III.

Een der aangenaamste wandelingen, die men te Papeete maken kan,

is naar kaap Venus. Tijdens mijn eerste bezoek aan Tahiti, had ik

mij te voet daarheen begeven. Een mijner vrienden stelde mij voor,

nogmaals daarheen te gaan, en ik aarzelde geen oogenblik dat voorstel

aan te nemen.

Een huurrijtuig met een inlandschen koetsier komt ons des morgens ten

tien uur afhalen. Het is brandend heet; maar de groote stroohoed en

de klassieke parasol geven ons althans eenige bescherming tegen de

felle zonnestralen. De grenzen der stad worden aangewezen door een

aarden wal en een gracht, die vroeger dienen moesten om het garnizoen

tegen een overval van de zijde der inboorlingen te beveiligen. Op

korten afstand van Papeete ligt een brug over de rivier de Fautahoea;

de vallei, waardoor deze rivier stroomt, wordt in haar hooger gedeelte

begrensd door twee ontzaggelijke loodrechte granietmuren. In de ruimte

tusschen die reusachtige rotswanden verheft zich de zonderling gevormde

top van den Diadeem. De achtergrond der vallei wordt ingenomen door

een prachtigen waterval, tweehonderd ellen hoog, die uit een bekken

nederstort, dat vierhonderd-twintig el boven de zee ligt. Daarop

voert de weg langs de valleien van Hamoeta en Pirae. Tusschen Aroeë

en Mahina, loopt de weg over den heuvel Tahatahi, die loodrecht uit

zee oprijst, en kenbaar is door zijne eigenaardige roode kleur. Wallis

en Cook noemden dit naakte voorgebergte de Boomkaap, ter wille van een

eenzamen boom, die destijds den top kroonde, maar nu verdwenen is. Onze

paarden hebben blijkbaar groote moeite, om de vrij steile helling te

beklimmen. Wij verlaten het rijtuig, zoowel om de arme magere knollen

te ontzien, als omdat wij beducht zijn voor een ongeluk. Van den top

des heuvels heeft men een heerlijk uitzicht; een frissche bries drijft

de blauwe golven met kracht tegen de riffen en breede koraalbanken,

die zij met wolken spattend schuim overdekken.

Het rijtuig wacht ons aan den voet des heuvels, en na verloop van

eenige minuten, houden wij onzen zegepralenden intocht in het dorp,

waarvan de bewoners, door de luid klappende zweepslagen van onzen

bronskleurigen koetsier aangelokt, uit hunne woningen naar buiten

komen om getuigen te zijn van onze verschijning. Een prachtige laan,

die den grooten weg doorsnijdt, loopt op den vuurtoren uit, die aan

den noordelijksten uithoek van het eiland oprijst.

Wij beklimmen dien toren, en staan weldra op de bovengalerij. Na hier

een blik op den omtrek geworpen te hebben, begeven wij ons naar de

kleine rivier, die in de nabijheid in zee valt. Een tiental jonge

vrouwen, enkel met de pareoe gekleed, zijn bezig het rivierke met

lange boomtakken af te dammen. Boven dien dam bevinden zich eenige

andere vrouwen, die in het water slaan om daardoor de visschen te

noodzaken den stroom af te zwemmen; zoodra de visschen dan in de

takken verward raken, worden zij met de hand gevangen.

Eer wij weer in ons rijtuig plaats nemen, gaan wij een bezoek brengen

aan den eerwaardigen boom, onder den naam van Cook's tamarinde

bekend. Vervolgens keeren wij langs denzelfden weg terug. In het

distrikt Aroeë wijst men ons de graven der Pomare's, die van dit

gedeelte des eilands afkomstig zijn. Een kleine jongen brengt ons naar

Papaoa, waar, aan den oever der zee, het grafteeken der regeerende

familie verrijst. Dit monument heeft evenwel niets bijzonders: alleen

de prachtige boomen, die het overschaduwen, zijn de moeite van den

tocht waard.

De vreemdeling, die te Papeete toeft en een aardig levendig tooneeltje

wil zien, moet des morgens vroeg opstaan en zich naar de markt

begeven, die op een der pleinen, in eene overdekte ruimte, gehouden

wordt. Aan de eene zijde ziet men de tafels, waarop de Chineezen,

die te Papeete gevestigd zijn, koffie en thee te koop aanbieden;

aan de andere, reusachtige stapels fruit en visch. Het voedsel der

inlanders, hoofdzakelijk aan het plantenrijk ontleend, bestaat uit

fei, uit maiore (de vrucht van den broodboom), uit taro en andere

boomvruchten. Hun meest geliefde spijs is visch, waarvan de markt

altijd ruimschoots is voorzien.

