de jacht onderwezen, waarvan hij zulk een groot minnaar was, dat hij
50 honden hield. Hij werd, omdat hij Artemis met hare nimfen bespied
had, terwijl zij zich in het dal Gargaphia bij Plataeae baadden, door
de vertoornde godin in een hert veranderd, waarop hij door zijn eigen
honden verscheurd werd. V. a. trof deze straf Actaeon, omdat hij zich
beroemd had een beter jager te zijn dan Artemis. Nog laat werd de rots
getoond, van waar Act. de godin gezien zou hebben. Reeds de ouden zagen
in de mythe van Act. een toespeling op de alles verterende hitte der
hondsdagen; vandaar dat zijn beeld op rotsen en bergen geplaatst werd,
om de nadeelige gevolgen daarvan af te wenden.
Acte, Akte, in het algemeen kustland; meer in het bijzonder oude naam
voor Attica (= Actica). Ook de landtong met den berg Athos.
Actia, Aktia, spelen ter eere van Apollo Actius te Actium, door
Augustus na den slag bij Actium uitgebreid en overgebracht naar
Nicopolis. Het feest werd in den keizertijd om de 4 jaren gevierd,
evenals de Olympische en andere spelen, ter eere van de overwinning
door Augustus behaald. Ook te Rome zijn een tijd lang Actia gevierd.
Actio, in juridischen zin de behandeling eener zaak voor den rechter,
het proces, ook wel reeds alleen de aanklacht. Ook de pleitrede wordt
actio genoemd. Zie Legis actio.
Actium, Aktion, noordelijkste kaap van Acarnania aan den ingang der
ambracische golf, Octavianus won hier in Sept. 31 den zeeslag op
Antonius en Cleopatra. Ter herinnering hieraan stichtte hij later
aan de overzijde, in Epirus, de stad Nicopolis.
Actor of petitor, de eischer of klager in een iudicium privatum, ook de
aanklager in een causa publica; daar de vormen van het privaatproces op
het quaestionenproces worden overgebracht, neemt men ook verschillende
woorden daarvan over.--Actor is ook de slaaf of vrijgelatene, die
de zaken zijns meesters bestuurt, zooveel als rentmeester.--Actores
publici waren onder de keizers de rentmeesters der staatsdomeinen.
Actoriones of Actoridae, Aktoriones, Aktoridai, ook Moliones,
Molionidae, Molione, Molionidai, en Aktorione Molione genoemd,
Eurytus en Cteatus, tweelingzonen van Poseidon en Molione, die met
Actor gehuwd was. Nog zeer jong namen zij deel aan den krijgstocht
van de Epeërs tegen Pylus. Ook onder de deelnemers aan de calydonische
jacht worden zij genoemd. Bij de lijkfeesten van Amarynceus overwonnen
zij Nestor in den wedren, in een gevecht tegen Heracles vonden zij
den dood; hun graf was te Cleonae in Argolis. Soms worden de twee
broeders voorgesteld als aaneengegroeid (diphyeis, symphyeis) met
twee hoofden, vier handen en vier voeten.--Ook Patroclus als kleinzoon
van een anderen Actor wordt Actorides genoemd.
Actuaria (navis), snel varend schip, snelzeiler, schip met laag boord,
met slechts ééne rij roeibanken.
Actuarius, snelschrijver, verslaggever van het gesprokene in
eene vergadering; in het leger van den keizertijd ook: foerier of
kwartiermeester.
Aculeo, zie Furii no. 15.
Acusilaus, Akousilaos, van Argos, logograaf uit de 5de eeuw.
Acypha, Akyphas, zie Pindus no. 2.
