Een der aangenaamste wandelingen, die men te Papeete maken kan,
is naar kaap Venus. Tijdens mijn eerste bezoek aan Tahiti, had ik
mij te voet daarheen begeven. Een mijner vrienden stelde mij voor,
nogmaals daarheen te gaan, en ik aarzelde geen oogenblik dat voorstel
aan te nemen.
Een huurrijtuig met een inlandschen koetsier komt ons des morgens ten
tien uur afhalen. Het is brandend heet; maar de groote stroohoed en
de klassieke parasol geven ons althans eenige bescherming tegen de
felle zonnestralen. De grenzen der stad worden aangewezen door een
aarden wal en een gracht, die vroeger dienen moesten om het garnizoen
tegen een overval van de zijde der inboorlingen te beveiligen. Op
korten afstand van Papeete ligt een brug over de rivier de Fautahoea;
de vallei, waardoor deze rivier stroomt, wordt in haar hooger gedeelte
begrensd door twee ontzaggelijke loodrechte granietmuren. In de ruimte
tusschen die reusachtige rotswanden verheft zich de zonderling gevormde
top van den Diadeem. De achtergrond der vallei wordt ingenomen door
een prachtigen waterval, tweehonderd ellen hoog, die uit een bekken
nederstort, dat vierhonderd-twintig el boven de zee ligt. Daarop
voert de weg langs de valleien van Hamoeta en Pirae. Tusschen Aroeë
en Mahina, loopt de weg over den heuvel Tahatahi, die loodrecht uit
zee oprijst, en kenbaar is door zijne eigenaardige roode kleur. Wallis
en Cook noemden dit naakte voorgebergte de Boomkaap, ter wille van een
eenzamen boom, die destijds den top kroonde, maar nu verdwenen is. Onze
paarden hebben blijkbaar groote moeite, om de vrij steile helling te
beklimmen. Wij verlaten het rijtuig, zoowel om de arme magere knollen
te ontzien, als omdat wij beducht zijn voor een ongeluk. Van den top
des heuvels heeft men een heerlijk uitzicht; een frissche bries drijft
de blauwe golven met kracht tegen de riffen en breede koraalbanken,
die zij met wolken spattend schuim overdekken.
Het rijtuig wacht ons aan den voet des heuvels, en na verloop van
eenige minuten, houden wij onzen zegepralenden intocht in het dorp,
waarvan de bewoners, door de luid klappende zweepslagen van onzen
bronskleurigen koetsier aangelokt, uit hunne woningen naar buiten
komen om getuigen te zijn van onze verschijning. Een prachtige laan,
die den grooten weg doorsnijdt, loopt op den vuurtoren uit, die aan
den noordelijksten uithoek van het eiland oprijst.
Wij beklimmen dien toren, en staan weldra op de bovengalerij. Na hier
een blik op den omtrek geworpen te hebben, begeven wij ons naar de
kleine rivier, die in de nabijheid in zee valt. Een tiental jonge
vrouwen, enkel met de pareoe gekleed, zijn bezig het rivierke met
lange boomtakken af te dammen. Boven dien dam bevinden zich eenige
andere vrouwen, die in het water slaan om daardoor de visschen te
noodzaken den stroom af te zwemmen; zoodra de visschen dan in de
takken verward raken, worden zij met de hand gevangen.
Eer wij weer in ons rijtuig plaats nemen, gaan wij een bezoek brengen
aan den eerwaardigen boom, onder den naam van Cook's tamarinde
bekend. Vervolgens keeren wij langs denzelfden weg terug. In het
distrikt Aroeë wijst men ons de graven der Pomare's, die van dit
gedeelte des eilands afkomstig zijn. Een kleine jongen brengt ons naar
Papaoa, waar, aan den oever der zee, het grafteeken der regeerende
familie verrijst. Dit monument heeft evenwel niets bijzonders: alleen
de prachtige boomen, die het overschaduwen, zijn de moeite van den
tocht waard.
De vreemdeling, die te Papeete toeft en een aardig levendig tooneeltje
wil zien, moet des morgens vroeg opstaan en zich naar de markt
begeven, die op een der pleinen, in eene overdekte ruimte, gehouden
wordt. Aan de eene zijde ziet men de tafels, waarop de Chineezen,
die te Papeete gevestigd zijn, koffie en thee te koop aanbieden;
aan de andere, reusachtige stapels fruit en visch. Het voedsel der
inlanders, hoofdzakelijk aan het plantenrijk ontleend, bestaat uit
fei, uit maiore (de vrucht van den broodboom), uit taro en andere
boomvruchten. Hun meest geliefde spijs is visch, waarvan de markt
altijd ruimschoots is voorzien.
