Alyzia, Alyzia, acarnanisch zeestadje.

Amafinius (C.), epicureïsch wijsgeer vóór Cicero's tijd en een der

eerste schrijvers bij de Romeinen over wijsbegeerte. Hij wordt door

Cicero ongunstig beoordeeld wegens zijn slechten stijl.

Amalthea, Amaltheia, 1) de geit die Zeus op Creta zoogde. Toen zij eens

door tegen een boom te stooten een hoorn brak, nam een nimf dien op,

vulde hem met vruchten, omwond hem met versche kruiden en gaf hem aan

Zeus; deze gaf haar echter den horen terug met de belofte dat zij alles

wat zij wenschte er uit zou kunnen krijgen.--V. a. is Amalthea de naam

van deze nimf, die Zeus met de melk der geit zou opgevoed hebben. De

horen werd zoo de beroemde horen van overvloed (cornu copiae). Later

gaf Amalthea hem aan Achelous, die zijn eigen horen, in een gevecht

met Heracles afgebroken, daartegen inruilde.--2) een Sibylle van Cumae.

Amaltheum, ook Amalthea, landgoed van T. Pomponius Atticus in Epirus,

aldus geheeten naar een vroeger daar aanwezig heiligdom der nimf

Amalthea. Het was rijk aan plataanboomen. Naar het model van Atticus

legde Cicero te Arpinum een dergelijk zomerverblijf aan.

Amanicae portae, Amanikai pylai, naam van twee bergpassen in het

Amanusgebergte, z. Amanus.

Amantia, Amantia, stad in het Noorden van Epirus, nabij Oricum.

Amanus, Amanos, een hoog en steil gebergte, dat zich in het noordoosten

van Cilicia van den Taurus afscheidt en in twee takken het dal aan de

golf van Issus insluit. De bergpas in den westelijken tak, waardoor

Alexander de Groote uit de cilicische vlakte het dal van Issus

binnentrok heet pylai Amanikai of Amanides. In den oostelijken tak

lagen de pylai Kilikias kai Syrias, die Cyrus de jongere op zijn tocht

tegen Artaxerxes Mnemon doortrok, en die van weerszijden versterkt

waren, waarop, indien men als Alexander den weg naar Phoenice insloeg,

nog een pas, portae Syriae, volgde. Noordelijker in den oostketen lag

de pas, waardoor koning Darius in den rug van Alexanders leger kwam,

zoodat deze terug moest trekken om den vijand te ontmoeten. Deze

noordelijke pas wordt ook slechts aangewezen door den naam portae

Amanicae. De Amanus was een waar rooversnest, waar zich in den

romeinschen tijd de zoogenaamde Eleutherocilices of vrije Ciliciërs

ophielden. Cicero voerde als stadhouder van Cilicia strijd tegen hen

en verwierf zich den titel van imperator.

Amardi of Mardi, Amardoi, Mardoi, een oorlogzuchtige en machtige stam

in Media, ten Z. van de Caspische zee.

Amarynceus, Amarynkeus, zoon van Onesimachus of Alector of Pyttius,

koning der Epeërs. Hij stond Augias bij in zijn strijd tegen Heracles

en werd daarvoor door hem tot mederegent aangenomen.

Amarynthus, Amarynthos, vlek aan de W.-kust van Euboea, behoorende

tot het gebied van Eretria, met een beroemden Artemistempel.

Amasenus, riviertje in Latium, dat door de pontijnsche moerassen liep

en zich in den Ufens (z.a.) ontlastte.

Amasia, beter Amasea, Amaseia, versterkte stad in Pontus, residentie

der pontische koningen, geboorteplaats van den geograaf Strabo. Door

de stad stroomde de Iris. De hooggelegen burcht werd voor onneembaar

gehouden.

