TWEE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Ook Dion was getuige van het uittrekken der troepen. Gorgias, dien hij

onder de epheben had gevonden, vergezelde hem, en evenals de Koningin,

zagen ook zij een slecht voorteeken voor den afloop van den slag in de

gedwongen wijze, waarop het leger den bevelhebber begroette.

De bouwmeester had Dion aan de jongelingen voorgesteld als de genius van

een gestorvene, die zoodra men hem vroeg van waar hij kwam of waarheen

hij ging, genoodzaakt zou zijn in de gedaante van een vlieg op de vlucht

te gaan. Hij had dit gerust durven wagen, daar hij de epheben kende en

wist dat onder hen geen verrader school.

Zij hadden Dion welkom geheeten als een geliefden, uit den dood verrezen

broeder, het voormalig hoofd der vereeniging, en hijzelf had er groot

genot in gevonden na zooveel tijd weder eens als redenaar op te treden,

en in een zaak waarover beraadslaagd werd, uitspraak te doen. Het is

waar, hij had slechts weinig tegenspraak uitgelokt, want het besluit om

zich te onthouden van den strijd tegen de Romeinen, had de Koningin

zelve, bij monde van Antyllus, de epheben op het hart gedrukt. Deze

laatste had intusschen de vergadering reeds verlaten, vóór Dion daar was

verschenen.

Het had Cleopatra een misdaad toegeschenen het bloed der edelste zonen

van de stad te doen vloeien voor een zaak, die zij zelve reeds verloren

waande. Zij kende de moeders en vaders van velen onder hen en zij

vreesde dat Octavianus hen, die niet tot het leger behoorden, zwaar zou

straffen wanneer zij, met de wapenen in de hand, in zijne macht vielen.

De sterren begonnen reeds weder te verdwijnen, toen de epheben hun

vriend op zijn weg huiswaarts hun geleide gaven. Onderweg hieven zij

samen in beurtgezang de koren der Hymenaeën aan, die zij op zijn

bruiloftsdag verhinderd waren geweest te zingen. Zij begeleidden die

liederen met de luit, en deze nachtelijke muziek in de straten der stad

deed de mythe ontstaan dat de god Dionysos, aan wien Marcus Antonius

zich altijd bijzonder verwant had gevoeld, en in wiens gedaante hij zich

zoo dikwijls aan het volk had vertoond, hem op dat uur onder gezang en

muziek had verlaten.

Vóór den Isistempel namen de jongelingen afscheid van hem. Alleen

Gorgias hield hem nog gezelschap. Hij bracht hem naar het naburige

grafteeken der Koningin, waaraan bij fakkellicht ijverig werd gearbeid.

Er stond nog altijd een lichte stellaadje omheen, doch de hooge

benedenbouw met de eigenlijke groeve was reeds voltooid, en Dion

bewonderde de kunst, waarmede het uitwendige van dit gebouw aan de

bestemming van het inwendige beantwoordde. De muren bestonden uit groote

vierkante steenen van donkergrijs graniet. Ernstig, bijna schrikwekkend,

verhief zich de breede, licht hellende voorzijde met de verbazend

hooge poort, waarboven zich een kroonlijst bevond met de gevleugelde

zonneschijf. Daarnaast stonden in overwelfde nissen de donkere bronzen

beelden van Antonius en Cleopatra, en boven de kroonlijst verhieven zich

de metalen zinnebeelden van de liefde en van den dood, den roem en het

stilzwijgen, en veredelden de Aegyptische vormen door schoone werken van

Helleensche kunst.

De massieve poort van gegoten brons, die versierd was met

reliëf-figuren, zou een stormram hebben kunnen weerstaan. Naast de

trappen, die daarheen voerden, lagen sphynxen van donkergroen dioriet.

Alles aan dit gebouw, dat geheel aan den dood was gewijd, was grootsch

en ernstig, en sprak door zijne onverwoestbaarheid van de eeuwigheid.

Van de bovenverdieping was nog geen enkel gedeelte gereed. Metselaars

en steenhouwers arbeidden aan de bedekking der dikke muren met donkeren

serpentijnsteen en zwart marmer. Het groote windas stond gereed om een

meesterstuk van Alexandrijnsche plastiek naar boven te hijschen. Het was

voor den gevel bestemd en stelde de overwinnende Venus voor, met helm,

schild en lans, zooals zij, als aanvoerster van een schaar gevleugelde

liefdegoden, aan wier hoofd Eros zelf pijlen afschoot, zegevierend

streed met den dood, den driekoppigen Cerberus, die reeds uit vele

wonden bloedde.

Het ontbrak aan tijd om ook het inwendige van het monument te

bezichtigen, want Pyrrhus verwachtte zijn beschermeling tegen zonsopgang

aan de haven, en in het Oosten begon het reeds te dagen.

