Stubener's uitspraak luidde: "Hij zal hem doodmaken, stellig."

"Neen, daar is hij te koelbloedig voor. Maar bezeeren zal hij hem

wel voor zijn vuilheid."

"Laat ons het contract opmaken," zei de manager.

"Wacht tot je heelemaal weet wat hij waard is," antwoordde de oude

Pat. "Ik wil royale bepalingen van je hebben. Ga met de jongen op

een hertenjacht over de heuvels en maak kennis met zijn longen en

zijn beenen. Dan zullen wij een stevig, goed geregeld contract maken."

Stubener was twee dagen op de jachtpartij geweest en hij leerde alles

wat oude Pat beloofd had en meer dan dat en hij kwam terug als een

heel vermoeid en heel nederig man. De onbekendheid met de wereld van

den jongen man bracht den manager, die door de wol geverfd was, in

verbazing, maar hij had ontdekt dat de jongen zich niet voor den gek

liet houden. Ongerept als zijn geest was, onberoerd behalve door wat

zijn weinige ondervinding in het bergland hem geleerd had, gaf hij

ondanks dat bewijzen van natuurlijk intellect en scherpzinnigheid,

ver boven het middelmatige. In zekeren zin was hij een mysterie voor

Sam, die zijn volkomen gelijkmatigheid van humeur niet begreep. Niets

wond hem op of bracht hem in verwarring en zijn geduld en lijdzaamheid

waren als van geen ander. Hij vloekte nooit, zelfs niet met de luttele

flauwe krachtwoorden, die heel jonge jongens plegen te gebruiken.

"Ik zou best kunnen vloeken als ik wou," had hij verklaard op een

vraag van zijn metgezel. "Maar ik denk niet dat ik 't ooit noodig

zal hebben. Als ik 't noodig heb, zal ik wel vloeken, denk ik."

Oude Pat, die vast bleef bij zijn besluit, nam afscheid van hen in

het blokhuis.

"'t Zal niet lang duren, Pat, jongen, of ik lees over je in de

couranten. Ik zou graag meegaan maar ik vrees dat ik tot m'n endje

in de bergen zal blijven."

Toen trok de oude man den manager ter zijde en stormde bijna woest

op hem in.

"Denk aan wat ik je allemaal van hem verteld heb. De jongen is

zuiver en hij is eerlijk. Hij weet niets van al het geknoei in de

bokswereld. Ik heb 't allemaal stil voor hem gehouden, dat zeg ik

je. Hij weet niet wat bedrog is. Hij weet alleen van de dapperheid en

het romantische en de glorie van het vechten en ik heb hem volgestopt

met verhalen over de oude helden van den ring, ofschoon dit hem maar

weinig in vuur heeft gebracht, dat weet God. Man, man, ik zeg je, dat

ik de boksberichten uit de couranten heb geknipt om ze voor hem weg

te houden--hij dacht dat ik ze noodig had voor mijn album. Hij weet

niet dat er lui zijn die afspraken maken en geld inleggen. Dus haal

hem nergens in waar het niet eerlijk toegaat. Maak den jongen niet

misselijk. Daarom heb ik die clausule in het contract gezet wanneer

het van nul en geener waarde wordt. Eén gemeenheid en het contract is

vanzelf verbroken. Geen vooraf afgesproken verdeeling van de buit; geen

geheime afspraken met de menschen van de bioscoop over den afstand.

Der zit 'n hoop geld voor jullie allebei in. Maar speel eerlijk of

je bent alles kwijt. Begrepen?"

"En wat je ook doet, neem je in acht voor de vrouwen," was de

afscheidswaarschuwing van ouden Pat, terwijl jonge Pat te paard zat

en plichtmatig de teugels inhield om te kunnen luisteren. "Vrouwen,

dat is dood en vervloeking, onthoud dat. Maar als je de ééne vindt,

de eenige ééne, houd haar dan vast. Die is meer waard dan roem en

geld. Maak dat je eerst zeker bent en als je zeker bent, laat haar dan

niet tusschen je vingers uitglippen. Grijp haar beet met je twee handen

en houd vast. Houd vast, al gaat de heele wereld aan flarden. Pat,

jongen, een goede vrouw is een goede vrouw. Dat is het eerste woord

en het laatste."

De Ongelikte Beer · 第 8 / 23 题