XVII.

Anarchie.--Reactie.

Des Maandagsmorgens verscheen Packard, met de republikeinsche

geloofsbrieven in de hand en gevolgd door de federale soldaten, aan het

Mechanics' Institute, in welk gebouw de Kamer zou bijeenkomen. Cesar

C. Antoine, met Durell's bevelschrift gewapend, stond aan de deur, om

aan te wijzen wie al dan niet mochten binnen gelaten worden. Natuurlijk

werd alleen aan de vrienden toegang verleend. Dezen, in de zaal der

wetgevende macht vereenigd, begrepen geen tijd met praten te moeten

verliezen, want het bevelschrift van Durell gold niet langer dan tot

Woensdag, en er was nog veel af te doen, eer de conservatieve leden

hunne zetels weer zouden innemen.

In de eerste plaats moest de gouverneur Warmoth worden afgezet,

en moest men trachten zich meester te maken van de officiëele

processen-verbaal der verkiezingen. Maar hoe kon men zich den wettigen

gouverneur van den hals schuiven?

Een neger, Pinchback genaamd, in de wandeling als Pinch bekend, bood,

tegen behoorlijke belooning, Kellogg zijne diensten aan. Deze Pinch,

een echte windbuil, was vroeger hofmeester geweest aan boord van

een stoomboot, later deurwachter in een speelhuis; maar zoo als meer

anderen van zijn geslacht, was hij tot de ontdekking gekomen dat de

politiek een winstgevender handwerk is dan vaten te wasschen, of op

te passen dat de policie de spelers niet kwam overvallen. Door een

neger-distrikt tot lid van den Senaat van Louisiana benoemd, had hij,

bij toeval, gedurende eenige weken ambtshalve de betrekking waargenomen

van luitenant-gouverneur. Zijn mandaat was sinds lang geëindigd: maar

in Amerika blijft men levenslang een titel voeren, hoe kort men dien

ook werkelijk gedragen hebbe. Een professor blijft altijd professor;

een luitenant-gouverneur altijd luitenant-gouverneur. Hoewel hij dus

het ambt niet meer bekleedde, had Pinch nog altijd een handvat aan

zijn naam.

Die man was geld waard, en Kellogg wist met hem eene schikking te

treffen. Pinch zou Warmoth omverwerpen; indien hem dit gelukte,

zou hij gedurende eenige dagen waarnemend gouverneur zijn, eene

aanzienlijke som gelds ontvangen, en, als men zich op eene of andere

wijze van Norton kon ontslaan, zou hij ook als senator naar Washington

worden gezonden.

Dit alles aldus bepaald zijnde, voerde Billings den waardigen Pinch

in de vergaderzaal van den Senaat, en plaatste hem, met behulp

van Cesar C. Antoine, als luitenant-gouverneur op den presidialen

zetel. Binnen tien minuten was, onder leiding van Pinch, de vergadering

geconstitueerd. Daarop haalde hij een dokument voor den dag, door

Billings geschreven, waarin de gouverneur Warmoth van verschillende

wanbedrijven werd beschuldigd en zijne afzetting gevorderd. Wederom

binnen tien minuten was een besluit in dien zin genomen. De federale

troepen stonden gereed, onder bevel van Packard, zoodat alles met

den meest gewenschten spoed kon worden afgedaan. Pinch trad nu op als

waarnemend gouverneur, nam het Kapitool in bezit, maakte zich meester

van het groot-zegel van Louisiana, en vaardigde eene proklamatie uit,

waarin hij der wereld zijne verheffing mededeelde.

Niet dikwijls is, hetzij in de werkelijkheid, hetzij in de verdichting,

het bespottelijke en ongerijmde tot zulk eene hoogte opgevoerd. Men

spreekt met weerzin over de daden van Jan van Leiden, als over een

treurige openbaring van menschelijke dwaasheid. De onbeschaamdheid

van Sancho Panza doet ons hartelijk lachen, als eene meesterlijke

schepping der satire. Maar Munster en Barataria hebben hier hun

meerdere gevonden. Pinchback en Antoine in het gestoelte der eere:--dit

is, als komisch effect, onovertroffen.