Toen de vrienden de landingsplaats naderden, fonkelde de boven alles

uitstekende metalen koepel van het Serapeum in verblindenden glans. De

vlaggen en masten der tot vertrek gereed liggende vloot schenen zich in

een zee van gouden licht te baden. In de blinkende, licht gerimpelde

oppervlakte der zee weerspiegelden trillend de bronzen en vergulde

figuren aan den voorsteven der schepen, en de lange schaduwen der

roeiriemen, die zich in rijen uitstrekten van schip tot schip, vormden

als het ware een netwerk van donker gestreepte mazen.

Hier zeiden de vrienden elkander vaarwel, en Dion ging alleen verder

langs de kade, om den vrijgelatene op te zoeken, die ditmaal zwaar werk

zou hebben om met zijn bark tusschen dit gewemel van vaartuigen door,

een uitweg te vinden. De bezichtiging van het mausoleum had den jongen

vader te lang opgehouden, en ofschoon hij wist dat hij onherkenbaar was,

verweet hij zich toch zich onvoorzichtig te hebben blootgesteld aan een

gevaar, waarvan de gevolgen--dat voelde hij heden voor het eerst--niet

alleen hemzelven noodlottig konden worden.

De verzamelde oorlogsvloot wachtte nu op het sein tot vertrek.

Alle vaartuigen, die er niet toe behoorden, hadden zich bij den

Poseidontempel moeten vereenigen, en het was aan ieder afzonderlijk ten

strengste verboden, de reede te verlaten.

De schuit van Pyrrhus lag daar midden tusschen, en dus viel er vooreerst

niet te denken aan terugkeer naar het Slangeneiland. Hoezeer deed hem

dat leed! Barine wist immers niets van zijn tocht naar de stad, en dat

hij haar nu alleen moest laten, terwijl zoo dicht onder haar oogen een

zeeslag zou worden geleverd, verontrustte hem zelven evenzeer als het

dit haar moest doen.

Werkelijk wachtte de jonge moeder van den vroegen morgen af, met

toenemenden angst op haar echtgenoot. De zon steeg hooger, en aan alle

zijden van het eiland hoorde zij de riemslagen, die tweehonderd schepen

voortbewogen, den schrillen toon der fluiten die hen de maat aangaf, de

met luider stem gegeven kommando's der kapiteins, en de schetterende

trompetsignalen, die van verre en nabij door de lucht weerklonken. Onder

dit alles werd zij door zulk een onrust bevangen, dat zij met alle

geweld naar den oever wilde gaan, terwijl men haar tot dusver nog enkel

had veroorloofd wat frissche lucht te scheppen onder een zeil, dat tot

dit doel aan den schaduwkant van het huis was uitgespannen. Te vergeefs

vermaanden haar de vrouwen toch niet toe te geven aan haar angst, en

geduld te hebben. Doch zij zou nog krachtiger tegenstand getrotseerd

hebben, om uit te zien naar haar geliefden gade, die nu, met haar kind,

haar geheele wereld uitmaakte.

Toen zij aan Helena's arm aan den oever kwam, was er geen boot te zien.

Het zeevlak dat vóór haar lag, was enkel bedekt met oorlogsschepen,

drijvende vestingen, die zich als duizendpootige draken voortbewogen.

De pooten waren de tallooze roeiriemen, in drie of vijf rijen geschikt.

Elk der grootere schepen was door kleinere omringd, en uit de meeste

schoten verblindende bliksemstralen omhoog, want zij waren overvol met

gewapenden, en aan de voorstevens der sterke entervaartuigen werden de

zonnestralen weerkaatst in de groote, glimmende metalen punten, waarmede

in het houten lichaam van den tegenstander moest worden geboord. De

gouden beelden aan de voorplecht der groote schepen, glinsterden en

blonken in het heldere licht der zon, en ook op de lage heuvels op het

land was het alsof men vlammen zag. Dáár stond het leger van Marcus

Antonius, en de helmen, pantsers en lanspunten van het voetvolk, en

de wapenrustingen der ruiterij flikkerden in de zon, en wierpen met

verblindenden gloed bliksemschichten door de heete lucht van den eersten

Augustusdag in Aegypte.

Onder al dit lichten en vlammen en stralen in de van glans en

helderheid verzadigde ochtendlucht, mengde zich uit leger en vloot

een voortdurend en toenemend oorlogsrumoer.--Juist had de uitgeputte

vrouw zich laten neervallen op een zetel, dien de visschersdochter Dione

voor haar had neergezet, in de schaduw van de hoogste rotspunt aan den

noordwestelijken oever van het vlakke eiland, toen plotseling van alle

schepen der Aegyptische vloot te samen een luid en ver-doordringend

trompetsignaal weerklonk, en de geheele menigte vaartuigen door de haven

opening aan den pharus koers zette naar de open zee.

