koning van Epirus, werden verslagen. (Zie Decii
no. 3). Horatius duidt het plaatsje aan door de woorden: oppidulum
quod versu dicere non est.--2) Asculum Picenum, hoofdstad van Picenum
en romeinsch municipium, in den bondgenootenoorlog verwoest, doch
weder opgebouwd.
Asebeias graphe, aanklacht wegens beleediging en bespotting van door
den staat erkende goden of wegens heiligschennis. Zulke zaken werden
door den archon basileus voor den Areopagus, soms voor de Heliaea
gebracht. De straf was niet bij de wet bepaald.