Warmoth weigerde natuurlijk Pinchback te erkennen; en deze laatste

wist niet recht wat hem te doen stond, ofschoon hij op Packard

en de soldaten rekenen kon. Generaal Warmoth stond bekend als een

voortreffelijk schutter, die zonder eenig bedenken, in een tweegevecht,

zijn tegenpartij zou neerschieten; het was dus voor Pinch geen zaak,

hem persoonlijk te tergen. De conservatieve leden, wien de toegang tot

de vergadering geweigerd was, kwamen elders te zamen, protesteerden

tegen hunne uitzetting, en riepen de hulp in van Warmoth, als den

wettigen gouverneur, tegen een man, die niet de minste aanspraak

had op den rang, dien hij bekleedde. Kellogg wist te bewerken

dat Pinch als republikeinsch kandidaat voor den Senaat zou worden

gesteld. Norton trok te zijnen behoeve zijne kandidatuur in; en men

hoopte dat zijne verkiezing tot senator zijne onwettige handelingen

in zekeren zin zou goedmaken, althans doen vergeten. Maar Warmoth

bleef onverzettelijk. Pinch liep naar Packard om raad te vragen; maar

Packard durfde geen raad geven. Ieder rechtsgeleerde in Nieuw-Orleans

zeide hem, wat hij trouwens zelf zeer goed wist, dat het bevelschrift,

waaraan hij uitvoering gaf, onwettig was. Geen enkele autoriteit

erkende Pinch; en ondanks zijne onbeschaamdheid, durfde Packard geen

stap verder te gaan zonder nadere machtiging van Washington.

Kellogg, die niets kon doen zonder Pinch, evenmin als Pinch iets

zonder Packard, riep toen de hulp in van zijn patroon, President Grant,

en zond aan den prokureur-generaal Williams het volgende telegram:

"Nieuw-Orleans, 11 December 1872.

"Als de President op eene of andere wijze te kennen geeft, dat hij het

gebeurde erkent, dan zullen de gouverneur Pinchback en de wetgevende

macht alles verder in orde brengen."

George H. Williams is voor geen klein gerucht vervaard, en

doet in vermetelheid voor niemand onder; maar hij durfde toch

den President niet voorstellen om een gauwdief van een neger als

gouverneur van Louisiana te erkennen, enkel omdat die gauwdief, met

terzijdestelling van alle wettig gezag, zich in den zetel had weten

te dringen. Evenwel, zijn bezwaar gold alleen den vorm: voor Pinch,

als regeeringspersoon, kon Williams kwalijk eenige achting gevoelen;

tegenover Pinch, als partijman, had hij een plicht te vervullen. Hoe

zou men het aanleggen, zonder de betamelijkheid en de publieke opinie

al te zeer te krenken? Men kon Pinch niet openlijk als gouverneur

erkennen. Doch, daar hij de betrekking van gouverneur vervulde, kon

men hem den titel geven van "waarnemend gouverneur": op die wijze zou

zijne waardigheid, hoewel niet officiëel erkend, toch stilzwijgend

aanvaard worden. Williams is een meester in de onbepaalde, huichel-

en nevelachtige fraseologie der kanselarijen. Den volgenden dag werd

van Washington naar Nieuw-Orleans dit telegram verzonden:

Waarnemend gouverneur Pinchback, Nieuw-Orleans.

Departement van Justitie, 12 December 1872.

"Neem aan dat gij erkend zijt als het wettig uitvoerend gezag van

Louisiana, en dat de vergadering in het Mechanics' Institute de wettige

wetgevende macht van den staat is. Men stelt voor, dat gij in dien

zin eene proklamatie uitvaardigt, en te kennen geeft dat zoowel aan

u als aan de genoemde wetgevende macht de noodige hulp zal worden

verstrekt om den staat tegen wanorde en geweld te beveiligen."