Amasis, 1) Amosis, eerste koning van de 18de aegyptische dynastie,

die de Hyksos uit Aegypte verdreven heeft. Daar men de Hyksos als

stamvaders der Israëlieten beschouwde, wordt Amasis (Amosis) vaak

bij Joodsche en Christelijke schrijvers genoemd.--2) Amasis, een

Aegyptenaar van lage afkomst, vertrouwde van koning Apriës. Toen hij

eens door dezen was uitgezonden om een opstand in het leger te dempen,

vereenigde hij zich met de opstandelingen; Apriës werd onttroond

en Am. tot koning verheven (569). Hij bevorderde de vestiging der

Grieken in Aegypte, gaf hun Naucratis, en trouwde zelfs met eene

cyrenaeïsche vrouw. Onder hem bereikte Aegypte den hoogsten bloei,

aan een oorlog met Nebucadnesar wist hij zonder verlies een einde te

maken, maar daar hij zijn bondgenoot Croesus tegen Cyrus had geholpen

of had willen helpen, haalde hij zich de vijandschap van dezen op den

hals, en ook om deze reden viel Cambyses later Aegypte aan. Am. stierf

echter nog voor dien tijd (526).--3) Schilder van zwartfigurige vazen,

omstreeks het midden van de 6de eeuw, te Athene.

Amastris, Amestris, Amestrine, Amastris, Amestris, Amastrine, 1)

gemalin van Xerxes, moeder van Artaxerxes I, om haar wreedheid

berucht.--2; dochter van een broeder van Darius Codomannus. Bij de

groote bruiloft te Susa werd zij aan Craterus tot vrouw gegeven. In

322 scheidde zij van hem en huwde zij met Dionysius, den tyran van

Heraclea, en na diens dood (306) met Lysimachus van Thracië (302). Toen

deze haar twee jaar later verstooten had, regeerde zij over Heraclea,

totdat zij door haar eigen zoons vermoord werd (285). De groote schoone

stad Sesamus, op eene landengte in Paphlagonië gelegen, werd door

haar tot residentie gekozen, vergroot en naar haar Amastris genoemd.

Amastris, Amastris, stad in Paphlagonië, vroeger Sesamus, door Amastris

no. 2 (z. a.) tot residentie gekozen.

Amata, echtgenoote van koning Latinus, had hare dochter Lavinia

aan Turnus, koning der Rutuliërs, toegezegd en verzette zich tegen

Lavinia's huwelijk met Aeneas. Na Turnus' dood hing Amata zich

op. Zie Aeneas.

Amathus, genit. -untis, Amathous, 1) overoude phoenicische stad op

de zuidkust van Cyprus, met een beroemden tempel voor Aphrodite en

Adonis, en met kopermijnen in de nabijheid.--2) plaats in Palaestina,

van den stam Gad, in Peraea.

Amatius, zie Marii no. 5.

Amazones, Amazones, Amazonides, een mythisch volk van krijgshaftige

vrouwen, in en om de stad Themiscyra gevestigd. Zij duldden geen

mannen bij zich dan voorzoover dit voor de instandhouding van haar

geslacht noodzakelijk was, de mannelijke kinderen werden gedood of

aan hun vaders gezonden. Soms worden zij dochters van Ares genoemd;

