Dit telegram was een raadsel. Stephen B. Packard is een carpet-bagger,
dien de President naar Nieuw-Orleans heeft gezonden, bekleed met de
waardigheid van maarschalk der Vereenigde-Staten. [4] Generaal Emory
is belast met het militair kommando in het departement der Golf. Maar
wie waren de vijanden, die de maarschalk Packard en de generaal Emory
hadden te bestrijden? Tegen geene enkele uitspraak van de Hoven der
Vereenigde-Staten was men te Nieuw-Orleans in verzet gekomen; ook
verwachtten die Hoven zelven geenerlei verzet. De rechter Durell,
de eenige federale magistraat in Louisiana, had nimmer eene klacht
ingediend. Waarom werd dan een ondergeschikt beambte, zooals Packard,
door den prokureur-generaal, den wettigen raadsman van den President,
aangemaand, de militaire macht te hulp te roepen om uitvoering te
geven aan de uitspraken van dien rechter?
Naar men vermoedde, had President Grant, met het aannemen van deze
gedragslijn tegenover Nieuw-Orleans een dubbel oogmerk: vooreerst,
wilde hij zich van de meerderheid der stemmen van Louisiana verzekeren
voor zijne herkiezing als President; ten tweede, wilde hij zijn
schoonbroeder, James B. Casey, tot lid van den Senaat voor dien staat
doen benoemen. Voorzeker kon, ter bereiking van deze beide oogmerken,
een gewetenlooze President gebruik maken van het federale leger; maar
de rechter Durell deed zijn best om zijn vriend Norton tot senator
te doen verkiezen, en zou dus zeer waarschijnlijk de kandidatuur van
Casey niet bevorderen. Noch de gouverneur Warmoth, noch de generaal
Mac-Enery konden de bedoeling van dien geheimzinnigen last raden. Tegen
wien moest Packard de federale troepen doen oprukken? De tijd zou
het raadsel oplossen.
Stephen B. Packard ontving zijn telegram des Woensdagsavonds. Den
volgenden avond reeds werd hij, om belangrijke zaken, bij Durell
ontboden. Billings, een prokureur en zaakwaarnemer van de scalawags,
zat bij Durell aan tafel, en schreef een lastgeving, waarvan de inhoud
door den rechter aan zijn bezoeker werd medegedeeld. Packard moest
troepen ontbieden, het Statenhuis (de vergaderzaal der Kamers van den
staat) bezetten, en niemand den toegang tot dat gebouw vergunnen. Te
Nieuw-Orleans is het Statenhuis of Kapitool tegelijk de zetel van het
uitvoerend bewind en van de wetgevende macht. Packard moest verder
den gouverneur verdrijven, zich van de archieven meester maken, en de
deuren sluiten. Nadat Durell het door Billings geschreven stuk had
onderteekend en aan Packard ter hand gesteld, spoedde deze laatste
zich naar de kazernen, liet eene kompagnie soldaten onder de wapenen
komen, en bezette daarmede, in het holst van den nacht, het Kapitool.
De wettigheid van deze handeling zal zeker wel door niemand, zelfs
niet door President Grant, worden beweerd. Intusschen kreeg Durell
zijn loon. Casey zag van zijne kandidatuur af; hij trok zich uit den
strijd terug en gaf de voorkeur aan de winstgevende betrekking van
collecteur (ontvanger der belastingen), terwijl Durell's vriend Norton,
in een der graafschappen, door de scalawags kandidaat werd gesteld.
Generaal Warmoth, gouverneur van Louisiana, een gematigd, vreedzaam
man, was aan de beurt van aftreding; eene poging om hem te doen
herkiezen, was mislukt. Om het gouverneurschap on onder-gouverneurschap
streden vier kandidaten: aan de eene zijde de generaals Mac-Enery
en Penn, twee gunstig bekende officieren; aan de andere, William
P. Kellogg, een rechtsgeleerde uit Illinois, en Cesar C. Antoine,
neger en pakkedrager van beroep.