Krachtens deze machtiging van het Kabinet, werd de gouverneur

Warmoth afgezet, en Pinchback door de federale officieren in zijn

ambt geïnstalleerd. Niettemin was Pinch niet op zijn gemak, en kon

dit ook niet zijn zoo lang de gouverneur Warmoth nog in Nieuw-Orleans

vertoefde. Het kon gebeuren, dat die heer hem op straat tegenkwam en

duchtig afranselde. Pinch had geen trek in een pak slaag; en daar hij

niet alleen over federale generaals, maar ook over federale rechters

kon beschikken, wilde hij eens beproeven of het gerecht hem niet van

zijn geduchten vijand zou kunnen ontslaan.

Een tweede federale rechter, Elmore genaamd, kwam te Nieuw-Orleans,

en Pinch verscheen voor zijn rechterstoel met de oude aanklacht

tegen gouverneur Warmoth, en met verzoek dat de gouverneur van zijn

betrekking zou worden vervallen verklaard. Elmore was in dit geval

geheel onbevoegd: de zaak behoorde te huis bij het Hoog-gerechtshof van

Louisiana, dat in deze alleen uitspraak kon doen. Niettemin nam Elmore

de beschuldiging aan, en verklaarde, zonder zelfs den beschuldigde te

hooren, dat de gouverneur Warmoth als zoodanig was afgezet. Warmoth,

die dit vonnis niet aannam, beriep zich op de rechters van Louisiana,

en dezen beslisten, dat de handelwijze van Elmore onwettig was,

en zijne uitspraak van geene waarde. Elmore wilde nochthans zijn

vonnis niet herroepen, en de rechters van Louisiana daagden hem voor

hunne rechtbank wegens miskenning van het hof. Hij lachte hen in hun

gezicht uit, wel wetende, dat hij, even als Pinch, op het federale

leger rekenen kon. Want al deze schandelijke handelingen geschiedden

onder bescherming van generaal Emory, die de creaturen van President

Grant trouw bijstond.

Gedurende vier of vijf weken regeerde Pinch over Louisiana. Spotters

noemden hem Koning Pinch, Zijne Zwarte Majesteit, Lord Paper-Collar

(papieren halsboord) en Markies van Pomade. Zij zonden hem verdichte

depèches, en lieten bespottelijke besluiten drukken, met zijn naam

onderteekend. Eindelijk was de tijd zijner regeering verstreken; hij

gaf het Kapitool en het groot-zegel over aan Kellogg, en ontving als

belooning den titel van gouverneur, en de waardigheid van senator

te Washington, met al de voordeelen en emolumenten aan die hooge

waardigheid verbonden.

Zijne verschijning in den Senaat, waar hij eene plaats zou innemen

naast de Shermans en Wilsons, de Boutwells en Camerons, te midden

der eerwaardige beschreven vaderen der republiek, verwekte een

storm, die nog niet is bedaard, hoewel er op dit oogenblik (1875)

twee-en-twintig maanden verloopen zijn, sinds hij zijn geloofsbrieven

op het bureau deponeerde.

De Senaat benoemde eene commissie, die deze geloofsbrieven moest

onderzoeken, en dus ook nazien of zij door den wettigen gouverneur

waren geteekend en gezegeld. Daardoor kwam natuurlijk de geheele

kwestie ter sprake. De groote meerderheid der commissie bestond uit

republikeinen, die voor hunne partij eene stem zouden winnen, als

Pinch word toegelaten. Maar tot deze toelating te adviseeren, was voor

ernstige mannen toch niet mogelijk. De commissie kwam tot het besluit

dat Kellogg geen gouverneur van Louisiana was; dat zijne handteekening

geen waarde had; dat het staatszegel van Louisiana was misbruikt,

en dat Pinchback geen recht had, in het Congres zitting te nemen.

