Bij al de negers die ik ken zijn de ruwe kantjes der barbaarschheid
min of meer afgesleten. Ik maak er dan ook geen aanspraak op in deze
schetsen een volkomen nauwkeurige beschrijving van het oorspronkelijke
ondergaande ras te geven, maar deel slechts verspreide feiten en
waarnemingen mede die misschien, of misschien ook niet, van belang
kunnen zijn.
Eens, toen wij op de klippen aan het visschen waren, raakte het
aas op. Mickie zei: "Wel, wij vang hem massa kleine kerels-visch
met wilde dynamiet." En op mijn vraag wat hij van dynamiet wist:
"Niet blanke man's dynamiet, maar wilde dynamiet, ik laten zien."
Op de glinsterende rotsen, met de wortels zich vasthoudend in de
spleten, groeide een lage wingerd, of liever een soort kruipende
struik met bladen als van de mirt en trossen witte bloemen. "Dat
kerel wilde dynamiet," zei Mickie, terwijl hij een paar bosjes
uitrukte en bijeen pakte. Hij propte de planten in elkaar tot een
klein bundeltje en wierp daarop de gekneusde massa in een geïsoleerd
poeltje tusschen de rotsen waarin veel kleine visschen zwommen en
dompelde haar herhaaldelijk met zijn nulla-nulla onder. Na een paar
minuten begonnen de vischjes wild te worden en deden krampachtige
pogingen uit het water te springen, totdat zij de een na den ander
bedwelmd raakten en aan de oppervlakte kwamen drijven, waarop Mickie
zijn hoed er mee vol schepte. De overige visschen kwamen, toen de
bedwelmende kracht der bladeren had uitgewerkt, weer spoedig bij.
Mickie, die wel eens dynamiet had zien gebruiken om visch op groote
schaal te dooden, had daarom dezen naam gegeven aan de plant die aan
de inboorlingen bekend is als "Paggarra" en aan den plantkundige als
Derris scandens.
Een andere manier waarop de negers de visschen uit door de eb
achtergelaten poeltjes vangen is ze te bedwelmen met de binnenschors
der "Koie-yan" (Faradaya splendida). Deze wordt met een schelp
afgekrabd, op den bodem van een kuiltje in het zand uitgespreid
en met gloeiende steenen bedekt. Ook wrijft men de heete steenen
wel met het poeder der schors in. Terwijl de steenen nog warm zijn
worden zij in het water geworpen, waarop de visschen bedwelmd worden
en sterven. Hoe de negers achter deze eigenschappen gekomen zijn en
hen leerden gebruiken, weet ik niet. De opeenvolgende geslachten
nemen hun kennis van de voorafgaande over als van zelf sprekend,
zonder eenige vraag of uitleg.