DE DUVEL-DUVEL.

De beschrijvingen die de negers geven van den duvel-duvel komen meestal

daarin overeen dat zij hem handen toekennen, voorzien van haken of

scherpe punten. Een intelligente neger van het Kaap-York-schiereiland

verhaalde mij eens hoe zijn baas hem, om hem gerust te stellen, had

beloofd den duvel-duvel te zullen doodschieten als hij het hem lastig

maakte. Maar "niemand kan schieten dat kerel, baas, al 't zelfde

als rook" zeide hij. Hij vertelde dat de duvel-duvel armen had als

wingerdranken en midden in 't gebergte huisde. "Stel zwarte kerel

hem hooren zing, dan stil zijn, vertellen medicijnman. Dat gooien

wookoo (briefstok) tusschen struiken naar noorden, zuiden, westen,

oosten. Dan zitten klein beetje. Neger maken groot kerel-vuur, hij

niet slapen, hij altijd uitkijken.--Oud man mij dikwijls vertellen van

duvel-duvel; hij ben weghalen oud man en oud vrouw voor lang tijd. Hij

nooit terug zien. Hij vinden alleen klein beetje vel aan wingerd. Oud

man ben vertellen soms duvel-duvel zingen als groot kerel-wind; hij

hem zien als rook. Mij hem niet zien. Mij hem hooren eens, mij toen

bijna klein kind."

Een andere neger gaf een geheel andere beschrijving. "Groot

kerel. Heelemaal als dood man. Alles been, geen meer vleesch." Vurige

oogen voltooiden dit beeld.

Bekentenissen van een strandvonder: Het leven op mijn tropisch eiland · 第 75 / 97 题