Australische negers worden wel eens voor socialisten en zelfs
communisten gehouden. Zeker is het, dat zij een afkeer hebben van
rijkdom en hierin misschien met sommige socialisten overeenstemmen
en dat hun gewoonten communistische trekken vertoonen. Maar dat zij
ook deze ten eigen bate weten aan te wenden, kan uit het volgende
staaltje blijken:
Toen een naburige plantage werd gevestigd, stonden er in het stuk
wildernis, waar het huis gebouwd zou worden, verscheidene prachtige
Eupomatia's. Juist zou een dezer worden gekapt, toen een oude neger,
het hoofd van een kamp in de nabijheid, door een tolk liet aanzeggen,
dat voedseldragende boomen niet mochten worden geveld. De kolonisten,
die graag op goeden voet wilden blijven met de omringende inboorlingen,
kwamen ten slotte met den oude overeen dat zij al de boomen op
het terrein zouden koopen. Den volgenden dag echter kwam een tweede
neger aanzetten, bewerende dat hij evenveel recht op de boomen had en
ook betaald moest worden. Om de vriendschap aan te houden kreeg ook
hij zijn geld. Een derde kwam met denzelfden eisch en ook deze werd
tevreden gesteld. Weer een dag later kwam een jonge man vertellen
dat niemand eenig persoonlijk recht op de boomen had, maar dat zij
aan den geheelen stam gezamenlijk behoorden en dat hij door den
verkoop door zijn voorgangers niets van zijn eigen aanspraak op de
vruchten der boomen had verloren. Ook deze jonge man werd afgekocht,
maar nu verklaarden de kolonisten toch beslist en onherroepelijk dat
zij niemand meer iets zouden betalen.