Ook Dion was getuige van het uittrekken der troepen. Gorgias, dien hij
onder de epheben had gevonden, vergezelde hem, en evenals de Koningin,
zagen ook zij een slecht voorteeken voor den afloop van den slag in de
gedwongen wijze, waarop het leger den bevelhebber begroette.
De bouwmeester had Dion aan de jongelingen voorgesteld als de genius van
een gestorvene, die zoodra men hem vroeg van waar hij kwam of waarheen
hij ging, genoodzaakt zou zijn in de gedaante van een vlieg op de vlucht
te gaan. Hij had dit gerust durven wagen, daar hij de epheben kende en
wist dat onder hen geen verrader school.
Zij hadden Dion welkom geheeten als een geliefden, uit den dood verrezen
broeder, het voormalig hoofd der vereeniging, en hijzelf had er groot
genot in gevonden na zooveel tijd weder eens als redenaar op te treden,
en in een zaak waarover beraadslaagd werd, uitspraak te doen. Het is
waar, hij had slechts weinig tegenspraak uitgelokt, want het besluit om
zich te onthouden van den strijd tegen de Romeinen, had de Koningin
zelve, bij monde van Antyllus, de epheben op het hart gedrukt. Deze
laatste had intusschen de vergadering reeds verlaten, vóór Dion daar was
verschenen.
Het had Cleopatra een misdaad toegeschenen het bloed der edelste zonen
van de stad te doen vloeien voor een zaak, die zij zelve reeds verloren
waande. Zij kende de moeders en vaders van velen onder hen en zij
vreesde dat Octavianus hen, die niet tot het leger behoorden, zwaar zou
straffen wanneer zij, met de wapenen in de hand, in zijne macht vielen.
De sterren begonnen reeds weder te verdwijnen, toen de epheben hun
vriend op zijn weg huiswaarts hun geleide gaven. Onderweg hieven zij
samen in beurtgezang de koren der Hymenaeën aan, die zij op zijn
bruiloftsdag verhinderd waren geweest te zingen. Zij begeleidden die
liederen met de luit, en deze nachtelijke muziek in de straten der stad
deed de mythe ontstaan dat de god Dionysos, aan wien Marcus Antonius
zich altijd bijzonder verwant had gevoeld, en in wiens gedaante hij zich
zoo dikwijls aan het volk had vertoond, hem op dat uur onder gezang en
muziek had verlaten.
Vóór den Isistempel namen de jongelingen afscheid van hem. Alleen
Gorgias hield hem nog gezelschap. Hij bracht hem naar het naburige
grafteeken der Koningin, waaraan bij fakkellicht ijverig werd gearbeid.
Er stond nog altijd een lichte stellaadje omheen, doch de hooge
benedenbouw met de eigenlijke groeve was reeds voltooid, en Dion
bewonderde de kunst, waarmede het uitwendige van dit gebouw aan de
bestemming van het inwendige beantwoordde. De muren bestonden uit groote
vierkante steenen van donkergrijs graniet. Ernstig, bijna schrikwekkend,
verhief zich de breede, licht hellende voorzijde met de verbazend
hooge poort, waarboven zich een kroonlijst bevond met de gevleugelde
zonneschijf. Daarnaast stonden in overwelfde nissen de donkere bronzen
beelden van Antonius en Cleopatra, en boven de kroonlijst verhieven zich
de metalen zinnebeelden van de liefde en van den dood, den roem en het
stilzwijgen, en veredelden de Aegyptische vormen door schoone werken van
Helleensche kunst.
De massieve poort van gegoten brons, die versierd was met
reliëf-figuren, zou een stormram hebben kunnen weerstaan. Naast de
trappen, die daarheen voerden, lagen sphynxen van donkergroen dioriet.
Alles aan dit gebouw, dat geheel aan den dood was gewijd, was grootsch
en ernstig, en sprak door zijne onverwoestbaarheid van de eeuwigheid.
Van de bovenverdieping was nog geen enkel gedeelte gereed. Metselaars
en steenhouwers arbeidden aan de bedekking der dikke muren met donkeren
serpentijnsteen en zwart marmer. Het groote windas stond gereed om een
meesterstuk van Alexandrijnsche plastiek naar boven te hijschen. Het was
voor den gevel bestemd en stelde de overwinnende Venus voor, met helm,
schild en lans, zooals zij, als aanvoerster van een schaar gevleugelde
liefdegoden, aan wier hoofd Eros zelf pijlen afschoot, zegevierend
streed met den dood, den driekoppigen Cerberus, die reeds uit vele
wonden bloedde.
Het ontbrak aan tijd om ook het inwendige van het monument te
bezichtigen, want Pyrrhus verwachtte zijn beschermeling tegen zonsopgang
aan de haven, en in het Oosten begon het reeds te dagen.
