Argentarius. De werkkring der argentarii was tamelijk veelzijdig. Zij

bezorgden geld- en handelszaken voor anderen, belastten zich met koop

en verkoop en vervulden alzoo de rol van makelaars, van wisselaars

en van bankiers. In deze laatste hoedanigheid gaven zij ook wissels

af op andere plaatsen, namen geld voor anderen in ontvangst en deden

op last hunner lastgevers uitbetalingen. De uitdrukking per mensam

solvere beteekent dus: eene aanwijzing op zijn bankier geven. Hunne

zaken deden zij meest in de tabernae argentariae veteres en novae

aan het forum, die door den staat gebouwd en aan hen verhuurd werden.

Argentoratum, rom. municipium aan den Rijn in het land der Triboci,

met groote wapenfabrieken, thans Straatsburg. In de nabijheid van

deze stad versloeg Julianus als Caesar (onderkeizer) in 357 n. C. de

Alamannen, die in den Elzas gevallen waren, en een groot gedeelte

van Gallië plunderden.

Arges, Arges, een cycloop.

Argi, oorspronkelijke latijnsche naam voor de stad Argos.

Argias graphe, aanklacht, die men oorspronkelijk bij den Areopagus,

later bij den archon eponymos kon indienen tegen iemand, die geen

beroep uitoefende en daardoor zijn nabestaanden tot last was. Dit

werd eerst met eene boete, bij herhaling met atimie gestraft.

Argiletum, eene buurt in Rome, tusschen den mons Quirinalis en

het forum. In deze buurt waren vooral boekwinkels en winkels van

handwerksnijverheid. De naam wordt zoowel afgeleid van argilla (dus

zooveel als kleibuurt), als verklaard door den dood van Evander,

die hier zou vermoord zijn.

Argilus, stad op de macedonische kust aan de golf van den Strymon,

kolonie van Andrus.

Arginusae, Arginoussai, groep van drie eilandjes tusschen Lesbus

en de kust van Aeolis. Hier behaalde de atheensche vloot in den

peloponnesischen oorlog hare laatste overwinning op de Spartanen (406);

doch niettemin werden de atheensche veldheeren te Athene ter dood

gebracht, omdat zij verzuimd hadden de drenkelingen op te visschen.

Argiphontes, Argeiphontes, Argusdooder, bijnaam van Hermes.

Argippaei, Argippaioi, stompneuzige en kaalhoofdige nomadenstam in

Sarmatia. Het is waarschijnlijk een turksch volk, dat ten Z. van het

Altaïgebergte woonde. De oost-aziatische handelsweg naar den Pontus

liep door hun land.

Argissa, Argissa, stad in Pelasgiotis in Thessalia, later Argura

genaamd.

Argiva, Argeia, bijnaam van Hera.

Argivi, Argeioi, zie Argos.

Argo, Argo, het schip, waarmede Iason en zijne metgezellen

(de Argonauten) naar Aea voeren. Het was gebouwd van hout dat op

den Pelion gegroeid was, en werd door vijftig roeiers in beweging

gebracht. Athena zelve hielp bij het bouwen en voegde er een stuk van

den sprekenden eik van Dodona in. Bij zijne terugkomst wijdde Iason

het schip op de landengte van Corinthe aan Poseidon, later werd het

onder de sterren geplaatst.

Argolis, Argolis, oude en door de Romeinen op nieuw in zwang gebrachte

naam van het landschap Argos in de Peloponnesus (zie Argos).

