Een smerige boerenkamer. In den achtergrond een deur en twee kleine
vierkante ramen, waarvan alle ruiten gebroken zijn. Deze geven uitzicht
op den landweg, zwaar besneeuwd. Een felle wind jaagt sneeuw door de
openingen. Avondschemering. Tegen den linkerwand een reusachtige oven,
uit steen gemetseld, met grauwe kalk bepleisterd. Van het bovengedeelte
van dezen oven loopt een breede plank (palati) naar den rechterwand.
Rechts, voorgrond, een ruwe bank. Daarvoor een zware withouten tafel,
waarop een Samovar. Verspreid er om heen houten stoelen. Deuren rechts
en links, op het eerste plan.