Toen de vrienden de landingsplaats naderden, fonkelde de boven alles
uitstekende metalen koepel van het Serapeum in verblindenden glans. De
vlaggen en masten der tot vertrek gereed liggende vloot schenen zich in
een zee van gouden licht te baden. In de blinkende, licht gerimpelde
oppervlakte der zee weerspiegelden trillend de bronzen en vergulde
figuren aan den voorsteven der schepen, en de lange schaduwen der
roeiriemen, die zich in rijen uitstrekten van schip tot schip, vormden
als het ware een netwerk van donker gestreepte mazen.
Hier zeiden de vrienden elkander vaarwel, en Dion ging alleen verder
langs de kade, om den vrijgelatene op te zoeken, die ditmaal zwaar werk
zou hebben om met zijn bark tusschen dit gewemel van vaartuigen door,
een uitweg te vinden. De bezichtiging van het mausoleum had den jongen
vader te lang opgehouden, en ofschoon hij wist dat hij onherkenbaar was,
verweet hij zich toch zich onvoorzichtig te hebben blootgesteld aan een
gevaar, waarvan de gevolgen--dat voelde hij heden voor het eerst--niet
alleen hemzelven noodlottig konden worden.
De verzamelde oorlogsvloot wachtte nu op het sein tot vertrek.
Alle vaartuigen, die er niet toe behoorden, hadden zich bij den
Poseidontempel moeten vereenigen, en het was aan ieder afzonderlijk ten
strengste verboden, de reede te verlaten.
De schuit van Pyrrhus lag daar midden tusschen, en dus viel er vooreerst
niet te denken aan terugkeer naar het Slangeneiland. Hoezeer deed hem
dat leed! Barine wist immers niets van zijn tocht naar de stad, en dat
hij haar nu alleen moest laten, terwijl zoo dicht onder haar oogen een
zeeslag zou worden geleverd, verontrustte hem zelven evenzeer als het
dit haar moest doen.
Werkelijk wachtte de jonge moeder van den vroegen morgen af, met
toenemenden angst op haar echtgenoot. De zon steeg hooger, en aan alle
zijden van het eiland hoorde zij de riemslagen, die tweehonderd schepen
voortbewogen, den schrillen toon der fluiten die hen de maat aangaf, de
met luider stem gegeven kommando's der kapiteins, en de schetterende
trompetsignalen, die van verre en nabij door de lucht weerklonken. Onder
dit alles werd zij door zulk een onrust bevangen, dat zij met alle
geweld naar den oever wilde gaan, terwijl men haar tot dusver nog enkel
had veroorloofd wat frissche lucht te scheppen onder een zeil, dat tot
dit doel aan den schaduwkant van het huis was uitgespannen. Te vergeefs
vermaanden haar de vrouwen toch niet toe te geven aan haar angst, en
geduld te hebben. Doch zij zou nog krachtiger tegenstand getrotseerd
hebben, om uit te zien naar haar geliefden gade, die nu, met haar kind,
haar geheele wereld uitmaakte.
Toen zij aan Helena's arm aan den oever kwam, was er geen boot te zien.
Het zeevlak dat vóór haar lag, was enkel bedekt met oorlogsschepen,
drijvende vestingen, die zich als duizendpootige draken voortbewogen.
De pooten waren de tallooze roeiriemen, in drie of vijf rijen geschikt.
Elk der grootere schepen was door kleinere omringd, en uit de meeste
schoten verblindende bliksemstralen omhoog, want zij waren overvol met
gewapenden, en aan de voorstevens der sterke entervaartuigen werden de
zonnestralen weerkaatst in de groote, glimmende metalen punten, waarmede
in het houten lichaam van den tegenstander moest worden geboord. De
gouden beelden aan de voorplecht der groote schepen, glinsterden en
blonken in het heldere licht der zon, en ook op de lage heuvels op het
land was het alsof men vlammen zag. Dáár stond het leger van Marcus
Antonius, en de helmen, pantsers en lanspunten van het voetvolk, en
de wapenrustingen der ruiterij flikkerden in de zon, en wierpen met
verblindenden gloed bliksemschichten door de heete lucht van den eersten
Augustusdag in Aegypte.
Onder al dit lichten en vlammen en stralen in de van glans en
helderheid verzadigde ochtendlucht, mengde zich uit leger en vloot
een voortdurend en toenemend oorlogsrumoer.--Juist had de uitgeputte
vrouw zich laten neervallen op een zetel, dien de visschersdochter Dione
voor haar had neergezet, in de schaduw van de hoogste rotspunt aan den
noordwestelijken oever van het vlakke eiland, toen plotseling van alle
schepen der Aegyptische vloot te samen een luid en ver-doordringend
trompetsignaal weerklonk, en de geheele menigte vaartuigen door de haven
opening aan den pharus koers zette naar de open zee.
