Steeds gereed aan de bevelen zijner meerderen te gehoorzamen,
telegrafeerde Sheridan naar Washington: "Uw brief ontvangen--alles
in orde."
Er werd nu een gezelschap gevormd van officieren en dames, waaronder
ook de jonge dame, aan wie generaal Sheridan het hof maakte, die aan
dit zoogenaamde pleizierreisje zouden deelnemen; en in de dagbladen
van Chicago kon men het bericht lezen dat generaal Sheridan verlof
had gekregen om een gedeelte van den winter op Cuba door te gaan
brengen. Men hield het er algemeen voor, dat dit uitstapje de voorbode
was van zijn aanstaand huwelijk.
Daar Nieuw-Orleans op den weg van Chicago naar Cuba ligt, kon de
generaal zich derwaarts begeven, zonder achterdocht op te wekken. De
tegenwoordigheid van dames, en vooral van de jonge dame met wie,
naar men zeide, Sheridan verloofd was, gaf aan de geheele reis een
zeker huiselijk, feestelijk karakter. De grootste moeilijkheid lag in
de verhouding tegenover de hoofdofficieren, wier functiën Sheridan
moest overnemen. De zending was ongewoon, en de geheele handelwijze
onregelmatig. Was Emory voor zijn taak niet opgewassen, dan kon men een
doortastender man zenden, zonder Sheridan van de oevers van het meer
Michigan te ontbieden. Werd eenheid van gezag noodig geacht, generaal
Mac-Dowell was de opperbevelhebber in het Zuiden. Was de toestand zoo
ernstig, dat de tegenwoordigheid van een officier van hoogeren rang
werd gevorderd, dan kon dit niemand anders zijn dan generaal Sherman.
Het is geen geheim, dat generaal Sherman met de handelwijze van Belknap
en het departement van oorlog geen vrede heeft. Sherman is geheel vrij
van caesaristische neigingen: patriot in de eerste plaats en eerst
daarna soldaat, acht en waardeert hij militaire talenten bovenal als
eene bescherming voor de vrijheid en een waarborg voor de veiligheid
der republiek. Niet in staat om, zij het ook door zijn stilzwijgen,
mede te werken tot eene zuiver persoonlijke, egoïstische politiek,
heeft hij met den President, de ministers en adjudanten gebroken,
en zijn hoofdkwartier van Washington verlegd naar Saint-Louis, waar
hij zich afgezonderd houdt buiten alle aanraking met de tegenwoordige
machthebbers. Sherman is echter een persoon van te veel beteekenis,
om hem eenvoudig over het hoofd te zien. Zoodra Belknap Sheridans
antwoord ontvangen had, zond hij dan ook een vertrouwelijk schrijven
naar Saint-Louis, waarin omtrent Sheridans reis naar het Zuiden de
noodige opheldering gegeven werd. Generaal Sherman bepaalde er zich
toe, de ontvangst van dien brief te berichten.
Nog lastiger was de verhouding tegenover generaal Mac-Dowell. Geen
enkel officier wordt gaarne op zijde geschoven, en dat nog wel bij een
geheim bevelschrift en zonder vooraf gehoord te zijn. Belknap schoof
de verantwoordelijkheid van zich zelven af op Sheridan, door het aan
diens eigen goedvinden over te laten, of hij generaal Mac-Dowell zou
gaan opzoeken en in vertrouwen met het doel zijner zending bekend
maken. Sheridan oordeelde het beter, den generaal van de zaak geheel
onkundig te laten.
Het gezelschap dames en officieren vertrok van Chicago. Vijf dagen
later waren zij te Nieuw-Orleans, waar zij door de straten kuierden,
de proklamaties van koning Carnaval lazen, en inlichtingen inwonnen
omtrent het vertrek der stoombooten naar Cuba!
Op Zondag, 3 Januari 1875, heerschte er eene buitengewone drukte in
de straat Saint-Louis: den volgenden dag zou de groote strijd, op de
straat begonnen, worden voortgezet in de wetgevende vergadering. Dien
Maandag zou het beslist worden, of de scalawags en hun kliek nog
langer in Nieuw-Orleans den baas zouden spelen.
