II.

Het eiland Tahiti splitst zich in twee onderscheidene, zeer ongelijke

deelen: het eigenlijke Tahiti en het schiereiland Taiarapoe,

dat aan het grootere eiland verbonden is door een landtong van

ongeveer twee kilometers breedte, waarvan het hoogste punt, waarop

het kleine fort Taravao ligt, zich tot omstreeks veertien el boven

de zee verheft. Elk dezer twee schiereilanden heeft een bijkans

ronde gedaante, en is voor een deel bedekt met hooge bergen,

blijkbaar van vulkanischen oorsprong. De hoogste toppen zijn,

op Tahiti, de Aorai (tweeduizend-vier-en-zestig el), en de Orohena

(tweeduizend-tweehonderd-zes-en-dertig el); en op Taiarapoe, de Nioe

(dertienhonderd-vier-en-twintig el).

Dezelfde vulkanische werking, waaraan Tahiti zijn oorsprong dankt,

hief waarschijnlijk ook het eiland Moorea, de Gambier-eilanden,

Toeboeai en misschien nog andere eilandengroepen van Polynesië, boven

de wateren op. Bij de Toeamotoe-eilanden was de opheffende kracht

blijkbaar minder sterk; hier hebben zich langs de randen der bijna tot

aan het watervlak opgeheven kraters koraalriffen en banken gevormd,

en daardoor zijn, na verloop van tijd, die lage eilanden ontstaan,

waarvan het binnenmeer tegenwoordig de plaats van den uitgedoofden

krater vervangt.

De bodem van Tahiti, hard en steenachtig op de toppen der bergen,

bestaat op de lagere plateaux zeer dikwijls uit vaste leem en klei;

maar in de valleien en langs den oever der zee vindt men eene dikke

laag van uiterst vruchtbare aarde, die het eiland geschikt maakt voor

de kultuur van alle tropische gewassen. Deze vruchtbare strook langs

de zee is geheel vlak; op sommige plaatsen is zij zeer smal, op andere

heeft zij eene breedte van ruim drie kilometers. Deze aardlaag rust op

eene koraalbank. Zij heeft eene bebouwbare oppervlakte van omstreeks

vijf-en-twintig-duizend bunders.

Schier dit geheele vlakke en vruchtbare gedeelte van het eiland

is letterlijk ingenomen door de goyave (psidium pyriferum) of de

toeava, zooals zij in de landtaal genoemd wordt. Deze plant vormt hier

dichte boschages, die alle andere gewassen doen sterven, zelfs oude,

hooge boomen, aan wier voet zij met ongeloofelijke weelderigheid

groeit. De goyave, die eerst in 1815 op het eiland werd ingevoerd,

bedekt tegenwoordig de bergen tot eene hoogte van minstens zeshonderd

el. In de valleien neemt zij bijna de gedaante van een boom aan;

op de bergen overtreft zij zelden een struik in grootte. Haar snelle

wasdom gedurende den regentijd en de krachtige voortplanting door de

dieren, die zich met hare vruchten voeden, maken deze plant tot een

ware plaag, die de ontginning van onbebouwde gronden zeer moeilijk

en kostbaar doet zijn.

De geheele oppervlakte van Tahiti bedraagt

honderdvierduizend-tweehonderd-vijftien bunders; die van Moorea

bedraagt dertienduizend-tweehonderd-zeven-en-dertig bunders.

Bijna de gansche kust van het eiland is door een reeks koraalriffen

omgeven.

Als wij Papeete in westelijke richting verlaten, bereiken wij

weldra het distrikt Faá, waar de eerste proeven zijn genomen met de

koffiekultuur; de koffietuinen staan tegenwoordig in vollen bloei, en

de vrucht is van zeer goede hoedanigheid. De koningin, een Franschman,

de heer B...., en verscheidene inboorlingen hebben hier belangrijke

aanplantingen van kokospalmen aangelegd.

De Poenaroeú, een van de voornaamste rivieren van het eiland, stort

zich in het distrikt Poenavia in zee. De vallei, waardoor deze rivier

stroomt, was in 1845 het tooneel van een der hevigste gevechten,

die de Franschen tegen de inboorlingen moesten leveren. Deze vallei

loopt naar het hart des eilands, naar den Maiao of Diadeem, een berg,

ter hoogte van twaalfhonderd-negen-en-dertig el, en staat daar in

gemeenschap met de valleien van Fautahoea on Papenoó. Te Tapoena,

in hetzelfde distrikt, bevindt zich een kleine haven, die door het

kanaal van denzelfden naam met de zee in gemeenschap staat.