Na een zeer lang en merkwaardig debat, besliste de Senaat, ondanks

de eischen van het partijbelang, en overeenkomstig het voorstel der

commissie, dat Kellogg niet de wettige gouverneur was van Louisiana,

en Pinchback niet de wettige senator voor dien staat; tevens bepaalde

dit hoogste College dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden,

opdat aan de heerschende anarchie op echt-republikeinsche wijze,

namelijk door een plebisciet, een einde zou worden gemaakt.

Door den Senaat uitgenoodigd, eene verklaring van zijn gedrag te geven,

erkende de President Grant dat de jongste verkiezing in Louisiana

"een reusachtig bedrog" was geweest. Hij gaf toe aan het verlangen

van den Senaat, dat eene nieuwe verkiezing zou worden gehouden om

uit te maken, wie door het volk als gouverneur werd begeerd, generaal

Mac-Enery of William P. Kellogg; maar hij behield zich, met het oog

op de omstandigheden, de bevoegdheid voor, om het geschikte tijdstip

voor deze verkiezing te bepalen. Kellogg, die zich liefst aan geene

nieuwe stemming wilde wagen, werd mitsdien gemachtigd, de verkiezing

voorloopig, tot gelegener tijd, uit te stellen.

Daar nu alle partijen het eens waren omtrent de nietigheid der laatste

verkiezingen, was Warmoth, volgens zijn beweeren, nog steeds de

wettige gouverneur, en moest hij zijne functiën blijven waarnemen, tot

zijn opvolger was benoemd. Zoo betwistten twee vergaderingen en drie

gouverneurs elkander de heerschappij over Nieuw-Orleans. Niemand wist

aan wien hij gehoorzaamheid schuldig was: de anarchie was volkomen. [5]

Zeventien maanden lang zuchtte Nieuw-Orleans onder het juk van

gouverneurs, die niet konden regeeren, van vergaderingen, die geen

wetten konden uitvaardigen, en van gerechtshoven, die elkanders

beslissingen vernietigden. Nieuw-Orleans is Louisiana, ongeveer in

denzelfden zin als waarin Parijs Frankrijk is. Als Nieuw-Orleans

lijdt, lijdt Louisiana, als Nieuw-Orleans herleeft, herleeft ook

Louisiana. Onder het zoogenaamde bestuur van Kellogg ging zoowel het

publiek krediet der stad te gronde, als de fortuin van een groot deel

harer burgers.

Een uitvoerend bewind, uit negers en vreemdelingen samengesteld,

tiranniseerde de stad, en verkwanselde de stedelijke goederen; een

romp-parlement, [6] waarin de negers, die zich geregeld hun traktement

lieten uitbetalen, de meerderheid hadden, nam allerlei besluiten,

waaraan alle kracht van wet ontbrak. Een troep negers, door vreemden

aangevoerd, voerde, als plaatselijke policie, heerschappij over de

straten en kaaien. De zwarte clubs vermenigvuldigden zich, ieder

met zijne eigen geheime teekens en wachtwoorden. Zoolang er nog een

dollard in de schatkist te vinden was, hielpen deze vreemdelingen

zich zelven en hunne aanhangers. Openbare ambten en bedieningen

werden verkocht, schuldbrieven van den staat werden verschacherd en

vervalscht, en eene rijke welvarende stad werd aansprakelijk gesteld

voor een verarmden staat. Vreemde schuldeischers werden bedrogen,

en de goede naam der burgers leed schade. De handel ging achteruit:

kooplieden en kargadoors lieten hunne magazijnen en kantoren op de

kaaien ledig staan; de winkelhuizen in de deftige buurten daalden

tot beneden den huurprijs in waarde. De invoer stond bijna stil. De

belastingen klommen met zoo verbazende snelheid, dat eigenaars

van aanzienlijke huizen hunne vaste goederen aan den staat moesten

overlaten. De eenige bezoldigingen welke regelmatig werden uitbetaald,

waren die van Kellogg's neger-senatoren, die elke week trouw hun

achttien dollars ontvingen. De onderwijzers en professoren bleven

onbetaald; de scholen en colleges werden gesloten. De maatschappijen,

die voor den aanvoer van drinkwater zorgden, begonnen haar levering te

beperken, daar zij niet langer de verschuldigde betaling ontvingen. De

ellende was algemeen, zoowel voor rijken als armen. Op sommige avonden

bleven de straten donker, daar de directiën der gasfabrieken de kranen

hadden afgesloten. De straten van Nieuw-Orleans zijn des nachts nooit

geheel veilig, maar gedurende dit noodlottig tijdperk van anarchie

nam het kwaad hand over hand toe. De policie-agenten zelven hieven

schatting van alle winkels. Deze bewakers der openbare veiligheid

waren van wapenen voorzien, en gewapende mannen zorgen er wel voor,

dat zij geen gebrek lijden. De levensmiddelen stegen in prijs:

visch werd schaarsch, vleesch was niet te bekomen. De gevangenissen

en verbeterhuizen werden op de schandelijkste wijze verwaarloosd;

dijken en dammen werden doorgestoken, en vruchtbare velden onder

water gezet. Het onkruid woekerde alom voort; de katoenplantages

verwilderden tot jungles; de dammen en wallen zakten in de rivier, de

tuinen en hoven werden wildernissen. Alles, in de stad en daarbuiten,

vertoonde den stempel van physieken en moreelen ondergang.

Wee over het trotsche en schoone Nieuw-Orleans! Getroffen in haar

hoogste belangen, in haar vrijheid, haar eer, haar handel, haar

krediet, in al hare verwachtingen, hief de stad zich eindelijk met

de kracht der wanhoop op, en stelde zich zelve deze vraag: Moet het

geslacht der blanken, langs de golf van Mexiko, onder gaan?

Het antwoord was niet twijfelachtig. Onmiddellijk volgde eene

reactie--eene reactie, die bovenal ten doel had, de kwestie van ras

te plaatsen boven die van partij, de republiek boven de republikeinen.

Zij openbaarde zich overal, in de clubs, de salons, de magazijnen en

winkels. De beweging was niet zoo zeer gericht tegen de kleurlingen

zelven, dan wel tegen de scalawags en vreemde fortuinzoekers,

die de kleurlingen enkel als werktuigen ten behoeve hunner partij

gebruikten. Stilzwijgend vormde zich eene ligue, eene blanke ligue,

in tegenstelling van de zwarte; maar de leden van dit verbond

hielden geene samenkomsten, benoemden geen commissiën, en kozen geen

bestuurders. Het was nog meer eene overeenstemming in gevoelens, dan

een eigenlijk genootschap; maar de europeesche geest is organiseerend

van nature, en het kon niet uitblijven of deze gemeenschappelijke

overtuiging onder de blanke bevolking moest welhaast een bepaalden

vorm aannemen. Daar bijna iedere blanke in Nieuw-Orleans soldaat is

geweest, vormden de leden van het verbond reeds van zelve een leger,

dat binnen eenige uren tot den strijd gereed kon zijn.

Dit verbond versterkte en verlevendigde de hoop en het vertrouwen

van dezulken onder de blanke burgers, die een einde wenschten te

maken aan de heerschende anarchie, door den vreemdeling Kellogg uit

Nieuw-Orleans te jagen, den zwarten pakkedrager Antoine terug te

zenden naar het douane-kantoor, en generaal Mac-Enery en generaal

Penn als gouverneur en luitenant-gouverneur te installeeren.

Inmiddels naderde de dag, waarop de nieuwe verkiezingen voor de Kamer

moesten plaats hebben. De burgers wenschten dat die verkiezingen

eerlijk en in volle vrijheid zouden geschieden: althans voor zoo ver

dat mogelijk was, nu de kiezerslijsten waren opgemaakt door scalawags

en leden van het zwarte verbond. Maar geene vrije en eerlijke

verkiezing was denkbaar, zoo lang de vreemde indringers zich niet

verwijderd hadden. De republikeinsche senatoren in Washington waren

het hierin eens met de conservatieve senatoren in Nieuw-Orleans,

dat Kellogg niet de wettige gouverneur van Louisiana was. Maar wat

konden de blanke burgers doen om hem tot heengaan te nopen?