of zij zouden hare mannen deels gedood, deels verjaagd hebben, of zij

worden beschouwd als de overgebleven vrouwen van een scythisch volk,

waarvan de mannen allen in den oorlog omgekomen waren. Nevens Ares

vereerden zij alleen Artemis Tauropolus. In zeer oude tijden deden de

Amazonen groote veroveringstochten naar Thracië, Syrië en Klein-Azië,

waar zij ook verscheiden steden stichtten, zooals Ephesus e. a. Het

graf van een harer koninginnen, Myrina, was bij de stad Troje te

vinden. Met de grieksche heroën kwamen zij dikwijls in aanraking. Bij

een veldtocht naar Lycië werden zij door Bellerophon verslagen,

en toen zij in Phrygië een inval gedaan hadden, streed Priamus,

toen nog een jong man, als bondgenoot der Phrygiërs tegen haar. Een

van de werken van Heracles was dat hij den gordel van Hippolyte,

de koningin der Amazonen, haalde, waarbij hij met het geheele volk

te strijden had. Ook Theseus beoorloogde de Amazonen, hetzij op eigen

hand, hetzij als bondgenoot van Heracles; bij die gelegenheid won hij

de liefde van Antiope, de zuster van Hippolyte, en voerde haar mede

naar Athene. De andere Amazonen deden daarop een inval in Attica, maar

werden teruggeslagen. Na den dood van Hector kwamen zij Priamus te hulp

en streden zij dikwijls dapper tegen de Grieken, totdat de koningin

Penthesilea door Achilles gedood werd.--Nog ten tijde van Alexander den

G. wordt eene koningin der Amazonen, Thalestris, genoemd. Overigens

komen zij in den historischen tijd niet voor; men verhaalde dat zij,

niet bestand tegen de aanvallen der grieksche helden, naar Libye

verhuisd waren, of dat zij eindelijk hun eigenaardige leefwijze

hadden laten varen, zich met scythische jongelingen verbonden en

met hen het volk der Sauromaten voortgebracht hadden. Zij worden

dikwijls in oude beeldhouwwerken voorgesteld als sterke vrouwen met

een krijgshaftig uiterlijk, gewapend met speer, strijdbijl, schild,

pijl en boog, een gordel om de heupen en een zwaard aan een bandelier

over de borst hangend, maar nergens vindt men het verhaal bevestigd dat

zij de jonggeboren meisjes de rechterborst zouden afgebrand hebben,

opdat zij later gemakkelijker den boog zouden kunnen spannen, zoodat

dit verhaal slechts als een mislukte poging tot verklaring van den

naam Amazonen (als = amazoi) kan beschouwd worden.

Ambarri, volk in Gallia Transpadana ten W. van de Rhône, en aan beide

zijden van den Arar (Saône). Lugdunum (Lyon) lag in hun gebied.

Ambarvalia, een jaarlijksch landelijk feest, in Mei, waarbij de

landlieden een offer aan Ceres (vroeger aan Mars) brachten voor het

goed gedijen der veldvruchten. Het offerdier werd, alvorens geslacht te

worden, de velden rondgeleid; vandaar de naam. Zie ook Arvales fratres.

Ambiani, volk in Belgica. Hun naam is nog te herkennen in het

tegenwoordig Amiens, vroeger Samarobriva, aan de Samara (Somme).

Ambibarii, gallisch volk aan het Kanaal.

Ambiorix, aanvoerder der Eburones, die langs de Mosa (Maas) woonden

(van Namen tot Roermond). In den winter van 54/53 bewerkte Ambiorix

een opstand der Eburonen tegen Caesar en sleepte ook de Nerviërs

hierin mede.

Ambilareti, zie Ambivareti.

Ambitus. Oorspronkelijk beteekent dit woord alleen het rondgaan en het

aanspreken der menschen, ten einde hen om hunne stem te verzoeken; doch

allengs kreeg het de beteekenis van stemmenwerving door ongeoorloofde,

strafbare middelen. Omkooping bij verkiezingen werd te Rome op

groote schaal gedreven. Er waren geheime stemmenmakelaars, divisores,

interpretes, die tegen betaling op zich namen een zeker aantal stemmen

voor dezen of genen candidaat te leveren, en ook de politieke clubs,

sodalicia, speelden in de omkoopingen eene groote rol. Strenge wetten

hielpen niet; of de schuldigen bedreigd werden met zware boeten,

met verbanning, met uitsluiting van alle ambten, het kwaad bleef

voortwoekeren, totdat de monarchie aan de verkiezingen door het volk

een einde maakte. Wel hadden er toen nog bij den senaat en later bij

de keizerlijke ambtenaren en gunstelingen kuiperijen plaats om een

of ander ambt te verkrijgen, doch deze ambitus was niet stelselmatig

georganiseerd, zooals onder de republiek.

Ambivareti, Ambilareti of Ambluareti, gallisch volk, cliënten der

Aeduërs.

Ambivariti, belgisch volk aan de Maas, in den omtrek van het

tegenw. Namen.

Ambivius Turpio (L.), beroemd tooneelspeler ten tijde van Terentius.