Ada, Ada, dochter van Hecatomnus, zuster van Maussolus en Artemisia en
met haar broeder Idrieus gehuwd. Na zijn dood (343) bleef de regeering
over Caria slechts vier jaar in handen van Ada; daarna werd zij door
haar jongsten broeder Pixodarus met perzische hulp van den troon
gestooten, en na diens dood werd zijn schoonzoon Orontobates door
den koning van Perzië in de regeering bevestigd. Ada behield slechts
de vesting Alinda, die zij vrijwillig aan Alexander d. G. overgaf,
toen hij in 334 tegen Halicarnassus oprukte, terwijl zij hem tot zoon
aannam; daarvoor gaf Alexander haar na de verovering dezer stad (333)
de regeering over geheel Carië terug.
Adamas, adamas, stof waarvan, naar men zich voorstelde, verschillende
voorwerpen ten gebruike van goden en goddelijke wezens gemaakt waren;
later ook diamant.
Addicere, addictio, addictus. Addicere beteekent in de taal der augurs:
toestemmen, een gunstig voorteeken geven. Het werd gebezigd van de
auguria ex avibus. Waren de teekenen gunstig, dan sprak de augur:
aves addicunt; zoo niet, dan zeide hij: alio die. Als rechtsterm wordt
addicere gebezigd, wanneer de praetor het betwiste voorwerp aan een der
twistende partijen toewijst. Deze handeling heet addictio. Addictus
was oudtijds degene, die zijne schulden niet kon betalen en derhalve
door den praetor ten gevolge van een vonnis (addictio) aan den
schuldeischer werd toegewezen. Betaalde de addictus niet binnen 60
dagen, dan kon de schuldeischer hem trans Tiberim verkoopen en zelfs
dooden. Waren er meer schuldeischers, dan mochten zij het lichaam van
den addictus verdeelen (corpus secare); zie ook nexum. Toen in 326 de
lex Poetelia Papiria de persoonlijke inbeslagneming des schuldenaars
had afgeschaft, werd de naam addictus gewoonlijk gebezigd van iemand,
die veroordeeld was om te betalen.
Addua, rivier in Gallia Cisalpina, thans Adda, die door den lacus
Larius (meer van Como) stroomt, en in den Padus (Po) uitloopt.
Adeia, waarborg tegen de nadeelige gevolgen, die men door het
verrichten van eene of andere gevaarlijke of verboden handeling zou
kunnen ondervinden; het is dus bijv. een vrijgeleide, verlof tot het
doen van voorstellen die bij de wet verboden zijn, e. dgl. De adeia
werd door het volk verleend. Adeia aan vreemdelingen verleend = asylia.
Adherbal, Atarbas. 1) Deze naam droegen enkele carthaagsche veldheeren
in den eersten en tweeden punischen oorlog.--2) Adherbal was de oudste
zoon van den numidischen koning Micipsa. Hij en zijn broeder Hiëmpsal
werden door hun neef Jugurtha omgebracht, hetgeen aanleiding gaf tot
den Jurgurthijnschen oorlog (112-106).
Adiabene, Adiabene, landschap in het N.O. van Assyria, ten oosten
van den Tigris.
Adimantus, Adeimantos, 1) Corinthiër, aanvoerder der corinthische
schepen in den oorlog tegen Xerxes. Themistocles bewoog hem
door geschenken, bij Artemisium te blijven, hoewel hij zich wilde
terugtrekken. Later verzette hij zich dikwijls tegen de voorstellen
van Themistocles, en, naar het zeggen der Atheners, dat echter door
anderen tegengesproken werd, zouden de corinthische schepen aan den
slag bij Salamis geen deel genomen hebben.--2) atheensch admiraal
in den slag bij Aegospotami, waarin hij, naar men zeide, verraad
gepleegd had; hij was de eenige der atheensche admiraals, die door
Lysander in het leven gelaten werd.--3) broeder van Plato.
Adlecti, 1) in het algemeen degenen, die in een collegie nog
bij- of nagekozen worden, om het voltallig te maken.--2) =
conscripti. Z. Patres.
Admete, Admete, dochter van Eurystheus; voor haar haalde Heracles
den gordel der Amazonenkoningin Hippolyte.
