Zonder zich een oogenblik te bedenken, antwoordde Iras: »Alexas."

»Goed," zeide Cleopatra. »Geef haar geen oogenblik tot voorbereidende

maatregelen, welke ook. Maar ik beveel u: vergeet niet, dat zij een

vrouw is."

Nu keerde zij zich tot den kamerdienaar, om dien te volgen, doch Iras

snelde haar achterna, om de diadeem op haar hoofd terecht te zetten en

nog eenige plooien van haar gewaad te verschikken.

Cleopatra liet dat toe, en zeide vriendelijk: »Ik zie dat gij nog iets

op het hart hebt."

»Ach, gebiedster!" riep het meisje uit. »Na al deze schokken, al deze

maanden vol aandoeningen, maakt gij nu nog den nacht tot dag, en neemt

nieuwe inspannende zaken op uwe schouders. Als Olympus, de arts....."

»Dat kan niet anders," viel Cleopatra haar met zachtheid in de rede.

»De beide laatste weken waren één lange, donkere nacht. Slechts enkele

uren verliet ik mijn legerstede. Wie iets dat hem het liefst is uit den

stroom moet halen, vraagt niet hoe het koude bad hem bekomen zal. Gaan

wij ten gronde, dan komt het er niet op aan of wij gezond of ziek zijn;

gelukt het daarentegen een nieuwe strijdmacht te verzamelen, en Aegypte

te redden, dan moge het ons gezondheid en het leven kosten. De minuten

die ik van plan ben aan de vrouw toe te staan, tellen mede in dien koop.

Wat er ook gebeure, ik ben bereid het tegemoet te gaan. Ik sta voor een

gewichtig keerpunt in mijn leven. In zulk een tijd rekent men af met

alle verplichtingen die men nog heeft, de groote zoowel als de kleine."

Enkele minuten later nam Cleopatra plaats op haar troonzetel en

verwelkomde de mannen, die door hare oproeping in hunne nachtrust

waren gestoord, omdat zij hen een grootsch, verheven denkbeeld ter

beoordeeling wilde voorleggen. Want midden in den grootsten tegenspoed

was dit plan in haar rusteloozen geest ontstaan, door den wensch om den

zegevierenden vijand nieuwen tegenstand te bieden.

Vele jaren geleden, toen zij volgens den wil van haar vader, den troon

deelde met een knaap, en deze met zijn voogd Pothinus, haar gedwongen

hadden uit Alexandrië te vluchten, had zij aan de oostzijde van de

Delta, op de landengte die Aegypte met Azië verbond, de overblijfselen

van een kanaal gevonden, dat ondernemende Pharao's in den ouden tijd

gegraven hadden, om de Middellandsche Zee te verbinden met de Roode Zee.

Reeds toen had zij dit, nu bijna verdwenen werk haar aandacht waardig

gekeurd. Vol belangstelling had zij de Aeanieten die daar woonden,

uitgevraagd naar de overblijfselen van dezen waterweg, en zelfs eenigen

daarvan, in den tijd toen zij toch niets anders kon dan afwachten, zelve

bezocht. Daarna had zij het mogelijk geacht, door inspanning van alle

kracht het kanaal weder bevaarbaar te maken, dat de Pharao's reeds

hadden gebruikt, om met hunne schepen van de eene zee in de andere te

komen. De eerste Darius, de stichter van het Perzische wereldrijk had

het, nog geen vijfhonderd jaren geleden, reeds ter beschikking van zijn

vloot gesteld.

Cleopatra had zich met haar rustelooze weetgierigheid dat alles doen

uitleggen, en zich in dagen van rust meermalen beziggehouden met het

plan om de Grieksche met de Arabische zee in verbinding te brengen.

Duidelijk, aanschouwelijk en grondig, op vele punten beter ingelicht dan

de waterbouwkundigen zelve, zette zij nu voor de vergaderde mannen van

het vak uiteen, wat haar plan was. Indien het uitvoerbaar bleek, dan

zouden de gespaarde schepen der vloot, en andere, die nog op de reede

van Alexandrië lagen, over de landengte heen in de Roode Zee worden

gebracht, en zoo voor Aegypte gered en den vijand onttrokken worden. Met

behulp van deze strijdmacht zou men weder van alles kunnen ondernemen;

daardoor kon het mogelijk zijn den tegenstand aanmerkelijk langer te

doen voortduren, en den tijd te gebruiken om nieuwe hulpmiddelen en

bondgenooten te verzamelen.

Ging men later weder tot een aanval over, dan kon zij beschikken over

een machtige vloot, en men kon voor die, welke te Klysma lag, nog een

aantal kleinere schepen bouwen, op grond der ondervindingen die bij

Actium waren opgedaan.