Ambracia, Ambrakia, en Ambracius sinus. De ambracische golf, thans

golf van Arta, is een inham der ionische zee, tusschen Acarnania en

Epirus. Ten noorden daarvan, aan den Arachthus, lag de stad Ambracia

(Arta), eene Corinthische volksplanting, ± 660 gesticht. De stad

kwam spoedig tot bloei, en beheerschte den omtrek, maar in 426 leden

de inwoners een zware nederlaag tegen de verbonden Acarnaniërs en

Atheners. Koning Pyrrhus van Epirus verhief Ambracia tot residentie

en versierde het met fraaie gebouwen. In 189 werd de stad door

M. Fulvius Nobilior (zie Fulvii no. 11) veroverd, en werden de

kunstwerken naar Athene vervoerd. Augustus bracht de bevolking van

Ambracia gedeeltelijk over naar Nicopolis, dat door hem aan de kust

gesticht werd ter gedachtenis aan den zeeslag bij Actium.

Ambrones, Ambrones, waarschijnlijk een germaansche stam, die zich

bij de Teutones aansloot en met dezen door C. Marius in 102 bij Aquae

Sextiae verslagen werd.

Ambrosia, Ambrosia. 1) Evenals ambrosios als bepaling wordt toegevoegd

aan allerlei zelfstandigheden die ten gebruike der goden of van

goddelijke wezens dienen, zoo worden sommige van die zelfstandigheden

zelve ambrosia genoemd, bijv. zalfolie der goden, voeder voor hunne

paarden, enz. Later was ambrosia in het bijzonder de spijs der goden,

terwijl zij volgens oudere begrippen alleen den godendrank, nectar,

gebruikten, die ook soms ambrosia genoemd wordt.--2) eene der Hyaden,

die Dionysus te Dodona opvoedden.

Ambrosus, Ambrysus, Ambrosos, Ambrysos, Amphrysos, stad in Phocis,

ten zuiden van den Parnassus. Niet ver vandaar lag de driesprong,

waar Oedipus zijn vader Laius doodde.

Ambubaiae, vrouwelijke muzikanten, tevens danseressen, die in herbergen

en publieke plaatsen optraden en niet in den besten reuk stonden. De

naam schijnt uit het Syrisch te zijn afgeleid.

Ambulatio, een wandelweg, hetzij overdekt (= porticus) in particuliere

huizen, en in de stad, hetzij onoverdekt, op buitenplaatsen (=

xystum, z. a.). In het krijgswezen beteekent het de oefening in

het marcheeren. De gewone pas heet plenus gradus, de versnelde pas

decursio.

Amburbium, een reinigingsfeest, waarbij, evenals bij de Ambarvalia

(z. a.) de akkers, de stad gereinigd werd door de offers er om heen te

dragen, en dan te slachten. Het feest komt nog in den laten keizerstijd

voor, en wordt gewoonlijk op den 2den Febr. gevierd.

Ambusti, zie Fabii no. 8-13.

Amenanus, Amenanos, riviertje op Sicilia, dat door Catana stroomde

en nu en dan uitdroogde.

Ameria, oude stad in Umbria, romeinsch municipium, met wijnbergen,

de geboorteplaats van S. Roscius (z. Roscii no. 1).

Amestratus, Amestratos, stad op de noordkust van Sicilia, dicht

bij Calacte.

Amida, thans Diarbekir, stad in Armenia in het landschap Sophene

nabij de bronnen van den Tigris. Onder keizer Constantius werd het

een belangrijke vesting. In 359 na Chr. werd de stad door Sapor,

den koning van het Nieuw-Perzische rijk ingenomen.

Aminias, Ameinias, Athener, die na den slag bij Salamis met den prijs

der dapperheid bekroond werd. V. s. was hij een broeder van Aeschylus.

Amipsias, Ameipsias, atheensch blijspeldichter; ofschoon Aristophanes,

wiens tijdgenoot hij was, met minachting over hem spreekt, behaalde

hij in 414 den eersten prijs.