Na afloop der verkiezingen schreven de beide partijen zich de
overwinning toe; en zoo lang de Kamers niet bijeen waren, kon niemand
zeggen wie eigenlijk de zege had behaald. De zaak zou misschien aan
de beslissing van het Hooggerechtshof van Louisiana moeten worden
onderworpen; maar daar de gouverneur Warmoth nog gedurende zes of
zeven weken in functie zou blijven, was er overvloedig tijd om de
stemmingslijsten te onderzoeken, voor dat Louisiana zonder wettigen
gouverneur en zonder regelmatig bestuur zou zijn. Mac-Enery was bereid
te wachten op de bijeenkomst der Kamers; maar Kellogg durfde zich
niet te verlaten op eene Kamer, waarin Warmoth den voorzittersstoel
zou bekleeden: zijne handelingen riepen het tijdperk der anarchie in
het leven.
William Pitt Kellogg, een advokaat zonder praktijk, had Illinois
verlaten om zijne fortuin te beproeven te Nieuw-Orleans. Honderden
zijner landgenooten, den koesterenden zonneschijn aan de Golf
verkiezende boven den ijzigen nevel van het meer Michigan, doen
hetzelfde. Hij kwam te Nieuw-Orleans met een reiszak (carpet-bag),
een gladde tong, en een behoorlijke dosis "gevoel." De befaamde John
Brown was zijn held; en geleid door den "geest" van dien zoogenaamden
martelaar der emancipatie, wist hij het aldra zoo ver te brengen,
dat hij door de stemmen der negers in den Senaat van Louisiana werd
gebracht. Schraal en mager van gestalte, vulgair en kruipend van
manieren, in kleeding, voorkomen en taal den vrome uithangende,
wist hij niet alleen de harten der negers te winnen, maar ook de
aandacht van de leiders der republikeinsche partij in Washington
op zich te vestigen, als op iemand, die uitnemend geschikt zou
zijn voor de uitvoering hunner plannen. Kellogg was druk bezig
te intrigeeren om tot senator voor Louisiana te worden benoemd,
toen de nog schitterender en vooral winstgevender betrekking van
gouverneur zijne aandacht trok. Deze betrekking is per jaar achtduizend
dollars in goud waard; de gouverneur van Louisiana is, na dien van
Pennsylvanië, de hoogst bezoldigde in geheel de Vereenigde-Staten:
bovendien brengen zijne emolumenten van allerlei aard hem nog wel
het dubbele van zijn officiëel salaris op. Als de gouverneur gaarne
spoedig fortuin wil maken, en, naar amerikaansche wijze, niet al te
kieskeurig is ten aanzien der middelen, dan staan in het rijke en
handeldrijvende Nieuw-Orleans bijna onuitputtelijke hulpbronnen te
zijner beschikking. Naar men verzekert, heeft de gouverneur Warmoth
op het Statenhuis zijn fortuin gemaakt.
De prijs was dus alleszins begeerlijk; maar Kellogg had al zijn kracht
en al zijne behendigheid noodig om dien machtig te worden. Behalve
in aantal, waren zijne tegenstanders in elk opzicht ver boven zijne
vrienden en aanhangers verheven. Mac-Enery en Penn waren mannen
van stand, vermogen en goeden naam, die konden rekenen op den
steun van elken burger van Nieuw-Orleans en van elken planter van
Louisiana. Kellogg was een vreemdeling in de stad, met geen andere
bondgenooten dan de scalawags, de negers en de federale troepen.
Van den gouverneur Warmoth had hij niets te hopen. Warmoth trachtte een
middenweg te vinden; even als Kellogg, is ook hij een vreemdeling;
hij ook had zijne aanhangers, en behoefde zich niet door eene
eerste nederlaag te laten afschrikken. Als gouverneur had hij de
stemmingslijsten in bewaring. Het was zijn plicht, de Kamers bijeen
te roepen; zonder zijne onderteekening had geen wet eenige kracht. In
geval noch Mac-Enery noch Kellogg de wettigheid hunner verkiezing
konden bewijzen, moest Warmoth, thans de wettige gouverneur, zijne
functie blijven waarnemen tot er eene nieuwe verkiezing was gehouden,
die dan andermaal moest worden onderzocht en goedgekeurd. Wie weet,
welke kandidaten het dan winnen zouden? In ieder geval bood zich voor
hem eene nieuwe kans aan.