Admetus, Admetos, 1) zoon van Pheres, koning van Pherae. In zijn jeugd
nam hij deel aan de calydonische jacht en aan den Argonautentocht. Hij
was een gastvriend van Heracles en een gunsteling van Apollo, die, uit
den hemel verbannen, negen jaar als herder bij Admetus diende. Toen
Adm. naar de hand van Alcestis dong, beloofde haar vader Pelias
zijne toestemming te geven als hij haar kwam halen in een wagen
met leeuwen en evers bespannen; door de hulp van Apollo gelukte hem
dit. Onder andere weldaden die deze god hem bewees, was ook deze, dat
hij van de Moerae de gunst verwierf dat, wanneer Adm.'s levensdraad
afgesponnen was, een ander in zijne plaats zou mogen sterven. Toen nu
het noodlottig uur gekomen was, begaf Alcestis zich vrijwillig voor hem
in den dood; maar juist toen Adm. dit vernam en zich aan de grootste
wanhoop overgaf, kwam Heracles toevallig bij hem en haalde haar
terug. V. a. zou Persephone haar vrijwillig teruggezonden hebben.--2)
koning der Molossers, bij wien Themistocles op zijne vlucht uit Athene
eenigen tijd vertoefde (± 466). Hoewel Adm. rechtmatige grieven tegen
hem had, weigerde hij hem aan de Atheners uit te leveren en zorgde hij,
dat hij veilig naar Pydna kwam.
Admissio, onder de rom. keizers de toelating tot den vorst, de
audiëntie. Officium admissionis, het ambt van den ceremoniemeester, die
de audientiën regelt. Prima, secunda admissio, eerste, tweede klasse
van audiëntie, naarmate men een hoogeren of lageren rang bekleedde.
Adonia, Adonia, feest ter eere van Adonis, dat in het oosten bij
het begin der lente, maar in Griekenland en later ook te Rome bij
het begin van den zomer gevierd werd. Het duurde twee dagen; op den
eersten werd met veel klachten en gejammer het verdwijnen van Adonis
naar de onderwereld, op den tweeden met buitensporige vreugde zijn
terugkomst herdacht. Onder het zingen van klaagliederen, Adoniasmos,
die Aphrodite's liefde voor Adonis en haar smart bij het vernemen
van zijn dood en bij het vinden van den stervende bezongen, liepen
vrouwen naar het beeld van Adonis te zoeken; nadat dit gevonden was,
werd het met het beeld der godin op een pronkbed ten toon gesteld en
eindelijk onder luide jammerklachten begraven of in zee geworpen. Ook
plaatste men potten met kort bloeiende planten in de deuren der huizen
en in de voorhoven der tempels (tuinen van Adonis, Adonidos kepoi).
Adonis, Adonis, zoon van Cinyras en Myrrha of van Phoenix en
Alphesiboea, van Cinyras en Metharme, van Theas en Myrrha. Om zijne
buitengewone schoonheid werd hij door Aphrodite, die vandaar Adonias,
Adonia heet, bemind. Toen hij op de jacht door een wild zwijn gedood
was, verkreeg deze godin van Zeus, dat hij slechts de helft van het
jaar bij Persephone behoefde te blijven, de andere helft brengt hij
bij de andere goden op den Olympus door. Uit zijn bloed ontstond de
teedere en kort bloeiende anemone. V. a. zou Aphrodite hem als knaap
aan Persephone te bewaren gegeven hebben; doch deze, eveneens op hem
verliefd geworden, weigerde hem terug te geven. Toen besliste Zeus dat
Adonis een derde van het jaar bij Aphrodite en een derde van het jaar
bij Persephone zou blijven, terwijl hij over een derde vrij zou kunnen
beschikken. Ad. verkoos ook dien tijd met Aphrodite door te brengen.
