Volgens Mickie is het Zuiderkruis van aardschen oorsprong. Hij verhaalt
zijn geschiedenis als volgt.
"Jij zien dat kerel. Dat eene noem ik dooey-dooey, net als de haai,
dat kerel u ben geschoten in zee. Twee kerels, meer groot, komen
achter dooey-dooey, twee zwarte. Twee zwarte waren gaan visschen langs
rif daar bij kaap Marlow. Zij ben gezeten in kano en spietsen dat
dooey-dooey, o, groote kerel! Dat dooey-dooey, als hij speer krijgt,
duikt naar beneden, onder boot, gooit hem om. Twee zwarten zwemmen,
heel lang, kunnen dat kano niet pakken. Zwemmen, zwemmen, langweg,
achter kano, komen nooit aan strand. Een kerel zeggen: "Broeder,
waar nu?" "Lang weg, zwem verder, broeder." Komen bij Barrier. Twee
zwarten zwem, zwem, zwem, voorbij Barrier. Zwem, uit, goeien dag,
komen niet terug. Zwemmen waar wolken raken de zee. Zwemmen hooger,
hoog, lang naar boven. Nu zitten daar boven, allemaal. Dooey-dooey
eerst, twee kerel-negers achter."