De vruchten van den fei (een soort van banaan), die van den broodboom

en van den taro, worden gestoofd op in het vuur verhitte steenen. Des

zaterdags, in de landtaal mahana maá (dag der voeding) genoemd, gaan

de eilanders naar het gebergte, om de safraankleurige vruchten van

den fei in te zamelen.

De dag wordt over het algemeen in werkelooze rust doorgebracht;

eerst tegen vier uur in den namiddag begint er wat leven op straat

te komen. De Europeanen gaan dan naar de societeit of naar het bad;

enkele ruiters en een paar rijtuigen vertoonen zich. Naarmate de

avond valt, neemt ook de drukte toe.

De inlanders zijn hartstochtelijke liefhebbers van dans en zang, zooals

trouwens bijna alle volksstammen van Oceanië. Als ge eene inlandsche

woning binnentreedt, zult ge daar in den regel eenige vrouwen vinden,

liggende of neergehurkt, en te zamen de geliefde volksdeunen zingende,

met begeleiding van een accordeon, dat hier in hooge gunst staat.

Een openbaar volksfeest, waarvan de dans het hoofdelement vormt,

heet op Tahiti úpa-úpa. Als de avond voor zoodanig feest gekomen

is, vult zich al spoedig het daartoe aangewezen plein met vroolijke

toeschouwers. Mannen en vrouwen zetten zich neder op den grond, rondom

een open plek, die voor de dansers wordt vrijgelaten. Het orchest

bestaat uit een trommel, die het gezang begeleidt en de maat aangeeft

voor den dans; eenige kaarsen, door toeschouwers op de eerste rij in

de hand gehouden, verlichten dit zonderling tafreel. Eene vrouw staat

op, omwikkelt haar lenden met een doek, en maakt eenige slingerende en

golvende bewegingen met haar lichaam, waartoe zich voorloopig de dans

bepaalt. Nu plaatst zich een man tegenover haar. De muziek begint. Het

dansende paar maakt de onstuimigste bewegingen en de zonderlingste

sprongen, telkens meer aangevuurd door het gezang der toeschouwers. De

wendingen en draaiingen des lichaams worden al sterker en sterker,

tot eensklaps de trommel zwijgt. Haastig keeren de dansers nu naar

hun plaats terug, als schaamden zij zich over hetgeen zij gedaan

hebben. Na eenige minuten pauze, treedt een nieuw paar op, en de dans

begint op nieuw, totdat, ten tien uur, het kanonschot weergalmt,

dat het sein tot den aftocht geeft. Binnen weinige oogenblikken,

is het plein nu geheel ledig.

De tegenwoordige úpa-úpa, die onder toezicht van de policie staat,

heeft maar zeer weinig overeenkomst met de oude nationale dansen, die

wij elders, zooals op de Samoa-, en vooral op de Sandwich-eilanden,

gezien hebben.

Wordt er geen úpa-úpa gevierd, dan heerscht des avonds de meeste drukte

in de straat la Petite Pologne. De Chineezen, die na de oprichting der

plantage van Atiamaono op het eiland zijn gekomen, verkoopen thee in

de kleine winkeltjes, die deze straat aan beide zijden omzoomen. Die

winkeltjes worden vooral druk bezocht door de inlandsche vrouwen,

die altijd behoefte hebben om te eten en te drinken.

Alle openbare plechtigheden worden ook hier, evenals bij ons,

besloten met een feestmaaltijd, amoeraá maá genoemd. Gedurende

ons verblijf woonden wij zoodanigen maaltijd bij, die gegeven werd

ter gelegenheid der inwijding van de nieuwe protestantsche kerk. De

tafels, tot bezwijkens overladen met allerlei soort van inlandsche

gerechten, leverden een uitlokkenden aanblik op. Onder lichte afdakken

van groene kokosbladeren opgeslagen, en in rijen geplaatst, besloegen

zij een tamelijk groot vierkant, waarvan de eene zijde was ingenomen

door de tafels aan welke de autoriteiten plaats hadden genomen. Het is

ongeloofelijk, welke hoeveelheden spijs bij die gelegenheden verorberd

worden! Kleine varkentjes, zoo in hun geheel, naar inlandsche wijze,

gebraden, bergen van fei, maiore, bananen, enz: enz: verdwijnen met

wonderbaarlijke snelheid in de magen der inboorlingen, die zich ook

aan den wijn niet onbetuigd laten.