Adoptio, aanneming als kind van iemand, die nog niet sui iuris
was. Het middel hiertoe was eene driemaal herhaalde mancipatio. De
werkelijke vader stond door een driemaal herhaalden schijnverkoop
zijn zoon af aan een tusschenpersoon, die hem de eerste twee keeren
weder aan den vader teruggaf. De vader had namelijk het recht zijne
kinderen te verkoopen; doch als hij een zoon driemaal verkocht had,
was de patria potestas verbroken. Na den derden schijnverkoop werd
de zoon door dengene, die hem nu in handen had, ten overstaan van den
praetor afgestaan aan den adoptiefvader en aan dezen door den praetor
toegewezen (addictio). Hij gold nu voor een wettigen zoon van zijn
adoptiefvader en voerde voortaan diens familie- en geslachtsnaam. De
aanneming als zoon van iemand, die sui iuris was, werd arrogatio
geheeten (z. a.) en ging met andere vormen gepaard. Een bijzondere
vorm van adoptio was deze, dat een erflater bij testament iemand
tot erfgenaam en tevens tot zoon aannam. Onder welken vorm de pater
naturalis dan zijne toestemming gaf, wordt niet gemeld.
Adoratio, proskynesis, 1) Vereering der goden. Bij Grieken en Romeinen
bestond de adoratio hierin, dat men de hand naar het beeld der godheid
uitstrekte, ze vervolgens aan den mond bracht (ad os, vandaar adorare)
en met halfgebogen knie het beeld een kushand toewierp. Ook werd het
beeld vaak gekust.--2) Vereering der vorsten, z. adulatio.
Adramyttium, Adramyttion, atheensche volkplanting aan de golf van
dien naam, tegenover het eiland Lesbos.
Adrana, rivier in Germania, thans de Eder, een zijtak van de Fulda.
Adranum, Adranon, stad op Sicilia, aan den voet van den Aetna, in
400 door Dionysius gesticht. In de nabijheid was een tempel voor
den vuurgod Adranus, waar volgens het verhaal duizend tempelhonden
gehouden werden, bestemd om beschonken lieden naar huis te brengen.
Adrastea, Adrasteia, bijnaam van de phrygische godin Cybele en van
Nemesis. Ook eene nimf, die met hare zuster Ida op Creta den jongen
Zeus opvoedde.
Adrastus, Adrastos, 1) zoon van Talaüs en Lysimache. Toen zijn vader
gedood werd, werd hij door Amphiaraus uit Argos verjaagd en vluchtte
hij naar zijn grootvader Polybus, dien hij in de regeering over Sicyon
opvolgde. Later verzoende hij zich met Amphiaraus, kreeg aandeel aan de
regeering over Argos, en gaf hem zijne zuster Eriphyle tot vrouw. Een
orakel had hem gezegd, dat hij zijne dochters aan een leeuw en een wild
zwijn moest uithuwen; toen nu Tydeus en Polynices, de een uit Calydon,
de ander uit Thebe voortvluchtig, in een stormachtigen nacht voor zijn
paleis kwamen en daar in twist geraakten, kwam Adr. op het geraas
aanloopen, en daar ieder van hen met de huid van een der genoemde
dieren bekleed was, of het afbeeldsel van een dier dieren óp zijn
schild had, zag Adr. daarin de vervulling van het orakel en gaf hij hun
zijne beide dochters, terwijl hij beloofde hen weder naar hun vaderland
terug te brengen. Met zijne bondgenooten ondernam hij nu eerst een
krijgstocht tegen Thebe (den tocht der zeven tegen Th.), die echter
ongelukkig afliep: alle aanvoerders sneuvelden, behalve Adr., die het
aan de snelheid van zijn paard te danken had dat hij naar Attica kon
vluchten. Tien jaar later ondernam hij voornamelijk ondersteund door
de zonen der gesneuvelden (epigonen), een tweeden tocht tegen Thebe,
die een gunstiger uitslag had; in dezen oorlog verloor hij echter zijn
zoon Aegialeus en uit verdriet hierover stierf hij op den terugtocht te
Megara. Adr. werd te Athene, Sicyon en Megara als halfgod vereerd.--2)
zoon van den phrygischen koning Gordias, die wegens een onvrijwilligen
moord naar Lydië vluchtte, en daar door Croesus vriendelijk ontvangen
werd; bij ongeluk doodde hij echter op de jacht ook diens zoon, en
uit wanhoop hierover bracht hij zichzelf om het leven.--3) naam van
verschillende trojaansche aanvoerders in de Ilias.