Op eens gingen de smalle leden van het houten reuzenlegioen uiteen en
roeiden in minder breede rijen verder. Dat geschiedde zeer kalm, en in
dezelfde onberispelijke orde, als eenige dagen geleden, toen zij onder
de oogen van Marcus Antonius een dergelijke beweging hadden uitgevoerd.
Het scheen dat de lust tot strijden hen onophoudelijk voorwaarts dreef.
Onbewegelijk bleef de vijandelijke vloot hen afwachten. Maar nauwelijks
hadden de Aegyptische aanvallers zich eenige scheepslengten in de
richting van den Romeinschen tegenstander bewogen, of een nieuw signaal
daverde door de lucht. De vrouwen die het hoorden, verzekerden in later
dagen dat het geklonken had als een jammerkreet, en het had dan ook het
teeken gegeven tot een verraad zonder wederga. De slaven, boosdoeners
en ellendigste huurlingen op de roeibanken in het ruim van het schip,
hadden er reeds lang met gespannen verwachting naar geluisterd, en toen
het eindelijk kwam, hieven de mannen op de bovenste banken hunne lange
roeiriemen op, en hielden die in de hoogte; die van de onderste rijen
staakten hun werk, en alle schepen lagen stil. Het was alsof het ééne
vaartuig met zijn houten, ver voor zich uitgestrekte riemenvingers, vol
afschuw op het andere wees. Een eerlijk scheepsbevelhebber zou met de
snelheid en onberispelijke orde, waarmede het opheffen der riemen was
geschied, en vaartuig naast vaartuig tot stilstand was gebracht, eer
hebben ingelegd; doch nu leidde het tot een der nietswaardigste,
schandelijke daden waarvan de geschiedenis verhaalt. De vrouwen die
reeds menig spiegelgevecht op zee hadden bijgewoond en de beteekenis er
van begrepen, riepen allen als uit éénen mond: »Verraad! Zij geven zich
aan den vijand over!"
De vloot van Marcus Antonius, door Cleopatra voor hem in het leven
geroepen, was tot op de laatste bark overgegaan tot den erfgenaam van
Cæsar, den overwinnaar van Actium. Hij, wien zij trouw gezworen had,
die hare oefeningen had geleid, en hen nog den vorigen dag tot moedig
standhouden had aangespoord, zag het van een duinheuvel aan den oever
aan, hoe het sterke wapen, waarop hij al zijn hoop gevestigd had, niet
brak, maar zichzelf in de handen der vijanden gaf.
Hij wist dat de overgave van de vloot aan den vijand het zegel zette
op zijn ondergang, en de vrouwen op de kust van het Slangeneiland, die
op zulk een afstand stonden van den grooten man, wien dit ongeluk het
zwaarste trof, vermoedden hetzelfde. Beiden waren er tot in de ziel van
geroerd, en hare oogen werden vochtig van verontwaardiging en smart. Zij
waren Alexandrijnsche vrouwen, en wilden geen Romeinsche worden.
Aan Cleopatra alleen, de dochter uit het hun verwante Macedonische huis
der Ptolemaeërs, kwam de heerschappij toe over hare vaderstad, die
gesticht was door den grooten Macedoniër. Al het leed dat de Koningin
haar had aangedaan, werd thans in hare schatting geheel onbeduidend bij
den ontzettenden slag van het noodlot, die in dit uur haarzelve trof.
De vereenigde Romeinsche en Aegyptische vloot keerde als een groot,
denzelfden bevelhebber gehoorzamend eskader terug in de haven en op de
reede der stad, die nu als een kostbare buit haar toebehoorde.
Barine had genoeg gezien, en ging met gebogen hoofd naar huis terug.
Haar hart was vol, en de angst voor haar geliefden man wies van uur tot
uur.
Het was alsof het gesternte des daags schroomde zulk een snoode daad met
zijn vriendelijk licht te beschijnen, want de verblindende en stekende
zon van den eersten Augustus omsluierde haar stralend aangezicht met een
witgrijzen nevel, en de ontwijde zee fronste het voorhoofd, verwisselde
haar zuiver blauw met geelachtig grijs en zwartgroen, en een wit schuim
kookte op de koppen der verbolgen golven.
Toen het begon te schemeren werd de ongerustheid der verlaten vrouw
haar bijna te veel. Niet alleen de kalmeerende woorden van Helena, maar
zelfs het gezicht van haar kind miste thans zijne uitwerking, en reeds
had Barine den tehuis gebleven zoon van Pyrrhus geroepen, om hem te
overreden haar met zijn boot naar de stad te varen, toen Dione een
schuit ontdekte, die van de zeezijde het Slangeneiland naderde.