De gouverneur laat onzen kommandant weten, dat wij binnen eenige

dagen naar Borabora zullen vertrekken. De koningin van dat eiland,

dochter van Pomare, zal met ons de reis doen; de naam dier vorstin is

Teriímaevaroea. Zij is in 1840 geboren, en regeert, sedert den 3den

Augustus 1860, over Borabora en de aanhoorige eilanden; zij leidt

aan waterzucht, en men vreest voor haar leven.

Haar gemaal, Tapoa, de verstandigste en meest ontwikkelde Kanak,

dien ik op Tahiti ontmoet heb, heeft eenige jaren in Frankrijk

doorgebracht met zijn schoonbroeder, den jongsten zoon van koningin

Pomare, Tocavira, meer bekend onder den naam van den "Prins van

Joinville." Beiden zijn met de fransche taal en gewoonten goed

bekend. De koningin van Borabora wordt ook nog vergezeld door haar

oudsten broeder, prins Ariíaue, den vermoedelijken troonopvolger;

verder bestaat haar gevolg uit Maheanoe, distriktshoofd van Faà,

en Manoe, distriktshoofd van Tautira-Meétia.

Den 12den November wordt de bagage der koningin aan boord gebracht. Den

volgenden morgen gaan onze booten naar wal, om de talrijke passagiers

af te halen. Tegen negen uur komt de koningin met haar gevolg bij

ons aan boord. Het vermagerde gelaat van Teriímaevaroea vertoont

duidelijke sporen van haar lijden; haar hooge gestalte wordt gebogen

door de uitputting eener ongeneeslijke kwaal. Niettemin houdt zij

zich veel bezig met haar neefje, een aardigen jongen van vijf jaar,

die door iedereen bedorven wordt.

De Vaudreuil vertrekt ten half tien. Wij varen ten noorden voorbij

Moorea, waar ik later een bezoek hoop te brengen. Ten zes uur des

avonds zijn wij in het gezicht van Hoeahine; en den volgenden morgen,

bij het opgaan der zon, verrijst voor onze blikken de zoo eigenaardig

gevormde bergtop van Borabora. De Vaudreuil vaart ten noorden van het

eiland om, en werpt, volgens de aanwijzing van den inlandschen loods,

het anker uit voor het dorp Faánoei, waar de koningin haar verblijf

houdt. Ten half tien uur verlaat de vorstin met haar gevolg het schip,

onder het salvo van een-en-twintig kanonschoten, terwijl de vlag van

Borabora van den grooten mast wappert.

Borabora, het kleinste der Gezelschaps-eilanden, vormt met de

miniatuur-eilandjes Motoe-Iti, Mapiha on Toeboêai-Manoe, eene

afzonderlijke groep. Op het midden des eilands verrijst de berg Pahia,

die eene hoogte van omstreeks duizend el bereikt. De buitenste rand

van het omringende rif is hier niet, zoo als elders, nu eens boven,

dan weer onder water, hier vlak en naakt en daar begroeid: neen,

de gansche koraalbank is overal met kokospalmen beplant. Verbeeld u

een bloemruiker in een groenen krans--ziedaar Borabora!

Wij keeren naar Tahiti terug.

De kommandant onzer nederzettingen in Oceanië volbrengt ieder jaar

de rondreis om het eiland, ten einde de verschillende distrikten

te bezoeken, persoonlijk onderzoek te doen naar de behoeften en

wenschen der inboorlingen, den toestand der openbare werken, der

scholen enz. na te gaan: in één woord, om door eigen aanschouwing

met de aangelegenheden des lands en der bevolking vertrouwd te

worden. Het grootste gedeelte der bezetting vergezelt hem op dien

tocht. De gouverneur noodigt ons uit om deel te nemen aan het kleine

militaire feest, dat te Taravao moet plaats hebben.

Den 11den December verlaat de Vaudreuil Papeete en zet koers naar de

fraaie haven van Phaéton, ten westen van de landengte, die Tahiti met

het schiereiland Taiarapoe verbindt. Wij varen langs de westkust van

Tahiti, die ik voor het eerst aanschouw; de zee gaat tamelijk hoog;

de lucht is bewolkt. Wij herkennen de haven van Papeoeriri, waar

enkele goëletten voor anker liggen. Even te voren waren wij langs

de plantage van Atiamaono gevaren, kenbaar aan de groote woning,

schilderachtig op den top van een heuvel gelegen.