In het distrikt Poenavia, en vooral in dat van Paea, vindt men aardige

riviertjes en vruchtbare landouwen; ook zijn daar vele europeesche

woningen. De distrikten Papara en Atiamaono behooren mede tot de

belangrijkste gedeelten van het eiland, zoowel door hunne betrekkelijk

talrijke bevolking, als door de groote uitgestrektheid vruchtbaar,

voor bebouwing uitnemend geschikt terrein, dat zij bevatten.

Eenige jaren geleden stichtte eene engelsche maatschappij, op Tahiti

door den heer Stewart vertegenwoordigd, in het distrikt Atiamaono,

een uitgebreid etablissement met plantages voor de katoenteelt. Een

duizendtal chineesche koelies werden naar de gronden, die aan

de maatschappij waren afgestaan, overgebracht. Reeds waren eenige

honderden landverhuizers, meest allen uit den Cook-archipel afkomstig,

daar sedert eenigen tijd aan den arbeid. Na de aankomst der chineesche

koelies werd de plantage uitgebreid en de kultuur op groote schaal

aangelegd.

Een houten brug van vrij bombastischen stijl verleent toegang

tot de plantage. Die brug ligt over eene rivier, die een deel des

jaars bijna droog is, maar die door de geweldige regens van den

zoogenaamden winter, even als alle rivieren des eilands, in een

onstuimigen, bruisenden stroom veranderd wordt. De aandacht der

bezoekers wordt aanstonds getrokken door de hutten der inboorlingen

van den Cook-archipel; zij staan op een soort van terras of platform,

dat op balken rust, en hebben met den beganen grond gemeenschap door

middel van een ladder, dien men naar verkiezing kan wegnemen. Deze

manier van bouwen vond ik terug op verschillende eilandengroepen van

centraal Polynesië, vooral ook op het fraaie eilandje Rotoemah. Ik

durf niet beslissen, wat de bewoners dezer eilanden beweegt, aldus

hunne woningen op een stellage te bouwen: ongetwijfeld geschiedde dit

aanvankelijk met een bepaald doel, misschien wel uit een oogpunt van

veiligheid en verdediging; later is deze gewoonte, wellicht zonder

verder nadenken, als eene overoude traditie, stilzwijgend door de

volgende geslachten in stand gehouden.

Tijdens mijn tweede bezoek op Tahiti, verkeerde de plantage in

blijkbaar verval; nadat de termijn van hun contract verstreken was,

hadden de Chineezen zich terug getrokken en waren voor eigen rekening

zaken gaan doen: hun vertrek scheen de onderneming een doodelijken

slag te hebben toegebracht.

Wij vervolgen onzen tocht om het eiland. In het distrikt Mataiea vindt

men Papeoeriri met eene goede haven. Deze omstandigheid, gepaard aan

de vruchtbaarheid van den grond, heeft al vroeg aanleiding gegeven, dat

zich hier kolonisten vestigden. Het distrikt levert veel oranjeappelen

op, die in groote hoeveelheden naar San-Francisco worden uitgevoerd;

men vindt hier de vallei Vaihiria, door de rivier van denzelfden

naam besproeid. Aan het uiteinde van die vallei, ter hoogte van

vierhonderd-dertig el boven de zee, ligt een meer, bijna cirkelvormig

van gedaante, met eene doorsnede van omstreeks een halven kilometer,

en aan alle zijden door hooge sombere bergen ingesloten. Voor zoo

ver men kan nagaan, staat dit meer in geenerlei gemeenschap met

de zee; het water is koud en zeer diep. Waarschijnlijk is dit een

uitgebrande krater; sommigen schrijven echter het ontstaan van dit

meer toe aan een bergstorting, waardoor de uitgang der vallei zou

zijn verstopt, zoodat het water, dat vroeger naar de zee afvloeide,

nu wordt opgehouden. Een uitstapje naar dit meer gaat niet alleen met

veel moeite, maar ook met gevaar gepaard. In 1847 heeft de welbekende

reizigster, mevrouw Ida Pfeiffer, niettemin dien tocht gewaagd.

Op de hoogte van Papeari wordt de grond eenigszins moerassig, dan

weder bergachtig; een prachtige, met bosschen van oranjeboomen

omzoomde weg voert naar Tavarao. De omstreken van Tavarao zijn

weinig bevolkt. Van hier naar Papeete terugkeerende, gaat men door

het distrikt Hitiaá, dat een goede haven heeft, en bovendien rijk is

aan bosschen en vruchtbare valleien; de rivieren zijn hier breed, en

tot op vrij grooten afstand van zee bevaarbaar. De handel in chinaas-

of oranjeappelen is hier zeer levendig.