Argonautae, Argonautai, Iason en zijne metgezellen, die met het

schip Argo naar Aea voeren, om het gouden vlies terug te halen,

dat daar door Phrixus in een woud van Ares was opgehangen. Ofschoon

de sage van den Argonautentocht bij de Minyers ontstaan is, was hare

groote vermaardheid oorzaak, dat in verloop van tijd de meeste helden

die in dien tijd geleefd konden hebben, ook uit andere grieksche

stammen, onder de vijftig deelnemers aan den tocht geteld werden,

o.a. Heracles, Castor en Polydeuces, Peleus, Theseus, Tydeus, Meleager,

Orpheus. De Argonauten stonden onder de bizondere bescherming van

Hera en Athena; zij bereikten dan ook hun doel, in weerwil van vele

gevaren en avonturen. De heenreis gaat van Iolcus over Lemnus, door

den Hellespont, langs Cyzicus, door de Symplegadische rotsen en verder

langs de kust van de Zwarte zee; op de terugreis werd v. s. dezelfde

weg genomen; doch volgens de meeste verhalen werd het schip door storm

op een verkeerden weg gedreven en kwamen de reizigers eerst na lange

omzwervingen in Iolcus terug. Er is dan ook bijna geen land, of de

Argonauten zijn er volgens een of ander verhaal geweest, zelfs zouden

zij in twaalf dagen door de libysche woestijn getrokken zijn, terwijl

zij het schip Argo op hunne schouders droegen; ook bezochten zij Circe,

voeren voorbij de Sirenen, Scylla en Charybdis, enz.--Men gelooft dat

de sage van den Argonautentocht, die zeer oud is, herinneringen bevat

aan de vroegste zeetochten, die door de Minyers, een zeevarend volk,

ten behoeve van handel en kolonisatie werden ondernomen.

Argos, to Argos. De naam beteekent volgens Strabo vlakte en wordt dus

bij meer dan ééne plaats gevonden. Het homerische pelasgikon Argos

is de vlakte bij Larissa aan den Peneus in Thessalia, en in ruimeren

zin ook wel het geheele thessalische vlakland. To Achaiikon Argos bij

Homerus is òf de stad Argos in de Peloponnesus, de woonplaats van

Diomedes, òf het landschap Argos, ook wel Argolis geheeten, òf ook

wel de geheele Peloponnesus, evenals de naam Argivi bij de dichters

nu eens voor de Argoliërs, dan weder voor de gezamenlijke Grieken

wordt gebezigd, omdat hun aanvoerder in den trojaanschen krijg,

Agamemnon, koning te Mycenae in Argos was. Het landschap Argos was

het oostelijkste van de Peloponnesus. Het was bergachtig en niet

zeer vruchtbaar, omdat het arm was aan water. De vlakte, waarin de

steden Argos, Mycenae en Tiryns lagen, was vruchtbaarder en geschikt

voor paardenfokkerij, hippoboton Argos bij Homerus. Ook Argos werd,

evenals Messene en Laconica, door de Doriërs veroverd, doch dezen

waren hier minder sterk, zoodat de oud-achaeische elementen minder

onderdrukt werden en de regeering minder aristocratisch werd dan

te Sparta. In Argos behooren de mythen te huis van de Danaïden, van

Danaë en Perseus, van Heracles, van de gruwelen der Atridenfamilie. De

stad Argos lag aan het riviertje den Inachus, op een steilen heuvel

lag de burg Larissa. Na den trojaanschen oorlog was nu eens Argos,

dan weder Mycenae de zetel van het bestuur, de Doriërs maakten Argos

voor goed tot hoofdstad. Aan den perzischen oorlog kon Argos geen deel

nemen, ten gevolge eener vreeselijke nederlaag, die het kort te voren

van de Spartanen had ondergaan bij Tiryns. De beroemde beeldhouwer

Polycletus was te Argos (of te Sicyon) geboren. In den tempel van

Hera, tusschen Argos en Mycenae gelegen, stond het beroemde, door

hem gemaakte beeld der godin.--Ook in het landschap Amphilochia

tusschen Aetolia en Epirus lag eene stad Argos, ter onderscheiding

Amphilochicum geheeten.--Nog een ander Argos, Hippium bijgenaamd,

zou na den trojaanschen oorlog in Apulia gesticht zijn en uit Argos

hippion zou dan de naam Arpi zijn ontstaan.

Argura, Argoura = Argissa.

