EERSTE TOONEEL.

Op de bank zit Karalyk, de armen onder het hoofd. Over hem, aan de

andere zijde der tafel: Petroff. De moeder, links op den voorgrond.

Boven op den oven hurkt de grootmoeder. Type Karalyk: sterk joodsch;

gebogen neus; gegroefd, bruin gezicht. Haar lang, bedekt door muts.

Baard lang, slordig, bijna grijs.

Type Moeder: mager; zwart haar; doek om ’t hoofd.

Type Grootmoeder: haar spierwit; doek om ’t hoofd; starende wezenlooze

oogen. Voorkomen: dierlijk vervuild.

DE MOEDER (norsch). Kasja! Kasja!

KASJA (sloft langzaam binnen door de deur, rechts, zet een glas met

olie gevuld, waarin een brandend pitje, op den hoek van den oven).

DE MOEDER (tot de meid). Doe de ramen dicht! (De meid gaat heen door de

achterdeur. Men ziet haar vervelooze planken aan de buitenzijde voor de

ramen plaatsen).

KARALYK. Is ’t al zóó laat?

DE MOEDER. Sabbath begint...

KARALYK. ’k Ben ongerust... ongerust.

PETROFF. De Kozakken zijn er toch!...

KARALYK (dof). Ze zijn wèl laat gekomen (stilte). ’k Ben ongerust,

ongerust...

PETROFF. Wat dan? Wat dan?

KARALYK. Gister is-ie weggegaan... Hoor wel, gister!

PETROFF. Petrushka, je zoon?...

KARALYK (knikt).

DE MOEDER (plotseling heftig de vuist ballend). De moordenaars! De

beulen!

KARALYK. Stil! De meid! (Deze komt weer door achterdeur binnen, maakt

de planken aan de binnenzij vast. Terwijl zij daarmee bezig is, wordt

er niet gesproken).

DE MOEDER (tot de meid) Neem mee! (wijst op den samovar). En help

dekken. (Af met de meid door rechterdeur).

Ahasverus · 第 7 / 13 题