Een oogenblik later sprong Dion aan land, en kuste zijn jonge vrouw het
verwijt, waarmede zij hem ontving, spoedig van de lippen. Hij had reeds
gehoord van het verraad der vloot, terwijl hij met den vrijgelatene in
de haven van Eunostus in een huurboot was gestapt, daar die van Pyrrhus,
evenals de andere vaartuigen, bij den tempel van Poseidon vastgehouden
werd.
De ervaren loods had zijn bark met een wijden boog tegen den wind in,
door de open zee moeten sturen, en was onderweg lang opgehouden, daar
hij midden tusschen een deel der oorlogsvloot was geraakt.
Nu het gevaar en de scheiding voorbij waren, gevoelden zij zich wel
innig gelukkig in het besef dat zij elkander terug hadden gekregen, maar
toch kon het niet tot de rechte blijdschap komen. Het lot der Koningin
en van hunne vaderstad, drukte al te zwaar op hunne ziel. Bij het
invallen van den nacht sloegen de honden luid aan, en men hoorde leven
aan het strand. Met het vaste voorgevoel dat hem en de zijnen een onheil
dreigde, volgde Dion die roepstem en ging er heen.
De nacht werd door geen enkele ster verlicht. Alleen het zwervend
licht van een lantaarn, en een ander op het naastbijgelegen eiland,
verhelderden een weinig de duisternis rondom, doch in het Zuiden
brandden de lichten in de stad zoo helder als ooit.
Pyrrhus was juist bezig met zijn jongsten zoon een boot in zee te
sleepen. Zij moesten een andere die in het zand van een ondiepte bij het
naburige eiland was vastgeraakt, daaruit gaan losmaken.
Dion sprong met hen mede in de schuit, en nu herkende hij spoedig in de
stem die hem geroepen had, die van den bouwmeester Gorgias.
De blijde begroeting van den jongen vader klonk den vriend te gemoet,
doch deze beantwoordde die niet.
Kort daarna bracht Pyrrhus zijn laten gast aan wal. Hij was, zooals
de visscher hem deed inzien, voor de tweede maal aan een groot gevaar
ontkomen; want indien hij aan het andere eiland had aangelegd, waar het
wemelde van vergiftige slangen, dan ware hij licht het slachtoffer
geworden van den beet van een dezer dieren.
Gorgias greep met de oude hartelijkheid de hand van zijn vriend, doch
toen Dion hem drong aanstonds met hem in huis te gaan, weigerde hij dit
en verzocht hem eerst aan te hooren, eer hij zich naar de vrouwen begaf.
Dion schrikte, want hij kende zijn vriend. Als zijn diepe stem zoo
bedroefd klonk, en daarbij zijn hoofd zoo gebogen was onder het leed,
dan was er zeker iets vreeselijks voorgevallen. En hij had goed gezien;
de eerste mededeeling daarvan schokte ook hem zelven hevig.
Dat de Romeinen te Alexandrië als heerschers te werk gingen, verbaasde
hem niet, doch een kleine schaar der overwinnaars, die overigens
in last hadden zich te gedragen als in een land van vrienden, was
binnengedrongen in het groote huis van Gorgias om zich daar in te
kwartieren. De doove grootmoeder van Helena en Barine, die alles wat er
gebeurd was, maar half had begrepen, was door den schrik bij het woeste
binnendringen der krijgslieden, door een beroerte getroffen, en had, nog
vóór hij naar het eiland vertrok, de oogen gesloten.
Maar deze droeve tijding, die de beide zusters op het eiland diep trof,
was het niet alleen, wat den bouwmeester zoo laat en in een vreemde boot
naar het Slangeneiland had gevoerd. Zijn ziel, die door de ontzettende
gebeurtenissen van dezen dag al te zeer overspannen was, gevoelde
behoefte aan rust te zoeken in den kring van hen, door wie hij zeker
was te worden begrepen.
Meer dan door al het vreeselijke dat hij had moeten mede doorleven, was
hij echter tot dezen onvoorzichtigen tocht over zee gedreven geworden
door den wensch om de bannelingen de verblijdende boodschap te brengen,
dat zij zonder gevaar in hunne vaderstad konden terugkeeren.
Met hevige ontroering, ja zelfs verbijsterd en overstelpt door alles wat
hij had beleefd en gezien, begon de anders zoo heldere, en bij al zijn
levendigheid bezadigde man zijn verhaal. Een waarschuwend woord van Dion
noopte hem echter eerst nog te wachten totdat hij kalmer zou zijn, om
daarna al hetgeen er gebeurd was naar tijdsorde te beschrijven.