De vruchten van den fei (een soort van banaan), die van den broodboom
en van den taro, worden gestoofd op in het vuur verhitte steenen. Des
zaterdags, in de landtaal mahana maá (dag der voeding) genoemd, gaan
de eilanders naar het gebergte, om de safraankleurige vruchten van
den fei in te zamelen.
De dag wordt over het algemeen in werkelooze rust doorgebracht;
eerst tegen vier uur in den namiddag begint er wat leven op straat
te komen. De Europeanen gaan dan naar de societeit of naar het bad;
enkele ruiters en een paar rijtuigen vertoonen zich. Naarmate de
avond valt, neemt ook de drukte toe.
De inlanders zijn hartstochtelijke liefhebbers van dans en zang, zooals
trouwens bijna alle volksstammen van Oceanië. Als ge eene inlandsche
woning binnentreedt, zult ge daar in den regel eenige vrouwen vinden,
liggende of neergehurkt, en te zamen de geliefde volksdeunen zingende,
met begeleiding van een accordeon, dat hier in hooge gunst staat.
Een openbaar volksfeest, waarvan de dans het hoofdelement vormt,
heet op Tahiti úpa-úpa. Als de avond voor zoodanig feest gekomen
is, vult zich al spoedig het daartoe aangewezen plein met vroolijke
toeschouwers. Mannen en vrouwen zetten zich neder op den grond, rondom
een open plek, die voor de dansers wordt vrijgelaten. Het orchest
bestaat uit een trommel, die het gezang begeleidt en de maat aangeeft
voor den dans; eenige kaarsen, door toeschouwers op de eerste rij in
de hand gehouden, verlichten dit zonderling tafreel. Eene vrouw staat
op, omwikkelt haar lenden met een doek, en maakt eenige slingerende en
golvende bewegingen met haar lichaam, waartoe zich voorloopig de dans
bepaalt. Nu plaatst zich een man tegenover haar. De muziek begint. Het
dansende paar maakt de onstuimigste bewegingen en de zonderlingste
sprongen, telkens meer aangevuurd door het gezang der toeschouwers. De
wendingen en draaiingen des lichaams worden al sterker en sterker,
tot eensklaps de trommel zwijgt. Haastig keeren de dansers nu naar
hun plaats terug, als schaamden zij zich over hetgeen zij gedaan
hebben. Na eenige minuten pauze, treedt een nieuw paar op, en de dans
begint op nieuw, totdat, ten tien uur, het kanonschot weergalmt,
dat het sein tot den aftocht geeft. Binnen weinige oogenblikken,
is het plein nu geheel ledig.
De tegenwoordige úpa-úpa, die onder toezicht van de policie staat,
heeft maar zeer weinig overeenkomst met de oude nationale dansen, die
wij elders, zooals op de Samoa-, en vooral op de Sandwich-eilanden,
gezien hebben.
Wordt er geen úpa-úpa gevierd, dan heerscht des avonds de meeste drukte
in de straat la Petite Pologne. De Chineezen, die na de oprichting der
plantage van Atiamaono op het eiland zijn gekomen, verkoopen thee in
de kleine winkeltjes, die deze straat aan beide zijden omzoomen. Die
winkeltjes worden vooral druk bezocht door de inlandsche vrouwen,
die altijd behoefte hebben om te eten en te drinken.
Alle openbare plechtigheden worden ook hier, evenals bij ons,
besloten met een feestmaaltijd, amoeraá maá genoemd. Gedurende
ons verblijf woonden wij zoodanigen maaltijd bij, die gegeven werd
ter gelegenheid der inwijding van de nieuwe protestantsche kerk. De
tafels, tot bezwijkens overladen met allerlei soort van inlandsche
gerechten, leverden een uitlokkenden aanblik op. Onder lichte afdakken
van groene kokosbladeren opgeslagen, en in rijen geplaatst, besloegen
zij een tamelijk groot vierkant, waarvan de eene zijde was ingenomen
door de tafels aan welke de autoriteiten plaats hadden genomen. Het is
ongeloofelijk, welke hoeveelheden spijs bij die gelegenheden verorberd
worden! Kleine varkentjes, zoo in hun geheel, naar inlandsche wijze,
gebraden, bergen van fei, maiore, bananen, enz: enz: verdwijnen met
wonderbaarlijke snelheid in de magen der inboorlingen, die zich ook
aan den wijn niet onbetuigd laten.