Adria of Hadria, Adria, naam van twee steden: de eene, waaraan de
adriatische zee haren naam ontleende, lag in het gebied der Veneters,
nabij den Padus; het was oudtijds een belangrijke stad der Etruscers
en de uitvoerhaven voor het van het Noorden komende barnsteen, zie
Eridanus; de andere lag in Picenum. Ook de genoemde zee zelve komt
onder den naam Adria, Adrias, voor. Ook de spelling Hatria wordt
gevonden.
Adrianus, zie Hadrianus.
Adrumetum of Hadrumetum, Adrymeton of Adrymes, -etos, stad in het
gebied van Carthago, en wel in het gewest Byzacene of Byzacium,
waarvan het onder de keizers de hoofdstad werd. Het lag aan de kust.
Aduatuca, eene sterkte in het gebied der Eburonen, z. Tungri. Het
lag misschien bij Limburg in het dal van de Vesdre.
Aduatuci, germaansche volksstam aan de linkerzijde van de Maas,
afstammelingen van de Cimbern en Teutonen, later met andere stammen
onder den naam van Tungri saamgesmolten.
Adulatio, proskynesis, kruipende vereering der vorsten. Zij bestond
hierin, dat men zich met het aangezicht ter aarde wierp en den grond
kuste. Deze gewoonte, bij oostersche volken te huis behoorende en
door lage vleiers ook tegenover de rom. keizers in praktijk gebracht,
werd onder keizer Diocletianus voorschrift.
Adula mons, een berggroep in Oostelijk Zwitserland, brongebied van
den Rijn en den Addua.
Adule, Adoulis, voorname handelsplaats in Aethiopia, aan een inham
der arabische golf gelegen, bekend om het monumentum Adulinanum,
brokstukken van twee opschriften, door Cosmas Indicopleustes, een
grieksch zeevaarder uit den tijd van keizer Justinus, afgeschreven. Het
eerste stuk heeft betrekking op een Ptolemeus Euergetes, het tweede
op een later inheemsch vorst.
Adynatoi zwakken of gebrekkigen, die niet in hun eigen onderhoud
konden voorzien. Te Athene werd in den regel aan zulke menschen bij
volksbesluit eene ondersteuning van 1 of 2 obolen per dag toegekend.
Adversaria (scil. scripta), aanteekenboek of journaal, waarin men
voorloopig ontvangsten en uitgaven opteekende, om ze later in het
kasboek (tabulae of codex accepti et expensi) over te brengen.
Advocatus, iemand, die bij een rechtsgeding ten behoeve van een der
partijen tegenwoordig is, niet om te pleiten, maar om door zijne
aanwezigheid eenigen invloed uit te oefenen en, zoo noodig, raad te
geven. De pleiters werden causarum patroni geheeten, (z. Patronus
no. 2). Onder de keizers verdween dit onderscheid.
Adyrmachidae, Hadyrmachidai, een volk van Libya, dat ten westen van
Aegypte langs de kust woonde.
Adytum, adyton, penetrale, een geheim, voor de leeken verborgen vertrek
achter in een tempel, somtijds gedeeltelijk onder den grond. Niet aan
alle tempels was een adytum aangebracht, maar vooral aan die, waar
godspraken werden gegeven. Het adytum had dikwijls een geheimen ingang,
terwijl naar de tempelruimte verborgen spreekbuizen liepen, waardoor de
woorden drongen, welke de geloovigen voor de stem der godheid hielden.
Aea of Aeaea, Aia, Aiaia, het (verre) land. Men stelde zich voor dat
zoowel aan het westelijk als aan het oostelijk einde der aarde een
Aea lag; het eerste was het fabelachtige eiland van Circe, het laatste
het land van waar de Argonauten het gouden vlies haalden. Volgens de
meening der latere Grieken was het westelijke Aea = Circeii in Latium,
het oostelijke = Colchis.