Deze vruchten zijn een zeer belangrijk artikel voor den handel

tusschen den archipel van Tahiti en San-Francisco. Zij worden hier

ingekocht voor vijf-en-twintig francs het duizend, welke prijs

doorgaans in natura of in andere koopwaren wordt voldaan; zij worden

ginds verkocht voor twee- of driehonderd francs. Zelfs als men voor

het onvermijdelijk verlies bij het vervoer vijftig percent rekent,

dan levert die handel, zoo als men ziet, nog een aardige winst op. De

oranjeboom werd hier door Cook ingevoerd, die eenige jonge boompjes

in de nabijheid van kaap Venus plantte: hij heeft zich zoo goed

aan lucht en grond gewend, dat hij niet de minste zorg behoeft en

letterlijk in het wild groeit. De vruchten worden verzonden in zeer

lichte, vierkante kisten, die van de geschilde takken van den poerau

vervaardigd worden en aan de buitenlucht vrijen toegang laten.

De Tahitianen zijn groote liefhebbers van chinaas-appelen; van het

sap vervaardigen zij een soort van geestrijken drank (áva anani),

door de Europeanen oranjewijn genoemd. Uithoofde van de grove

buitensporigheden van allerlei aard, waartoe het gebruik van dezen

drank hetzij aanleiding gaf, hetzij een voorwendsel leverde, heeft de

fransche regeering de bereiding daarvan ten strengste verboden. Toch

geschiedt dit nog in stilte, op een eenzame plek in het gebergte

of in eene verborgen vallei. Twee of drie dagen vóór den voor de

bijeenkomst bepaalden tijd, begeven zich eenige inboorlingen in het

geheim naar de afgesproken plaats, ten einde den bedwelmenden drank te

bereiden. Zoodra het oogenblik gekomen is, begeven de mannen en vrouwen

zich één voor één, om geen achterdocht te wekken, naar de plaats der

bijeenkomst, zoo veel immer mogelijk langs onbekende paden, om aan het

wakend oog der mutoi (policie-beambten) te ontsnappen. Maar, ondanks al

deze voorzorgen, komen dezen er toch meestal achter, dat er zulk eene

vergadering gehouden wordt. Op het onverwachtst vertoonen zij zich te

midden der feestvierende menigte, en hunne komst maakt een einde aan

de woeste uitspattingen en toomelooze liederlijkheid, waartoe het

overmatig gebruik van dezen drank schijnt te leiden. Voor de meesten

eindigt de pret dan in de gevangenis (fare áoeri, ijzeren huis.)

De flora van het eiland, hoewel rijk en weelderig, biedt toch weinig

afwisseling. Onder de echte inlandsche boomen komt vooral eene plaats

toe aan den tamanoe en aan den miro of rozenhoutboom, beiden hard en

schoon van vorm; voorts aan den tiairi, het zoogenoemde ijzerhout,

den sandelboom, en met name den poerau die tot zoo velerlei doeleinden

gebruikt wordt. De broodboom, de taro en de kokospalm verschaffen

den inboorling een zeer belangrijk deel zijner voeding: bovendien is

de laatste, door de olie, die hij levert, voor al de eilanden van

Polynesië, uit een commercieel oogpunt, van overwegende waarde. De

sandelboom is op Tahiti vrij zeldzaam, en mist hier ook bijna geheel

zijn welriekenden geur. Het poeder, dat van dit hout vervaardigd wordt,

wordt door de vrouwen veel gebruikt om monoi te maken. De oranje en

vele tropische gewassen, zoo als de ananas, de mango, enz. zijn van

elders ingevoerd en thans inheemsch geworden. De kolonisten verbouwen

met zeer goeden uitslag koffie, tabak, vanille, suikerriet en katoen.

De duizendpoot en de schorpioen zijn de eenige gevaarlijke dieren,

die men op het eiland vindt. Echter huizen er in de bosschen en wouden

zeer lastige gasten, zoo als wilde varkens, muskieten en wespen. Op

mijne wandelingen trof mij vooral de groote zeldzaamheid, ik zou haast

zeggen het gemis, van vogels. De vreemdeling, die de schilderachtige,

lommerrijke valleien van het eiland doorkruist, is verbaasd over de

zonderlinge stilte, die alom in deze dichte bosschen en het kreupelhout

heerscht. Eenige phaétons (een tropische vogel), een kleine parkiet,

die wij ook op de Samoa-eilanden hebben aangetroffen, en meeuwen,

zijn de eenige gevleugelde bewoners van het eiland. In de lage

moerassige gronden mag de jager ook nog eenige wilde eenden vinden;

langs het strand ontmoet men ook enkele reigers, zeezwaluwen en nog

sommige andere vogels, maar hun getal is niet groot.

De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877 · 第 45 / 92 题