De gouverneur laat onzen kommandant weten, dat wij binnen eenige
dagen naar Borabora zullen vertrekken. De koningin van dat eiland,
dochter van Pomare, zal met ons de reis doen; de naam dier vorstin is
Teriímaevaroea. Zij is in 1840 geboren, en regeert, sedert den 3den
Augustus 1860, over Borabora en de aanhoorige eilanden; zij leidt
aan waterzucht, en men vreest voor haar leven.
Haar gemaal, Tapoa, de verstandigste en meest ontwikkelde Kanak,
dien ik op Tahiti ontmoet heb, heeft eenige jaren in Frankrijk
doorgebracht met zijn schoonbroeder, den jongsten zoon van koningin
Pomare, Tocavira, meer bekend onder den naam van den "Prins van
Joinville." Beiden zijn met de fransche taal en gewoonten goed
bekend. De koningin van Borabora wordt ook nog vergezeld door haar
oudsten broeder, prins Ariíaue, den vermoedelijken troonopvolger;
verder bestaat haar gevolg uit Maheanoe, distriktshoofd van Faà,
en Manoe, distriktshoofd van Tautira-Meétia.
Den 12den November wordt de bagage der koningin aan boord gebracht. Den
volgenden morgen gaan onze booten naar wal, om de talrijke passagiers
af te halen. Tegen negen uur komt de koningin met haar gevolg bij
ons aan boord. Het vermagerde gelaat van Teriímaevaroea vertoont
duidelijke sporen van haar lijden; haar hooge gestalte wordt gebogen
door de uitputting eener ongeneeslijke kwaal. Niettemin houdt zij
zich veel bezig met haar neefje, een aardigen jongen van vijf jaar,
die door iedereen bedorven wordt.
De Vaudreuil vertrekt ten half tien. Wij varen ten noorden voorbij
Moorea, waar ik later een bezoek hoop te brengen. Ten zes uur des
avonds zijn wij in het gezicht van Hoeahine; en den volgenden morgen,
bij het opgaan der zon, verrijst voor onze blikken de zoo eigenaardig
gevormde bergtop van Borabora. De Vaudreuil vaart ten noorden van het
eiland om, en werpt, volgens de aanwijzing van den inlandschen loods,
het anker uit voor het dorp Faánoei, waar de koningin haar verblijf
houdt. Ten half tien uur verlaat de vorstin met haar gevolg het schip,
onder het salvo van een-en-twintig kanonschoten, terwijl de vlag van
Borabora van den grooten mast wappert.
Borabora, het kleinste der Gezelschaps-eilanden, vormt met de
miniatuur-eilandjes Motoe-Iti, Mapiha on Toeboêai-Manoe, eene
afzonderlijke groep. Op het midden des eilands verrijst de berg Pahia,
die eene hoogte van omstreeks duizend el bereikt. De buitenste rand
van het omringende rif is hier niet, zoo als elders, nu eens boven,
dan weer onder water, hier vlak en naakt en daar begroeid: neen,
de gansche koraalbank is overal met kokospalmen beplant. Verbeeld u
een bloemruiker in een groenen krans--ziedaar Borabora!
Wij keeren naar Tahiti terug.
De kommandant onzer nederzettingen in Oceanië volbrengt ieder jaar
de rondreis om het eiland, ten einde de verschillende distrikten
te bezoeken, persoonlijk onderzoek te doen naar de behoeften en
wenschen der inboorlingen, den toestand der openbare werken, der
scholen enz. na te gaan: in één woord, om door eigen aanschouwing
met de aangelegenheden des lands en der bevolking vertrouwd te
worden. Het grootste gedeelte der bezetting vergezelt hem op dien
tocht. De gouverneur noodigt ons uit om deel te nemen aan het kleine
militaire feest, dat te Taravao moet plaats hebben.
Den 11den December verlaat de Vaudreuil Papeete en zet koers naar de
fraaie haven van Phaéton, ten westen van de landengte, die Tahiti met
het schiereiland Taiarapoe verbindt. Wij varen langs de westkust van
Tahiti, die ik voor het eerst aanschouw; de zee gaat tamelijk hoog;
de lucht is bewolkt. Wij herkennen de haven van Papeoeriri, waar
enkele goëletten voor anker liggen. Even te voren waren wij langs
de plantage van Atiamaono gevaren, kenbaar aan de groote woning,
schilderachtig op den top van een heuvel gelegen.