Aeaces, Aiakes, 1) vader van Polycrates, Pantagnotus en Syloson.--2)
zoon van Syloson, tyran van Samus. Door Aristagoras van Milete
verjaagd, wist hij de Samiërs te overreden om in den slag bij Lade
(497) de vloot der ionische Grieken te verlaten; daarvoor gaven de
Perzen hem na het onderdrukken van den Ionischen opstand (494) de
regeering over Samus weder.
Aeacides, Aiakides, Peleus, Achilles, Neoptolemus e.a. als
afstammelingen van Aeacus.
Aeacus, Aiakos, zoon van Zeus en Aegina, koning van Aegina, stond
om zijne vroomheid in hooge gunst bij de goden. Toen Aegina door de
pest ontvolkt was, liet Zeus op het gebed van Ae. een hoop mieren
in menschen veranderen, die vandaar Myrmidonen genoemd werden. Ook
bewerkte hij eens door zijn gebed het ophouden van eene langdurige
droogte, die geheel Griekenland teisterde. Hij hielp Apollo en Poseidon
bij het opbouwen van de muren van Troje, en daardoor kon later de
stad veroverd worden, wat niet het geval zou geweest zijn, indien
het werk geheel door die goden verricht was; ook gaf reeds dadelijk
bij het voleindigen van den bouw een wonderteeken te kennen dat het
door Ae. gebouwde gedeelte door zijn zoon (z. Telamon) en door zijn
achterkleinzoon (z. Neoptolemus) zou bestegen worden. Hij was de vader
van Telamon en Peleus. Na zijn dood werd hij door Zeus als rechter in
de onderwereld geplaatst en op Aegina en te Athene als halfgod vereerd.
Aeaea, z. Aea.
Aeantis, Aiantis, een van de 10 phylae, waarin de bevolking van Attica
door Clisthenes verdeeld werd.
Aebutia (lex) de formulis, plebisciet, van ± 200, tot invoering van
het formulierproces. Zie formula.
Aebutia (lex), dat, wanneer bij eene opzettelijke wet aan iemand
een last werd opgedragen, noch de ontwerper der wet noch een zijner
bloedverwanten of ambtgenooten daarbij benoembaar was. Dit plebisciet
is van onzekeren tijd.
Aebutii, patricisch geslacht, dat in de eerste eeuw der republiek
enkele consuls leverde. Het cognomen Elva of Helva is later in de
fasti bijgevoegd.
Aeculanum, stad der Hirpini in Samnium, niet ver van Beneventum.
Aedepsus, Aidepsos, stad in het N. van Euboea, met warme baden.
Aedes. Terwijl dit woord als plurale een woonhuis aanduidt, wordt het
enkelvoud gebezigd in den zin van godshuis, tempel. In het meervoud
zegt men voor tempels aedes sacrae. Evenmin als elk templum een aedes
is, evenmin is elke aedes een templum. Daartoe moet de aedes met
een bepaald formulier volgens vaste regels aan de godheid opgedragen
(dedicatio) en door een augur gewijd worden (consecratio).