Op eens gingen de smalle leden van het houten reuzenlegioen uiteen en

roeiden in minder breede rijen verder. Dat geschiedde zeer kalm, en in

dezelfde onberispelijke orde, als eenige dagen geleden, toen zij onder

de oogen van Marcus Antonius een dergelijke beweging hadden uitgevoerd.

Het scheen dat de lust tot strijden hen onophoudelijk voorwaarts dreef.

Onbewegelijk bleef de vijandelijke vloot hen afwachten. Maar nauwelijks

hadden de Aegyptische aanvallers zich eenige scheepslengten in de

richting van den Romeinschen tegenstander bewogen, of een nieuw signaal

daverde door de lucht. De vrouwen die het hoorden, verzekerden in later

dagen dat het geklonken had als een jammerkreet, en het had dan ook het

teeken gegeven tot een verraad zonder wederga. De slaven, boosdoeners

en ellendigste huurlingen op de roeibanken in het ruim van het schip,

hadden er reeds lang met gespannen verwachting naar geluisterd, en toen

het eindelijk kwam, hieven de mannen op de bovenste banken hunne lange

roeiriemen op, en hielden die in de hoogte; die van de onderste rijen

staakten hun werk, en alle schepen lagen stil. Het was alsof het ééne

vaartuig met zijn houten, ver voor zich uitgestrekte riemenvingers, vol

afschuw op het andere wees. Een eerlijk scheepsbevelhebber zou met de

snelheid en onberispelijke orde, waarmede het opheffen der riemen was

geschied, en vaartuig naast vaartuig tot stilstand was gebracht, eer

hebben ingelegd; doch nu leidde het tot een der nietswaardigste,

schandelijke daden waarvan de geschiedenis verhaalt. De vrouwen die

reeds menig spiegelgevecht op zee hadden bijgewoond en de beteekenis er

van begrepen, riepen allen als uit éénen mond: »Verraad! Zij geven zich

aan den vijand over!"

De vloot van Marcus Antonius, door Cleopatra voor hem in het leven

geroepen, was tot op de laatste bark overgegaan tot den erfgenaam van

Cæsar, den overwinnaar van Actium. Hij, wien zij trouw gezworen had,

die hare oefeningen had geleid, en hen nog den vorigen dag tot moedig

standhouden had aangespoord, zag het van een duinheuvel aan den oever

aan, hoe het sterke wapen, waarop hij al zijn hoop gevestigd had, niet

brak, maar zichzelf in de handen der vijanden gaf.

Hij wist dat de overgave van de vloot aan den vijand het zegel zette

op zijn ondergang, en de vrouwen op de kust van het Slangeneiland, die

op zulk een afstand stonden van den grooten man, wien dit ongeluk het

zwaarste trof, vermoedden hetzelfde. Beiden waren er tot in de ziel van

geroerd, en hare oogen werden vochtig van verontwaardiging en smart. Zij

waren Alexandrijnsche vrouwen, en wilden geen Romeinsche worden.

Aan Cleopatra alleen, de dochter uit het hun verwante Macedonische huis

der Ptolemaeërs, kwam de heerschappij toe over hare vaderstad, die

gesticht was door den grooten Macedoniër. Al het leed dat de Koningin

haar had aangedaan, werd thans in hare schatting geheel onbeduidend bij

den ontzettenden slag van het noodlot, die in dit uur haarzelve trof.

De vereenigde Romeinsche en Aegyptische vloot keerde als een groot,

denzelfden bevelhebber gehoorzamend eskader terug in de haven en op de

reede der stad, die nu als een kostbare buit haar toebehoorde.

Barine had genoeg gezien, en ging met gebogen hoofd naar huis terug.

Haar hart was vol, en de angst voor haar geliefden man wies van uur tot

uur.

Het was alsof het gesternte des daags schroomde zulk een snoode daad met

zijn vriendelijk licht te beschijnen, want de verblindende en stekende

zon van den eersten Augustus omsluierde haar stralend aangezicht met een

witgrijzen nevel, en de ontwijde zee fronste het voorhoofd, verwisselde

haar zuiver blauw met geelachtig grijs en zwartgroen, en een wit schuim

kookte op de koppen der verbolgen golven.

Toen het begon te schemeren werd de ongerustheid der verlaten vrouw

haar bijna te veel. Niet alleen de kalmeerende woorden van Helena, maar

zelfs het gezicht van haar kind miste thans zijne uitwerking, en reeds

had Barine den tehuis gebleven zoon van Pyrrhus geroepen, om hem te

overreden haar met zijn boot naar de stad te varen, toen Dione een

schuit ontdekte, die van de zeezijde het Slangeneiland naderde.