Na een vaart van vijf uur, houden wij stil op een mijl afstands

van de haven van Phaéton, om de aankomst eener sloep af te wachten,

waarin zich de luitenant der marine bevond, die belast was met het

vervaardigen eener nieuwe kaart van dit prachtige bekken. Onder zijne

bekwame leiding, varen wij door een der beide smalle openingen in

het rif, die den toegang tot de haven vormen, een lastig vaarwater,

waarin een geweldige stroom gaat, die ons schip rechts en links deed

slingeren. In de ruime haven gekomen, werpen wij het anker uit, en

worden begroet door een geweldigen stortregen. Trouwens daarop moeten

wij bedacht zijn: wij zijn toch in den regentijd, en het schiereiland

heeft den naam, dat daar meer regen valt dan op eenig ander punt van

het eiland.

Den volgenden morgen begaf de gouverneur zich met zijn gevolg en de

soldaten naar Taravao, waar door de inboorlingen, die ook uit de

naburige distrikten waren toegestroomd, de noodige toebereidselen

waren gemaakt om hem te ontvangen.

De militaire vertooning bestond uit een geveinsden aanval op het fort,

dat op het hoogste punt der landengte is gebouwd. De mariniers en een

der kanonnen van de Vaudreuil voegden zich bij de aanvallers. Dit

spiegelgevecht, waarbij dapper geschoten werd, wekte natuurlijk in

hooge mate de belangstelling op der inboorlingen, die uit den geheelen

omtrek waren saamgestroomd om van dit schouwspel getuige te zijn. Het

fort werd genomen, zonder dat men andere ongelukken te betreuren had

dan een val van het paard: gelukkig had de ruiter zich daarbij niet

al te erg bezeerd.

Toen ik aan boord terugkeerde, vond ik mijn schip vol inlandsche

bezoekers; zij hadden zich overal verspreid; zelfs in mijne hut

betrapte ik twee mooie inlandsche meisjes, die met alle aandacht de

tegen den wand hangende photografiën bekeken. Geheel de bont gekleurde

menigte, in feestgewaad gehuld en met geurige monoi geparfumeerd,

die bij de bestorming van het fort tegenwoordig was geweest, had

het schip overrompeld en stelde zich aan, of zij zich op haar eigen

terrrein bevond. Tot onzen spijt moesten wij hun eindelijk aanzeggen,

dat het tijd was om te vertrekken: in een oogwenk waren nu de talrijke

kleine prauwen, die de Vaudreuil omringden, tot zinkens vol geladen,

en in vroolijke stemming keerden de gasten naar hunne woningen terug.

Den volgenden morgen kon de Vaudreuil naar Papeete terugkeeren,

terwijl de gouverneur zijn rondreis door de oostelijke distrikten zou

vervolgen. Onze kommandant, die zijn officieren altijd gaarne pleizier

doet, had een mijner kameraden en mij vergund, de uitnoodiging om dien

tocht mede te maken, aan te nemen. Maar eenige uren voor ons vertrek

ontvingen wij de treurige tijding van het overlijden der kleindochter

van de koningin Pomare: en dit bracht verandering in ons programma. De

gouverneur en de soldaten kwamen weder aan boord van de Vaudreuil,

om dadelijk naar Papeete terug te keeren.

De begrafenis van de kleine prinses geschiedde met de grootst mogelijke

staatsie. Do koningin was zeer aan dit kind gehecht, en van alle kanten

beijverde men zich om te toonen, hoezeer men deelde in hare smart over

dit verlies. De tijding van het overlijden van Teriínoeïmoanaiterai, in

alle distrikten van Tahiti en Moorea bekend gemaakt, deed het grootste

deel der bevolking van deze beide eilanden naar Papeete optrekken. Alle

inboorlingen droegen rouwkleederen; de meeste vrouwen hadden zich,

volgens een oud barbaarsch gebruik, dat nog in stand is gebleven, het

hair afgeknipt. Daar de geheele koninklijke familie de protestantsche

godsdienst belijdt, had de ceremonie ook in de protestantsche kerk

plaats. Nog zie ik dien eindeloozen optocht, dubbel treurig en

somber door de zwarte kleederen der inlanders. Natuurlijk werd deze

begrafenis opgeluisterd door de deelneming der militairen. Van uur

tot uur liet de Vaudreuil een kanonschot hooren. Het lijk van het

jeugdige prinsesje werd bijgezet in eene hut, die de koningin op het

terrein van haar paleis had laten oprichten; later zou het naar de

officieele begraafplaats der Pomare's te Papaoa worden overgebracht.

De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877 · 第 46 / 92 题