Van de honderd-elf nieuw verkozen leden der Kamer van
vertegenwoordigers, werden acht-en-vijftig tot de conservatieve, en
drie-en-vijftig tot de republikeinsche (liberale) partij gerekend. De
conservatieven hadden dus niet slechts eene meerderheid van vijf
stemmen, maar vertegenwoordigden tevens de grootste helft der Kamer,
die als zoodanig tot het nemen van besluiten gerechtigd is. Al deze
acht-en-vijftig conservatieven waren blanken. Kwam deze Kamer inderdaad
bijeen, dan was de kans voor Kellogg onherroepelijk verloren.
De strijd was begonnen in het hoofd-kiesbureau, eene commissie van
vijf personen, die, volgens de wet, uit de beide partijen moeten worden
gekozen, om zoodoende de twee groote richtingen der openbare meening te
vertegenwoordigen. Kellogg benoemde dit bureau: en in openbaren strijd
met de wet, koos hij vijf republikeinen. De wet bepaalt verder dat de
zittingen van dit bureau publiek moeten zijn, om zelfs den schijn van
oneerlijkheid te vermijden; op Kelloggs last werden alle eenigszins
belangrijke werkzaamheden in het geheim verricht. Longstreet, lid
van dit bureau, trok zich terug; in zijne plaats werd een zeer
inschikkelijke conservatief benoemd; maar deze, ziende dat zijn
medeleden willens en wetens de wet schonden, protesteerde en nam
zijn ontslag. Door dit ontslag was de commissie rechtens ontbonden,
want volgens de wet moet het bureau uit vijf leden bestaan. Maar de
liberale leden stoorden zich natuurlijk niet aan de wet. Hadden zij
niet tweeduizend bondssoldaten bij de hand--waarom zouden zij zich
dan nog om de wet bekommeren?
In Louisiana worden de stemmen herhaaldelijk geteld. De plaatselijke
stembussen worden eerst gezonden naar de supervisors of registration,
die ze nazien, de billetten tellen en die vervolgens aan de
commissarissen voor de verkiezingen doen toekomen. Zij ondergaan alzoo
een driemaal herhaald onderzoek, alvorens zij het hoofd-kiesbureau
(returning board, de commissie, die den einduitslag der verkiezing
moet constateeren) bereiken. De uitkomst van dit voorloopig onderzoek
was, dat er zeventig conservatieven en een-en-veertig republikeinen
waren gekozen. De conservatieven hadden dus eene meerderheid van
negen-en-twintig stemmen; maar de onwettige commissie van Kellogg
wist deze conservatieve meerderheid handig weg te goochelen. De
vier liberale heeren kwamen tot eene gansch andere conclusie:
volgens hen waren er drie-en-vijftig republikeinen en drie-en-vijftig
conservatieven gekozen, terwijl omtrent vijf verkiezingen de beslissing
moest worden aangehouden.
De kans stond nu niet kwaad voor Kellogg. Als er een voorwendsel
gevonden kon worden om de verkiezing dezer vijf leden, waaronder vier
conservatieven, te vernietigen, dan had geen der beide partijen de
wettige meerderheid, en konden de conservatieven met geen mogelijkheid
een partijbesluit doordrijven. In vrije wetgevende vergaderingen nemen
doorgaans de kandidaten dadelijk zitting en deel aan beraadslaging en
stemming, in afwachting dat hunne geloofsbrieven worden goedgekeurd;
maar Kellogg was van meening dat regelen, die bijna overal elders
gelden, voor Nieuw-Orleans niet toepasselijk konden zijn. Als deze
vijf leden, op den dag der opening van de Kamers, zitting namen,
dan konden de conservatieven, zeven-en-vijftig in getal, zich als
wettige vergadering constitueeren: zij waren dan verzekerd van eene
meerderheid van drie stemmen, die misschien tot vijf kon klimmen. Wat
zou die conservatieve meerderheid kunnen beletten, Kellogg in staat van
beschuldiging te stellen en af te zetten, juist zooals met gouverneur
Warmoth was geschied?