Op Maandag den 14den September 1874, des morgens ten elf uur, kwamen

de burgers in groote menigte bijeen in de Kanaalstraat. De leider der

vergadering, R.H. Marr, plaatste zich aan den voet van het kolossale

standbeeld van Henry Clay, en legde der menigte de vraag voor, of zij

nog langer de heerschende anarchie wilde dulden? De burgers antwoordden

met luid geroep, dat zij de voorkeur gaven aan de tirannie, waaronder

zij gezucht hadden vóór de uitvaardiging der Reconstruction Act. [7]

Een soldaat, hoe streng despoot hij mocht zijn, was toch altijd een man

van orde en tucht; hij handhaafde althans de openbare orde op straat

en bewaarde het Kapitool voor verontreiniging. De regeering van een

man als Hancock was een zegen, vergeleken bij die van Kellogg. Onder

een federaal officier, geen huichelachtige schijn van vrijheid,

burgerlijke orde en republikeinsche instellingen: het despotisme

zou onverholen aan het licht treden en Louisiana geregeerd worden

als een turksche provincie. Toch gaven de burgers de voorkeur aan

een man van ijzer en bloed boven een carpet-bagger; want geen erger

en smadelijker lot was te bedenken dan overgeleverd te zijn aan de

willekeur van vreemde avonturiers, die in het land geen anderen steun

hadden dan een leger van vreemde soldaten en het zwarte gepeupel.

De vergadering besloot dat vijf burgers zich naar het Kapitool,

in de straat Saint-Louis, zouden begeven, en in naam van het vrije

en souvereine volk, William P. Kellogg, als vreemdeling in de stad,

zouden uitnoodigen, zich te verwijderen.

Kellogg sloot zich op in zijne vertrekken, omringd door zijne zwarte

lijfwacht, maar zond Billings en een officier van zijn staf om met

de afgevaardigden te onderhandelen. "Gij verlangt dat de gouverneur

zich verwijdere! zeide Billings. Hij weigert te luisteren naar

eene deputatie van eene gewapende menigte, die bovendien met eene

bedreiging komt."

De burgers, in de Kanaalstraat vergaderd, waren niet gewapend, zoo

als Kellogg en Billings trouwens zeer wel wisten. Immers, een uur

later telegrafeerde Packard zelf aan den prokureur-generaal Williams:

"De deelnemers aan de meeting waren over het algemeen ongewapend."

Dit praatje van wapenen en bedreiging was dan ook bestemd voor

Washington en New-York, niet voor Nieuw-Orleans, waar men de waarheid

kende.

"Keert thans naar uwe woningen terug, Heeren, zeide Marr. Voorziet u

van levensmiddelen en dekens, en komt ten twee uur heden middag weer

bijeen: gij zult dan wapens en aanvoerders gereed vinden."

Packard, wien deze demonstratie niet aanstond, had reeds naar

Jackson, in Mississippi, getelegrafeerd, en om troepen gevraagd. In

den loop van den morgen was eene kompagnie soldaten te Nieuw-Orleans

aangekomen, en in het douane-kantoor ingekwartierd. Nu telegrafeerde

hij op nieuw naar Holly-Springs, en ontving ten antwoord, dat nog

vier kompagniën tot zijne hulp zouden worden afgezonden. Voorziende

wat gebeuren zou, zond hij, in de vreugde zijns harten, het volgende

telegram naar Washington: "Hoogst waarschijnlijk zal het heden avond

tot eene botsing komen. Ik heb eene afdeeling federale troepen in het

douanekantoor. Vier kompagniën zijn in aantocht van Holly-Springs. De

plaatselijke autoriteiten hebben eenige honderden manschappen onder

de wapenen in het Kapitool en de arsenalen."