Amisia, thans de Eems. De Bructeri werden in 12 door Drusus in een

scheepsgevecht op deze rivier verslagen.

Amisus, Amisos, aanzienlijke pontische stad, aan den sinus Amisenus,

eene golf der Zwarte zee. De stad was eene der residentiën van koning

Mithradates VI.

Amiternum, oude stad der Sabijnen, geboorteplaats van den

geschiedschrijver Sallustius.

Ammianus Marcellinus, een Griek uit Antiochia in Syria, die tot

omstreeks 400 na C. leefde. Tijdens keizer Constantius diende hij

in het aanzienlijke corps der protectores domestici, en maakte als

adjudant van den magister equitum Ursicinus al diens veldtochten

(353-360) mede; in 363 nam hij deel aan den Perzischen veldtocht van

keizer Julianus. Daarna woonde hij langen tijd ambteloos te Antiochia,

tot hij ten slotte na lange reizen zich te Rome vestigde. Daar schreef

hij een zeer belangrijk en uitvoerig verhaal der gebeurtenissen van

den dood van Domitianus tot op dien van Valens (96-378), rerum gestarum

libri XXXI, waarvan echter de eerste 13 boeken verloren zijn. Hetgeen

over is, omvat den tijd van 353 tot 378.

Ammon, Ammon, een aegyptisch god, die later door Grieken en

Romeinen als Zeus of Jupiter vereerd werd. Zijn voornaamste tempel

met orakel, in de oase Ammonium in de woestijn Sahara gelegen, werd

door Alex. d. G. bezocht. Hij werd voorgesteld als een ram, of met

een ramskop op een mannelijk lichaam. Wanneer het orakel geraadpleegd

werd, droegen de priesters het beeld van den god rond in een verguld

scheepje, waarin aan beide kanten zilveren schalen hingen, terwijl

vrouwen en meisjes het volgden en in een eenvoudig lied den god om

een duidelijk antwoord smeekten.

Ammonium, Ammoneion, de oase der libysche woestijn, waar de tempel

van Jupiter Ammon stond.

Ammonius, Ammonios, 1) academisch wijsgeer uit de 2de helft van de

eerste eeuw na C., leeraar van Plutarchus.--2) gewoonlijk naar zijn

vroeger beroep Sakkas, (zakkendrager), door anderen Theodidaktos

genoemd, leefde tusschen 175 en 250 na C. te Alexandrië. Om

het christendom, waartoe hij aanvankelijk zelf behoord had, te

bestrijden, vereenigde hij de leerstellingen der oude wijsgeeren,

vooral van Plato en Aristoteles, tot een nieuw stelsel, de zoogenaamde

nieuw-platonische leer. Hij vormde vele leerlingen, die later naam

verworven hebben, o.a. Plotinus en Longinus. Ook Origenes behoorde

tot zijn leerlingen.--3) grammaticus, leefde omstreeks 400 na C. te

Alexandrië; hij schreef een werk over synonymen, dat bewaard gebleven

is. Waarschijnlijk is het werk oorspronkelijk van Herennius Philo

(zie Philo no. 8), en heeft Ammonius het slechts overgewerkt.

Amnestia, lex oblivionis, eene verklaring die soms na eene omwenteling

door de overwinnende partij gegeven werd, waarbij zij beloofde

het kwaad, haar door de tegenpartij aangedaan, niet te gedenken

(me mnesikakesein), zoodat niemand voor hetgeen hij in dien tijd als

staatsman gedaan had vervolgd konde worden. Vooral wordt dikwijls de

amnestie genoemd die, op raad van Thrasybulus, na de verdrijving der

dertig uit Athene (403) gegeven werd.

Amnisus, Amnisos, havenstad van Cnossus, op Creta.

Amompharetus, Amompharetos, een spartaansch lochaag, die in den

slag bij Plataeae roemrijk sneuvelde, nadat hij door zijn onwil

om tegenover de vijanden zijn plaats te verlaten de bewegingen der

Spart. vertraagd had.

Amor, z. Eros.