Argus, Argos, 1) zoon van Zeus en Niobe, volgde zijn grootvader

Phoroneus als koning van Argos op.--2) zoon van Agenor, Arestor of

Inachus, wiens geheele lichaam met oogen bezaaid was (panoptes). Toen

Io in eene koe veranderd was, plaatste Hera hem als wachter bij

haar, maar Hermes deed hem door zijn fluitspel inslapen en doodde

hem daarna. Zijne oogen plaatste Hera daarna in den staart van den

pauw.--3) zoon van Phrixus en Chalciope. Hij keerde uit Aea naar

Orchomenus terug en bouwde voor Iason de Argo. V. a. leed hij met

zijne broeders schipbreuk bij het eiland Aretias, waar de Argonauten

hen later vonden en medenamen naar Aea.

Argyraspides, Argyraspides, eene keurbende van zware infanterie in

het macedonische leger, zoo genoemd naar hunne met zilver beslagen

schilden. Na Alexanders tocht door Indië werd dit corps opgericht of

v. a. werden alle overblijfsels zijner oude grieksche troepen toen

erin opgenomen. Later werden zij door Polyperchon onder bevel van

Eumenes geplaatst, zij kwamen in opstand en verrieden hun veldheer

aan Antigonus, die weldra het corps wegens zijne aanmatigingen

ontbond.--Ook de lijfwacht der Syrische koningen bestond uit

Argyraspides.

Argyripa, oude naam voor de stad Arpi in Apulia.

Aria, Areia, eene der oostelijke provinciën van het perzische rijk,

een vruchtbaar bergland, waardoor de Arius, die bij Herodotus Aces,

Akes, heet, stroomde. De bewoners heetten Arii, Areioi, welke naam

niets te maken heeft met den naam Ariërs, waarmede de Indo-Germanen

worden aangeduid. De hoofdstad was Artacoana. Op hare plaats of in de

nabijheid er van werd later een Alexandria gesticht, Areion bijgenaamd,

thans Herât.

Ariadne, Ariadne, dochter van Minos en Pasiphaë. Zij vluchtte

met Theseus uit Creta, nadat zij hem door een kluwen touw in staat

gesteld had zijn weg in het labyrinth te vinden en den Minotaurus te

dooden. Terwijl zij op het eiland Naxus ingeslapen was, liet Theseus

haar achter en vervolgde alleen de reis naar Athene. Toen zij ontwaakte

en zag wat er gebeurd was, wilde zij zich in zee storten, maar juist op

dat oogenblik landde Dionysus, van zijn tocht naar Indië terugkeerend,

op Naxus en, door hare schoonheid getroffen, nam hij haar tot zijne

bruid. Sedert dien tijd vergezelde zij den god altijd, en nam zij, op

een panther of een olifant zittende, de eerste plaats onder zijn gevolg

in. Haar bruidskrans werd onder de sterren opgenomen en v. s. kreeg

zij zelve een plaats op den Olympus.--V. a. was zij op Naxus door

Artemis gedood, of had Dionysus Theseus bewogen haar te verlaten. Bij

vele feesten van Dionysus werd ook Ariadne vereerd. Z. afbeelding.

Ariaeus, Ariaios, voerde in den slag bij Cunaxa het bevel over den

linkervleugel van Cyrus' leger. Na diens dood ging hij tot Artaxerxes

over, en gedeeltelijk door zijn toedoen vielen de grieksche strategen,

die onder Cyrus gediend hadden, in de handen van Tissaphernes.

Ariana. Deze naam, waaronder men het oostelijk gedeelte van het

perzische rijk verstaat, was aan de oude Grieken onbekend. Door

bergranden van Armenia en van de Euphraat-Tigrislanden gescheiden,

strekt Ariana zich uit tot aan den Indus, en omvat dus ongeveer het

tegenw. Irân, Afghanistân en Beludchistân. De scherpe afwisseling van

gloeiende zomerhitte met felle winterkoude en het gebrek aan water

maakten, dat het land schaars bevolkt was. Behalve nomadenstammen van

elders, was de bevolking arisch. Behalve Media en Persis, die niet

altijd onder Ariana begrepen worden, maar toch door hunne ligging er

toe behooren, omvat Ar. de landstreken Carmania, Gedrosia, Arachosia,

Drangiane, Aria, het Paropanisadenland, Bactriane, Sogdiane, Parthyaea,

Hyrcania.