Met eene Kamer, waarin geen der beide partijen de wettige meerderheid
heeft, valt natuurlijk te "onderhandelen." Kellogg houdt zich ten
volle overtuigd, dat enkele stemmen kunnen worden gekocht. Reeds
verhaalt men dat hij inderdaad eene stem gekocht heeft; hij heeft
er nu nog maar twee noodig om eene meerderheid te hebben. Doch hij
moet zich haasten en niet karig zijn in het bieden, want, indien
het hem niet gelukt althans een schijn van wettigheid te bewaren,
blijft er niet anders over dan zijn nederlaag te belijden en terug
te treden. Zijn eigen partijgenooten begonnen hem moede te worden;
hij bracht hun geen wezenlijke voordeelen aan, en haalde hun
bovendien het verwijt van caesarisme op den hals. Op zijn laatste
verzoek om militaire hulp, had de President wrevelig geantwoord:
"Het is zeer verkeerd, de troepen te gebruiken in het vooruitzicht
van gevaar; laat de overheid van den staat naar recht handelen en dan
haar plicht doen."--Daar waren nog andere teekenen, dat zijn eigen
partij zijne handelingen afkeurde; ook mag hij niet vergeten dat
nagenoeg alle fatsoenlijke lieden in Louisiana tot zijne tegenstanders
behooren. Kolonel Morrow, een republikeinsch officier, reist door het
land, en houdt generaal Sherman op de hoogte der zaken. Morrow bericht,
overeenkomstig zijne bevinding, dat het Zuiden trouw is aan de Unie,
maar niet gezind zich door scalawags en carpet-baggers de wet te laten
stellen. De republikeinsche meerderheid in het Congres, opgeschrikt
door den uitslag der algemeene verkiezingen in November, heeft eene
commissie benoemd, om te Nieuw-Orleans zelf een onderzoek naar den
staat van zaken in te stellen. Drie leden van die commissie, Foster
van Ohio, een republikein, Phelps van New-Jersey, een republikein,
en Potter van New-York, een demokraat, bevinden zich in de stad: en
deze twee republikeinen kunnen kwalijk anders dan met den demokraat
instemmen, dat de poging om door middel van de bondstroepen een
onwettig bestuur in stand te houden, de eenige oorzaak is van alle
wanorde in Louisiana. Tegenover deze dreigende kritiek, is het voor
Kellogg dubbel noodig, een eenigszins wettigen grondslag en steun
voor zijne handelingen te zoeken: maar waar zal hij dien vinden?
Mac-Enery is niet alleen de meerdere in stemmenaantal, maar in
ontwikkeling, kennis en reputatie. Velen van zijne aanhangers, zoo
als Penn, zijn luitenant-gouverneur, en Wiltz, zijn kandidaat voor
het voorzitterschap der Kamer, zijn mannen gewoon aan de behandeling
van zaken en bekend met de eischen en voorwaarden van het openbare
leven. Rijkdom, bebeschaving, welsprekendheid, invloed, zijn aan
hunne zijde. Onder Kelloggs aanhangers is kwalijk iemand van eenige
beteekenis te vinden. Daar zijn vele echte republikeinen onder:
lieden, die zich nu eenmaal in het hoofd hebben gezet, dat het voor
de handhaving van de gelijkheid der negers noodig is de vrijheid
der blanken te vernietigen; maar deze lieden hebben geen stem in
de clubs en salons, waar de blanke mannen samenkomen en de blanke
vrouwen den toon aangeven. Zij vormen een afzonderlijke groep, die
door de fatsoenlijke maatschappij in den ban is gedaan.
Onder de drie-en-vijftig aanhangers van Kellogg bevinden zich
acht-en-twintig negers, bijna allen gewezen slaven, die vroeger op
de rijstvelden en de katoenplantages hebben gearbeid. Enkelen hunner
kunnen drukwerk lezen en hun naam krabbelen; de meesten kunnen noch
het een noch het ander; terwijl hoogstens vier of vijf in staat zijn
hunne gedachten in verstaanbaar engelsch uit te drukken. Bijna allen
zijn zoo arm en onwetend, zoo opgeblazen ijdel en zoo onzinnig dom,
dat Kellogg hen niet zonder opzicht op straat en in de herbergen
durft vertrouwen. Nieuw-Orleans, eene vroolijke en luidruchtige stad,
is vol herbergen, kroegen en speelhuizen, waar lieden als Pinchback
hun leerjaren doorbrengen. Deze kroegen en speelhuizen oefenen eene
wondere aantrekkingskracht uit op Mozes en Peter, negers, zoo pas van
de katoenvelden ontslagen, en zeer begeerig om in eene groote stad van
hunne nieuwe vrijheid te genieten. Spionnen brengen op het Kapitool
de onrustwekkende tijding, dat de negers-senatoren en afgevaardigden
in handen dreigen te vallen van slimme en weinig nauwgezette lieden;
Cousins, de negers-afgevaardigde voor St. Tammany is, naar men zegt,
reeds in de straat opgelicht en weggevoerd. Zijne stem is verloren--een
revanche voor den ontrouwen conservatief. Andere negers verteren en
verdobbelen hun geld in de kroegen en drinken zich dronken.