Aediles, agoranomoi. De aediles zijn oorspronkelijk geweest opzichters,
men zou kunnen zeggen kerkvoogden, van den in 493 door Sp. Cassius
Viscellinus gestichten tempel (aedes) van Ceres (z. a.). Waarschijnlijk
hebben ze sedert 471, toen de plebs haar vertegenwoordiging kreeg in
de 4 tribuni plebis, naast de priesterlijke ook politieke functies
vervuld, en zijn tot aediles plebis geworden. Ze waren helpers deels
van de consuls, deels van de volkstribunen, en hadden het toezicht
over het plebejisch archief in aede Cereris. Zij werden gekozen uit
de plebs. Bij de reorganisatie van den staat, in 366, werden er naast
de twee plebejische aedilen twee patricische aedilen (aediles curules)
gekozen, die ongeveer denzelfden werkkring hadden als de plebejische,
maar niet met hen één collegium vormden. Het verhaal van Livius,
dat, toen in 366 de ludi Romani ter eere der verzoening tusschen de
patriciërs en de plebs met een dag verlengd waren en de plebejische
aedilen weigerden, zich de kosten te laten welgevallen, zich patriciërs
daartoe aangeboden hadden, en zoo de curulische aediliteit is ontstaan,
is onjuist. De aed. cur. hadden de toga praetexta, de sella curulis,
en later het ius imaginum. Reeds vrij spoedig werd het ambt afwisselend
door patriciërs en plebejers bekleed. De aedilen hebben steeds in
rang boven de tribuni plebis gestaan.
Werkkring der aedilen. In de eerste plaats behoorde hiertoe de cura
urbis, waartoe te rekenen zijn het algemeen politietoezicht op de
openbare veiligheid, het toezicht op gebouwen, op de reinheid en
het onderhoud, van wegen en waterleidingen en dgl. Ten tweede ging
hun de cura annonae aan, welke cura zich niet tot den graanhandel
bepaalde, maar het geheele handelsverkeer en marktwezen omvatte. Het
derde gedeelte was de cura ludorum, n.l. de zorg voor zekere spelen,
waarvoor de senaat wel eene bijdrage uit de staatskas toestond, die
echter niet toereikend was om aan de steeds klimmende eischen van
het volk te voldoen, zoodat eerzuchtige mannen zich vaak te gronde
richtten, om de volksgunst te verwerven. De aedilen kunnen voor sommige
misdrijven van niet-politieken aard boeten opleggen; overschrijdt
de boete de provocatiegrens, dan brengen de aediles curules de zaak
voor de comitia tributa, de aed. plebis voor het concilium plebis. De
aediles curules hebben ook rechtspraak in handelsgeschillen.
De aediles plebis werden onder voorzitterschap der volkstribunen in
de concilia plebis, de aediles curules in de comitia tributa onder
voorzitterschap van een consul of praetor gekozen. Onder de keizers
werd hun werkkring zeer beperkt, tot zij ten laatste ophielden
te bestaan.
Aediles Cereales. C. Julius Caesar droeg de cura annonae, meer bepaald
de zorg voor den korenaanvoer, aan twee aedilen op en belastte hen
tevens met het geven der Cerealische feesten.
Aediles municipales. Ook in de municipia vindt men stedelijke overheden
met den naam van aedilen.
Aedituus, naophylax, hierophylax, neokoros (z. a.), tempelwachter,
belast met de bewaking en het toezicht op het schoonhouden van
het gebouw.
Aedon, Aedon, dochter van Pandareüs, gehuwd met koning Zethus. Daar
zij slechts één zoon had, was zij naijverig op Niobe, die rijk met
kinderen gezegend was, en wilde zij den oudsten zoon van deze dooden,
doch bij vergissing doodde zij haar eigen zoon. Zij werd daarop door
Zeus in een nachtegaal veranderd, die steeds om haar zoon jammert.
Aedui, Aidouioi, een machtige gallische volksstam, tusschen den Liger
(Loire) en den Arar (Saône) gevestigd, het eerste volk in Gallia,
dat met de Romeinen een vriendschapsbond sloot en hiervoor den titel
van fratres et consanguinei populi Romani verwierf. Caesar bevrijdde
hen van de overheersching van den Germaan Ariovistus. Later lieten de
Aeduërs zich overhalen om deel te nemen aan den grooten gallischen
opstand onder Vercingetorix, doch werden door Caesar niet daarvoor
gestraft. In 21 n. C. stonden ze op onder Sacrovir (z. a.). In
hun gebied lagen de steden Bibracte, de hoofdstad, later verdoopt
in Augustodunum (Autun), Noviodunum (Nevers), Cabillonum (Châlons
sur Saône).