Niet gezind den gouverneur te vertrouwen, en nog minder om zijne
benoeming te onderwerpen aan de beslissing van eene Kamer, door
den gouverneur bijeengeroepen en gepresideerd, belegde Kellogg eene
vergadering van zijne aanhangers. Het was Zaterdagmorgen: des Maandags
zouden de Kamers bijeenkomen. De Kamer zou dan, onder leiding van
Warmoth, overgaan tot het onderzoek der geloofsbrieven, en zou zeer
waarschijnlijk de vraag, wie der beide kandidaten, Mac-Enery of
Kellogg, wettig gekozen was, onderwerpen aan de beslissing van het
Hooggerechtshof. Kellogg was al even bang voor de rechters als voor
de senatoren. Maar hoe zou hij het aanleggen om beiden uit den weg
te ruimen?
Billings, de gewetenlooze prokureur, die geheel in het belang der
negers handelde, stelde voor, dat Cesar Antoine, de zwarte pakkedrager,
gebruikt zou worden om niet alleen den gouverneur en de Kamers, maar
ook de plaatselijke gerechtshoven, schaakmat te zetten. Dit voorstel
werd aangenomen, en de zwarte sjouwer begaf zich naar den rechter
Durell, niet in de openbare rechtzitting, maar in Durell's eigen
woning. Daar legde hij den rechter een merkwaardig stuk voor, waarin
deze neger, uit aanmerking dat hij, Cesar C. Antoine, hoezeer wettig
verkozen tot luitenant-gouverneur van Louisiana, echter reden had om te
verwachten dat hem bij de aanvaarding van die betrekking hinderpalen
in den weg zouden worden gelegd, tot het Hof der Vereenigde-Staten
het verzoek richtte om een bevel uit te vaardigen, waarbij aan zekere
met name genoemde personen verboden werd, op eenigerlei wijze, door
woord of daad of teeken, zijne wettige aanspraak op de betrekking
van luitenant-gouverneur te weerstreven.
De door Billings opgemaakte lijst van personen bevatte niet minder
dan honderd-vijf-en-dertig namen, met dien van den gouverneur Warmoth
aan het hoofd. Daarop volgde de secretaris van staat; dan negentien
senatoren, meer dan honderd afgevaardigden, en al de leden zoowel
van de conservatieve als van de republikeinsche commissies voor het
onderzoek der verkiezingen. In één woord, deze neger verlangde van den
rechter Durell, dat hij gedurende vijf volle dagen aan de uitvoerende
en wetgevende macht van Louisiana de bevoegdheid zou ontzeggen om
iets te doen ten nadeele van zijn beweerd recht. En inderdaad: de
rechter vaardigde het bevel, in de voorgeschreven bewoordingen, uit.
President Grant handhaaft doorgaans zijn creaturen: maar zelfs
President Grant heeft moeten erkennen, dat het door den rechter
Durell, op verlangen van Antoine, uitgevaardigde bevelschrift niet
alleen onwettig was, maar ook eene "grove fout."
Toch werd dit onwettig bevel gehandhaafd, en werd de grove fout tot
het einde doorgezet. Dit geschiedde niet in onwetendheid, en nog
tot heden, nu de onwettigheid is erkend, en de grove fout door den
President zelven beleden, wordt de onwettige staat van zaken met
geweld in stand gehouden!
Had Durell dat ongerijmde bevelschrift niet geteekend, dan zouden
de Kamers bijeen zijn gekomen en zich onder leiding van gouverneur
Warmoth hebben geconstitueerd. Meer dan waarschijnlijk zouden zij
de verkiezing van Mac-Enery en Penn wettig hebben bevonden; en het
Hooggerechtshof van Louisiana zou ongetwijfeld die uitspraak hebben
bekrachtigd. Het bevelschrift van den rechter Durell verzekerde de
overwinning aan Kelloggs' aanhangers, en daarmede begon feitelijk de
"anarchie."