Amorgus, Amorgos, een der Sporadische eilanden in de Aegaeische zee,

geboorteplaats van den iambendichter Simonides (de lierdichter was

van Ceos). Onder de Romeinsche keizers was Amorgus een verbanningsoord.

Ampelius (L.), schrijver uit den keizertijd van een boek, getiteld

liber memorialis, dat in het kort handelt over kosmographie,

geographie, mythologie en geschiedenis.

Ampelus, Ampelos, Satyr uit het gevolg van Dionysus, die in een

wijnstok veranderd werd.

Ampelus, Ampelos, naam van drie kapen, op Chalcidice, op Samus en op

de oostkust van Creta.

Ampelusia, kaap van Mauretania nabij het fretum Gaditanum (straat

van Gibraltar).

Amphea, Ampheia, grensstad van Messenia. De roof van laconische

meisjes, in den nabijgelegen tempel van Artemis door messenische

jongelingen gepleegd, deed den eersten messenischen oorlog uitbreken.

Amphianax, Amphianax, koning van Lycië. Hij gaf aan Proetus, die door

Acrisius uit Argolis verdreven was, zijne dochter tot vrouw en voerde

hem naar zijn vaderland terug. Sedert bleef hij in Tiryns wonen,

dat de Cyclopen voor hem met een muur omgaven.

Amphiaraides, Amphiaraïdes, Alcmaeon, de zoon van Amphiaraus.

Amphiaraus, Amphiaraos, zoon van Oïcles of Apollo en Hypermnestra,

beroemd argivisch profeet en dapper held, zooals hij bij de

calydonische jacht en bij den Argonautentocht toonde. Hij had eerst

Adrastus uit Argos verdreven, maar later verzoenden zij zich en huwde

Amph. met Eriphyle, de zuster van Adrastus, bij wie hij twee zoons,

Alcmaeon en Amphilochus, en twee dochters, Eurydice en Demoanassa,

had. Toen Adrastus den tocht tegen Thebe ging ondernemen, hield

Amph. zich schuil, daar hij voorzag dat hij zou omkomen, indien hij aan

dien tocht deel nam. Maar Eriphyle, omgekocht door het gouden halssnoer

van Harmonia, verried hem en dus was hij genoodzaakt mede te gaan. Voor

zijn vertrek droeg hij aan zijn zonen op hem te wreken. In weerwil van

zijne heldendaden werd Amph. toch bij de vlucht van de belegeraars

meegesleept en zou hij in de handen der vijanden gevallen zijn, zoo

niet Zeus de aarde door een bliksemstraal had doen opensplijten,

zoodat de vrome held door de opening verzwolgen werd. Bij Oropus,

waar hij als god uit de aarde opgestegen zou zijn, was later een

zeer rijke tempel, waarbij de bron van Amph. gelegen was, met een

beroemd orakel. Zij die dit orakel kwamen raadplegen, offerden een

zwarten ram en sliepen 's nachts in den tempel op de vacht daarvan;

in hunne droomen ontvingen zij dan de mededeelingen van den god. Ook

bij Thebe waar hij in de aarde verdwenen was, en op andere plaatsen

waren tempels van Amph.

Amphicaea, Amphiclea, Amphikaia, Amphikleia, stadje in Phocis, aan

den noordelijken voet van den Parnassus gelegen.

Amphictyon, Amphiktyon, 1) koning van Athene. Hij huwde met eene

dochter van den attischen koning Cranaüs en verdreef zijn schoonvader

om in zijne plaats te regeeren, maar na twaalf jaren werd hij op

zijne beurt door Erichthonius verjaagd. Aan de gastvrije ontvangst die

Dionysus bij hem ten deel viel, schreef men de verplaatsing van den

Dionysusdienst van Eleutherae naar Athene toe.--2) zoon van Deucalion

en Pyrrha, de stichter van het Amphictyonenverbond.