Ariarathes, Ariarathes, cappadocische koningsnaam. Ariarathes I werd

in 322 door Perdiccas, den rijksbestuurder na Alexander den Grooten,

verslagen en ter dood gebracht. Zijn zoon, Ar. II, herwon het vaderlijk

gebied (302). Ar. IV hielp zijn schoonvader Antiochus III van Syria in

den oorlog tegen de Romeinen, doch sloot later met hen een verbond van

vriendschap (188). Ar. V had zijne opvoeding te Rome ontvangen. Bij den

dood zijns vaders (162) betwistte een ondergeschoven zoon van dezen,

Holophernes, hem met syrische hulp het rijk, zoodat hij naar Rome moest

vluchten, waar men eene verdeeling tot stand bracht. Later hielp hij

de Romeinen in den oorlog tegen Aristonicus van Pergamus, waarbij hij

sneuvelde (130). Onder de volgende Ariarathessen maakte Mithradates

van Pontus zich van Cappadocia meester en zette er zijn eigen zoon

Ariarathes op den troon, terwijl de Romeinen Ariobarzanes I tot koning

aanstelden (95). Een latere Ariarathes, zoon van Ariobarzanes III,

werd door den drieman M. Antonius afgezet (zie Archelaüs no. 7).

Ariaspae, Ariaspai, ruitervolk in Drangiane. Zij zijn ook bekend om

hun korenbouw, en hadden hun land vruchtbaar gemaakt door talrijke

bevloeiïngen.

Aricia, Arikia, zeer oude stad van Latium aan den appischen weg,

ten Z. van den Albanus lacus, sedert 338 civitas sine suffragio,

vervolgens een bloeiend municipium. In de buurt vond men den lacus

Nemorensis (tgw. Lago di Nemi), aan welks oever een Diana-tempel

stond. Hiernaar werd het meer ook speculum Dianae genoemd. De priester

van dezen tempel, met den titel rex Nemorensis, was in later tijd

een weggeloopen slaaf, die zijn ambt zoolang bekleedde, tot er een

sterkere kwam, die hem in een gevecht overwon. De Diana Aricina is

eene in Latium inheemsche godin, die de vrouwen in verschillende

omstandigheden haars levens steunt.

Aries, stormram of muurbreker, bestaande uit een zwaren balk, van

voren met een zwaren metalen ramskop voorzien. Hij hing op de wijze

van een schommel aan touwen of kettingen, werd dan achteruitgetrokken

en losgelaten, zoodat hij met kracht tegen den vijandelijken muur

beukte. Om de kracht te vermeerderen, waren de arietes geweldig zwaar

en soms aan het achtereinde nog van zware gewichten voorzien, zoodat

er dikwijls 1500 manschappen noodig waren om ze te bedienen. Bij het

beleg van Carthago gebruikte Scipio twee rammen voor welks bediening

hij 6000 man noodig had. De gewone lengte van den balk was 80 tot

100 voet. Flavius Josephus beschrijft een stormram, waarvan de kop

eene dikte van tien mannen en elk der beide horens eene mansdikte

had. De aries stond, ter beveiliging der manschappen onder een sterk

schutdak, testudo arietaria. Wilde de belegerde stad voorwaarden van

overgave bedingen, dan moest zij dit doen, voordat de stormram de

muren had aangeraakt.

Arima, ta Arima, een berg ergens in Klein-Azië, waaronder de reus

Typhoëus bedolven lag. De bewoners heetten Arimi. De woorden ein

Arimois als één woord gelezen, hebben aanleiding gegeven tot de

meening, dat het eiland Inarime of Aenaria in de golf van Napels

was bedoeld.