Na een vaart van vijf uur, houden wij stil op een mijl afstands
van de haven van Phaéton, om de aankomst eener sloep af te wachten,
waarin zich de luitenant der marine bevond, die belast was met het
vervaardigen eener nieuwe kaart van dit prachtige bekken. Onder zijne
bekwame leiding, varen wij door een der beide smalle openingen in
het rif, die den toegang tot de haven vormen, een lastig vaarwater,
waarin een geweldige stroom gaat, die ons schip rechts en links deed
slingeren. In de ruime haven gekomen, werpen wij het anker uit, en
worden begroet door een geweldigen stortregen. Trouwens daarop moeten
wij bedacht zijn: wij zijn toch in den regentijd, en het schiereiland
heeft den naam, dat daar meer regen valt dan op eenig ander punt van
het eiland.
Den volgenden morgen begaf de gouverneur zich met zijn gevolg en de
soldaten naar Taravao, waar door de inboorlingen, die ook uit de
naburige distrikten waren toegestroomd, de noodige toebereidselen
waren gemaakt om hem te ontvangen.
De militaire vertooning bestond uit een geveinsden aanval op het fort,
dat op het hoogste punt der landengte is gebouwd. De mariniers en een
der kanonnen van de Vaudreuil voegden zich bij de aanvallers. Dit
spiegelgevecht, waarbij dapper geschoten werd, wekte natuurlijk in
hooge mate de belangstelling op der inboorlingen, die uit den geheelen
omtrek waren saamgestroomd om van dit schouwspel getuige te zijn. Het
fort werd genomen, zonder dat men andere ongelukken te betreuren had
dan een val van het paard: gelukkig had de ruiter zich daarbij niet
al te erg bezeerd.
Toen ik aan boord terugkeerde, vond ik mijn schip vol inlandsche
bezoekers; zij hadden zich overal verspreid; zelfs in mijne hut
betrapte ik twee mooie inlandsche meisjes, die met alle aandacht de
tegen den wand hangende photografiën bekeken. Geheel de bont gekleurde
menigte, in feestgewaad gehuld en met geurige monoi geparfumeerd,
die bij de bestorming van het fort tegenwoordig was geweest, had
het schip overrompeld en stelde zich aan, of zij zich op haar eigen
terrrein bevond. Tot onzen spijt moesten wij hun eindelijk aanzeggen,
dat het tijd was om te vertrekken: in een oogwenk waren nu de talrijke
kleine prauwen, die de Vaudreuil omringden, tot zinkens vol geladen,
en in vroolijke stemming keerden de gasten naar hunne woningen terug.
Den volgenden morgen kon de Vaudreuil naar Papeete terugkeeren,
terwijl de gouverneur zijn rondreis door de oostelijke distrikten zou
vervolgen. Onze kommandant, die zijn officieren altijd gaarne pleizier
doet, had een mijner kameraden en mij vergund, de uitnoodiging om dien
tocht mede te maken, aan te nemen. Maar eenige uren voor ons vertrek
ontvingen wij de treurige tijding van het overlijden der kleindochter
van de koningin Pomare: en dit bracht verandering in ons programma. De
gouverneur en de soldaten kwamen weder aan boord van de Vaudreuil,
om dadelijk naar Papeete terug te keeren.
De begrafenis van de kleine prinses geschiedde met de grootst mogelijke
staatsie. Do koningin was zeer aan dit kind gehecht, en van alle kanten
beijverde men zich om te toonen, hoezeer men deelde in hare smart over
dit verlies. De tijding van het overlijden van Teriínoeïmoanaiterai, in
alle distrikten van Tahiti en Moorea bekend gemaakt, deed het grootste
deel der bevolking van deze beide eilanden naar Papeete optrekken. Alle
inboorlingen droegen rouwkleederen; de meeste vrouwen hadden zich,
volgens een oud barbaarsch gebruik, dat nog in stand is gebleven, het
hair afgeknipt. Daar de geheele koninklijke familie de protestantsche
godsdienst belijdt, had de ceremonie ook in de protestantsche kerk
plaats. Nog zie ik dien eindeloozen optocht, dubbel treurig en
somber door de zwarte kleederen der inlanders. Natuurlijk werd deze
begrafenis opgeluisterd door de deelneming der militairen. Van uur
tot uur liet de Vaudreuil een kanonschot hooren. Het lijk van het
jeugdige prinsesje werd bijgezet in eene hut, die de koningin op het
terrein van haar paleis had laten oprichten; later zou het naar de
officieele begraafplaats der Pomare's te Papaoa worden overgebracht.