Kellogg begreep dat het hoog tijd word om te handelen.
Hij liet timmerlieden en logementhouders komen, en gelastte hun, het
Kapitool in eene vesting en een hotel te herscheppen. Het Kapitool--een
groot en fraai gebouw, aan den hoek van de straat Saint-Louis en
de Koningsstraat--was oorspronkelijk een hotel, dat den naam droeg
van het hotel Saint-Louis, naar den koninklijken grondlegger der
volkplantingen in Louisiana. De straat Saint-Louis en de Koningsstraat
doorsnijden rechthoekig het oude fransche kwartier. Dit gedeelte van
Nieuw-Orleans, met zijn balkons, zijn groene zonneblinden, zijn hooge
koetspoorten, zijn binnenplaatsen,--waarop waterkommen en bakken met
oleanders de plaats vervullen van fonteinen en tuinen,--draagt een
eigenaardig karakter. Tegenwoordig is het stil en verlaten, het leven
en de beweging van den handel hebben zich sinds lang naar elders
verplaatst. Maar vroeger was deze wijk de fatsoenlijke buurt bij
uitnemendheid, waar de dames op de wandeling al hare bekoorlijkheden
ten toon spreidden, waar duellisten elkander ontmoetten, en waar de
regeerings-personen hunne woningen hadden. Sedert is de mode veranderd:
tegenwoordig gaat men in het hotel Saint-Charles logeeren. Het vroeger
zoo aanzienlijke hotel is nu het Statenhuis; de eene vleugel van het
oude logement bevat de bureaux der uitvoerende macht; een voormalige
eetzaal dient voor de zittingen der Kamer.
Op last van Kellogg worden nu planken voor de deuren en vensters
gespijkerd en met ijzeren bouten bevestigd. In de straat Saint-Louis
worden barrikaden opgeworpen, en de hoofdingang van het hotel wordt
gesloten; slechts eene enkele deur, een achterdeur in de Koningsstraat
uitkomende, blijft opengelaten. Van binnen en van buiten wordt het
Statenhuis in behoorlijken staat van verdediging gebracht, om des noods
een bestorming te kunnen doorstaan. Veertig zwarte policie-agenten,
met knuppels en revolvers gewapend, bezetten het voorhuis, terwijl
anderen op de trappen en in de gangen post vatten. Geweren staan
langs de muren geschaard; een zekere generaal Campbell, een voormalig
zuidelijk officier nu tot de partij der scalawags overgeloopen, wordt
met de verdediging belast. Op de binnenplaats worden levensmiddelen
saamgebracht, voldoende voor een beleg van twintig dagen: ingelegde
vruchten, gedroogde visch, gezouten vleesch, whisky, tabak, bier. Er
wordt eene cantine geopend, en de noodige spuwbakken geplaatst. Honderd
matrassen, uit de kazernen gehaald, worden in de gangen en portalen
nedergelegd. Het avondmaal wordt gereed gemaakt, en kistjes sigaren
ter beschikking gesteld. Toen nu alles klaar was, zond Kellogg zijne
spionnen en agenten uit, om de negers-afgevaardigden op te zoeken en
hen uit te noodigen in het Statenhuis te komen rooken, eten, drinken
en slapen, ten einde tijdig gereed te zijn voor den arbeid van den
volgenden dag.