Arimaspi, Arimaspoi, fabelachtig volk in het verre Noordoosten van

Europa of in Libye. De Grieken stellen hen voor als eenoogige menschen,

die om het goud in hun bergen een eeuwigen strijd met de griffioenen

voeren. Sommigen zien hierin een dichterlijke inkleeding van geruchten

aangaande den mijnbouw in den Oeral.

Ariminum, Ariminon, bloeiende zeestad in Umbria, door de via Flaminia

met Rome, en door de via Aemilia met Cisalpina verbonden. Een

tijd lang was het in bezit der senonische Galliërs, doch na hunne

verdrijving keerde de umbrische bevolking terug en werd de plaats in

268 rom. kolonie. Thans Rimini.

Ariobarzanes, Ariobarzanes, veldheer van den perzischen koning Darius

III Codomannus, die nog eene laatste vruchtelooze poging deed om den

voortgang der Macedoniërs te stuiten; hij werd, nadat hij zich had

overgegeven, door Alexander eervol behandeld.--Ook werd deze naam

gedragen door een drietal koningen van Cappadocia. Ar. I werd in 95

door de Romeinen als koning aangesteld, doch meermalen door Mithradates

van Pontus verdreven. Als spotnaam noemde men hem Philoromaeus of

Romeinenvriend. Hij werd in 63 opgevolgd door zijn zoon Ar. II,

en deze in 51 door Ar. III, die in den burgeroorlog eerst de partij

van Pompeius, maar later die van Caesar koos, en in 43 door Cassius

werd omgebracht.

Arion, 1) Arion, van Methymna, beroemd dichter, zanger en citherspeler,

die het eerst bij de Dionysusfeesten den dithyrambus door koren liet

voordragen. Hij leefde langen tijd aan het hof van Periander van

Corinthe, bij wien hij in hooge gunst stond. Toen hij van eene reis

door Italië en Sicilië naar Corinthe terugvoer, besloten de matrozen,

begeerig naar de schatten die hij bij zich had, hem te dooden. Op

zijn verzoek werd hem toegestaan voor zijn dood een lied te zingen;

hij trad naar den voorsteven, van waar hij zich bij het einde van zijn

gezang in zee stortte. Maar een van de dolfijnen, die door de heerlijke

muziek aangelokt waren, nam hem op den rug en bracht hem behouden

naar Taenarum, van waar hij zijne reis naar Corinthe voortzette. Kort

daarna kwam ook het schip te Corinthe aan en Periander, reeds van

het gebeurde op de hoogte, liet de matrozen gevangen nemen en voor

zich brengen. Eerst loochenden zij alle schuld en beweerden dat Arion

te Tarente gebleven was, maar toen deze plotseling zelf verscheen,

bekenden zij alles, waarop Periander hen liet ter dood brengen. Op kaap

Taenarum stond eeuwen lang een bronzen beeld van Arion, op een dolfijn

zittende. De lier en de dolfijn werden onder de sterren geplaatst.--2)

Areion, het bliksemsnelle, met spraak begaafde paard van Adrastus,

door Poseidon bij Demeter verwekt.

Ariovistus, germaansch aanvoerder, die in 71 met 15000 Germanen den

Rijn overtrok, om in Gallia de Arverners en Sequaners tegen de Aeduers

te ondersteunen. Hij versloeg eerst zijne vijanden en onderwierp toen

zijne bondgenooten. De rom. senaat verleende hem den titel van vriend

en bondgenoot. Toen echter in 58 de onderdrukte gallische volken

Caesars hulp hadden ingeroepen en Ariovistus Caesars eischen afwees,

bracht Caesar hem in den Boven-Elzass eene zóó afdoende nederlaag toe,

dat Ariovistus over den Rijn naar Germania terugvluchtte.

Ariphron, Ariphron, van Sicyon, dithyrambendichter uit de vierde eeuw.

