Van de vele corrobboree's [31] die ik heb bijgewoond was wel de
eigenaardigste eene die op Dunk-eiland werd uitgevoerd door een
aantal negers die uit Princes-Charlotte-baai, ongeveer 200 mijlen
noordelijker kwamen.
De meest voorkomende dansen zijn nabootsingen van het huppelen en
vleugelkleppen der grootere vogels. De mannen, besmeerd met strepen
en klodders van witte en bruine klei en het haar getooid met dons
en veeren, vormen een cirkel en murmelen, hun lichaam naar voren
buigend, in diepe tonen een begeleiding bij het zeer zachte tikken op
hun boomerangs of het kloppen op weerklinkende blokjes hout. Op een
gegeven oogenblik, bij een crescendo, slaan de uitvoerende hun armen
uit, werpen het hoofd achterover en uiten gelijktijdig een geluid
als het schreeuwen van een vogel. Dan springen zij op en draaien,
met de armen klapwiekend in het rond, tot zij, als bij impuls, weer
tegelijk ophouden.
De corrobboree van de bezoekers uit Princes-Charlotte-baai was
eveneens een nabootsing van de natuur, maar van de natuur in een van
haar meest ondichterlijke uitingen; haar motief was niets anders dan
een zeer alledaagsch hondengevecht.
Terwijl het orkest op de boomerangs tokkelde, in de handen klapte
en knorde, naderden twee spiernaakte negers met stijve sprongetjes,
zonder de beenen te buigen, het vuur. Daarop deden zij de knieën snel
en onophoudelijk tegen elkaar klapperen en stootten klanken uit als het
knorren en brommen van nijdige honden. Naarmate het gevecht ernstiger
werd namen bewegingen en geluiden in snelheid en sterkte toe. De groote
kunst der vertooning bestond in het lang uithouden, in het in de maat
blijven met het orkest en de natuurgetrouwheid der klanknabootsingen.
De meest volhardende danser was Yellowbelly. Het eerst danste hij
met den grinnikenden Peter, daarna achtereenvolgens met den vetten
Charley, den zwaren Johnny, den schuwen Mammeroo en den kleinen,
dooven Anthony. Zijn lichaam glom en droop van het zweet en zijn
oogen schitterden van trots om zijn ongeëvenaarde prestatie. Alle
toeschouwers waren een en al dankbare verbazing. De geest van
Terpsichore was over hem gekomen en zijn geestdrift steeg weldra tot
een soort razernij, die niet alleen de bewoners van Dunk-eiland, maar
zelfs zijn eigen vrienden in verrukking bracht. Nooit hadden zij een
zoo klassieke uitvoering, zulke schitterende beenbewegingen, zulk een
realistisch gegrom en gekef en gesmoord gezucht bijgewoond. Yellowbelly
danste en danste zoo dat allen er door werden meegesleept en in
ademlooze stilte toekeken, weg in zoete herinneringen aan een kamp
ergens in hun vaderland, waar smerige honden vechten om wat rotte
visch of schildpadbeenderen, temidden van het gekrijsch van vrouwen
en kinderen. En toen de laatste tonen van het orkest eindelijk "in
de stilte verstierven" stortte Yellowbelly hijgend en aamechtig op
den grond. Maar als het orkest het nog langer had kunnen uithouden,
zou hij zeker hebben doorgedanst tot den morgen.