Zoodra Marr zich verwijderd had, liet Kellogg generaal Badger

ontbieden, en ontwierp met hem het plan van een aanval op de blanke

bevolking. De policiemacht, waarover Badger, een carpet-bagger, het

bevel voerde, bestond uit een regiment, uitgerust en gewapend als de

iersche konstabels en voorzien van een artilleriepark. Deze gewapende

macht staat in dienst van de stad en wordt door haar betaald; in gewone

tijden is de mayor (burgemeester) met het opperbevel belast, maar de

vreemde indringers hadden zich het gezag van den mayor aangematigd,

de blanken uit de dienst verwijderd, en de gelederen gevuld met groote,

sterkgespierde negers. In handen van Badger was deze policie eigenlijk

niets dan eene zwarte pretoriaansche garde.

Badger bezette nu de Kanaalstraat, en was daardoor meester van de

voornaamste straten, die van de kaaien naar het meer voeren en deze

hoofdstraat snijden; tevens scheidt de Kanaalstraat de fransche wijk,

waarin zich de straat Saint-Louis bevindt, van de engelsche wijk,

waarin de meeste blanken wonen. Hij had drie stukken geschut bij zich;

tweehonderd man van zijn neger-regiment stonden onder de wapenen,

rondom het standbeeld van Henry Clay.

Bij groepjes van twee en drie vereenigden zich de ongewapende

burgers in de nabijheid van het plein Lafayette; en ten twee uur in

den namiddag bezetten zeventienhonderd hunner de voetpaden van de

Poydrassstraat en de aangrenzende straten.

Op een gegeven bevel, vormden de burgers, die zeer goed hun plicht

schenen te kennen, zich tot kompagniën en bataillons, en werden

barrikaden opgeworpen. Op last van den luitenant-gouverneur Penn,

werden geweren, in alle haast uit een stoomboot ontscheept, onder

de menigte rondgedeeld; en generaal Ogden, een oud soldaat, nam het

opperbevel op zich.

Hij zou drie vijanden tegenover zich kunnen vinden: vooreerst,

generaal Badger en de stedelijke policie; ten andere, generaal

Longstreet met de milicie van den staat; en eindelijk, generaal Emory

met de federale troepen. Maar hij rekende er op, dat noch Longstreet,

noch Emory zich gerechtigd zoude achten tusschen beiden te komen in

eene kwestie van zoo geheel plaatselijken aard: namelijk, wie der

beide kandidaten, Kellogg of Mac-Enery, inderdaad de meerderheid van

stemmen der kiezers van Louisiana op zich had vereenigd. Longstreet

was uit het Zuiden geboortig; en Emory zou niet licht in openlijken

strijd durven handelen met de uitspraak van het Congres. Had hij

alleen maar te doen met Badger en zijn negers, dan maakte Ogden zich

sterk dat de zaak binnen het half uur zou afloopen.

Om half drie zette Badger zich met zijn regiment in beweging. Hij

reed zelf aan de spits, en voerde zijne drie kanonnen met zich;

enkelen zijner manschappen vuurden, luid schreeuwende en gillende,

al vast hunne geweren af.

Zoodra de vijand in het gezicht kwam, kommandeerde Ogden: vuur! De

burgers vuurden, en Badger viel van zijn paard--dood, naar men dacht.

"Valt aan!" riep Ogden. De burgers drongen met de gevelde bajonet

voorwaarts, en de negers, blijkbaar door dien aanval verrast, werden

overhoop geworpen en op de vlucht gejaagd.