De mannen die van hun nachtrust afstand hadden moeten doen, hoorden vol

verbazing naar de welsprekende woorden dezer vrouw, die midden onder den

zwaarsten druk der omstandigheden een plan tot redding had bedacht, dat

zóó omvangrijk was en beter scheen doordacht te zijn, dan wanneer het

van hen zelve uitgegaan ware. Zij volgden haar met gespannen aandacht,

van woord tot woord. En hare rede nam steeds hooger vlucht en verkreeg

meer kracht en diepte, naarmate zij duidelijker de echte bewondering

en geestdrift zag, waarmede zij naar haar luisterden. Het verrassende

voorstel scheen zelfs den oudste en bedachtzaamste niet geheel

onmogelijk en onuitvoerbaar. Sommigen echter hielden de moeilijkheden

die een verhevenheid van den grond, in het midden der landengte, dreigde

op te leveren, voor onoverkomelijk. Ook Gorgias die zijn vader geholpen

had bij de herstelling van het Serapeum aan de oostzijde van de Delta,

en zoodoende de landstreek van Heroonpolis had leeren kennen, deelde die

vrees. Maar waarom zou hetgeen in Sesostris' tijd gelukt was, ook nu

niet slagen? Bedenkelijker nog was de korte tijdruimte waarover men te

beschikken had, en daarbij de mededeeling dat bij den aanleg van het

kanaal, dat Pharao Necho bijna had voltooid, 120,000 arbeiders omgekomen

waren. De waterweg was destijds niet gereed gekomen, omdat het orakel

had gezegd dat hij enkel voordeel zou opleveren voor de Pheniciers.

Dit alles werd overwogen, maar kon toch het gevoelen niet aan het

wankelen brengen, dat het plan der Koningin onder bijzonder gunstige

omstandigheden uitvoerbaar was, al moesten ook, ter verwezenlijking er

van, bergen van bezwaren worden geslecht. Allen die anders op het veld

bezig waren, en niet in het leger werden gebruikt, moesten tot den

arbeid worden opgeroepen. Het werk kon geen uur uitstel lijden. Waar

geen water was om de schepen te dragen, moest men maar trachten ze

over het land te sleepen. Aan hulpmiddelen zou het niet ontbreken. De

werktuigkundigen die de obelisken en colossen van den waterval naar

Alexandrië hadden verplaatst, zouden hier weder eens toonen wat hunne

vindingrijkheid en werktuigen vermochten.

Nooit had de werkzame, tot daden aanvurende geest van Cleopatra in een

vergadering levendiger, ja hartstochtelijker ingenomenheid met hare

plannen gewekt dan in deze nachtelijke bijeenkomst. Toen zij eindelijke

gesloten werd, klonken luide toejuichingen uit den mond der

geestdriftige mannen.

De terugkomst der Koningin en alles wat de leden van den Raad gehoord

hadden van den verloren slag, moesten zij zorgvuldig geheim houden.

Gorgias behoorde ook tot de leiders der onderneming, en Cleopatra's

geestkracht, haar stem, haar hartveroverende bevalligheid hadden hem zóó

verrukt, dat hij reeds meende te bemerken dat een nieuwe liefde die voor

Helene begon te verdringen.

Het was immers een dwaasheid zulke verheven wenschen te koesteren; en

toch zeide hij tot zich zelven, dat hij nooit een vrouw ontmoet had, die

hem meer aantrok dan Cleopatra. Met dat al dacht hij met warmte aan de

kleindochter van den philosoof, en het deed hem leed, dat hij nauwelijks

tijd zou kunnen vinden, om afscheid van haar te nemen.

De zegelbewaarder Zeno, Dion's oom, had hem bij zijn binnenkomen in

de vergaderzaal op een wonderlijk geheimzinnige wijze naar zijn neef

gevraagd. Hij had hem ten antwoord gegeven dat de wond die Cæsarion hem

met een kort Romeinsch zwaard, in zijn schouder had toegebracht, wel is

waar niet licht was, maar tocht naar de meening der artsen, geneeselijk.

Dat had den oom schijnbaar bevredigd. Vóór dat de bouwmeester hem nog

goed op het hart kon drukken zijn neef de beschermende hand boven het

hoofd te houden, had hij zich verontschuldigd, en met een groet aan den

gewonde hem den rug toegekeerd.

De hoveling was nog niet overtuigd hoe hare koninklijke majesteit dit

pijnlijke voorval opvatten zou, en bovendien was hij werkelijk met

bezigheden overstelpt. De nieuwe onderneming eischte het uitgeven van

een groot aantal volmachten, die allen door zijne handen moesten gaan.

De Koningin gaf aan ieder der deskundigen, aan wie zij de uitvoering van

haar plannen toevertrouwde, een vriendelijk, aanmoedigend woord ten

afscheid mede. Ook aan Gorgias veroorloofde zij haar kleed te kussen,

waarbij zijn bloed weder sneller stroomde. Hij voelde een neiging om

zich aan de voeten van deze wonderbare vrouw te werpen en met zijne

diensten ook zijn leven tot hare beschikking te stellen. En Cleopatra

merkte den dwependen blik zijner oogen maar al te goed op.

Men had ook hem genoemd onder de vereerders van Barine. Die vrouw moest

toch wel iets buitengewoons hebben! Maar zou zij er in geslaagd zijn een

schaar van ernstige mannen te ontvonken voor een groot, bijna onmogelijk

plan, hen tot zulk een geestdriftvolle bewondering op te voeren, zooals

het haar, de overwonnene, de bedreigde, zooeven was gelukt? Dat zeker

niet!

Zij voelde zich juist in de stemming om Barine als rechtspreekster en

als gelukkige mededingster te gemoet te gaan.

Te midden van al hare ellende doorleefde zij nu een heerlijk uur.

Met blijden trots gevoelde zij opnieuw dat haar geest, nog frisch en

ongebogen, instaat was de besten te overvleugelen. Neen, waarlijk! Zij

had nog geen tooverbeker noodig om de harten te winnen!--

Cleopatra: historische roman van George Ebers · 第 20 / 46 题