Arisbe, Arisbe, 1) dochter van Merops, echtgenoote van Priamus, moeder

van Aesacus.--2) trojaansche stad nabij Abydus, waarbij Alexander

na den overtocht van den Hellespont zijn leger opsloeg.--3) stad op

Lesbus, ten Z. van Methymna, die door eene aardbeving verwoest werd.

Aristaenetus, Aristainetos, van Nicaea in Bithynië, grammaticus en

rhetor, verloor het leven bij eene aardbeving te Nicomedea (358 na

C.). De vijftig brieven vol avontuurlijke liefdesgeschiedenissen,

die zijn naam dragen, zijn van veel lateren tijd.

Aristaeus, Aristaios, zoon van Uranus en Ge of van Apollo en Cyrene,

een god der oudste Grieken, wiens wezen later met dat van Zeus en

Apollo samensmolt. Hij was de beschermer van den landbouw, van de

kudden (Nomios), de jacht (Agreus), de bijen (Melisseus), enz. Hij

werd vooral in Thessalië, in Cyrene en op het eiland Ceos vereerd.

Aristagoras, Aristagoras, volgde zijn schoonvader Histiaeus als

tyran van Miletus op, toen deze naar Susa aan het hof van Darius

geroepen was. Op verzoek van eenige ballingen uit Naxus, bewoog hij

Artaphernes, en door diens tusschenkomst Darius, eene vloot uit te

zenden om dat eiland te veroveren en de ballingen terug te brengen;

de onderneming mislukte echter, daar de perzische admiraal met

Aristagoras twist kreeg en de Naxiërs waarschuwde. Uit vrees voor

de ontevredenheid van Darius en aangespoord door een bode van zijn

schoonvader, bewerkte Arist. nu een opstand van de ionische steden,

die omstreeks 500 uitbrak en waarbij de Ioniërs door de Atheners

en Eretriërs met schepen ondersteund werden. Hoewel aanvankelijk

voorspoedig, werden de Grieken weldra weder door de Perzen bedwongen

en Arist., het ergste vreezende, verliet met anderen Miletus om te

Myrcinus in Thracië eene volksplanting te stichten; reeds het volgende

jaar sneuvelde hij echter in een gevecht tegen de thracische Edoni.

Aristarchus, Aristarchos, 1) van Athene, een van de hevigste oligarchen

ten tijde van de regeering der vierhonderd (411), die met anderen van

pogingen tot verraad verdacht werd. Toen de democratie hersteld werd,

vluchtte hij en maakte hij op de vlucht van zijne betrekking als

strateeg gebruik om Oenoë aan de Boeotiërs over te geven.--2) van

Tegea, treurspeldichter, tijdgenoot van Euripides.--3) van Samus,

alexandrijnsch wis- en sterrenkundige omstreeks 280. Hij leerde

dat de aarde zich om de zon en om haar eigen as beweegt. Een werk

van hem over de grootte en de afstanden van zon en maan is bewaard

gebleven.--4) van Samothrace, de beroemdste taalkundige der oudheid,

onderwijzer van een zoon van Ptolemaeus Philometor (Ptolemaeus

no. 10). Door Ptolemaeus Physcon (z. Ptolemaeus no. 11) vervolgd,

ging hij naar Cyprus, waar hij, 72 jaar oud, stierf (± 144). Van

de vele oudere grieksche dichters, die hij grammatisch en critisch

behandelde, besteedde hij de meeste zorg aan Homerus, wiens werken hij

met verbeterden tekst en met voortreffelijke verklaringen uitgaf. In

de scholiën op Homerus vindt men eenige overblijfsels van zijn werk.

Aristeas, Aristeas, 1) van Proconnesus, schreef een gedicht over

de Arimaspen, vol fabelen. Men verhaalde van hem, dat hij van tijd

tot tijd van de aarde verdween en na een lang tijdsverloop weder

verscheen. Te Metapontum had hij den dienst van Apollo ingevoerd.--2)

een andere Ar. werd door Ptolemaeus Philadelphus naar Jeruzalem

gezonden, om de zeventig vertalers van het Oude Testament te halen. Dit

verhaal staat te lezen in een brief, die uit de eerste helft der 1ste

eeuw v. C. dateert.