Kapitein Angel spoedde zich met zijne kompagnie naar een der

kanonnen. Ten blijk van minachting hunne wapens wegwerpende,

vermeesterden eenige burgers het stuk geschut, dreven de

neger-kanonniers met slagen en schoppen weg, en joegen hen door straten

en stegen na, tot de verbijsterde vluchtelingen een schuilplaats

vonden aan de douane, onder bescherming der federale vlag. Bijna geen

enkele neger hield zich goed. Een zwarte generaal had eene wijkplaats

gezocht in den winkel van een bedienaar der begrafenissen. "Ga weg,

riep de kleine fransche doodkistenmaker; zij zullen u nazetten en

mij vermoorden." De neger wierp zijn gegalonneerden rok en pluimen

weg. "Om Gods wil, massa, laat mij schuilen!"--Een burger trad binnen;

nergens was een generaal te zien: niets dan een gewone neger in een

wijden jas, bezig met een lijkkleed schoon te maken. De burger zag

eens rond, gaf den neger een schop, en ging lachend weer heen.

Zoo als Ogden voorzien had, kwam noch generaal Longstreet, noch

generaal Emory bij deze gelegenheid tusschenbeiden. Ten vijf uur

kwamen de vier kompagniën van Holly-Springs aan; maar deze troepen

werden door Emory niet ter beschikking van Packard gesteld. Longstreet

hield het Kapitool bezet, dat niet werd aangevallen. Omstreeks zes

uren had het vuren opgehouden, en de zegevierende burgers zetten

hunne wapenen in rust ten aanschouwe van de federale troepen.

Aan Badgers zijde waren dertig gesneuvelden; Ogden telde twaalf

dooden en dertien gewonden. De negers verloren hun kanonnen, wapenen

en ammunitie, terwijl honderd gevangenen in Ogdens handen vielen. Des

avonds was het stadhuis, zoowel als de geheele stad, met uitzondering

van het Kapitool en de douane, in de macht der burgers. Te middernacht

vluchtte Kellogg uit zijne vertrekken in het Kapitool, en nam de

wijk naar de douane, onder de bescherming der federale troepen. Den

volgenden morgen ontruimde Longstreet het Kapitool, dat dadelijk door

generaal Penn bezet werd. Nu keerde de vrede terug. De winkels werden

weder geopend, en het verkeer herstelde zich. De blanke reactie had

volkomen gezegevierd.

Maar deze ommekeer van zaken te Nieuw-Orleans was een geduchte

slag voor de politiek van den President. De dag der verkiezingen

naderde: en wanneer Mac-Enery als gouverneur in het Kapitool te

Nieuw-Orleans zetelde, was voor de republikeinen de kans in Louisiana

verkeken. Kellogg verzekerde den President, dat, als spoedig en met

kracht werd gehandeld, de meerderheid voor de republikeinen nog kon

worden behouden.

Grant zond daarop bevel aan Emory om, ten spijt van de zegevierende

burgers, des noods met geweld, de geslagen scalawags in het gezag

te herstellen.

De verkiezing had plaats in een staat van spanning en opgewondenheid,

die niet veel verschilde van de razernij van den burgeroorlog. Wederom

schreef elke partij zich de overwinning toe. Dit alleen was zeker, dat

Kellogg er niet in geslaagd was, den staat voor Grant te behouden. Hij

had zijn patroon vijf stemmen beloofd van de zes, die Louisiana had uit

te brengen: en van die zes stemmen behoorden er nu maar twee aan Grant.

De verkiezingen voor de wetgevende macht van den staat hadden te

gelijker tijd plaats met die voor het Congres, en de conservatieven

beweerden daarbij eene wel niet groote, maar ontwijfelbare meerderheid

te hebben verkregen. In dit opzicht was de blanke reactie volkomen

geslaagd.

Nog eene kans, eene enkele slechts, bleef er over voor Kellogg

en zijne beschermers: eene feitelijke interventie van de federale

troepen, waardoor de conservatieve leden verhinderd zouden worden,

hunne zetels in de vergadering in te nemen. Dit was een uiterst

vermetele, ja bijkans een dolzinnige maatregel, maar de geslagen

scalawags deinzen voor niets terug.

Om zulk een daad van onomwonden geweld uit te voeren, was een meer

doortastend officier noodig, dan generaal Emory: mitsdien werd generaal

Sheridan naar Nieuw-Orleans gezonden.

De Aarde en haar Volken, Jaargang 1877 · 第 12 / 92 题