Een oogenblik later sprong Dion aan land, en kuste zijn jonge vrouw het

verwijt, waarmede zij hem ontving, spoedig van de lippen. Hij had reeds

gehoord van het verraad der vloot, terwijl hij met den vrijgelatene in

de haven van Eunostus in een huurboot was gestapt, daar die van Pyrrhus,

evenals de andere vaartuigen, bij den tempel van Poseidon vastgehouden

werd.

De ervaren loods had zijn bark met een wijden boog tegen den wind in,

door de open zee moeten sturen, en was onderweg lang opgehouden, daar

hij midden tusschen een deel der oorlogsvloot was geraakt.

Nu het gevaar en de scheiding voorbij waren, gevoelden zij zich wel

innig gelukkig in het besef dat zij elkander terug hadden gekregen, maar

toch kon het niet tot de rechte blijdschap komen. Het lot der Koningin

en van hunne vaderstad, drukte al te zwaar op hunne ziel. Bij het

invallen van den nacht sloegen de honden luid aan, en men hoorde leven

aan het strand. Met het vaste voorgevoel dat hem en de zijnen een onheil

dreigde, volgde Dion die roepstem en ging er heen.

De nacht werd door geen enkele ster verlicht. Alleen het zwervend

licht van een lantaarn, en een ander op het naastbijgelegen eiland,

verhelderden een weinig de duisternis rondom, doch in het Zuiden

brandden de lichten in de stad zoo helder als ooit.

Pyrrhus was juist bezig met zijn jongsten zoon een boot in zee te

sleepen. Zij moesten een andere die in het zand van een ondiepte bij het

naburige eiland was vastgeraakt, daaruit gaan losmaken.

Dion sprong met hen mede in de schuit, en nu herkende hij spoedig in de

stem die hem geroepen had, die van den bouwmeester Gorgias.

De blijde begroeting van den jongen vader klonk den vriend te gemoet,

doch deze beantwoordde die niet.

Kort daarna bracht Pyrrhus zijn laten gast aan wal. Hij was, zooals

de visscher hem deed inzien, voor de tweede maal aan een groot gevaar

ontkomen; want indien hij aan het andere eiland had aangelegd, waar het

wemelde van vergiftige slangen, dan ware hij licht het slachtoffer

geworden van den beet van een dezer dieren.

Gorgias greep met de oude hartelijkheid de hand van zijn vriend, doch

toen Dion hem drong aanstonds met hem in huis te gaan, weigerde hij dit

en verzocht hem eerst aan te hooren, eer hij zich naar de vrouwen begaf.

Dion schrikte, want hij kende zijn vriend. Als zijn diepe stem zoo

bedroefd klonk, en daarbij zijn hoofd zoo gebogen was onder het leed,

dan was er zeker iets vreeselijks voorgevallen. En hij had goed gezien;

de eerste mededeeling daarvan schokte ook hem zelven hevig.

Dat de Romeinen te Alexandrië als heerschers te werk gingen, verbaasde

hem niet, doch een kleine schaar der overwinnaars, die overigens

in last hadden zich te gedragen als in een land van vrienden, was

binnengedrongen in het groote huis van Gorgias om zich daar in te

kwartieren. De doove grootmoeder van Helena en Barine, die alles wat er

gebeurd was, maar half had begrepen, was door den schrik bij het woeste

binnendringen der krijgslieden, door een beroerte getroffen, en had, nog

vóór hij naar het eiland vertrok, de oogen gesloten.

Maar deze droeve tijding, die de beide zusters op het eiland diep trof,

was het niet alleen, wat den bouwmeester zoo laat en in een vreemde boot

naar het Slangeneiland had gevoerd. Zijn ziel, die door de ontzettende

gebeurtenissen van dezen dag al te zeer overspannen was, gevoelde

behoefte aan rust te zoeken in den kring van hen, door wie hij zeker

was te worden begrepen.

Meer dan door al het vreeselijke dat hij had moeten mede doorleven, was

hij echter tot dezen onvoorzichtigen tocht over zee gedreven geworden

door den wensch om de bannelingen de verblijdende boodschap te brengen,

dat zij zonder gevaar in hunne vaderstad konden terugkeeren.

Met hevige ontroering, ja zelfs verbijsterd en overstelpt door alles wat

hij had beleefd en gezien, begon de anders zoo heldere, en bij al zijn

levendigheid bezadigde man zijn verhaal. Een waarschuwend woord van Dion

noopte hem echter eerst nog te wachten totdat hij kalmer zou zijn, om

daarna al hetgeen er gebeurd was naar tijdsorde te beschrijven.

Cleopatra: historische roman van George Ebers · 第 31 / 46 题