Amphictyones, Amphiktyones, zooals gewoonlijk geschreven wordt,

of Amphiktiones, zooals waarschijnlijk de juistere spelling is,

heetten de volken, die rondom een voornamen tempel woonden, wanneer

zij zich tot een verbond (Amphictyonie, Amphiktyonia) vereenigd

hadden, waarvan het doel was dit heiligdom te beschermen. Uit

zulk eene overeenkomst ontstonden licht weder andere betrekkingen,

vooral verbonden zich de leden der Amphictyonie tegenover elkander

zekere regels van het volkenrecht in acht te nemen. De beroemdste

Amphictyonie is die van Delphi en Thermopylae, die dikwijls kortweg de

Amphictyonie genoemd wordt. Zij bestond uit twaalf volken met hunne

koloniën, (Thessaliërs, Boeotiërs, Doriërs, Ioniërs, Perrhaeben,

Magneten, Locriërs, Oetaeërs of Aenianen, phthiotische Achaeërs,

Maliërs, Phocensers, Dolopen). Dit zeer oude verbond belastte zich

voornamelijk met het beheer en de verdediging van den delphischen

tempel en later ook van de pythische spelen; ter bespreking van

de gemeenschappelijke aangelegenheden hield het jaarlijks twee

vergaderingen, in het voorjaar en in het najaar, te Delphi en te

Anthela bij den tempel van Demeter Amphictyonis. Elk der twaalf leden

van het verbond zond naar zulk eene vergadering (synedrion) zijne

afgevaardigden, die deels hieromnemones, deels pylagorai genoemd

worden, hoewel het niet bekend is, in welke betrekking die twee

soorten van afgevaardigden tot elkander stonden. Misschien vormden de

eerstgenoemden een soort permanent bestuur, terwijl de pylagorai alleen

als afgevaardigden de vergaderingen bezochten. Gehoorzaamheid aan de

besluiten der vergadering werd, zoo noodig, door de verbonden staten

met geweld afgedwongen, en meer dan eens in den loop der geschiedenis

werden zij tot den zoog. heiligen oorlog opgeroepen (z. Phocis en

Amphissa). Sedert den macedonischen tijd schijnt het aanzien van het

verbond gedaald te zijn, en Augustus voerde eene nieuwe organisatie in,

waarbij de stemmen geheel willekeurig verdeeld werden.--Verder worden

nog genoemd de Amphictyonieën van Calauria, van Onchestus en van Delus.

Amphidamas, Amphidamas = Iphidamas no. 1.

Amphidromia, een huiselijk feest, dat eenige dagen na de geboorte

van een kind gevierd werd. Na verschillende reinigingsplechtigheden

werd de jonggeborene door een van de vrouwen, gevolgd door de andere

feestgenooten, in snellen pas rondom den haard gedragen, waarop een

maaltijd volgde, waartoe vrienden en bloedverwanten bijdragen plachten

te zenden. Bij deze gelegenheid verklaarde de vader of hij zich al

of niet met de opvoeding van het kind wilde belasten.

Amphilochia, Amphilochia, berglandschap ten Oosten der ambracische

golf, eerst tot Acarnania, later tot Aetolia behoorende, en bewoond

door een epirotischen stam. De hoofdstad heette Argus Amphilochicum.

Amphilochus, Amphilochos, zoon van Amphiaraus en Eriphyle. Hij trok

met de Epigonen tegen Thebe op, hielp Alcmaeon bij het dooden hunner

moeder en nam ook deel aan den tocht tegen Troje. Hij was een beroemd

waarzegger en deed na afloop van den trojaanschen oorlog met Calchas en

Mopsus een reis door Klein-Azië, waar zij verscheiden orakels stichten,

o.a. dat te Mallus in Cilicië, waar Amph. Mopsus achterliet, toen hij

naar Argos terugkeerde. Doch toen hij later terugkwam en aandeel aan

de regeering verlangde, ontstond er tusschen hen een strijd waarbij

beiden vielen. Hij of een andere Amph., zoon van Alcmaeon, wordt de

stichter van Argos Amphilochicum genoemd. Na zijn dood werd hij te

Athene, Sparta, Oropus, Mallus en andere plaatsen als halfgod vereerd.

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche oudheid · 第 10 / 150 段