Een honderdtal personen, Kamerleden, schuimloopers, policie-agenten
en dergelijke lieden, waarvan vijf op de zes kleurlingen, brachten den
Zondagnacht in Kelloggs cantine door, onophoudelijk whisky drinkende en
liederlijke liedjes uitgalmende. Den geheelen nacht houden Kelloggs
ambtenaren zich gereed om, zoodra door een of ander toeval het
getal tegenwoordige leden de wettige meerderheid van zes-en-vijftig
mocht bereiken, aanstonds appel nominaal te houden en de Kamer te
constitueeren. Het is een roekeloos spel, maar lieden als Kellogg,
eens tot het uiterste gedreven, volgen meermalen blindelings hunne
dolzinnigste ingevingen. Als men het zoo ver kan brengen dat een bureau
kan worden samengesteld, dan zal men wel middelen weten te vinden om de
kleine conservatieve meerderheid onschadelijk te maken. William Vigers,
griffier der vorige Kamer en kandidaat voor de nieuwe, wacht in de
voorkamer van Kellogg, met de officiëele naamlijst bij zich. Michael
Hahn, een advokaat, dien de republikeinsche partij tot voorzitter wilde
benoemen, zit in Kelloggs kabinet. De scalawags wantrouwen Michael
Hahn, omdat hij zich nog eenigermate gebonden rekende door de wet;
maar hun partij was veel te arm aan rechtsgeleerden, om hem voorbij
te kunnen gaan. Wien zullen zij anders tegenover Louis A. Wiltz, den
conservatieven kandidaat, stellen? Eenige leden willen een neger op
den voorzittersstoel plaatsen. Anderen, door den drank opgewonden,
roepen dat men Kellogg moet afzetten en Pinch in zijne plaats benoemen.
"De ouwe Pinch een echte neger!" schreeuwt een van zijn dronken
aanhangers.
"Dat's waar," stottert een ander, niet minder beschonken. "Pinch
echte neger. Hoera voor Pinch!"
Pinchback bevond zich in het kabinet van Kellogg, met Hahn en Campbell,
wachtende op een gunstig toeval. Als maar zes of zeven conservatieven,
door nieuwsgierigheid gedreven, het Kapitool binnen traden, zou de
wettig vereischte meerderheid tegenwoordig zijn; men kon dan dadelijk
appel nominaal houden, de vergadering openen, Hahn tot president en
Vigers tot griffier benoemen.
Nu en dan treden werkelijk eenige aanhangers van Warmoth de zaal
in,--zoo zij zeggen, om een kijkje te nemen en een glas te drinken,
waarna zij weer heengaan. Pinch houdt deze bezoekers nauwkeurig in
het oog. Op een gegeven oogenblik telt hij inderdaad vijf-en-vijftig
leden in de cantine. Dadelijk belegt hij eene voorloopige vergadering
en opent de beraadslagingen; maar wat hij ook doe, zelfs de geniale
Pinch kan geene minderheid van vijf-en-vijftig veranderen in eene
wettige meerderheid van zes-en-vijftig.
Er moesten meer afdoende maatregelen worden genomen. Een honderdtal
manschappen van de zwarte milicie trekken het Kapitool binnen en
worden onder de bevelen gesteld van generaal Campbell. Men roept de
hulp in der federale officieren, en ondanks de jongste berisping van
den President, wordt die hulp bereidwillig verleend, niet alleen door
de landmacht, maar ook door de vloot.
Generaal Emory had zijn intrek genomen in het douane-kantoor. Hij laat
zijn drie veldstukken in batterij brengen, en een eskadron kavallerie
onder de wapenen komen. Zijn onderbevelhebber, generaal De Trobriand,
krijgt last, om bij het aanbreken van den dag de Koningsstraat te gaan
bezetten. De federale vlootvoogd laat zijne schepen zoodanig positie
innemen, dat hun vuur de kaaien bestrijkt en de Kanaalstraat kan
schoonvegen. Bovendien wordt eene afdeeling mariniers in gereedheid
gehouden om aan wal te gaan.
Sheridan blijft inmiddels rustig in zijn hotel. Conservatieve spionnen,
naar de Rotonde gekomen om zijne bewegingen gade te slaan, vinden
hem, als naar gewoonte, op en neder kuierende, zijn sigaar rookende,
en met de officieren van zijn staf schertsende, alsof hetgeen op het
Kapitool en in de arsenalen voorviel, hem niet meer aanging dan eenig
anderen gast in het hotel.
De dagen van het carnaval naderen. De komst van "Koning Carnaval"
wordt aangekondigd; en schrijvers in satirieke bladen--wier aantal te
Nieuw-Orleans zeer groot is--verzekeren spottend dat niemand anders dan
"Koning Philip" de verwachte potentaat is, voorloopig nog incognito.
Sheridan lacht er om en rookt maar altijd door zijn sigaar.
(Wordt vervolgd.)
Uit het dagboek van een Alpenbeklimmer.
(Vervolg van bladz. 15).