Aristides, Aristeides, 1) Athener, zoon van Lysimachus, geb. omstreeks

540, bijgenaamd de Rechtvaardige. Hij werkte mede aan de hervormingen

van Clisthenes, en streed bij Marathon. Na de daar behaalde overwinning

was hij archont. Als voorstander eener meer behoudende politiek

verzette hij zich tegen de voorstellen van Themistocles, vooral

tegen die betreffende de uitbreiding der zeemacht, en zoo scherp

stonden de beide tegenstanders tegenover elkander, dat in 482 het

ostracismus toegepast moest worden, en Ar. voor tien jaar verbannen

werd. In den slag bij Salamis vervoegde hij zich echter weder bij de

atheensche vloot en na de overwinning werd hij uit zijne ballingschap

teruggeroepen. Bij Plataeae voerde hij de Atheners aan en later voerde

hij het bevel over de vloot. Zijn gedrag was mede oorzaak, dat de

hegemonie door de Grieken aan de Atheners aangeboden werd. Zoo algemeen

was het vertrouwen dat hij genoot, dat hem de inrichting van de nieuwe

symmachie werd opgedragen; hij bepaalde hoeveel ieder voor de vloot

moest bijdragen en maakte Delus tot bewaarplaats van de bondskas. De

groote gebeurtenissen van zijn tijd hadden hem ook in de binnenlandsche

politiek van inzicht doen veranderen, en ook onder zijne medewerking

werden de burgerlijke rechten, benoembaarheid tot verschillende ambten,

enz., aan een grooter deel der bevolking gegeven. Hij stierf in 467

zeer arm; de staat bekostigde zijne begrafenis, zorgde voor zijn

zoon en gaf aan zijne dochters een huwelijksgift.--2) van Thebae,

beroemd schilder uit den tijd van Alexander d. G.; hij muntte vooral

uit in groote en uitvoerige stukken, die veldslagen of veroveringen

voorstelden.--3) van Miletus, in de voorlaatste en laatste eeuw v. C.,

schrijver van Milesiaka, fabulae Milesiae, romantische verhalen uit het

leven te Miletus. Het werk was bij de Romeinen zeer gezocht, Sisenna

(Cornelii no. 56) leverde eene latijnsche vertaling ervan. Slechts

weinige fragmenten zijn overgebleven.--3) grieksch redenaar, zie

Aelius Aristides (Aelii no. 10).

Aristion, Aristion, een epicureïsch wijsgeer, die zich met behulp

van Archelaus no. 4 tot tyran van Athene opwierp; toen Sulla de stad

veroverd had, liet deze hem ter dood brengen (86).

Aristippus, Aristippos, 1) van Cyrene, geb. omstreeks 435, werd

in 416 door zijn vader naar Athene gezonden om het onderwijs van

Socrates te genieten; na diens dood trad hij eerst te Aegina, later

aan het hof van den jongeren Dionysius, vervolgens ook in verscheiden

andere steden, o. a. in zijn vaderstad en te Athene als leeraar op. Hij

stierf op hoogen leeftijd, misschien op het eiland Lipara. De leer van

Aristippus, die de cyrenaeïsche of hedonische genoemd wordt, noemde

als hoogste goed het genot, mits men zich niet erdoor liet beheerschen

(to kratein kai me hettasthai hedones). Verstand en geestbeschaving

stellen den mensch daartoe in staat. Genot is eene zachte beweging,

die men met bewustheid ondergaat.--Aristippus was de eenige onder de

leerlingen van Socrates, die zich voor zijn onderwijs liet betalen,

vandaar dat hij soms sophist genoemd wordt.--2) kleinzoon van den

vorigen, door zijne moeder Arete in de wijsbegeerte van zijn grootvader

onderwezen (metrodidaktos).

Aristius Fuscus, rom. tooneeldichter en taalgeleerde, vriend van den

dichter Horatius.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 19 / 150 段